<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR237179_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Kinderopvangverordening De Wâlden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-12-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Kinderopvangverordening De Wâlden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> Gemeente Achtkarspelen</al><al><vet>Kinderopvangverordening De Wâlden</vet></al><al><vet>Dienst Werk en Inkomen “De Wâlden</vet><vet>”</vet></al><al><vet>Januari 2013</vet></al><al><vet>Gemeente Achtkarspelen</vet></al><al>de Raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 25 van de Wet kinderopvang en artikel
                        149 van de Gemeentewet; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van </al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening
                        en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten
                        van kinderopvang bij verordening te regelen;</al><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen: </al><al><vet>de kinderopvangverordening De Wâlden </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>de wet</vet>: de Wet kinderopvang;</al></li><li nr="b."><al><vet>het College</vet>: het college van Burgemeester en
                                    Wethouders;</al></li><li nr="c."><al><vet>tegemoetkoming</vet>: tegemoetkoming van de gemeente op
                                    grond van de wet.</al></li><li nr="d."><al><vet> wettelijke doelgroep: </vet>doelgroep als omschreven in
                                    artikel 22 van de wet.</al></li><li nr="e."><al><vet>sociaal medisch geïndiceerde</vet>: ouder die:</al><lijst><li nr="-"><al>een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of
                                            psychische beperking heeft en één of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken;
                            of -een kind heeft waarbij is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is
                            voor een gezonde en goede ontwikkeling van het betreffende kind.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Tegemoetkoming van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Recht op een tegemoetkoming</titel></kop><al> Recht op een tegemoetkoming heeft de ouder die:</al><lijst><li nr="a."><al>onder de wettelijke
                            doelgroep valt; of</al></li><li nr="b."><al>een sociaal medische indicatie heeft.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hoogte tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de tegemoetkoming op grond van de wettelijke
                                doelgroepbepaling staat in het Besluit Kinderopvangtoeslag en
                                tegemoetkoming in de kosten kinderopvang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de tegemoetkoming op grond van een sociaal medische
                                indicatie bedraagt 94% van de kosten. De ouder betaalt 6% eigen
                                bijdrage.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Aanvraag tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                                bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en BSN van de ouder;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing: naam en BSN van de partner en, indien
                                        dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres
                                        van de partner;</al></li><li nr="c."><al>naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen
                                        waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of
                                        gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, waarin
                                        in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren
                                        kinderopvang per week, de kostprijs per uur en de
                                        aanvangsdatum van de opvang;</al></li><li nr="e."><al>een bewijsstuk dat het kindercentrum of gastouderbureau is
                                        ingeschreven in het daarvoor geldend gemeentelijk
                                        register.</al></li><li nr="f."><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat
                                        de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in
                                        artikel 22 van de wet; of</al></li><li nr="g."><al>gegevens waaruit blijkt dat de ouder een sociaal medische
                                        indicatie heeft. Dit toont de ouder aan door een verklaring
                                        van een consultatiebureau-arts, schoolarts, kinderarts of
                                        een indicatiestelling voor AWBZ – zorg te overleggen waaruit
                                        de noodzaak van de kinderopvang blijkt.</al></li><li nr="h."><al>gegevens betreffende het aantal gewerkte uren van de minst
                                        werkende ouder.</al></li><li nr="i."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                        besluiten over de aanvraag van tegemoetkoming.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag geschiedt met behulp van een door het college
                                vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanvragende ouder een partner heeft, wordt de aanvraag
                                mede ondertekend door de partner.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Verlenen van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Het besluit tot het verlenen van de tegemoetkoming</titel></kop><al> Het besluit tot toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van
                            kinderopvang bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="1."><al>De vaststelling tot welke gemeentelijke doelgroep de ouder
                                    behoort;</al></li><li nr="2."><al>De naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de
                                    tegemoetkoming betrekking heeft;</al></li><li nr="3."><al>De naam en het adres van het kindercentrum of gastouderbureau
                                    waar de kinderopvang plaatsvindt;</al></li><li nr="4."><al>De periode en de omvang van de kinderopvang waarvoor de
                                    tegemoetkoming wordt verleend;</al></li><li nr="5."><al>Het maximaal toegekende bedrag per kalenderjaar of andere
                                    periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend;</al></li><li nr="6."><al>De wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al></li><li nr="7."><al>De verplichtingen van de ouder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Weigeringsgrond bij sociaal medische indicatie</titel></kop><al>1.Het college weigert een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                            op grond van een sociaal-medische indicatie indien de ouder al een
