<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR236998_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2011 t/m 2014 van de gemeente Oirschot</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.oirschot.nl/index.php?simaction=content&amp;mediumid=20&amp;jaar=2011&amp;maand=10&amp;pagid=2843&amp;stukid=39625">Elektronisch gemeenteblad Officiële publicaties, 19-10-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2011 t/m 2014 van de gemeente Oirschot</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/">Wet publieke gezondheid </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw beleid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BRS</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Lokaal Gezondheidsbeleid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>n.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>n.v.t.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2011 t/m 2014 van de gemeente Oirschot</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Titeldeel</titel></kop><structuurtekst><al>NOTA LOKAAL GEZONDHEIDSBELEID 2011-2014 AN DE GEMEENTE OIRSCHOT</al><al>Vastgesteld door de gemeenteraad van Oirschot op 29 september 2011</al><al>Samenvatting</al><al>Hoofdstuk 1</al><al>Waar gaat het om? </al><al>1.1. Inleiding </al><al>1.2. Ontwikkelingen </al><al>1.3. Wettelijk kader </al><al>1.4. Samenhang met andere beleidsterreinen: integraal en inclusief
                            beleid </al><al>1.5. Rol van de gemeente</al><al>1.6. Totstandkoming van de nota</al><al>Hoofdstuk 2</al><al>Hoe gezond is Oirschot?</al><al>Hoofdstuk 3</al><al>Welke visie en doelstellingen hebben we? </al><al>3.1. Algemeen </al><al>3.2. Visie </al><al>3.3. Doelstellingen</al><al>Hoofdstuk 4</al><al>Welke Speerpunten pakken we aan? </al><al>4.1. Landelijke speerpunten </al><al>4.2. Achtergrond en overwegingen bij de speerpunten </al><al>4.3. Speerpunten gemeente Oirschot voor de jaren 2011 t/m 2014</al><al>Hoofdstuk 5</al><al>Wat gaan we doen?</al><al>Uitwerking van de speerpunten binnen het lokaal gezondheidsbeleid: </al><al>5.1. Overgewicht</al><al>5.1 A. Overgewicht </al><al>5.1.B. Gezond voeding </al><al>5.1.C. Diabetes</al><al>5.2. Schadelijk alcoholgebruik </al><al>5.3. (Stoppen met) roken </al><al>5.4. Druggebruik </al><al>5.5. Sociale Weerbaarheid (incl.voorkoming vereenzaming) </al><al>5.6. Preventieve gezondheidszorg voor ouderen</al><al>Hoofdstuk 6</al><al>Wat hebben we nodig? </al><al>6.1. Voorwaarden</al><al>6.2. Organisatiestructuur</al><al>6.3. Financiële consequenties</al><al>Hoofdstuk 7</al><al>Hoe gaan we het effect meten?</al><al>Evaluatie</al><al>Bijlage 1 Hoe staan we er in Oirschot voor?</al><al>Bijlage 2 Invulling van de Wpg-taken voor de gemeente Oirschot</al><al>Bijlage 3 Beschrijving van de gezondheid van de inwoners van
                            Oirschot</al><al>Bijlage 4 Overzicht ingekomen reacties in kader inspraak op het concept
                            Nota Lokaal Gezondheidsbeleid </al><al>2011 t/m 2014 van de gemeente Oirschot.</al><al>Bijlage 5 Procedure/-tijdpad Nota Lokaal Gezondheidsbeleid
                            2011-2014</al><al>SAMENVATTING</al><al>In deze samenvatting houden we de hoofdstukindeling aan van de
                            nota.</al><al>I. Waar gaat het om ?</al><al>Gemeenten hebben een wettelijke taak in de collectieve preventie van de
                            volksgezondsheid op basis van de Wet </al><al>publieke gezondheid (Wpg). De voorloper van deze wet, zijnde de Wet
                            collectieve preventie volksgezondheid (Wcpv) </al><al>is opgegaan in genoemde wet. Elke gemeente moet volgens de wet sinds
                            2003 voor het te voeren lokaal gezond-</al><al>heidsbeleid elke vier jaar een nota vaststellen.</al><al>Deze Nota Lokaal Gezondheidsbeleid voor de gemeente Oirschot gaat over
                            de periode 2011 t/m 2014.</al><al>Maatschappelijke en landelijke ontwikkelingen hebben invloed op ons doen
                            en laten en ons denken over gezondheid:</al><al>1. Steeds meer dringt bij mensen het besef door dat het bevorderen van
                            gezondheid meer is dan het bestrijden van </al><al>ziekten.</al><al>2. Feitelijk accepteren we met zijn allen dat het bij gezondheid niet
                            alleen gaat om het bestrijden van ziekten en we con-</al><al>cluderen dat de verantwoordelijkheid voor de eigen en collectieve
                            gezondheid een gedeelde verantwoordelijkheid is.</al><al>3. De rijksoverheid heeft in 2007 een visie geschreven op gezondheid en
                            preventie ‘Gezond zijn, gezond leven’. In deze </al><al>nota stelt het Ministerie van VWS dat het voorkomen van vermijdbare
                            gezondheidsschade een verantwoordelijkheid is </al><al>van ons allemaal.</al><al>In de Nota is aandacht voor samenhang met andere beleidsterreinen omdat
                            gezondheid zich niet beperkt tot één beleids</al><al>terrein. Binnen diverse gemeentelijke beleidsterreinen (jeugdbeleid,
                            WMO-beleid, beleid betreffende ruimtelijke ordening, </al><al>verkeersveiligheid en integrale wijkontwikkeling spelen
                            gezondheidsaspecten een rol. Naast het inventariseren van de </al><al>door de gemeenteraad gekozen speerpunten die opgepakt moeten worden
                            binnen lokaal gezondheidsbeleid is het dus </al><al>van belang andere eleidsterreinen door te nemen op aspecten die van
                            belang zijn voor de volksgezondheid.</al><al>II. Hoe gezond is Oirschot ?</al><al>In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan de huidige gezondheidssituatie
                            van de burgers in Oirschot. In het kader </al><al>van de Wpg verzamelt en analyseert de GGD elke vier jaar gegevens
                            omtrent de gezondheidssituatie van de verschil-</al><al>lende bevolkingsgroepen. Dat houdt in dat elk jaar een andere groep
                            wordt onderzocht; de meest recente monitors </al><al>betreffen de jeugd van 12 t/m 18 jaar (2007-2008), de jeugd van 0 t/m 11
                            jaar (2008-2009), de volwassenen van 19 t/m </al><al>64 jaar (2009-2010) en de ouderen vanaf 65 jaar (2009-2010). </al><al>De uitkomsten van deze monitors leveren een schat aan informatie op voor
                            het gemeentelijk beleid. Niet alleen het </al><al>gezondheidsbeleid, maar ook het jeugdbeleid, ouderen- en
                            gehandicaptenbeleid en het beleid ten aanzien van de </al><al>WMO kan de regionale en lokale cijfers als input gebruiken.</al><al>II. Welke visie en doelstellingen hebben we?</al><al>De gemeente Oirschot streeft met het lokaal gezondheidsbeleid naar het
                            voorkómen en het vroegtijdig opsporen van </al><al>gezondheidsproblemen onder de inwoners en naar bescherming en
                            bevordering van het lichamelijk, geestelijk en so-</al><al>ciaal welbevinden van de inwoners, waarbij leefstijl en gedrag, sociale
                            en fysieke omgeving en zorgvoorzieingen mede </al><al>van invloed zijn.</al><al>We willen met die visie:</al><al>1. Bevorderen dat alle inwoners optimale kansen op gezondheid
                            hebben;</al><al>2. Bevorderen dat alle relevante sectoren (binnen en buiten de
                            gemeenten) bijdragen aan het vergroten van de kansen </al><al>op gezondheid.</al><al>Doelstellingen</al><al>1. Anticiperen op bedreigingen van de volksgezondheid. </al><al>2. Vergroten van de betrokkenheid van de Oirschotse burgers bij de eigen
                            gezondheid. </al><al>3. Bevorderen van een gezonde sociale infrastructuur wat wil zeggen:
                            zorgen dat allerlei instanties (zoals zorgverleners, </al><al>het welzijnswerk, scholen) een bijdrage leveren aan verbetering van de
                            volksgezondheid.</al><al>IV. Welke speerpunten pakken we aan ?</al><al>De gemeenteraad heeft al op 15 september 2009 voor die periode de
                            volgende speerpunten bepaald:</al><al>- Overgewicht (inclusief gezonde voeding en diabetes);</al><al>- Schadelijk alcoholgebruik</al><al>- (Stoppen met) roken</al><al>- Druggebruik</al><al>- Sociale Redzaamheid ( + voorkoming vereenzaming)</al><al>Later is daar door burgemeester en wethouders het speerpunt:
                            “preventieve gezondheidszorg voor ouderen” (65 +) aan </al><al>toegevoegd omdat de gemeente daar wettelijk aandacht aan moet besteden
                            (art. 5a van de Wet publieke gezondheid)</al><al>De keuzes zijn gebaseerd op de volgende criteria en overwegingen: </al><al>• Ernst en/of omvang van het gezondheidsprobleem op basis van de
                            landelijke cijfers (bijvoorbeeld CBS) of lokale analy-</al><al>se van de gezondheidssituatie (GGD-monitoren). Ook de trends en
                            ontwikkelingen maken hiervan onderdeel uit;</al><al>• Sterke relatie van de risicofactor met gezondheid;</al><al>• Aansluitend bij landelijke prioriteiten (nota “Kiezen voor gezond
                            leven”);</al><al>• Mogelijkheden van een doelmatige en effectieve aanpak binnen het
                            gemeentelijk beleid;</al><al>• Grote (maatschappelijke) gevolgen voor gebruik van medische
                            voorzieningen en arbeidsdeelname;</al><al>• Significant negatief afwijkend Oirschot versus regio of
                            Nederland;</al><al>• Draagvlak bij betrokken organisaties/instellingen;</al><al>• Politieke gevoeligheid/ tijdgeest;</al><al>V. Wat gaan we doen? </al><al>De speerpunten binnen het lokale gezondheidsbeleid van de gemeente
                            Oirschot worden in hoofdstuk IV van de nota op </al><al>- hoofdlijnen uitgewerkt. In de praktijk zal de verdere uitwerking van
                            de plannen en de uitvoering van deze speerpunten </al><al>plaatsvinden in overleg met de betrokken organisaties.</al><al>Dit betekent dat in vervolg op deze nota nog uitvoeringsplannen komen
                            voor de gekozen thema’s (besluitvorming door het </al><al>college), waarin specifieker en gedetailleerder aangegeven wordt wat de
                            gemeente gaat doen op elk van de speerpunten. </al><al>Dit zal een uitwerking zijn van hetgeen nu bij elk thema onder 'plan van
                            aanpak' vermeld staat. De door de gemeente inge</al><al>stelde Adviesgroep Lokaal Gezondheidsbeleid/WMO krijgt daarbij als taak
                            samen met de gemeente met werkgroepen per </al><al>thema die plannen op te stellen. </al><al>De leden van die adviesgroep hebben op 1 juli 2010 aangegeven dat zij
                            die taak graag oppakken en vorm geven.</al><al>VI. Wat hebben we nodig?</al><al>1. Draagvlak bij alle betrokken professionele instellingen</al><al>2. Eigen verantwoordelijkheid. Burgers blijven in eerste instantie zelf
                            verantwoordelijk voor hun eigen gezond heid. </al><al>3. Ambtelijke capaciteit (gemiddeld 6 uren per week voor uitvoering
                            gezondheidsbeleid en 2 uren per week voor de aanver-</al><al>wante beleidsterreinen (met name WMO en Jeugd).</al><al>4. Continuïteit en flexibiliteit in dienstenpakket GGD. </al><al>5. Budget (voor 2011 volgens raming € 17.500,--, voor 2012: € 21.000,--
                            , voor 2013: € 29.000,-- en voor 2014: € 32.000,--).</al><al>VII. Hoe gaan we het effect meten?</al><al>Evaluatie</al><al>Het meten van de resultaten en de effecten van collectieve
                            preventiemaatregelen voor de gezondheid van burgers is disuta-</al><al>bel, zeker op een kortere termijn. Vaak zijn zoveel factoren van invloed
                            op de gezondheid van burgers, dat de gezondheids-</al><al>winst van een bepaalde activiteit niet kan worden aangetoond. Dit laat
                            onverlet dat de nog op te zetten activiteiten door ons </al><al>zullen worden geëvalueerd. We willen ervoor zorgen dat elke in te
                            stellen werkgroep rekening houdt met vooraf bepaalde </al><al>meetbare doelen.</al><al>Teneinde de mogelijke gevolgen van lokaal gezondheidsbeleid voor de
                            bevordering van gezondheid te kunnen weten zal een </al><al>evaluatie worden gehouden betreffende de:</al><al>1. Aanpak van gezondheidsknelpunten.</al><al>De organisaties, die met de opzet en uitvoering van activiteiten van de
                            eerder beschreven speerpunten belast worden, </al><al>worden door de gemeente verzocht door middel van verslaglegging inzicht
                            te geven in de bereikte resultaten, en indien </al><al>mogelijk de effecten. </al><al>Het gaat hierbij om zowel inhoudelijke als procesmatige aspecten. Indien
                            mogelijk wordt hierbij ook de klanttevreden-</al><al>heid betrokken.</al><al>2. Gezondheidswinst.</al><al>De door de GGD in een tijdsbestek van telkens 4 jaar per gemeente te
                            houden Gezondheidsmonitoren voor jongeren, </al><al>volwassenen en ouderen gebruikt de gemeente voor het meten van de
                            gezondheid van de Oirschotse bevolking en, </al><al>voor zover dat mogelijk is, de eventueel behaalde gezondheidswinst door
                            vergelijking met eerdere gezondheidspei-</al><al>lingen en met peilingen in de regio.</al><al>Bijlage 1</al><al>Hoe staan we er in Oirschot voor?</al><al>De laatst door de gemeenteraad vastgestelde Nota Lokaal
                            Gezondheidsbeleid besloeg de periode 2003 t/m 2006. </al><al>Daarna heeft de gemeenteraad geen nota meer vastgesteld. Dit wil
                            overigens niet zeggen dat de gemeente na 2006 geen </al><al>gezondheidsthema’s heeft ontwikkeld en uitgevoerd.</al><al>Dit blijkt ook uit de evaluatie van de Nota LGB 2003 t/m 2006 en de
                            aanvullende activiteiten in de periode 2006 t/m 2010.</al><al>Evaluatie 2003 t/m 2006.</al><al>De gemeente heeft aandacht besteed aan de volgende aandachtsvelden:</al><al>1. Opvoedingsondersteuning (o.a. realiseren en uitvoeren van
                            opvoedspreekuren binnen de peuterspeelzalen, groeps-</al><al>voorlichting aan ouders en contactmomenten op maat, kindobservaties
                            binnen peuterspeelzalen en kinderdagverblij-</al><al>ven door Zuid Zorg (afd. Jeugd gezondheidszorg) en een opvoedspreekuur
                            voor ouders door de GGD.</al><al>2. Preventie (gezondheids)problemen/ontsporing jeugd (o.a. continuering
                            Netwerk Jeugdhulpverlening, aanbieden School-</al><al>maatschappelijk Werk (SMW) aan de basisscholen en continuering van SMW
                            binnen het Kempenhorstcollege, ter voor-</al><al>koming van huiselijk geweld).</al><al>3. Eenzaamheid/sociaal isolement (continuering Activerend Huisbezoek 70
                            +ers, later 75 + ers).</al><al>4. Bevorderen van een gezonde leefstijl (o.a. acties in het kader van
                            preventie gebruik genotmiddelen door het programma </al><al>Gezonde School en Genotmiddelen voor de basisscholen en het
                            Kempenhorstcollege, gastlessen en ouderavonden).</al><al>5. Chronisch zieken en mensen met een handicap (de bereikbaarheid en
                            toegankelijkheid van met name openbare ge-</al><al>bouwen zijn in samenspraak met het Platform gehandicapten Gemeente
                            Oirschot bezien. De meeste gebouwen vol-</al><al>doen nu.</al><al>Aanvullende activiteiten in de periode 2006 t/m 2010:</al><al>1. Mantelzorg. Sinds 2008 kent deze gemeente een ondersteunend aanbod
                            voor mantelzorgers via de Stichting Welzijn </al><al>Oirschot. In 2010 heeft dit verder vorm gekregen met het project (om te
                            beginnen 3 jarig) Jonge Mantelzorgers (onder-</al><al>steuning van jongeren tot 23 jaar).</al><al>2. Bevorderen van een gezonde leefstijl (o.a. door participatie vanaf
                            september 2006 in het regionaal project “Laat je niet </al><al>Flessen”).</al><al>3. Preventie van collectieve gezondheidsproblemen (o.a. door bevorderen
                            van gezond gedrag bij de leerlingen an het </al><al>Kempenhorstcollege door meer gezonde voeding aan te bieden in de
                            schoolkantine, de organisatie van een opvoe-</al><al>dingsmarkt voor ouders van kinderen tot 12 jaar en een opvoedingsavond
                            voor ouders van pubers, sport- en beweeg-</al><al>activiteiten voor ouderen, ziekteverzuimproject binnen het
                            Kempenhorstcollege, invoering Electronisch Kinddossier, </al><al>invoering van het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd).</al><al>Op basis van de gezondheidsonderzoeken die de GGD periodiek uitvoert
                            onder de inwoners is geïnventariseerd waar </al><al>de gemeente de komende jaren aandacht aan moet besteden.</al><al>De thema’s waar de gemeenteraad prioriteit aan heeft gegeven sluiten
                            daar naadloos op aan.</al><al>Bijlage 2 </al><al>Invulling van de Wpg-taken voor de gemeente Oirschot. </al><al>Deze bijlage heeft de GGD Brabant-Zuidoost voor de gemeente
                            ingevuld.</al><al>Bijlage 3 </al><al>Beschrijving van de gezondheid van de inwoners van Oirschot. </al><al>Ook dit onderdeel is door de GGD ingevuld.</al><al>Bijlage 4</al><al>Overzicht ingekomen reacties in kader inspraak op het concept Nota
                            Lokaal Gezondheidsbeleid 2011 t/m 2014 van de </al><al>gemeente Oirschot. Er zijn reacties ingekomen van het Jongerenpanel
                            Oirschot en van de WMO-adviesraad.</al><al>Bijlage 5</al><al>Hierin is het procedure-tijdpad beschreven. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Waar gaat het om?</titel></kop><structuurtekst><al>1.1. Inleiding.</al><al>Gemeenten hebben een wettelijke taak in de collectieve preventie van
                                de volksgezondheid op basis van de Wet </al><al>publieke gezondheid (Wpg). </al><al>De voorloper van deze wet, zijnde de Wet collectieve preventie
                                volksgezondheid (Wcpv) is opgegaan in genoem-</al><al>de wet.</al><al>Elke gemeente moet volgens de wet sinds 2003 voor het te voeren
                                lokaal gezondheidsbeleid elke vier jaar een </al><al>nota vaststellen.</al><al>In september 2003 heeft de gemeenteraad van Oirschot een eerste Nota
                                Lokaal Gezondheidsbeleid (LGB) 2003 </al><al>t/m 2006 vastgesteld.</al><al>Door een andere prioritering van taken en werkzaamheden is de
                                ontwikkeling van de nieuwe nota door de gemeen-</al><al>teraad uitgesteld. </al><al>Om opnieuw aan te sluiten bij de normale cycli van vierjaarlijkse
                                perioden bestrijkt het in deze nota beschreven </al><al>beleid wederom een periode van vier jaren.</al><al>Dat nu pas een nieuwe nota voorligt, wil niet zeggen dat de gemeente
                                in de jaren 2007 t/m 2010 heeft stil gezeten </al><al>en geen gezondheidsbeleid heeft gevoerd. In hoofdstuk 2 en bijlage 1
                                leest u hoe we er in Oirschot voor staan.</al><al>Op 15 september 2009 heeft de gemeenteraad van Oirschot tijdens een
                                werkbijeenkomst op basis van een start-</al><al>notitie vijf speerpunten/thema’s op het terrein van het lokaal
                                gezondheidsbeleid voor 4 jaren bepaald. Deze krijgen </al><al>aandacht in hoofdstuk 4 met een uitwerking in hoofdstuk 5.</al><al>Op 5 november 2009 heeft een werkbijeenkomst plaatsgevonden met
                                diverse plaatselijke en regionale instellin-</al><al>gen die actief zijn op het terrein van gezondheidszorg. De inbreng
                                van die instellingen is opgenomen in hoofd-</al><al>stuk 5.</al><al>1.2. Ontwikkelingen.</al><al>1.2.1. Maatschappelijke Ontwikkelingen.</al><al>Een veranderende samenleving leidt tot andere gedachten over
                                gezondheid en gezond leven.</al><al>1. Steeds meer dringt bij mensen het besef door dat het bevorderen
                                van gezondheid meer is dan het bestrijden </al><al> van ziekten. </al><al> Gezondheid wordt niet alleen bepaald door erfelijke aanleg,
                                bacteriën en virussen, ongevallen of de mogelijk-</al><al> heden van de medische wetenschap. Gezondheid heeft ook alles te
                                maken met o.a. voeding, beweging, ont-</al><al> spanning, milieu, leefstijl, huisvesting en sociale omgeving.
