<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2392_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Hardenberg (artikel 212 Gemeentewet)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2008, nr. 1</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Hardenberg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-01-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>FINANCIËLE VERORDENING GEMEENTE HARDENBERG</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hardenberg;</al><al>Gelezen het initiatiefvoorstel van de werkgroep financiële verordeningen
                        d.d. 22 april, nr. 2004/RKWA/69796 en het daarop uitgebrachte advies van
                        het college d.d. 18 mei 2004;</al><al>Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al><vet>Besluit vast te stellen de volgende verordening:</vet></al><al><vet>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid,
                        alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                        financiële organisatie van de gemeente Hardenberg (artikel 212
                        Gemeentewet).</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><vet>a. </vet><vet> dienst:</vet></al><al>iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die
                            als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college
                            heeft.</al><al><vet>b</vet><vet>. </vet><vet> administratie:</vet></al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Hardenberg
                            en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden
                            afgelegd.</al><al><vet>c</vet><vet>. </vet><vet> financiële administratie:</vet></al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                            verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van
                            (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Hardenberg, teneinde te
                            komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer ;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                    daarover.</al></li></lijst><al><vet>d</vet><vet>. </vet><vet> administratieve organisatie:</vet></al><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand
                            brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke
                            en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                            leiding.</al><al><vet>e</vet><vet>. </vet><vet> financieel beheer :</vet></al><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen
                            en het uitoefenen rechten van de gemeente Hardenberg.</al><al><vet>f.</vet><vet> rechtmatigheid</vet></al><al>ontvangsten en bestedingen vinden plaats in overeenstemming met geldende
                            wet- en regelgeving.</al><al><vet>g</vet><vet>.</vet><vet> doelmatigheid</vet></al><al>het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                            inzet van middelen.</al><al><vet>h.</vet><vet> doeltreffendheid</vet></al><al>de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook
                            daadwerkelijk worden behaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                raadsperiode een programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De programmabegroting wordt opgezet aan de hand van de volgende
                                vragen: </al><lijst><li nr="a."><al>Wat willen we?</al></li><li nr="b."><al>Wat gaan we doen?</al></li><li nr="c."><al>Wat mag het kosten? </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot
                                de beoogde maatschappelijke effecten en de kwalitatieve en
                                kwantitatieve doelstellingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de gerealiseerde kwalitatieve en kwantitatieve
                                doelstellingen en maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid
                                en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                de toedeling van de producten aan de programma's.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma's in producten staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
                                Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt uiterlijk 1 juni van het begrotingsjaar een
                                voorjaarsnota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en
                                de drie opvolgende jaren. In deze voorjaarsnota worden de
                                bevindingen betrokken uit de jaarstukken als bedoeld in artikel 5.
                                Het college meldt bij de aanbieding van de voorjaarsnota de
                                significante wijzigingen in de lopende begroting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 30 juni vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's of
                                de beleidsdoelen van de programma's voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van twee tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting, namelijk in de
                                voor- en de najaarsnota.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inrichting van deze tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten,
                                de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen en indien daar
                                aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                programma's In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                        gestelde doelen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's of
                                de beleidsdoelen van de programma's voor het lopende jaar
                                bijstelling behoeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                            rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                            toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de
                            rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                            college maatregelen tot herstel. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting
                                tevens de kredieten voor vervangingsinvesteringen en die voor nieuw
                                beleid, voor zover dit politiek geaccepteerd is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste
                                activa</titel></kop><al>1.Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 3 genoemde
                            voorjaarsnota de (bijgestelde) nota aan.</al><al>De raad stelt de nota investerings-, waarderings- en afschrijvingsbeleid
                            vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 3
                                genoemde voorjaarsnota de (bijgestelde) nota reserves en
                                voorzieningen aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 30 juni vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten van de
                                gemeente Hardenberg wordt een systeem van kostentoerekening
                                gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten
