<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR239324_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Molenwaard 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeentemolenwaard.nl">Het Kontakt, 17 januari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Molenwaard 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Mozard28355</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Molenwaard 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Molenwaard;</al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d 18 december
                        2012;</al>
          <al/>
          <al>gezien het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de
                        vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen d.d. 14 juni 2012;</al>
          <al>gelet op artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs en de bepalingen in
                        de gemeentewet;</al>
          <al/>
          <al>overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van voorzieningen in de
                        huisvesting voor het basisonderwijs bij verordening te regelen;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende: </al>
          <al/>
          <al>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, inclusief de daarbij
                        behorende bijlagen I tot met V.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li>
              <li nr="b."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, openbare of bijzondere school, die geheel of
                                    gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het
                                    grondgebied van de gemeente;</al></li>
              <li nr="c."><al>school: school voor basisonderwijs;</al></li>
              <li nr="d."><al>school voor basisonderwijs: een basisschool voor basisonderwijs
                                    als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair
                                    onderwijs;</al></li>
              <li nr="e."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister
                                    ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs voor
                                    bekostiging in aanmerking is gebracht; </al></li>
              <li nr="f."><al>voorziening: een van de voorzieningen in de huisvesting als
                                    bedoeld in artikel 2 van deze verordening;</al></li>
              <li nr="g."><al>programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                                    verordening;</al></li>
              <li nr="h."><al>overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de
                                    vaststelling van het programma ingewilligde aanvragen als
                                    bedoeld in artikel 13 van deze verordening;</al></li>
              <li nr="i."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor bekostiging
                                    van een voorziening of voor bekostiging van bouwvoorbereiding
                                    van een voorziening als bedoeld in artikel 25 van deze
                                    verordening heeft ingediend;</al></li>
              <li nr="j."><al>aanvraag: verzoek om bekostiging van een voorziening of om
                                    bekostiging van bouwvoorbereiding;</al></li>
              <li nr="k."><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in bijlage II van deze verordening, 15 jaren of langer
                                    noodzakelijk is; </al></li>
              <li nr="l."><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in de
                                    huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld
                                    in bijlage II van deze verordening, niet langer dan 15 jaren
                                    noodzakelijk is;</al></li>
              <li nr="m."><al>permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het ontwerp
                                    en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaren
                                    als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li>
              <li nr="n."><al>noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het
                                    ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste
                                    15 jaren als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li>
              <li nr="o."><al>gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs in
                                    lichamelijke oefening;</al></li>
              <li nr="p."><al>advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de
                                    vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van
                                    richting en de vrijheid van inrichting, als bedoeld in artikel
                                    95 van de Wet op het primair onderwijs; </al></li>
              <li nr="q."><al>verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden. </al></li>
              <li nr="r."><al>gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet
                                    op het primair onderwijs; </al></li>
              <li nr="s."><al>beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde
                                    staten in een geschil als bedoeld in artikel 110 , tweede lid
                                    van de Wet op het primair onderwijs; </al></li>
              <li nr="t."><al>eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in
                                    artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel>
            </kop>
            <al>Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al>
            <lijst>
              <li nr="a"><al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorzieningen bestaande uit:</al><lijst>
                  <li nr="1"><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                            rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel
                                            nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van een
                                            gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan niet op
                                            dezelfde locatie;</al></li>
                  <li nr="2"><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest;</al></li>
                  <li nr="3"><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                            gebouw ten behoeve van de huisvesting van een
                                            school;</al></li>
                  <li nr="4"><al>verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen ten
                                            behoeve van de huisvesting van een school;</al></li>
                  <li nr="5"><al>terrein voor zover nodig voor de realisering van een
                                            onder a sub 1. tot en met 4. omschreven
                                            voorziening;</al></li>
                  <li nr="6"><al>inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en
                                            hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder voor
                                            bekostiging van rijks- of gemeentewege in aanmerking is
                                            gebracht;</al></li>
                  <li nr="7"><al>inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder
                                            voor bekostiging van rijks- of gemeentewege in
                                            aanmerking is gebracht;</al></li>
                  <li nr="8"><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een
                                            gebouw dat al bij een andere school in gebruik is en
                                            medegebruik van een gymnastiekruimte </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b"><al>aanpassingen aan gebouwen van een school voor basisonderwijs
                                    bestaande uit één of meer activiteiten zoals onderscheiden in
                                    bijlage I onder 1.9 en 2.9;</al></li>
              <li nr="c"><al>onderhoud aan gebouwen van een school voor basisonderwijs
                                    bestaande uit één of meer activiteiten zoals onderscheiden in
                                    bijlage I onder 1.10 en 2.10;</al></li>
              <li nr="d"><al>herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare
                                    materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li>
              <li nr="e"><al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                                    onderwijsleerpakket of leer- en hulpmiddelen en meubilair
                                    ingeval van bijzondere omstandigheden;</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel>
            </kop>
            <al>Ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder 2a 1,2 en
                            3 voorzieningen aanduiden die het betreft, kan een aanvraag worden
                            ingediend voor bekostiging van bouwvoorbereiding. Hierop is het bepaalde
                            in hoofdstuk 4 van toepassing.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij toekenning van de in artikel 2 genoemde voorzieningen, of bij
                                toekenning van bekostiging van bouwvoorbereiding als bedoeld in
                                artikel 3, wordt bij de wijze van vaststelling van de hoogte van de
                                vergoeding een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde
                                bedragen en bedragen gebaseerd op de feitelijk voorziene kosten per
                                geval. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De genormeerde bekostigingsbedragen worden vastgesteld met
                                inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A en is van
                                toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a.
                            </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De bekostiging op basis van feitelijke kosten is van toepassing op
                                de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder b. t/m e. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Informatieverstrekking</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die
                                noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                                verordening. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de gegevensverstrekking kan gebruik worden gemaakt van een door
                                het college vastgesteld formulier. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Programma en overzicht</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.1</nr>
              <titel>Aanvragen programma</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>6</nr>
                <titel>Indiening aanvraag</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Een aanvraag voor opname van een voorziening op het programma
                                    wordt voor 1 mei van het jaar van vaststelling van het
                                    betreffende programma door het bevoegd gezag ingediend bij het
                                    college. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van een door het
                                    college vastgesteld aanvraagformulier.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Aanvragen ingediend na de datum als genoemd in het eerste lid,
                                    neemt het college niet in behandeling.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>7</nr>
                <titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                    behandelen</titel>
              </kop>
              <al>
                <vet>onvolledige aanvraag</vet>
              </al>
              <lijst>
                <li nr="1"><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval:</al><lijst>
                    <li nr="a"><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li>
                    <li nr="b"><al>de dagtekening;</al></li>
                    <li nr="c"><al>de naam van de school en, voor zover van toepassing,
                                                het gebouw ten behoeve waarvan de voorziening is
                                                bestemd;</al></li>
                    <li nr="d"><al>welke voorziening wordt aangevraagd;</al></li>
                    <li nr="e"><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                                gewenste voorziening; </al></li>
                    <li nr="f"><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                                voorziening.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2"><al>In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens gaat
                                        de aanvraag vergezeld van:</al><lijst>
                    <li nr="a"><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen
                                                van de school, die voldoet aan de in bijlage II
                                                omschreven vereisten, tenzij het een voorziening
                                                betreft als bedoeld in artikel 2, onder a onderdelen
                                                6° tot en met 8° en artikel 2, onder d en e;</al></li>
                    <li nr="b"><al>de aanduiding van de gewenste plaats waar de
                                                voorziening moet worden gerealiseerd, indien het een
                                                voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder
                                                a, onderdelen 1° tot en met 4°;</al></li>
                    <li nr="c"><al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak
                                                blijkt, indien het een voorziening betreft bestaande
                                                uit: nieuwbouw voor de gehele of gedeeltelijke
                                                vervanging van een gebouw;onderhoud aan een gebouw
                                                van een school voor basisonderwijs of uit herstel
                                                van een constructiefout.</al></li>
                    <li nr="d"><al>een begroting van de kosten gemoeid met de
                                                uitvoering van de voorziening, indien de aanvraag
                                                betrekking heeft op een voorziening waarop het
                                                gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van
                                                toepassing is;</al></li>
                    <li nr="e"><al>een voor aanbesteding gereed bouwplan en
                                                bouwbegroting, indien de aanvraag volgt op een
                                                toekenning van een vergoeding van de kosten van
                                                bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 27.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3"><al>Het college stelt de aanvrager voor 15 mei schriftelijk op
                                        de hoogte van het ontbreken van gegevens, als bedoeld in het
                                        eerste of tweede lid. De aanvrager wordt tot 15 juni in de
                                        gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens aan te vullen.
                                        Indien de vereiste gegevens niet voor 15 juni zijn
                                        verstrekt, neemt het college de aanvraag niet in
                                        behandeling. </al></li>
                <li nr="4"><al>Indien een door het college in behandeling genomen aanvraag
                                        betrekking heeft op een voorziening voor een school, waarvan
                                        de beoordeling van de noodzaak mede is gebaseerd op het
                                        aantal leerlingen van de betrokken school op de wettelijke
                                        teldatum van 1 oktober van het jaar waarin de datum genoemd
                                        in artikel 6 valt, dan zendt de aanvrager het college
                                        onverwijld een afschrift van de jaarlijkse opgave aan de
                                        minister van het aantal leerlingen dat op de wettelijke
                                        teldatum staat ingeschreven op de betrokken school. Indien
                                        het college het afschrift niet binnen een week na de
                                        wettelijke teldatum heeft ontvangen, deelt het college dit
                                        schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt de
                                        aanvrager in de gelegenheid gesteld het afschrift binnen
                                        drie dagen na de datum van ontvangst van de mededeling in te
                                        dienen bij het college. Indien het afschrift niet binnen de
                                        termijn als bedoeld in de vorige volzin is verstrekt, neemt
                                        het college de aanvraag niet in behandeling.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>8</nr>
                <titel>Opgave ingediende aanvragen</titel>
              </kop>
              <al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen een opgave van
                                de ingevolge artikel 6 en artikel 25 ingediende aanvragen en geeft
                                daarbij aan welke aanvraag of aanvragen niet in behandeling worden
                                genomen. </al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.2</nr>
              <titel>Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en
                                overzicht</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>9</nr>
                <titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college of de aanvrager kan verzoeken de aanvraag nader toe
                                    te lichten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het college treedt in overleg met de aanvrager, indien de
                                    aanvraag een voorziening betreft waarop het gestelde in artikel
                                    4, derde lid, laatste volzin van toepassing is en het college
                                    van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde
                                    kostenbegroting dient te worden aangepast. Het college geeft in
                                    het voorstel tot vaststelling van het bedrag, het programma en
                                    het overzicht als bedoeld in paragraaf 2.3, onder vermelding van
                                    de redenen, aan wanneer er in het overleg geen overeenstemming
                                    is bereikt over de hoogte van het geraamde bedrag. Het college
                                    geeft in dit voorstel tevens de hoogte van het geraamde bedrag
                                    aan, waarvan voor de aangevraagde voorziening wordt uitgegaan
                                    bij de toepassing van het gestelde in paragraaf 2.3.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>10</nr>
                <titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt,
                                    worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de
                                    gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud
                                    van dat voorstel naar voren te brengen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor 15
                                    september. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste twee
                                    weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk
                                    in kennis gesteld van het tijdstip van het overleg en de
                                    voorgenomen inhoud van het voorstel. Zij worden hierbij tevens
                                    in kennis gesteld van de voorgenomen inhoud van het voorstel.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg als
                                    bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede lid
                                    bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken aan het
                                    college. Het college stelt de deelnemers aan het overleg hiervan
                                    in kennis. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
                                    bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen, van de
                                    tijdig ingediende, schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en
                                    van de reactie van het college op deze zienswijzen. Het verslag
                                    wordt toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>Een bevoegd gezag of college dat advies wenst van de
                                    Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de
                                    voorgenomen inhoud van het programma, in relatie tot de vrijheid
                                    van richting en de vrijheid van inrichting, maakt dit kenbaar
                                    tijdens het overleg als bedoeld in het eerste lid. Dit gebeurt
                                    aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van
                                    de onderwerpen waarover het advies van de Onderwijsraad wordt
                                    verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen
                                    deze onderwerpen en de vrijheid van richting en de vrijheid van
                                    inrichting.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>De bevoegde gezagsorganen en het college worden in het overleg
                                    tijdens de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren te
                                    brengen over een verzoek om advies van de Onderwijsraad. Het
                                    schriftelijke verzoek om advies en de daarover naar voren
                                    gebrachte zienswijzen maken deel uit van het verslag van het
                                    overleg als bedoeld in het vierde lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7</lidnr>
                <al>Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies
                                    bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgt het ervoor dat de
                                    Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor de
                                    beoordeling van het verzoek, waaronder het schriftelijk verslag
                                    van het overleg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8</lidnr>
                <al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                    wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de
                                    bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel of gedeeltelijk
                                    opvolgen van het advies van de Onderwijsraad zou leiden tot een
                                    of meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van
                                    het programma, dan worden de bevoegde gezagsorganen door het
                                    college bij de toezending van het afschrift van het advies
                                    uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere gevallen
                                    beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het
                                    advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft
                                    dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies van
                                    de Onderwijsraad. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9</lidnr>
                <al>Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen
                                    twee weken plaats na toezending van het advies van de
                                    Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Het college maakt
                                    van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag als
                                    bedoeld in het vierde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.3</nr>
              <titel>Vaststelling bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>11</nr>
                <titel>Tijdstip vaststelling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de
                                    vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Dit
                                    bekostigingsplafond kan worden gesplitst in afzonderlijke
                                    bedragen per onderwijssoort of per voorziening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op uiterlijk
                                    31 december van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6
                                    valt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>12</nr>
                <titel>Inhoud programma</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op het
                                    jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan worden
                                    gemaakt, komen, voor zover het college heeft vastgesteld dat
                                    geen van de in de Wet op het primair onderwijs opgenomen
                                    weigeringsgronden van toepassing is, in aanmerking voor
                                    plaatsing op het programma. Daarbij past het college de regels
                                    toe met betrekking tot:de beoordelingscriteria als bedoeld in
                                    bijlage I;</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II ;</al></li>
                  <li nr="b"><al>de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als
                                            bedoeld in bijlage III.</al></li>
                  <li nr="c"><al>Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking
                                            komende voorzieningen neemt het college, aan de hand van
                                            de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V,
                                            uitsluitend voorzieningen op in het programma voor zover
                                            het bedrag of de deelbedragen als bedoeld in artikel 11,
                                            eerste lid, toereikend zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kan het
                                    college de raad verzoeken bij de vaststelling van het programma
                                    af te mogen wijken van de urgentiecriteria als bedoeld in
                                    bijlage V.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen
                                    wordt, voor zover van toepassing, door het college
                                    aangegeven:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV, deel A
                                            voor de betreffende voorziening beschikbaar wordt
                                            gesteld;</al></li>
                  <li nr="b"><al>het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
                                            voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                            volzin;</al></li>
                  <li nr="c"><al>de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                            buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>13</nr>
                <titel>Inhoud overzicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die, gelet op
                                    het bepaalde in artikel 12, eerste lid, niet in het programma
                                    zijn opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen
                                    voorzieningen wordt aangegeven waarom deze niet in het programma
                                    zijn opgenomen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>14</nr>
                <titel>Bekendmaking besluiten vaststelling bekostigingsplafond,
                                    programma en overzicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het
                                    bekostigingsplafond, het programma en het overzicht geschiedt
                                    binnen twee weken na de datum van vaststelling door toezending
                                    door het college van de besluiten aan de aanvragers.
