<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2376_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Bergen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Duinstreek, 04-07-2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Bergen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 148</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art.156</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-06-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-07-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-06-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Bergen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Bergen;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 mei 2001;</al><al>Gelezen het advies van de commissie Maatschappelijke Zaken d.d. 7 juni
                        2001;</al><al>Gelet op de inspraakreacties van de verenigingen, instellingen en
                        organisaties;</al><al>Mede gelet op het bepaalde in artikel 148 en 156 van de gemeentewet en de
                        bepalingen van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>BESLUIT: </al><al>Vast te stellen de "Algemene subsidieverordening gemeente Bergen"</al><al>In te trekken:</al><lijst><li nr="-"><al>De Verordening budgetsubsidies, waarderingssubsidies en subsidies
                                aan landelijk, regionaal en provinciaal werkzame instellingen van de
                                gemeente Egmond;</al></li><li nr="-"><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Bergen-nh; </al></li><li nr="-"><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Schoorl.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.<vet>Accountantsverklaring:</vet></al><al>Een verklaring omtrent het onderzoek van een accountant naar de
                            juistheid, tijdigheid en volledigheid van de verstrekte informatie en de
                            gedeclareerde subsidie. <cursief>Deze verklaring strekt zich niet alleen
                                uit tot de rechtmatigheid maar ook tot een doelmatige en
                                </cursief><cursief>doeltreffende besteding van de toegekende
                                subsidie.</cursief></al><al>b.<vet>Accres</vet>:</al><al>De toeneming van de uitgaven als gevolg van loonstijgingen, een en ander
                            overeenkomstig de berekening zoals weergegeven in artikel 3 sub 5 en
                            6</al><al>c.<vet>Activiteit</vet>:</al><al>De activiteit die door de instelling zal worden uitgevoerd en die door
                            burgemeester en wethouders kan worden gesubsidieerd. Zo mogelijk worden
                            de prestaties in meetbare termen gedefinieerd.</al><al>d.<vet>Activiteitenplan</vet>:</al><al>Een plan dat een overzicht geeft van door de rechtspersoon voorgenomen
                            activiteiten, zo mogelijk vertaald naar meetbare prestaties en beoogde
                            effecten, alsmede de relatie van de voorgenomen activiteiten met het
                            gemeentelijk beleid.</al><al>e.<vet>Beleidsregel</vet>:</al><al>Een besluit, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift
                            (verordening), dat een algemene regel geeft voor het gebruik van een
                            bevoegdheid en is vastgesteld door de gemeenteraad of het college van
                            burgemeester en wethouders.</al><al>f.<vet>Boekjaar</vet>:</al><al>Onder boekjaar wordt een kalenderjaar verstaan.</al><al>g.<vet>Egalisatiereserve</vet>:</al><al>Deel van het batige exploitatieresultaat dat een instelling in reserve
                            kan houden, om hiermee negatieve exploitatieresultaten van andere
                            dienstjaren te kunnen dekken. <cursief>Een bedrag dat de instelling mag
                                reserveren, naast het vermogen, om negatieve
                                </cursief><cursief>exploitatieresulaten</cursief><cursief> van
                                andere dienstjaren op te kunnen vangen.</cursief></al><al>h.<vet>Instelling</vet></al><al>Zie definitie rechtspersoon.</al><al>i.<vet>Rechtspersoon</vet>:</al><al>Een rechtspersoon als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek die zich zonder
                            winstoogmerk, de behartiging van de belangen van ideële en/of materiële
                            aard (een deel van) de <cursief>inwoners van de gemeente Bergen
                            </cursief>ten doel stelt.</al><al>j.<vet>Reserve</vet>:</al><al>Het eigen vermogen van de instelling niet zijnde een voorziening, zoals
                            bedoeld in dit artikel onder s. Burgemeester en wethouders kunnen
                            terzake beleidsregels vaststellen.</al><al>k.<vet>Risicobedrag</vet>:</al><al>Het totaal van de lasten van een instelling behoudens de huurpenningen
                            c.q. de eigenaarlasten van een gebouw, waar de instelfing eigenaar van'
                            is en de lasten voortvloeiend uit het voorzieningenplan, vermeerderd met
                            het totaal van de baten met uitzondering van structurele subsidies van
                            overheidslichamen.</al><al>I.<vet>Subsidie</vet>:</al><al><cursief>De aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                                verstrekt met het oog op </cursief><cursief>bepaalde activiteiten
                                van de aanvrager, anders dan als betaling voor het
                                </cursief><cursief>het</cursief><cursief> bestuursorgaan geleverde
                                goederen of diensten.</cursief></al><al><vet>m</vet><vet>. Subsidiebeschikking:</vet></al><al>Een schriftelijk besluit tot subsidieverlening waarbij een omschrijving
                            van de te leveren activiteiten de maximale hoogte en eventuele
                            subsidievoorwaarden worden meegedeeld.</al><al><vet>n. Subsidieovereenkomst:</vet></al><al>De overeenkomst die kan worden gesloten ter uitwerking van de
                            subsidiebeschikking. Daarin worden in elk geval aangegeven: de looptijd
                            van de subsidie, de maximale hoogte van de subsidiebedrag, de te
                            verrichten activiteiten, de doelgroep met betrekking tot de te leveren