                                alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen
                                met de door de gemeente geleverde producten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                                voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten,
                                reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij
                                begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen
                                en voorzieningen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Hiervoor wordt verwezen naar het door de raad op 12 december 2001
                            vastgestelde treasurystatuut. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr></kop><al>Bij de begroting verstrekt het college in de betreffende paragrafen de
                            informatie als bedoeld in de artikelen 10-16 van het Besluit begroting
                            en verantwoording provincies en gemeenten. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>1.De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                            geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen en schulden, enzovoorts.;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet-
                                    en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast: </al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke financiële
                                    organisatie;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de
                            regels terzake van de Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                            overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie en de
                            subsidieverordening van de gemeente Hardenberg. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt direct in werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Hardenberg”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Hardenberg van 24 juni 2004.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting verordening ex artikel 212 Gemeentewet
                    gemeente Hardenberg</tussenkop><al>Het doel van het artikel 212 Gemeentewet is dat de raad de uitgangspunten
                    vastlegt voor de uitvoering van de financiële functie.</al><al/><table><tgroup cols="1" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry morerows="0" rotate="0"><al><vet>Artikel 212</vet></al><al>1. De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het
                                        financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en de
                                        inrichting van de financiële organisatie vast. Deze
                                        verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid,
                                        verantwoording en controle wordt voldaan.</al><al>2. De verordening bevat in ieder geval:</al><al>a. regels voor waardering en afschrijving van activa;</al><al>b. grondslagen voor de berekening van de door het
                                        gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van
                                        tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede,
                                        voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in
                                        artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>c. regels inzake de algemene doelstellingen en de te
                                        hanteren richtlijnen en limieten van de
                                        financieringsfunctie, alsmede inzake de administratieve
                                        organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen
                                        taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                        bijbehorende informatievoorziening.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Financiële functie</cursief></al><al>De financiële functie omvat alle directe en indirecte activiteiten en processen
                    ter uitvoering van de onderwerpen die zijn opgenomen in het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten. De kernonderwerpen in het besluit zijn
                    de begroting en rekening, de paragrafen en de financiële positie en in relatie
                    daarmee de balans. Het zijn onderwerpen waarbij vooral de raad een centrale rol
                    vervult. De begroting betreft immers het vaststellen van de beschikbare gelden
                    en de programma's die daarmee gerealiseerd moeten worden. Om de financiële
                    positie te beoordelen, moet de vraag beantwoord worden of de financiën van de
                    gemeenten op, met name, de langere termijn gezond zijn. De begroting en de
                    financiële positie en hangen nauw samen. Zo kan de begroting sluitend zijn,
                    terwijl de meerjarige financiële positie kwetsbaar is. Andersom kan de
                    financiële positie gezond zijn en de rekening een tekort laten zien. De raad zal
                    de begroting steeds in relatie moeten bezien met de financiële positie. De
                    begroting en de financiële positie zijn in onderlinge samenhang van belang voor
                    het inzicht in de gemeentelijke financiën. </al><al>De paragrafen gaan over onderwerpen die van invloed zijn op de begroting en de
                    financiële positie en waarbij sprake is van bestuurlijke en financiële
                    risicofactoren.</al><al>Hieronder worden de begrippen financieel beleid, financieel beheer en financiële
                    organisatie toegelicht. </al><tussenkop>Financieel beleid </tussenkop><al>Het financieel beleid omvat de uitgangspunten voor de financiële functie. In de
                    eerste plaats zijn dat de algemene de uitgangspunten en doelen voor uitoefening,
                    organisatie en werking van de financiële functie en de daarbij behorende
                    informatievoorziening. Ten tweede gaat het specifiek om uitgangspunten die de
                    budgettaire ruimte beïnvloeden. Artikel 212 noemt in dat verband drie
                    onderwerpen: de doelstellingen, richtlijnen en limieten voor de
                    financieringsfunctie; de regels voor de waardering en afschrijving van activa;
                    en de grondslagen voor de berekening van de tarieven, heffingen en prijzen die
                    gemeenten heffen.</al><tussenkop>Financieel beheer </tussenkop><al>Het financieel beheer omvat de activiteiten die moeten bewerkstelligen dat de
                    uitvoering van de begroting volgens de gestelde plannen en doelen en binnen de
                    gestelde kaders plaatsvinden en dat de financiële positie daarmee in
                    overeenstemming is. Die activiteiten dienen er voor te zorgen dat de financiële
                    situatie onder controle is. Zeker voor de begroting hangen de activiteiten nauw
                    samen met de cyclus van planning &amp; control. Het gaat daarbij niet alleen om
                    de financiële aspecten, maar evenzeer om de programmatische: </al><al>welke maatschappelijke effecten worden beoogd en welke prestaties moeten
