<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR236958_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de toeristenbelasting 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekjournaal, 9 november 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=224">Gemeentewet, artikel 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>25 oktober 2012, nr. 11i</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-15997</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van de toeristenbelasting
                2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doesburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25
                        oktober 2012;</al><al/><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet:</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van de toeristenbelasting
                            2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>belastbaar feit</titel></kop><al>Terzake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in
                        hotels, pensions, vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet
                        beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaartuigen tegen vergoeding in welke
                        vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke
                        basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn ingeschreven, wordt
                        onder de naam “Toeristenbelasting” een directe belasting geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>Deze verordening verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vakantie-onderkomens : woningen en andere verblijven, niet zijnde
                            kampeeronderkomens, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf
                            voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s,
                            toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen
                            welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor
                            vakantie- en andere recreatieve doeleinden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>niet beroepsmatig verhuurde ruimte: woningen en andere verblijven, of
                            gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, welke niet in
                            hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                            doeleinden doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die
                            doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden worden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor
                            het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde
                            kampeeronderkomen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>vaste ligplaats : een water of gedeelte van een water dat bestemd is
                            voor het gedurende een seizoen of een jaar afmeren, dan wel ten anker
                            leggen van eenzelfde vaartuig;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>vaartuig: een vaartuig dat is bestemd voor vakantie-of andere
                            recreatieve doeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1 in hem daartoe ter beschikking staande ruimten dan
                            wel op hem daartoe ter beschikking staande terreinen of wateren.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene, terzake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan
                            te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde
                            in artikel 1 verblijf houdt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingtijdjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:</al><al>a.vakantie-onderkomens en niet beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op
                            het aantal slaapplaatsen;</al><al>b.kampeeronderkomens op vaste standplaatsen en vaartuigen op vaste
                            ligplaatsen bepaald op de volgende gemiddelden: </al><al>1 indien het aantal slaapplaatsen 1 bedraagt; </al><al>1,6 indien het aantal slaapplaatsen 2 bedraagt; </al><al>2,2 indien het aantal slaapplaatsen 3 bedraagt; </al><al>2,8 indien het aantal slaapplaatsen 4 bedraagt; </al><al>3,2 indien het aantal slaapplaatsen 5 bedraagt; </al><al>3,6 indien het aantal slaapplaatsen 6 bedraagt; </al><al>4,2 indien het aantal slaapplaatsen 7 bedraagt; </al><al>4,5 indien het aantal slaapplaatsen 8 bedraagt; </al><al>4,7 indien het aantal slaapplaatsen 9 bedraagt; </al><al>de helft van het aantal slaapplaatsen indien het aantal slaapplaatsen 10
                            of meer bedraagt;</al><al>c.kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen en vaartuigen op niet
                            vaste ligplaatsen bepaald op de volgende gemiddelden: 2 indien het
                            aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt; 3,5 indien het aantal
                            slaapplaatsen meer dan 3 bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
                            overnacht wordt:</al><al>a.ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, niet
                            beroepsmatig verhuurde ruimten, danwel kampeeronderkomens op vaste
                            standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt
                            mogen worden gedurende:</al><al>-het seizoen bepaald op 70;</al><al>-het gehele jaar bepaald op 80;</al><al>b.vaartuigen op vaste ligplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of
                            slechts gebruikt kunnen worden gedurende:</al><al>-het seizoen bepaald op 50;</al><al>-het gehele jaar bepaald op 60;</al><al>c.kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen en vaartuigen op niet
                            vaste ligplaatsen bepaald op 365.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen en het aantal
                            vaartuigen niet gelegen op een vaste ligplaats worden vastgesteld op het
                            gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij
                            iedere telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee
                            maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>opteren voor niet-forfaitaire heffingsgrondslag</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6, wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de heffingsgrondslag
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien uit door hem
                        over te leggen bescheiden blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet
                        van artikel 6, berekende aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>tarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting € 1,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>vrijstelling</titel></kop><lid><lidnr/><al>De belasting wordt niet geheven terzake van het houden van verblijf door
                            degene, die:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Als verpleegde of verzorgde in een van overheidswege erkende inrichting
                            tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
                            hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Als de gebruiker van een woonwagen of woonschip als bedoeld in de
                            Woonwagenwet (Stb. 1968, 98), onderscheidenlijk in de Wet op woonwagens
                            en woonschepen (Stb. 1918, 492), daarin verblijft;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Als verpleegde, verzorgde, verpleger of verzorger aan boord van een
                            vaartuig, dat is ingericht en gebruikt wordt tot verpleging of
                            verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden
                            van dagen, verblijft;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>aan boord van een kano, roei- of volgboot verblijft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>aangiftebiljet</titel></kop><al>Het formulier van het aangiftebiljet wordt bij afzonderlijk raadsbesluit
                        vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>aangifte</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De voor het doen van aangifte te stellen termijn en de voor de aanmaning
                            tot het doen van aangifte in acht te nemen termijn belopen tenminste
                            veertien dagen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De belastingplichtige, aan wie niet binnen een maand na afloop van het
                            belastingjaar een aangiftebiljet is uitgereikt, is gehouden binnen
                            veertien dagen na afloop van die maand bij burgemeester en wethouders
                            een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een
                            aangiftebiljet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd, indien het aantal overnachtingen
                        gedurende het belastingjaar minder dan tien is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>voorlopige aanslag</titel></kop><al>Na de aanvang van het belastingjaar, doch niet vóór 1 mei kan aan de
                        belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste
                        het bedrag, waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden
                        vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verplicht
                        zodra hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot verblijf biedt, zulks schriftelijk aan burgemeester en
                        wethouders te melden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>nachtverblijfregister</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden
                            per belastingjaar een vanwege de gemeente kosteloos ter beschikking
                            gesteld verblijfsregister bij te houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het nachtverblijfregister bevat met betrekking tot ieder aan wie
                            gelegenheid tot overnachten wordt verschaft gegevens tenminste
                            betreffende:</al><al>-naam en woonplaats;</al><al>-samenstelling van het gezin of de groep waarmee men reist;</al><al>-data van aankomst en vertrek;</al><al>-het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd
                            is.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd voor bepaalde
                            gevallen of groepen van gevallen van de in het eerste lid bedoelde
                            verplichting gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen, zonodig
                            onder door hen te stellen voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De ‘Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting
                            2012’ van 8 november 2011, nummer 2m, wordt ingetrokken met ingang van
                            de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                            voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            toeristenbelasting 2013”.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare
                        vergadering van25 oktober 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening>J.B. Voorhof </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. C.J.G. Luesink</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Doesburg/i162213.pdf">Raadsbesluit</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>