<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR23562_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening gemeente Papendrecht 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Papendrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">PN 24-2-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening gemeente Papendrecht 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/002</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>regels voor niet-correctieve raadplegende en raadgevende referenda.</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening gemeente Papendrecht 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Raad: de gemeenteraad van Papendrecht;</al></li><li nr="b."><al>College: het College van Burgemeester en Wethouders van
                                    Papendrecht;</al></li><li nr="c."><al>Referendum: een raadplegende volksstemming waarbij de kiezers
                                    zich uitspreken over een ontwerpraadsbesluit; </al></li><li nr="d."><al>Kiesgerechtigden: de ingezetene van de gemeente Papendrecht, die
                                    kiesgerechtigd is op de drieënveertigste (43<sup>e</sup>)dag
                                    voorafgaand aan de dag waarop een referendum wordt gehouden;
                                    kiesgerechtigd is degene die staat ingeschreven in de
                                    gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de
                                    gemeente Papendrecht en kiesgerechtigd is voor de verkiezingen
                                    van de leden van de raad;</al></li><li nr="e."><al>Reglement van orde: het Reglement van orde voor de vergaderingen
                                    en andere werkzaamheden van de gemeenteraad;</al></li><li nr="f."><al>Ontwerpraadsbesluit: een aan de raad ter besluitvorming
                                    voorgelegd voorstel.</al></li><li nr="g."><al>Beleidsvoornemen: een door het College van Burgemeester en
                                    Wethouders genomen bekendgemaakt besluit, strekkende tot het
                                    voornemen te bevorderen dat een besluit van de raad tot stand
                                    komt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Raadplegend</titel></kop><al>De verordening geeft regels voor het houden van een niet-correctieve
                            raadplegende en raadgevende referenda.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Een referendum kan worden gehouden onder de kiezers van het hele
                            grondgebied van de gemeente of een gedeelte daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenloop</titel></kop><al>Een referendum kan tegelijk worden gehouden met een verkiezing, dan wel
                            andere referenda.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alleen ontwerpraadsbesluiten en beleidsvoornemens kunnen onderwerp
                                zijn van een referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende ontwerpraadsbesluiten (dan wel beleidsvoornemens) kunnen
                                in ieder geval geen onderwerp zijn van een referendum:</al><lijst><li nr="a."><al>Ontwerpraadsbesluiten inhoudende een algemeen verbindend
                                        voorschrift dan wel de intrekking daarvan, dat uitsluitend
                                        betrekking heeft op de rechtspositie van ambtsdragers of
                                        gewezen ambtsdragers als zodanig dan wel hun nagelaten
                                        betrekkingen of hun rechthebbenden, dan wel op de
                                        gemeentelijke belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                        gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Ontwerpraadsbesluiten als bedoeld in artikel 155, eerste lid
                                        van de gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>Ontwerpraadsbesluiten als bedoeld in artikel 1 eerste en
                                        derde lid, artikel 51 eerste en derde lid, artikel 61 eerste
                                        en derde lid, artikel 73 eerste en derde lid en artikel 96
                                        van de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="d."><al>Ontwerpraadsbesluiten als beroepsinstantie van besluiten van
                                        het College dan wel van andere organen van het
                                        gemeentebestuur;</al></li><li nr="e."><al>Ontwerpraadsbesluiten gericht op het voor kennisgeving
                                        aannemen van stukken;</al></li><li nr="f."><al> Ontwerpraadsbesluiten inzake individuele kwesties, zoals
                                        benoemingen, ontslagen, schorsingen, erkenningen en
                                        verlening van kwijtscheldingen;</al></li><li nr="g."><al>Ontwerpraadsbesluiten met betrekking tot de toepassing van
                                        deze verordening;</al></li><li nr="h."><al>Ontwerpraadsbesluiten tot het voeren van
                                        rechtsgedingen;</al></li><li nr="i."><al> Ontwerpraadsbesluiten tot vaststelling van de
                                        gemeentebegroting of gemeenterekening;</al></li><li nr="j."><al> Ontwerpraadsbesluiten die onderworpen zijn c.q. onderdeel
                                        uitmaken van een wettelijke geregelde procedure en waarbij
                                        die procedure zich niet verdraagt met (het inlassen van) een
                                        referendum.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beslissingsbevoegdheid verzoeken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een referendum kan alleen worden gehouden indien de raad daartoe
                                heeft besloten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een verzoek aan de raad om te besluiten tot het houden van een
                                referendum kan worden gedaan vanuit de raad of vanwege de
                                kiezer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Initiatief van de raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek vanuit de raad om een referendum te houden met
                                betrekking tot een ontwerpraadsbesluit danwel een beleidsvoornemen
                                geschiedt door middel van een initiatiefvoorstel als bedoeld in het
                                vigerende Reglement van orde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad besluit in ieder geval tot het houden van een referendum
                                over het desbetreffende ontwerpraadsbesluit danwel een
                                beleidsvoornemen indien is gebleken:</al><lijst><li nr="a."><al>Dat er geen sprake is van een uitgezonderd onderwerp als
                                        bedoeld in deze verordening, en </al></li><li nr="b."><al>Indien het verzoek wordt ondersteund door de meerderheid van
                                        de raad.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Initiatief van kiezers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek aan de raad om een referendum te houden over een
                                ontwerpraadsbesluit danwel een beleidsvoornemen kan worden gedaan
                                door een aantal kiezers, dat tenminste gelijk is aan de kiesdeler
                                van de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad onderzoekt na binnenkomst van een verzoek als bedoeld in het
                                eerste lid of het verzoek door een voldoende aantal kiezers gedaan
                                en of er geen sprake is van een uitgezonderd onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het verzoek niet voldoende wordt ondersteund, verklaart de
                                raad het verzoek niet-ontvankelijk.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer het verzoek voldoende wordt ondersteund, neemt de raad zo