                    daarvoor geleverd worden? </al><tussenkop>Financiële organisatie </tussenkop><al>De financiële organisatie ondersteunt het financieel beheer. Het gaat daarbij
                    ten eerste om de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van
                    de raad, het college en de ambtelijke organisatie. </al><al>Ten tweede gaat het om de inrichting en het onderhoud van de (administratieve)
                    systemen die de activiteiten en processen van het financieel beheer
                    ondersteunen. Deze systemen ondersteunen niet alleen de geldstromen (wat mag het
                    kosten), maar evenzeer de prestaties (output). Tot de systemen behoren ook
                    management controlsystemen binnen de ambtelijke organisatie, tussen de
                    ambtelijke organisatie en het college en tussen het college en de raad. </al><tussenkop>Ontwikkelingen financiële functie en dualisme </tussenkop><al>De laatste jaren is de betekenis van de financiële functie veranderd. Er is
                    sprake van een verschuiving van een administratief-technische naar een bredere
                    en bestuurlijke functie. Onderstaande elementen krijgen daardoor meer gewicht: </al><al>• de bestuurlijke planning &amp; control van de raad en het college; </al><al>• de informatievoorziening aan het college en de raad; </al><al>• de (financiële aspecten van de) programma's die de gemeente nastreeft en de
                    plaats en functie daarin van de begroting en de jaarstukken; </al><al>• de meerjarige financiële positie; </al><al>• het beheersen van het begrotingsevenwicht, mede door het onderkennen en
                    beheersen van risico's </al><al>De nieuwe ontwikkelingen zijn terug te vinden in het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten. Dit besluit geeft de algemene regels die
                    de wetgever voor de financiële functie stelt. De verordening is in hoge mate
                    gebaseerd op (de uitgangspunten voor) het besluit. De verordening is dus een
                    vertaling van het besluit naar de eigen gemeentelijke situatie en inzichten. </al><al>Het dualisme brengt een scheiding van taken, verantwoordelijkheden en
                    bevoegdheden tussen de raad en het college. De raad heeft een kaderstellende en
                    controlerende functie, het college een uitvoerende functie. De
                    begrotingsuitvoering, het bewaken van de financiële positie en de rechtmatige,
                    doeltreffende en doelmatige besteding zijn daarmee grotendeels taken van het
                    college geworden. Dat geldt ook voor het inrichten van de ambtelijke organisatie
                    en voor de administratieve systemen die noodzakelijk zijn voor een goede
                    uitoefening van de financiële functie. Wel moet het college daarbij de kaders in
                    acht nemen die de raad stelt. De verordening artikel 212 Gemeentewet geeft
                    daarom in belangrijke mate de taakverdeling tussen de raad en het college aan. </al><tussenkop>Inhoud verordening ex artikel 212 Gemeentewet </tussenkop><al>De verordening heeft een aantal structuurkenmerken. </al><al>Allereerst regelt de verordening de relatie tussen de raad en het college. Taken
                    van de raad en van het college komen beide aan de orde. De verordening regelt
                    niet – inherent aan het dualisme - de relatie tussen het college en de
                    ambtelijke organisatie. Het college zal dat nu zelf moeten doen, waarbij de
                    verordening als basis dient. </al><al>Het tweede kenmerk is dat de verordening aansluit bij de opzet van het Besluit
                    begroting en verantwoording provincies en gemeenten, met name de onderdelen
                    begroting en de financiële positie. Dit zijn afzonderlijke hoofdstukken in de
                    verordening. Onderdelen van de financiële organisatie die een directe relatie
                    hebben met de begroting en de financiële positie komen in deze hoofdstukken aan
                    de orde. </al><al>Het derde kenmerk is de duale taakverdeling tussen de raad en het college. In de
                    hoofdstukken komen het onderscheid in kaderstelling, uitvoering, verantwoording
                    en controle naar voren. </al><al>Het vierde kenmerk is dat de verordening vooral voor de begroting belangrijke
                    elementen van planning en control vermeldt, zowel voor de raad als voor het
                    college. </al><al>In <vet>titel 1 </vet>(begroting en verantwoording) stelt de raad de kaders voor
                    de uitvoering van de begroting. Hij doet dit door het vaststellen van de
                    programmabegroting en de beantwoording van de 3-w-vragen. Het college voert
                    vervolgens de begroting uit en zorgt voor de beheersing van deze uitvoering.
                    Vervolgens rapporteert het college aan de raad aan de hand van de bekende drie
                    w-vragen. </al><al>In <vet>titel 2 </vet>(financiële positie) komen investeringen, reserves en
                    voorzieningen, activering en afschrijving, financiering en kostprijsberekening
                    aan de orde, onderwerpen die (in)direct van invloed zijn op de financiële
                    positie van gemeenten. De artikelen in dit hoofdstuk voldoen aan het voorschrift
                    dat de verordening in ieder geval regels stelt voor de kostprijsberekeningen, de
                    waardering van activa en de treasuryfunctie (zie artikel 212, tweede lid).
                    Gekozen is om in ieder geval tot de evaluatie te werken met een nota
                    “investerings-, waarderings- en afschrijvingsbeleid”. Ten aanzien van de
                    treasuryfunctie wordt gewezen op het bestaande treasurystatuut. </al><al>In <vet>titel 3 </vet>(paragrafen) wordt een direct verband gelegd tussen het
                    Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Het college draagt
                    ten aanzien van de verplichte paragrafen (lokale heffingen, weerstandsvermogen,
                    onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen,
                    grondbeleid) zorg voor verstrekking van deze wettelijke informatie. Er is niet
                    gekozen voor het vastleggen van de verplichting om periodiek nota's uit te
                    brengen ten aanzien van deze paragrafen. Uiteraard staat het de raad vrij om in
                    bijzondere gevallen op dit gebied een nota van het college te vragen. </al><al><vet>Titel 4 </vet>(financiële organisatie en administratie) voldoet aan het
                    voorschrift dat de raad in de verordening regels voor de inrichting van de
                    financiële organisatie vaststelt. De raad moet er op aankunnen dat de aansturing
                    van de ambtelijke organisatie en de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
                    van en binnen de ambtelijke organisatie goed zijn vastgelegd. De uitvoering is
                    aan het college. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>