<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR237182_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Langdurigheidstoeslag WWB De Wâlden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-12-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Langdurigheidstoeslag WWB De Wâlden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Gemeente Achtkarspelen</al><al><vet>Verordening </vet><vet>L</vet><vet>angdurigheidstoeslag</vet><vet>
                        WWB</vet></al><al><vet>Dienst Werk en Inkomen “De Wâlden</vet><vet>”</vet></al><al><vet>Januari 2013</vet></al><al><vet>Gemeente Achtkarspelen</vet></al><al>de Raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 8, lid 1, sub d, artikel 8, lid 2, sub
                        b en artikel 36 van de Wet Werk en Bijstand,</al><al>overwegende dat moet worden vastgesteld wie voor een
                        langdurigheidstoeslag in aanmerking komt en op grond van welke criteria
                        de hoogte van die langdurigheidstoeslag wordt bepaald;</al><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen: </al><al><vet>de Verordening </vet><vet>Langdurigheidstoeslag</vet><vet> WWB
                    </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet Werk
                                en Bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>de wet:</vet> de Wet Werk en Bijstand;</al></li><li nr="b."><al><vet>het college</vet>: het college van Burgemeester en
                                        Wethouders van de gemeente Achtkarspelen;</al></li><li nr="c."><al><vet>de gemeenteraad</vet>: de gemeenteraad van de gemeente
                                        Achtkarspelen.</al></li><li nr="d."><al><vet>de peildatum</vet>: de datum waartegen
                                        langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al><vet>de referteperiode:</vet>een periode van 36
                                        maanden voorafgaand aan de peildatum;</al></li><li nr="f."><al><vet>het inkomen:</vet> het inkomen als bedoeld in artikel
                                        32 WWB. In afwijking hiervan wordt een bijstandsuitkering voor de beoordeling
                                        van het recht op langdurigheidstoeslag gezien als inkomen;</al></li><li nr="g."><al><vet>de inkomensverbetering:</vet> de situatie waarbij
                                        redelijkerwijs verwacht mag worden dat de belanghebbende,
                                        ook door eigen inspanning, binnen een termijn van 6 tot 12 maanden een hoger inkomen dan 105% van
                                        het toepasselijke sociaal minimum kan krijgen. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen
                            zoals bedoeld in artikel 36, lid 1 WWB is voldaan indien gedurende de referteperiode het
                            in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 105 procent van de
                            toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 181,00 voor een alleenstaande</al></li><li nr="b."><al>€ 231,00 voor een alleenstaande ouder</al></li><li nr="c."><al>€ 258,00 voor gehuwden</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op
                                langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, lid 1 en 2
                                van de WWB, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                                langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande
                                of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
                                peildatum bepalend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd
                                door de procentuele stijging van de bijstandsnormen door te vertalen
                                op de hoogte van de langdurigheidstoeslagen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Langdurigheidstoeslag WWB.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2012.</al></li><li nr="2."><al>De Verordening Langdurigheidstoeslag WWB, vastgesteld op 24
                                    november 2011 wordt gelijktijdig ingetrokken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Achtkarspelen op </ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de Raadsgriffier, de Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. R. van der Heide P. Adema</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening Langdurigheidstoeslag WWB</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld
                    ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip
                    van de component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële
                    positie van mensen die langdurig op een minimum inkomen zijn aangewezen onder
                    druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief meer lijkt
                    te zijn om door inkomsten uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is
                    bij de invoering van de WWB in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven
                    geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd.
                    Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van
                    (categoriale) bijzondere bijstand. </al><al>De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden die langdurig een
                    laag inkomen hebben en daarbij geen vooruitzicht hebben op inkomensverbetering
                    (artikel 36 lid 1 WWB). De gemeenteraad moet bij verordening regels vaststellen
                    over het verlenen van een langdurigheidstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 WWB.
