<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR239190_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Ommen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Vechtdal Centraal, 27 juni
                2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Ommen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE OMMEN 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>wet:</cursief> Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al><cursief>college:</cursief> college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Ommen;</al></li><li nr="c."><al><cursief>raad: </cursief>raad van de gemeente Ommen;</al></li><li nr="d."><al><cursief>eenmalige subsidie:</cursief> subsidie voor bijzondere
                                    incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de
                                    reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college
                                    slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier
                                    jaar subsidie wil verstrekken;</al></li><li nr="e."><al><cursief>(meer)jaarlijkse subsidie:</cursief> subsidie voor een
                                    (boek)jaar of voor een periode van maximaal vier
                                    (boek)jaren.</al></li><li nr="f."><al><cursief> instelling</cursief>: een volledig rechtsbevoegde
                                    organisatie die zich blijkens doelstelling, structuur en
                                    werkwijze tot taak stelt zonder winstoogmerk activiteiten te
                                    verrichten ten behoeve van ingezetenen van de gemeente;</al></li><li nr="g."><al><cursief>beleid: </cursief>door college en/of raad vastgestelde
                                    en bekendgemaakte doelstellingen en kaders en middelen om deze
                                    doelstellingen te bereiken</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>De Raad stelt vast dat subsidie kan worden verstrekt voor de
                            beleidsterreinen bij de volgende programma’s van de
                            gemeentebegroting:</al><al>01 Interactief Ommen (Burger en Bestuur)</al><al>02 Duurzaam Ommen (Natuur en Milieu)</al><al>03 Veilig Ommen (veiligheid)</al><al>04 Bereikbaar Ommen (bereikbaarheid en verkeer)</al><al>05 Jeugdig Ommen (onderwijs en jeugd)</al><al>06 Leefbaar Ommen (wonen en werken)</al><al>07 Zorgzaam Ommen (zorg en welzijn)</al><al>08 Recreatief Ommen (Cultuur, recreatie en Sport)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voor de in artikel 2 bedoelde beleidsterreinen
                                subsidieregelingen vaststellen waarin de verdeling van de subsidie
                                en specifieke voorschriften per beleidsterrein worden omschreven. In
                                deze regelingen kan, indien dit voor de specifieke aard van de
                                betreffende subsidiecategorie noodzakelijk is, worden afgeweken van
                                het bepaalde in deze verordening</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met inachtneming van de in degemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>SUBSIDIEPLAFOND</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan besluiten tot het instellen van
                                subsidieplafonds.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de verdeelregels vast voor de in het eerste lid
                                bedoelde subsidieplafonds.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn
                                        op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente
                                        vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Een (meer)jaarlijkse subsidie kan alleen aan een instelling
                                        worden verleend.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Een éénmalige subsidie kan zowel aan een instelling als
                                        natuurlijk persoon worden verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor de eerste maal een (meer)jaarlijkse subsidie wordt
                                aangevraagd, overlegt de aanvrager, naast de in lid 2 gevraagde
                                gegevens, een exemplaar van de oprichtingsakte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ook andere, of minder, dan de in het eerste of
                                tweede lid genoemde gegevens verlangen, indien deze voor het nemen
                                van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>Subsidieaanvragen worden volgens de hieronder vermelde termijnen
                            ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>éénmalige subsidie</vet></al><al> uiterlijk 6 weken vóór de start van de te subsidiëren
                                    activiteit(en).</al></li><li nr="b."><al><vet>(meer)jaarlijkse subsidie</vet></al><al>uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, of
                                    de jaren, waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college maakt de beschikking op een aanvraag om een:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>eenmalige subsidie</vet></al><al> bekend binnen 6 weken na ontvangst van de volledige aanvraag,
                                    dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 6
                                    weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het
                                    aanvragen van de subsidie.</al></li><li nr="b."><al><vet>(meer)jaarlijkse subsidie</vet></al><al> bekend uiterlijk vóór 1 januari van het jaar of de
                                    (meer)jaarlijkse periode waarop de subsidieaanvraag betrekking
                                    heeft.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><al>Het college kan een subsidieverstrekking weigeren indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan inwoners van de
                                    gemeente Ommen;</al></li><li nr="b)"><al>aannemelijk is , dat de aangevraagde subsidiegelden niet of in
                                    onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de
                                    subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="c)"><al>de aanvrager doelstellingen probeert te bereiken of activiteiten
                                    zal ontplooien die in strijd zijn met het bepaalde bij of
                                    krachtens het wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de
                                    openbare orde;</al></li><li nr="d)"><al>de subsidieverlening niet past binnen het vastgestelde beleid
                                    van de gemeente;</al></li><li nr="e)"><al>in de activiteit(en) op een naar haar oordeel toereikende wijze
