<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR23675_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening gemeente Midden-Delfland 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening Midden-Delfland 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 173 lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit wegslepen van voertuigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-09-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-10-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 3, 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Wegsleepverordening gemeente Midden-Delfland 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden-Delfland;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 01
                        december 2009, nr. 2009-09-05;</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede
                        lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van
                        voertuigen;</al><al>Overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg
                        staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te
                        stellen;</al><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende Wegsleepverordening gemeente Midden-Delfland
                        2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="d."><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al RVV
                                1990;</al></li><li nr="e."><al>motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid,
                                onder c van de wet;</al></li><li nr="f."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                            verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                            vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van
                        de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voor
                        zover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde
                        soorten van wegen en weggedeelten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Plaats van bewaring voertuigen en openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen:</al><lijst><li nr="a."><al>het bedrijventerrein met opstallen van Bergingsbedrijf
                                    Vreugdenhil BV, Vrij-Harnasch 118, 2635 BZ Den Hoorn;</al></li><li nr="b."><al>de gemeentewerf, Molenweide 3, Maasland;</al></li><li nr="c."><al>het terrein behorende bij elk bureau of dienstgebouw van de
                                    Nationale Politie, eenheid Den Haag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in het eerste lid onder a. en b. bedoelde
                            bewaarplaatsen worden door het college vastgesteld en van de onder c.
                            bedoelde bewaarplaats namens ons college door de Politiechef van de
                            Eenheid Den Haag van de Nationale Politie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten (exclusief de verschuldigde BTW) voor het overbrengen van
                            een voertuig met een gewicht tot en met 3500 kg naar de bewaarplaats
                            bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>Basistarief/voorrijkosten € 50,- alsmede € 200,- voor het
                                    overbrengen, indien de maatregel aanvangt op maandag tot en met
                                    vrijdag tussen 07.59 uur en 18.01 uur;</al></li><li nr="b."><al>Basistarief/voorrijkosten € 70,- alsmede € 205,- voor het
                                    overbrengen, indien de maatregel aanvangt op maandag tot en met
                                    vrijdag tussen 18.00 uur en 8.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>Basistarief/voorrijkosten € 70,- alsmede € 205,- voor het
                                    overbrengen, indien de maatregel plaats vindt op zaterdag,
                                    zondag of - in afwijking van het hiervoor onder a. bepaalde -
                                    een erkende feestdag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten (exclusief de verschuldigde BTW) voor het overbrengen van
                            een voertuig met een gewicht van meer dan 3500 kg naar de bewaarplaats
                            bedragen:</al><lijst><li nr="d."><al>€ 140,- per uur, voor het voorrijden en overbrengen, indien de
                                    maatregel aanvangt op maandag tot en met vrijdag tussen 07.59
                                    uur en 18.01 uur, met een minimum van € 140,- zijnde het
                                    basistarief/voorrijkosten;</al></li><li nr="e."><al>€ 170,- per uur, voor het voorrijden en overbrengen, aanvangt op
                                    maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 uur en 8.00 uur, met een
                                    minimum van € 170,- zijnde het basistarief/voorrijkosten;</al></li><li nr="f."><al>€ 170,- per uur, voor het voorrijden en overbrengen, indien de
                                    maatregel plaats vindt op zaterdag, zondag of - in afwijking van
                                    het hiervoor onder a. bepaalde - een erkende feestdag, met een
                                    minimum van € 170,- zijnde het basistarief/voorrijkosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten (exclusief de verschuldigde BTW) van het bewaren van een
                            voertuig met een gewicht tot en met 3500 kg bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 10,00 voor het eerste etmaal of een gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>€ 10,00 voor elk volgend etmaal of gedeelte daarvan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kosten (exclusief de verschuldigde BTW) van het bewaren
                                    van een voertuig met een gewicht van meer dan 3500 kg
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 25,00 voor het eerste etmaal of een gedeelte daarvan</al></li><li nr="b."><al>€ 25,00 voor elk volgend etmaal of gedeelte daarvan. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval
                            van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                            ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130,
                        vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1,
                        3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening Midden-Delfland
                        2010.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 08 december 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter</ondertekening><ondertekening>A.de Vos, A.J. Rodenburg</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop><vet><cursief>Bijlage bij toelichting van de
                            wegsleepverordening</cursief></vet></tussenkop><tussenkop>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het
                    verkeer</tussenkop><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:</al><tussenkop>Plaats op de weg</tussenkop><al>- a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of
                    fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie
                    artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).</al><tussenkop>Laten stilstaan</tussenkop><al>- b. een voertuig is tot stilstand gebracht:</al><lijst><li nr="1."><al>op een kruispunt, rotonde of een overweg;</al></li><li nr="2."><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;</al></li><li nr="3."><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;</al></li><li nr="4."><al>in een tunnel;</al></li><li nr="5."><al>bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de
                            geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een
                            afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient
                            voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers;</al></li><li nr="6."><al>op de rijbaan langs een busstrook;</al></li><li nr="7."><al>op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;</al></li><li nr="8."><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage
                            1 RVV 1990;</al><lijst><li nr="-"><al>op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een
                                    autosnelweg of autoweg, of -behoudens in noodgevallen - op de
                                    vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo'n weg. (Zie
                                    artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van
                                    bijlage 1 bij het RVV 1990.)</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Parkeren</tussenkop><al>- c. een voertuig is geparkeerd:</al><lijst><li nr="1."><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;</al></li><li nr="2."><al>voor een inrit of een uitrit;</al></li><li nr="3."><al>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;</al></li><li nr="4."><al>langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1
