<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR23590_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cranendonck</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-03-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cranendonck</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad de grenskoerier, woensdag 11 februari 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, artikel 7, 8, 10 lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 34, 35, 36</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-09-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK</vet></al><al/><al>Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de
                        gemeente Cranendonck d.d. 2 december 2008 </al><al/><al>Gelet op de artikelen 7 en 8 en 10, tweede lid, van de Wet werk en bijstand,
                        de artikelen 34, 35 en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de bepalingen van de
                        Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;</al><al/><al>gelet op de EG-verordening Werkgelegenheidssteun (nr. 2204/2002, Pb EG 2002,
                        L 337/3) en de EG-verordening de minimissteun (nr. 69/2001, Pb EG 2001, L
                        10/30), alsmede de Beleidsaanbeveling van belang voor het opstellen van de
                        gemeentelijke reïntegratieverordeningen in het kader van de Wet Werk en
                        Bijstand (Verzamelcirculaire SZW, april 2004), </al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is het aanbieden van
                        reïntegratievoorzieningen bij verordening te regelen;</al><al/><al><vet>B E S L U I T</vet></al><al/><al>Vast te stellen de</al><al/><al><vet>Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2009 </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Uitkeringsgerechtigde: personen met een uitkering ingevolge de
                                    Wet werk en bijstand, de IOAW of de IOAZ; </al></li><li nr="b."><al>Anw-ers: personen met een uitkering volgens de Algemene
                                    nabestaandenwet die als ingeschreven zijn bij het CWI; </al></li><li nr="c."><al>Nuggers: personen die als werkzoekenden zijn geregistreerd bij
                                    de Centrale organisatie werk en inkomen en die geen
                                    uitkeringsgerechtigden zijn; </al></li><li nr="d."><al>Jongeren: uitkeringsgerechtigde, Anw-ers en Nuggers niet ouder
                                    dan 22 jaar; </al></li><li nr="e."><al>Voorzieningen: een voorziening bedoeld in artikel 7eerste lid
                                    onder a van de wet, deze Verordening en het beleidsplan als
                                    bedoeld in artkel 3 eerste lid; </al></li><li nr="f."><al>De wet: de Wet werk en bijstand; </al></li><li nr="g."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="h."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li><li nr="i."><al> AWB: de Algemene wet bestuursrecht; </al></li><li nr="j."><al>Werknemers in gesubsidieerde arbeid: werknemers als bedoeld in
                                    artikel 10, tweede lid van de wet; </al></li><li nr="k."><al>Arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling zoals bedoeld in
                                    artikel 6 onder b van de wet;</al></li><li nr="l."><al>Participatie: arbeidsinschakeling in maatschappelijk nuttige
                                    activiteiten voor personen die op persoonlijke gronden niet in
                                    aanmerking komen voor arbeidsinschakeling zoals bedoeld in
                                    artikel 6 onder b van de wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>2 Beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>2 Opdracht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt aan belanghebbenden tot 65 jaar, aan personen met
                                een nabestaanden- of halfwezenuitkering, niet-uitkeringsgerechtigden
                                alsmede personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet,
                                ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het
                                college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die
                                arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de wet is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden
                                van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt,
                                waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet
                                op de mogelijkheden en capaciteiten van de belanghebbenden, het
                                meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan
                                ondersteuning en voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>3 Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitkeringsgerechtigden, Anw-ers, Nuggers evenals personen als
                                bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet, hebben aanspraak op
                                ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van
                                het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet een aanbod dat past binnen de criteria die gesteld
                                zijn in deze Verordening en het besluit reïntegratiesubsidies</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>3 Voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>4 Algemene bepalingen over voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het beleidsplan wordt vastgelegd welke voorzieningen het college
                                in ieder geval kan aanbieden evenals de voorwaarden die daarbij
                                gelden voor zover daarover in deze Verordening geen nadere
                                bepalingen zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
                                uit de wet en deze Verordening, aan een voorziening nadere
                                verplichtingen verbinden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de persoon die aan een voorziening deelneemt zijn
                                        verplichting als bedoeld in artikel 9, 17 en 55 van de wet
                                        niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
                                        doelgroep van de wet;</al></li><li nr="c."><al>indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