                            tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen
                            op grond van de wettelijke doelgroepbepaling. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de
                                aanvraag door het college in ontvangst is genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de
                                tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de
                                kinderopvang zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd de tegemoetkoming in de lopende maand van de
                                aanvraag in te laten gaan en de kosten van de maand voorafgaand te
                                vergoeden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Periode waarover de tegemoetkoming wordt toegekend</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van één
                                kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming
                                voor een ander periode verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><al>1.Het college verleent de tegemoetkoming ter hoogte van het aantal uren
                            als genoemd in artikel 8a van het Besluit kinderopvangtoeslag ten
                            tegemoetkoming in de kosten kinderopvang. </al></artikel><artikel><kop><label>1.Artikel</label><nr>10</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in
                                    maandelijkse termijnen uitbetaald.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van
                                    bevoorschotting.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1.Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>1.Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode
                                    waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een
                                    overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze
                                    periode.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na
                                    ontvangst van het overzicht van de kosten vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al> De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen
                                    acht weken betaald, onder verrekening van de betaalde
                                    voorschotten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al> Ten onrechte verstrekte tegemoetkoming wordt van de ouder
                                    teruggevorderd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1.Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen van de ouder 7</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het
                                    bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling
                                    van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de
                                    vaststelling van een lagere tegemoetkoming.</al></li><li nr="2."><al> De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college,
                                    binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle
                                    gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de
                                    aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente
                                    van belang zijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ouder niet of onvoldoende aan de inlichtingenplicht
                                    voldoet kan de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming
                                    met inachtneming van de bepalingen uit de afdelingen 4.2.6 en
                                    4.2.7 van de Algemene wet bestuursrecht geheel of gedeeltelijk
                                    worden ingetrokken. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>1. Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>1.Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>In bijzondere gevallen kan het college ten gunste van de ouder
                                    afwijken van de bepaling in deze verordening, als toepassing van
                                    deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>1.Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>1. De verordening wordt aangehaald als: Kinderopvangverordening De
                            Walden 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>1. Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht met
                            ingang van 1 januari 2012 en wordt per 1 januari 2013 ingetrokken. De
                            Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang, inwerking getreden per 1
                            januari 2007 wordt gelijktijdig ingetrokken.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>1.Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Achtkarspelen op </ondertekening><ondertekening>1.De Raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>1.de Raadsgriffier, de Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>1.mr. R. van der Heide P. Adema</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>1.Toelichting</al><al>1.Op 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang in werking getreden. De Wet
                            kinderopvang beoogt het ouders of verzorgers gemakkelijker te maken werk
                            en zorg te combineren. Niet alleen werkenden kunnen een beroep doen op
                            de Wet kinderopvang. Een aantal in de wet benoemde doelgroepen kan een
                            beroep doen op de gemeente voor het betalen van een deel van de kosten
                            die zij maken voor kinderopvang. De vergoeding door de gemeente van een
                            deel van de kosten voor kinderopvang duiden we aan met de term
                            'tegemoetkoming kosten kinderopvang (gemeente)'. Artikel 25 Wet
                            kinderopvang bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels
                            vaststelt omtrent de tegemoetkoming van de gemeente. Deze regels hebben
                            betrekking op de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van
                            de tegemoetkoming. Deze verordening geeft uitvoering aan deze wettelijke
                            opdracht. De tegemoetkoming is een subsidie in de zin van artikel 4:21
                            van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), te weten: een aanspraak op
                            financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op een
                            bepaalde activiteit van de aanvrager. Titel 4.2 van de Awb stelt regels
                            over subsidies. Dit hoofdstuk is van toepassing op de tegemoetkomingen.