                            activiteiten en de wijze waarop deze verantwoord moeten worden.</al><al>o.<vet>Subsidieperiode:</vet></al><al>Het in de subsidiebeschikking en/of de overeenkomst overeengekomen
                            tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt met een maximale looptijd van
                            vier jaar.</al><al>p.<vet>Subsidieplafond</vet>:</al><al>Het bedrag in de gemeentebegroting, dat ten hoogste beschikbaar is voor
                            de verstrekking van subsidie krachtens een bepaald wettelijk
                            voorschrift, zoals een verordening of op basis van een incidenteel
                            besluit. Besloten kan worden de subsidieplafond tussentijds aan te
                            passen met de toegekende looncompensatie, conform de in artikel 3 sub 5
                            en 6 gehanteerde uitgangspunten.</al><al>q.<vet>Subsidievaststelling</vet>:</al><al>De beschikking waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en
                            dat aanspraak geeft op betaling van het vastgestelde bedrag.</al><al>r.<vet>Uitwerkingsovereenkomst</vet>:</al><al>Zie definitie subsidieovereenkomst.</al><al>s.<vet>Voorziening</vet>:</al><al>Een voorziening als bedoeld in artikel 374, eerste lid, van Boek 2 van
                            het Burgerlijk Wetboek,<sup/> voorzover deze als zodanig door
                            burgemeester en wethouders als redelijk is aangemerkt. Burgemeester en
                            wethouders kunnen terzake beleidsregels vaststellen.</al><al>t.<vet>Voorzieningenplan:</vet></al><al>Een plan waarin aangegeven wordt welke voorzieningen de rechtspersoon
                            meent te moeten treffen, voor welke doeleinden deze moeten dienen en tot
                            welk bedrag zij deze wenst te vormen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2: Reikwijdte</label></kop><al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidiëring, tenzij de
                            gemeenteraad anders bepaalt, van activiteiten, die door instellingen in
                            het gemeentelijk belang worden uitgevoerd. Deze verordening is niet van
                            toepassing indien er van de zijde van het Rijk dan wel de Provincie een
                            toereikende bekostingsregeling van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3: Algemene eisen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het algemeen worden slechts activiteiten gesubsidieerd die
                                georganiseerd worden door rechtspersonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan subsidie worden verleend ten behoeve van
                                door (een groep van) natuurlijke personen georganiseerde
                                activiteiten. De in deze verordening opgenomen bepalingen zijn
                                daarop - voor zover mogelijk - van een overeenkomstige
                                toepassing.<sup/></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidiëring van activiteiten vindt plaats voorzover deze door
                                burgemeester en wethouders in voldoende mate in het algemeen
                                gemeentelijk belang worden geacht. Bij wettelijk voorschrift of
                                beleidsregel kunnen de activiteiten waan/oor subsidie kan worden
                                verstrekt nader worden bepaald, alsmede andere criteria die voor die
                                verstrekking worden vastgesteld. Hierbij kunnen ook regels worden
                                vastgesteld met betrekking tot de verplichtingen die aan de
                                subsidiebeschikking kunnen worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De begroting van de instelling dient te zijn gebaseerd op het
                                prijspeil van het jaar van indiening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de subsidie wordt het accres verdisconteerd
                                conform artikel 3 lid 6, tenzij anders vermeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Basis voor de berekening van de loonkostencomponent kan het advies
                                van het Landelijk Coördinatiepunt (VNG, IPO en Federatie
                                Werkgeversvereniging) zijn. De compensatie van de loonkostenstijging
                                wordt per instelling als volgt berekend: totale personeelskosten:
                                totale exploitatiekosten x laatst toegekend gemeentelijk
                                subsidiebedrag x percentage landelijk coördinatiepunt = bedrag
                                looncompensatie. Eventuele mutaties kunnen, afhankelijk van het
                                tijdstip van publicatie van het advies van het landelijk
                                coördinatiepunt, in de loop van het jaar alsnog worden
                                verwerkt.</al><al>Rekening houdend hiermee kan de subsidieplafond tussentijds worden
                                verhoogd methet dan bekend geworden
                                looncompensatie-stijgingspercentage. </al><al>Voor de compensatie van de loonkosten komen uitsluitend in
                                aanmerking, desubsidiabele kosten. subsidieontvangende instellingen,
                                waarvan de loonkosten onderdeel uitmaken van de </al><al>Afrekening met de subsidieontvangende instellingen vindt plaats op
                                grond van dewerkelijke uitgaven. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Subsidiëring van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats,
                                indien de instelling zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij
                                uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie
                                    daarvan.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Onder eigen middelen worden de aanwezige reserves verstaan voor
                                zover deze een percentage van vijf van het risicobedrag, berekend
                                per balansdatum van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de
                                subsidieaanvraag wordt ingediend, overschrijden. Burgemeester en
                                wethouders zijn bevoegd een afwijkend percentage vast te stellen.