                                Hoewel de medische wetenschap een hoog niveau </al><al> heeft bereikt en de mogelijkheden nog lang niet zijn uitgeput,
                                lijkt anno 2010 de meeste gezondheidswinst te be-</al><al> halen door een gezonde leefstijl en een gezonde sociale en fysieke
                                omgeving. Preventie van gezondheidspro-</al><al> blemen is daarom misschien wel de belangrijkste stap in het proces
                                van gezondheidsbevordering en gezond-</al><al> heidsbehoud.2. Feitelijk accepteren we met zijn allen dat het bij
                                gezondheid niet alleen gaat om het bestrijden </al><al> van ziekten en we concluderen dat de verantwoordelijkheid voor de
                                eigen en collectieve gezondheid een gedeel-</al><al> de verantwoordelijkheid is. </al><al> In elk geval is het zo dat gezondheidsbeleid een zaak is die
                                iedereen aangaat.</al><al> - In de eerste plaats is iedere burger voor een groot deel zelf
                                verantwoordelijk voor zijn of haar gezondheid door </al><al> op een gezonde manier te leven. </al><al> - Daarnaast zijn ook anderen mede verantwoordelijk. </al><al> - Werkgevers zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor een gezonde
                                werkomgeving. Dit is wettelijk geregeld in de </al><al> Arbo-wet. </al><al> - Ouders en onderwijzers dragen verantwoordelijkheid voor een
                                gezonde omgeving waarin kinderen zich veilig </al><al> kunnen ontwikkelen. </al><al> - De kwaliteit van het milieu en de veiligheid in de openbare
                                ruimte kunnen van invloed zijn op de gezondheid en </al><al> de gezondheidsbeleving. Dit is grotendeels een gezamenlijke
                                verantwoordelijkheid van de overheid en het be-</al><al> drijfsleven.</al><al>1.2.2. Landelijke en regionale ontwikkelingen.</al><al>Landelijke ontwikkelingen</al><al>Visie ‘Gezond zijn, gezond leven’</al><al>In november 2007 heeft het ministerie van VWS een visie geschreven
                                op gezondheid en preventie ‘Gezond zijn, </al><al>gezond leven’.</al><al>In deze nota stelt het Ministerie van VWS dat het voorkomen van
                                vermijdbare gezondheidsschade een verantwoor-</al><al>delijkheid is van ons allemaal. Een dominant vertrouwen op het
                                vermogen van de curatieve zorg om alle problemen </al><al>op te lossen is niet realistisch en gaat aan die
                                verantwoordelijkheid voorbij. Daarom is een brede visie op
                                gezond-</al><al>heid en preventie nodig. Voor de realisering van die visie is het
                                van belang op zoek te gaan naar de ‘parallellie van </al><al>belangen’; gezondheid als een gerechtvaardigd belang in nauwe
                                samenhang met andere gerechtvaardigde belan-</al><al>gen: </al><al>• Verbinding tussen gedrag en omgeving, zoals de inrichting van de
                                wijk, de werkplek of het functioneren binnen </al><al> het gezin.</al><al>• Verbinding tussen preventie en zorg: meer samenwerking tussen de
                                curatieve en openbare gezondheidszorg, </al><al> preventie in de eerste lijn maar ook de tweede en derde lijn. </al><al>• Bestuurlijke omgeving; verbinden, samenwerken en moderniseren. Het
                                gaat om een goede verbinding tussen </al><al> landelijk en lokaal beleid aan de ene kant en het gebruik maken van
                                de kansen en ontwikkelingen van andere </al><al> lokale beleidsterreinen aan de andere kant.</al><al>Preventienota.</al><al>De landelijke preventienota (2006: ‘Kiezen voor gezond leven’) geeft
                                richting aan beleid voor preventie in de publie-</al><al>ke gezondheid op lokaal niveau. VWS heeft de nieuwe preventienota
                                nog niet uitgebracht. Deze landelijke preventie-</al><al>nota wordt in 2011 verwacht. Op grond van deze vertraging is
                                besloten dat gemeenten voor het opstellen van hun </al><al>lokale nota volksgezondheid uitstel krijgen (max. 2 jaar na het
                                verschijnen van de landelijke preventienota).</al><al>Veel gemeenten, waaronder de gemeente Oirschot, willen desondanks in
                                2011 hun nieuwe nota lokaal gezond-</al><al>heidsbeleid hebben vastgesteld. Zij baseren hun uitgangspunten op de
                                gegevens van de landelijke Volksgezond-</al><al>heid Toekomstverkenning (VTV) en de regionale gegevens uit de
                                monitors van de GGD. </al><al>Zodra de landelijke preventienota beschikbaar is, neemt het RIVM
                                (Centrum voor Gezond Leven) deze op in de </al><al>Handreiking Gezonde Gemeente.</al><al>Regionale Ontwikkelingen</al><al>Relatie van huidige nota LGB van de gemeente Oirschot met de
                                Regionale Volksgezondheid Toekomst Verken-</al><al>ningen (RVTV).</al><al>In het kader van de RVTV staan de GGD Brabant-Zuidoost uit de
                                monitors (onderzoeken van de GGD) in het regio-</al><al>naal kompas www.regionaalkompas.nl. </al><al>Gemeenten kin 2011 ook het Regionale Rapport en het Gemeentelijke
                                Rapport voor de eigen gemeente van de </al><al>GGD tegemoet zien. </al><al>Deze informatie in het kader van de RVTV biedt de gemeenten een
                                scala aan bouwstenen voor het gemeentelijke </al><al>gezondheidsbeleid.</al><al>De cijfers in deze nota 2011-2014 zijn geactualiseerd met de
                                gegevens uit de nieuwe volwassenenmonitor en </al><al>uderenmonitor. </al><al>De gemeente Oirschot kan nieuwe informatie uit het Regionaal Rapport
                                en het Gemeentelijk Rapport die in 2011 </al><al>verschijnen naast de nota LGB voor de periode 2011-2014 leggen en
                                bezien of de informatie aanleiding voor bij-</al><al>sturing vormt.</al><al>1.3. Wettelijk Kader.</al><al>1.3.1. Wet publieke gezondheid (Wpg).</al><al>De Wet Publieke Gezondheid is op 1 december 2008 in werking
                                getreden. De Wet Collectieve Preventie Volksge-</al><al>zondheid, de Infectieziektewet en de Quarantainewet zijn in die wet
                                opgegaan en als aparte wetten ingetrokken. </al><al>In de Wet Publieke Gezondheid staat over de taken van de publieke
                                gezondheidszorg vermeld dat het college van </al><al>burgemeester en wethouders de totstandkoming en de continuïteit van
                                en de samenhang binnen de publieke ge-</al><al>zondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve
                                gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij </al><al>ongevallen en rampen bevordert.</al><al>Hieronder valt onder meer:</al><al>• het verwerven van inzicht in de gezondheidssituatie van de
                                bevolking;</al><al>• elke 4 jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota Lokaal
                                gezondheidsbeleid, analyseren van de gezond-</al><al> heidssituatie;</al><al>• het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen; </al><al>• het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van
                                preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s </al><al> voor de gezondheidsbevordering.</al><al>Deze thema’s moeten ook tenminste in een gemeentelijke nota
                                gezondheidsbeleid aan bod komen. Hiervoor </al><al>wordt een cyclus van 4 jaar vastgesteld. Met de uitgangspunten van
                                de gemeentelijke nota lokaal gezondheids-</al><al>beleid wordt aansluiting gezocht met de nota van het ministerie van
                                VWS waarin de landelijke prioriteiten zijn vast-</al><al>gesteld op het gebied van de publieke gezondheidszorg.</al><al>In hoofdstuk 2 van de Wpg worden ook de gemeentelijke
                                verantwoordelijkheid en de taken hierin voor de jeugd-</al><al>gezondheidszorg, de ouderengezondheidszorg en de
                                infectieziektebestrijding omschreven.</al><al>In het kader van de Wpg zijn veel taken en verantwoordelijkheden op
                                het gebied van de collectieve preventie in </al><al>medebewind gegeven aan gemeentelijke overheden. De bedragen die
                                daarbij horen, zijn in het Gemeentefonds </al><al>gestort.</al><al>De taken zijn:</al><al>1. Medische milieukunde: onderzoek, advisering en signalering op het
                                terrein van milieu en gezondheid.</al><al>2. Technische hygiënezorg: hygiënezorg voor kindercentra en
                                basisscholen, verordeningen voor technische </al><al> hygiëne bij tatoeage- en piercingstudio’s, grote evenementen, seks-
                                en relaxhuizen en instellingen die vallen </al><al> onder de Wet op de jeugdhulpverlening.</al><al>3. Infectieziektenbestrijding: onderzoek, bron- en contactopsporing
                                en preventie in het kader van infectieziekten, </al><al> zoals seksueel overdraagbare aandoeningen en tuberculose.</al><al>4. Jeugdgezondheidszorg (0-19 jaar): monitoring en signalering,
                                gezondheidsvoorlichting, vaccinatie, screening, </al><al> onderkenning van gezondheidsbedreigende factoren in sociale en
                                fysieke omgeving en advisering hierover.</al><al>5. Bevorderingstaken, te weten:</al><al> - Epidemiologie: het verzamelen en analyseren van gegevens
                                betreffende de gezondheidssituatie van de be-</al><al> volking.</al><al> - Bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen: het
                                gaat hierbij om een coördinerende en </al><al> Integrerende taak van de gemeente, de GGD heeft hierin een
                                adviestaak.</al><al> - Gezondheidsbevordering: het op basis van inzicht in de gezondheid
                                van de bevolking (laten) uitvoeren van </al><al> preventieprogramma’s.</al><al> - Bevolkingsonderzoeken: het (laten) oproepen van de groepen
                                vrouwen die in aanmerking komen voor deel-</al><al> name aan onderzoek naar borstkanker en baarmoederhalskanker.</al><al>Genoemde taken heeft de gemeente geheel opgedragen aan de GGD
                                Brabant-Zuidoost en aan de Stichting Zuid-</al><al>Zorg (0-4 jarigen zorg). Zie ook Bijlage 2.</al><al>Op 1 juli 2010 is artikel 5a van de Wet publieke gezondheid in
                                werking getreden. </al><al>In artikel 5a staat dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de
                                ouderengezondheidszorg voor inwoners vanaf </al><al>65 jaar.</al><al>De taken die hieruit voortkomen voor gemeenten zijn:</al><al>- het monitoren van (ontwikkelingen in de) gezondheidstoestand van
                                ouderen en van gezondheidsbevorderen-</al><al> de en –bedreigende factoren</al><al>- het inschatten van de behoeften aan zorg</al><al>- het vroegtijdig opsporen en preventie van specifieke stoornissen
                                als comorbiditeit</al><al>- het geven van voorlichting, advies instructie en begeleiding</al><al>- het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van
                                gezondheidsbedreigingen.</al><al>Het is aan gemeenten om de verdere invulling van bovenstaande taken
                                uit te voeren.</al><al>1.3.2. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).</al><al>Sinds 1 januari 2007 is de Wmo van kracht. Het maatschappelijke doel
                                van de Wmo is meedoen. Deelname </al><al>van álle burgers aan álle facetten van de samenleving, al of niet
                                geholpen door vrienden, familie of bekenden. </al><al>En als dat niet kan, is er ondersteuning vanuit de gemeente. </al><al>Het eindperspectief van de Wmo is een samenhangend lokaal beleid op
                                het gebied van de maatschappelijke </al><al>onderSteuning en op aanpalende terreinen, zoals de Openbare
                                Geestelijke GezondheidsZorg (OGGZ). Voor </al><al>mensen die langdurige, zware zorg nodig hebben, blijft hulp vanuit
                                de Algemene wet bijzondere ziektekosten </al><al>(Awbz) in beeld.</al><al>Gemeenten fungeren als vangnet voor groepen die op een of andere
                                wijze buiten de boot dreigen</al><al>te vallen: zorgmijders, slachtoffers van vervuiling, verwaarlozing
                                of mishandeling; verslaafden,</al><al>dak- en thuislozen en illegalen. Deze taak maakt deel uit van de
                                OGGZ. Vanwege de relatie met maatschappe-</al><al>lijke opvang, verslavingsbeleid en vrouwenopvang, een prestatieveld
                                in de Wmo, is de Oggz overgeheveld van </al><al>de Wcpv naar de Wmo.</al><al>In algemene zin kunnen preventie van gezondheidsproblemen (= het
                                doel van de Wet publieke gezondheid), </al><al>en maatschappelijke participatie (= het belangrijkste doel van de
                                Wmo), elkaar versterken.</al><al>De belangrijkste raakvlakken tussen de Wmo en taken uit de Wpg
                                zijn:</al><al>- De uitvoering van de jeugdgezondheidszorg (Wpg) en prestatieveld 2
                                van de Wmo: op preventie gerichte </al><al> ondersteuning bieden aan jongeren met opgroeiproblemen en ouders
                                met opvoedproblemen.</al><al>- Gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (Wpg) en prestatieveld 3
                                (Wmo): het geven van informatie, advies </al><al> en cliëntondersteuning (lokale loketten).</al><al>- Epidemiologisch onderzoek (Wpg) levert belangrijke
                                beleidsinformatie op, ook voor de uitvoering van de </al><al> Wmo.</al><al>- Bevorderen van afstemming tussen preventie, cure en care (Wpg) en
                                de prestatievelden 5 (bevorderen </al><al> maatschapPelijke participatie en zelfstandig functioneren van
                                mensen met een beperking) en 6 (verlenen </al><al> van voorzieningen aan mensen met beperkingen) van de Wmo.</al><al>De prestatievelden 7, 8 en 9 van de Wmo welke gaan over het bieden
                                van maatschappelijke opvang, bevor-</al><al>deren van Openbare Geestelijke Gezondheid (OGGZ) en bevorderen van
                                verslavingsbeleid worden uitgewerk-</al><al>ten vorm gegeven in/vanuit het Wmo-beleidsplan van de gemeente
                                Oirschot. In deze nota laten we die drie </al><al>prestatievelden buiten beschouwing.</al><al>1.4. Samenhang met andere beleidsterreinen: integraal en inclusief
                                beleid</al><al>Gezondheid beperkt zich niet tot één beleidsterrein; binnen diverse
                                gemeentelijke beleidsterreinen spelen </al><al>gezondheidsaspecten een rol. Naast het inventariseren van de door de
                                gemeenteraad gekozen speerpunten </al><al>die opgepakt moeten worden binnen lokaal gezondheidsbeleid is het
                                dus van belang andere beleidsterreinen </al><al>door te nemen op aspecten die van belang zijn voor de
                                volksgezondheid. De gemeente Oirschot kiest voor </al><al>een integraal en inclusief </al><al>beleid. </al><al>Inclusief beleid wil zeggen dat de gezondheid van de Oirschotse
                                burger vanuit diverse beleidsterreinen aan-</al><al>dacht krijgt en dat daarbij rekening wordt gehouden met alle
                                inwoners, dus ook met de bijzondere doelgroepen. </al><al>Deze bijzondere doelgroepen kunnen zijn: jeugd (0-23 jaar), ouderen
                                (65 jaar en ouder), gehandicapten en/of </al><al>mensen met een lage sociaal-economische status.</al><al>“Integraal” betekent dat het aspect gezondheid deel uitmaakt van het
                                beleid van andere sectoren, beleid dat </al><al>buiten de strikte gezondheidssfeer valt. Integraal gezondheidsbeleid
                                is erop gericht verschillende factoren die </al><al>van invloed zijn op gezondheid in samenhang aan te pakken. Dit
                                vraagt, meer dan nu het geval is, samenwer-</al><al>king en afstemming in en tussen meerdere clusters en sectoren van de
                                gemeente Oirschot. </al><al>We noemen hier enkele beleidsterreinen:</al><al>Jeugdbeleid.</al><al>Op 25 november 2008 heeft de gemeenteraad de Nota Integraal
                                Jeugdbeleid 2009 t/m 2012 vastgesteld. In </al><al>die nota is aandacht voor de onderwerpen die in het kader van de
                                prestatievelden van de Wmo aan de orde </al><al>moeten komen, zijnde: </al><al>a. Gevraagd en ongevraagd voorzien in de behoefte van ouders, hun
