<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR237162_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa's 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Hunze en Aa's</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zuidoosthoeker, Gezinsblad, Ter Apeler Courant/Kanaalstreek, Streekblad, Groninger Gezinsbode, HS krant, Veendammer, Eemsbode/Noorderkrant, Harener Weekblad, 27-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa's 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Waterschapswet, art. 79</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1224</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>inspraak</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>INSPRAAKVERORDENING WATERSCHAP HUNZE EN AA’S 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van het waterschap Hunze en Aa’s;</al><al>gelet op artikel 79 van de Waterschapswet;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa’s
                        2013:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Artikel 1 <vet> Begripsomschrijving</vet></al><al><vet>1.</vet> Voor de toepassing van deze verordening wordt onder
                        belanghebbenden verstaan: ingezetenen en in het gebied van het waterschap
                        belanghebbende natuurlijke personen en rechtspersonen.</al><al><vet>2.</vet> Voor de toepassing van deze verordening wordt onder inspraak
                        verstaan: een door of namens het dagelijks bestuur geboden gelegenheid voor
                        belanghebbenden om hun zienswijze over te nemen besluiten van algemene
                        strekking en voorgenomen beleid van het waterschap kenbaar te maken.</al><al>Artikel 2<vet> Objecten van inspraak</vet></al><al><vet>1. </vet>Onverminderd het bepaalde bij wet, algemene maatregel van
                        bestuur of provinciale verordening vallen onder de werking van deze
                        verordening door het algemeen en dagelijks bestuur te nemen besluiten van
                        algemene strekking en voorgenomen beleid, tenzij deze daarvoor naar hun
                        aard, belang of spoedeisendheid naar het oordeel van het dagelijks bestuur
                        niet in aanmerking komen.</al><al><vet>2. </vet>Voorstellen over onderstaande onderwerpen vallen in ieder
                        geval, rekening houdend met het bepaalde in het eerste lid, onder deze
                        verordening:</al><al><vet>a. </vet>Verordeningen met uitzondering van
                        belastingverordeningen;</al><al><vet>b. </vet>Algemene regels;</al><al><vet>c. </vet>Peilbesluiten;</al><al><vet>d. </vet>Projectplannen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de
                        Waterwet;</al><al><vet>e. </vet>De legger;</al><al><vet>f. </vet>Subsidie- of bijdrageregelingen;</al><al><vet>g. </vet>Beleidsnota’s;</al><al><vet>h. </vet>Beleidsregels.</al><al>Artikel 3<vet> Wijze van inspraak</vet></al><al>De inspraak op grond van deze verordening wordt verleend door toepassing van
                        afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. </al><al>Artikel 4<vet> Rapportage</vet></al><al><vet>1. </vet>In het bestuursvoorstel wordt melding gemaakt van de gehouden
                        inspraakprocedure en de beschouwingen over de ingekomen zienswijzen.</al><al><vet>2. </vet>De ontwerp reactie op de ingediende zienswijze wordt zo
                        spoedig mogelijk, maar in ieder geval uiterlijk een week voor de betreffende
                        vergadering van het algemeen of dagelijks bestuur toegestuurd aan degene,
                        die een zienswijze heeft ingediend. In geval van het algemeen bestuur wordt
                        ook het tijdstip van de vergadering vermeld.</al><al><vet>3. </vet>Het dagelijks bestuur brengt degenen, die een zienswijze
                        hebben ingediend op de hoogte van het genomen besluit of vastgesteld beleid
                        en van de wijze waarop de resultaten van de inspraak zijn verwerkt..</al><al>Artikel 5<vet> Slotbepalingen</vet></al><al><vet>1. </vet>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al><al><vet>2. </vet>De Inspraakverordening waterschap Hunze en Aa’s 2006 wordt
                        ingetrokken met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze
                        Inspraakverordening.</al><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van het
                        waterschap Hunze en Aa’s op 19 december 2012.</ondertekening><ondertekening>Harm Küpers, secretaris-directeur Alfred van Hall, dijkgraaf</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel><onderstreept>ALGEMENE TOELICHTING</onderstreept></titel></kop><al/><al><vet>1. Artikel 79 van de Waterschapswet</vet></al><al>Deze verordening is gebaseerd op artikel 79 van de Waterschapswet. Dat artikel