                                    Tegelijkertijd met de bekendmaking doet het college schriftelijk
                                    mededeling over de besluiten aan de overige bevoegde
                                    gezagsorganen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden tegelijkertijd
                                    met de bekendmaking ter inzage gelegd.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>2.4</nr>
              <titel>Uitvoering programma</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>15</nr>
                <titel>Overleg wijze van uitvoering</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Binnen vier weken na vaststelling van het programma treedt het
                                    college in overleg met de aanvrager over de wijze van uitvoering
                                    van de op het programma geplaatste voorziening. In dit overleg
                                    wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de uitvoering
                                    van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing,
                                    afspraken gemaakt over:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>het bouwheerschap als bedoeld in de Wet op het primair
                                            onderwijs;</al></li>
                  <li nr="b"><al>het tijdstip van indiening van het bouwplan en de
                                            begroting door de aanvrager;</al></li>
                  <li nr="c"><al>een andere wijze van uitvoering van het besluit met
                                            inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag;
                                        </al></li>
                  <li nr="d"><al>de wijze waarop het college toepassing geeft aan de
                                            toetsing van het bouwplan en de begroting, alsmede aan
                                            de toetsing in verband met wettelijke voorschriften en
                                            nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel
                                            16;</al></li>
                  <li nr="e"><al>de controle op en het afleggen van verantwoording over
                                            de besteding van de beschikbaar te stellen
                                            middelen;</al></li>
                  <li nr="f"><al>de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt met als
                                            uitgangspunt dat de opdrachten onder het Europese
                                            drempelbedrag de richtlijnen zoals vastgelegd in het
                                            Besluit overheidsaanbestedingen van toepassing
                                            zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg
                                    niet tot overeenstemming heeft geleid, legt het college
                                    schriftelijk vast in een verslag, dat het binnen vier weken na
                                    afloop van het overleg ter kennis van de aanvrager brengt.
                                    Indien de aanvrager schriftelijk instemt met het verslag of
                                    binnen vier weken na ontvangst nog niet schriftelijk heeft
                                    gereageerd, wordt er, afhankelijk van de inhoud van het
                                    vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen
                                    overeenstemming te zijn bereikt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 16,
                                    vierde lid, neemt het college binnen vier weken nadat de
                                    overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, een
                                    beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
                                    kan nemen. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het
                                    derde lid is bereikt, deelt het college binnen vier weken nadat
                                    het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee aan de
                                    aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de
                                    uitvoering van de voorziening geen aanvang zal nemen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>16</nr>
                <titel>Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang
                                    bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten
                                    en omstandigheden; overlegging offertes</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde lid,
                                    is bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht,
                                    dient de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte
                                    afspraken, de bouwplannen, de desbetreffende begroting en een
                                    aanduiding van het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
                                    dient te nemen, ter instemming in bij het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Binnen zes weken na ontvangst van de stukken beslist het college
                                    over de instemming met de bouwplannen, de desbetreffende
                                    begroting en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang
                                    neemt. Het college kan, onder mededeling daarvan aan de
                                    aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Indien niet
                                    binnen deze termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn
                                    verleend met de bouwplannen en de begroting en vangt de
                                    bekostiging aan op het door de aanvrager aangegeven tijdstip.
                                    Het college deelt de beslissing over het bouwplan, de
                                    desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging
                                    een aanvang neemt, binnen twee weken na de datum van de
                                    beslissing schriftelijk mee aan de aanvrager.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het
                                    college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de
                                    school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten
                                    tijde van de vaststelling van het programma, al dan niet
                                    ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een naar het oordeel van het
                                    college ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden
                                    komt de voorziening alsnog niet voor bekostiging in
                                    aanmerking.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>De instemming met de bouwplannen, de instemming met de
                                    begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens
                                    de wet gestelde voorschriften, en de toetsing of er sprake is
                                    van nieuwe feiten en omstandigheden kunnen achterwege blijven
                                    als dat naar het oordeel van het college niet noodzakelijk is
                                    gezien de inhoud van de in het programma opgenomen voorziening.
                                    Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager in het
                                    overleg als bedoeld in artikel 15.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
                                    begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft van
                                    een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                    volzin. De beslissing van het college als bedoeld in het tweede
                                    lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan.
                                    Daarbij zijn de genoemde termijnen in het tweede lid van
                                    overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6</lidnr>
                <al>Nadat het college met het bouwplan van een voorziening als
                                    bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin, heeft
                                    ingestemd, overlegt de aanvrager met inachtneming van de
                                    hierover gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 15, tweede
                                    lid, aan het college de aan de aanvrager uitgebrachte offertes
                                    voor de uitvoering van de voorziening. Het college beslist
                                    binnen vier weken na ontvangst van de offertes over het bedrag
                                    dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van
                                    de voorziening en over het tijdstip waarop de bekostiging een
                                    aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen twee weken na de
                                    datum van deze beslissing hiervan schriftelijk in kennis
                                    gesteld. Voor de vaststelling van het definitieve bedrag is de
                                    offerte met de laagste prijsstelling bepalend.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>17</nr>
                <titel>Aanvang bekostiging</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan bij de beslissing als bedoeld in artikel 16, tweede
                                lid of artikel 16, zesde lid, over het tijdstip waarop de
                                bekostiging een aanvang neemt, bepalen dat de beschikbaarstelling
                                van de gelden in termijnen plaatsvindt. De beschikbaarstelling van
                                de gelden geschiedt dan telkens op een </al>
              <al>zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het
                                programma geplaatste voorziening. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>18</nr>
                <titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien
                                    de aanvrager niet vóór 1 oktober van het jaar volgend op de
                                    vaststelling van het programma een bouwopdracht heeft verleend,
                                    dan wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst heeft gesloten
                                    en een afschrift hiervan niet voor 15 oktober daaropvolgend aan
                                    het college is gezonden. De in de eerste volzin bedoelde
                                    bouwopdracht is onherroepelijk en vermeldt de aanvangsdatum van
                                    het werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen,
                                    waarbinnen het werk wordt opgeleverd. De in de eerste volzin
                                    bedoelde overeenkomsten zijn onherroepelijk. Een huur- of
                                    erfpachtovereenkomst vermeldt de datum van inwerkingtreding,
                                    alsmede de duur van de overeenkomst. Een koopovereenkomst
                                    vermeldt de datum van aankoop. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                    overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid
                                    veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet aan de
                                    aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager voor 1 september
                                    een schriftelijk gemotiveerd verzoek tot verlenging van de
                                    termijn, als bedoeld in het eerste lid, bij het college heeft
                                    ingediend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college beslist voor 15 september op het verzoek tot
                                    verlenging van de termijn. Indien het ingewilligd, wordt in het
                                    besluit aangegeven tot welke datum de termijn als bedoeld in het
                                    eerste lid wordt verlengd.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3.1</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>19</nr>
                <titel>Indiening aanvraag</titel>
              </kop>
              <al>Een aanvraag tot bekostiging van een voorziening in de huisvesting
                                die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden,
                                kan worden ingediend bij het college. Hierbij kan gebruik worden
                                gemaakt van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>20</nr>
                <titel>Inhoud aanvraag</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens zoals vermeld in
                                    artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop dient de aanvrager
                                    de volgende gegevens te verstrekken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>een nadere aanduiding van de omstandigheden die de
                                            voorziening in de huisvesting spoedeisend maken;</al></li>
                  <li nr="b"><al>de reden waarom de voorziening in de huisvesting niet
                                            kon worden aangevraagd in het kader van een nog vast te
                                            stellen programma;</al></li>
                  <li nr="c"><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van
                                            de school, die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                            vereisten, tenzij het een voorziening betreft als
                                            bedoeld in artikel 2 onder a, onderdelen 6 tot en met 8
                                            en artikel 2 onder d en e;</al></li>
                  <li nr="d"><al>een begroting van de kosten gemoeid met de uitvoering
                                            indien het een voorziening betreft als bedoeld in
                                            artikel 4, derde lid, laatste volzin.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Indien naar het oordeel van het college een of meer gegevens als
                                    bedoeld in het eerste lid ontbreken, wordt dit binnen twee weken
                                    na datum van indiening van de aanvraag schriftelijk medegedeeld
                                    aan de aanvrager. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld
                                    de ontbrekende gegevens binnen twee weken na ontvangst van de
                                    mededeling in te dienen bij het college. Indien de aanvrager de
                                    vereiste ontbrekende gegevens niet binnen de in de vorige volzin
                                    bedoelde termijn heeft verstrekt, besluit het college de
                                    aanvraag niet te behandelen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>3.2</nr>
              <titel>Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>21</nr>
                <titel>Tijdstip beslissing</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de
                                    aanvraag of binnen vier weken nadat de aanvullende gegevens zijn
                                    verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Binnen twee weken na
                                    de datum van de beslissing wordt de aanvrager hiervan
                                    schriftelijk in kennis gesteld door het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Indien een beschikking niet binnen vier weken kan worden
                                    gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en
                                    noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking
                                    wel tegemoet kan worden gezien.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>22</nr>
                <titel>Inhoud beslissing</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien het college
                                    heeft vastgesteld dat het treffen van de voorziening, gelet op
                                    de voortgang van het onderwijs, geen uitstel kan lijden en geen
                                    van de in de Wet op het primair onderwijs opgenomen
                                    weigeringsgronden van toepassing is. Bij deze vaststelling past