                                kinderen, jongeren en verenigingen aan </al><al> informatie (incl. voorlichting) en advies over opvoeden en
                                opgroeien.</al><al>b. Vroegtijdig signaleren van problemen van jeugdigen en
                                opvoeders.</al><al>c. Komen tot een snelle en juiste verwijzing van ouders en kinderen
                                door beroepskrachten naar de juiste hulp-</al><al> instelling.</al><al>d. Licht pedagogische hulp bieden aan ouders, gezinnen en
                                (sport)verenigingen waar problemen zijn of </al><al> dreigen te ontstaan.</al><al>e. Voorkomen dat kinderen met problemen tussen wal en schip vallen
                                door een goed georganiseerde coör-</al><al> dinatie van zorg.</al><al>Beleid op het gebied van Werk en Inkomen</al><al>De minder goede gezondheid van mensen met een lage
                                sociaal-economische status komt voor een deel </al><al>door het verhoogd voorkomen van gezondheidsrisico's. Personen met
                                een lage sociaal economische status </al><al>hebben een minder gezonde leefstijl: roken en drinken meer, eten
                                minder groenten en fruit en bewegen min-</al><al>der. Ook zijn materiële omstandigheden (woon- en werkomstandigheden)
                                vaak minder gunstig voor de ge-</al><al>zondheid. Leefstijl en materiële omstandigheden hebben zowel
                                afzonderlijk als in combinatie een effect op </al><al>de gezondheidsverschillen. Daarnaast spelen nog nadelige,
                                psychosociale effecten hierin een rol.</al><al>Beleid op het gebied van werk en re-integratie is gericht op
                                empowerment van burgers. Empowerment leert </al><al>mensen verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen situatie door het
                                versterken van de capaciteiten om </al><al>greep te krijgen op de eigen situatie. Zo biedt het hebben van een
                                betaalde baan een betere startpositie om </al><al>gezond(er) te leven. Mensen die werken bewegen namelijk meer, hebben
                                meer perspectief voor de toekomst </al><al>(ook psychisch) en hebben een beter inkomen.</al><al>Ruimtelijke ordening, verkeersveiligheid en integrale
                                wijkontwikkeling</al><al>Sociale en fysieke omstandigheden beïnvloeden de gezondheid, zowel
                                rechtstreeks als via de leefstijl van </al><al>burgers. Veel van die omstandigheden zijn echter niet te beïnvloeden
                                door alleen gezondheidsbeleid. Zo zijn </al><al>de mogelijkheden voor kinderen om buiten te spelen afhankelijk van
                                ruimtelijke ordening of verkeersbeleid. </al><al>Bij de aanleg en inrichting van nieuwe wijken, aanpassing van
                                bestaande wijken en inrichting van speelplaat-</al><al>sen op school willen we nadrukkelijk rekening houden met aspecten
                                die de gezondheid van burgers kunnen </al><al>verbeteren. Bij de planvorming willen we vanuit
                                gezondheidsperspectief naar de inrichting van nieuwe bestem-</al><al>mingsplannen kijken.</al><al>1.5. Rol van de gemeente</al><al>De gemeente is de aangewezen partij om de regie te voeren over het
                                lokale gezondheidsbeleid. Zij is in de </al><al>positie om met lokale of regionale partners in overleg te treden.
                                Bovendien staat het lokale bestuur in tegen-</al><al>stelling tot de provinciale of landelijke overheid, dicht bij de
                                burgers en de lokale situatie. De gemeente kan </al><al>zowel intern als extern de regie voeren over de diverse
                                gemeentelijke clusters en lokale/regionale instellingen </al><al>en organisaties. Deze regierol bestaat uit 5 activiteiten, aangeduid
                                met de 5 S-en:</al><al>1. Stimuleren (politiek-bestuurlijk initiatief). De gemeente stelt
                                zich actief op te midden van haar partners op </al><al> het beleidsterrein.</al><al>2. Situeren (kennis van het netwerk). De gemeente is op de hoogte
                                van de sterken en zwakke kanten van het </al><al> netwerk en van de bestaande initiatieven op dit
                                beleidsterrein.</al><al>3. Steun creëren (organisatie van de participatie). De gemeente
                                betrekt andere partijen bij haar initiatieven </al><al> en creëert op deze manier draagvlak. In samenwerking met partners
                                worden doelen geformuleerd. Zowel </al><al> de uitvoerders als de doelgroep worden bij de initiatieven
                                betrokken.</al><al>4. Structureren (het vormen, onderhouden en veranderen van het
                                netwerk). De gemeente vormt en onder-</al><al> houdt relaties met en tussen partijen, maakt afspraken en stelt
                                regels.</al><al>5. Sturen (het geven van richting). De gemeente stimuleert
                                samenwerking, beloont betrokkenen en geeft </al><al> feedback.</al><al>Deze nota beoogt een helder beleidskader te zijn voor alle lokale en
                                regionale partijen die betrokken zijn bij </al><al>de uitvoering. Deze nota moet hét spoorboekje zijn voor de
                                uitvoering van het lokaal gezondheidsbeleid. Wat </al><al>is onze visie, wat zijn onze prioriteiten, wat gaan we doen, wanneer
                                gaan we dat doen en wat mag dat kosten? </al><al>Door dit vooraf kenbaar te maken aan de ketenpartners is het voor
                                hen eenvoudiger om eigen beleid af te </al><al>stemmen op de wensen en eisen van de gemeente.</al><al>1.6. Totstandkoming van de nota.</al><al>Deze nota is in goede en nauwe samenwerking met de GGD
                                Brabant-Zuidoost tot stand gekomen. </al><al>Op 15 september 2009 heeft de gemeenteraad van Oirschot tijdens een
                                werkbijeenkomst op basis van </al><al>een startnotitie vijf speerpunten/thema’s op het terrein van het
                                lokaal gezondheidsbeleid voor de komende </al><al>4 jaren bepaald (zie hoofdstuk 4).</al><al>Daarnaast zijn diverse lokale en regionale instellingen en
                                organisaties op verschillende manieren betrok-</al><al>ken geweest, tijdens een themabijeenkomst (op 5 november 2009). </al><al>De door de gemeente ingestelde Adviesgroep Lokaal
                                Gezondheidsbeleid/Wmo, met daarin vertegenwoor-</al><al>digers van verschillende professionele organisaties die direct
                                betrokken zijn bij gezondheidsbeleid, heeft de </al><al>eerste concepten van de nota becommentarieerd en geadviseerd (in
                                2010). Met name de organisaties die in </al><al>de adviesgroep participeren hebben in meer of mindere mate elk een
                                rol in het oppakken van de speerpunten </al><al>op het gebied van gezondheid en we betrekken hen ook uitdrukkelijk
                                bij de uitvoering ervan.</al><al>In de periode van 4 t/m 31 mei 2011 heef de concept-nota voor
                                eenieder ter inzage gelegen en is de nota </al><al>naar een aantal bij gezondheidsbeleid betrokken instellingen
                                gestuurd. Eenieder (incl. de betrokken instel-</al><al>lingen) zijn in de gelegenheid gesteld reacties kenbaar te maken
                                binnen genoemde periode. Het Jongeren </al><al>Panel Oirschot en de WMO Adviesraad hebben daarop gereageerd. Die
                                reacties zijn verwerkt in één over-</al><al>zicht met daarbij de gemeentelijke reacties (bijlage 4). De
                                ingekomen reacties hebben op enkele onderdelen </al><al>geleid tot aanpassing van de nota. </al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Hoe gezond is Oirschot?</titel></kop><structuurtekst><al>Huidige gezondheidssituatie van de burgers in Oirschot.</al><al>In het kader van de Wpg verzamelt en analyseert de GGD elke vier
                                jaar gegevens omtrent de gezondheidssituatie </al><al>van de verschillende bevolkingsgroepen. Dat houdt in dat elk jaar
                                een andere groep wordt onderzocht; de meest </al><al>recente monitors betreffen de jeugd van 12 t/m 18 jaar (2007-2008),
                                de jeugd van 0 t/m 11 jaar (2008-2009), de</al><al>volwassenen van 19 t/m 64 jaar (2009-2010) en de ouderen vanaf 65
                                jaar (2009-2010).</al><al>De GGD verzamelt de gegevens door steekproefsgewijs met
                                schriftelijke of digitale vragenlijsten. Bij de vier recente </al><al>onderzoeken zijn tussen de 365 en 485 respondenten in deze gemeente
                                benaderd De gegevens worden getoetst </al><al>aan nationale gegevens en gegevens van eerdere monitors. De
                                verzamelde gegevens van de gezondheidsmonitors</al><al>worden veelal gerapporteerd in tabellenboeken en een samenvatting en
                                zijn de bij de GGD op te vragen. Bij de be-</al><al>schrijving van de resultaten beperken de interpretaties van de GGD
                                zich vooral tot het beschrijven van de huidige situ-</al><al>atie in de gemeente, mogelijke significante verschillen met de regio
                                en trends.</al><al>De uitkomsten van de monitors leveren een schat aan informatie op
                                voor het gemeentelijk beleid. Niet alleen het </al><al>gezondheidsbeleid, maar ook het jeugdbeleid, ouderen- en
                                gehandicaptenbeleid en het beleid ten aanzien van de </al><al>WMO kan de regionale en lokale cijfers als input gebruiken.</al><al>Naast de uitkomsten uit de monitors van de GGD hebben we de
                                resultaten van het onderzoek dat het Jongeren-</al><al>panel Oirschot in maart 2008 onder jongeren heeft gehouden (2975
                                enquêtes verstuurd; respons 790 = 26 %) </al><al>betrokken.</al><al>In bijlage 3 wordt een opsomming gegeven van de belangrijkste
                                resultaten op het gebied van gezondheid en </al><al>welzijn van de monitors in de afgelopen vier jaar, gegroepeerd naar
                                thema en leeftijdsgroep. Waar mogelijk zijn </al><al>de resultaten vergeleken met eerder onderzoek om eventuele trends op
                                te sporen.</al><al>Wanneer we ons concentreren op de speerpunten zoals die door de
                                gemeenteraad zijn vastgesteld, dan vallen </al><al>vanuit de GGD-monitoren de volgende zaken in ongunstige zin op:</al><al>Voeding en overgewicht, diabetes</al><al>• In alle leeftijdsgroepen voldoet een aanzienlijk deel niet aan de
                                aanbevelingen voor groente- en fruitconsumptie.</al><al>• Van alle volwassenen voldoet 72% niet aan de aanbeveling voor
                                groente- en 75% niet aan de aanbeveling voor </al><al>fruitconsumptie.</al><al>• Van alle ouderen voldoet 73% niet aan de aanbeveling voor groente-
                                en 60% niet aan de aanbeveling voor fruit-</al><al>consumptie. Deze percentages zijn hoger dan in de regio;
                                respectievelijk 68% en 55%.</al><al>• Van de kinderen vanaf 2 jaar heeft 10% overgewicht in Oirschot.
                                Bij 3% is zelfs sprake van obesitas. </al><al>• In de regio Zuidoost Brabant kampt bijna één op de tien jongeren
                                van 12-18 jaar met overgewicht. In Oirschot </al><al>geldt dat ook voor 9% van de jongeren. Bij 1% is zelfs sprake van
                                obesitas. </al><al>• In Oirschot heeft 45% van de volwassenen overgewicht. Dat is
                                hetzelfde als in de regio (45%) en vergelijkbaar </al><al>met het percentage in Oirschot in 2005 (47%). De groep mensen met
                                obesitas (10%) is in Oirschot ook verge-</al><al>lijkbaar met de regio (11%) en was voor Oirschot in 2005 ook 10%.. </al><al>• Van de ouderen heeft 61% overgewicht. Van hen heeft 15% ernstig
                                overgewicht/obesitas. Deze percentages </al><al>zijn vergelijkbaar met de situatie in de regio en de cijfers uit
                                2006. Ondergewicht komt bij 2% van de ouderen </al><al>voor. </al><al>• Geen van de ondervraagde kinderen in Oirschot heeft diabetes. In
                                de regio lijdt 0,4% van de kinderen aan deze </al><al>ziekte. Ook het aantal jongeren met diabetes mellitus is nagenoeg
                                nihil.</al><al>• Het percentage loopt op met de leeftijd: in Oirschot heeft 12% van
                                de ouderen diabetes, hetgeen vergelijkbaar </al><al>is met de regio en 2006.</al><al>• Eén op de drie volwassenen (32%) voldoet niet aan de Nederlandse
                                Norm Gezond Bewegen. In de regio voldoet </al><al>38% niet aan deze norm. 42% van de volwassenen in Oirschot sport
                                minder dan 1 keer per week. Dit is vergelijk-</al><al>baar met de regio (44%). </al><al>• Ruim één op de drie ouderen (38%) voldoet niet aan de Nederlandse
                                Norm Gezond Bewegen. Deze cijfers zijn</al><al>vergelijkbaar met de situatie in 2006. Oirschot wijkt niet af van de
                                regio.</al><al>Alcohol en drugs</al><al>• Hoewel het gebruik van alcohol door jongeren tot 16 jaar wordt
                                afgeraden, heeft een kwart (23%) van de 12-15 </al><al>jarigen in Zuidoost-Brabant de 4 weken voorafgaand aan het onderzoek
                                alcohol gedronken. Onder de Oirschot-</al><al>se jongeren bevinden zich méér drinkers dan in de regio en ze
                                drinken ook meer alcohol. Van alle 12-18 jarigen </al><al>in Oirschot dronk meer dan de helft (58%) de afgelopen 4 weken
                                alcohol (regio: 48%). Een groep van 9% heeft </al><al>zelfs meer dan 20 glazen per week gedronken (regio: 6%). Bijna de
                                helft van de Oirschotse jongeren (44%) drinkt </al><al>bij één gelegenheid wel 5 glazen of meer (regio 34%). Ook de
                                leeftijd van het eerste glas alcohol ligt in Oirschot </al><al>lager; maar liefst 27% van de jeugd drinkt zijn eerste glas op een
                                leeftijd van 12-13 jaar (in de regio 20%).</al><al>• Het alcoholgebruik door volwassenen in de gehele regio is al
                                relatief hoog; Oirschot steekt daar nog ongunstiger </al><al>bij af. Van de volwassenen in Oirschot voldoet 43% niet aan de norm
                                verantwoord alcoholgebruik. In de regio zuid-</al><al>oost Brabant is dit percentage lager: 36%. 13% van de volwassen in
                                Oirschot drinkt 'overmatig' en 13% is pro-</al><al>bleemdrinker'. </al><al>• Er zijn ook jongeren die de afgelopen 4 weken drugs gebruikt
                                hebben; het gaat dan om circa 4% van de 12-18 </al><al>jarigen. Het betreft vooral het gebruik van wiet of hasj. Van het
                                gebruik van harddrugs is nauwelijks sprake, </al><al>althans dat blijkt niet uit de onderzoeken van de GGD. Drie procent
                                van de jongeren geeft aan, gelijktijdig drugs </al><al>en alcohol te hebben gebruikt. Druggebruik komt met name voor in de
                                groep van 16-18 jaar (7%) en in mindere </al><al>mate in de jongere groep (1%).</al><al>Roken</al><al>• Door 8% van de jongeren worden dagelijks sigaretten gerookt; 5%
                                rookt wel, maar niet dagelijks. </al><al>• Het aantal volwassenen dat in 2009 rookt is 24%. Dit is
                                vergelijkbaar met 2005 (23 %) en de regio. </al><al>• 11% van de ouderen rookt. Dit is vergelijkbaar met de regio.</al><al>Sociale weerbaarheid en psychische gezondheid</al><al>• Vijf procent van de jongeren van 12-18 jaar in Oirschot zegt
                                afgelopen 3 maanden regelmatig gepest te zijn; 1% </al><al>heeft zelf gepest.</al><al>• Drie procent geeft aan in het afgelopen jaar digitaal gepest te
                                zijn en 1% heeft anderen gepest. In totaal is 29% </al><al>vervelend bejegend of lastig gevallen op internet.</al><al>• Ten opzichte van 2003 zijn en in 2007 méér 12-17 jarigen die
                                zeggen een ongewenste seksuele ervaring te heb-</al><al>ben meegemaakt: 6% versus 3%. </al><al>• De psychosociale gezondheid van jongeren in Oirschot is over het
                                algemeen goed te noemen. Toch vindt nog </al><al>dertien procent van de jongeren de eigen geestelijke gezondheid
                                slecht; een stijging ten opzichte van 2003 </al><al>(alleen vergelijkbaar voor de 12-17 jarigen; destijds oordeelde 3%
                                ‘slecht’, in 2007 gestegen naar 12%). Meis-</al><al>jes beoordelen hun geestelijke gezondheid vaak slechter dan jongens.