                                Zij doen hiervan mededeling aan de gemeenteraad bij gelegenheid van
                                de behandeling van de gemeentebegroting.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen besluiten,
                                in tegenstelling tot hetgeen is bepaald in het zevende lid, toch tot
                                subsidiëring over te gaan, indien de aanwezige reserves de vijf
                                procent, als bedoeld in het tiende lid, overschrijden.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Onder middelen van derden, zoals bedoeld in het zevende lid, worden
                                onder meer verstaan het eigen vermogen en het batig exploitatiesaldo
                                van door burgemeester en wethouders nader te bepalen gelieerde
                                rechtspersonen, zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, sub g.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4: Democratisering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling dient op zodanige wijze georganiseerd te zijn, dat
                                haar personeel en de vrijwilligers, alsmede degenen ten behoeve van
                                wie zij activiteiten organiseert, in de gelegenheid zijn invloed uit
                                te oefenen op het beleid van de instelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen terzake nadere regels
                                stellen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5: Toegankelijkheid</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Behoudens voor zover er sprake is van een activiteit, gericht op een
                                specifieke doelgroep, dienen de activiteiten van de instelling open
                                te staan voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras,
                                godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, burgerlijke
                                staat, sekse of seksuele geaardheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accommodaties waar activiteiten uitgevoerd worden dienen ook voor
                                lichamelijk gehandicapten zoveel mogelijk bereikbaar, toegankelijk
                                en bruikbaar te zijn.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6: Subsidieaanvraag</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot subsidieverlening dient voor 1 mei voorafgaand aan
                                het kalenderjaar ingediend te worden tenzij het gaat om een aanvrage
                                ingevolge artikel 30.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indiening van de in het eerste lid bedoelde aanvraag dient in
                                ieder geval overlegd te worden:</al><al>. het activiteitenplan</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen beleidsregels vaststellen met
                                betrekking tot de inhoud van een activiteitenplan.</al><lijst><li nr="b."><al>de begroting van inkomsten en uitgaven;</al></li><li nr="c."><al>de eventuele omvang van een egalisatiereserve;</al></li><li nr="d."><al>een voortschrijdend meerjaren-activiteitenplan voor de
                                        periode van maximaal vier jaar volgend op het eerstvolgend
                                        begrotingsjaar, voorzien van een gespecificeerde raming van
                                        de inkomsten en de uitgaven;</al></li><li nr="e."><al>een voorzieningenplan;</al></li><li nr="f."><al>de balans van het voorafgaande jaar met toelichting;</al></li><li nr="g."><al>een opgave van met de instelling gelieerde rechtspersonen
                                        alsmede van de aard van de betrekking met die
                                        rechtspersonen</al></li></lijst><al>Onder gelieerde rechtspersonen worden in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="1."><al>Rechtspersonen waaraan in het verleden een groter bedrag dan
                                        ƒ 1.000,00 om niet ter beschikking is gesteld, waarover de
                                        instelling op enig moment weer de beschikking kan
                                        krijgen.</al></li><li nr="2."><al>Rechtspersonen ten aanzien waarvan de instelling een
                                        beslissende invloed op de besteding van de middelen dan wel
                                        invloed heeft op de benoeming van één of meer
                                        bestuursleden.</al></li><li nr="3."><al>Rechtspersonen die statutaire bepalingen kennen op grond
                                        waarvan bij liquidatie gelden aan de instelling kunnen
                                        terugvloeien.</al></li><li nr="4."><al>Rechtspersonen waarbij statutair is bepaald dat deze mede
                                        ten doel hebben de instelling financieel te
                                        ondersteunen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen ter zake van de aanvraag een
                                formulier vast. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een subsidieaanvraag legt de instelling tevens over:</al><al>een afschrift van de statuten;</al><al>een beschrijving van de organisatievorm</al><al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al><al>een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan rechtspersonen vrijstelling
                                verlenen van de verplichtingen, neergelegd in de leden 2 en 4.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk
                                voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien
                                de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de
                                beoordeling van de aanvraag of voorde voorbereiding van de
                                beschikking, kan burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag
                                niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad
                                binnen een door het college gestelde termijn de aanvraag aan te
                                vullen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7: Inspraak</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders treden in overleg met de instelling
                                teneinde tot overeenstemming te komen omtrent de activiteiten
                                (prestaties), de overige subsidievoorwaarden en - voorzover van
                                toepassing - de uitwerkingsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 12
                                de door de gemeente ter beschikking te stellen middelen tenzij
                                daarvan met toestemming van de instelling wordt afgezien.