                                    het college de regels toe met betrekking tot:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I ; </al></li>
                  <li nr="b"><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II ; </al></li>
                  <li nr="c"><al>de oppervlakte en indeling van gebouwen als bedoeld in
                                            bijlage III . </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De beslissing van het college kan een gedeelte van de gewenste
                                    voorziening dan wel een andere dan de gevraagde voorziening
                                    omvatten. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college vermeldt welk genormeerd bedrag ingevolge het
                                    bepaalde in bijlage IV , deel A voor de toegewezen voorziening
                                    beschikbaar wordt gesteld, dan wel wat het geraamde bedrag is
                                    indien het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 4,
                                    derde lid, laatste volzin. Bij de beschikking stelt het college
                                    vast voor welke datum een bouwopdracht moet zijn verleend, dan
                                    wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst moet zijn gesloten,
                                    en voor welke datum een afschrift daarvan aan de raad moet zijn
                                    toegezonden. Binnen vier maanden na de datum van de beschikking
                                    door het college moet een bouwopdracht zijn verleend, dan wel
                                    een koop-, huur-, of erfpachtovereenkomst zijn gesloten. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>23</nr>
                <titel>Uitvoering beslissing</titel>
              </kop>
              <al>Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21, eerste
                                lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het college zo
                                spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze van
                                uitvoering.</al>
              <al>Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 is daarbij van
                                overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van de
                                termijn, genoemd in artikel 16, tweede lid, eerste volzin, een
                                termijn van drie weken geldt.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>24</nr>
                <titel>Vervallen aanspraak bekostiging</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien niet voor de in artikel 22, derde lid bedoelde
                                    tijdstippen een bouwopdracht is verleend, dan wel een koop-,
                                    huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift
                                    daarvan is gezonden aan het college, vervalt de aanspraak op
                                    bekostiging. Ten aanzien van de inhoud van een bouwopdracht, dan
                                    wel koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is het bepaalde in
                                    artikel 18, eerste lid van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                    overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door bijzondere
                                    omstandigheden, die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen,
                                    en de aanvrager uiterlijk vier weken voor het verstrijken van
                                    deze datum een schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend
                                    bij het college tot verlenging van de termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op bekostiging
                                    op totdat het college op het verzoek beslist. Indien het college
                                    het verzoek inwilligt, noemt de raad een nieuwe datum waarop de
                                    aanspraak op bekostiging vervalt. Indien het college het verzoek
                                    afwijst, geldt de datum van beslissing op het verzoek als
                                    vervaldatum, met dien verstande dat deze datum niet voor de
                                    oorspronkelijke vervaldatum kan vallen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Bekostiging bouwvoorbereiding</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>25</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te dienen voor
                                plaatsing op het programma van een voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening als bedoeld in artikel 3, kan daaraan voorafgaand een
                                aanvraag voor bekostiging van de bouwvoorbereiding indienen bij het
                                college. Het betreft de voorbereiding voorafgaand aan het moment van
                                aanbesteding van die voorziening. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>De aanvraag wordt gedaan voor 1 mei van het jaar voorafgaand aan het
                                jaar waarin de bekostiging wordt gewenst. Hierbij kan gebruik worden
                                gemaakt van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:</al>
              <lijst>
                <li nr="a"><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li>
                <li nr="b"><al>de dagtekening;</al></li>
                <li nr="c"><al>de naam van de school ten behoeve waarvan de vergoeding
                                        wordt gewenst;</al></li>
                <li nr="d"><al>de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de
                                        gewenste locatie van de voorziening;</al></li>
                <li nr="e"><al>het gewenste tijdstip van realisering van de
                                        voorziening;</al></li>
                <li nr="f"><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                        school die voldoet aan de in bijlage II omschreven
                                        vereisten;</al></li>
                <li nr="g"><al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak van de
                                        vervanging blijkt, indien het nieuwbouw betreft ter
                                        vervanging van een bestaand gebouw. Bij de rapportage wordt
                                        gebruik gemaakt van het door het college vastgestelde
                                        formulier 'Bouwkundige opname';</al></li>
                <li nr="h"><al>een begroting van de kosten als bedoeld in het eerste lid,
                                        indien de bekostiging bouwvoorbereiding is aangemerkt als
                                        een voorziening bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                        volzin.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in het derde
                                lid, deelt het college dit voor 15 mei schriftelijk mee aan de
                                aanvrager en stelt hem in de gelegenheid om voor 15 juni de gegevens
                                aan te vullen. Het gestelde in artikel 7, derde lid is daarbij van
                                overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>26</nr>
              <titel>Toelichting en overleg aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Ten aanzien van het geven van een toelichting op de aanvraag of het
                                overleg over de begroting, als bedoeld in het vorige artikel, is het
                                bepaalde in artikel 9 van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Voordat het college een besluit neemt over de aanvraag voor
                                bekostiging van bouwvoorbereiding, treedt het college in overleg met
                                de aanvrager. Dit overleg vindt plaats tezamen met het overleg als
                                bedoeld in artikel 10, eerste lid. Artikel 10, tweede, derde en
                                vierde lid, zijn daarbij van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>27</nr>
              <titel>Beschikking op aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Het college neemt voor het tijdstip, als bedoeld in artikel 11,
                                tweede lid, een beslissing op de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>De aanvraag wordt toegewezen indien en voor zover:</al>
              <lijst>
                <li nr="a"><al>er voldoende middelen voor de vergoeding van de kosten van
                                        bouwvoorbereiding beschikbaar zijn;</al></li>
                <li nr="b"><al>de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende
                                        vaststaat;</al></li>
                <li nr="c"><al>er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in het
                                        gewenste jaar van uitvoering voor bekostiging in aanmerking
                                        kan worden gebracht. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt de beschikking tot
                                welk bedrag de kosten van bouwvoorbereiding worden vergoed. Het
                                bedrag kan in termijnen aan de aanvrager beschikbaar worden gesteld,
                                echter steeds op een zodanig tijdstip dat de aanvrager aan zijn
                                financiële verplichtingen jegens derden die hij heeft ingeschakeld
                                bij de bouwvoorbereiding, kan voldoen. De aanvrager en het college
                                maken afspraken over de daadwerkelijke beschikbaarstelling van het
                                bedrag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door de
                                aanvrager geen rechten worden ontleend ten aanzien van de plaatsing
                                van de voorziening op enig toekomstig programma. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>28</nr>
              <titel>Vervallen aanspraak vergoeding</titel>
            </kop>
            <al>De aanspraak op bekostiging van bouwvoorbereiding vervalt, indien de
                            aanvrager niet voor 15 september van het jaar dat volgt op het jaar
                            waarin het besluit is genomen, daadwerkelijk is gestart met de
                            bouwvoorbereiding en niet voor 1 oktober daaropvolgend informatie heeft
                            verstrekt aan het college waaruit dit blijkt.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Medegebruik en verhuur</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.1</nr>
              <titel>Medegebruik ten behoeve van onderwijs of educatie</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>29</nr>
                <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een
                                gebouw of </al>
              <al>terrein, bestemd voor een school, indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a"><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij
                                        een school berekend volgens het gestelde in bijlage III,
                                        delen A en B en het bevoegd gezag van die school een
                                        aanvraag als bedoeld in artikel 6 of 19 voor medegebruik of
                                        uitbreiding heeft ingediend;</al></li>
                <li nr="b"><al>het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een
                                        andere huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door
                                        medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                        voorzien;</al></li>
                <li nr="c"><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij
                                        een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet
                                        educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de
                                        voor die school of instelling gangbare
                                        berekeningswijze;</al></li>
                <li nr="d"><al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een
                                        school;</al></li>
                <li nr="e"><al>er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een
                                        school.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>30</nr>
                <titel>Omschrijving leegstand</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:</al>
                <al>wanneer het betreft een gebouw van een school voor basisonderwijs
                                indien uit de vergelijking van het aantal vierkante meters
                                bruto-vloeroppervlakte zoals berekend op basis van bijlage III, deel
                                B en de capaciteit van het gebouw in vierkante meters
                                bruto-vloeroppervlakte zoals vastgesteld op basis van bijlage III,
                                deel A, blijkt dat er ten minste een aantal vierkante meters
                                bruto-vloeroppervlakte ter grootte van de in bijlage III, deel C
                                genoemde drempelwaarde niet nodig is voor de daar gevestigde school
                                of scholen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte:</al>
                <al>wanneer het een gebouw betreft dat wordt gebruikt door een of meer
                                scholen voor basisonderwijs, indien de som van het aantal klokuren
                                gebruik dat door het college wordt vergoed minder is dan 40
                                klokuren; </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>31</nr>
                <titel>Nalaten vordering; volgorde van vorderen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
                                    medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw
                                    waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden in gebruik
                                    heeft gegeven aan een andere school of scholen ten behoeve van
                                    het onderwijs aan die school of scholen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het
                                    gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de
                                    aan die scholen reeds ter beschikking staande
                                    huisvestingscapaciteit. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet
                                    wordt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in
                                            gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag,
                                            tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van
                                            leegstand in een ander gebouw een betere oplossing
                                            biedt;</al></li>
                  <li nr="b"><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin
                                            een school van dezelfde richting is gehuisvest en</al></li>
                  <li nr="c"><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het
                                            dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten
                                            behoeve waarvan de vordering plaatsvindt. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde
                                    gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de
                                    in het derde lid opgenomen volgorde afwijken. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>32</nr>
                <titel>Overleg en mededeling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering
                                    van leegstand in een lesgebouw of gymnastiekruimte, voert het
                                    college daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de
                                    leegstand gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de
                                    huisvesting is bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het
                                    overleg als bedoeld in artikel 10.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als
                                    bedoeld in artikel 11, doet het college schriftelijk mededeling
                                    van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt.