                                        waarbij geen gebruikwordt gemaakt van deze voorziening;
                                    </al></li><li nr="d."><al>indien naar het oordeel van het college de voorziening
                                        onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de
                                voorzieningen, bedoeld in artikel 9 tot en met 19 met inachtneming
                                van wat daarover in het beleidsplan is bepaald, nadere regels
                                stellen. Deze regels kunnen in iedere geval betrekking hebben
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;De
                                        weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>De intrekking of wijziging van de subsidieverlening of
                                        –vaststelling;</al></li><li nr="c."><al>De aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en
                                        premies;</al></li><li nr="d."><al>De betaling van subsidies en het verlenen van
                                        voorschotten;</al></li><li nr="e."><al>Het vragen van een eigen bijdrage;</al></li><li nr="f."><al>Overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het
                                        verstrekken van subsidies.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><titel>1 Werken met behoud van uitkering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>5 Work first/ Leerwerkstages</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a en d
                                voor een bepaalde duur een leerwerkstage aanbieden, gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a en d
                                voor een bepaalde duur een leerwerkstage aanbieden, gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een schriftelijke overeenkomst worden tenminste vastgelegd: het
                                doel van de leerwerkstage, evenals de wijze waarop de begeleiding
                                plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>6 Sociale activering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan uitkeringsgerechtigden, activiteiten aanbieden
                                in het kader van sociale activering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van
                                maatschappelijke nuttige activiteiten ter voorbereiding op een
                                traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen
                                van sociaal isolement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>7 Proefplaatsingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a
                                en d, voor een bepaalde duur een proefplaatsing aanbieden, gericht
                                op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De proefplaatsing heeft als doel de belanghebbende, met behoud van
                                een bijstandsuitkering, te laten wennen aan aspecten die samenhangen
                                met de te verrichten specifieke werkzaamheden in betaalde
                                arbeid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><titel>2 Gesubsidieerde arbeid </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>8 Jongerenbanen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                persoon bedoeld inartikel 1 lid d een arbeidsovereenkomst sluiten
                                gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vorige lid is eveneens van toepassing op personen jonger dan 23
                                jaar die behoren totde categorie genoemd in artikel 3 lid 3 van het
                                “Overgangsbesluit loonkostensubsidies op grond van de ID regeling,
                                WIW diensbetrekkingen en WIW werkervaringsplaatsen”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van de
                                duur van de subsidies, de hoogte, en de verplichtingen die aan de
                                subsidie worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het opstellen van het in lid 3 genoemde uitvoeringsbesluit zal
                                de ministeriëlebeleidsaanbeveling betreffende loonkostensubsidie en
                                Europese regelgeving in acht worden genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>9 Vangnetbanen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                persoon bedoeld in artikel 1 lid a een arbeidsovereenkomst sluiten
                                gericht op arbeidsinschakeling</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vorige lid is eveneens van toepassing op personen van 23-65 jaar
                                die behoren tot de categorie genoemd in artikel 3 lid 3 van het
                                “Overgangsbesluit loonkostensubsidies op grond van de ID regeling,
                                WIW dienstbetrekkingen en WIW werkervaringsplaatsen”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij uitvoeringsbesluit stelt het dollege regels ten aanzien van de
                                duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de
                                subsidie worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het opstellen van het in lid 3 genoemde uitvoeringsbesluit zal
                                de ministeriële beleidsaanbeveling inzake loonkostensubsidie en
                                Europese regelgeving in acht worden genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>10 Participatiebanen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidie verstrekken aan werkgevers die met een
                                persoon bedoeld in artikel 1 lid a en d een arbeidsovereenkomst
                                sluiten gericht op werk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vorige lid is eveneens van toepassing op personen die behoren
                                tot de categorieën genoemd in artikel 2 lid 2 en artikel 3 lid 3 van
                                het “Overgangsbesluit loonkostensubsidies op grond van de ID
                                regeling, WIW dienstbetrekkingen en WIW werkervaringsplaatsen”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij uitvoeringsbesluit stelt het dollege regels ten aanzien van de
                                duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de