                            Dit betekent dat op de verstrekking van tegemoetkomingen in de kosten
                            van kinderopvang door gemeenten drie regelingen van toepassing zijn: </al><lijst><li nr="·"><al>- de gemeentelijke verordening Wet kinderopvang;</al></li><li nr="·"><al>- de Wet kinderopvang;</al></li><li nr="·"><al>- de subsidieregels in titel 4.2 van de Awb.</al></li></lijst><al>1.De meeste gemeenten beschikken over een algemene subsidieverordening.
                            De vraag is aan de orde wat de verhouding is tussen de verordening
                            kinderopvang en de algemene subsidieverordening en, meer in het
                            bijzonder, of de algemene subsidieverordening ook van toepassing is op
                            tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang. In dit geval is de
                            algemene subsidieverordening niet altijd van toepassing op de
                            verstrekking van tegemoetkomingen. Het principe geldt dan dat de meest
                            specifieke regeling voorrang krijgt boven de algemene regeling.</al><al>1.Artikelgewijze toelichting</al><al>1.Artikel 1 Begrippen</al><al>1.De begripsbepalingen in artikel 1 en 2 van de Wet kinderopvang zijn
                            ook van toepassing op deze verordening. Alleen de in deze artikelen niet
                            gedefinieerde begrippen zijn aangevuld.</al><al>1.Sociaal medische indicatie</al><al>1.De sociaal medische indicatie zou worden opgenomen als wettelijke
                            doelgroep (artikel 23 in de wet). Tot op heden heeft het Rijk dit nog
                            niet gedaan en mogen wij als gemeente zelf invulling aan dit begrip
                            geven en eigen regels stellen over de tegemoetkoming aan deze groep. </al><al>1.Artikel 2 Recht op een tegemoetkoming</al><al>1.Alleen de omschreven twee doelgroepen hebben recht op een
                            tegemoetkoming; wettelijke doelgroep en de sociaal medisch geïndiceerde.
                            Valt de aanvrager niet onder één van deze groepen? Dan bestaat geen
                            recht op de tegemoetkoming (zie ook artikel 6 van de verordening).</al><al>1.Artikel 3 Hoogte van de tegemoetkoming</al><al>1.Lid 1 spreekt voor zich. In lid 2 is de hoogte van de eigen bijdrage
                            voor sociaal medisch geïndiceerde genoemd. De gemeentelijke bijdrage
                            voor deze groep is niet wettelijk vastgesteld, gemeenten dit mogen zelf
                            vaststellen. We hebben bepaald dat we 94% van de kosten van kinderopvang
                            op grond van een SMI vergoeden. Er blijft een eigen bijdrage van 6% over
                            voor de klant. </al><al>1.Artikel 4 Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</al><al>1.De aanvrager dient de aanvraag voor de toekenning in bij het college.
                            De aanvrager moet een aantal gegevens invullen op het formulier en een
                            aantal bewijsstukken inleveren. Doet de aanvrager dit niet volledig? Dan
                            geven we de aanvrager de gelegenheid de gegevens aan te vullen op grond
                            van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:5 lid 1; aanvultermijn).