                    luidt: </al><al>1. Het algemeen bestuur stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld
                    met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de
                    voorbereiding van het beleid van dat bestuur worden betrokken. </al><al>2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van
                    afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover in de verordening
                    niet anders is bepaald. </al><al><vet>2. Aanvullende regeling</vet></al><al>Deze Inspraakverordening moet worden beschouwd als een aanvulling op
                    inspraakregelingen die zijn opgenomen in formele wetten of provinciale
                    verordeningen. Als voorbeelden daarvan kan worden gewezen op de
                    inspraakprocedures, die al zijn geregeld in de Waterwet (b.v. voor bepaalde
                    projectplannen), de Algemene wet bestuursrecht (de inspraakprocedure van
                    afdeling 3.4) en provinciale omgevingsverordeningen (inspraak alleen voor
                    verplichte peilbesluiten). De Waterschapswet kent daarnaast nog een eigen
                    inspraakprocedure voor de begroting van het waterschap. Bij het opstellen van
                    deze Inspraakverordening is rekening gehouden met de bepalingen die over de
                    voorbereiding van besluiten zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht. </al><al><vet>3. Te nemen besluiten van algemene strekking en voorgenomen beleid van
                        algemeen bestuur en dagelijks bestuur</vet></al><al>Deze verordening regelt niet alleen de inspraak op voorgenomen besluiten van
                    algemene strekking, maar ook op voorgenomen beleid en ook niet uitsluitend van
                    het algemeen bestuur, maar ook van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur
                    kan voor nadere uitwerking van zijn bevoegdheden ook beleid vaststellen, dat in
                    sommige gevallen voor inspraak in aanmerking komt. Naast de autonome
                    regelingsbevoegdheid van het waterschapsbestuur (art. 56 Waterschapswet) maakt
                    ook artikel 3.10 van de Algemene wet bestuursrecht een dergelijke regeling
                    mogelijk. Artikel 3.10 geeft aan dat afdeling 3.4 ook van toepassing is op de
                    besluiten die daartoe bij wettelijk voorschrift (lees ook:
                    waterschapsverordeningen) of bestuursbesluit zijn aangewezen. Het
                    waterschapsbestuur heeft daarmee de vrijheid om te bepalen welke te nemen
                    besluiten van algemene strekking onder de inspraakverordening vallen. </al><al><vet>4. Doel</vet></al><al>Het doel van inspraak is tweeledig. Aan de ene kant wordt belanghebbenden de
                    mogelijkheid geboden hun zienswijze kenbaar te maken. Aan de andere kant is het
                    voor het waterschap een belangrijk hulpmiddel om op basis van een evenwichtige
                    belangenafweging tot een besluit of beleid te komen. </al><al><vet>5. Randvoorwaarden</vet></al><al>Inspraak is slechts zinvol wanneer er voor het waterschapsbestuur een
                    keuzemogelijkheid is. Indien het waterschap geen keuze heeft, wat vooral voor
                    kan komen als het een gebonden besluit betreft dat voortvloeit uit een
                    voorschrift van een hoger gezag, kan het ook geen rekening houden met de
                    meningen van belanghebbenden. In deze situatie moet het hoger gezag inspraak
                    verlenen ten aanzien van zijn voorschrift.</al><al>Een ander belangrijk aspect is, dat inspraak het beste tot zijn recht komt
                    indien het voorgenomen besluit of beleid, c.q. de praktische consequenties van
                    de verschillende keuzemogelijkheden zo concreet mogelijk zijn aangegeven. Dit
                    betekent dat ambtelijke en bestuurlijke gedachtenvorming over het te nemen
                    besluit of voorgenomen beleid moet hebben plaatsgevonden en dat eventuele
                    keuzemogelijkheden voor de insprekers duidelijk zijn aangegeven.</al><al>In dit verband wordt opgemerkt, dat het in veel gevallen zinvol is om in een
                    vroeg stadium, bijvoorbeeld in het kader van de ambtelijke voorbereiding,
                    voorlichting te geven over het te nemen besluit of voorgenomen beleid, dan wel
                    om daarover overleg te voeren met de meest direct betrokken belanghebbenden of
                    belangenorganisaties. Op die manier kunnen zij immers al in een vroeg stadium
