<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR237379_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Witte Weekblad, Week in Beeld, d.d. 5 december 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/44880 raadsvoorstel</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Gemeentelijke belastingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-13320</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-13321</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-13322</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-13323</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING OP HET GEBRUIK VAN PARKEERPLAATSEN EN DE VERLENING VAN
                VERGUNNINGEN VOOR HET PARKEREN
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <cursief>vastgesteld door de gemeenteraad op 22 november 2012</cursief>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <al>a het RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                            juli 1990, Staatsblad 459;</al>
            <al>b motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                            onderdeel <cursief>z</cursief>, van het RVV 1990, tevens wordt onder
                            motorvoertuig ook een brommobiel en invalidenvoertuig verstaan; </al>
            <al>c parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225, tweede lid,
                            van de Gemeentewet;</al>
            <al>d houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig
                            moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat
                            is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet (Staatsblad 1994,
                            nr. 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt
                            aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                            kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven.
                            Bij een zogenaamd lease- of huurvoertuig, of alles wat hier onder
                            maatschappelijk gebruik onder wordt verstaan, zal moeten worden
                            aangetoond dat het voertuig ter beschikking is gesteld;</al>
            <al>e parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van
                            verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                            overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al>
            <al>f parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                            parkeerapparatuur;</al>
            <al>g belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9
                            uit bijlage I van het RVV 1990;</al>
            <al>h parkeerplaats: parkeerapparatuurplaats of belanghebbendenplaats;</al>
            <al>i vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende
                            parkeervergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                            te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                            belanghebbendenplaatsen;</al>
            <al>j vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                            vergunning is verleend;</al>
            <al>k bewonersvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 4;</al>
            <al>l bezoekersvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 5;</al>
            <al>m bedrijfsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 6;</al>
            <al>n vergunningengebied: een gebied als aangegeven in bijlagen van deze
                            verordening;</al>
            <al>o Privaatrechtelijke regeling achteraf betaald parkeren Alphen aan den
                            Rijn;</al>
            <al>p bedrijf: hetgeen het spraakgebruik hieronder verstaat, met dien
                            verstande dat bedrijven worden beschouwd als één bedrijf indien de
                            vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing
                            betreft, dan wel sprake is van een juridische constructie waaruit moet
                            worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf betreft, tenzij het
                            tegendeel wordt aangetoond.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>BETAALD PARKEREN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Plaatsaanduiding betaald parkeren</titel>
            </kop>
            <al>1 a de vergunningengebieden I en II, uitgezonderd de daarin gelegen
                            parkeerlocaties achteraf betalen;</al>
            <al> b het parkeerterrein onder het winkelcentrum Ridderhof;</al>
            <al> c een gedeelte van het ten westen van het wijkwinkelcentrum aan de
                            Prinses Irenelaan gelegen parkeerterrein;</al>
            <al> d een gedeelte van het Stadhoudersplein nabij de Prinses
                            Irenelaan.</al>
            <al>2 Het gebied als genoemd in het eerste lid, onder a, kan in de
                            Verordening parkeerbelastingen worden uitgesplitst ten aanzien van
                            tarief, tijdvak en maatstaf van heffing.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Voorschriften</titel>
            </kop>
            <al>1 Het bij de aanvang van het parkeren verkregen parkeerkaartje dient
                            achter de voorruit van het motorvoertuig te worden geplaatst. Dit dient
                            zodanig te gebeuren dat de voorzijde van het kaartje duidelijk vanaf de
                            buitenkant van het motorvoertuig is te lezen.</al>
            <al>2 wanneer gebruik wordt gemaakt van een zogenaamde persoonlijke
                            “in-voertuig” parkeermeter dient het apparaat, ingesteld op het juiste