                                Vijf procent van alle jongeren heeft het </al><al>afgelopen jaar wel eens aan zelfmoord gedacht (maar geen poging
                                ondernomen); in de regio is dit percentage </al><al>hoger (9%).</al><al>Eenzaamheid</al><al>• 41% van de 19- t/m 64 jarigen uit Oirschot zegt matig t/m zeer
                                ernstig eenzaam te zijn. 4% van de respondenten </al><al>in Oirschot geeft aan (zeer) ernstig eenzaam te zijn.. </al><al>• Van de ouderen zegt 45% matig t/m zeer ernstig eenzaam te zijn. 7%
                                is (zeer) ernstig eenzaam. Dit is vergelijk-</al><al>baar met de percentages in 2006 en met de cijfers in de regio.</al><al>Dit is vergelijkbaar met de cijfers in 2006 en met de regio. </al><al>• In Oirschot geeft 4% van de ouderen aan hulp te krijgen bij hun
                                eenzaamheid (regio 6%). 4% van de ouderen </al><al>wil wel hulp maar krijgt die nog niet. Dit komt overeen met de
                                regio.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Welke visie en doelstellingen hebben we?</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Een goede gezondheid is van belang om in de maatschappij in sociaal
                                en economisch opzicht goed te kunnen </al><al>functioneren. Een goede gezondheid wordt door velen dan ook gezien
                                als een groot goed. </al><al>Al sinds 1948 hanteert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van de
                                Verenigde Naties de volgende definitie </al><al>van gezondheid:</al><al>Gezondheid is een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal
                                welbevinden en niet alleen de afwezigheid </al><al>van ziekte.</al><al>Deze definitie wordt internationaal veel gebruikt en is algemeen
                                geaccepteerd. </al><al>Op basis van deze definitie is een aantal factoren te onderkennen
                                die gezondheid mede bepalen. </al><al>Deze factoren zijn:</al><al>- Biologische en erfelijke factoren; leeftijd, geslacht en
                                aanleg.</al><al>- Leefstijl en gedrag; voeding, beweging, middelengebruik.</al><al>- Sociale omgeving; gezin, familie, vrienden en sociaal-economische
                                status.</al><al>- Leef- en woonomgeving; wonen, werken, milieu, recreatie.</al><al>- Zorgsysteem; aanwezigheid, toegankelijkheid, bereikbaarheid en
                                kwaliteit.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Visie</titel></kop><al>In onze visie heeft lokaal gezondheidsbeleid met name betrekking op
                                de algemene of maatschappelijke hulp- of zorgvraag, de
                                gezondheidsfactoren sociale omgeving, leefomgeving en leefstijl en
                                moet het zich richten op preventie en be-</al><al>scherming.</al><al>"De gemeente Oirschot streeft met het lokaal gezondheidsbeleid naar
                                het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van gezondheidsproblemen
                                onder de inwoners en naar bescherming en bevordering van het
                                lichamelijk, geestelijk </al><al>en sociaal welbevinden van de inwoners, waarbij leefstijl en gedrag,
                                sociale en fysieke omgeving en zorgvoorzieningen mede van invloed
                                zijn.”</al><al>We willen met die visie:</al><al>1. Bevorderen dat alle inwoners optimale kansen op gezondheid
                                hebben;</al><al>2. Bevorderen dat alle relevante sectoren (binnen en buiten de
                                gemeenten) bijdragen aan het vergroten van de kansen </al><al>op gezondheid.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Doelstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Anticiperen op bedreigingen van de volksgezondheid. </al><al>Voorbeeld hiervan zijn de lokale speerpunten: het voorkomen en
                                    bestrijden van schadelijk alcoholgebruik en het tegengaan van
                                    overgewicht. Meer informatie hierover kunt u vinden in hoofdstuk
                                    5 van deze nota.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Vergroten van de betrokkenheid van de Oirschotse burgers bij de
                                    eigen gezondheid. </al><al>Door middel van alledaagse voorbeelden en eenvoudige acties
                                    wordt ouders en kinderen duidelijk gemaakt dat ze zelf grote
                                    invloed kunnen hebben op de eigen gezondheid. Voorbeelden zijn:
                                    voorlichting over gebruik genotmidde-</al><al>len en voorlichting over voorzieningen voor ouderen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bevorderen van een gezonde sociale infrastructuur wat wil
                                    zeggen: zorgen dat allerlei instanties (zoals zorgverleners, het
                                    welzijnswerk, scholen) een bijdrage leveren aan verbetering van
                                    de volksgezondheid. Voorbeeld is het </al><al>laten participeren van de door de gemeente ingestelde
                                    Adviesgroep Lokaal Gezondheidsbeleid/WMO met daaraan gekoppeld
                                    werkgroepen met verschillende bezettingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Welke Speerpunten pakken we aan?</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Landelijke speerpunten</titel></kop><al>Het ministerie van VWS heeft op basis van de belangrijkste
                                gezondheidsproblemen en aanvullende criteria in de nota “Kiezen voor
                                gezond leven” de landelijke speerpunten voor de collectieve
                                preventie aangegeven voor de jaren </al><al>2007 t/m 2010. Voor de jaren 2011 t/m 2014 zijn deze speerpunten
                                gehandhaafd, zij het dat het speerpunt depressie omgebogen wordt
                                naar meer aandacht voor angststoornissen en fobieën.De speerpunten
                                zijn: </al><al>• Overgewicht (bewegen en voeding)</al><al>• Schadelijk alcoholgebruik</al><al>• Stoppen met roken</al><al>• Diabetes</al><al>• Angststoornissen en fobieën</al><al>Op 1 juli 2010 artikel 5 a van de wet publieke gezondheid
                                betreffende “preventieve gezondheidszorg voor ouderen” in werking
                                getreden. De gemeente moet op basis van dit artikel zorg dragen voor
                                monitoring, signaleren en voor-</al><al>komen van gezondheidsproblemen bij ouderen.</al><al>Gelet daarop is dit speerpunt door de gemeente toegevoegd.</al><al>De speerpunten zijn richtinggevend voor de prioriteiten binnen het
                                lokale gezondheidsbeleid in gemeenten. Door middel van handleidingen
                                worden gemeenten op elk van de genoemde onderwerpen ondersteund om
                                hiervoor </al><al>concrete activiteiten te gaan opzetten. De manier waarop en de mate
                                waarin gemeenten met deze 5 speerpunten aan de slag gaan, is een
                                beleidsvrijheid voor gemeenten. Wel zal de Inspectie voor de
                                Gezondheidszorg (IGZ) op </al><al>basis van indicatoren nagaan of de kwaliteit van de openbare
                                gezondheidszorg voldoende is. Blijken er volksgezondheidsproblemen
                                te zijn, dan gaat de inspectie na in hoeverre een gemeente met
                                anderen die problemen ade-</al><al>quaat aanpakt met effectieve interventies.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Achtergrond en overwegingen bij de gemeentelijke
                                    speerpunten</titel></kop><al>Op basis van de gezondheidssituatie van de Oirschotse inwoners
                                (onderzoeken van de GGD) en de speerpunten </al><al>van het ministerie van VWS heeft de gemeenteraad van Oirschot op
                                basis van een Startnotitie LGB van burgemee-</al><al>ster en wethouders op 15 september 2009 gekozen voor vijf
                                speerpunten voor het lokaal gezondheidsbeleid voor </al><al>de jaren 2011 t/m 2014. Deze speerpunten zijn genoemd onder 4.3.
                                Later is daar het speerpunt “preventie gezond-</al><al>heidszorg voor ouderen” aan toegevoegd.</al><al>De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om de komende periode geen of
                                minder aandacht te besteden aan de </al><al>thema’s: depressie, soa's / seksueel risicogedrag en binnenmilieu
                                (loopt via het onderwijsbeleid/Lokaal Educa-</al><al>tieve Agenda). Ook die thema’s waren in de startnotitie
                                opgenomen.</al><al>De keuzes zijn gebaseerd op de volgende criteria en
                                overwegingen:</al><al>• Ernst en/of omvang van het gezondheidsprobleem op basis van de
                                landelijke cijfers (bijvoorbeeld CBS) of loka-</al><al>le analyse van de gezondheidssituatie (GGD-monitoren). Ook de trends
                                en ontwikkelingen maken hiervan onder-</al><al>deel uit;</al><al>• Sterke relatie van de risicofactor met gezondheid</al><al>• Aansluitend bij landelijke prioriteiten (nota “Kiezen voor gezond
                                leven”);</al><al>• Mogelijkheden van een doelmatige en effectieve aanpak binnen het
                                gemeentelijk beleid;</al><al>• Grote (maatschappelijke) gevolgen voor gebruik van medische
                                voorzieningen en arbeidsdeelname;</al><al>• Significant negatief afwijkend Oirschot versus regio of
                                Nederland;</al><al>• Draagvlak bij betrokken organisaties/instellingen;</al><al>• Politieke gevoeligheid/ tijdgeest;</al><al>De speerpunten voor de komende jaren zijn niet allesomvattend op het
                                gebied van lokaal gezondheidsbeleid. </al><al>Uit de Wpg vloeit een aantal taken voort waarvoor de gemeente in
                                ieder geval zorg moet dragen: epidemiologie, </al><al>gezondheidsbevordering, bevolkingsonderzoeken, medische milieukunde,
                                technische hygiënezorg, infectieziek-</al><al>tebestrijding en jeugdgezondheidszorg. Deze taken worden reeds
                                structureel uitgevoerd, hetzij door de GGD, </al><al>hetzij door andere instellingen (zoals Zuidzorg voor de
                                jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen). Gelet op de </al><al>wettelijke verplichting zullen deze activiteiten ook de komende
                                jaren worden gecontinueerd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>4.3. Speerpunten gemeente Oirschot voor de jaren 2011 t/m
                                    2014</titel></kop><al>De speerpunten binnen het lokaal gezondheidsbeleid voor de jaren
                                2011 t/m 2014 van de gemeente Oirschot </al><al>zijn: </al><al>• Overgewicht (incl. gezonde voeding en diabetes): het voorkomen van
                                het ontstaan van overgewicht alsmede </al><al>het voorkomen dat mensen die al overgewicht hebben verder toenemen
                                in gewicht. Hierbij staat een goede </al><al>balans tussen de energie-inname (voeding) en energieverbruik
                                (lichamelijke activiteit) centraal. Diabetes is </al><al>vaak een gevolg van slecht eetgedrag en/of overgewicht. </al><al>• Schadelijk alcoholgebruik: In aansluiting op het project “Laat je
                                niet flessen!” opschuiven van de startleeftijd</al><al>van alcoholgebruik en afname van (openbare) dronkenschap in het
                                gehele publieke domein.</al><al>• (Stoppen met) roken: het voorkomen van beginnen met roken, het
                                voorkomen van meeroken en het stimule-</al><al>ren en ondersteunen van stoppen met roken. </al><al>• Druggebruik: in kaart brengen van de problematiek rondom
                                drugsgebruik en handel in drugs onder jongeren </al><al>en vervolgens de aanpak van het gebruik en handel in drugs.</al><al>• Sociale Redzaamheid(+ voorkoming vereenzaming): ouders en
                                onderwijs helpen kinderen op te groeien tot </al><al>weerbare kinderen met weerbaarheidstrainingen of sociale
                                vaardigheidstrainingen voor kinderen. Want een </al><al>ouder kan nog zo zijn best doen, soms maakt het karakter van het
                                kind het moeilijk om het kind te helpen </al><al>weerbaar te worden.</al><al>• Preventie gezondheidszorg voor ouderen. Onder dit thema besteedt
                                de gemeente o.a. aandacht aan “preven-</al><al>tie eenzaamheid bij ouderen” en “Meer Bewegen voor Ouderen”.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Wat gaan we doen?</titel></kop><structuurtekst><al>Uitwerking van de speerpunten Lokaal Gezondheidsbeleid </al><al>De speerpunten binnen het lokale gezondheidsbeleid van de gemeente
                                Oirschot worden hier op hoofdlijnen uitgewerkt. </al><al>In de praktijk zal de verdere uitwerking van de plannen en de
                                uitvoering van deze speerpunten plaatsvinden in overleg met de
                                betrokken organisaties. </al><al>Dit betekent dat in vervolg op deze nota uitvoeringsplannen komen
                                (besluitvorming door het college), waarin specifieker en
                                gedetailleerder aangegeven wordt wat de gemeente gaat doen op elk
                                van de speerpunten. Dit zal een uitwerking zijn van het 'plan van
                                aanpak' (zie onder de verschillende thema’s </al><al>die in dit hoofdstuk genoemd worden).</al><al>De door de gemeente ingestelde Adviesgroep Lokaal
                                Gezondheidsbeleid/WMO krijgt daarbij als taak samen met de gemeente
                                per thema met werk-</al><al>groepen tot uitvoeringsplannen te komen. </al><al>De leden van die adviesgroep hebben op 1 juli 2010 en later in dat
                                jaar nog eens aangegeven dat zij die taak graag oppakken en vorm
                                geven.</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Overgewicht, gezonde voeding en diabetes</titel></kop><lid><lidnr>5.1 A</lidnr><al>Een goede gezondheid is van belang om in de maatschappij in
                                    sociaal en economisch opzicht goed te kunnen </al><al>functioneren. Een goede gezondheid wordt door velen dan ook
                                    gezien als een groot goed. </al><al>Al sinds 1948 hanteert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van
                                    de Verenigde Naties de volgende definitie </al><al>van gezondheid:</al><al>Gezondheid is een toestand van lichamelijk, geestelijk en
                                    sociaal welbevinden en niet alleen de afwezigheid </al><al>van ziekte.</al><al>Deze definitie wordt internationaal veel gebruikt en is algemeen
                                    geaccepteerd. </al><al>Op basis van deze definitie is een aantal factoren te
                                    onderkennen die gezondheid mede bepalen. </al><al>Deze factoren zijn:</al><al>- Biologische en erfelijke factoren; leeftijd, geslacht en
                                    aanleg.</al><al>- Leefstijl en gedrag; voeding, beweging, middelengebruik.</al><al>- Sociale omgeving; gezin, familie, vrienden en
                                    sociaal-economische status.</al><al>- Leef- en woonomgeving; wonen, werken, milieu, recreatie.</al><al>- Zorgsysteem; aanwezigheid, toegankelijkheid, bereikbaarheid en
                                    kwaliteit.</al><al/><al>Overgewicht</al><al>Overgewicht is wereldwijd een explosief groeiend probleem. In
                                    1980 had 1 op de 15 kinderen van 4 tot </al><al>14 jaar overgewicht, in 2004 was dit al 1 op de 5 kinderen.
                                    Overgewicht komt meer voor bij mensen met </al><al>een lage sociaal economische status. </al><al>Mensen met obesitas (gevaarlijk overgewicht) leven minder lang
                                    en vooral langer in slechtere gezond-</al><al>heid. Met overgewicht lopen mensen meer kans op fysieke
                                    problemen, zoals diabetes, hart- en vaatziek-</al><al>ten, maar ook op sommige vormen van kanker en aandoeningen aan
                                    het bewegingsapparaat. Mensen </al><al>met overgewicht hebben vaak een negatief stempel en kunnen
                                    daarmee psychische klachten krijgen of </al><al>in een sociaal isolement raken.</al><al>De minister van VWS heeft samen met de minister van OCW in
                                    januari 2005 een convenant gesloten met </al><al>een aantal belangrijke partijen: de levensmiddelenindustrie, de
                                    horeca, de cateraars, de supermarkten, </al><al>de zorgverzekeraars, de werkgevers en de georganiseerde sport.
                                    De ondertekenaars pakken ieder op </al><al>hun manier overgewicht in Nederland aan.</al><al>Gemeenten hebben lokaal de regie bij het bevorderen van de
                                    gezondheid van burgers. Veel gemeenten </al><al>hebben echter nog geen goed netwerk voor een gezamenlijke
                                    aanpak. Het landelijk gesloten “Convenant </al><al>Overgewicht” is een goede basis voor een betere lokale aanpak.