                    kennis nemen van voornemens van het waterschap, en vooral door het aandragen van
                    informatie er mede zorg voor dragen dat het waterschap een ontwerpbesluit of
                    –beleid in de inspraak brengt, dat op een juiste wijze inzicht geeft in de
                    diverse aspecten ervan.</al><al>Voor bepaalde zaken is zowel besluitvorming nodig van het waterschap als van
                    andere overheden. Te denken valt aan een dijkverbetering/-versterking of
                    omvangrijke waterbeheersingswerken. Hiervoor is vaak wijziging van het
                    bestemmingsplan nodig. Indien voor beide besluiten inspraakprocedures moeten
                    worden gehouden, zou uit oogpunt van doelmatigheid gestreefd moeten worden naar
                    coördinatie van die procedures. Daarbij kan gedacht worden aan gezamenlijke
                    publicatie, gelijktijdige terinzagelegging, afspraken over de ingekomen
                    reacties, gezamenlijke hoorzitting, etc.</al><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel><onderstreept>TOELICHTING PER ARTIKEL</onderstreept></titel></kop><al>Voor zover nodig volgt hierna een artikelsgewijze toelichting</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>De omschrijving van de begrippen belanghebbenden en inspraak is ontleend aan
                        artikel 79 van de Waterschapswet.</al><al>In het algemeen deel van de toelichting is het doel en het belang van de
                        inspraak al aan de orde geweest. De verantwoordelijkheid voor de inspraak is
                        gelegd bij het dagelijks bestuur, omdat het hierbij gaat om de uitvoering
                        van een verordening en dat is een taak van het dagelijks bestuur.</al><al>Ingezetenen zijn volgens artikel 11 van de Waterschapswet degenen die hun
                        werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap hebben. Een
                        omschrijving van het begrip “in het gebied van het waterschap belanghebbende
                        natuurlijke personen en rechtspersonen” is nauwelijks te geven. Onder dit
                        begrip vallen in de eerste plaats alle natuurlijke personen en
                        rechtspersonen, voor zover al niet vallende onder het begrip ingezetenen,
                        die in het gebied van het waterschap gebouwde en onroerende zaken in
                        eigendom hebben, pachter zijn of gebruiker van een bedrijfsruimte zijn. Het
                        is duidelijk dat deze personen in het algemeen belanghebbend (kunnen) zijn
                        bij besluiten van het waterschap. Over organisaties, niet behorend tot de
                        hiervoor genoemde categorieën, kan worden opgemerkt dat volgens artikel 1:2,
                        derde lid van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van rechtspersonen
                        als hun belangen mede worden beschouwd de algemene en collectieve belangen
                        die zij op grond van hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke
                        werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Ook deze organisaties,
                        bijvoorbeeld natuur- en milieuorganisaties, kunnen daarom bij de inspraak
                        betrokken worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Objecten van inspraak</titel></kop><al>In het eerste lid is in algemene bewoordingen aangegeven, dat onder de
                        werking van de Inspaakverordening in principe vallen alle te nemen besluiten
                        van algemene strekking en voorgenomen beleid van het algemeen bestuur en van
                        het dagelijks bestuur. Met dien verstande dat de inspraakprocedure niet
                        hoeft te gelden als het dagelijks bestuur vindt als dat niet nodig is in
                        verband met de aard of het belang of niet kan wegens spoedeisendheid.</al><al>Daarbij kan aan het volgende worden gedacht. In de eerste plaats zijn er
                        besluiten die rechtstreeks voortvloeien uit voorschriften van hoger gezag,
                        waarbij er voor het waterschap geen keuzemogelijkheden zijn. Andere
                        uitzonderingen betreffen besluiten of beleid die uitsluitend interne werking
                        voor het waterschap hebben (bijvoorbeeld regelingen met betrekking tot de
                        rechtspositie van ambtenaren), besluiten of beleid van zeer gering belang
                        (bijvoorbeeld met betrekking tot de uitvoering van waterstaatswerken) en
                        belastingverordeningen. Verder ligt het in de rede, dat
                        inspraakmogelijkheden uitsluitend van belang zijn bij besluiten van algemene