                            tarief, tijdvak en maatstaf welke geldt voor de locatie waar het
                            voertuig is geparkeerd, in werking te worden gesteld middels een door of
                            namens de gemeente verstrekte smartcard. Het apparaat dient zodanig in
                            het voertuig te worden aangebracht dat de voorzijde van het apparaat
                            duidelijk vanaf de buitenkant van het voertuig van het motorvoertuig is
                            te zien;</al>
            <al>3 Indien de voorschriften in dit artikel niet worden nageleefd, wordt er
                            onbetaald geparkeerd.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>PARKEERVERGUNNINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>De bewonersvergunning</titel>
            </kop>
            <al>Op aanvraag wordt een vergunning verleend aan de eigenaar of houder van
                            een motorvoertuig wanneer deze volgens het bevolkingsregister als
                            bewoner op een adres staat ingeschreven en dit adres is gelegen in een
                            vergunningengebied.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>De bezoekersvergunning</titel>
            </kop>
            <al>Op aanvraag wordt een vergunning verleend aan de aanvrager wanneer deze
                            volgens het bevolkingsregister als bewoner op een adres staat
                            ingeschreven en dit adres is gelegen in een vergunningengebied, met dien
                            verstande dat maximaal één vergunning per adres kan worden
                            verstrekt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>De bedrijfsvergunning</titel>
            </kop>
            <al>Op aanvraag wordt een vergunning verleend:</al>
            <lijst>
              <li nr="a"><al> voor elk motorvoertuig waarvan de eigenaar of houder een
                                    bedrijf uitoefent in een pand, gelegen in het
                                    vergunningengebied, en waarvan het kenteken staat geregistreerd
                                    op naam van het bedrijf;</al></li>
              <li nr="b"><al>voor één motorvoertuig waarvan de eigenaar of houder een bedrijf
                                    uitoefent in een pand, gelegen in het vergunningengebied, met
                                    dien verstande dat maximaal één vergunning per vestigingsadres
                                    kan worden verstrekt;</al></li>
              <li nr="c"><al>aan een onderwijsinstelling welke is gelegen in het
                                    vergunningengebied, met dien verstande dat maximaal één
                                    vergunning wordt verleend. Deze vergunning kan worden afgegeven
                                    zonder kentekenvermelding;</al></li>
              <li nr="d"><al>voor elk motorvoertuig aan diegene die in Alphen aan den Rijn is
                                    geregistreerd als zelfstandig werkend huisarts of verloskundige
                                    of als zorg- of hulpverlener in dienst is van een professionele
                                    zorg- of hulpverleningsinstelling waarvan de in het kader van de
                                    uitoefening van dit beroep te verrichten werkzaamheden
                                    grotendeels buiten de vestiging van de instelling plaatsvinden
                                    en die in het kader van de uitoefening van dat beroep regelmatig
                                    aantoonbaar in het vergunningengebied, een motorvoertuig dient
                                    te parkeren.</al><al/></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>VERLENEN EN INTREKKEN VAN VERGUNNINGEN VOOR
                                        PARKEERPLAATSEN, GELDIGHEID VERGUNNINGEN, GEGEVENS EN
                                        VOORSCHRIFTEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Verlenen en geldigheid vergunningen</titel>
            </kop>
            <al>1 a Een bewonersvergunning is geldig in één vergunningengebied,
                                    zijnde het </al>
            <al> vergunningengebied alwaar de vergunninghouder woonachtig
                                    is;</al>
            <al> b Een bewonersvergunningen welke is verleend aan een bewoner in
                                    de gebieden III en IV is</al>
            <al> geldig binnen deze twee gebieden;</al>
            <al>c Ten aanzien van gebied VI worden alleen bewonersvergunningen
                                    verstrekt.</al>
            <al>2 a Een bezoekersvergunning kan alleen verleend worden ten
                                    aanzien van de gebieden I, II of</al>
            <al> V als aangegeven in de bijlagen van deze verordening;</al>
            <al>b Een bezoekersvergunning is geldig in de straat waarin het
                                    adres is gelegen ten aanzien waarvan de vergunning op grond van
                                    artikel 5 is verstrekt, of een direct daaraan aangrenzende
                                    straat;</al>
            <al>c Een bezoekersvergunning mag alleen worden gebruikt wanneer de
                                    eigenaar of houder van het motorvoertuig waarin de vergunning is
                                    aangebracht, op bezoek is bij de vergunninghouder.</al>
            <al>3a Een bedrijfsvergunning welke is verleend aan een bedrijf dat
                                    is gevestigd in de</al>
            <al>vergunningengebieden I of II is alleen geldig binnen deze twee
                                    vergunningengebieden;</al>
            <al>b Een bedrijfsvergunning welke is verleend aan een bedrijf dat