                                    Van deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in
                                    het overleg te kennen geeft geen bezwaar tegen de vordering te
                                    hebben. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering
                                    in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 19, voert
                                    het college daarover zo spoedig mogelijk overleg met het bevoegd
                                    gezag waarvan gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor
                                    de huisvesting is bestemd. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4</lidnr>
                <al>Binnen een week na het overleg als bedoeld in het vorige lid,
                                    doet het college schriftelijk mededeling van de vordering aan
                                    het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling
                                    kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg te
                                    kennen geeft geen bezwaar tegen de vordering te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5</lidnr>
                <al>De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in het
                                    tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve
                                            waarvan wordt gevorderd;</al></li>
                  <li nr="b"><al>een aanduiding van het aantal leerlingen ten behoeve
                                            waarvan gevorderd wordt of, indien het betreft het
                                            onderwijs in lichamelijke oefening, het aantal klokuren
                                            dat gevorderd wordt;</al></li>
                  <li nr="c"><al>een aanduiding van het gebouw waarop de vordering
                                            betrekking heeft;</al></li>
                  <li nr="d"><al>een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat
                                            gevorderd wordt;</al></li>
                  <li nr="e"><al>de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum
                                            van het medegebruik. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>33</nr>
                <titel>Vergoeding</titel>
              </kop>
              <al>De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling
                                overleg een vergoeding voor het medegebruik vast. Als het overleg
                                niet tot overeenstemming leidt wordt deze vergoeding gebaseerd op
                                het bedrag dat voor elke groep bij meer dan zes groepen door het
                                ministerie van OCW beschikbaar wordt gesteld binnen de
                                groepsafhankelijke programma’s van eisen, zoals jaarlijks
                                gepubliceerd door het ministerie van OCW.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.2</nr>
              <titel>Medegebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke
                                of recreatieve doeleinden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>34</nr>
                <titel>Aanduiding omstandigheden</titel>
              </kop>
              <al>Het college kan overgaan tot vordering indien:</al>
              <al>er sprake is van leegstand van een lesgebouw of een gymnastiekruimte
                                zoals bedoeld in artikel 30;</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>35</nr>
                <titel>Overleg en mededeling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Alvorens over te gaan tot vordering voert het college overleg
                                    met het bevoegd gezag. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                            wordt;</al></li>
                  <li nr="b"><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het
                                            onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al></li>
                  <li nr="c"><al>welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om te
                                            voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw
                                            gevestigde school hinder van het medegebruik
                                            ondervindt;</al></li>
                  <li nr="d"><al>wat naar de mening van het college en het bevoegd gezag
                                            een redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al></li>
                  <li nr="e"><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs een
                                            aanvang kan nemen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Binnen vier weken na afloop van het overleg, als bedoeld in het
                                    eerste lid, doet het college schriftelijk mededeling van de
                                    vordering tot medegebruik aan het bevoegd gezag. Indien het
                                    overlegheeft geleid tot afspraken, bevat de mededeling in ieder
                                    geval die afspraken. Voor zover het overleg niet tot
                                    overeenstemming heeft geleid, bevat de mededeling de beslissing
                                    van het college over deze punten. Indien het bevoegd gezag in
                                    het overleg te kennen geeft geen bezwaar te hebben tegen de
                                    vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier bedoeld
                                    worden afgezien. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>Paragraaf</label>
              <nr>5.3</nr>
              <titel>Verhuur</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>36</nr>
                <titel>Toestemming college</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1</lidnr>
                <al>Voordat het bevoegd gezag een huurovereenkomst sluit, vraagt het
                                    toestemming voor de verhuur aan het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2</lidnr>
                <al>Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en bevat
                                    een aanduiding van de huurder, en de bestemming van de te
                                    verhuren ruimte. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3</lidnr>
                <al>Het college verleent geen toestemming indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>de bestemming van de te verhuren ruimte in strijd is met
                                            bepalingen daaromtrent uit de Wet op het primair
                                            onderwijs;</al></li>
                  <li nr="b"><al>de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor een
                                            school.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>37</nr>
              <titel>Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Nadat het bevoegd gezag een gebouw of terrein niet meer nodig heeft
                                voor de huisvesting van een school, wordt het gebruik ervan zo
                                spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de datum genoemd in de
                                door het college en het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte
                                of de datum zoals vastgesteld door gedeputeerde staten bij de
                                beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van een
                                gezamenlijke akte. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake is van
                                achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein bedoeld in het
                                eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag
                                behoort, wordt, voordat de eigendomsoverdracht plaats vindt, een
                                staat van onderhoud opgemaakt. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het college
                                na overleg met het bevoegd gezag. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd
                                gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing, vastgesteld welk
                                deel van het onderhoud alsnog door het bevoegd gezag wordt
                                uitgevoerd of welk bedrag in plaats daarvan aan het college betaald
                                wordt. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, stellen
                                partijen vast welke handelwijze gevolgd wordt. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5</lidnr>
              <al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit
                                naar het oordeel van het college niet nodig is. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Gebruik gymnastiekruimte voor basisonderwijs.</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>38</nr>
              <titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit;
                                inroostering</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet>gebruik</vet>
            </al>
            <lijst>
              <li nr="1"><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs verstrekt
                                    jaarlijks voor 1 april voorafgaande aan het volgende schooljaar
                                    een opgave van de voor dat schooljaar voor de school gewenste
                                    onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de
                                    volgende gegevens: </al><lijst>
                  <li nr="a"><al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik uitgedrukt
                                            in een aantal klokuren; </al></li>
                  <li nr="b"><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of -ruimten waarin
                                            het gebruik wordt gewenst; </al></li>
                  <li nr="c"><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                            schoolweek wordt gewenst. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2"><al>De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van een
                                    gymnastiekruimte als bedoeld in het eerste lid wordt beschouwd
                                    als een aanvraag in de zin van artikel 19, met dien verstande
                                    dat op de afhandeling van een dergelijke aanvraag het bepaalde
                                    in dit artikel van toepassing is. </al></li>
              <li nr="3"><al>Het college stelt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het
                                    daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende opgaven een
                                    voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik door
                                    scholen voor basisonderwijs de op het grondgebied van de
                                    gemeente gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste
                                    onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de
                                    gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit
                                    van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte. </al></li>
              <li nr="4"><al>Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot
                                    inroostering het volgende in acht: </al><lijst>
                  <li nr="a"><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                            onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
                                            opgenomen in bijlage I, deel B; </al></li>
                  <li nr="b"><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
                                            gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte
                                            wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd
                                            voor die gymnastiekruimte; </al></li>
                  <li nr="c"><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
                                            mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5"><al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
                                    basisonderwijs de volgende gegevens: </al><lijst>
                  <li nr="a"><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                            ingeroosterd in een gymnastiekruimte; </al></li>
                  <li nr="b"><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de
                                            tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;
                                        </al></li>
                  <li nr="c"><al>een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
                                            gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
                                            gymnastiekruimte plaatsvindt; </al></li>
                  <li nr="d"><al>voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het
                                            aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel
                                            bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs voor
                                            bekostiging door de gemeente in aanmerking komt, wordt
                                            vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het
                                            bevoegd gezag van de school. Het college neemt het
                                            aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d slechts
                                            op in het voorstel tot inroostering voor zover daarvoor
                                            nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is
                                            gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor
                                            bekostiging door de gemeente in aanmerking komt. </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="6"><al>Het voorstel tot inroostering wordt door het college binnen twee
                                    weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen
                                    voor basisonderwijs. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij
                                    uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg
                                    vindt plaats binnen twee weken na toezending van het voorstel.
                                    In het overleg worden de vertegenwoordigers van de bevoegde
                                    gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het
                                    voorstel tot inroostering. </al></li>
              <li nr="7"><al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen
                                    stelt het college voor 15 juni volgend op de genoemde datum in
                                    het derde lid, de definitieve inroostering vast van het gebruik
                                    van de gymnastiekruimte voor het volgende schooljaar. Indien het
                                    college daarbij afwijkt van een of meer in het overleg als
                                    bedoeld in het zesde lid naar voren gebrachte reacties, dan
                                    wordt dit gemotiveerd. </al></li>
              <li nr="8"><al>Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering ontvangen
                                    de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke
                                    mededeling van het college over de inroostering in de
                                    beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag
                                    staande school of scholen voor het volgende schooljaar. Deze
                                    mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van
                                    artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin
                                    van artikel 32, vierde lid. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>39</nr>
              <titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel>
            </kop>
            <al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al>
            <al>In bijlage VI is het eigen beleid van de gemeente Graafstroom ten
                            aanzien de uitvoering van de Verordening Voorzieningen Huisvesting
                            Onderwijs opgenomen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>40</nr>
              <titel>Indexering</titel>
            </kop>
            <al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV, deel A opgenomen prijsindexen en systematiek
                            van prijsbijstelling vast. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>41</nr>
              <titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1"><al>De verordening kan worden aangehaald als Verordening
                                    Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Molenwaard.</al></li>
              <li nr="2"><al>De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs treedt (met
                                    terugwerkende kracht) in werking op 1 januari 2013.</al></li>
              <li nr="3"><al>Met ingang van 1 januari 2013 wordt (met terugwerkende kracht)
                                    de Verordeningen Voorzieningen Huisvesting Onderwijs
                                    Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland ingetrokken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Besloten in de openbare raadsvergadering van 15 januari 2013.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>Drs. T.W. Kanters D.R. van der Borg </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage I Criteria voor beoordeling van aangevraagde
                        voorzieningen</titel>
        </kop>
        <al>Per voorziening worden hieronder opgesomd de nadere voorwaarden waaronder
                    behoudens de financiële toets de voorziening voor bekostiging in aanmerking
                    komt. De criteria voor beoordeling van aangevraagde voorzieningen vallen uiteen