                        strekking en beleid, voor zover de aard en het belang van deze besluiten dit
                        zich met zich mee brengen. Voor een besluit of beleid dat één of slechts een
                        beperkte groep belanghebbenden treft is een algemene inspraakprocedure niet
                        noodzakelijk. Het dagelijks bestuur zal echter moeten kunnen motiveren
                        waarom een bepaald besluit van algemene strekking of beleid niet onder de
                        werking van de Inspraakverordening valt. Besluiten of beleid, die bepalend
                        zijn voor de omslag en belangrijke besluiten of beleid op het gebied van het
                        operationele waterstaatkundig beheer worden in principe steeds onder de
                        werking van de Inspraakverordening gebracht.</al><al>Een andere, ook weer door het dagelijks bestuur te motiveren, uitzondering
                        op inspraak is spoedeisendheid. Zo kan het zijn dat er in verband met
                        gebleken tekortkoming na een wateroverlastperiode met de grootste spoed een
                        nieuw gemaal moet worden gebouwd ter voorkoming van nieuwe problemen. Het
                        volgen van de inspraakprocedure volgens deze verordening neemt enkele
                        maanden in beslag en het bestuur kan van oordeel zijn, dat zo’n tijdsverlies
                        niet verantwoord is.</al><al>Hierna wordt ingegaan op de expliciet in de verordening genoemde besluiten
                        en beleid waarop de inspraakprocedure van toepassing is.</al><al/><al><vet>a. Verordeningen met uitzondering van belastingverordeningen</vet></al><al>De belastingverordeningen, die met name als uitzonderingen genoemd worden,
                        zijn die over de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing en
                        verontreinigingsheffing. Die gaan in hoofdzaak over het vaststellen van
                        tarieven. De tariefstelling vloeit voort uit de begroting en de
                        kostentoedelingsverordening. Voor de vaststelling van de begroting geldt de
                        procedure genoemd in artikel 100 van de Waterschapswet. De
                        kostentoedelingsverordening is geen belastingverordening en valt dus onder
                        de werking van deze Inspraakverordening. De Legesverordening is ook een
                        belastingverordening. Het vaststellen van verordeningen is een bevoegdheid
                        van het algemeen bestuur.</al></divisie><divisie><kop><titel>b. Algemene regels</titel></kop><al>Inmiddels zijn op grond van de Keur enkele algemene regels vastgesteld, die
                        de verplichting vervangen om voor bepaalde activiteiten een watervergunning
                        te hebben. Mits aan de in de algemene regels opgenomen voorwaarden wordt
                        voldaan, vervalt de vergunningplicht. Het ligt in de lijn dat er meer
                        algemene regels vastgesteld zullen worden. Het niet meer hoeven aan te
                        vragen van een vergunning en het formuleren van voorwaarden waaraan bij het
                        uitvoeren van werken zonder vergunning moet worden voldaan is van belang
                        voor ingelanden en bedrijven. Het ligt daarom voor de hand inspraak te
                        verlenen. Het vaststellen van algemene regels is een bevoegdheid van het
                        dagelijks bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>c. Peilbesluiten</label></kop><al>In peilbesluiten wordt opgenomen welk oppervlaktewaterpeil voor een bepaald
                        gebied wordt gehanteerd. Dat is uiteraard van belang voor degenen, die in
                        zo’n gebied wonen en voor het gebruik van hun grond. Inspraak is dus op z’n
                        plaats. Peilbesluiten worden vastgesteld door het algemeen bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>d.</label><titel>Projectplannen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Waterwet.</titel></kop><al>Volgens artikel 5.4 van de Waterwet is voor de aanleg of wijziging van een
                        waterstaatswerk een projectplan nodig. Dit geldt b.v. bij de aanleg van een
                        nieuwe kade of van een stuw. Het plan beschrijft in elk geval het werk, dat
                        wordt uitgevoerd en de wijze waarop dat gebeurt. Ook hier is er een impact
                        voor de omgeving en is het verlenen van inspraak op zijn plaats. </al><al>Projectplannen worden in principe vastgesteld door het algemeen bestuur. Het
                        algemeen bestuur heeft aan het dagelijks bestuur het opstellen van