                                subsidie worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Minimaal eenmaal per jaar wordt in overleg met de werknemer en
                                werkgever bezien welke mogelijkheden er voor de werknemer zijn voor
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het opstellen van het in lid 3 genoemde uitvoeringsbesluit zal
                                de ministeriële beleidsaanbeveling inzake loonkostensubsidie en
                                Europese regelgeving in acht worden genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>11 Doorstroomsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de werkgever, die tijdens of aansluitend aan de
                                periode dat dewerknemer een jongerenbaan, een vangnetbaan of een
                                participatiebaan heeft, een subsidie geven, indien deze werkgever de
                                werknemer in een dienstverband voor onbepaalde tijd aannneemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de
                                hoogte van dedoorstroomsubsidie en het tijdstip waarop de subsidie
                                zal worden uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>12 Overgangsregeling bestaande subsidie</titel></kop><al>Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van
                            bestaande gesubsidieerde arbeid zoals WIW dienstbetrekkingen en WIW
                            werkervaringsplaatsen alsmede ten aanzien van loonkostensubsidies in het
                            kader van de ID-regeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><titel>3 Overige voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>13 Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op
                                arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde scholing kan aangeboden worden in de
                                vorm van een subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de
                                noodzakelijkheid van scholing, de duur van de studie, de maximale
                                kosten en de eventuele aanvullende voorwaarden die aan de
                                voorziening verbonden worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>14 Activeringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan personen bedoeld in artikel 1 sub a een
                                activeringssubsidie toekennen indien deze personen:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde
                                        arbeid aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al>deelnemen aan sociale activering als bedoeld in artikel
                                        9.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de
                                doelgroepen en de hoogte van de subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>15 Vrijlating inkomsten</titel></kop><al>Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de
                            vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals bedoeld in artikel 31, tweede
                            lid onder o van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>16 Overige subsidies</titel></kop><al>Het college kan een subsidie verstrekken voor kosten die gemaakt zijn in
                            het kader van de arbeidsinschakeling. Het gaat in ieder geval om:</al><lijst><li nr="a."><al>reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>kosten voor kinderopvang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><titel>4 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>17 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze Verordening, indien toepassing van de
                            Verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>18 Citeerartikel</titel></kop><al>Deze Verordening kan worden aangehaald als Reïntegratieverordening Wet
                            werk en bijstand 2009. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>19 Inwerkingtreding</titel></kop><al>De Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2009 treedt in werking
                            met ingang van 1 februari 2009. De voorgaande Reïntegratieverordening
                            Wet werk en bijstand 2006 van de gemeente Cranendonck komt hiermee te
                            vervallen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Cranendonck</ondertekening><ondertekening>in de openbare vergadering d.d. 27-01-2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>Mr. S.B.J. Backus</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>B.P. Meinema</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><titel>Toelichting per artikel</titel></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>Bij de begripsbepalingen in deze Verordening wordt zoveel mogelijk aangesloten
                    bij de begripsbepalingen uit de Wet werk en bijstand.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Opdracht college</vet></al><al>Lid 1:</al><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college vormgegeven analoog aan artikel
                    7 van de WWB. Hiervoor is gekozen uit oogpunt van de kenbaarheid en
                    consistentie. Door tevens de personen genoemd in artikel 10 lid 2 van de wet op
                    te nemen biedt dit artikel de mogelijkheid aan het college om uitstroom uit
                    bestaande gesubsidieerde arbeid zoals ID-banen en WIW dienstbetrekkingen te
                    stimuleren. Door artikel 40 lid 1 van overeenkomstige toepassing te verklaren
                    worden de voorzieningen alleen voor inwoners van Cranendonck toegankelijk.</al><al/><al>Lid 2:</al><al>Het tweede lid is de vertaling van de opdracht uit de WWB dat de gemeente
                    evenwichtige aandacht aan de diverse doelgroepen moet besteden, en rekening moet
                    houden met de combinatie arbeid en zorg. In het beleidsplan, maar voornamelijk
                    in de uitvoering komt vervolgens tot uiting hoe dit punt uitgewerkt wordt.</al><al/><al>Lid 3:</al><al>Het derde lid geeft het college de specifieke opdracht een zodanig aanbod van
                    voorzieningen te realiseren, dat zoveel mogelijk personen ondersteund kunnen
                    worden.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Aanspraak op ondersteuning</vet></al><al>Lid 1:</al><al>De WWB stelt niet zo expliciet dat de aanspraak op voorzieningen in de
                    Verordening geregeld moet worden. Immers, het is ook al in de WWB zelf geregeld.