                    in twee delen:</al>
        <al>deel A: lesgebouwen;</al>
        <al>deel B: voorzieningen voor lichamelijke oefening.</al>
        <tussenkop>DEEL A Lesgebouwen</tussenkop>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs </tussenkop>
        <al>De voorzieningen genoemd onder 1.2, 1.3.1, 1.3.2, en 1.9c worden niet
                    noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts in
                    bijzondere omstandigheden is dat wel het geval, zulks na overleg met het bevoegd
                    gezag en ter beoordeling van het college.</al>
        <tussenkop>1.1 Nieuwbouw</tussenkop>
        <al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al>
        <al>a het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                    bekostiging in aanmerking brengt;</al>
        <al>b1 het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                    voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet
                    aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vijftien jaren
                    deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al>
        <al>b2 het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat
                    voor een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, de prognose, die voldoet
                    aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende tenminste vier jaren
                    deze leerlingen kunnen worden verwacht en</al>
        <al>c.het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken
                    gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000 meter
                    hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te realiseren.</al>
        <tussenkop>1.2 Vervangende bouw</tussenkop>
        <al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al>
        <al>ahet in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                    zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname als bedoeld in
                    artikel 7, tweede lid onder c, zodat onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk
                    resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de levensduurverlenging);</al>
        <al>b1 het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn (of zullen zijn) en
                    dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet
                    aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien
                    jaren deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al>
        <al>b2 het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn en dat voor een voor
                    tijdelijk gebruik </al>
        <al>bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                    aantoont dat gedurende ten minste vier jaren deze leerlingen kunnen worden
                    verwacht en</al>
        <al>c het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te maken
                    gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000</al>
        <al>meter hemelsbreed een passende huisvesting voor de school te realiseren.</al>
        <al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als:</al>
        <lijst>
          <li nr="d"><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt, zulks ter
                            beoordeling van het college;</al></li>
          <li nr="e"><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                            herschikkingsoperatie;</al></li>
          <li nr="f"><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening
                            noodzakelijk is. </al></li>
        </lijst>
        <al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk is dat het
                    oude gebouw moet worden gesloopt, vindt toekenning van sloopkosten plaats.</al>
        <tussenkop>1.3 Uitbreiding</tussenkop>
        <tussenkop>1.3.1 Uitbreiding algemeen</tussenkop>
        <al>De noodzaak voor uitbreiding blijkt uit:</al>
        <al>a.het feit dat er ten minste zoveel te huisvesten leerlingen aanwezig zijn, dat
                    de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op grond van bijlage III, deel B, de
                    capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, met
                    tenminste de in bijlage III, deel C genoemde drempelwaarde overschrijdt, en</al>
        <al>b1 het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                    aantoont dat gedurende ten minste vijftien aaneengesloten jaren voor een voor
                    blijvend gebruik bestemde uitbreiding deze leerlingen kan (kunnen) worden
                    verwacht of </al>
        <al>b2 het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                    aantoont dat gedurende ten minste vier aaneengesloten jaren voor een voor
                    tijdelijk gebruik bestemde uitbreiding deze leerlingen kan (kunnen) worden
                    verwacht of </al>
        <al>b3 het feit dat de laatste teldatum voor het indienen van de aanvraag aantoont,
                    dat er leerlingen aanwezig zijn die niet voor maximaal vier aaneengesloten jaren
                    binnen het gebouw of de gebouwen kunnen worden gehuisvest, en </al>
        <al>c1 het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of geschikt te
                    maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door medegebruik binnen 2000 meter
                    hemelsbreed een passende extra huisvesting voor de school te realiseren. </al>
        <tussenkop>1.4 Ingebruikneming van een bestaand gebouw</tussenkop>
        <al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al>
        <al>a1 het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                    bekostiging in aanmerking brengt of</al>
        <al>a2 het feit dat het huidige gebouw voor vervanging of uitbreiding in aanmerking
                    komt, terwijl</al>
        <al>b1 de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor
                    blijvend gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten
                    uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren deze leerlingen
                    kunnen worden verwacht of</al>
        <al>b2 de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en dat voor een voor
                    tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten
                    uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren deze leerlingen
                    kunnen worden verwacht en</al>
        <al>c er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door medegebruik
                    een passende huisvesting voor de school te realiseren;</al>
        <al>d er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken gebouw aanwezig is of
                    op korte termijn beschikbaar komt en</al>
        <al>e de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke verhouding,
                    zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte van de kosten van
                    vervangende bouw of uitbreiding.</al>
        <tussenkop>1.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen</tussenkop>
        <al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit dat:</al>
        <al>aer op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit bijlage II een
                    tijdelijke behoefte aan huisvesting voor ten minste vier jaren is, waarin
                    beschikbare lege of leegkomende noodlokalen op een afstand van meer dan 2000
                    meter hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl</al>
        <al>b er binnen 2000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om door medegebruik
                    een passende huisvesting voor de school te realiseren en</al>
        <al>cde kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de kosten van een
                    nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en dezelfde
                    tijdsduur, zulks ter beoordeling van het college.</al>
        <tussenkop>1.6 Terrein</tussenkop>
        <al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt
                    uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of verplaatsing
                    van noodlokalen toestemming wordt gegeven en verwerving of uitbreiding van (een
                    deel van) een terrein noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren,
                    zodanig dat de oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in
                    bijlage III, deel D.</al>
        <tussenkop>1.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</tussenkop>
        <al>De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair blijkt
                    uit het feit dat er sprake is van toekenning van een voorziening in de
                    huisvesting en daarbij sprake is van uitbreiding van de totale
                    huisvestingscapaciteit van de school en voor zo'n uitbreiding voor 1 januari
                    2009 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden.</al>
        <tussenkop>1.8 Medegebruik </tussenkop>
        <al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er ten minste zoveel
                    leerlingen aanwezig zijn, dat de ruimtebehoefte, zoals vastgesteld op grond van
                    bijlage III, deel B, de capaciteit van het gebouw als vastgesteld op grond van
                    bijlage III, deel A, met tenminste de in bijlage III, deel C genoemde
                    drempelwaarde overschrijdt.</al>
        <tussenkop>1.9 Aanpassing </tussenkop>
        <al>De voorziening aanpassing bestaat uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="a"><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het basisonderwijs, gelet op de eisen gesteld in
                            bijlage III, delen A en D;</al></li>
          <li nr="b"><al>een integratieverbouwing om een ander gebouw te kunnen afstoten;</al></li>
          <li nr="c"><al>voorzieningen in verband met eisen voortkomend uit de wet- en
                            regelgeving;</al></li>
          <li nr="d"><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties; en</al></li>
          <li nr="e"><al>het terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers en/of het
                            aanbrengen </al></li>
          <li nr="f"><al>van een traplift bij meerlaagse schoolgebouwen.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Ad a</tussenkop>
        <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat ingebruikneming van het
                    desbetreffende gebouw op basis van de beoordelingscriteria, zoals genoemd onder
                    1.4, noodzakelijk is, doch het gebouw niet voldoet aan de huisvestingseisen voor
                    een school voor basisonderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks
                    ter beoordeling van het college, te verwezenlijken zijn.</al>
        <tussenkop>Ad b</tussenkop>
        <al>De noodzaak voor een integratieverbouwing teneinde een schoolgebouw te kunnen
                    afstoten blijkt uit het feit dat door terugloop van het aantal leerlingen het
                    gebruik van een gebouw kan of moet worden beëindigd omdat binnen een of meer
                    andere gebouwen in gebruik bij de school voldoende ruimte aanwezig is, terwijl
                    deze niet zijn ingericht voor het onderwijs aan vier- en vijfjarigen of zes- tot
                    twaalfjarigen.</al>
        <tussenkop>Ad c</tussenkop>
        <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van het gebouw
                    met de geldende wet- en regelgeving, terwijl dat verschil op korte termijn moet
                    worden opgeheven.</al>
        <tussenkop>Ad d</tussenkop>
        <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de oliegestookte
                    verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert dat vervanging
                    noodzakelijk is.</al>
        <tussenkop>Ad e/f</tussenkop>
        <al>De noodzaak voor deze activiteiten blijkt uit de aanwezigheid van een
                    gehandicapte leerling of leraar waarvoor vanwege de handicap de betreffende
                    voorziening noodzakelijk is. Voorzover het betreft het aanbrengen van een
                    traplift, dient het tevens niet mogelijk te zijn om zodanige organisatorische
                    maatregelen te treffen dat het volledige onderwijsproces op de begane grond kan
                    worden gevolgd, respectievelijk kan worden gegeven.</al>
        <al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij noodzakelijk zijn en
                    indien de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                    gedurende ten minste vijftien jaren voldoende leerlingen om de school in stand
                    te kunnen houden, kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing
                    absoluut noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens de
                    prognose onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de aanpassing slechts
                    goedgekeurd als er geen andere, goedkopere, voorziening mogelijk is.</al>
        <tussenkop>1.10 Onderhoud</tussenkop>
        <al>De voorziening onderhoud bestaat uit de volgende activiteiten:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen brandtrap.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen erfscheiding.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen binnenkozijnen en –deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen buitenkozijnen en –deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale
                            verwarming.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen boeiboorden.</al></li>
        </lijst>
        <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of
                    een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie verkeert volgens de
                    bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl
                    regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat.</al>
        <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
        <al>-permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis van
                    een</al>
        <al> prognose, die voldoet aan de in bijlage II gestelde vereisten, het gebouw nog
                    ten minste vier </al>
        <al> jaar voor de school nodig is en</al>
        <al>-noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis van een
                    prognose, die</al>
        <al>- voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II, het gebouw nog ten minste vier
                    jaar voor de </al>
        <al>- school nodig is en voor de aanwezige leerlingen geen gebruik kan worden
                    gemaakt van</al>
        <al>- medegebruik elders.</al>
        <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al>
        <tussenkop>1.11 Herstel van constructiefouten</tussenkop>
        <al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                    rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                    constructiefout. </al>
        <tussenkop>1.12 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en
                    meubilair in geval van bijzondere omstandigheden</tussenkop>
        <al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden
                    bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt
                    gehinderd. </al>
        <tussenkop>DEEL B Voorzieningen voor lichamelijke oefening</tussenkop>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs</tussenkop>
        <tussenkop>1.1 Nieuwbouw</tussenkop>
        <al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="a"><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                            bekostiging in aanmerking brengt en</al></li>
          <li nr="b"><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed
                            bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren gebruik te maken van
                            een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                            beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c"><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>1.2 Vervangende bouw</tussenkop>
        <al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="a"><al>het in zo'n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                            zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld
                            in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen
                            redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten opzichte van de
                            levensduurverlenging) en</al></li>
          <li nr="b"><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed
                            bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren gebruik te maken van
                            een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                            beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c"><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>1.3 Uitbreiding</tussenkop>
        <al>De noodzaak van uitbreiding van de oefenruimte blijkt uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="a"><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is dan 140
                            m2 en het effectief gebruik van de gymnastiekruimte daardoor belemmerd
                            wordt en</al></li>
          <li nr="b"><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed
                            bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren gebruik te maken van
                            een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen redelijke termijn
                            beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c"><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de groepen leerlingen
                            waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk
                            is aanwezig (zullen) zijn.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>1.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte</tussenkop>
        <al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al>
        <al>a1 het feit dat de minister de school voor het eerst voor bekostiging in
                    aanmerking brengt of</al>
        <al>a2 het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het gestelde bij 1.2
                    onder a, in aanmerking komt en</al>
        <lijst>
          <li nr="b"><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed bij