                            Levert de aanvrager wederom niet tijdig de stukken in? Dan stellen we de
                            aanvraag buiten behandeling. </al><al>1.De aanvrager moet aantonen dat hij/zij behoort tot één van de twee
                            doelgroepen. Van de wettelijke doelgroep heeft de gemeente meestal alle
                            gegevens al in bezit. Voor de groep sociaal medisch geïndiceerde ligt
                            het op de weg van de aanvrager om bijvoorbeeld een verklaring van een
                            schoolarts te overleggen waaruit blijkt dat het kind op sociaal medische
                            gronden kinderopvang noodzakelijk is. </al><al>1.Artikel 5 het besluit tot het verlenen van de tegemoetkoming</al><al>1.In afdeling 4.1.3 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan een aantal
                            regels over de beslistermijn. We bepalen expliciet dat we een besluit
                            nemen binnen 8 weken na het indienen van de aanvraag. Lukt dit niet? Dan
                            zijn de regels van afdeling 4.1.3 van de Awb van toepassing. We proberen
                            dan zo snel mogelijk na afloop van die periode alsnog een besluit te
                            nemen. We richten ons op maximaal 4 weken vertraging. </al><al>1.Artikel 6 Weigeringsgrond</al><al>1.Dit artikel bevat een aantal gronden waarop we de tegemoetkoming
                            afwijzen. De weigeringsgronden genoemd in lid 1, lid 2 onder b en lid 3
                            onder b zijn vanzelfsprekend. Behoort iemand niet tot één van de twee
                            doelgroepen? Dan bestaat geen recht op een tegemoetkoming.</al><al>1.Lid 1geeft aan dat een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van een
                            sociaal-medische indicatie een vangnetvoorziening is. Alleen ouders die
                            niet op grond van een andere bepaling in de Wet kinderopvang aanspraak
                            kunnen maken op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, kunnen
                            aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                            wegens een sociaal-medische noodzaak. </al><al>1.Artikel 7 Ingangsdatum van de tegemoetkoming</al><al>1.In beginsel start de tegemoetkoming met ingang van de dag waarop het
                            college de aanvraag ontvangt. Daarop zijn twee uitzonderingen
                            mogelijk:</al><lijst><li nr="·"><al>Start de kinderopvang later dan de datum waarop de ouder de
                                    tegemoetkoming aanvraagt? Dan start de tegemoetkoming op de
                                    datum waarop de kinderopvang start. Voorbeeld Maaike maakt per 1
                                    mei gebruik van kinderopvang. Zij vraagt voor de zekerheid ruim
                                    op tijd de tegemoetkoming aan en levert deze in op 8 maart. We
                                    kennen de tegemoetkoming toe per 1 mei. </al></li><li nr="·"><al>Vraagt de ouder de tegemoetkoming later aan dan de datum waarop
                                    de kinderopvang startte? Dan verstrekken we de tegemoetkoming
                                    met terugwerkende kracht tot maximaal de lopende maand waarin
                                    wordt aangevraagd en de kosten van de maand vooraf gaand deze
                                    maand. Dit is in de WKO geregeld. Voorbeeld Jannie maakt per 1
                                    januari gebruik van kinderopvang. Zij vraagt de tegemoetkoming
                                    aan op 15 maart. We kennen de tegemoetkoming toe per 1 februari.
                                    In de maand januari heeft Jannie dus geen recht op de
                                    tegemoetkoming.</al></li></lijst><al>1.Artikel 8 Periode waarover de tegemoetkoming wordt toegekend</al><al>1.We verstrekken de tegemoetkoming in beginsel voor de periode waarin
                            aanvrager tot één van de twee doelgroepen behoort. Er geldt wel een
                            maximale periode. </al><al>1.We verlenen de tegemoetkoming maximaal voor een heel kalenderjaar.