                    Eveneens uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie is ervoor gekozen een
                    algemene bepaling over de aanspraak op te nemen.</al><al/><al>Lid 2:</al><al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de cliënt en de criteria die gehanteerd worden bij het aanbieden
                    van voorzieningen. Daarbij wordt verwezen naar elk document waarin die criteria
                    geformuleerd kunnen worden.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Algemene bepalingen over voorzieningen</vet></al><al>Lid 1:</al><al>Dit artikel dient ertoe enkele zaken te regelen die te maken hebben met alle
                    voorzieningen, ook die voorzieningen die niet voornamelijk in de Verordening
                    zijn opgenomen. Het eerste lid geeft daarom aan dat de Verordening geen
                    uitputtende opsomming van voorzieningen bevat.</al><al/><al>Lid 2:</al><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening nadere
                    verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard zijn. Zo
                    kan bepaald worden dat de belanghebbenden gedurende het traject op gezette
                    tijden met de consulent de voortgang bespreekt.</al><al/><al>Lid 3:</al><al>Het derde lid geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in
                    welke gevallen zij dat kan doen. Onder beëindiging wordt hierbij ook verstaan
                    het stopzetten van subsidie aan een werkgever.</al><al/><al>Lid 4:</al><al>Het vierde lid geeft aan het college de algemene bevoegdheid om voor
                    voorzieningen nadere regels vast te stellen. Dit heeft voornamelijk tot doel om
                    bij subsidieverstrekkingen de uitvoering zoveel mogelijk aan het college over te
                    laten. De bepaling over het vragen van een eigen bijdrage heeft betrekking op de
                    doelgroep Nuggers. Immers, van de groep is het niet vanzelfsprekend dat zij op
                    een laag inkomstenniveau zitten. Het vragen van een eigen bijdrage, eventueel
                    gerelateerd aan de hoogte van het inkomen, kan dan op zijn plaats zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Work First/ Leerwerkstages</vet></al><al>Work First is een containerbegrip. Dit wil zeggen dat Work First diverse vormen
                    van ondersteuning in zich heeft. Er wordt gestreefd om personen die zich melden
                    op het CWI, en een WWB-uitkering aanvragen, of die al hebben, zo snel mogelijk
                    in beeld te krijgen en een adequaat aanbod richting werk te doen. Dat geldt ook
                    voor een mogelijk vervolgtraject. De kern van de Work First aanpak is duidelijk:
                    zorg er als gemeente voor dat bijstandsgerechtigden zo snel mogelijk terugkeren
                    naar een reguliere baan en zorg ervoor dat bijstandsgerechtigden die ondanks
                    alle inspanningen niet aan een reguliere baan kunnen komen via vormen van
                    onbetaald of gesubsidieerd werk aan de slag gaan en zo alsnog (op termijn)
                    doorstromen naar regulier werk.</al><al/><al>Voor de termen leerwerkstage is gekozen om te benadrukken dat het gaat om een
                    soort scholingsinstrument: niet de arbeid zelf, maar het leren werken staat
                    centraal. De voorwaarden waaronder de leerwerkstage aangeboden wordt mogen niet
                    de navolgende voorwaarden zijn omdat er volgens het arbeidsrecht dan sprake is
                    van een arbeidsovereenkomst:</al><lijst><li nr="-"><al>een persoonlijke verplichting om arbeid te verrichten;</al></li><li nr="-"><al>arbeid wordt verricht onder gezag van een ander;</al></li><li nr="-"><al>die ander betaalt voor de arbeid een bepaald bedrag aan loon;</al></li><li nr="-"><al> de arbeid wordt verricht gedurende enige tijd.</al></li></lijst><al/><al>De hoge raad heeft bepaald dat er bij leerwerkstages weliswaar sprake is van het
