<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR238415_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenwijkerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2012, nr. 46</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-12-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/85h</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2012.</al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN
                RIOOLHEFFING 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenwijkerland;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 september
                        2012,nummer 2012/85h;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2013.</al><al>(Verordening rioolheffingSteenwijkerland 2013).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen </titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak;</al></li><li nr="b."><al>voor de toepassing van deze verordening wordt als één onroerende
                                    zaak aangemerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3."><al>een gedeelte van een in onderdeel 1 of onderdeel 2
                                            bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd
                                            om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de in onderdeel 1 of
                                            onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3
                                            bedoelde gedeelten daarvan, die bij dezelfde
                                            belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de
                                            omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen;</al></li><li nr="5."><al>een geheel van twee of meer van de in onderdeel 1 of
                                            onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3
                                            bedoelde gedeelten daarvan of in onderdeel 4 bedoelde
                                            samenstellen, dat naar de omstandigheden beoordeeld één
                                            terrein vormt bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als
                                            zodanig wordt geëxploiteerd;</al></li><li nr="6."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel
                                            1 of onderdeel 2 bedoeld eigendom, van een in onderdeel
                                            3 bedoeld gedeelte daarvan, van een in onderdeel 4
                                            bedoeld samenstel of van een in onderdeel 5 bedoeld
                                            geheel;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>een roerende zaak is gelijk aan een onroerende zaak in de zin
                                    van onderdeel b; </al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud
                                    bij de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                    waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="f."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater;</al></li><li nr="g."><al>woning: een woning in de zin van artikel 220a, tweede lid, van
                                    de Gemeentewet, of een (recreatie)woonschip;</al></li><li nr="h."><al>boerderij: een niet woning, zijnde een samenstel van een woning
                                    en bedrijfsonderdelen of een samenstel van bedrijfsonderdelen,
                                    die in het kader van agrarische bedrijfsvoering wordt
                                    ingezet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam “rioolheffing” wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kostendie voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand
                                    voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te
                                    voorkomen of te beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                    perceel, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel, verder te noemen:
                                    gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt
                            dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel, niet zijnde een gedeelte
                                    als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3, voor gebruik is
                                    afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                                    afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Vervallen </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel,
                            verhoogd met een vast bedrag indien het perceel direct of indirect is
                            aangesloten op de gemeentelijke riolering.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel voor woningen en boerderijen wordt geheven naar een
                            vast bedrag per perceel, verhoogd met een vast bedrag indien het perceel
                            direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gebruikersdeel voor niet-woningen, niet zijnde boerderijen, wordt
                            geheven naar een vast bedrag per perceel, verhoogd met een bedrag,
                            geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel
                            wordt afgevoerd indien het perceel direct of indirect is aangesloten op
                            de gemeentelijke riolering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water, bedoeld in het derde lid, wordt gesteld
                            op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de
                            laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande
                            verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de
                            verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden,
                            wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij
                            die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle
                            maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het vierde lid, wordt bij afwezigheid van een
                            verbruiksperiode voor het perceel in geval van nieuwbouw of verbouw, of
                            als er in de verbruiksperiode geen water naar het perceel is toegevoerd
                            of is opgepompt, het aantal kubieke meters afvalwater gesteld op 500 m3,
                            tenzij aannemelijk is dat er meer dan 500 m3 wordt afgevoerd. In de
                            laatste situatie zal de gebruiker worden verplicht een aangifte in te
                            vullen. In dat geval wordt de belastingschuld voor het eerste
                            belastingjaar vastgesteld aan de hand van het waterverbruik in het