                                Burgemeester en wethouders kunnen terzake de afdeling 3.4 van de
                                Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaren (gelegenheid tot
                                indienen van een zienswijze tegen het voorgenomen besluit).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Leidt zulks tot overeenstemming dan stellen burgemeester en
                                wethouders de gemeenteraad voor te besluiten tot subsidiëring
                                overeenkomstig het overeengekomene.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Leidt zulks niet tot overeenstemming dan maken burgemeester en
                                wethouders in het voorstel aan de gemeenteraad om al dan niet tot
                                subsidiëring over te gaan, in ieder geval melding van de afwijkende
                                opvatting van de instelling en geven zij gemotiveerd aan waarom zij
                                die opvatting niet delen.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 2 DE SUBSIDIEVERLENING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 8: Bevoegdheden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> subsidie plafonds en de weigeringsgronden vast. De
                                        gemeenteraad stelt jaarlijks in het kader van de
                                        begrotingsbehandeling de</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>De uitvoering van de bepalingen van deze verordening wordt,
                                        ingevolge artikel 156 van de gemeentewet, in handen gelegd
                                        van het college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="c."><al>Burgemeester en wethouders verstrekken slechts subsidie op
                                        grond van de lijst die door de gemeenteraad is
                                        vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een wettelijke basis voor subsidiëring is niet vereist indien:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>subsidiëring geschiedt in afwachting van de totstandkoming
                                        van een wettelijk voorschrift gedurende ten hoogste één
                                        jaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het subsidiëring betreft in incidentele gevallen en de
                                        subsidie voor ten hoogste vier jaar wordt verstrekt.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorzover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting
                                die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het voorbehoud
                                worden gemaakt, dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden
                                gesteld.</al><al>Het voorbehoud vervalt, indien de gemeenteraad daarop niet binnen
                                vier weken na vaststelling of goedkeuring van de begroting een
                                beroep heeft gedaan. Het beroep op voorbehoud geschiedt bij een
                                subsidie voor een activiteit die door de gemeenteraad ook in het
                                voorgaande begrotingsjaar werd gesubsidieerd door een intrekking
                                wegens veranderde omstandigheden. In andere gevallen geschiedt het
                                beroep op het voorbehoud door een intrekking overeenkomstig artikel
                                22 of 23.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteraad maakt het te verwachten subsidieplafond bekend vóór
                                de aanvraag van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld; bij de
                                bekendmaking wordt de wijze van verdeling vermeld en wordt gewezen
                                op de mogelijkheid tot verlaging van dat plafond alsmede de gevolgen
                                daarvan voor de reeds ingediende aanvragen om subsidie.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9: Weigeringsgronden</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders weigeren een subsidie die op wettelijk
                                voorschrift berust of een incidentele subsidie wegens het ontbreken
                                van voor verstrekking beschikbare gelden, indien de subsidieplafond
                                bij verstrekking zou worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders weigeren een instelling subsidie indien
                                haar activiteiten niet zijn gericht op de gemeente of aanwijsbaar
                                ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie weigeren indien
                                gegronde vrees bestaat dat:</al><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al><al><cursief>de aanvrager in strijd</cursief>met de aan de beschikking
                                tot subsidieverlening verbonden voorschriften zal handelen;</al><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                verantwoording zal ajleggen omtrent de verrichte activiteiten en de
                                daaraan verbonden uitgaven en inkomsten voorzover deze voor de
                                vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie voorts weigeren
                                indien de aanvrager:</al><al>niet of slechts in beperkte mate voldoet aan de voorwaarden, gesteld
                                bij of krachtens deze verordening;</al><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste
                                beschikking op de aanvraag zouden hebben geleid, of</al><al>failliet is of in surseance van betaling verkeert, dan wel een
                                verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.</al><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten over te gaan tot
                                terugvordering van reeds betaalde subsidie, ook na de periode
                                waarvoor deze is verleend, indien zich een van de omstandigheden
                                voordoet, genoemd in het eerste lid. Alsdan is de instelling
                                verplicht het teruggevorderde subsidiebedrag onmiddellijk terug te
                                storten in de gemeentekas.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10: Meerjarige subsidie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor een kalenderjaar of voor een
                                bepaald aantal (maximaal vier jaar) kalenderjaren subsidie
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de subsidie voor twee of meer
                                kalenderjaren wordt verleend wordt aan de subsidie de verplichting
                                verbonden tot het periodiek aan burgemeester en wethouders
                                verstrekken van de gegevens die voor de vaststelling van de subsidie
                                van belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens de
                                subsidieontvanger krachtens het tweede lid moet verstrekken alsmede
                                op wëlke-tijdstippen de gegevens moeten worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een meerjarige subsidie is verleend, behouden burgemeester en
                                wethouders de bevoegdheid om tot een tussentijdse vermindering van
                                de subsidie over te gaan. Van deze bevoegdheid wordt alleen gebruik
                                gemaakt, indien de budgettaire positie van de gemeente daar dringend