                        projectplannen gedelegeerd, die niet in betekenende mate een wijziging van
                        de bestaande waterstaatkundige situatie tot gevolg hebben. Ook voor deze
                        plannetjes is het van belang om vóór de definitieve besluitvorming te weten
                        wat ingelanden er van vinden. Daarom wordt er voor het toepassen van de
                        Inspraakverordening bij voorbaat geen verschil gemaakt tussen belangrijke en
                        minder belangrijke projectplannen. Indien vooraf inspraak wordt verleend is
                        er geen mogelijkheid meer tegen het projectplan zelf bezwaar te maken bij
                        het waterschap. De indiener van een zienswijze kan dan direct beroep
                        indienen bij de rechtbank. Dat – geen bezwaarmogelijkheid, maar rechtstreeks
                        beroep op de rechtbank - geldt trouwens voor alle besluiten, die met
                        toepassing van de inspraakprocedure zijn voorbereid.</al></divisie><divisie><kop><label>e.</label><titel>Besluiten betreffende de legger</titel></kop><al> Het vaststellen van leggers is geregeld in artikel 78 van de Waterschapswet
                        en artikel 5.1 van de Waterwet. Volgens het tweede lid van artikel 78 stelt
                        het algemeen bestuur de legger vast, waarin de onderhoudsplichtigen of
                        onderhoudsverplichtingen worden aangewezen. Artikel 5.1 van de Waterwet
                        bepaalt dat het waterschap een legger vaststelt, waarin is omschreven
                        waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten
                        voldoen. In de praktijk wordt één leggerdocument door het algemeen bestuur
                        vastgesteld, waarin beide leggers zijn opgenomen. </al><al>Het is voor ingelanden van belang te weten wie onderhoudsplichtig is van
                        waterstaatswerken en wat de onderhoudsplicht inhoudt. Dat geldt ook voor de
                        afmeting etc. van waterstaatswerken. Dat over het vaststellen van een legger
                        inspraak wordt verleend is dus logisch.</al></divisie><divisie><kop><label>f.</label><titel>Besluiten tot het vaststellen van
                            subsidie-/bijdrageregelingen</titel></kop><al>De aard en het belang van dergelijke besluiten brengt met zich mee dat
                        inspraak zinvol is. Dergelijke besluiten raken een grotere groep van
                        belanghebbenden. Deze regelingen worden door het algemeen bestuur
                        vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>g.</label><titel>Beleidsnota’s</titel></kop><al> Zowel het algemeen bestuur, maar ook het dagelijks bestuur stelt
                        beleidsnota’s op over uiteenlopende onderwerpen. De nota’s bevatten een
                        visie over hoe in de toekomst om te gaan met onderdelen van onze taak, zoals
                        b.v. over de schouw, het stedelijk waterbeheer of over het onttrekken van
                        water aan oppervlaktewaterlichamen. Deze nota’s raken rechtstreeks de
                        belangen van de inwoners, overheden of bedrijven in ons gebied. Dus ook hier
                        ligt het volgen van een inspraakprocedure bij de voorbereiding voor de hand.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>h.</label><titel>Beleidsregels</titel></kop><al> Beleidsregels bevatten meer concrete afwegingen en voorwaarden met
                        betrekking tot het uitvoeren van een taak. Zo kunnen voor wat betreft het
                        verlenen van watervergunningen beleidsregels worden vastgesteld, waarin te
                        vinden is onder welke voorwaarden bepaalde vergunningen kunnen worden
                        verleend en waarom. Voor de motivering van het al of niet verlenen van een
                        watervergunning en van de op te nemen voorschriften kan worden volstaan met
                        verwijzing naar de beleidsregel. Het waterschap heeft een Beleidsregel voor
                        het dempen van watergangen, waarin is aangegeven onder welke voorwaarden
                        vergunning kan worden verleend voor demping. In de bewoordingen van de
                        Algemene wet bestuursrecht zijn beleidsregels (art. 1:3, 4<sup>e</sup>
                            lid<cursief>): </cursief><cursief>“</cursief><cursief>Een bij besluit
                            vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend
                            voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van
                            feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een