                            Voor aanvragen die in de loop van een jaar worden toegekend, geldt dat
                            de tegemoetkoming wordt verstrekt tot en met 31 december van het
                            betreffende jaar. Dit betekent dat een ouder elk jaar vóór 1 januari
                            opnieuw een aanvraag voor een tegemoetkoming bij de gemeente zal moeten
                            indienen. Deze periode sluit aan bij de tegemoetkomingperiode van de
                            Belastingdienst. </al><al>1.Artikel 9 Omvang van de kinderopvang</al><al>1.De wet kinderopvang regelt de aanspraak van ouders op een
                            tegemoetkoming van de gemeente voor de kosten van kinderopvang. Wanneer
                            een ouder op basis van de criteria die de wet geeft tot een
                            gemeentelijke doelgroep behoort heeft deze recht op een gemeentelijke
                            tegemoetkoming. De wet stelt beperkingen aan het uurtarief en het aantal
                            uren kinderopvang waarvoor de tegemoetkoming wordt verstrekt (artikel
                            1.7 van de wet). Voor de tegemoetkoming van de gemeente sluiten we
                            hierbij aan. </al><al>1.Artikel 10 De bevoorschotting van de tegemoetkoming</al><al>1.De subsidieverstrekking vindt plaats in de vorm van maandelijkse
                            voorschotten. Dit betekent dat het totale bedrag van de tegemoetkoming
                            waarop de aanvrager recht heeft, wordt gedeeld in twaalf gelijke delen
                            (indien de aanvraag het gehele kalenderjaar betreft).</al><al>1.Wettelijke doelgroep</al><al>1.De gemeente betaalt de tegemoetkoming uit aan de ouder. De ouder kan,
                            al dan niet op verzoek van het kindercentrum of het gastouderbureau, de
                            gemeente machtigen om de tegemoetkoming rechtstreeks aan dat
                            kindercentrum of gastouderbureau te betalen. Dit gebeurt in de praktijk
                            meestal. Deze machtiging verandert juridisch gezien niets aan de
                            verhouding tussen de gemeente en de ouder. Ook al wordt het bedrag
                            gestort op de rekening van het kindercentrum of gastouderbureau, er
                            blijft sprake van een betaling van de tegemoetkoming van gemeente aan de
                            ouder.</al><al>1.Sociaal medische indicatie</al><al>1.De tegemoetkoming voor sociaal medisch geïndiceerde betalen we
                            rechtstreeks aan de kinderopvangorganisatie. Juridisch gezien is de
                            ouder echter de ontvanger van de tegemoetkoming. We betalen de
                            tegemoetkoming rechtstreeks aan de kinderopvangorganisatie om de
                            administratieve druk op de ouder zoveel mogelijk te beperken. De
                            gemeente betaalt 94% van de kosten. De Belastingdienst betaalt niets. </al><al>1.Artikel 11 Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</al><al>1.Op grond van artikel 4:47, onderdeel a, Awb kan het college een
                            subsidie (dus ook een tegemoetkoming) ambtshalve vaststellen. Ambtshalve
                            vaststellen houdt in dat het college op eigen initiatief de
                            tegemoetkomingen vaststelt. De ouders hoeven geen aanvraag tot het
                            vaststellen van de tegemoetkoming bij het college in te dienen.</al><al>1.Na afloop van de tegemoetkomingsperiode moet de ouder een overzicht
                            van de kosten inleveren; een jaaropgaaf. Wij vragen deze jaaropgaaf
                            meestal op bij de ouder. De ouder levert dit overzicht binnen vier weken
                            in na afloop van de periode. Na ontvangst van dit overzicht stelt het
                            college de tegemoetkoming binnen 8 weken definitief vast. Totaal kan
                            deze periode dus twaalf weken duren. </al><al>1.We stellen de tegemoetkoming vast op basis van het aantal uren
                            kinderopvang dat in de beschikking tot verlening van de tegemoetkoming
                            is vastgelegd. Dat is het maximum aantal uren. </al><al>1.In de beschikking tot vaststelling van de tegemoetkoming kan wel
                            worden uitgegaan van een lageraantal uren, maar niet van een hoger
                            aantal. Had de ouder tussentijds meer uren nodig? Dan had de ouder
                            tussentijds een nieuwe aanvraag moeten doen. Dit kan niet achteraf. </al><al>1.Als de aanvrager de gegevens niet verstrekt, kan het college de
                            tegemoetkoming op een lager bedrag vaststellen.</al><al>1.Lager vaststellen kan ook betekenen dat de tegemoetkoming op nul wordt
                            vastgesteld. Het college heeft deze bevoegdheid op grond van artikel
                            4:46, tweede en derde lid, Awb. Op grond van het tweede lid kan de
                            subsidie lager worden vastgesteld indien:</al><lijst><li nr="·"><al>a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden;</al></li><li nr="·"><al>b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
                                    subsidie verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="·"><al>c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid, of</al></li><li nr="·"><al>d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst><al>1.Het derde lid van artikel 4:46 Awb luidt: ‘Voor zover het bedrag van
                            de subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten
                            waarvoor subsidie is verleend, worden kosten die in redelijkheid niet
                            als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de
                            subsidie niet in aanmerking genomen’.</al><al>1.Artikel 12 Verrekening met de voorschotten</al><al>1.Blijkt dat de ouder op grond van de definitieve berekening nog
                            tegemoetkoming tegoed heeft? Dan betalen we dat restant binnen vier
                            weken uit.</al><al>1.Artikel 13 Terugvordering</al><al>1.Op grond van artikel 38 Wet kinderopvang kan het college
                            onverschuldigd betaalde tegemoetkoming terugvorderen van de ontvanger.