                                aanleiding toe geeft c.q. indien op grond van de
                                gegevensverstrekking ingevolge het tweede lid duidelijk wordt dat de
                                activiteiten op basis waarvan de subsidie is toegekend niet
                                genoegzaam zijn uitgevoerd maar niet dan na overleg met de
                                instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11: De subsidiebeschikking</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking op de subsidieaanvraag wordt binnen 2 maanden na
                                vaststelling van de gemeentebegroting genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de beschikking tot subsidieverlening staat:</al><al>een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                                verleend en indien nodig - de vermelding dat deze omschrijving later
                                kan worden uitgewerkt in een overeenkomst; </al><al>het (maximale) bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit
                                bedrag wordt bepaald of het bedrag waarop de subsidie ten hoogste
                                kan worden vastgesteld;</al><al>de periode waarvoor de subsidiebedrag wordt toegekend;</al><al>eventuele aanvullende voorschriften;</al><al>of en op welke wijze de bevoorschotting zal plaatsvinden.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12: Subsidieovereenkomst</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening kan een
                                overeenkomst (budgetsubsidiëring) worden gesloten, waarin afspraken
                                worden vastgelegd over het beoogde resultaat van de activiteiten in
                                relatie tot de gestelde doelen, uitgedrukt in meetbare
                                prestaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de
                                subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden
                                bepaald dat de subsidieontva'nger verplicht is de activiteiten te
                                verrichten waarvoor de subsidie is verleend.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 3 VERPLICHTINGEN VAN DE RECHTSPERSOON</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 13: Voorschriften (voorwaarden)</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechtspersoon is gehouden de activiteiten (prestaties) te leveren
                                zoals deze opgenomen zijn in de subsidiebeschikking en - voorzover
                                van toepassing - in de
                                uitwerkingsovereenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een beschikking tot
                                subsidieverlening voorschriften (voorwaarden) verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorschriften kunnen ondermeer verplichtingen bevatten met
                                betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie
                                        wordt verleend;</al></li><li nr="b."><al>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven
                                        en inkomsten;</al></li><li nr="c."><al>de voor het vaststellen van de subsidie te verstrekken
                                        gegevens en bescheiden;</al></li><li nr="d."><al>het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de
                                        subsidie voor een derde;</al></li><li nr="e."><al>de verwezenlijking van het doel van de subsidie met dien
                                        verstande, dat voor zover de subsidie op een wettelijk
                                        voorschrift berust hierin bij of krachtens wettelijk
                                        voorschrift moet zijn voorzien;</al></li><li nr="f."><al>een verzekeringsplicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voorschriften inhoudende verplichtingen die niet strekken tot
                                verwezenlijking van het doel van de subsidie kunnen aan de
                                beschikking worden verbonden, voorzover dit bij wettelijk
                                voorschrift is bepaald en voor zover deze betrekking hebben op de
                                wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit
                                wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorschriften kunnen na de subsidieverlening worden uitgewerkt in
                                de overeenkomst voorzover de beschikking tot subsidieverlening dit
                                vermeldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14: Tussentijdse rapportage</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uiterlijk op 1 augustus van de subsidiejaar brengt de instelling
                                verslag uit omtrent de voortgang van haar activiteiten in de eerste
                                zes maanden van het jaar en geeft een prognose voor de tweede zes
                                maanden.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien aan een instelling subsidie is verleend voor een langere
                                periode dan een jaar, brengt de instelling in deze periode vóór 1
                                april van ieder jaar verslag uit over de financiële ontwikkeling en
                                voortgang van het leveren van prestaties in het voorgaande
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders geven aan in welke vorm deze rapportage
                                dient plaats te vinden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet indien:</al><al>een subsidie is toegekend van minder dan ƒ 50.000,00;</al><al>omtrent de wijze en het tijdstip van rapporteren andere voorwaarden
                                zijn gesteld;</al><al>in de gevallen die burgemeester en wethouders bepalen</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15: Jaarrapportage</label></kop><lid><lidnr/><al>Uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op de subsidiejaar brengt
                                de rechtspersoon verslag uit van de door haar in het kalenderjaar
                                uitgevoerde activiteiten (prestaties) conform daartoe door
                                burgemeester en wethouders vastgestelde richtlijnen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16: Accountantsverklaring</label></kop><lid><lidnr/><al>Indien het jaarlijks in zijn totaliteit aan de rechtspersoon
                                toegekende subsidie meer dan ƒ 50.000,00 bedraagt, dient de in
                                artikel 14 genoemde rapportage uiterlijk 1 juli van het jaar
                                volgende op het kalenderjaar voorzien te zijn van een
                                accountantsrapport zoals in de begripsbepalingen nader is
                                omschreven.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17: Controle</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd controle uit te oefenen op
                                de betrouwbaarheid van de in de artikelen 14 en 15 bedoelde
                                rapportages.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie van de rechtspersoon dient zodanig ingericht te
                                zijn dat deze controle op eenvoudige wijze mogelijk is. Burgemeester
                                en wethouders kunnen ter zake aanwijzingen geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechtspersoon is verplicht door burgemeester en wethouders