                            bevoegdheid van een
                            bestuursorgaan</cursief><cursief>”</cursief><cursief>.</cursief>
                        Beleidsregels zullen in de praktijk meestal worden opgesteld door het
                        dagelijks bestuur, omdat ze met name betrekking hebben op uitvoerende taken
                        en minder op de regelgevende bevoegdheden van het algemeen
                        bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Wijze van inspraak</titel></kop><al>Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een uniforme openbare
                        voorbereidingsprocedure voor besluiten. Deze procedure is van toepassing,
                        indien dit bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan
                        is bepaald. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het bepaalde in artikel 79
                        van de Waterschapswet en de Algemene wet bestuursrecht wordt er in deze
                        verordening voor gekozen Afdeling 3.4. Algemene wet bestuursrecht van
                        toepassing te verklaren. Deze afdeling regelt de terinzagelegging en de
                        wijze van publicatie van het ontwerp besluit of –beleid. De termijn van
                        terinzagelegging bedraagt zes weken.</al><al>Voorafgaand aan de ter inzage legging wordt het ontwerp voorstel bekend
                        gemaakt in een krant, huis-aan-huisblad of op een ander geschikte wijze
                        (b.v. internetsite). Vermeld wordt de zakelijke inhoud, wie een zienswijze
                        kunnen indienen en hoe dat moet. De strekking van het ontwerp dient in de
                        publicatie of op internet te worden vermeld, omdat immers duidelijk moet
                        zijn wat het waterschap wil. Het indienen van een zienswijze kan
                        schriftelijk of mondeling. Het mondeling indienen van een zienswijze is
                        vormvrij. Dat kan telefonisch of in een gesprek met een medewerker of een
                        DB-lid dan wel, als er meerdere mondelinge zienswijzen te verwachten zijn,
                        eventueel op een hoorzitting. Van wat mondeling naar voren wordt gebracht
                        moet door het waterschap een verslag worden gemaakt. In de praktijk wordt
                        het verslag ter goedkeuring gestuurd naar degene, die een mondelinge
                        zienswijze heeft ingediend. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Rapportage</titel></kop><al>Dit artikel geeft aan op welke wijze de rapportage over de gehouden
                        inspraakprocedure is geregeld. De rapportage kan gezien worden als een
                        terugkoppeling naar het bestuursorgaan, dat het besluit gaat nemen of het
                        beleid vast stellen. Het is goed mogelijk, dat het algemeen bestuur bij zijn
                        besluitvorming inspraakreacties in aanmerking neemt die voor het dagelijks
                        bestuur in eerste instantie geen aanleiding zijn geweest om het
                        ontwerpbesluit te wijzigen.</al><al>In artikel 4 is eveneens geregeld dat de indiener van een zienswijze,
                        voordat het bestuur een besluit neemt, op de hoogte wordt gesteld van wat er
                        met zijn zienswijze wordt gedaan. Bij het algemeen bestuur wordt dan tevens
                        datum en tijdstip van de vergadering vermeld. Bij het dagelijks bestuur
                        heeft dat geen zin, want die vergaderingen zijn niet openbaar.</al><al>Ook moet de indiener van een zienswijze worden geïnformeerd over wat er
                        uiteindelijk is besloten. Dit sluit aan bij artikel 3:42 van de Algemene wet
                        bestuursrecht over algemene bekendmaking van besluiten en artikel 3:43 en
                        3:44 over het informeren van degenen, die een zienswijze hebben
                        ingediend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bekendmaking en inwerkingtreding</titel></kop><al>Op de bekendmaking en inwerkingtreding zijn de bepalingen van de
                        Waterschapswet (artikelen 73, 73a, 73b een 74) van toepassing. De
                        inspraakverordening verbindt pas nadat deze bekend is gemaakt. De
                        verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de
                        bekendmaking, tenzij de verordening een ander tijdstip aangeeft. Deze
                        Inspaakverordening waterschap Hunze en Aa’s 2013 treedt in werking op 1
                        januari 2013. De vorige uit 2006 vervalt dan. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>