                            noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km hemelsbreed
                            bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren gebruik te maken van
                            een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                            beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al></li>
          <li nr="c"><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                            aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren het door het college
                            vastgestelde aantal klokuren aanwezig (zullen) zijn en</al></li>
          <li nr="d"><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                            verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten opzichte
                            van de kosten van vervangende bouw.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>1.5 Terrein</tussenkop>
        <al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein blijkt
                    uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw of de uitbreiding geen dan
                    wel onvoldoende terrein aanwezig is.</al>
        <tussenkop>1.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket</tussenkop>
        <al>De noodzaak van eerste inrichting onderwijsleerpakket blijkt uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="a"><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school is of wordt goedgekeurd en </al></li>
          <li nr="b"><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            eerste inrichting onderwijsleerpakket voor bewegingsonderwijs is
                            verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>1.7 Eerste inrichting meubilair</tussenkop>
        <al>De noodzaak van eerste inrichting meubilair blijkt uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="a"><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de desbetreffende
                            school is of wordt goedgekeurd en </al></li>
          <li nr="b"><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            eerste inrichting meubilair voor bewegingsonderwijs is verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <al>De noodzaak van aanvullende eerste inrichting meubilair blijkt uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="a"><al>het feit dat uitbreiding of ingebruikneming van een gymnastiekruimte
                            voor de desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en </al></li>
          <li nr="b"><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet eerder
                            (een deel van) het noodzakelijke meubilair is verstrekt.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>1.8 Medegebruik</tussenkop>
        <al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat het door het college
                    vastgestelde aantal klokuren gymnastiek noodzakelijk is en waarvoor binnen de
                    momenteel in gebruik zijnde gymnastiekruimte(n) geen plaats is.</al>
        <tussenkop>1.9 Aanpassing</tussenkop>
        <al>De aanpassingen bestaan uit:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij de gymnastiekruimte
                            ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik, dan wel de
                            mogelijkheden tot medegebruik, van de gymnastiekruimte;</al></li>
          <li nr="2."><al>het maken van voldoende kleedgelegenheid waar deze bij de
                            gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief
                            gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de
                            gymnastiekruimte;</al></li>
          <li nr="3."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw anders
                            niet geschikt is voor het primair onderwijs gelet op de eisen gesteld in
                            bijlage III, delen A en D;</al></li>
          <li nr="4."><al>voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving;</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Ad 1</tussenkop>
        <al>De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee wasgelegenheden zijn.</al>
        <tussenkop>Ad 2</tussenkop>
        <al>De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee kleedruimten zijn.</al>
        <tussenkop>Ad 3</tussenkop>
        <al>De noodzaak blijkt uit het feit dat ingebruikneming van het desbetreffende
                    gebouw op basis van de beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 1.4,
                    noodzakelijk is, doch het gebouw niet voldoet aan de inrichtingseisen voor
                    gymnastiekruimten voor het basisonderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke </al>
        <al>kosten, zulks ter beoordeling van het college, te verwezenlijken zijn.</al>
        <tussenkop>Ad 4</tussenkop>
        <al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen van het gebouw
                    met de geldende wet- en regelgeving, terwijl onontkoombaar is dat dit verschil
                    op korte termijn moet worden opgeheven.</al>
        <tussenkop>1.10 Onderhoud</tussenkop>
        <al>De voorziening onderhoud bestaat uit de volgende activiteiten:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>Vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen brandtrap.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen erfscheiding.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen binnenkozijnen en –deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen buitenkozijnen en –deuren inclusief hang- en sluitwerk.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen radiatoren, convectoren, leidingen voor centrale
                            verwarming.</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en goten</al></li>
          <li nr="-"><al>Vervangen boeiboorden.</al></li>
        </lijst>
        <al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of
                    een gedeelte daarvan ten minste in een matige conditie verkeert volgens de
                    bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl
                    regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat.</al>
        <al>Noodzakelijk onderhoud aan:</al>
        <al>-permanente gebouwen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis van
                    een</al>
        <al> prognose, die voldoet aan de in bijlage II gestelde vereisten, het gebouw nog
                    ten minste vier </al>
        <al> jaar voor de school nodig is en</al>
        <al>-noodlokalen komt voor bekostiging in aanmerking indien op basis van een
                    prognose, die</al>
        <al>- voldoet aan de vereisten gesteld in bijlage II, het gebouw nog ten minste vier
                    jaar voor de </al>
        <al>- school nodig is en voor de aanwezige leerlingen geen gebruik kan worden
                    gemaakt van</al>
        <al>- medegebruik elders.</al>
        <al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al>
        <tussenkop>1.11 Herstel constructiefouten</tussenkop>
        <al>De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een bouwkundige
                    rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om (herstel van) een
                    constructiefout.</al>
        <tussenkop>1.12 Herstel of vervanging van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en </tussenkop>
        <tussenkop>meubilair in geval van bijzondere omstandigheden</tussenkop>
        <al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door de opgetreden
                    bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt
                    gehinderd.</al>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage II Criteria voor opstelling en toetsing van
                        leerlingprognoses</titel>
        </kop>
        <al>De prognose van het aantal te verwachten leerlingen van de school als bedoeld in
                    artikel 7, tweede lid onder a, artikel 20, eerste lid onder c, en artikel 25,
                    derde lid onder f, wordt gemaakt voor een periode van ten minste vijftien jaren
                    te starten met het gewenste jaar van bekostiging. </al>
        <al>In bijlage I is voor de voorzieningen aanpassing en onderhoud aangegeven van
                    welke prognosetermijn moet worden uitgegaan. Leidraad hierbij is geweest dat
                    voor (meer) ingrijpende voorzieningen een lange termijnprognose vereist is,
                    terwijl voor voorzieningen met minder financieel gevolg die noodzakelijk zijn om
                    het gebouw te kunnen blijven gebruiken, volstaan kan worden met een
                    korte-termijnprognose.</al>
        <al>De prognose geeft per jaar inzicht in het aantal te verwachten leerlingen van de
                    school of nevenvestiging door in elk geval rekening te houden met:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het voedingsgebied of de voedingsgebieden;</al></li>
          <li nr="b."><al>de aanwezige bevolking, verdeeld in relevante leeftijdsgroepen;</al></li>
          <li nr="c."><al>de woningvoorraad en wijzigingen daarin inclusief een eventuele
                            uitbreiding van het voedingsgebied;</al></li>
          <li nr="d."><al>de veranderingen in de onderscheiden leeftijdsgroepen van de bevolking
                            als gevolg van migratie, sterfte en geboorte;</al></li>
          <li nr="e."><al>de veranderingen in de bevolking als gevolg van wijzigingen in de
                            woningvoorraad;</al></li>
          <li nr="f."><al>de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling voor de
                            school en</al></li>
          <li nr="g."><al>het onderwijs dat wordt gegeven.</al></li>
        </lijst>
        <al>De prognose is niet meer dan twee jaar oud.</al>
        <al>De prognose omvat in elk geval de bovenstaande gegevens a t/m g voor een periode
                    van 6 jaar (de analyseperiode) met als laatste jaar het jaar voorafgaand aan de
                    indiening van de aanvraag.</al>
        <al>Het voedingsgebied van de school omvat het gebied waaruit het overgrote deel van
                    de leerlingen afkomstig is (of bij nieuwbouwwijken: zal zijn). Voor een
                    basisschool wordt bij de prognose in ieder geval een beschrijving geleverd van
                    het voedingsgebied op wijkniveau. Bij aanlevering van een prognose dienen de
                    relevante gegevens en berekeningen over de analyse- en prognoseperiode op papier
                    te zijn afgedrukt. Bij deze levering worden in elk geval de gebruikte
                    programmatuur en de aannames/assumpties met betrekking tot het gestelde onder d
                    tot en met g, waarop de prognose is gebaseerd, aangegeven en onderbouwd.</al>
        <al>Het college is bevoegd onderscheiden naar onderwijssoort nadere regels te
                    stellen betreffende de criteria waaraan een prognose moet voldoen. Voorafgaand
                    aan de vaststelling door het college vormen de nadere regels onderwerp van
                    overleg aangaande het lokaal onderwijsbeleid als bedoeld in artikel 2, tweede
                    lid onder b van de Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid Gemeente
                    Liesveld.</al>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage III Criteria voor oppervlakte en indeling</titel>
        </kop>
        <al>toelichting De criteria voor oppervlakte en indeling vallen uiteen in vier
                    delen:</al>
        <al>deel A: de bepaling van de capaciteit;</al>
        <al>deel B: wijze van bepalen van de ruimtebehoefte;</al>
        <al>deel C: de bepaling van de omvang van de toekenning;</al>
        <al>deel D: minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen.</al>
        <tussenkop>DEEL A: de bepaling van de capaciteit</tussenkop>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs</tussenkop>
        <al>De capaciteit van de gebouwen voor het basisonderwijs wordt volgens onderstaande
                    methodiek vastgesteld. Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag
                    van de school besluiten tot vermindering van de met onderstaande methodiek
                    vastgestelde capaciteit, indien de hiertoe beschikbaar komende ruimten worden
                    ingezet ten behoeve van onderwijskundige, culturele, maatschappelijke (waaronder
                    kinderopvang) en recreatieve doeleinden.</al>
        <tussenkop>1.1 Gebouwen van hoofd- en nevenvestigingen (inclusief de T en
                    B-dislocaties met </tussenkop>
        <tussenkop>een permanente of tijdelijke bouwaard)</tussenkop>
        <al>De bruto vloeroppervlakte (verder aan te duiden als bvo) van een gebouw is de
                    bvo zoals bepaald aan de hand van het gestelde in III-1, de 'Meetinstructie voor
                    het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het
                    primair onderwijs'.</al>
        <tussenkop>Basisschool </tussenkop>
        <al>De capaciteit van een gebouw voor een basisschool wordt vastgelegd in het bruto
                    vloeroppervlak van het gebouw. De capaciteit van het gebouw met een permanente
                    bouwaard en de capaciteit van de tijdelijke bouwaard worden afzonderlijk
                    vastgesteld.</al>
        <al>Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen
                    en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de
                    capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</al>
        <al>Indien sprake is van een schoolgebouw met een bruto-netto-verhouding in het
                    oppervlak die sterk afwijkt van sinds 1 januari 1997 gerealiseerde
                    schoolgebouwen, kan het schoolbestuur een verzoek indienen tot vaststelling van
                    een fictief bruto vloeroppervlak als grondslag voor de capaciteitsbepaling.</al>
        <tussenkop>1.2 Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke bouwaard </tussenkop>
        <al>Voor het bepalen van de capaciteit van dislocaties voor basisscholen geldt het
                    gestelde onder 1.1.</al>
        <tussenkop>1.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties </tussenkop>
        <al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van welk gebouw
                    als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is van een daling van het
                    aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het hoogste rangordenummer. Indien een
                    voorziening in de huisvesting bestaat uit een hoofdgebouw (van een school, een
                    hoofdvestiging of een nevenvestiging) en een of meer dislocaties, wordt de
                    rangorde tussen deze gebouwen vastgesteld. </al>
        <al>Dit is de rangorde zoals deze is vastgelegd in de gegevensadministratie van het
                    ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Indien de rangorde opnieuw
                    moet worden vastgesteld, doordat nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt
                    de rangorde als volgt vastgesteld. Het hoofdgebouw is het gebouw dat qua
                    oppervlakte, indeling en bouwkundige staat het meest geschikt is om als het
                    enige gebouw voor de school te dienen. Dit is in de regel het grootste gebouw.
                    Het hoofdgebouw krijgt nummer 1, vervolgens vindt doornummering plaats voor de
                    dislocaties met een permanente </al>
        <al>bouwaard te beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit en vervolgens
                    de dislocaties met een tijdelijke bouwaard te beginnen met de dislocatie met de
                    grootste capaciteit. Bij een fusie van twee of meer scholen wordt het gebouw van
                    de overblijvende school het hoofdgebouw. Indien de overige gebouwen van de bij
                    de fusie betrokken scholen noodzakelijk zijn voor de huisvesting van de
                    gefuseerde scholen, gelet op de capaciteit van het hoofdgebouw, dan krijgen zij
                    als dislocatie een plaats in de rangorde zoals hiervoor omschreven. De
                    vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het vorenstaande tenzij na
                    overleg tussen het bevoegd gezag van de school en het college, het college
                    anders beslist.</al>
        <tussenkop>1.4 Terrein</tussenkop>
        <al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de kadastrale
                    percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De
                    terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het
                    Kadaster. Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen
                    van het schoolterrein, dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van
                    de terreinoppervlakte vastgelegd.</al>
        <tussenkop>1.5 Inventaris </tussenkop>
        <al>Voor de inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 2009 alle scholen voor
                    basisonderwijs in de gemeente zijn voorzien van voldoende onderwijsleerpakket en
                    meubilair. De bruto vloeroppervlakte van de school is de basis voor de
                    vaststelling van de omvang van de aanwezige inventaris.</al>
        <tussenkop>1.6 Gymnastiekruimten </tussenkop>
        <tussenkop>1.6.1 Gymnastiekruimte</tussenkop>
        <al>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het basisonderwijs bedraagt 40
                    klokuren.</al>
        <tussenkop>1.6.2 Terrein</tussenkop>
        <al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het Kadaster.
                    Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande gymnastiekruimten gelegen op
                    eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt geregistreerd.</al>
        <tussenkop>1.6.3 Inventaris</tussenkop>
        <al>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te zijn.</al>
        <tussenkop>DEEL B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte</tussenkop>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs</tussenkop>
        <tussenkop>1.1 Lesgebouwen</tussenkop>
        <tussenkop>Basisschool</tussenkop>
        <al>Voor een basisschool is het aantal leerlingen en de gewichtensom bepalend voor
                    de huisvestingsbehoefte. De berekening voor de huisvestingsbehoefte wordt
                    uitgevoerd voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke
                    nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Zo'n nevenvestiging wordt voor de