                            eerste jaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie voorzien zijn van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                            worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                            pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is
                                            geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet
                                            van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid
                                            opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                            wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien wordt aangetoond dat toegevoerd of opgepompt water niet door
                            middel van de gemeentelijke riolering is afgevoerd en indien deze
                            hoeveelheid ten minste 20% van de toegevoerde of opgepompte hoeveelheid
                            water bedraagt, wordt de op voet van het vierde lid bepaalde hoeveelheid
                            afgevoerd water verminderd met de op andere wijze afgevoerde hoeveelheid
                            water.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien voor de direct of indirect op de gemeentelijke riolering
                            aangesloten percelen in verband met het ontbreken van afzonderlijke
                            watermeters niet de hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld zoals
                            hiervoor omschreven, wordt de verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door
                            de respectievelijke gebruikers wordt gebruikt voor de onderlinge
                            verdeling van de waternota van de waterleidingmaatschappij en bij het
                            ontbreken van een dergelijke regeling overgegaan tot een zo reëel
                            mogelijke verdeling op basis van beschikbare gegevens.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Een belastingplichtige, welke de voor de berekening van de heffing in
                            aanmerking te nemen hoeveelheid water niet of niet uitsluitend van een
                            waterleidingbedrijf heeft afgenomen, is verplicht jaarlijks aangifte te
                            doen van de hoeveelheid op andere wijze toegevoerd of opgepompt
                            water.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>Het eigenarendeel bedraagt per perceel</al></entry><entry><al>€ 37,36</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt verhoogd
                                                met</al></entry><entry><al>€ 105,68</al></entry></row><row><entry rotate="0"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten
                                                op de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry rotate="0"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Het gebruikersdeel bedraagt per perceel</al></entry><entry><al>€ 30,38</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Het in het derde lid genoemde bedrag wordt voor
                                                woningen en boerderijen verhoogd met</al></entry><entry><al>€ 79,57</al></entry></row><row><entry rotate="0"><al>indien het perceel direct of indirect is aangesloten
                                                op de gemeentelijke riolering.</al></entry><entry rotate="0"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al/><table><tgroup cols="5"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><colspec colname="colE"/><tbody><row><entry nameend="colB" namest="colA"><al>Het in het derde lid genoemde bedrag wordt, indien
                                                het perceel direct of indirect is aangesloten op de
                                                gemeentelijke riolering, voor niet-woningen, niet
                                                zijnde boerderijen, verhoogd met:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1. </al></entry><entry><al>bij een hoeveelheid water van 500 m3 of minder</al></entry><entry><al>€ 79,57</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al>bij een hoeveelheid water van meer dan 500 m3 tot en
                                                met 2.500 m3</al></entry><entry><al>€ 79,57</al></entry></row><row><entry rotate="0"><al/></entry><entry morerows="0" rotate="0"><al>vermeerderd met € 0,71 per m3 vanaf 500
                                                m3;</al></entry><entry rotate="0"><al/></entry></row><row><entry><al>3.</al></entry><entry><al>bij een hoeveelheid water van meer dan 2.500 m3 tot
                                                en met 20.000 m3</al></entry><entry><al>€ 1.499,57</al></entry></row><row><entry rotate="0"><al/></entry><entry rotate="0"><al>vermeerderd met € 1,46 per m3 vanaf 2.500 m3;</al></entry><entry rotate="0"><al/></entry></row><row><entry><al>4. </al></entry><entry><al>bij een hoeveelheid water van meer dan 20.000
                                                m3</al><al/></entry><entry><al>€ 27.049,57</al></entry></row><row><entry rotate="0"><al/></entry><entry rotate="0"><al>vermeerderd met € 0,71 per m3 vanaf 20.000 m3.</al></entry><entry rotate="0"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor
                            het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9A</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt niet geheven van percelen waarvan de gemeente
                            het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt niet geheven van percelen waarvan de gemeente
                            de gebruiker is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00 en zolang
                            de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                            kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                            tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                            de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                            is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                            later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal
                            achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met betrekking tot
                            het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso
                            en gelden de betaaltermijnen als genoemd in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening rioolheffing Steenwijkerland 2012”, vastgesteld bij
                        raadsbesluit van 8 november 2011, nummer 2011/99i, wordt ingetrokken met
                        ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de
                        heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                        feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                        Steenwijkerland 2013”.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, A. ten Hoff </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, M.A.J. van der Tas</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>