<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR23816_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een baatbelasting in de gemeente Cromstrijen, gebied Middelsluissedijk OZ, 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2004-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kompas, 20-02-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Middelsluissedijk O.Z., 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-02-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV320616</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van een baatbelasting in de gemeente Cromstrijen, gebied Middelsluissedijk OZ, 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Cromstrijen;</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 januari
                        2004;</al><al>gelet op artikel 222 van de Gemeentewet en het “bekostigingsbesluit
                        Smitsweg/</al><al>Middelsluissedijk OZ, 2001”, vastgesteld bij raadsbesluit van 12
                        december 2000;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de "Verordening op de heffing en de invordering van een
                        baatbelasting in de gemeente Cromstrijen, gebied Middelsluissedijk OZ,
                        2002".</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>een onroerende zaak:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3."><al>een gedeelte van een onder 1. of 2. bedoeld eigendom dat
                                            blijkens zijn indeling is bestemd om als een
                                            afzonderlijk geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de onder 1. of 2.
                                            bedoelde eigendommen of onder 3. bedoelde gedeelten
                                            daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar
                                            horen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>het gebied: Middelsluissedijk O.Z.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “baatbelasting in de gemeente Cromstrijen, gebied
                                    Middelsluissedijk O.Z., 2003” wordt in de vorm van een heffing
                                    ineens een belasting geheven ter zake van de onroerende zaken
                                    gelegen in de gemeente binnen de omlijning op de bij deze
                                    verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op
                                    1-9-2002 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde
                                    voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door of met
                                    medewerking van het gemeentebestuur.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten:</al><lijst><li nr="a."><al>grondwerken;</al></li><li nr="b."><al>de aanleg van rioleringsstelsel compleet met vrij verval
                                            riolering, persleidingen en gemalen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende
                                    zaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft
                                    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende
                                    krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die
                                    op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de
                                    belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting,
                                    bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig bij het
                                    kadaster bekend staat, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip
                                    geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt per onroerende zaak € 2.622,13.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van
                                    de belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                    jaarlijkse belasting gedurende 30 jaren. Het verzoek genoemd in
                                    de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
                                    aanslag schriftelijk bij het college van burgemeester en
                                    wethouders te worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="3."><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                    verschuldigde, berekend op basis van een periode van 30 jaren en
                                    een rentevoet van 5%.</al></li><li nr="4."><al>De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk
                                    jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante
                                    waarde van de op 1 januari van het belasting-jaar, waarin de
                                    afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen
                                    berekend naar een rentevoet van 5%.</al></li><li nr="5."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                    heffing en de belastingplicht in de loop van het
                                    belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of
                                    wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of
                                    beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende
                                    belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende
                                    belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend overeenkomstig
                                    het vierde lid van dit artikel.</al></li><li nr="6."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                    heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
                                    bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende
                                    zaak wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de
                                    resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld
                                    in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw
                                    vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen 6 maanden na de
                                    dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
                                    onderdeel c., van de Invorderingswet 1990 met een
                                    belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
                                    bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 maart 2004.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                    Middelsluissedijk O.Z., 2002”</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Cromstrijen
                        in zijn openbare vergadering gehouden op 10 februari
                        2004,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>