                    ruimtebehoefteberekening beschouwd als een afzonderlijke school.</al>
        <al>De ruimtebehoefte is opgebouwd uit een basisruimtebehoefte en een toeslag in
                    verband met de gewichtensom. De basisruimtebehoefte van een basisschool wordt
                    berekend met de formule:</al>
        <al>B = 200 + 5,03 * L, waarbij</al>
        <al>B = basisruimtebehoefte in m2 bruto-vloeroppervlakte, rekenkundig afgerond op
                    hele vierkante meters, en</al>
        <al>L = het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de
                    prognose betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven.</al>
        <al>De toeslag wordt berekend met de formule:</al>
        <al>T = 1,40 * G, waarbij</al>
        <al>T = toeslag in m2 bruto-vloeroppervlakte, rekenkundig afgerond op hele vierkante
                    meters en </al>
        <al>G = gecorrigeerde gewichtensom.</al>
        <al>De gecorrigeerde gewichtensom wordt als volgt bepaald:</al>
        <al>bepaal de (ongecorrigeerde) gewichtensom (= de optelling van alle gewichten van
                    alle ingeschreven leerlingen);</al>
        <al>verminder de ongecorrigeerde gewichtensom met een bedrag ter grootte van 6,0 %
                    van het aantal ingeschreven leerlingen, waarbij de gewichtensom niet kleiner dan
                    0 mag worden. </al>
        <al>De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal.</al>
        <al>Als de aldus verkregen gewichtensom meer bedraagt dan 80 % van het aantal
                    ingeschreven leerlingen, wordt de gewichtensom vastgesteld op 80 % van het
                    aantal ingeschreven leerlingen.</al>
        <tussenkop>1.2 Gymnastiekruimten</tussenkop>
        <tussenkop>Basisschool</tussenkop>
        <al>Voor een basisschool is het aantal gymgroepen bepalend voor het aantal klokuren
                    gymnastiek. Het aantal gymgroepen is afhankelijk van het aantal
                    formatieplaatsen, zoals bepaald in de modelbeleidsregel voor bekostiging
                    gymnastiekruimte voor basisonderwijs. Per gymgroep 6-12-jarigen wordt uitgegaan
                    van maximaal 1,5 klokuur gymnastiek.</al>
        <al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe accommodatie
                    voor een basisschool, wordt het aantal gymgroepen bepaald door het aantal
                    leerlingen dat op 1 oktober voorafgaand aan elk jaar waarop de prognose, als
                    bedoeld in bijlage II, betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven.</al>
        <tussenkop>DEEL C De bepaling van de omvang van de toekenning</tussenkop>
        <al>De bepaling van de omvang van een inhoudelijk goedgekeurde voorziening is
                    noodzakelijk om op basis van bijlage IV, de financiële normering, de financiële
                    consequenties vast te stellen.</al>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs </tussenkop>
        <tussenkop>1.1 Voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde
                    voorziening:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>nieuwbouw, dan wel</al></li>
          <li nr="·"><al>vervangende nieuwbouw</al></li>
        </lijst>
        <al>wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen waarvoor huisvesting
                    noodzakelijk is. Het bijbehorend aantal vierkante meter brutovloeroppervlak
                    wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage: 'Wijze van bepalen
                    van de ruimtebehoefte'.</al>
        <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als de hierboven genoemde
                    ruimtebehoefte gedurende tenminste vijftien jaar zal blijven bestaan. Er is
                    sprake van een voorziening voor tijdelijk gebruik als de hierboven
                    ruimtebehoefte tenminste vier jaar en korter dan vijftien jaar zal blijven </al>
        <al>bestaan.</al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde
                    voorziening:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>uitbreiding, dan wel </al></li>
          <li nr="·"><al>uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, dan wel </al></li>
          <li nr="·"><al>ingebruikneming dan wel</al></li>
          <li nr="·"><al>medegebruik</al></li>
        </lijst>
        <al>wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de capaciteit, zoals
                    beschreven in deel A van deze bijlage en de ruimtebehoefte, zoals beschreven in
                    deel B van deze bijlage.</al>
        <al>Het verschil moet tenminste bedragen:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>55 m2 bruto-vloeroppervlakte voor een voor blijvend gebruik bestemde
                            voorziening basis-onderwijs;</al></li>
          <li nr="·"><al>40 m2 bruto-vloeroppervlakte voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                            voorziening basis-onderwijs;</al></li>
        </lijst>
        <al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als het hierboven
                    genoemde verschil gedurende tenminste vijftien jaar zal blijven bestaan. Er is
                    sprake van een voorziening voor tijdelijk gebruik als het hierboven genoemde
                    verschil tenminste vier jaar en korter dan vijftien jaar zal blijven
                    bestaan.</al>
        <tussenkop>1.2 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde
                    voorzieningen</tussenkop>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van
                    het terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om
                    het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet
                    gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en het gestelde in bijlage
                    III, deel D. </al>
        <al>Voor een basisschool wordt de omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik
                    bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening eerste
                    aanschaf van het onderwijsleerpakket, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf
                    van het onderwijsleerpakket, en meubilair wordt bepaald door de omvang in m2
                    bruto-vloeroppervlakte van de goedgekeurde voorziening (vervangende) nieuwbouw
                    of uitbreiding. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan
                    wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening onderhoud wordt bepaald door de
                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik
                    bestemde voorziening herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het
                    gebouw, onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van
                    bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                    noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <tussenkop>1.3 Gymnastiekruimten</tussenkop>
        <al>De omvang van de goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt
                    bepaald door de minimumnormen bij de realisering zoals aangegeven in onderdeel D
                    van deze bijlage. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door de goedgekeurde onderdelen zoals aangegeven bij de criteria voor de
                    beoordeling van een voorziening in lichamelijke oefening, het onderdeel
                    uitbreiding (bijlage I). </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing wordt bepaald door de activiteiten die
                    minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het onderwijs,
                    dan wel voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het terrein,
                    wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om de
                    gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding van de gymnastiekruimte te realiseren
                    met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen met betrekking
                    tot de terreinoppervlakte. </al>
        <al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van het
                    meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de gymnastiekruimte,
                    wordt bepaald door de noodzakelijke eerste aanschaf van het meubilair voor
                    andere leerlingen dan waarvoor de gymnastiekruimte oorspronkelijk is bedoeld. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde onderhoud aan de gymnastiekruimte wordt bepaald
                    door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                    onderwijs. </al>
        <al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het herstel van
                    schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                    omstandigheden, wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk
                    zijn voor de voortgang van het onderwijs. </al>
        <tussenkop>DEEL D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen </tussenkop>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs</tussenkop>
        <al>minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het verharde gedeelte: 3 m2/ll
                    met een minimum van 300 m2 netto, vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met
                    600 m2 netto;</al>
        <al>minimumoppervlakte van een onderwijsruimte: 8 m2 netto;</al>
        <tussenkop>III-1 Overzicht 'Meetinstructie voor het vaststellen van de
                    bruto-vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair onderwijs' </tussenkop>
        <al>De vaststelling van de bruto-vloeroppervlakte van een schoolgebouw geschiedt
                    voor basisonderwijs volgens NEN 2580, met de volgende aantekeningen:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>de in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van
                            buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bruto-vloeroppervlakte
                            gerekend;</al></li>
          <li nr="·"><al>de oppervlakte van verbindende ruimten tussen in-of aanpandige
                            gymnastieklokalen wordt toegerekend aan het lesgebouw;</al></li>
          <li nr="·"><al>bij scheidingswanden tussen het lesgebouw en in-of aanpandig gelegen
                            gymnastieklokalen wordt de bruto-vloeroppervlakte gerekend tot het hart
                            van de scheidingsconstructie.</al></li>
        </lijst>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage IV Financiële normering</titel>
        </kop>
        <al>In onderstaande normbedragen voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding is
                    tevens een vergoeding voor bouwvoorbereiding opgenomen. Deze vergoeding omvat 8%
                    (bij projecten tot een bruto-vloeroppervlakte van 2500 m2) respectievelijk 5%
                    (bij grotere projecten) van het aangegeven normbedrag. Bij de uiteindelijke
                    genormeerde vergoeding van een op het programma geplaatste voorziening voor
                    (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding wordt de toegekende genormeerde
                    vergoeding voor de kosten van de bouwvoorbereiding in mindering gebracht. Alle
                    in deze bijlage genoemde bedragen zijn incl. BTW.</al>
        <al>De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen voor het jaar 2010 zijn aangepast
                    conform de systematiek van prijsbijstelling en indexering die is opgenomen in
                    hoofdstuk 4, Indexering.</al>
        <tussenkop>1 School voor basisonderwijs </tussenkop>
        <al>In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>nieuwbouw (paragraaf 1.1);</al></li>
          <li nr="·"><al>uitbreiding (paragraaf 1.2);</al></li>
          <li nr="·"><al>tijdelijke voorziening (paragraaf 1.3);</al></li>
          <li nr="·"><al>eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair (paragraaf
                            1.4);</al></li>
          <li nr="·"><al>aanpassing (paragraaf 1.5) en</al></li>
          <li nr="·"><al>gymnastiek (paragraaf 1.6).</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>1.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard) </tussenkop>
        <al>De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in een viertal
                    kostencomponenten, te weten:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>kosten voor terrein;</al></li>
          <li nr="·"><al>bouwkosten;</al></li>
          <li nr="·"><al>toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                            bouw;</al></li>
        </lijst>
        <al>In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van uitbreiding van een
                    gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen zoals opgenomen
                    in de financiële normering voor uitbreiding (permanente bouwaard). </al>
        <tussenkop>Kosten voor terreinen</tussenkop>
        <al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de
                    gemeente het bouwrijpe terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt
                    en het juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Indien een terrein
                    dient te worden aangekocht, zullen de kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten
                    behoeve van het programma. Ook bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke
                    terreinen kan het, ten behoeve van de interne verrekening tussen de
                    gemeentelijke diensten, wenselijk zijn om de kosten van de terreinen zichtbaar
                    te maken. Voor de bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij
                    de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Voor de
                    minimaal benodigde oppervlakte van het terrein wordt verwezen naar bijlage III,
                    deel D.</al>
        <al>In geval van vervangende nieuwbouw (op dezelfde plaats als het oude gebouw)
                    behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de kosten voor
                    terreinen.</al>
        <tussenkop>Bouwkosten</tussenkop>
        <al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, alsmede aanleg en
                    inrichting van het schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een startbedrag,
                    waarin inbegrepen een aantal m2 en een bedrag per m2 voor de overige m2.bvo. Met
                    deze vergoedingsbedragen kan en moet de in bijlage III aangegeven
                    bruto-vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</al>
        <al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="65*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="35*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 350 m2 bvo
                                    </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 721.164,93</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Elke volgende m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.234,12</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                    bouw op dezelfde plaats</tussenkop>
        <al>Indien vervangende nieuwbouw plaatsvindt op dezelfde plaats moet het
                    desbetreffende terrein daarna worden hersteld en dienen de leerlingen te
                    verhuizen naar een tijdelijke, vervangende locatie.</al>
        <al>De genormeerde vergoeding voor deze kosten, zoals hieronder opgenomen, is
                    gebaseerd op een vast bedrag per m2 bvo, afhankelijk van het type huisvesting
                    dat gesloopt dient te worden.</al>
        <al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school voor
                    basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="52*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="48*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Permanente bouw per m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 50,03</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Tijdelijke bouw per m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 34,33</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>1.2 Uitbreiding (permanente bouwaard)</tussenkop>
        <al>Voor uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard tot 1.035 m2
                    brutovloeroppervlakte is onderstaand de financiële normering weergegeven. Bij
                    grotere uitbreidingen dient te worden uitgegaan van de financiële normering voor
                    nieuwbouw (permanente bouwaard) (paragraaf 1.1).</al>
        <tussenkop>Kosten voor terrein</tussenkop>
        <al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien uitbreiding
                    van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van de kosten voor het
                    terrein dezelfde systematiek gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 1.1). </al>
        <tussenkop>Bouwkosten </tussenkop>
        <al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, alsmede extra aanleg en
                    inrichting van een deel van het schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een
                    startbedrag en een bedrag per m2 . Met deze vergoedingsbedragen kan en moet de
                    in bijlage III aangegeven bruto-vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</al>
        <al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="66*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="34*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m2 bvo of groter </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 105.607,42</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreidingen van 60 tot 115 m2 bvo </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 70.404,94</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.406,80</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>Toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende
                    bouw op dezelfde plaats</tussenkop>
        <al>Hiervoor gelden dezelfde bedragen als bij nieuwbouw (permanente bouwaard).</al>
        <tussenkop>1.3 Tijdelijke voorziening </tussenkop>
        <al>De hierna genoemde bedragen zijn afgestemd op de investeringslasten ten behoeve
                    van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid
                    gemaakt tussen enerzijds nieuwbouw als hoofdlocatie of uitbreiding van een
                    permanente locatie en anderzijds uitbreiding van een bestaande tijdelijke
                    voorziening. Daarnaast wordt ingegaan op realisering van een tijdelijke
                    voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw.