                    Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling
                    wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Daarbij geldt dat
                    in ieder geval geen sprake is van een laag inkomen bij een inkomen hoger dan
                    110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De gemeenteraad dient in de verordening
                    eveneens de hoogte van de langdurigheidstoeslag te bepalen. </al><tussenkop>Toelichting per artikel</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijving</tussenkop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de
                    Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt
                    dat in geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten
                    ook de Verordening moet worden gewijzigd. </al><tussenkop>Lid 2 onderdeel d: peildatum </tussenkop><al>De peildatum is de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd
                    (artikel 1 lid 2 onderdeel d van deze verordening). Het gaat dus uitdrukkelijk
                    niet om de datum waarop is aangevraagd. Het betreft de datum waarop een
                    belanghebbende langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen
                    vermogen (zoals bedoeld in artikel 34 WWB) heeft en geen uitzicht op
                    inkomensverbetering heeft. Deze datum ligt voor elke belanghebbende weer
                    anders.</al><tussenkop>Lid 2 onderdeel e: referteperiode </tussenkop><al>In artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze verordening is bepaald wat onder de
                    referteperiode moet worden verstaan: een periode van 36 maanden voorafgaand aan
                    de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel 2 onder ‘Langdurig’. </al><tussenkop>Artikel 2. Langdurig laag inkomen </tussenkop><al>Bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, moet de gemeenteraad
                    vastleggen wat onder langdurig wordt verstaan en wat onder laag wordt verstaan. </al><tussenkop>Langdurig </tussenkop><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaande aan de
                    peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld
                    in artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze verordening. Uit het feit dat de
                    minimumleeftijd voor het recht op langdurigheidstoeslag is verlaagd van 23 naar
                    21 jaar kan echter worden afgeleid dat onder langdurig tenminste 3 jaar moet
                    worden begrepen. Een belanghebbende is immers in beginsel vanaf 18 jaar een
                    zelfstandig rechtssubject. De gemeenteraad sluit aan bij de periode van 3 jaar.
                    De referteperiode bedraagt dus een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                    peildatum. </al><tussenkop>Laag inkomen </tussenkop><al>Met betrekking tot de invulling van het begrip “laag inkomen” is de gemeenteraad
                    gebonden aan een ondergrens en aan een bovengrens. De ondergrens van “laag” is
                    de bijstandsnorm. De bovengrens mag op basis van de wet nooit meer bedragen dan
                    110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm (artikel 36 lid 6 WWB). De
                    gemeenteraad heeft er in een eerder stadium voor gekozen de bovengrens vast te
                    stellen op maximaal 105 procent. Het hoger vaststellen van deze grens zou al
                    spoedig ongewenste discriminatoire effecten naar AOW-gerechtigden toe krijgen,
                    aangezien deze groep op basis van artikel 36, lid 1 WWB niet in aanmerking komt
                    voor langdurigheidstoeslag, terwijl ook zij langdurig een miniuminkomen kunnen
                    hebben en er voor deze groep zeker geen uitzicht kan zijn van
                    inkomensverbetering. </al><tussenkop>Artikel 3. Hoogte langdurigheidstoeslag </tussenkop><al>In artikel 3 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld. Daarbij wordt
                    onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en
                    gehuwden. </al><al>Bij gehuwden moet in het oog gehouden worden dat het recht op
                    langdurigheidstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden belanghebbenden op
                    de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de
                    voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB. Voldoet één van hen niet aan deze
                    voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op langdurigheidstoeslag. </al><al>Is één van de echtgenoten op basis van artikel 11 of artikel 13, lid 1 en 2 WWB
                    uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag, dus anders dan vanwege het
                    niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB, dan komt de
                    rechthebbende partner wel in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag. Als
                    slechts één partner recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt deze
                    rechthebbende partner in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de
                    hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is
                    geregeld in artikel 3 lid 2 van deze verordening. </al><al>In lid 3 is bepaald dat voor de toepassing van de hoogte van de
                    langdurigheidstoeslag moet worden uitgegaan van de situatie op de
                    peildatum.</al><al>In lid 4 is een indexeringsbepaling opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 4. Uitvoering</tussenkop><al>In artikel 4 is bepaald dat het college met de uitvoering is belast en ook moet
                    voorzien in specifieke situaties.</al><tussenkop>Artikel 5. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding </tussenkop><al>Deze verordening werk terug tot en met 1 januari 2012. Hierbij is aansluiting
                    gezocht bij het wetsvoorstel “Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband
                    met de herziening van de definities van gezin en middelen" (Wet afschaffing
                    huishoudinkomenstoets). </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>