                            RVV 1990;</al></li><li nr="5."><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;</al></li><li nr="6."><al>binnen een erf, waarbij - voor zover het een motorvoertuig betreft -
                            geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn
                            aangeduid of aangewezen;</al></li><li nr="7."><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;</al></li><li nr="8."><al>zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is
                            gesteld;</al><lijst><li nr="-"><al>(Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van
                                    bijlage 1 bij het RVV 1990.)</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Bevel of aanwijzing</tussenkop><al>- d. een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een
                    aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of
                    ander persoon (Zie artikel 82 RVV 1990.).</al><tussenkop>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag</tussenkop><al>- e. een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat
                    gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg
                    wordt of kan worden gehinderd.</al><al>(Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.)</al><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de
                    algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten
                    worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig
                    is.</al><al/><al>In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990. Bestuurders van
                    voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen
                    (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hun
                    voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad.</al><al/><al>In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43,
                    tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al/><al>In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25,
                    38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al/><al>In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV
                    1990.</al><al/><al>In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994,
                    het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te
                    gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het
                    verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is
                    zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds
                    in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan
                    worden gebracht.</al><tussenkop>B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en
                    wegen</tussenkop><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
                    van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen)
                    kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:</al><lijst><li nr="a."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van
                            het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld
                            in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse
                            een parkeerverbod geldt;</al></li><li nr="b."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage
                            of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel
                            23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod
                            stil te staan geldt;</al></li><li nr="c."><al>op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al
                            dan niet met onderbord) voorzover:</al><lijst><li nr="-"><al>het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                                    voertuigen;</al></li><li nr="-"><al>het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is
                                    geparkeerd;</al></li><li nr="-"><al>het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is
                                    geparkeerd;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage,
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;</al></li><li nr="e."><al>op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                            bijlage:</al><lijst><li nr="-"><al>tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;</al></li><li nr="-"><al>tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk
                                    zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;</al></li><li nr="-"><al>die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het
                                    parkeren gebeurt met dat voertuig;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage
                            (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder
                            van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van
                            goederen;</al></li><li nr="g."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor
                            zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al></li><li nr="h."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en
                            bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het
                            voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;</al></li><li nr="i."><al>in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die
                            bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren).</al></li></lijst><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de
                    wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij de
                    verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd een
                    specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten worden
                    weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de
                    gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer locaties
                    denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht
                    zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of belemmering van de
                    doorstroming van het verkeer. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van
                    voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten
                    voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen
                    en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten zijn eerder onder a tot en
                    met i nader aangeduid. </al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop><vet>Toelichting algemeen</vet></tussenkop><al>De landelijke regeling met betrekking tot het wegslepen van voertuigen is
                    geactualiseerd bij wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de
                    wijziging van de wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen
                    van voertuigen in werking. Artikel 170 tot en met 173 WVW 1994 zijn geheel
                    vervangen door nieuwe bepalingen. </al><al>Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeenten het
                    volgende in.</al><tussenkop>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen</tussenkop><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de
                    burgemeester, maar van het gehele college van burgemeester en wethouders. Het
                    wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van
                    bestuursdwang. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn algemene regels
                    gesteld over de toepassing van bestuursdwang.</al><al>Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van
                    voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit de Awb niet van
                    toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op
                    grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.</al><tussenkop>Uitgebreide werking</tussenkop><al>Op grond van de oude WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen worden
                    weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het
                    verkeer of het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. Op grond van de herziene
                    regeling in de WVW 1994 en het daarop gebaseerde Besluit wegslepen van
                    voertuigen is het laatstgenoemde criterium uitgebreid. Zowel de VNG als een
                    aantal grote(re) gemeenten hebben hier sterk op aangedrongen bij zowel het