                                    De lokale ‘vertaling’ van het convenant </al><al>is inmiddels ook onderdeel van een nieuwe Handleiding Preventie
                                    van Overgewicht in Lokaal Gezondheids-</al><al>beleid. Deze handleiding is ontwikkeld door het Voedingscentrum
                                    in nauwe samenwerking met landelijke </al><al>partners, gemeenten en GGD’en. </al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al>Landelijk geformuleerde doelstellingen: </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Landelijk vastgestelde prioriteit
                                                  preventienota (rijksbeleid)</al></entry><entry><al>Ja</al></entry></row><row><entry><al>Lopend (gemeentelijk) beleid </al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Signalen vanuit publieke opinie en/of
                                                  maatschappelijk middenveld</al></entry><entry><al>A. Landelijk veel aandacht voor stijging
                                                  overgewicht bij jeugdigen.B. Signalen uit
                                                  werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokken
                                                  organisaties bij het ontwikkelen van LGB: 1.
                                                  Bewust worden van eigen leefstijl m.b.t. voeding
                                                  en bewegen is niet geïntegreerd in de gemeenschap;
                                                  de meeste mensen hebben geen besef van de
                                                  gezondheidsrisico’s bij overgewicht, slechte
                                                  voeding en weinig bewegen. 2. Gezonde leefstijl is
                                                  te weinig geïntegreerd in de gemeenschap (scholen,
                                                  sociaal leven). 3. Veel ouders geven zelf het
                                                  slechte voorbeeld en zien dus niet dat hun
                                                  kinderen te dik zijn door ongezonde voeding. 4.
                                                  Meer voorlichting over overgewicht en gezonde
                                                  voeding is zeer gewenst. </al></entry></row><row><entry><al> Doelgroep</al></entry><entry><al>- Alle inwoners van jong tot oud.- De
                                                  doelgroepen jeugd, ouderen en mensen met een lage
                                                  sociaal-economische status krijgen extra aandacht.
                                                  </al></entry></row><row><entry><al/></entry></row><row><entry><al> Plan van aanpak</al></entry><entry><al>Een gezond gewicht wordt bereikt door een
                                                  gezonde energiebalans (eten en bewegen zijn met
                                                  elkaar in evenwicht). Een integrale benadering
                                                  waarbij zowel voeding als beweging aandacht krijgt
                                                  is dus essentieel. Er is nog geen specifiek
                                                  gezondheidsbeleid voor de jongeren. Daarom is het
                                                  voorstel om het thema overgewicht bij jongeren op
                                                  te pakken. Scholen worden geconfronteerd met een
                                                  versnipperd aanbod aan activiteiten en projecten
                                                  op het gebied van gezonde leefstijl. Elders in de
                                                  regio zijn goede ervaringen met het instellen van
                                                  een lokale werkgroep van professionals die met
                                                  jongeren te maken hebben. Deze werkgroep stelt dan
                                                  gezamenlijk, met behulp van de
                                                  preventieoverzichten van de GGD (Regionaal Kompas
                                                  Volksgezondheid) en Handreiking Gezonde Gemeente
                                                  (RIVM, 2010) een actieplan op. De gemeente wil de
                                                  Adviesgroep LGB/WMO (adviseur van de gemeente)
                                                  vragen een dergelijke werkgroep in te stellen die
                                                  samen met de gemeente een uitvoeringsplan opstelt.
                                                  De Adviesgroep LGB/WMO legt concrete adviezen en
                                                  resultaten voor aan burgemeester en wethouders. De
                                                  GGD heeft in mei 2009 een Preventieoverzicht
                                                  Overgewicht uitgebracht waarin mogelijke projecten
                                                  beschreven worden met daarbij ook het regionale
                                                  aanbod. Dat overzicht kan door een werkgroep als
                                                  leidraad gebruikt worden.In het uitvoeringsplan
                                                  moet in elk geval aandacht besteedt worden aan:
                                                  Inventariseren van het aanbod aan activiteiten ter
                                                  bevordering van een gezonde leefstijl (fitheids,
                                                  conditie en gezondheid). Invullen van hiaten in
                                                  het aanbod. Inzicht geven in wat o.a. scholen,
                                                  bedrijven met kantines en verenigingen met
                                                  kantines in Oirschot al dan niet doen rondom het
                                                  terugdringen van overgewicht en het bevorderen van
                                                  gezonde voeding. Een aanbod op maat vormen voor
                                                  die organisaties (bedrijven, scholen en
                                                  verenigingen) die nog niet bezig zijn met overge-
                                                  wicht en gezonde voeding. Bewustwording van het
                                                  belang van een gezonde energiebalans creëren bij
                                                  jongeren en hun ouders door duidelijk, indrin-
                                                  gend informatiemateriaal te verzamelen of te maken
                                                  voor jongeren en hun ouders. Bewustwording van
                                                  het belang van voldoende groente- en
                                                  fruitconsumptie bevorderen (zeker ook bij
                                                  volwassenen en ouderen). In samenspraak met
                                                  ondernemers van supermarkten, diëtisten en andere
                                                  voedingsdeskundigen rondleidingen te (laten)
                                                  verzorgen in supermarkten met het doel mensen te
                                                  wijzen op de gezonde(re) producten. 
                                                  Inventariseren van het bewegingsaanbod voor mensen
                                                  met een beperking en ouderen en het, daar waar
                                                  mogelijk, uitbreiden van het aanbod. </al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein waar thema primair wordt
                                                  ondergebracht</al></entry><entry><al> LGB; directe relatie met jeugdbeleid.</al></entry></row><row><entry><al> Uitvoering</al></entry><entry><al>Adviesgroep LGB/WMO, scholen, bedrijven,
                                                  verenigingen, huisartsen, bibliotheek,
                                                  sportscholen, kinderdagverblijven,
                                                  peuterspeelzalen, diëtisten, cateraars gemeente
                                                  e.a.</al></entry></row><row><entry><al> Jaar/jaren van uitvoering</al></entry><entry><al>Werkzaamheden werkgroep: september. 2011 –
                                                  december 2011.Uitvoering: 2012, 2013 en 2014.
                                                  </al></entry></row><row><entry><al> Budget</al></entry><entry><al>Zoveel als mogelijk worden de activiteiten
                                                  binnen het takenpakket van de instellingen of
                                                  organisaties opgepakt. Omdat daarover geen
                                                  zekerheid is, reserveert de gemeente vanaf 2012
                                                  jaarlijks een bedrag van € 4.000, --.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></lid><lid><lidnr>5.1 B</lidnr><al>Gezonde voeding</al><al>Voeding kan een belangrijke rol spelen bij het ontstaan en bij
                                    het voorkómen van ziekten. Bij een gezond </al><al>voedingspatroon leven Nederlanders gemiddeld twee jaar langer
                                    dan nu het geval is. Uit onderzoek van </al><al>het RIVM blijkt dat Nederlanders veel te weinig groenten en
                                    fruit eten. Ook is de vetzuursamenstelling van </al><al>de voeding niet optimaal. De onbalans tussen voeding en bewegen
                                    speelt een cruciale rol bij het ontstaan </al><al>van overgewicht. Op lokaal niveau zijn er voor een goed
                                    overgewichtbeleid diverse mogelijkheden om ge-</al><al>zondheidswinst te behalen. </al><al>Dit thema heef een directe relatie met overgewicht.</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Ambities (eventueel landelijk)</al></entry><entry><al>Zie het gestelde bij overgewicht</al></entry></row><row><entry><al>Landelijk vastgestelde prioriteit
                                                  preventienota (rijksbeleid)</al></entry><entry><al>Nee, maar extra aandacht is belangrijk in
                                                  relatie tot aanpak van de speerpunten overgewicht
                                                  en diabetes</al></entry></row><row><entry><al>Signalen vanuit publieke opinie en/of
                                                  maatschappelijk middenveld</al></entry><entry><al>Zie het gestelde bij Overgewicht.</al></entry></row><row><entry><al>Doelgroep</al></entry><entry><al>- Alle inwoners van jong tot oud.- De
                                                  doelgroepen jeugd, ouderen en mensen met een lage
                                                  sociaal-economische status krijgen extra aandacht.
                                                  </al></entry></row><row><entry><al>Plan van Aanpak</al></entry><entry><al>Zie het gestelde bij Overgewicht</al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein waar thema primair wordt
                                                  ondergebracht</al></entry><entry><al>LGB; directe relatie met jeugdbeleid</al></entry></row><row><entry><al>Jaar/jaren van uitvoering</al></entry><entry><al>Werkzaamheden werkgroep: september 2011 –
                                                  december 2011Uitvoering: 2012, 2013 en 2014.</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoering</al></entry><entry><al>Adviesgroep LGB/WMO, scholen, bedrijven,
                                                  verenigingen, huisartsen, bibliotheek,
                                                  sportscholen, kinderdagverblijven,
                                                  peuterspeelzalen, diëtisten, cateraars gemeente
                                                  e.a.</al></entry></row><row><entry><al>Budget</al></entry><entry><al>Zie het gestelde bij Overgewicht.</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></lid><lid><lidnr>5.1 C</lidnr><al>Diabetes</al><al>In Nederland hebben meer dan 600.000 mensen diabetes, elk jaar
                                    komen er ruim 70.000 bij. De verontrustende </al><al>toename van (vooral ook jongere) diabetespatiënten, bedreigt de
                                    vitaliteit van de samenleving en heeft ook econo-</al><al>mische gevolgen.</al><al>Aan het bestaande diabetesactieprogramma van de rijksoverheid
                                    wordt een nieuw programma toegevoegd, na-</al><al>melijk het nationaal diabetes preventie programma. De
                                    noodzakelijke samenhang tussen preventie en curatie in </al><al>dit diabetesprogramma vraagt ook om lokale betrokkenheid.
                                    Verschillende activiteiten dienen aan te sluiten bij de </al><al>jeugdgezondheidszorg of bij de lokale
                                    gezondheidsprogramma’s.</al><al>De landelijke signalen dat diabetes een toenemend probleem is
                                    lijkt door de regionale cijfers van de GGD niet </al><al>te worden bevestigd. Dit kan komen doordat de
                                    bevolkingsonderzoeken niet het meest geschikte instrument zijn </al><al>om diabetes te signaleren en te registreren.</al><al>Dit thema heef een directe relatie met overgewicht.</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Ambities (eventueel landelijk)</al></entry><entry><al>- het aantal patiënten met diabetes stijgt
                                                  tussen 2005 en 2025 met niet meer dan 15 procent.
                                                  - 65% van de diabetespatiënten heeft geen
                                                  complicaties.- tijdig signaleren.- integratie van
                                                  preventie en zorg.- bevorderen van gezond gedrag;
                                                  overgewicht, voeding, fysieke activiteiten en
                                                  roken, vooral in combinatie met elkaar </al></entry></row><row><entry><al>Landelijk vastgestelde prioriteit
                                                  preventienota (rijksbeleid)</al></entry><entry><al>Ja</al></entry></row><row><entry><al>Lopend gemeentelijk beleid</al></entry><entry><al>Er is geen lopend beleid</al></entry></row><row><entry><al>Signalen vanuit publieke opinie en/of
                                                  maatschappelijk middenveld</al></entry><entry><al>Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009)
                                                  met betrokkenen bij het ontwikkelen van
                                                  LGB:Diabetes wordt te veel gezien als normaal
                                                  (behorend bij ouder worden). Het ontbreekt bij
                                                  velen aan kennis over deze ziekte.</al></entry></row><row><entry><al>Doelgroep</al></entry><entry><al>- kinderen/jongeren met overgewicht- mensen
                                                  met lage sociaal economische status - zwangere
                                                  vrouwen- allochtonen- mensen met 'verborgen'
                                                  diabetes</al></entry></row><row><entry><al>Plan van aanpak</al></entry><entry><al>- Voor het voorkomen van diabetes type 2 is
                                                  gezond gedrag van cruciaal belang. Dit speerpunt
                                                  zal dus vanuit de insteek van preventie overlap
                                                  vertonen met het speerpunt voorkomen van
                                                  overgewicht. - De gemeente Oirschot streeft een
                                                  integrale aanpak na, waarbij preventie en curatie
                                                  (zorg) samenwerken met als doel het optimaliseren
                                                  van voorlichting, vroege opsporing en behandeling
                                                  van (de complicaties van) diabetes.- In
                                                  samenwerking met lokale partners wil de gemeente
                                                  via de Adviesgroep LGB/WMO een werkgroep starten
                                                  die een lokaal uitvoeringsplan “diabetespreventie”
                                                  opstelt en uitvoert. </al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein waar thema primair wordt
                                                  ondergebracht</al></entry><entry><al>LGB</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoerders</al></entry><entry><al>Adviesgroep LGB/WMO, huisartsen,
                                                  praktijkondersteuners, fysiotherapeuten, gemeente
                                                  e.a.</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoerend jaar/jaren</al></entry><entry><al>Werkzaamheden werkgroep: september 2011 –
                                                  december 2011Uitvoering: 2012, 2013 en 2014.</al></entry></row><row><entry><al>Budget</al></entry><entry><al>Zie het gestelde bij Overgewicht</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></lid><lid><lidnr>5.2</lidnr><al>(Schadelijk) alcoholgebruik.</al><al/><al> Onderzoek toont aan dat jongeren in Nederland de afgelopen
                                    decennia fors meer alcohol zijn gaan drinken. </al><al> Ouders zijn aan de ene kant steeds makkelijker als het gaat
                                    over het (toenemende) drankgebruik van hun </al><al> kinderen. Meestal kennen zij de schadelijke effecten van
                                    alcohol niet (of willen die niet weten).</al><al> Op het gebied van alcoholconsumptie door jongeren bezet
                                    Nederland een twijfelachtige eerste plaats in </al><al> Europa. Met alcohol als zodanig hoeft niets mis te zijn.
                                    Overmatig drinken heeft echter niet zelden verstrekkende, </al><al> schadelijke gevolgen, voor jongeren en voor de openbare orde.
                                    Bijna tweederde van de twaalfjarigen heeft al </al><al> alcohol gedronken. Los van de gezondheidsschade die dat, zeker
                                    bij jonge kinderen oplevert, geeft het ook veel </al><al> overlast. Schattingen geven aan dat tenminste 40 procent van
                                    het politieoptreden in de weekeinden te maken </al><al> heeft met drankgebruik. Ruim 27 procent van alle
                                    geweldsdelicten gaat met alcohol gepaard. Meer dan vijf
                                    pro-</al><al> cent van de burgers heeft overlast van dronken personen op
                                    straat. Bovendien s 25–30 procent van de verkeers-</al><al> doden het gevolg van alcohol.</al><al> Chronisch teveel alcohol beschadigt op den duur alle organen
                                    die direct bij de opname en verwerking van alcohol </al><al> betrokken zijn, zoals de maag, de lever en de alvleesklier. Ook
                                    de hersenen, het zenuwstelsel en het immuunsy-</al><al> steem lijden onder aanhoudend misbruik. Teveel drinken verhoogt
                                    bovendien het risico op hoge bloeddruk en </al><al> daarmee op beroerten en bepaalde hartziekten. Diverse
                                    onderzoeken laten een verband zien tussen overmatig </al><al> alcoholgebruik en kanker aan de mond, keel en slokdarm, vooral
                                    bij drinkers die ook roken. </al><al> Overmatig gebruik verhoogt ook het risico op kanker aan de
                                    lever en de dikke darm. Vrouwen die veel drinken </al><al> krijgen vaker borstkanker dan vrouwen die niet drinken. Bij de
                                    meeste negatieve effecten neemt het risico op scha-</al><al> de toe, naarmate men méér drinkt. De schade hangt mede af van
                                    de groep waartoe men behoort. Jongeren en </al><al> vrouwen een hoger risico.</al><al>Fors alcoholgebruik op jonge leeftijd kan leiden tot acute
                                    alcoholvergiftiging en op langere termijn tot schade </al><al> aan de hersenen. Die zijn immers nog in de groei. Uit onderzoek
                                    blijkt ook dat wie jong begint met het drinken </al><al> van alcohol, op latere leeftijd een verhoogd risico op
                                    alcoholproblemen heeft. Tenslotte heeft alcoholgebruik </al><al> gevolgen voor de vruchtbaarheid van zowel mannen als vrouwen en
                                    bij zwangere vrouwen zelfs gevolgen voor </al><al> de ontwikkeling van het ongeboren kind.</al><al/><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Ambities (eventueel landelijk)</al></entry><entry><al>Landelijk:  Gebruik van alcohol bij jongeren
                                                  (16-) terugbrengen naar niveau 1992.  Minder
                                                  volwassen probleemdrinkers van 10.3% naar 7.5% in
                                                  2010. (ambitie na 2010 is nog niet bekend).
                                                  Regionaal project 'Laat je niet flessen!': 
                                                  Opschuiven startleeftijd alcoholgebruik; onder de
                                                  16 geen alcohol.  Dronken jongeren op straat
                                                  accepteren we niet langer.</al></entry></row><row><entry><al>Lopend (gemeentelijk) beleid</al></entry><entry><al>- Deelname aan project “Laat je Niet Flessen”
                                                  - Gezonde School en Genotmiddelen (voorlichting
                                                  aan leerlingen basisscholen groepen 7 en 8 over
                                                  preventie gebruik genotmiddelen). - Ouderavonden
                                                  (verzorgd door de GGD of anderen over gebruik
                                                  genotmiddelen) - Gastlessen over gebruik
                                                  genotmiddelen door jongerenopbouwwerk binnen
                                                  scholen en verenigingen. Zie verder Evaluatie
                                                  (Bijlage 1). </al></entry></row><row><entry><al>Signalen vanuit publieke opinie en
                                                  maatschappelijk middenveld</al></entry><entry><al>Zowel landelijk, regionaal en plaatselijk veel
                                                  aandacht voor alarmerend alcoholgebruik onder
                                                  jeugdigen. Signalen uit werkbijeenkomst (5
                                                  november 2009) met betrokkenen bij het ontwikkelen
                                                  van LGB: 1. Veel mensen ontkennen een
                                                  alcoholprobleem te hebben. 2. Overmatig
                                                  drankgebruik leidt vaak tot huiselijk geweld. 3.