                    Wat betreft grondkosten wordt ervan uitgegaan dat een tijdelijke voorziening in
                    principe op het aanwezige terrein kan worden gerealiseerd. Is dit niet het geval
                    dan geldt voor de beschikbaarstelling van terrein dezelfde procedure als bij
                    nieuwbouw (paragraaf 1.1).</al>
        <tussenkop>Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente
                    hoofdlocatie</tussenkop>
        <al>De vergoeding bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m2. In deze bedragen
                    zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering, de toeslag voor
                    herstel en inrichting van terreinen alsmede eenmalige aansluitkosten op
                    nutsvoorzieningen.</al>
        <al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="74*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 41.069,17</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 27.379,45</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.009,26</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen</tussenkop>
        <al>De vergoeding bestaat uit een startbedrag en een bedrag per m2. In deze bedragen
                    zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en de toeslag voor
                    herstel en inrichting van terreinen.</al>
        <al>De vergoeding voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="74*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 23.085,31</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 15.390,20</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het startbedrag voor elke m2 bvo</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 1.057,53</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen</tussenkop>
        <al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden
                    gehuurd.</al>
        <al>In principe zijn er twee typen huur mogelijk: huur van een noodlokaal en huur
                    van een bestaand gebouw. Beide soorten huur worden vergoed op basis van
                    werkelijke kosten (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten)</al>
        <tussenkop>1.4 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</tussenkop>
        <tussenkop>Basisschool </tussenkop>
        <al>Het bedrag voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair tezamen
                    bestaat uit een basisbedrag en een bedrag per m2. De hierna opgenomen bedragen
                    zijn investeringsbedragen per school met een gegeven aantal m2. Bij uitbreiding
                    wordt het uit te keren bedrag bepaald aan de hand van het verschil tussen de
                    investeringsbedragen van de school met en zonder uitbreiding.</al>
        <al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende
                    bedragen (in euro): </al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="70*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Basisbedrag</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 36.910,69</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Naast het basisbedrag voor elke m2 bvo </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 129,12</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>1.5 Aanpassing</tussenkop>
        <al>Alle aanpassingen worden vergoed op basis van werkelijke kosten (zie deel B:
                    vergoeding op basis van feitelijke kosten).</al>
        <tussenkop>1.6 Gymnastiek</tussenkop>
        <tussenkop>Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop>
        <tussenkop>Nieuwbouw</tussenkop>
        <al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal voor een
                    basisschool met een bruto-vloeroppervlakte van 455 m2 bedraagt € 758.126,59 (op
                    het schoolterrein) respectievelijk € 773.460,15 (op afzonderlijk terrein). Deze
                    vergoeding omvat tevens de kosten van fundering op staal, alsmede de inrichting
                    van het terrein. De grondkosten zijn hierin niet begrepen.</al>
        <al>Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van
                    de benodigde paallengte.</al>
        <al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="66*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="34*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 1&lt;15 meter </al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 15.248,88</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 15&lt;20 meter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 21.021,37</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte &gt;20 meter</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 29.523,60</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>Uitbreiding</tussenkop>
        <al>Bij uitbreiding van gymnastiekruimte wordt in eerste instantie aangesloten bij
                    de vergoeding voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met een
                    bruto-vloeroppervlakte van 455 m2.</al>
        <al>Bij kleine gymnastiekzalen, waarvan de oefenvloer een oppervlakte heeft van 140
                    m2 of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252
                    m2. Afhankelijk van de benodigde uitbreiding zien de bedragen voor een
                    basisschool er als volgt uit:</al>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="70*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Uitbreiding met 112 t/m 120 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 176.141,14</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Uitbreiding met 120 t/m 150 m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 214.123,75</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>Indien bij de uitbreiding van de oefenvloer paalfundering noodzakelijk is, wordt
                    een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte.</al>
        <al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al>
        <table>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"/>
            <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="35*"/>
            <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="30*"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al/>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>112-120m2</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>121-150m2</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 1&lt;15m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 6.826,66</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 8.536,10</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte 15&lt;20m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 11.824,16</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 14.776,39</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry colname="col1">
                  <al>Paallengte &gt;=20m</al>
                </entry>
                <entry colname="col2">
                  <al>€ 19.331,20</al>
                </entry>
                <entry colname="col3">
                  <al>€ 24.164,00</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <tussenkop>OLP/meubilair</tussenkop>
        <al>De vergoeding voor de eerste inrichting met OLP/meubilair voor een
                    gymnastiekzaal bedraagt voor een basisschool € 49.448,86.</al>
        <tussenkop>2 Indexering</tussenkop>
        <tussenkop>Werkelijke prijsontwikkeling</tussenkop>
        <al>Jaarlijks worden de normbedragen aangepast aan de werkelijke prijsontwikkeling
                    tot 1 juli van het lopende jaar. Om te voorkomen dat elk jaar alle tabellen
                    aangepast zouden moeten worden, wordt jaarlijks na 1 juli het
                    prijsbijstellingscijfer bekendgemaakt. </al>
        <al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding wordt als prijsbijstellingscijfer
                    aangehouden het verschil tussen het CBS-indexcijfer 'Nieuwbouwwoningen;
                    outputindex 2000=100 (inclusief btw)', gepubliceerd in de 'Maandstatistiek
                    bouwnijverheid' van het CBS over het tweede kwartaal van het lopende jaar en het
                    tweede kwartaal van het daaraan voorafgaande jaar.</al>
        <al>Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en
                    meubilair en de klokuurvergoedingen gymnastiek wordt als prijsbijstellingscijfer
                    aangehouden het CBS-indexcijfer 'Consumentenindex van alle huishoudens'
                    (NR-reeks), gepubliceerd in de 'Maandstatistiek van de prijzen' van het CBS over
                    de maand juli van het lopende jaar en de maand juli van het daaraan voorafgaande
                    jaar. </al>
        <al>Indien de CBS-indexcijfers 'Nieuwbouwwoningen; outputindex 2000=100' over het
                    tweede kwartaal van het lopend jaar niet (tijdig) beschikbaar zijn, worden de
                    CBS-cijfers over het eerste kwartaal van het lopende én het tweede kwartaal van
                    het daaraan voorafgaande jaar gehanteerd.</al>
        <tussenkop>Verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het programma</tussenkop>
        <al>Naast de bijstelling van de prijzen tot 1 juli van het jaar waarin het programma
                    wordt vastgesteld is het noodzakelijk om een inschatting te maken van het
                    werkelijk prijsniveau in het jaar van uitvoering van het programma. Dit is
                    noodzakelijk om de hoogte van de vergoeding bij vaststelling van het programma
                    en het moment van vergoeding vast te stellen.</al>
        <al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding geldt als prijsindexcijfer het
                    MEV-cijfer (Macro-economische verkenning) 'bruto investeringen door bedrijven in
                    woningen', zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september.</al>
        <al>Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en
                    meubilair en de klokuurvergoeding gymnastiek geldt als prijsindexcijfer het
                    MEV-cijfer 'prijsmutatie van de netto-materiële overheidsconsumptie', zoals
                    bekendgemaakt op de derde dinsdag in september.</al>
        <tussenkop>Europese aanbesteding</tussenkop>
        <al>Voor opdrachten die vallen onder de Europese aanbesteding geldt de richtlijn van
                    de Europese Unie (2004/18/EG) met daarin de volgende bedragen:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>193.000 euro excl. BTW voor leveringen en diensten</al></li>
          <li nr="b."><al>4.845.000 euro excl. BTW voor werken.</al></li>
        </lijst>
      </bijlage>
      <bijlage>
        <kop>
          <titel>Bijlage V Criteria voor de urgentie van de aangevraagde
                        voorzieningen</titel>
        </kop>
        <tussenkop>1 Volgorde van hoofdprioriteiten</tussenkop>
        <al>Huisvestingsvoorzieningen aangevraagd voor hetzelfde jaar die voldoen aan de
                    criteria, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c worden ter
                    samenstelling van het programma en het overzicht gerangschikt in volgorde van
                    prioriteit.</al>
        <al>Ten eerste vindt de rangschikking plaats naar hoofdprioriteit:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage
                            III op te heffen;</al></li>
          <li nr="2."><al>voorzieningen noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven
                            i.c. onderhoud van gebouwen voor primair onderwijs;</al></li>
          <li nr="3."><al>voorzieningen noodzakelijk om te voldoen aan bij of krachtens de wet
                            gestelde verplichtingen bestaande uit aanpassingen voor zover deze geen
                            capaciteitsuitbreiding inhouden;</al></li>
          <li nr="4."><al>voorzieningen die wenselijk zijn als gevolg van nieuwe onderwijskundige
                            inzichten en/of gewenste bouwkundige aanpassingen om gebouwen aan te
                            passen aan de eigentijdse eisen van het onderwijs.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>Ad 1</tussenkop>
        <al>Hieronder vallen nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting (los van andere
                    voorzieningen aangevraagd), verplaatsing noodlokalen, medegebruik en het
                    inpandig of deels inpandig creëren van lesruimten, inclusief (voor zover van
                    toepassing) het daarbij horende terrein en de eerste inrichting. Ook vergroting
                    van de capaciteit voor onderwijs in de lichamelijke oefening bijvoorbeeld door
                    nieuwbouw van een gymnastiekruimte behoort tot deze hoofdprioriteit. Vervangende
                    bouw en ingebruikneming van een gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen
                    vallen slechts in deze hoofdprioriteit, indien zij dienen om een tekort aan
                    capaciteit op te heffen.</al>
        <tussenkop>Ad 2</tussenkop>
        <al>Vervangende bouw, ingebruikneming van een gebouw ter vervanging van een ander
                    gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen, onderhoud in het primair
                    onderwijs, herstel van constructiefouten, herstel of vervanging van schade in
                    bijzondere omstandigheden en de aanpassing 'vervanging van een oliegestookte
                    verwarmingsinstallatie' in het primair onderwijs vormen de tweede
                    hoofdprioriteit.</al>
        <tussenkop>Ad 3</tussenkop>
        <al>Aanpassingen van gebouwen voor primair onderwijs met uitzondering van het
                    (deels) inpandig creëren van lesruimten en vervanging van een oliegestookte
                    verwarming vallen onder hoofdprioriteit 3.</al>
        <tussenkop>Ad 4</tussenkop>
        <al>Invulling van hoofdprioriteit 4 zal afhangen van de gevolgen van nieuwe
                    onderwijskundige inzichten voor gebouwen. Daarnaast vallen hieronder de
                    activiteiten van aanpassingen van meer algemene aard en herstel of vervanging
                    van schade in bijzondere omstandigheden voor zover dit niet spoedeisend is.</al>
        <tussenkop>2 Nadere volgorde binnen de hoofdprioriteiten: de
                    subprioriteiten</tussenkop>
        <al>Vervolgens wordt binnen elke hoofdprioriteit op basis van de subprioriteit de
                    nadere volgorde bepaald. Daarbij wordt voor enige hoofdprioriteiten, namelijk de
                    hoofdprioriteiten 2, 3 en 4, de subprioriteit bepaald afhankelijk van de functie
                    die een ruimte heeft. Indien meerdere voorzieningen voor plaatsing op het
                    programma in aanmerking komen, worden de subprioriteiten steeds per voorziening
                    opnieuw toegepast.</al>
        <al>Onder <cursief>lesruimten</cursief> vallen: theorielokalen/leslokalen,
                    vaklokalen/speellokalen en gymnastiekruimten. </al>
        <al>Onder <cursief>niet-lesruimten</cursief> vallen: kabinetten, personeelsruimten
                    en overige nevenruimten binnen het gebouw.</al>
        <al>Onder het begrip <cursief>overige ruimte</cursief> vallen: bergingen,
                    fietsenstallingen en voorzieningen aan het terrein.</al>
        <tussenkop>2.1 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen om capaciteitstekorten als
                    bepaald op basis van bijlage III op te heffen' komt voor plaatsing op het
                    programma in aanmerking:</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van
                            schoolgebouwen;</al></li>
          <li nr="2."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van
                            schoolgebouwen en</al></li>
          <li nr="3."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk
                            kwantitatief tekort aan gymnastiekruimten opheft.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>2.2 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen noodzakelijk om een adequaat </tussenkop>
        <tussenkop>onderhoudsniveau te handhaven' komt voor plaatsing op het programma in </tussenkop>
        <tussenkop>aanmerking:</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>als eerste die voorziening aan een gebouw waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li>
          <li nr="2."><al>vervolgens die voorziening aan een theorielokaal/leslokaal waarbij
                            volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder
                            c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li>
          <li nr="3."><al>vervolgens die voorziening aan een vaklokaal /speellokaal/
                            gymnastiekruimte waarbij volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld
                            in artikel 7, lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt
                            toegekend;</al></li>
          <li nr="4."><al>vervolgens die voorziening aan een niet-lesruimte waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li>
          <li nr="5."><al>vervolgens die voorziening aan een overige ruimte waarbij volgens het
                            bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de
                            laagste score qua kwaliteit wordt toegekend.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>2.3 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen noodzakelijk om te voldoen
                    aan bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen waaronder aanpassingen voor
                    zover deze geen capaciteitsuitbreiding betreffen' komt voor plaatsing op het
                    programma in aanmerking:</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>als eerste de voorziening aan een gebouw dat niet voldoet aan de wet- en
                            regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het rapport zoals
                            bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is;</al></li>
          <li nr="2."><al>vervolgens de voorziening aan een theorielokaal/leslokaal dat niet
                            voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie
                            volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste
                            is; </al></li>
          <li nr="3."><al>vervolgens de voorziening aan een vaklokaal/ speellokaal/
                            gymnastiekruimte dat niet voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij
                            de bouwkundige conditie </al></li>
          <li nr="4."><al>volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste
                            is; </al></li>
          <li nr="5."><al>vervolgens de voorziening aan een niet-lesruimte die niet voldoet aan de
                            wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het
                            rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; en</al></li>
          <li nr="6."><al>vervolgens de voorziening aan een overige ruimte die niet voldoet aan de
                            wet en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het
                            rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is.</al></li>
        </lijst>
        <tussenkop>2.4 Binnen de hoofdprioriteit 'voorzieningen die wenselijk zijn als
                    gevolg van </tussenkop>
        <tussenkop>nieuwe onderwijskundige inzichten en/of gewenste bouwkundige aanpassingen
                    om gebouwen aan te passen aan de eigentijdse eisen van het onderwijs' komt voor
                    plaatsing op het programma in aanmerking:</tussenkop>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>als eerste de voorziening aanpassing als gevolg van onderwijskundige
                            vernieuwingen aan een gebouw dat aangepast wordt waarbij het aantal
                            groepen leerlingen het hoogst is;</al></li>
          <li nr="2."><al>vervolgens de voorziening voor theorielokalen/leslokalen waarbij het
                            percentage leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige beleid geldt
                            het hoogst is;</al></li>
          <li nr="3."><al>vervolgens de voorziening voor vaklokalen/ speellokalen/
                            gymnastiekruimten waarbij het percentage leerlingen waarvoor het nieuwe
                            onderwijskundige beleid geldt het hoogst is;</al></li>
          <li nr="4."><al>vervolgens de voorziening aan niet-lesruimte die als lesruimte in
                            gebruik wordt genomen waarbij het percentage leerlingen waarvoor nieuw
                            onderwijskundig beleid geldt het hoogst is;</al></li>
          <li nr="5."><al>vervolgens herstel of vervanging van schade in bijzondere
                            omstandigheden, waarbij de ernst van de schade het hoogst is; en</al></li>
          <li nr="6."><al>vervolgens de activiteit ten behoeve van aanpassingen van meer algemene
                            aard, waarbij de ouderdom van het niet-aangepaste gebouw het hoogst
                            is.</al></li>
        </lijst>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>