                    ministerie van Verkeer en Waterstaat als de Tweede Kamer. Er zijn immers meer
                    locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder
                    dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding
                    is. Direct optreden tegen dergelijke fout geparkeerde voertuigen kan in bepaalde
                    gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd
                    parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen,
                    voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader
                    worden aangewezen in een gemeentelijke verordening voordat gemeenten gebruik
                    kunnen maken van deze bevoegdheid.</al><al>In zowel in de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet zonder
                    meer kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt
                    voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient
                    per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het
                    desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig
                    dat om 4.00 uur 's nachts in strijd met een van de genoemde criteria is
                    geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In
                    zo'n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar
                    doorgaans volstaan.</al><tussenkop>Verordening In artikel 170 e.v.</tussenkop><al>WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van burgemeester en
                    wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van
                    voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is
                    neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer
                    de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de
                    toepassing van deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de wet
                    wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden
                    gesteld over:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden
                            bewaard;</al></li><li nr="2."><al>de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het
                            wegslepen en</al></li></lijst><al>bewaren van voertuigen;</al><al>3.de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van artikel
                    170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden weggesleept.</al><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere
                    regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor
                    genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en
                    wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door
                    het college van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel
                    van beleidsregels).</al><tussenkop>Wegsleepwaardige overtredingen</tussenkop><al>Zoals hiervoor reeds aangegeven mochten op grond van de bepalingen uit de oude
                    WVW 1994 op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang
                    van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van
                    invalidenparkeerplaatsen. In vele bestaande wegsleepregelingen van de
                    burgemeester is concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een
                    wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de
                    delictsomschrijvingen uit de WVW 1994 of het RVV 1990. Zo'n aanpak kan uit
                    praktisch oogpunt wellicht wenselijk zijn omdat degene die met de uitvoering van
                    de wegsleepregeling is belast, direct uit de regeling kan afleiden of een
                    voertuig mag worden weggesleept. Toch hebben wij gemeend bij het opstellen van
                    een wegsleepverordening voor een andere aanpak te moeten kiezen. Enerzijds omdat
                    een gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer in de
                    verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen
                    worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994
                    kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt overtreden én
                    waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de veiligheid op de weg of</al></li><li nr="b."><al>de vrijheid van het verkeer of</al></li><li nr="c."><al>het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</al></li></lijst><al>zonder meer worden weggesleept.</al><al>Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de
                    wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar
                    aansluiten. Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in
                    eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijk wordt
                    gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ook dat zaken niet dubbel moeten worden
                    geregeld. Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van
                    de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepverordening moeten worden aangepast. Om
                    die redenen hebben wij ervoor gekozen om de delictsomschrijvingen niet in de
                    verordening op te nemen, maar te volstaan met een wegsleepverordening waarin
                    alleen zaken zijn geregeld die aanvullend moeten en kunnen regelen.</al><al>Om houvast te bieden bij de toepassing van de wegsleepverordening hebben wij in
                    een bijlage bij deze toelichting aangegeven in welke concrete gevallen er sprake
                    kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de
                    wegenverkeerswetgeving.</al><al>Tot slot wijzen wij nog op het bepaalde in artikel 170, zesde lid WVW 1994.
                    Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de
                    rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging wordt
                    begonnen. In de wet wordt niet expliciet aangegeven wanneer met de overbrenging
                    wordt begonnen. In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaan dat pas met de
                    overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het
                    wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig
                    meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende
                    alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten dienen te
                    vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het
                    sleepvoertuig en administratieve kosten.</al><tussenkop><vet><cursief>Artikelsgewijze
                    toelichting</cursief></vet></tussenkop><tussenkop><cursief>Artikel 1</cursief></tussenkop><al><cursief>Begripsomschrijvingen</cursief></al><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze
                    verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich.
                    Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.</al><tussenkop>Ad d. Voertuig</tussenkop><al>Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, onder al RVV 1990 is omschreven, is
                    ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen, maar ook fietsen en
                    bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze voertuigen vallen
                    derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in de APV is een
                    bepaling opgenomen over de verwijdering van fietsen en bromfietsen van de
                    openbare weg (zie artikel 5.1.11). Deze bepaling is aanvullend op wat de
                    wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In de APV spelen namelijk andere
                    belangen een rol, zoals de openbare orde en veiligheid, het uiterlijk aanzien en
                    de openbare gezondheid.</al><tussenkop>Ad e. Motorrijtuig</tussenkop><al>Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat artikel 5 van de
                    wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.</al><al>Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                    verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden
                    van wegen en weggedeelten</al><al><cursief>Artikel 2</cursief></al><al><cursief>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                        verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                        vrijhouden van wegen en weggedeelten</cursief></al><al/><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is gememoreerd, is de
                    bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het
                    wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de
                    vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen.