                                    anders wordt voorzien.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>a)</lidnr><al>Het college kan bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, de
                                verplichting opleggen tot tussentijdse rapportages over de verrichte
                                activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. </al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>De verplichting tot het indienen van tussentijdse rapportages wordt
                                opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening met vermelding van
                                de indientermijn(en) van deze rapportages en de daarbij aan te
                                leveren gegevens.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onmiddellijk melding aan het college zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel
                            aan de verplichtingen zal worden voldaan die aan de beschikking tot
                            subsidieverlening zijn verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Overige verplichtingen en bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                        van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                        ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                        beschikking tot subsidieverlening verbonden, verplichtingen
                                        niet of niet geheel kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="c."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
                                        doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger heeft de toestemming nodig van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan één of meer toezichthouders aanwijzen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verantwoording subsidies tot 5.000 euro</titel></kop><al>Subsidies tot 5.000 euro worden door het college vastgesteld binnen 6
                            weken, na ontvangst van de aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar
                                minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot
                                vaststelling in bij het college:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                        verricht zijn van de activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>bij een (meer)jaarlijkse subsidie, uiterlijk vóór 1 juni in
                                        het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 5
                                        maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder, dan de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro, dient de
                                subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                college:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                        verricht zijn van de activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>bij een (meer)jaarlijkse subsidie, uiterlijk vóór 1 juni in
                                        het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 5
                                        maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat een accountantsverklaring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder, dan de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de volledige
                                aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling, en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn
                                waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme
                                kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt
                                gemaakt van uurtarieven, kan het college de subsidieaanvrager de
                                verplichting opleggen deze tarieven te berekenen met gebruikmaking
                                van een door het college voor te schrijven
                                standaardberekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen kan het college de
                                subsidieaanvrager de verplichting opleggen bij de berekening van
                                uurtarieven uit te gaan van door het college bepaalde
                                definities.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen een artikel of artikelen van deze
                            verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met
                            uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8, voor zover toepassing gelet
                            op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard. </al><al>Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het
                            besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Ommen 2002 wordt
                                ingetrokken. De intrekking van de Algemene Subsidie Verordening
                                gemeente Ommen 2002 vindt plaats bij de inwerking treden van de
                                nieuwe Algemene Subsidie Verordening gemeente Ommen 2013. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Subsidieverordening Welzijn, Cultuur en Sport Gemeente Ommen 2004
                                wordt ingetrokken. De intrekking van de Subsidieverordening Welzijn,
                                Cultuur en Sport Gemeente Ommen 2004 vindt plaats bij de inwerking
                                treden van de nieuwe Algemene Subsidie Verordening gemeente Ommen
                                2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1-1-2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Aanvragen om subsidie, die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van
                            deze verordening, worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene
                            subsidieverordening gemeente Ommen 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Algemene subsidieverordening
                            gemeente Ommen 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting per artikel</label></kop><al>Toelichting per artikel</al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al/><al>In de modelverordening van de VNG is geen verwijzing opgenomen naar de Algemene
                    wet bestuursrecht. Het is wenselijk en ook gebruikelijk om in gemeentelijke
                    verordeningen naar de meest relevante wetgeving te verwijzen. </al><al>Uitgaande van het VNG-model is er een indeling naar twee soorten subsidies: </al><lijst><li nr="·"><al>éénmalige subsidies</al></li><li nr="·"><al>jaarlijkse subsidies</al></li></lijst><al>Aanvullend op het VNG-model wordt de term “(meer)jaarlijkse” subsidie gebruikt.