                                aangewezen personen inzage té geven in haar boeken en andere
                                zakelijke bescheiden en deze desgewenst te verstrekken en toegang te
                                verlenen tot haar gebouwen, voorzover de in het eerste lid genoemde
                                controle dat vereist.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEVASTSTELLING </label></kop><structuurtekst><al>De Subsidievaststelling</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 18</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de
                                subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde
                                bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat de
                                beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de
                                activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vaststelling van de subsidie geschiedt na afloop van de
                                activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend door
                                burgemeester en wethouders, tenzij de gemeenteraad anders
                                bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie de subsidie is verleend, dient hiertoe een aanvraag
                                in.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend uiterlijk 4
                                maanden na afloop van het tijdvak waarvoor subsidie is
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvraag niet of niet tijdig wordt ingediend, kan de
                                subsidie ambtshalve worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling van de subsidie geeft aan of de
                                activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de
                                subsidieverlening, tenzij de subsidie voor de aanvang van de
                                activiteiten wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts wordt bij de aanvraag rekening en verantwoording afgelegd
                                omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten,
                                voorzover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                                zijn.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vaststelling van de subsidie kan geschieden
                                voor een lager bedrag dan de voorschotverlening van de subsidie
                                indien:</al><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel
                                hebben plaatsgevonden;</al><al>de aanvrager heeft gehandeld in strijd met de aan de
                                subsidieverlening verbonden verplichtingen;</al><al>de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;</al><al>de aanvraag tot vaststelling van de subsidie niet of niet tijdig is
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vaststelling van de subsidie lager is dan de
                                bevoorschotting, moet de teveel genoten subsidie binnen vijf weken
                                na de datum van verzending van de vaststellingsbeschikking worden
                                teruggestort in de gemeentekas.</al><al/><al/><al>Intrekking, wijzigingen en beëindiging</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>beschikking tot subsidieverlening, ondermeer intrekken of ten nadele
                                van de ontvanger wijzigen indien: Burgemeester en wethouders kunnen,
                                zolang de subsidie niet is vastgesteld, een</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                        geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de instelling niet of slechts in beperkte mate voldoet aan
                                        de voorwaarden, gesteld bij of krachtens deze
                                        verordening;</al></li><li nr="c."><al>de instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                        verstrekt en kennis van de juiste gegevens van invloed zijn
                                        geweest op de hoogte van de subsidie;</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van opheffing, faillissement of surséance van
                                        betaling van de instelling;</al></li><li nr="e."><al>met toepassing van artikel 8, derde lid, een beroep wordt
                                        gedaan op het voorbehoud dat voldoende gelden ter
                                        beschikking worden gesteld.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het voornemen tot opheffing, van surséance van betaling of van
                                faillissement van de instelling, dient de instelling schriftelijk
                                kennis te geven aan het bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een beschikking tot
                                subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger
                                wijzigen:</al><al>op grond van feiten en omstandigheden waarvan het bij de
                                subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op
                                grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de
                                subsidieverlening had kunnen worden vastgesteld;</al><al>indien de subsidieontvanger heeft gehandeld in strijd met de aan de
                                subsidievaststelling verbonden voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidievaststelling kan vijf jaar na bekendmaking niet meer
                                worden gewijzigd of ingetrokken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 5: BIJZONDERE VORMEN VAN SUBSIDIERING </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 24: Beleidsregels</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan voor bepaalde sectoren beleidsregels
                                vaststellen, op basis waarvan de aangewezen instellingen worden
                                gesubsidieerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze beleidsregels kan worden aangegeven welke artikelen van deze
                                verordening niet van toepassing zijn.</al><al/><al><vet>INVESTERINGSSUBSIDIE</vet></al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25: Algemene bepalingen</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvragen om investeringssubsidie beslist de gemeenteraad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Subsidie kan alleen worden verleend als de investering niet kan
                                worden bekostigd uit door de instelling gereserveerde gelden,
                                alsmede indien en voor zover de gemeente financiële middelen heeft
                                of deze investering is opgenomen in de investeringsstaat van de
                                gemeentebegroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Subsidie kan worden aangevraagd voor:</al><al>nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of groot onderhoud van de
                                accommodaties; </al><al>eerste inrichting/inventaris, waaronder tevens begrepen
                                kantoorinventaris en activiteiten en activiteitenmateriaal en
                                aanvulling hierop;</al><al>vervanging van inrichting/inventaris, indien uit de afschrijving van
                                de te ontvangen goederen niet voldoende liquide middelen zijn