                    persoonlijk verrichten van arbeid, maar dat dit overwegend gericht is op het
                    uitbreiden van de kennis en ervaring van de werknemer. Daarnaast is bij een
                    werkstage in de regel geen sprake van beloning. Er kan slechts een
                    onkostenvergoeding worden gegeven, maar daarbij moet dan ook daadwerkelijk
                    sprake zijn van een vergoeding van gemaakte kosten.</al><al/><al>Lid 1:</al><al>Het eerste lid van artikel 5 geeft de algemene bepaling voor het aanbieden van
                    een werkstage.</al><al/><al>Lid 2:</al><al>Het tweede lid geeft nog eens specifiek aan wat het doel is van de werkstage, om
                    het verschil met een normale arbeidsverhouding aan te geven. Dit is voornamelijk
                    van belang om te voorkomen dat de cliënt claimt dat sprake is van een
                    arbeidsovereenkomst, en bij de rechter loonbetaling afdwingt. In de
                    leerwerkstage gaat het erom dat de persoon leert werken in een arbeidsrelatie.
                    Hij kan wennen aan aspecten als gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken
                    met collega’s.</al><al/><al>Lid 3:</al><al>In het derde lid wordt bepaald dat er voor de werkstage een schriftelijke
                    overeenkomst (stageovereenkomst) wordt opgesteld. Hierin kan expliciet het doel
                    van de stage worden opgenomen, evenals de wijze van begeleiding. Door deze
                    schriftelijke overeenkomst kan nog eens gewaarborgd worden dat het bij een
                    werkstage niet gaat om een reguliere arbeidsverhouding.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Sociale activering</vet></al><al>Lid 1:</al><al>Volgens de WWB dient ook sociale activering uiteindelijk gericht te zijn op
                    arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is arbeidsinschakeling echter een
                    te hoog gegrepen doel. Voor deze personen staat dan ook niet reïntegratie, maar
                    participatie voorop.</al><al/><al>Lid 2:</al><al>In het tweede lid, dat een omschrijving geeft van het begrip ‘sociale
                    activering’, komt dit tot uitdrukking in de bepaling dat deze voorziening ook
                    gericht kan zijn op het voorkomen van sociaal isolement.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Proefplaatsingen</vet></al><al>Om de belemmeringen bij de werkgevers weg te nemen ten aanzien van het in dienst
                    nemen van personen die langdurig uit het arbeidsproces zijn kan het college aan
                    een uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 1 onderdeel a en d, een
                    proefplaatsing aanbieden. Dit houdt in dat deze persoon voor die periode met
                    behoud van uitkering bij de werkgever gaat werken. Het moet wel gaan om
                    werkgevers die daadwerkelijk de intentie hebben om een dienstverband aan te gaan
                    maar die in de dagelijkse praktijk willen toetsen of de uitkeringsgerechtigde
                    geschikt is.</al><al/><al><vet>Artikel 8,9,10: Jongerenbanen en Vangnetbanen</vet></al><al>Participatiebanen zijn banen (veelal in de collectieve sector) voor personen
                    waarvan is vastgesteld dat er geen of nagenoeg geen perspectief is op reguliere
                    arbeid. De WWB geeft weliswaar aan dat gesubsidieerde arbeid geen einddoel meer
                    kan zijn maar toch kan de situatie zich voordoen dat ervoor gekozen wordt om
                    personen, waarvoor dat nodig blijkt te zijn, een langduriger vorm van
                    gesubsidieerde arbeid aan te bieden. Deze loonkostensubsidie is weliswaar