                    Dit sluit beter aan op het feit dat subsidies kunnen worden aangevraagd en
                    toegekend voor zowel één jaar als voor meerdere jaren. Bij een aanvraag voor
                    meerdere jaren volstaat één aanvraag. Dit voorkomt een jaarlijkse herhaling van
                    de aanvraagprocedure. Daarentegen volstaat in de situatie van meerjaarlijkse
                    subsidies een jaarlijkse tussenrapportage. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Reikwijdte</vet></al><al/><al>Volgens de Awb mogen subsidies slechts worden verstrekt op grond van een
                    wettelijk voorschrift (in dit geval een verordening) die regelt voor welke
                    activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Uitzondering hierop: subsidies mogen
                    “rechtstreeks” worden verstrekt, dus zonder een verordening als onderlegger, als
                    de begroting de subsidieontvanger vermeldt en ook het bedrag aangeeft waarop de
                    subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld. Dit is in onze gemeente geen
                    bestaande praktijk (meer). </al><al>Dit artikel is dus de wettelijke basis voor het kunnen verstrekken van
                    subsidies. </al><al>Deze verordening somt de subsidiabele activiteiten niet allemaal op; maar
                    volstaat met verwijzing naar de programmabegroting die de gemeente
                    hanteert.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Bevoegdheden</vet></al><al/><al>Uitgangspunt van de verordening is dat het college bevoegd is te beslissen
                    over:</al><lijst><li nr="1)"><al>de verdeling van de subsidie per beleidsterrein;</al></li><li nr="2)"><al>het verstrekken van subsidies (autonome bestuursbevoegdheid);</al></li><li nr="3)"><al>het vaststellen van subsidieregelingen waarin per beleidsterrein
                            specifieke voorschriften (kunnen) worden omschreven, zoals:</al><lijst><li nr="a)"><al>de te subsidiëren activiteiten;</al></li><li nr="b)"><al>de doelgroepen;</al></li><li nr="c)"><al>kwaliteitseisen;</al></li><li nr="d)"><al>inhoudelijke normeringen.</al></li></lijst></li></lijst><al>De kaderstellende rol van de Raad komt met name tot uitdrukking in het
                    budgetrecht ter gelegenheid van de vaststelling van kadernota, begroting e.a. De
                    kaderstelling komt uiteraard ook tot uitdrukking in de vaststelling van de
                    Algemene subsidieverordening.</al><al>Eventueel kan het college in voorkomende gevallen een beroep doen op artikel
                    4:34 Awb (begrotingsvoorbehoud) of in het kader van de subsidieprocedure
                    richting aanvragers aangeven dat de raad een krediet beschikbaar dient te
                    stellen.</al><al>Indien het college een subsidietoezegging/-verlening doet waarbij nog geen of
                    ontoereikende middelen beschikbaar zijn, is het aan het college om separaat (via
                    separaat voorstel, bestuursrapportage of begroting) bij de gemeenteraad daarvoor
                    middelen te verkrijgen.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Subsidieplafond</vet></al><al/><al>Het subsidieplafond is een bruikbaar instrument om “open einde financiering”
                    tegen te gaan. De wet geeft aan dat de subsidieverordening daarvoor regels moet
                    bevatten. Overschrijding van het subsidieplafond vormt een weigeringsgrond voor
                    de beslissing op een aanvraag om subsidie.</al><al>Dit artikel legt vast dat het college, binnen de kaders van de door de raad
                    vastgestelde begroting, kan besluiten tot het instellen van
                    subsidieplafonds.</al><al/><al><vet>Artikel 5 In te dienen gegevens</vet></al><al/><al>Dit artikel geeft een overzicht van de in te dienen gegevens. Het college heeft
                    de bevoegdheid om ook andere en/of minder gegevens te verlangen, afhankelijk wat
                    het college nodig heeft om een beslissing op de aanvraag te kunnen nemen. In dit
                    artikel zijn enkele algemene uitgangspunten voor het verlenen van subsidie
                    vastgelegd. </al><al>De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend. Aanvullend daarop: een aanvraag
                    kan ook digitaal mits het college hiervoor een digitaal aanvraagformulier
                    beschikbaar heeft gesteld.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Aanvraagtermijn</vet></al><al/><al>Als er geen afzonderlijke regel is gesteld, dan geldt voor eenmalige subsidies
                    dat de aanvraag 6 weken voor de betreffende activiteit moeten worden ingediend
                    en voor (meer)jaarlijkse subsidies een indieningdatum van 1 juni in het
                    voorafgaande jaar. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Beslistermijn</vet></al><al/><al>De vorige subsidieverordening bevatte geen afhandelingtermijnen. Er wordt nu een
                    afhandelingstermijn van 6 weken aangehouden. In de jurisprudentie wordt een
                    afhandelingtermijn van 13 weken als redelijk beschouwd. Bij deze termijn is mede
                    aangesloten met het oog op de wet Dwangsom en beroep. Op grond van deze wet kan
                    een belanghebbende een dwangsom eisen i.g.v. een overschrijding van een door een
                    bestuursorgaan zélf opgelegde termijn. Het betreft hier een maximale termijn; de
                    praktijk is dat beslissingen sneller (kunnen) worden genomen.</al><al>Een aanvrager krijgt tijdig, dat wil zeggen vóór aanvang van de activiteit
                    waarvoor subsidie wordt aangevraagd, bericht over het wel of niet toekennen van
                    de subsidie. Uitgangspunt hierbij is dat de aanvraag op tijd, volgens de
                    aanvraagtermijn van 6 weken, is ingediend.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Weigeringgronden subsidie</vet></al><al/><al>In dit artikel zijn weigeringgronden opgenomen die gelden voor alle subsidies.