                                vrijgekomen m de investering te kunnen financieren.o</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26: Subsidieaanvraag</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alvorens de aanvraag tot subsidieverlening bij de gemeenteraad wordt
                                ingediend, wordt een conceptaanvraag voorgelegd aan het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De definitieve aanvraag aan de gemeenteraad bestaat uit:</al><al>een omschrijving van de investering, met - indien van toepassing -
                                eenbouwtekening en bestek; </al><al>een overzicht van de begrote kosten en de beschikbare eigen
                                middelen, alsmedeeen toelichting hierop; </al><al>een plan voor eventuele verwerving van eigen middelen;</al><al>een balans per 31 december van het voorgaande jaar;</al><al>overige door de gemeenteraad gewenste gegevens.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27: Subsidieverlening</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorafgaande aan de subsidievaststelling moet op de
                                subsidieaanvraag een beschikking tot subsidieverlening worden
                                gegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist op de aanvraag binnen dertien weken na
                                ontvangst, tenzij wettelijke voorschriften c.q. termijnen een
                                langere voorbereidingstijd noodzakelijk' maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op basis van de subsidieverlening kan de gemeenteraad een voorschot
                                verlenen op de vast te stellen subsidie.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28: Subsidievaststelling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt door de gemeenteraad na realisering van de
                                investering vastgesteld op basis van een afrekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling verstrekt daartoe zo spoedig mogelijk na realisering
                                van de investering:</al><al>een overzicht van de werkelijk gemaakte kosten, de werkelijke eigen
                                middelen, alsmede een toelichting daarop; </al><al>een opgave van eventueel aangegane leningen;</al><al>overige door het bestuursorgaan gewenste gegevens. </al><al>De subsidie kan niet meer bedragen dan het werkelijke tekort op de
                                afrekening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie wordt binnen vier weken na de vaststelling
                                overeenkomstig die vaststelling betaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de vaststelling van de subsidie lager is dan de
                                bevoorschotting, moet de teveel genoten subsidie binnen vijf weken
                                na de datum van verzending van de vaststellingsbeschikking worden
                                teruggestort in de gemeentekas.</al><al/><al><vet>WAARDERINGSSUBSIDIE</vet></al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 29: Waarderingsubsidie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie als
                                waarderingssubsidie aanmerken, indien zij bepaalde activiteiten van
                                belang achten en daar geen nadere voorwaarden aan wensen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hoofdstuk 3 van deze verordening is niet van toepassing, tenzij
                                anders wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op de subsidiejaar dient
                                de instelling bij het bestuursorgaan een beknopt verslag van haar
                                activiteiten in.</al><al/><al><vet>INCIDENTELE SUBSIDIE</vet></al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30: Incidentele subsidie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder een incidentele subsidieaanvraag wordt verstaan een aanvraag,
                                die betrekking heeft op een activiteit, die verricht wordt in een
                                jaar, waarin de subsidieaanvraag gedaan wordt en een eenmalig of
                                experimenteel karakter heeft, bijvoorbeeld bij start van
                                activiteiten of als eenmalige waardering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag dient uiterlijk drie maanden voordat met de activiteit
                                een begin wordt gemaakt bij burgemeester en wethouders te worden
                                ingediend, vergezeld van een gespecificeerde begroting met
                                toelichting en een beschrijving van de geplande activiteit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvraag niet drie maanden tevoren is ingediend, kunnen
                                burgemeester en wethouders besluiten deze buiten behandeling te
                                laten. Burgemeester en wethouders beslissen op aanvragen met
                                betrekking tot incidentele subsidies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen eisen, dat na afloop van de
                                gesubsidieerde activiteit binnen een door hen te bepalen termijn de
                                rechtspersoon een afrekening alsmede een verslag van de activiteit
                                indient.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Hoofdstuk 3 van deze verordening is niet van
                                toepassing, tenzij anders wordt bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 31: Betaling en terugvordering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt overeenkomst de subsidievaststelling betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling
                                betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 32: Voorschotten</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger voorschotten
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidievaststelling worden betaalde voorschotten verrekend met
                                het bedrag van de subsidie.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 33</label></kop><lid><lidnr/><al>De verplichting tot betaling van de subsidie of een voorschot wordt
                                opgeschort indien burgemeester en wethouders het voornemen bekend
                                hebben gemaakt de subsidieverlening of -vaststelling ten nadele van
                                de subsidieontvanger in te trekken of te wijzigen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 34</label></kop><lid><lidnr/><al>Een onverschuldigd betaald subsidiebedrag of voorschot kan worden
                                teruggevorderd tot vijfjaar na de subsidievaststelling, de
                                intrekking of wijziging daarvan.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 6 BEZWAAR EN BEROEP</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 35</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tegen elk op grond van deze verordening genomen besluit kan, voor
                                zover het een besluit van de gemeenteraad betreft, de instelling
                                bezwaar indienen bij de gemeenteraad.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tegen een op grond van deze verordening genomen besluit kan, voor
                                zover het een besluit van burgemeester en wethouders betreft, de
                                instelling bezwaar indienen bij burgemeester en wethouders.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tegen een op grond van artikel 35 lid 2 genomen besluit op een