                                                  Eenzaamheid leidt vaak tot het gebruik van
                                                  alcohol. 4. Veel jongeren drinken thuis in. 5. De
                                                  groepsdruk onder jongeren om te drinken is groot.
                                                  6. Veel ouders staan het gebruik van alcohol te
                                                  gemakkelijk toe. 7. Overmatig drankgebruik leidt
                                                  na sluitingstijd cafe’s meer dan eens tot
                                                  overlast. Voorgestelde oplossingen: 1.
                                                  Voorlichting geven via zoveel mogelijk kanalen, zo
                                                  frequent mogelijk (generaties lang) 2. Schokkende
                                                  voorlichting geven onder jongeren en ouderen:
                                                  bewustwording vergroten. 3. Ouders er strenger op
                                                  wijzen dat zij het goede voorbeeld moeten geven.
                                                  4. Bij sportwedstrijden voor jeugd geen verkoop
                                                  alcoholische dranken. 5. Strenge controles en
                                                  strenger straffen. 6. Geen alcohol tijdens
                                                  schoolfeesten. 7. De prijzen van alcoholische
                                                  dranken in kantines drastisch verhogen. 8.
                                                  Speciale uitgaansgelegenheden maken zonder
                                                  alcohol. 9. Beveiliging bij grootschalige
                                                  evenementen. 10. Sluitingstijden vervroegen
                                                  (regionaal). 11. Kreatieve acties voor en door
                                                  jongeren (maatschappelijke stages). 12. Gerichte
                                                  begeleiding bij evenementen. 13. Strengere
                                                  naleving gedragsregels door Horeca / sportkantines
                                                  + consequenties aan verbinden. </al></entry></row><row><entry><al> Doelgroep</al></entry><entry><al> De gemeente geeft prioriteit aan de volgende
                                                  doelgroepen: - Doelgroep jongeren onder de 16
                                                  jaar; onder de 16 geen alcohol, naleving
                                                  wettelijke grenzen, geen gebruik in openbare
                                                  ruimten. - Doelgroep uitgaanders (16-25 jaar)
                                                  voorkomen van schadelijk alcoholgebruik en
                                                  voorkomen openbare problematiek. </al></entry></row><row><entry><al> Plan van aanpak</al></entry><entry><al> Een effectief lokaal alcoholbeleid kent 4
                                                  pijlers: 1. Publiek draagvlak (bewustwording en
                                                  communicatie), 2. Regelgeving (beïnvloeden van de
                                                  beschikbaarheid), 3. Handhaving (bevoegdheden). 4.
                                                  Vroegsignalering (problemen in een vroeg stadium
                                                  ontdekken). In het regionale project ‘Laat je niet
                                                  flessen!’ (kartrekker is Samenwerkingsverband
                                                  Regio Eindhoven (SRE), zijn veel materialen en
                                                  ideeën ontwikkeld die op lokaal niveau kunnen
                                                  worden ingezet. Het breed lokaal uitzetten hiervan
                                                  vraagt samenwerking met veel partijen op lokaal
                                                  niveau, meer dan nu het geval is. Deze partijen
                                                  kunnen het beste direct bij de planvorming
                                                  betrokken worden om het benodigde draagvlak te
                                                  ontwikkelen. </al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein waar thema primair wordt
                                                  ondergebracht.</al></entry><entry><al> LGB; directe relatie met jeugdbeleid en
                                                  integraal veiligheidsbeleid.</al></entry></row><row><entry><al> Uitvoerend jaar/jaren</al></entry><entry><al>Werkzaamheden werkgroep: sept.. 2011 – dec.
                                                  2011 Uitvoering reguliere activiteiten 2011 e.v.
                                                  Uitvoering nieuwe activiteiten vanaf medio 2012,
                                                  2013 en 2014. </al></entry></row><row><entry><al> Uitvoering door:</al></entry><entry><al>Adviesgroep LGB/WMO, SRE, GGD (Gezonde School
                                                  en Genotmiddelen basisscholen), scholen, Stichting
                                                  Voorkom, Novadic-Kentron, jongerenwerk,
                                                  verenigingen, bibliotheek, huisartsen, politie en
                                                  gemeente.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Budget</al></entry><entry><al>Laat je Niet Flessen € 5.000,- structureel
                                                  voor bijdrage aan regionaal project ‘Laat je niet
                                                  flessen!’ . Voor een lokale aanpak is extra budget
                                                  van € 2.500,- nodig. Totaal: € 7.500,-- (2011 t/m
                                                  2014). Gezonde School en Genotmiddelen
                                                  (lesmateriaal, ouderavonden). Totaal: € 3.000,--
                                                  (2011 t/m 2014) Activiteiten binnen
                                                  Kempenhorstcollege (lessen over alcoholgebruik
                                                  door Stichting Voorkom). € 3.000,-- (2011 t/m
                                                  2014) Voor mogelijke nieuwe activiteiten
                                                  reserveert de gemeente vanaf 2012 een bedrag van €
                                                  2.000,-- (2012 t/m 2014) </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/></lid><lid><lidnr>5.3</lidnr><al>(Stoppen met) Roken</al><al> Roken is nog steeds de belangrijkste vermijdbare (onnodige)
                                    doodsoorzaak in Nederland. Jaarlijks sterven </al><al> ruim 20.000 Nederlanders aan acht ziektes die met roken te
                                    maken hebben. Ongeveer 90 procent van alle </al><al> longkanker komt door roken. </al><al> Circa 30 procent van alle kanker is het gevolg van roken. Bij
                                    hart- en vaatziekten is dat ongeveer 20 procent. </al><al> Meeroken (passief roken) leidt in Nederland jaarlijks naar
                                    schatting tot (circa) tien gevallen van wiegendood, </al><al> enkele honderden doden door longkanker, enkele duizenden
                                    sterfgevallen door hartaandoeningen en vele </al><al> tienduizenden (meer of minder ernstige) luchtwegaandoeningen
                                    bij kinderen.</al><al>Stoppen met roken geeft direct resultaat en zorgt ervoor dat
                                    mensen langer gezond leven. Als je stopt met </al><al> roken op je 30ste kun je tien jaar langer leven, op je 40ste
                                    levert dat negen jaar op, op je 50ste zes en op je </al><al> 60ste drie jaar. Rokers die blijven roken, verliezen in
                                    vergelijking met niet-rokers gemiddeld tien jaar van </al><al> hun even. Europese landen die meer en steviger maatregelen
                                    hebben genomen, hebben veel minder rokers.</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Ambities (eventueel landelijk)</al></entry><entry><al>In het Nationaal Programma Tabaksontmoediging
                                                  2006-2010 noemt de Minister van VWS drie pijlers:
                                                  1. Voorkomen dat jongeren gaan roken 2. Stimuleren
                                                  dat rokers gaan stoppen 3. Beschermen van
                                                  niet-rokers tegen tabaksrook. Het landelijke doel
                                                  is het percentage rokers te verminderen tot 20% in
                                                  2010 (inzet na 2010 is nog niet bekend). Op 1 juli
                                                  2008 is het rookverbod voor horecagelegenheden
                                                  ingegaan. Het roken in openbare gebouwen en
                                                  scholen is al langere tijd verbonden. De gemeente
                                                  neemt de pijlers van de rijksoverheid over en
                                                  geeft er invulling aan.</al></entry></row><row><entry><al>(Lopend) gemeentelijk beleid</al></entry><entry><al>Er is geen lokaal beleid m.u.v. het programma
                                                  Gezonde School en Genotmiddelen. De basisscholen
                                                  besteden in de groepen 7 en 8 tijdens de lessen
                                                  aandacht aan roken en alcohol. Diverse andere
                                                  partijen voeren wel al activiteiten uit:
                                                  Voorbeelden zijn: Verloskundigen: ‘stoppen met
                                                  roken’. Consultatiebureau: ‘niet roken waar de
                                                  kleine bij is’ (folder en adviesgesprek). GGD:
                                                  jaarlijks 1 massamediale campagne voor volwassenen
                                                  (2008: stopcampagne Stivoro, via o.a.
                                                  publieksevenement/markt), jaarlijks 1 campagne
                                                  voor jongeren (2008: actie tegengif via scholen).
                                                  Zuidzorg: training ‘Pak je kans’ (groepstraining),
                                                  en een persoonlijke coaching chronisch zieken.
                                                  Zuidzorg: Folder “Roken? Niet waar de kleine bij
                                                  is” (voor ouders van kinderen van 0-4 jaar). GGD:
                                                  Brochure “Stoppen met roken. Willen en kunnen”.
                                                  Ziekenhuizen in de regio: individuele
                                                  ondersteuning en groepstraining.</al></entry></row><row><entry><al>Signalen vanuit publieke opinie en
                                                  maatschappelijk middenveld</al></entry><entry><al>A. De maatschappelijke trend is: roken is
                                                  minder acceptabel dan een aantal jaren geleden. In
                                                  lijn hiermee geldt sinds juli 2008 een rookverbod
                                                  voor horecagele- genheden. B. Signalen uit
                                                  werkbijeenkomst (5 november 2009) met betrokkenen
                                                  bij het ontwikkelen van LGB: 1. Roken heeft bij
                                                  nogal wat jongeren een stoer imago. 2. Roken
                                                  bovenbouw op middelbare scholen is nog steeds
                                                  aanwezig c.q. gewoon. 3. Ouders die roken doen dat
                                                  vaak ook in het bijzijn van hun kinderen = slecht
                                                  voorbeeldgedrag. 4. Te weinig nadruk op het feit
                                                  dat sporten en roken niet samen gaan. 5.
                                                  Rookartikelen zijn nog steeds voor een ieder vrij
                                                  verkrijgbaar. 6. Niet iedereen is zich er bewust
                                                  van dat roken slecht is voor de gezondheid. 7. Er
                                                  is nog te weinig “harde”voorlichting over de
                                                  gevaren van roken. 8. De stap van roken naar het
                                                  gebruik van andere drugs is klein. Voorgestelde
                                                  oplossingen: 1. Voorlichting aan jongeren en
                                                  ouders: positief benaderen, confronteren met
                                                  kosten, voorlichting via in te stellen Centrum
                                                  voor Jeugd en Gezin, consultatiebureau en scholen.
                                                  2. Beleid middelbare scholen aanpassen: geen
                                                  verschil tussen onder- en bovenbouw als het gaat
                                                  om roken. 3. Verbod roken op sportterreinen en
                                                  tribunes. 4. Meer indringende voorlichting tijdens
                                                  zwangerschappen. 5. Stoppen met roken-campagnes
                                                  lang vol blijven houden. Het is een zaak van lange
                                                  adem.</al></entry></row><row><entry><al> Doelgroep</al></entry><entry><al>- Jongeren: niet beginnen met roken is de
                                                  beste insteek. - Rokers bewust maken van het feit
                                                  dat ook meeroken slecht is voor de gezondheid, ook
                                                  thuis. - Rokers stimuleren en ondersteunen om te
                                                  stoppen met roken.</al></entry></row><row><entry><al> Plan van aanpak</al></entry><entry><al>De beste resultaten van
                                                  tabaksontmoedigingsbeleid worden geboekt door
                                                  middel van een mix van interventies en maatregelen
                                                  zoals intensieve multimediacampagnes,
                                                  stoppen-met-roken-advies van de huisarts, stoppen
                                                  met roken voor zwangeren, vergoeding voor de hulp
                                                  aan stoppen met roken, accijnsverhogingen,
                                                  terugdringen van meeroken. Voor de 3 doelgroepen
                                                  die hierboven beschreven zijn, zijn diverse
                                                  interventies beschikbaar. Jongeren kunnen het
                                                  beste bereikt worden via de scholen. </al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein waar thema primair wordt
                                                  ondergebracht</al></entry><entry><al> LGB; directe relatie met het
                                                  Jeugdbeleid.</al></entry></row><row><entry><al> Uitvoerend jaar/jaren</al></entry><entry><al>Werkzaamheden werkgroep: sept. 2012 – jan.
                                                  2013 Uitvoering: 2013 en 2014.</al></entry></row><row><entry><al> Uitvoering</al></entry><entry><al>Adviesgroep LGB/WMO, verloskundigen,
                                                  kraamzorg, Novadic-Kentron, scholen, jongerenwerk,
                                                  huisartsen, ziekenhuizen, gemeente.</al></entry></row><row><entry><al> Budget</al></entry><entry><al>Zoveel als mogelijk worden de activiteiten
                                                  binnen het takenpakket van de instellingen of
                                                  organisaties opgepakt. Voor nieuwe activiteiten
                                                  reserveert de gemeente vanaf 2013 een bedrag van €
                                                  2.000,--. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></lid><lid><lidnr>5.4</lidnr><al>Druggebruik</al><al>Cannabisproducten (hasj, marihuana) zijn in vergelijking met de
                                    gezondheidsrisico’s van alcoholgebruik </al><al>en roken relatief onschuldig. Ze hebben geen sterk verslavende
                                    werking, waarmee niet is gezegd dat soft-</al><al>drugs niet verslavend kunnen worden.</al><al>Harddrugs (heroïne, cocaïne, amfetamine, XTC, etc) zijn
                                    doorgaans schadelijker voor de gezondheid dan </al><al>cannabis. Harddrugs zijn vaak sterk verslavend, sommige drugs
                                    zowel lichamelijk als geestelijk (zoals </al><al>heroïne) en andere waarschijnlijk alleen geestelijk (zoals
                                    cocaïne). In zijn algemeenheid is alcohol een </al><al>aanzienlijk groter probleem dan druggebruik, maar het gebruik
                                    van drugs is eigenlijk geen onderdeel van </al><al>onze cultuur en dus niet geaccepteerd. De angst bij ouders dat
                                    hun kinderen drugs gaan gebruiken is </al><al>over het algemeen groter dan dat hun kinderen alcoholische
                                    dranken nuttigen. Die angst vraagt om bijzon-</al><al>dere aandacht van de gemeente in de preventieve sfeer, maar ook
                                    in de repressieve sfeer.</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Ambities (eventueel landelijk)</al></entry><entry><al>De gemeente wil meer inzicht in en aanpak van
                                                  drugsproblematiek onder jongeren.• In kaart
                                                  brengen van de informatie van partijen die inzicht
                                                  hebben in het druggebruik in Oirschot.• In kaart
                                                  brengen van de problematiek rondom druggebruik en
                                                  drugshandel (leeftijdsgroep en soort drugs e.d.).•
                                                  Opstellen van een (regionaal) plan van aanpak om
                                                  het druggebruik terug te dringen, waarbij een
                                                  benadering vanuit meerdere invalshoeken centraal
                                                  staat, zoals voorlichting/handhaving/repressief
                                                  optreden (vb project “Laat je niet flessen!”)</al></entry></row><row><entry><al>Landelijk vastgestelde prioriteit
                                                  preventienota (rijksbeleid)</al></entry><entry><al>Nee</al></entry></row><row><entry><al>Lopend (gemeentelijk) beleid</al></entry><entry><al>- Het Kempenhorstcollege heeft een
                                                  schoolveiligheidsplan en er zijn concrete fspraken
                                                  gemaakt tussen politie en de school over het
                                                  melden van drugszaken. Ook het
                                                  jongeren(opbouw)werk heeft regelmatig contact met
                                                  politie en gemeente om het gedrag /drugsgebruik
                                                  van jongeren te bespreken. - Per 1 april 2006 is
                                                  het hennepconvenant in werking getreden, gesloten
                                                  tussen de gemeenten Best, Oirschot, Son en
                                                  Breugel, Domein, Vitalis, SWS, OM, Essent en de
                                                  politie. Dit regelt de aanpak van
                                                  hennepkwekerijen, - stekkerijen en/of drogerijen.-
                                                  Binnen het Kempenhorstcollege worden lessen
                                                  verzorgd over drugs door de Stichting Voorkom.
                                                  </al></entry></row><row><entry><al>Signalen vanuit publieke opinie en
                                                  maatschappelijk middenveld</al></entry><entry><al>A. Regelmatig komen bij politie en
                                                  jongerenopbouwwerk signalen binnen dat drugs
                                                  gebruikt en gedeald worden op straat.B. Signalen
                                                  uit werkbijeenkomst (5 november 2009) met
                                                  betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:1. Het
                                                  gevaar en de effecten van blowen worden onderschat
                                                  door jongeren.2. Er wordt te weinig gedaan aan
                                                  preventie.3. Het gebruik is moeilijk te
                                                  voorkomen.4. Ouders laten hun kinderen zelf de
                                                  keuzes maken als het gaat om druggebruik5.
                                                  Jongeren weten vaak niet wat ze op bepaalde
                                                  momenten met hun vrije tijd moeten doen:
                                                  groepsgedrag leidt tot druggebruik. 6. Ouders
                                                  weten niet hoe ze het gebruik moeten signaleren.7.