                                    is gevestigd in vergunningengebied III of IV is alleen geldig
                                    binnen deze twee vergunningengebieden;</al>
            <al>c Een bedrijfsvergunning welke is verleend aan een bedrijf dat
                                    is gevestigd in vergunningengebied V is alleen geldig in dat
                                    vergunningengebied;</al>
            <al>d Een bedrijfsvergunning welke is verleend op grond van artikel
                                    6, onderdeel d, is geldig in alle vergunninggebieden.</al>
            <al>4 a Vergunningen voor gebied III zijn alleen geldig op
                                    vrijdagavond en overige koopavonden van 17.00 uur tot 21.00 uur,
                                    alsmede op zaterdag van 9.00 uur tot 20.00 uur;</al>
            <al> b Vergunningen voor gebied IV zijn alleen geldig op maandag tot
                                    en met donderdag en zondag van 17.00 tot 20.00 uur, vrijdag en
                                    overige dagen met koopavonden van 17.00 uur tot 21.00 uur,
                                    alsmede op zaterdag van 9.00 uur tot 20.00 uur;</al>
            <al> c Vergunningen voor gebied V zijn alleen geldig op maandag tot
                                    en met zaterdag van 9.00 uur tot 13.00 uur;</al>
            <al>5 Vergunningen zijn geldig voor een door burgemeester en
                                    wethouders vast te stellen termijn.</al>
            <al>6 Een vergunning geldt voor het parkeren met een motorvoertuig
                                    op één parkeerplaats tegelijk.</al>
            <al>7 Een voertuig als bedoeld in artikel 5.6 van de Algemene
                                    plaatselijke verordening mag op een parkeerplaats worden
                                    geparkeerd als dit voertuig is voorzien van een
                                    bezoekersvergunning, of als er ten aanzien van dit kenteken een
                                    vergunning is verstrekt. De bepalingen in de Algemene
                                    plaatselijke verordening blijven onverkort van kracht.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Gegevens en voorschriften</titel>
            </kop>
            <al>1 Een vergunning bevat de volgende gegevens:</al>
            <al> a de periode waarvoor de vergunning geldt;</al>
            <al> b het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al>
            <al>c het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning
                                    geldt (met uitzondering van de in artikel 6, onder c, genoemde
                                    vergunning);</al>
            <al> d het soort vergunning;</al>
            <al> e ten aanzien van een bezoekersvergunning: de straat waarin het
                                    adres is gelegen ten aanzien waarvan de bezoekersvergunning is
                                    verleend.</al>
            <al>2 Aan een vergunning worden de volgende voorschriften
                                    verbonden:</al>
            <al> a de vergunning is uitsluitend geldig voor het parkeren met het
                                    motorvoertuig waarvan het kenteken, respectievelijk andere
                                    aanduidingen, aan de voorzijde van de vergunning is vermeld, of
                                    bij een digitale vergunning is geprogrammeerd in de
                                    vergunning;</al>
            <al> b tijdens het parkeren moet de vergunning van buitenaf goed
                                    zichtbaar achter de voorruit van het voertuig zijn aangebracht.
                                    Indien de vergunning niet achter de voorruit aangebracht kan
                                    worden, dan op enige andere van buitenaf goed zichtbare wijze.
                                    Bij een digitale vergunning moet deze zodanig achter de voorruit
                                    worden aangebracht dat de chip van buitenaf goed afleesbaar is.
                                    Indien de vergunning niet achter de voorruit aangebracht kan
                                    worden, dan op enige andere van buitenaf goed afleesbare
                                    wijze.</al>
            <al>cde vergunning mag niet worden gereproduceerd;</al>
            <al>c d een bewonersvergunning en bedrijfsvergunning zijn gebonden
                                    aan het op de vergunning vermelde kenteken, of bij een digitale
                                    vergunning aan het in de vergunning geprogrammeerde kenteken.
                                    Een bezoekersvergunning is gebonden aan het adres van de
                                    aanvrager/houder, of bij een digitale vergunning aan het in de
                                    vergunning geprogrammeerde adres. Vergunningen zijn niet
                                    overdraagbaar aan anderen dan voornoemd.</al>
            <al>c e indien één of meerdere van de hiervoor genoemde
                                    voorschriften niet wordt (worden) nageleefd, wordt er zonder
                                    vergunning geparkeerd;</al>
            <al>c f de vergunning blijft in eigendom van de Gemeente Alphen aan
                                    den Rijn.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Plaatsen waar de vergunning niet geldig
                                    is</titel>
            </kop>
            <al>a de parkeerlocaties achteraf betalen;</al>
            <al>b het parkeerterrein gelegen tussen het winkelcentrum Aarhof en
                                    de rondlopende rijbaan van het Aarplein (Aarplein-west);</al>
            <al>c Hooftstraat, tussen de Rhenanialaan en de W.M.C.