                    Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente
                    gebruik worden gemaakt. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994
                    bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In
                    artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke
                    soorten van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere
                    gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens,
                    parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke. Het
                    is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten
                    aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze
                    bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst van de verordening is de ruimste
                    variant opgenomen: alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente zijn
                    aangewezen. In deze varianten kiest de gemeente er dus voor om in alle delen van
                    de gemeente voertuigen weg te slepen die op taxistandplaatsen,
                    gehandicaptenparkeerplaatsen en dergelijke staan. Kortom, een voertuig kan in
                    het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten slechts worden
                    weggesleept wanneer deze wegen en weggedeelten én behoren tot de soorten van
                    wegen en weggedeelten, zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van
                    voertuigen, én zijn aangewezen in de wegsleepverordening.</al><al>Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals
                    in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan
                    tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens
                    moeten worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in
                    bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien
                    bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- en loshaven wordt
                    geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaal
                    gesproken niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas mogen
                    worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer opengaan of enige tijd
                    daarvoor.</al><tussenkop><cursief>Artikel 3 </cursief></tussenkop><tussenkop><cursief>Plaats bewaring voertuigen en
                        openingstijden</cursief></tussenkop><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de redactie van artikel
                    173, tweede lid WVW 1994 moet(en) de plaats(en) van bewaring van voertuigen door
                    de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en
                    wethouders is niet mogelijk. In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat
                    de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de
                    openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring
                    van voertuigen. De openingstijden kunnen wel nader door het college van
                    burgemeester en wethouders worden vastgesteld omdat ze niet expliciet genoemd
                    zijn in artikel 173 WVW 1994. Eventueel kunnen ze ook in de verordening zelf
                    worden opgenomen, maar dan zullen ze doorgaans minder flexibel zijn. Het is
                    raadzaam om de locatie(s) van de bewaarplaats(en) zodanig te kiezen dat ze ook
                    goed bereikbaar is (zijn), bijvoorbeeld met het openbaar vervoer, voor de mensen
                    die hiermee te maken krijgen. Ook de openingstijden dienen redelijk ruim te
                    worden gekozen. Openstelling van de bewaarplaats(en) alleen gedurende werkdagen
                    lijkt niet voldoende omdat iemand hierdoor onevenredige schade kan lijden, die
                    mogelijk op de gemeente wordt verhaald.</al><tussenkop><cursief>Artikel 4</cursief></tussenkop><tussenkop><cursief>Kosten overbrengen en bewaren
                        voertuigen</cursief></tussenkop><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld
                    welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring
                    stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij
                    niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het
                    wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten die
                    verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht
                    om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze
                    voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke.</al><al>In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal
                    inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de
                    kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de
                    bewaring van deze voertuigen anderzijds. Uiteraard dienen de opgenomen kosten
                    wel in overeenstemming te zijn met de genoemde kostencomponenten. De gemeente
                    dient uiteraard wel voor zichzelf en eventueel derden inzicht te hebben in de
                    wijze waarop de genoemde kosten zijn berekend. Deze berekening zal ook in
                    eventuele bezwaar- en beroepsprocedures de gerechtelijke toets moeten kunnen
                    doorstaan.</al><al>In het tweede lid van deze bepaling, waarin de kosten van bewaring van
                    voertuigen worden geregeld, wordt het begrip 'etmaal' gebruikt. Het etmaal,
                    zoals hier bedoeld, begint op het moment van in bewaring nemen van een voertuig
                    en eindigt 24 uur later.</al><tussenkop><cursief>Artikel 5</cursief></tussenkop><tussenkop><cursief>Overbrengen en in bewaring stellen van
                        motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of
                        rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare
                        kentekenplaat</cursief></tussenkop><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
                    nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te
                    laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier
                    gedoeld op:</al><lijst><li nr="-"><al>het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat
                            iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was
                            van drogerende stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164
                            WVW 1994);</al></li><li nr="-"><al>de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk
                            zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat
                            motorrijtuig niet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld
                            worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan
                            situaties dat er sprake kan zijn van het 'knoeien' met kentekens in
                            geval van autodiefstal.</al></li></lijst><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan
                    ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om
                    een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt.</al><al>Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X.
                    Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige toepassing
                    verklaard. Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de artikelen over de
                    bewaarplaats(en) van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van
                    overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van
                    overeenkomstige toepassing te verklaren.</al><tussenkop><cursief>Artikel 6</cursief></tussenkop><tussenkop><cursief>Inwerkingtreding</cursief></tussenkop><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich. Eventueel kan de inwerkingtreding op een nader
                    door het college van burgemeester en wethouders te bepalen datum
                    plaatsvinden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>