                            De terugvordering verjaart na 5 jaar (4:57 Awb) of 2 jaar (artikel 58
                            WWB). </al><al>1.In artikel 38 Wet kinderopvang worden de bepalingen in de Wet werk en
                            bijstand (WWB) over de terugvordering van bijstand van overeenkomstige
                            toepassing verklaard op het terugvorderen van een tegemoetkoming. Dit
                            betekent bijvoorbeeld dat het bedrag dat wordt teruggevorderd kan worden
                            verrekend met de tegemoetkoming die aan de ouder wordt verstrekt. In het
                            besluit tot terugvordering moet de wijze waarop zal worden
                            teruggevorderd worden vermeld (artikel 60, eerste lid WWB).</al><al>1.Artikel 14 Inlichtingenplicht</al><al>1.De inlichtingenverplichting staat in artikel 28, eerste tot en met
                            derde lid Wet kinderopvang. </al><al>1.Het vierde lid van artikel 28 bevat de inlichtingenplicht voor houders
                            van een kindercentrum of gastouderbureau. Deze bepaling luidt: ‘De
                            houder verstrekt desgevraagd aan het college van burgemeester en
                            wethouders alle gegevens en inlichtingen die voor de aanspraak van een
                            ouder op de tegemoetkoming van belang zijn’.</al><al>1.<onderstreept>Schending inlichtingenverplichting</onderstreept></al><al>1.Er kunnen twee vormen van schending van de inlichtingenplicht worden
                            onderscheiden:</al><lijst><li nr="1."><al>het betreffende kind maakt geen gebruik van kinderopvang;</al></li><li nr="2."><al>er wordt wel gebruik maakt van kinderopvang, maar de ouder heeft
                                    geen recht op een tegemoetkoming (hij behoort niet tot
                                    gemeentelijke doelgroep).</al></li></lijst><al>1.Als een ouder de inlichtingenplicht schendt en als gevolg hiervan ten
                            onrechte een tegemoetkoming heeft ontvangen of een te hoog bedrag, kan
                            het college de beschikking tot het verlenen of tot het vaststellen van
                            de tegemoetkoming intrekken of wijzigen en het te veel betaalde bedrag
                            terugvorderen. Ook is mogelijk om in aanvulling hierop een bestuurlijke
                            boete aan de betreffende ouder op te leggen. Hieronder wordt op de twee
                            maatregelen nader ingegaan.</al><al>1.<onderstreept>Intrekken van het besluit en terugvorderen van de
                                tegemoetkoming</onderstreept></al><al>1.In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is geregeld op welke gronden
                            een subsidie (een tegemoetkoming in de terminologie van de Wet
                            kinderopvang) kan worden ingetrokken en teruggevorderd. Daarbij moeten
                            twee situaties worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="1."><al>de situatie waarin de tegemoetkoming nog niet is vastgesteld
                                    en</al></li><li nr="2."><al>de situatie waarin de tegemoetkoming wel is vastgesteld.</al></li></lijst><al>1.<onderstreept>Ad 1. de tegemoetkoming is nog niet vastgesteld:
                                intrekken of wijzigen van de beschikking tot verlening van de
                                tegemoetkoming (artikel 4:48 Awb)</onderstreept></al><al>1.Zolang de tegemoetkoming nog niet is vastgesteld kan het college de
                            beschikking tot verlening van de tegemoetkoming intrekken of ten nadele
                            van de ontvanger van de tegemoetkoming wijzigen, indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten waarvoor de tegemoetkoming is verleend niet of
                                    niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="2."><al>de ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de tegemoetkoming
                                    verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="3."><al>de ontvanger van de tegemoetkoming onjuiste of onvolledige
