<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR236946_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekjournaal, 9 november 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening hondenbelasting 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=226">Gemeentewet, artikel 226</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>25 oktober 2012, nr. 11b</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-15995</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting
            2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doesburg;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25
                        oktober 2012;</al><al/><al>gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting
                            2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het houden van een hond binnen de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is de houder van een hond.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een
                            hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt
                            als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid,
                            onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen
                            lid van dat huishouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>De belasting wordt niet geheven in het geval van honden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die door de ‘Stichting sociale honden voor gehandicapten Nederland’ als
                            gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn
                            gesteld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de
                            Koninklijke politiehondenvereniging en/of van de Stichting K9 Zoekhonden
                            Menselijke Geur, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider
                            van wie de bevelen de hond gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van
                            respectievelijk de politie of de genoemde stichting te stellen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onder c, van
                            het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het
                            centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd
                            besluit;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in
                            een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van het
                            Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het
                            centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd
                            besluit;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij samen met de moederhond
                            worden gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt per belastingjaar:</al><al>a) voor een eerste hond € 41,84</al><al>b) voor een tweede hond € 62,42</al><al>c) voor iedere hond boven het aantal van twee € 93,90</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt de belasting
                            voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van
                            beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 208,95 per kennel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige
                            schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar
                            het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan
                            het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 5,00 vindt geen invordering plaats. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen hondenbelasting of andere
                            heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het
                            aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de
                            belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het
                            toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten
                            van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                            aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het
                            aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan
                            wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                            van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal
                            honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het
                            bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aangifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belastingplicht voor de hondenbelasting in de loop van het
                            belastingjaar ontstaat dan wel het aantal honden dat door de
                            belastingplichtige wordt gehouden een wijziging ondergaat, moet de
                            belastingplichtige binnen een maand na het tijdstip waarop de
                            belastingplicht is ontstaan of de wijziging van het aantal honden heeft
                            plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
                            Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk verzoeken om
                            uitreiking van een aangiftebiljet/afmeldingbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige voor de hondenbelasting aan wie niet binnen zes
                            maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een
                            aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden
                            binnen een maand na het verstrijken van die zes maanden bij de in
                            artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                            gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking
                            van een aangiftebiljet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hondenpenning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elke hond wordt, nadat het aangiftebiljet is ontvangen, kosteloos
                            een hondenpenning uitgereikt. De penning is geldig voor de duur van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is verplicht er voor te zorgen dat de
                            hondenpenning door de hond, wanneer deze zich op de openbare weg
                            bevindt, duidelijk zichtbaar wordt gedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien in de loop van de termijn van geldigheid de uitgereikte
                            hondenpenning verloren is geraakt, wordt op schriftelijke aanvraag van
                            de belastingschuldige, een nieuwe verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden de hondenpenning aan anderen af te geven of in gebruik
                            te geven of het te doen dragen door een hond, terzake waarvan de
                            hondenbelasting niet is betaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij beëindiging van de belastingplicht wordt de houder van de hond in de
                            heffing van de hondenbelasting betrokken zolang de hondenpenning niet is
                            ingeleverd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt op de
                            laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien door de belastingplichtige toestemming is verleend voor
                            automatische incasso, worden de aanslagen ingevorderd in vijf gelijke
                            termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het in het tweede lid gestelde zijn aanslagen met een
                            bedrag van minder dan € 30,00 en meer dan € 1.750,00 invorderbaar in één
                            termijn die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                            de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                            overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd
                            met de vaststelling van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en
                            tweede lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2012’
                            van 8 november 2011, nummer 2c, wordt ingetrokken met ingang van de in
                            het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                            voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking, doch niet eerder dan de in lid 3 genoemde datum.
                        </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening hondenbelasting
                            2013’.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare
                        vergadering van 25 oktober 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening>J.B. Voorhof </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. C.J.G. Luesink</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Doesburg/i162214.pdf">Raadsbesluit</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>