                                                  Er is tot op heden te weinig voorlichting
                                                  beschikbaar over drugs. </al></entry></row><row><entry><al> Doelgroep</al></entry><entry><al>• Doelgroep zijn de gebruikers van drugs, en
                                                  eventuele handelaren. • Daarnaast moet er in
                                                  preventieve zin aandacht zijn voor druggebruik bij
                                                  jongeren. Daarbij moeten ook opvoeders betrokken
                                                  worden. Ouders en andere opvoeders moeten
                                                  handvatten krijgen hoe ze drugs bespreekbaar
                                                  kunnen maken met hun kind(eren).</al></entry></row><row><entry><al> Plan van aanpak</al></entry><entry><al>De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een
                                                  werkgroep te vormen die samen met de gemeente een
                                                  uitvoeringsplan opstelt. Daarbij moet de inbreng
                                                  van de werkbijeenkomst van 5 november 2009 (zie
                                                  hiervoor) worden betrokken en het aanbod binnen
                                                  het Kempenhorstcollege. In het uitvoeringsplan
                                                  moet in elk geval aandacht besteed worden aan:• In
                                                  kaart brengen van de signalen van druggebruik en
                                                  –handel. Welke partijen hebben hier zicht op en
                                                  hoe kijken ze tegen het lokale gebruik aan? • Om
                                                  welke groep druggebruikers gaat het, waar wordt
                                                  gebruikt / gehandeld, om wat voor soort drugs gaat
                                                  het, etc. Indien er meer duidelijkheid over het
                                                  druggebruik en drugshandel is, kan een actieplan
                                                  opgesteld worden. • Selecteren van beschikbaar
                                                  informatiemateriaal (er is zoveel beschikbaar dat
                                                  ouders en anderen door de bomen het bos niet meer
                                                  zien).• Net als bij het project “Laat je niet
                                                  flessen!” de aansluiting met de GGD en/of andere
                                                  regiogemeenten te zoeken, omdat de aanpak van
                                                  drugs zich niet laat begrenzen door
                                                  gemeentegrenzen.</al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein waar thema primair wordt
                                                  ondergebracht</al></entry><entry><al> LGB; directe relatie met jeugdbeleid en
                                                  integraal veiligheidsbeleid.</al></entry></row><row><entry><al> Uitvoering</al></entry><entry><al>Adviesgroep LGB/WMO, GGD, politie,
                                                  Novadic-Kentron, jongerenwerk, onderwijs, ouders,
                                                  huisartsen, gemeente.</al></entry></row><row><entry><al> Uitvoerend jaar/jaren</al></entry><entry><al>Werkzaamheden werkgroep: sept. 2012 – jan.
                                                  2013Uitvoering: 2013 en 2014. </al></entry></row><row><entry><al> Budget</al></entry><entry><al>Voor het uitvoeren van een plan reserveert de
                                                  gemeente vanaf 2013 een bedrag van €
                                                  3.000,--.</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="col1"/><tbody><row><entry><al><vet>5.5. Sociale weerbaarheid (incl.
                                                  voorkoming eenzaamheid)</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Ambities (eventueel landelijk)</al></entry><entry><al>Landelijk:Zorgen voor een groter bereik van de
                                                  bewezen effectieve interventies zoals cursussen
                                                  via internet (lagere drempel dan groepscursussen),
                                                  programma's voor versterken van psychische
                                                  weerbaarheid en opvoedingsondersteuning. </al></entry></row><row><entry><al>Landelijk vastgestelde prioriteit
                                                  preventienota (rijksbeleid)</al></entry><entry><al>Ja, indirect, via thema depressie.</al></entry></row><row><entry><al>Lopend (gemeentelijk) beleid</al></entry><entry><al>Activerend Huisbezoek (bezoeken van 75 +-ers)
                                                  door vrijwilligers van de Stichting Welzijn. (Zie
                                                  ook Hoofdstuk 2.1 A3).</al></entry></row><row><entry><al>Signalen vanuit publieke opinie en
                                                  maatschappelijk middelveld</al></entry><entry><al>Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009)
                                                  met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:1.
                                                  Digitaal Pesten is een probleem. Ouders geven bij
                                                  pesten te weinig signalen af op school.2. Op
                                                  scholen is (te) weinig aandacht voor sociale
                                                  Weerbaarheid.3. Er is aandacht nodig voor
                                                  weerbaarheid in alle leeftijdsgroepen.4.
                                                  Bereikbaarheid en toegankelijkheid
                                                  depressiebehandeling is beperkt.5. Het aanbod aan
                                                  trainingen is beperkt. Het bereik is te laag.6.
                                                  Moeilijk om problemen zoals loverboys tijdig te
                                                  signaleren.7. Relatief veel mensen trekken zich
                                                  terug in isolement </al></entry></row><row><entry><al>Doelgroep</al></entry><entry><al>Kinderen (binnen de basisscholen en het
                                                  voortgezet onderwijs) die door het ontbreken van
                                                  sociale vaardigheden, gevoelig zijn voor plagen
                                                  met als gevolg dat zij in een isolement kunnen
                                                  geraken en als persoon zich moeilijker kunnen
                                                  ontwikkelen.</al></entry></row><row><entry><al>Plan van Aanpak</al></entry><entry><al>De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een
                                                  werkgroep te vormen die samen met de gemeente een
                                                  uitvoeringsplan opstelt. Daarbij moet de inbreng
                                                  van de werkbijeenkomst van 5 november 2009 (zie
                                                  hiervoor) worden betrokken.In het uitvoeringsplan
                                                  moet in elk geval aandacht besteed worden aan:1.
                                                  Het aanbod en de hiaten in dat aanbod.2. Het
                                                  verhogen van het bereik van het aanbod.3. De
                                                  effectiviteit van het aanbod.4. Een mix van
                                                  interventies (voorlichting en bewustwor- ding,
                                                  signalering en advies, preventieve ondersteuning).
                                                  </al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein waar thema primair wordt
                                                  ondergebracht</al></entry><entry><al>LGB; relatie met WMO (prestatieveld 8
                                                  (OGGZ))</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoerend jaar/jaren</al></entry><entry><al>Werkzaamheden werkgroep: jan. 2013 – mei
                                                  2013Uitvoering: vanaf september 2013 en 2014.</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoering</al></entry><entry><al>Adviesgroep LGB/WMO, scholen, Pest-web, GGZ,
                                                  verenigingen, gemeente.</al></entry></row><row><entry><al>Budget</al></entry><entry><al>Voor het uitvoeren van een plan reserveert de
                                                  gemeente vanaf 2013 een bedrag van €
                                                  3.000,--.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></lid><lid><lidnr>5.5</lidnr><al>5.5. Sociale weerbaarheid (incl. voorkoming eenzaamheid)</al><al/><al> Maakt u zich ook wel eens zorgen over het toenemend geweld in
                                    onze samenleving? Als u weer een berichtje </al><al> in de krant leest over mishandeling denkt u dan ook wel eens:
                                    “Als mijn kind dat maar niet overkomt”? Vindt u </al><al> het ook belangrijk dat kinderen leren op te komen voor zichzelf
                                    zonder anderen te kwetsen?</al><al>In toenemende mate wordt duidelijk dat meisjes en jongens in
                                    onze samenleving worden bedreigd door </al><al> machtsmisbruik in allerlei vormen. Verwaarlozing, lichamelijke
                                    mishandeling en seksueel misbruik worden </al><al> steeds vaker gemeld.</al><al> Ook pesten is onderkend als een ernstige vorm van
                                    machtsmisbruik waar één op de zes kinderen op de basis-</al><al> school mee wordt geconfronteerd.</al><al> Op zo’n moment is het goed als je als jongere weerbaar bent. We
                                    spreken van weerbaarheid wanneer een kind </al><al> op een passende manier voor zichzelf op durft te komen, zonder
                                    daarbij anderen te schaden of respectloos te </al><al> behandelen. Een kind dat weerbaar is, is in staat zijn of haar
                                    grenzen te bewaken. En het kind kan zichzelf ver-</al><al> dedigen en durft een eigen mening te hebben. Ook zien we dat
                                    kinderen die goed weerbaar zijn, ook voor ande-</al><al> ren durven op te komen, zelfstandig zijn maar ook om hulp
                                    durven te vragen, om kunnen gaan met kleine tegen</al><al> slagen en hun eigen grenzen kennen en respecteren.</al><al> Weerbaarheid werkt preventief. Het voorkomt machtsmisbruik of
                                    geweldservaringen en de kans is groter dat het </al><al> geweld stopt als je effectief reageert. En weerbare kinderen
                                    kunnen ook beter ‘nee’ zeggen tegen allerlei verlei-</al><al> dingen zoals genotmiddelen en ongezonde happen. Sommige
                                    jongeren zijn van nature weerbaar, anderen kunnen </al><al> daarbij best wat hulp gebruiken. </al><al> Ouders en onderwijs helpen kinderen op te groeien tot weerbare
                                    kinderen. Maar soms is er toch wat hulp van </al><al> buiten af nodig in de vorm van een weerbaarheidstraining of een
                                    sociale vaardigheidstraining voor kinderen. </al><al> Want een ouder kan nog zo zijn best doen, soms maakt het
                                    karakter van het kind het moeilijk om het kind te </al><al> helpen weerbaar te worden. Ook ouders hebben soms een steuntje
                                    in de rug nodig bij de opvoeding van hun </al><al> kinderen.</al><al/><al> Onder dit thema scharen we ook: seksueel risicogedrag,
                                    angststoornissen en fobieën.</al><al/><al/><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Ambities (eventueel landelijk)</al></entry><entry><al>Landelijk: Zorgen voor een groter bereik van
                                                  de bewezen effectieve interventies zoals cursussen
                                                  via internet (lagere drempel dan groepscursussen),
                                                  programma's voor versterken van psychische
                                                  weerbaarheid en opvoedingsondersteuning. </al></entry></row><row><entry><al>Landelijk vastgestelde prioriteit
                                                  preventienota (rijksbeleid)</al></entry><entry><al>Ja, indirect, via thema depressie.</al></entry></row><row><entry><al>Lopend (gemeentelijk) beleid</al></entry><entry><al>Activerend Huisbezoek (bezoeken van 75 +-ers)
                                                  door vrijwilligers van de Stichting Welzijn. (Zie
                                                  ook Hoofdstuk 2.1 A3).</al></entry></row><row><entry><al>Signalen vanuit publieke opinie en
                                                  maatschappelijke middenveld</al></entry><entry><al>Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009)
                                                  met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB: 1.
                                                  Digitaal Pesten is een probleem. Ouders geven bij
                                                  pesten te weinig signalen af op school. 2. Op
                                                  scholen is (te) weinig aandacht voor sociale
                                                  Weerbaarheid. 3. Er is aandacht nodig voor
                                                  weerbaarheid in alle leeftijdsgroepen. 4.
                                                  Bereikbaarheid en toegankelijkheid
                                                  depressiebehandeling is beperkt. 5. Het aanbod aan
                                                  trainingen is beperkt. Het bereik is te laag. 6.
                                                  Moeilijk om problemen zoals loverboys tijdig te
                                                  signaleren. 7. Relatief veel mensen trekken zich
                                                  terug in isolement </al></entry></row><row><entry><al>Doelgroep</al></entry><entry><al>Kinderen (binnen de basisscholen en het
                                                  voortgezet onderwijs) die door het ontbreken van
                                                  sociale vaardigheden, gevoelig zijn voor plagen
                                                  met als gevolg dat zij in een isolement kunnen
                                                  geraken en als persoon zich moeilijker kunnen
                                                  ontwikkelen.</al></entry></row><row><entry><al>Plan van Aanpak</al></entry><entry><al>De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een
                                                  werkgroep te vormen die samen met de gemeente een
                                                  uitvoeringsplan opstelt. Daarbij moet de inbreng
                                                  van de werkbijeenkomst van 5 november 2009 (zie
                                                  hiervoor) worden betrokken. In het uitvoeringsplan
                                                  moet in elk geval aandacht besteed worden aan: 1.
                                                  Het aanbod en de hiaten in dat aanbod. 2. Het
                                                  verhogen van het bereik van het aanbod. 3. De
                                                  effectiviteit van het aanbod. 4. Een mix van
                                                  interventies (voorlichting en bewustwor- ding,
                                                  signalering en advies, preventieve ondersteuning).
                                                  </al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein waar thema primair wordt
                                                  ondergebracht</al></entry><entry><al>LGB; relatie met WMO (prestatieveld 8
                                                  (OGGZ))</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoerend jaar/jaren</al></entry><entry><al>Werkzaamheden werkgroep: jan. 2013 – mei 2013
                                                  Uitvoering: vanaf september 2013 en 2014.</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoering</al></entry><entry><al>Adviesgroep LGB/WMO, scholen, Pest-web, GGZ,
                                                  verenigingen, gemeente.</al></entry></row><row><entry><al>Budget</al></entry><entry><al>Voor het uitvoeren van een plan reserveert de
                                                  gemeente vanaf 2013 een bedrag van €
                                                  3.000,--.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></lid><lid><lidnr>5.6</lidnr><al>Preventieve gezondheidszorg voor ouderen.</al><al>Op 1 juli 2010 is artikel 5 a van de Wet publieke gezondheid
                                    (Wpg) betreffende preventieve gezondheidszorg voor ouderen in
                                    werking getreden. Dit betekent dat gemeenten zorg moet dragen
                                    voor het monitoren, signaleren en voorkomen van
                                    gezondheidsproblemen bij ouderen. De gemeenten hebben van de
                                    Minister van VWS grote beleidsvrijheid gekregen bij het invullen
                                    van de taak. De gemeenten dienen zich te baseren op de lokale
                                    behoefte van ouderen en een passend aanbod tot stand te brengen.
                                    Daarbij rekening houdende met de voorzieningen die er al zijn
                                    zoals: huisartsen, thuiszorg en welzijnsvoorzieningen. Dit
                                    betekent dat gemeenten zich vooral kunnen richten op het
                                    verbinden en faciliteren van lokale initiatieven. De
                                    rijksoverheid koppelt aan de wettelijke verplichting geen extra
                                    financiële middelen.</al><al>Op 1 januari 2009 telde Nederland bijna 2,5 miljoen ouderen.
                                    Daarmee was 15 % van de bevolking ouder dan 65 jaar. 4 % van
                                    alle 65 +-ers was 80 jaar of ouder, wat neerkomt op 4 % va de
                                    bevolking. Het aantal ouderen neemt de komende decennia sterk
                                    toe. In 2020 3,4 miljoen 65 + ers en in 2050: 4,5 miljoen. 25 %
                                    van de totale bevolking is dan ouder dan 65 jaar.</al><al>Preventie gericht op ouderen heeft als doel om ouderen zo lang
                                    mogelijk zelfstandig, onafhankelijk en gezond te houden. Gezond
                                    en succesvol ouder worden gaat niet alleen om het voorkómen en
                                    uitstellen van ziekte en sterfte, maar ook om de preventie van
                                    beperkingen in het functioneren, het voorkómen van verlies van
                                    zelfredzaamheid en het terugdringen van afhankelijkheid van de
                                    zorg.</al><al>Ook bij ouderen leveren gedragsveranderingen nog
                                    gezondheidswinst op. Zelfs als ouderen hun gedrag pas na hun 65e
                                    aanpassen blijkt dit nog effectief te zijn. Veel
                                    gezondheidsproblemen zijn mede het gevolg van een ongezonde
                                    leefstijl onder ouderen. De nadruk bij interventies voor ouderen
                                    ligt op de thema’s bewegen, gezonde voeding, valpreventie,
                                    depressie, eenzaamheid en decubitus. Verder is een groot aantal
                                    interventies gericht op de algemene gezondheid van ouderen
                                    (‘ageing well’ projecten).</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>Ambities (eventueel landelijk)</al></entry><entry><al>Landelijk:Ouderen zo lang mogelijk
                                                  zelfstandig, onafhankelijk en gezond te houden
                                                  d.m.v. preventieactiviteiten.De gemeente sluit
                                                  zich aan bij die ambitie.</al></entry></row><row><entry><al>Landelijk vastgstelde prioriteit</al></entry><entry><al>Ja</al></entry></row><row><entry><al>Lopend (gemeentelijk) beleid</al></entry><entry><al>- Activerend Huisbezoek (bezoeken van 75+-ers)
                                                  door vrijwilligers van de Stichting Welzijn.- Meer
                                                  Bewegen Voor Ouderen o.a door Stichting
                                                  Welzijn.</al></entry></row><row><entry><al>Signalen vanuit publieke opinie en
                                                  maatschappelijk middenveld</al></entry><entry><al>Signalen uit werkbijeenkomst (5 november 2009)
                                                  met betrokkenen bij het ontwikkelen van LGB:Geen.
                                                  </al></entry></row><row><entry><al>Doelgroep</al></entry><entry><al>Inwoners van 65 jaar en ouder.</al></entry></row><row><entry><al>Plan van Aanpak</al></entry><entry><al>De gemeente vraagt de Adviesgroep LGB/WMO een
                                                  werkgroep te vormen die samen met de gemeente een
                                                  uitvoeringsplan opstelt. In het uitvoeringsplan
                                                  moet in elk geval aandacht besteed worden aan:1.
                                                  Het aanbod en de hiaten in dat aanbod.2. Het
                                                  verhogen van het bereik van het aanbod.3. De
                                                  effectiviteit van het aanbod.4. Een mix van
                                                  interventies (voorlichting en bewustwording,
                                                  signalering en advies, preventieve
                                                  ondersteuning).</al></entry></row><row><entry><al>Beleidsterrein waar thema primair wordt
                                                  ondergebracht</al></entry><entry><al>LGB / WMO</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoerend jaar/jaren</al></entry><entry><al>Werkzaamheden werkgroep: mei. 2013 – oktober
                                                  2013Uitvoering: vanaf 1 januari 2014.</al></entry></row><row><entry><al>Uitvoering</al></entry><entry><al>Adviesgroep LGB/WMO, Stichting Welzijn, Kath.