                                    gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of
                                    volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot
                                    verlening van de tegemoetkoming zou hebben geleid;</al></li><li nr="4."><al>de verlening van de tegemoetkoming anderszins onjuist was en de
                                    ontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst><al>1.De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop
                            de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                            bepaald.</al><al>1.<onderstreept>Opschorten van de bevoorschotting (artikel 4:56
                                Awb)</onderstreept></al><al>1.Het college hoeft niet te wachten met het treffen van een maatregel
                            tot dat het besluit tot verlening van de tegemoetkoming is ingetrokken
                            of gewijzigd. Het college kan al eerder besluiten de betaling van de
                            tegemoetkoming op te schorten. Op grond van artikel 4:56 Awb kan het
                            college de verplichting tot betaling van een voorschot opschorten met
                            ingang van de dag waarop het college aan de ouder schriftelijk kennis
                            geeft van het ernstige vermoeden dat er grond bestaat om de beschikking
                            tot verlening van de tegemoetkoming in te trekken of te wijzigen. Deze
                            opschorting duurt tot en met de dag waarop de beschikking omtrent de
                            intrekking of wijziging is bekendgemaakt of de dag waarop sedert de
                            kennisgeving van het ernstige vermoeden dertien weken zijn
                            verstreken.</al><al>1.<onderstreept>Ad 2. de tegemoetkoming is wel vastgesteld: intrekken of
                                wijzigen van de beschikking tot subsidievaststelling (artikel 4:49
                                Abw)</onderstreept></al><al>1.Ook als de tegemoetkoming is vastgesteld, is het college in bepaalde
                            gevallen bevoegd de beschikking tot het vaststellen van de
                            tegemoetkoming in te trekken of ten nadele van de ontvanger van de
                            tegemoetkoming te wijzigen. Het gaat om de volgende gevallen:</al><lijst><li nr="·"><al>a. er is sprake van feiten of omstandigheden waarvan het college
                                    bij de vaststelling van de tegemoetkoming redelijkerwijs niet op
                                    de hoogte kon zijn en op grond waarvan de tegemoetkoming lager
                                    dan overeenkomstig de verlening van de tegemoetkoming zou zijn
                                    vastgesteld;</al></li><li nr="·"><al>b. de vaststelling van de tegemoetkoming was onjuist en de
                                    ontvanger van de tegemoetkoming wist dit of behoorde dit te
                                    weten;</al></li><li nr="·"><al>c. de ontvanger van de tegemoetkoming heeft na de vaststelling
                                    van de tegemoetkoming niet voldaan aan de aan de tegemoetkoming
                                    verbonden verplichtingen.</al></li></lijst><al>1.De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele
                            van de ontvanger worden gewijzigd, indien vijf jaren zijn verstreken
                            sinds de dag waarop zij is bekendgemaakt.</al><al>1.Artikel 15 Hardheidsclausule</al><al>1.Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>1.Artikel 16 Citeertitel</al><al>1.Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>1.Artikel 17 Inwerkingtreding</al><al>1.Deze verordening gaat in per 1 januari 2012 en wordt als gevolg van de
                            overname door de Belastingdienst per 1 januari 2013 ingetrokken. De
                            eerdere verordening trekken we in per 1 januari 2012. Die is dan niet
                            meer van kracht.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>