                    primair een participatie-instrument dat meerdere jaren in beslag kan nemen, dat
                    betekent niet dat de bemoeienis van de gemeente op hoeft te houden na het
                    plaatsen van de werknemer. Daarnaast gaat de WWB ervan uit dat ook deze
                    werknemer uiteindelijk uit moet stromen naar reguliere, niet-gesubsidieerde
                    arbeid. Daarom is in et derde lid de bepaling opgenomen dat minimaal eens per
                    jaar in overleg met de werknemer en de werkgever wordt bezien welke
                    mogelijkheden daartoe aanwezig zijn. Door een verwijzing naar de ministeriële
                    beleidsaanbeveling op te nemen wordt voorkomen dat jaarlijks een verslag
                    betreffende loonkostensubsidies naar de Europese Commissie moet worden
                    verzonden.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Doorstroomsubsidie</vet></al><al>Het college kan, als extra stimuleringsmiddel, aan de werkgever een subsidie
                    verstrekken wanneer zij een persoon, die in een jongerenbaan, een vangnetbaan of
                    een participatiebaan werkzaam is, in een reguliere dienstbetrekking aanneemt.
                    Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om daartoe nadere regels te
                    stellen.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Overgangsregeling</vet></al><al>Op het moment van ingang van deze Verordening zijn een aantal personen werkzaam
                    in dienstbetrekkingen en werkervaringsplaatsen ingevolge de Wet Inschakeling
                    Werkzoekenden en in ID-banen. De Wet Inschakeling Werkzoekenden en de ID
                    regeling zijn per 1 januari 2004 vervallen en dit artikel regelt de overgang van
                    bestaande “gevallen” naar de Verordening c.q. het Besluit
                    Reïntegratiesubsidies.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Scholing</vet></al><al>Scholing is bij uitstek een maatwerkinstrument. Daarom wordt in het derde lid
                    slechts een aantal randvoorwaarden geformuleerd. Het tweede lid geeft aan dat de
                    scholing zowel aangeboden kan worden als voorziening die door de gemeente
                    ingekocht kan worden, als in de vorm van een subsidie. Dit laatste kan van
                    belang zijn indien een cliënt op eigen initiatief met een vorm van scholing komt
                    die door het college noodzakelijk wordt geacht, maar die niet bestaat binnen het
                    reguliere scholingsaanbod van de gemeente.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Activeringssubsidies</vet></al><al>In de wet is in art. 31 lid 2 sub j geregeld dat jaarlijks een activeringspremie
                    van maximaal € 1994,00 kan worden verstrekt. In deze Verordening wordt het
                    verstekken van subsidies in algemene zin geregeld: de criteria en de doelgroepen
                    worden omschreven in een door het college vast te stellen
                    uitvoeringsbesluit.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Vrijlating inkomsten</vet></al><al>In art. 31 tweede lid onder o van de Wwb wordt de mogelijkheid van een
                    inkomstenvrijlating geregeld. Ter beoordeling aan het college is gelaten in
                    hoeverre de werkzaamheden bijdragen aan de arbeidsinschakeling. Daartoe zullen
                    zij uitvoeringsregels moeten opstellen.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Overige subsidies</vet></al><al>Ter stimulering van de arbeidsinschakeling zullen subsidies mogelijk zijn die
                    randvoorwaarden betreffen op het gebied van arbeidsinschakeling. Een tweetal
                    voorbeelden zijn daartoe in dit artikel opgenomen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>