                                                  Bonden van Ouderen, gemeente.</al></entry></row><row><entry><al>Budget</al></entry><entry><al>Voor het uitvoeren van een plan reserveert de
                                                  gemeente vanaf 2014 een bedrag van €
                                                  3.000,--.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Wat hebben we nodig?</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>Voor een succesvolle ontwikkeling en uitvoering van lokaal
                                gezondheidsbeleid is het noodzakelijk dat aan een </al><al>aantal voorwaarden wordt voldaan:</al><al>• Draagvlak: Professionele gezondheids- en welzijnsorganisaties
                                hebben een belangrijke verantwoordelijkheid </al><al> waar het gaat om de inhoudelijke ondersteuning van (de hoofdlijnen
                                van) het lokale gezondheidsbeleid. Er </al><al> dient bij deze organisaties voldoende draagvlak en personele
                                capaciteit aanwezig te zijn om gezamenlijk invul-</al><al> ling te kunnen geven aan gezondheidsbevordering. De gemeente
                                verwacht van deze organisaties een actieve </al><al> rol en met die organisaties waarmee de gemeente een bestaande
                                relatie heeft (budgetovereenkomst, Gemeen-</al><al> schappelijke Regeling of subsidierelatie) worden afspraken gemaakt
                                over hun rol in de uitvoering van het lokale </al><al> gezondheidsbeleid.</al><al>• Eigen verantwoordelijkheid: Hoewel het gezondheidsbeleid een
                                aangelegenheid is van de gemeente, blijven </al><al> burgers in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun eigen
                                gezondheid en (gezonde) leefwijze. Komt echter </al><al> de lokale gezondheid in het geding of zijn burgers niet in staat
                                deze eigen verantwoordelijkheid te nemen, dan </al><al> zal het initiatief ook van de gemeente uit moeten gaan. Overigens
                                is dit niet onverkort op elke burger van toepas-</al><al> sing. Er zijn burgers die als gevolg van sociaal-economische
                                verschillen een gezondheidsachterstand hebben.</al><al>• Ambtelijke capaciteit: Om vanuit de regierol uitvoering te kunnen
                                geven aan het lokale gezondheidsbeleid is vol-</al><al> doende ambtelijke capaciteit een vereiste. Niet alleen op het
                                beleidsterrein lokaal gezondheidsbeleid zelf, maar </al><al> ook bij aanverwante beleidsterreinen zoals jeugd, openbare orde en
                                veiligheid enz. Naar schatting gaat het dan </al><al> om gemiddeld 6 uren ambtelijke capaciteit per week voor
                                gezondheidsbeleid en 2 uren voor de aanverwante be-</al><al> leidsterreinen.</al><al>• Continuïteit en flexibiliteit in dienstenpakket GGD: In het
                                dienstenpakket met de GGD zijn afspraken en keuzes </al><al> gemaakt over de inzet van de GGD op tal van (wettelijke)
                                onderwerpen. Tijdens de kerntakendiscussie bij de </al><al> GGD is onderscheid gemaakt in basistaken en contracttaken.
                                Basistaken zijn taken die voor alle gemeenten in </al><al> Zuidoost Brabant worden uitgevoerd binnen het gezamenlijke
                                takenpakket. Contracttaken zijn taken die de GGD </al><al> Brabant Zuidoost voor een individuele gemeente uitvoert op basis
                                van een apart contract. De gemeente Oirschot </al><al> en de GGD Brabant Zuidoost hebben regelmatig overleg over de
                                invulling van de diverse taken. </al><al>• Budget; voor de uitvoering van de diverse activiteiten is
                                voldoende financiering nodig. Zie de ramingen onder 6.3. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Organisatiestructuur</titel></kop><al>Adviesstructuur Lokaal Gezondheidsbeleid/Wmo</al><al>In 2009 hebben burgemeester en wethouders in het kader van het
                                lokaal gezondheidsbeleid en Wmo-beleid een Stuurgroep en een
                                Adviesgroep Lokaal Gezondheidsbeleid/WMO ingesteld.</al><al>De stuurgroep is samengesteld uit de wethouder Gezondheidszorg/WMO,
                                het hoofd van de Afdeling Maatschappij en de beleidsmedewerker
                                Welzijn/Gezondheidszorg met daarbij op afroep de beleidsmedewerker
                                WMO of de beleidsmedewerker Jeugd (afhankelijk van de te bespreken
                                stukken).</al><al>Die Adviesgroep is samengesteld met professionals van de
                                partnerorganisaties van de gemeente. Deze partnerorganisaties
                                zijn:</al><al>- GGD Brabant-Zuidoost;</al><al>- ZuidZorg;</al><al>- Maatschappelijk Werk Dommelregio;</al><al>- Stichting Welzijn Oirschot; </al><al>- Stichting MEE; </al><al>- GGZE</al><al>- Lunetzorg</al><al>- Stichting St. Joris </al><al>- Parochies</al><al>- Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD)</al><al>- Gemeente Oirschot (beleidsmedewerkers WMO en
                                Welzijn/Gezondheidszorg, afhankelijk van het onderwerp)</al><al>De beleidsambtenaren Volksgezondheid, Wmo of Jeugd (afhankelijk van
                                de agenda) van de gemeente nemen deel aan de vergaderingen. Een
                                medewerker van de Stichting Welzijn Oirschot verzorgt het
                                secretariaatswerk.</al><al>Deze Adviesgroep heeft de volgende taken gekregen:</al><al>- uitvoering opdrachten/verzoeken van de stuurgroep bijv.
                                onderzoeken in het kader van </al><al>mantelzorg, preventie eenzaamheid, inspelen op nieuwe
                                ontwikkelingen, adviseren op het</al><al>terrein van WMO/LGB, inclusief Lokaal Loketzaken (waaronder
                                doorontwikkeling).</al><al>- het leveren van een bijdrage bij het vormen van en uitvoeren van
                                een nieuw Lokaal Gezondheidsbeleid.</al><al>De Adviesgroep kan tevens ongevraagd adviseren.</al><al>Werkgroepen</al><al>De Adviesgroep kan werkgroepen instellen die zich bezig houden met
                                specifieke thema’s, de thema’s voorbereiden of uitvoeren. De
                                samenstelling van de werkgroepen is afhankelijk van het onderwerp
                                waarover advies is gevraagd, maar zal over het algemeen bestaan uit
                                uitvoerende medewerkers.</al><al>Organogram</al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al>Stuurgroep LGB/WMO</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Adviesgroep LGB</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Werkgroep X</al></entry><entry><al>Werkgroep Y</al></entry><entry><al>Werkgroep X</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Financiële consequenties bij uitvoering in de jaren 2011 t/m
                                    2014</titel></kop><al>Voor lokaal gezondheidsbeleid zijn in de gemeentebegroting gelden
                                opgenomen voor het uitvoeren van activiteiten. Daarnaast zijn
                                uitgaven geraamd in het kader van preventie gebruik genotmiddelen en
                                uitgaven in het kader van Jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar
                                (ZuidZorg/consultatiebureau). Met de GGD maakt de gemeente jaarlijks
                                afspraken over de invulling en uitvoering van activiteiten
                                aansluitend op de speerpunten in Oirschot. Bovendien zijn elk jaar
                                in de afdelingsplannen ambtelijke uren opgenomen voor beleid en
                                uitvoering lokaal gezondheidsbeleid.</al><al>In onderstaande tabel is een schatting gemaakt van de kosten, die
                                nodig zijn voor de uitvoering van de speerpunten.</al><al/><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><colspec colname="col5"/><tbody><row><entry><al>Speerpunt</al></entry><entry><al>Uitv. Jaar 2011</al></entry><entry><al>Uitv. Jaar 2012</al></entry><entry><al>Uitv. Jaar 2013</al></entry><entry><al>Uitv. Jaar 2014</al></entry></row><row><entry><al>Overgewicht + gezonde voeding en diabetes</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>€ 4.000,--</al></entry><entry><al>€ 4.000,--</al></entry><entry><al>€ 4.000,--</al></entry></row><row><entry><al>Schadelijk alcoholgebruik“Laat je niet
                                                  flessen!”Lokale activiteiten in kader “Laat je
                                                  niet flessen” </al></entry><entry><al>€ 5.000,-- (reg.)*€ 2.500,-- (reg.)€ 3.000,--
                                                  (reg.) </al></entry><entry><al>€ 5.000,-- (reg.) </al></entry><entry><al>€ 5.000,-- (reg.)€ 2.500,-- (reg.)€ 3.000,--
                                                  (reg.) </al></entry><entry><al>€ 5.000,-- (reg.) </al></entry></row><row><entry><al>Roken Voor uitvoeren plan</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>€ 2.000,--</al></entry><entry><al>€ 2.000,--</al></entry></row><row><entry><al>Drugs Voor uitvoeren plan</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>€ 3.000,--</al></entry><entry><al>€ 3.000,--</al></entry></row><row><entry><al>Sociale Weerbaarheid Voor uitvoeren plan</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>€ 3.000,--</al></entry></row><row><entry><al>Preventie gezondheids-zorg voor ouderen</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al>€ 3.000,--</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Kosten t.b.v. werkgroepen</al></entry><entry><al>€ 500,--</al></entry><entry><al>€ 500,--</al></entry><entry><al>€ 500,--</al></entry><entry><al>€ 500,--</al></entry></row><row><entry><al>Startkosten adviesgroep LGB/WMO</al></entry><entry><al>€ 500,--</al></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Totaal geraamde kosten</al></entry><entry><al>€ 17.500,--</al></entry><entry><al>€ 21.000,--</al></entry><entry><al>€ 29.000,--</al></entry><entry><al>€ 32.000,-</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Dekking reguliere uitgaven: - Post Preventie
                                                  Gebruik Genotmiddelen (663002/4343871) </al></entry><entry><al/></entry><entry><al>€ 18.316,- </al></entry><entry><al>€ 18.500,- </al></entry><entry><al>€ 18.684,- </al></entry></row><row><entry><al>Af te ramenBij te ramen:</al></entry><entry><al>- € 6.485,--</al></entry><entry><al>-€ 3.166,--</al></entry><entry><al>€ 4.650,--</al></entry><entry><al>€ 7.466,--</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> * Reg. = regulier= geraamd in de begroting 2011.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>HOE GAAN WE HET EFFECT METEN?</titel></kop><structuurtekst><al>Evaluatie</al><al>Het meten van de resultaten en de effecten van collectieve
                                preventiemaatregelen voor de gezondheid van burgers is discutabel,
                                zeker op een kortere termijn. Vaak zijn zoveel factoren van invloed
                                op de gezondheid van burgers, dat de gezondheidswinst van een
                                bepaalde activiteit niet kan worden aangetoond. Dit laat onverlet
                                dat de nog op te zetten activiteiten door ons zullen worden
                                geëvalueerd. We willen ervoor zorgen dat elke in te stellen
                                werkgroep rekening houdt met vooraf bepaalde meetbare doelen..</al><al>Teneinde de mogelijke gevolgen van lokaal gezondheidsbeleid voor de
                                bevordering van gezondheid te kunnen meten zal een evaluatie worden
                                gehouden betreffende de:</al><al>1. Aanpak van gezondheidsknelpunten.</al><al>De organisaties, die met de opzet en uitvoering van activiteiten van
                                de eerder beschreven speerpunten belast worden, worden door de
                                gemeente verzocht door middel van verslaglegging inzicht te geven in
                                de bereikte resultaten, en indien mogelijk de effecten. Het gaat
                                hierbij om zowel inhoudelijke als procesmatige aspecten. Indien
                                mogelijk wordt hierbij ook de klanttevredenheid betrokken.</al><al>2. Gezondheidswinst.</al><al>De door de GGD in een tijdsbestek van telkens 4 jaar per gemeente te
                                houden Gezondheidsmonitoren voor jongeren, volwassenen en ouderen
                                gebruikt de gemeente voor het meten van de gezondheid van de
                                Oirschotse bevolking en, voor zover dat mogelijk is, de eventueel
                                behaalde gezondheidswinst door vergelijking met eerdere
                                gezondheidspeilingen en met peilingen in de regio.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>HOE STAAN WE ER IN OIRSCHOT VOOR?</label><nr>1</nr></kop><al>Hoe staan we er in Oirschot voor?</al><al>Evaluatie Activiteiten uit Nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2003 t/m 2006 en de
                    activiteiten in 2007 t/m 2010. </al><al>Onderstaand schema geeft aan welke activiteiten uit de Nota Lokaal
                    Gezondheidsbeleid 2003-2006 en welke activiteiten in de periode 2007 t/m 2010
                    door de gemeente in samenwerking met andere organisaties zijn opgepakt. Ook komt
                    tot uitdrukking welke activiteiten ook de komende tijd nog expliciete aandacht
                    behoeven, hetzij omdat de activiteit nog niet volledig is afgerond of de
                    activiteit (deels) structureel onderdeel is geworden van het takenpakket van de
                    gemeente. Dit schema betreft geen volledig overzicht van alle activiteiten in
                    het kader van het lokale gezondheidsbeleid. De structurele activiteiten die de
                    GGD (zie ook bijlage 2) of andere organisaties voor de gemeente uitvoert, zijn
                    ook in deze periode (al dan niet gewijzigd) gecontinueerd, maar zijn niet in
                    onderstaand schema opgenomen.</al><al>Betekenis laatste kolom:</al><al>√ : thema is opgepakt</al><al>LGB : thema heeft of behoeft binnen het Lokale Gezondheidsbeleid (nog) aandacht </al><al>Wmo : thema komt (ook) aan de orde in het Wmo-beleid</al><al>Jeugd : thema komt (ook) aan de orde in het jeugdbeleid</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><colspec colname="col4"/><tbody><row><entry><al>Aandachtvelden</al></entry><entry><al>Activiteiten</al></entry><entry><al>Stand van Zaken begin 2010</al></entry><entry><al>LGB/WMO/jeugd</al></entry></row><row><entry><al>A. Nota LGB 2003 t/m 2006</al></entry><entry><al>Onderzoek “Bouwen aan Opvoeding”Aanbod op basis van
                                        behoefte.</al></entry><entry><al>De GGD heeft in 2003 van de toenmalige Stuurgroep Lokaal
                                        Gezondheidsbeleid en de gemeente het verzoek gekregen een
                                        onderzoek te doen naar de werkelijke behoeften aan
                                        opvoedingsondersteuning bij ouders in deze gemeente. Ook
                                        moest bezien worden op welke manier daar het aanbod van de
                                        diverse instellingen op afgestemd kon worden.In februari
                                        2004 heeft de GGD het rapport “Bouwen aan Opvoeding”
                                        uitgebracht. De bedoeling toen was om de uitvoering ervan in
                                        handen te geven van een daartoe in te stellen werkgroep met
                                        daarin afgevaardigden van verschillende organisaties. Zover
                                        is het niet gekomen. Intussen is de Nota verouderd. Voor
                                        opvoedingsondersteuning is een aanbod op basis van behoefte
                                        ontwikkeld dat wordt ingevuld door ZuidZorg en de GGD. Sinds
                                        2005 worden in opdracht van de gemeente door ZuidZorg en de
                                        GGD activiteiten ingezet in het kader van
                                        opvoedingsondersteuning.Het gaat dan om:- Opvoedspreekuur
                                        voor ouders en professionals binnen de peuterspeelzalen door
                                        ZuidZorg. In 2007 hebben 36 ouders gebruik gemaakt van dit
                                        aanbod. In 2008 waren dat er 30. - Groepsvoorlichting
                                        “Peuter in zicht” door ZuidZorg.Doel is de
                                        opvoedingsvaardigheden van ouders van kinderen van 0-4 jaar
                                        te vergroten. In 2007 heeft een cursus plaatsgevonden met 9
                                        deelnemers uit Oirschot. In 2008 namen aan de cursus 4
                                        personen deel.- Project “Stevig Ouderschap” door
                                        ZuidZorg.Doel is door vroegsignalering en interventie
                                        opvoedingsspanningen en kindermishandeling in gezinnen met
                                        kinderen tot 1 ½ jaar te voorkomen. In 2007 namen 3 gezinnen
                                        deel aan het project. In 2008 waren dat er 8. -
                                        Kindobservaties binnen peuterspeelzalen en
                                        kinderdagverblijven door Zuidzorg. Doel is de zorg rondom de
                                        ontwikkeling van een kind te verbeteren. In 2007 hebben 12
                                        kindobservaties plaatsgevonden. In 2008 waren dat er 4. -
                                        Contactmomenten op maat door ZuidZorg. Tijdens
                                        contactmomenten inventariseert een verpleegkundige de
                                        problemen en de hulpvraag en komt met ouders overeen welke
                                        hulp passend is. Het gaat per gezin om een cyclus van drie
                                        huisbezoeken van één uur. In 2007 hebben 162 huisbezoeken
                                        plaatsgevonden. In 2008: 127, met daarnaast 183 telefonische
                                        begeleidingscontacten. - Opvoedingsspreekuur voor ouders
                                        binnen de basisscholen door de GGD (is er al sinds begin
                                        2003). In 2006 is het Infopunt 56 keer bezocht, in 2007: 42
                                        keer en in 2008: 33 keer.In de Nota Integraal Jeugdbeleid
                                        2009 t/m 2012 zijn in Hoofdstuk VI.B. (Prestatieveld 2 WMO:
                                        Preventieve Ondersteuning Jeugd) genoemde activiteiten
                                        verder beschreven. </al></entry><entry><al>LGB</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>