                                    Regtstraat;</al>
            <al>d op de kortparkeerplaatsen op het parkeerterrein op het
                                    Toussaintplein;</al>
            <al>e de Julianastraat tussen de Postkade en de Hoflaan;</al>
            <al>f het parkeerterrein onder het winkelcentrum Ridderhof.</al>
            <al/>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Intrekken van vergunningen</titel>
            </kop>
            <al>1 een vergunning wordt ingetrokken:</al>
            <al> a op verzoek van de vergunninghouder; </al>
            <al> b wanneer de vergunninghouder verhuist, tenzij de verhuizing
                                    plaatsvindt binnen de grenzen van hetzelfde vergunningengebied
                                    als ten aanzien waarvan de vergunning is verleend. Hierbij dient
                                    echter wel, met in acht neming van artikel 8, eerste lid, onder
                                    e, van deze verordening, de vergunning te worden gewijzigd;</al>
            <al> c wanneer de vergunninghouder het door hem/haar uitgeoefende
                                    bedrijf beëindigt, tenzij de vergunninghouder het bedrijf direct
                                    opnieuw vestigt binnen de grenzen van hetzelfde
                                    vergunningengebied als ten aanzien waarvan de vergunning is
                                    verleend;</al>
            <al> d wanneer het motorvoertuig, ten aanzien waarvan een vergunning
                                    is verleend, in het register als genoemd in artikel 1, onder d,
                                    op een andere naam wordt ingeschreven. De vergunninghouder dient
                                    hier per ommegaande melding van te doen aan burgemeester en
                                    wethouders;</al>
            <al> e wanneer voor het desbetreffende vergunningengebied het
                                    desbetreffende stelsel van vergunningen komt te vervallen;</al>
            <al> f wanneer de vergunninghouder opzettelijk handelt in strijd met
                                    de aan de vergunning verbonden voorschriften en bepalingen in
                                    deze verordening;</al>
            <al> g wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                    opzettelijk onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al>
            <al> h wanneer het beleid van de gemeente daartoe noodzaakt.</al>
            <al>2 Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning
                                    is met redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of
                                    het wijzigen van de vergunning schriftelijk in kennis
                                    gesteld.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>AFDELING</label>
            <nr>V</nr>
            <titel>VERBODSBEPALINGEN, STRAFBEPALINGEN, VERDERE
                                        BEPALINGEN, OVERGANGSREGELINGEN EN CITEERTITEL</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al> Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan op een parkeerplaats met uitzondering van
                                het bepaalde in artikel 7, zevende lid, van deze verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd
                                of verhinderd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze, met andere
                                middelen of met andere munten dan die welke in de kennisgeving op of
                                bij de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te
                                stellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al>
              <al>a zonder vergunning;</al>
              <al>b zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
                                de vergunning;</al>
              <al>c in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bepaalde in artikel 11 wordt gestraft met hechtenis
                            van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
            </kop>
            <al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door burgemeester en wethouders aangewezen
                            ambtenaren belast.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, in gevallen waarin de
                            toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere
                            hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager af te wijken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2013.</al></li>
              <li nr="2."><al>2 De Parkeerverordening 2012 wordt, met ingang van de in het
                                    eerste lid bedoelde datum van inwerkingtreding ingetrokken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Parkeerverordening
                            2013.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Alphen aan den Rijn/i157134.pdf">Bijlage 1</extref>
        </al>
      </bijlage>
      <bijlage>
        
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Alphen aan den Rijn/i157135.pdf">Bijlage 2</extref>
        </al>
      </bijlage>
      <bijlage>
        
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Alphen aan den Rijn/i157136.pdf">Bijlage 3</extref>
        </al>
      </bijlage>
      <bijlage>
        
        <al>
          <extref doc="/cvdr/images/Alphen aan den Rijn/i157137.pdf">Bijlage 4</extref>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>