                    Deze weigeringgronden zijn een aanvulling op de weigeringgronden van artikel
                    4:35 Awb. Dit artikel 4:35 stelt dat de subsidie in ieder geval kan worden
                    geweigerd indien er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag niet zal voldoen aan de verplichtingen verbonden aan de
                            subsidie;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording
                            zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de
                            subsidie van belang zijn.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 9 Tussentijdse rapportage</vet></al><al/><al>Met dit artikel kan bij vooral meerjaarlijkse subsidies, waarvoor nu slechts
                    éénmaal een aanvraag hoeft te worden ingediend, gevraagd worden om een
                    jaarlijkse tussenrapportage in te dienen. Daarnaast kunnen van belangrijke
                    instellingen bij de (meer)jaarlijkse subsidies extra kwartaal- of
                    halfjaarrapportages worden gevraagd. </al><al/><al><vet>Artikel 10 Meldingsplicht</vet></al><al/><al>Als een subsidieontvanger tussentijds verwacht de gesubsidieerde activiteiten
                    niet te zullen uitvoeren of anderszins niet aan de verplichtingen te kunnen
                    voldoen, dan is deze ontvanger verplicht dit onverwijld te melden aan het
                    college.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Overige verplichtingen subsidieontvanger</vet></al><al/><al>geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 12 t/m 14 Verantwoording</vet></al><al/><al>Bij de verantwoording van de subsidies is een onderscheid gemaakt in drie
                    categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>minder dan € 5.000 subsidie;</al></li><li nr="2."><al>vanaf € 5.000 tot € 50.000 subsidie;</al></li><li nr="3."><al>vanaf € 50.000 subsidie.</al></li></lijst><al>Deze indeling is ontleend aan de modelverordening van de VNG, die op haar beurt
                    weer aansluit bij het rijksbrede subsidiekader met de bedoeling om regels te
                    uniformeren en te vereenvoudigen. </al><al>Bij categorie 1 wordt de aanvraag in principe direct vastgesteld. Dit betekent
                    in de praktijk, dat er geen verantwoording achteraf hoeft plaats te vinden
                    tenzij dit expliciet anders is geregeld (artikel 12).</al><al>Voor categorie 2 volstaat een inhoudelijk verslag achteraf, waarna de subsidie
                    definitief wordt vastgesteld. Tenzij expliciet andere afspraken zijn gemaakt ten
                    aanzien van in te dienen bescheiden (artikel 13).</al><al>Categorie 3 vergt de meeste verantwoording, zowel inhoudelijk als financieel
                    inclusief accountantsverklaring</al><al>Het college kan andere en/of minder bescheiden verlangen (artikel 14)</al><al/><al><vet>Artikel 15 Vaststelling subsidie</vet></al><al/><al>De vorige subsidieverordening bevatte geen beslistermijnen voor de vaststelling
                    van subsidies. In de jurisprudentie wordt een afhandelingtermijn van 13 weken
                    als redelijk beschouwd. Bij deze termijn is mede aangesloten met het oog op de
                    wet Dwangsom en beroep. Op grond van deze wet kan een belanghebbende een
                    dwangsom kan eisen i.g.v. een overschrijding van een door een bestuursorgaan
                    zélf opgelegde termijn. Het betreft hier een maximale termijn; de praktijk is
                    dat beslissingen sneller (kunnen) worden genomen.</al><al>Het derde lid regelt dat subsidie gelijktijdig kan worden verleend én
                    vastgesteld. In enkele gevallen krijgt een subsidieontvanger meer dan € 5.000.
                    Deze ontvanger zou dan in tegenstelling tot andere ontvangers op grond van
                    artikel 15 achteraf alsnog een aanvraag tot vaststelling moeten indienen. Om dit
                    laatste te voorkomen, kan het college bepaalde categorieën van
                    subsidieontvangers van deze verplichting uit artikel 15 ontslaan, zoals de
                    categorieën genoemd onder de toelichting bij artikel 6.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Hardheidsclausule</vet></al><al/><al>Het college kan in bijzondere gevallen en binnen de grenzen van redelijkheid en
                    billijkheid één of meerdere artikelen buiten toepassing verklaren of daarvan
                    afwijken. Dit vergt een nadere motivering in het besluit. De artikelen
                    1(begripsomschrijving), 2 (reikwijdte), 3 (bevoegdheid college) en 8
                    (weigeringgronden) zijn hiervan uitgesloten.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>