                                bezwaarschrift kan beroep ingediend worden bij de gemeenteraad</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bezwaar- en beroepschriften worden door burgemeester en wethouders
                                ter advisering voorgelegd aan de Commissie van Bezwaar en
                                Beroep.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bezwaar dan wel beroep moet worden ingesteld binnen zes weken na
                                de datum van verzending van de mededeling van de omstreden
                                beslissing bij de gemeenteraad, dan wel bij burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bezwaar- en beroepschrift houdt tenminste in:</al><al>de naam en het adres van de instelling;</al><al>de dagtekening;</al><al>waartegen bezwaar gemaakt wordt;</al><al>waarom bezwaar gemaakt wordt;</al><al>een omschrijving van de gewenste beslissing;</al><al>de ondertekening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Commissie van Bezwaar en Beroep brengt uiterlijk binnen 8 weken
                                nadat het bezwaar- of beroepschrift is ontvangen advies uit aan de
                                gemeenteraad dan wel aan burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De Commissie van Bezwaar en Beroep kan de advisering met ten hoogste
                                4 weken verdagen, zulks onder mededeling aan de instelling met
                                opgave van redenen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 7 ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN EN VOORWAARDEN TOEZICHT EN CONTROLE</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 36</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Instellingen die subsidies ontvangen, zijn verplicht aan
                                burgemeester en wethouders alle inlichtingen te verstrekken die voor
                                de beoordeling van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                doeltreffendheid van de besteding van de subsidie van belang kunnen
                                zijn.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders behouden zich het recht voor in
                                voorkomende gevallen inzage te verlangen in de administratie van de
                                instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders behouden zich, de instelling gehoord, het
                                recht voor om voor rekening van de gemeente, een
                                accountantsonderzoek te laten verrichten indien zij daartoe
                                aanleiding zien. Mocht blijken dat de instelling laakbaar handelen
                                verweten kan worden, dan dient de instelling alsnog de kosten van
                                het accountantsonderzoek voor haar rekening te nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij vervreemding van roerende en/of onroerende goederen kunnen
                                burgemeester en wethouders bepalen dat de op die goederen verleende
                                subsidies, vermeerderd met een evenredig deel van de eventuele
                                waardestijging, in de gemeentekas worden teruggestort.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 37</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling is verplicht haar roerende en onroerende bezittingen
                                behoorlijk tegen brandschade te verzekeren en verzekerd te
                                houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling is verplicht de wettelijke aansprakelijkheid ten
                                opzichte van derden te dekken door afsluiting van een verzekering
                                voor de onder haar verantwoordelijkheid werkende vrijwilligers en in
                                dienst zijnde personeel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere door hen
                                aan te geven risico's worden verzekerd en verzekerd worden
                                gehouden.</al><al/><al><vet>RESERVE-</vet><vet> EN
                                    VERMOGENSVORMING</vet></al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 38</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling is vanaf het begin van de eerste contractperiode
                                verantwoordelijk voor de toekomstige betaling van wachtgeld- en
                                afvloeiingskosten en van investeringen en groot onderhoud aan
                                gebouwen, installaties, inventaris e.d. die eigendom zijn van de
                                instelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling kan reserveringen ten behoeve van verplichtingen die
                                voortvloeien uit artikel 38 lid 1 plegen tot het maximum van de
                                verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een instelling heeft het recht op vermogensvorming, naast het plegen
                                van reserveringen in een doelgebonden "onderhouds- en reservefonds"
                                voor de verplichtingen die voorvloeien uit artikel 38 lid 1.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besteding van het eigen vermogen moet volledig dienen ter
                                bereiking van de doelen van de instelling die door burgemeester en
                                wethouders worden onderschreven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij gelegenheid van de onderhandelingen over de subsidie kunnen
                                specifieke afspraken gemaakt worden over de vorming en de besteding
                                van het vermogen en de inrichting van het "onderhouds- en
                                reservefonds".</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 39: Ontheffing</label></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in individuele gevallen van een of
                            meer verplichtingen van deze verordening ontheffing verlenen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 40: Overgangsbepaling</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn
                                verleend, blijven de bepalingen van toepassing zoals die zijn
                                opgenomen in de bestaande subsidieverordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een instelling door inwerkingtreding van deze verordening een
                                in het verleende gestarte activiteiten niet meer kan continueren,
                                zal hiervoor een overgangsregeling getroffen worden. De
                                overgangsregeling bestaat uit het afbouwen van de subsidie in een
                                periode van vier jaar tot het niveau waar vanuit deze verordening
                                recht op bestaat.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 41: Inwerkingtreding</label></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de derde dag na
                                        publicatie: Met ingang van die datum vervallen :</al></li><li nr="-"><al>De Verordening budgetsubsidies, waarderingssubsidies en
                                        subsidies aan landelijk, regionaal en provinciaal werkzame
                                        instellingen van de gemeente Egmond; </al></li><li nr="-"><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Bergen- nh; </al></li><li nr="-"><al>De Algemene subdieverordening gemeente Schoorl</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der
                        gemeente Bergen, van 26 juni 2001</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>