                                spoedig mogelijk een beslissing op het verzoek. Een afwijzende
                                beslissing wordt deugdelijk gemotiveerd en bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer de raad toewijzend beslist, draagt het college zorg voor het
                                opstellen van een raadsvoorstel voorzien van een ontwerpraadsbesluit
                                voor het houden van een referendum, met inachtneming van de
                                bedoelingen van het initiatief.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanhouden beslissing/eindoordeel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de raad heeft besloten een ontwerpraadsbesluit aan een
                                referendum te onderwerpen wordt het desbetreffende
                                ontwerpraadsbesluit op gangbare wijze behandeld, met dien verstande
                                dat het ontwerpraadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de
                                door de raad aanvaardde amendementen, niet in stemming wordt
                                gebracht, maar wordt aangehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de raad heeft besloten een beleidsvoornemen aan een
                                referendum te onderwerpen, dan wordt dit beleidsvoornemen – voor
                                zover niet reeds is geschied – door het college in de raad aan de
                                orde gesteld. Dit beleidsvoornemen wordt op de gangbare wijze
                                behandeld, met dien verstande dat het uitspreken door de raad van
                                een eindoordeel wordt aangehouden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Budget</titel></kop><al>Tegelijk met het nemen van een besluit tot het houden van een referendum
                            neemt de raad een besluit over de begroting van de kosten van het
                            referendum als zodanig en over de dekking daarvan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het
                                referendum vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan zich bij het vaststellen van de vraagstelling laten
                                adviseren door een onafhankelijke commissie van advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bestaat uit drie leden (inclusief voorzitter).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden en de voorzitter van de commissie, bedoeld in het vorige
                                lid, worden door het college aanbevolen en door de raad benoemd en
                                ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter en de leden ontvangen een vergoeding voor het bijwonen
                                van de vergaderingen van de commissie van respectievelijk € 180,--
                                en € 130,--. De vergoedingen worden jaarlijks per 1 januari
                                aangepast aan het vermoedelijke inflatiepercentage en komen ten
                                laste van het budget van het referendum.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie kan zich laten bijstaan door externe adviseurs.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college draagt aan een ambtenaar van de gemeente het
                                secretariaat van de commissie op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college is belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het
                            houden van een referendum. Het college regelt de bestuurlijke en
                            ambtelijke coördinatie van het referendum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Referendumkamer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan zich laten bijstaan door de referendumkamer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De referendumkamer heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>De voorlichting over het referendum, alsmede de pro-ja /
                                        pro-nee campagne te begeleiden.</al></li><li nr="b."><al>Toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de
                                        stemprocedure.</al></li><li nr="c."><al>Te adviseren bij geschillen tussen de gemeenten en de
                                        initiatiefnemers</al></li><li nr="d."><al>Te adviseren over de evaluatie van de gehouden referenda.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De referendumkamer adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over
                                aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en
                                referendumaanvragen te volgen procedure en over overige zaken het
                                referendum betreffende. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De adviezen van de referendumkamer zijn openbaar. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De referendumkamer bestaat uit drie leden (inclusief
                                voorzitter).</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De benoeming geschiedt op een door het college in te dienen
                                aanbeveling. Voor deze aanbeveling komen niet in aanmerking leden
                                van de gemeenteraad, leden van het college en ambtenaren in dienst
                                van de gemeente Papendrecht. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter en de leden ontvangen een vergoeding voor het bijwonen
                                van de vergaderingen van de referendumkamer van respectievelijk €
                                180,-- en € 130,--. De vergoedingen worden jaarlijks per 1 januari
                                aangepast aan het vermoedelijke inflatiepercentage en komen ten
                                laste van het budget van het referendum.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De referendumkamer kan zich laten bijstaan door externe
                                adviseurs.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college draagt aan een ambtenaar van de gemeente het
                                secretariaat van de referendumkamer op.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Datum</titel></kop><al>Zo spoedig mogelijk nadat de raad ingevolge deze verordening heeft
                            besloten een referendum te houden, bepaalt het college, gehoord de
                            raadscommissie Algemene Bestuurlijke Zaken, de datum van het
                            referendum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Voorlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet openbare kennisgeving van een besluit tot het
                                houden van een referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De op het ontwerpraadsbesluit danwel beleidsvoornemen, waarover een
                                referendum wordt gehouden, betrekking hebbende stukken liggen voor
                                een ieder ter inzage. In de openbare kennisgeving wordt daarvan
                                mededeling gedaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college treft adequate voorzieningen gericht op het zo breed
                                mogelijk informeren van de kiezers terzake van het onderwerp van het
                                referendum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>De stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stemgerechtigd zijn degene die op de drieënveertigste dag voor de
                                dag waarop het referendum wordt gehouden, kiesgerechtigd zijn voor
                                de verkiezing van de leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen van de Kieswet zijn voor wat betreft de
                                raadsverkiezingen voor zover nodig van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Geldigheid van de uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het referendum wordt als geldig beschouwt indien het
                                opkomstpercentage van de kiesgerechtigden tenminste gelijk is aan of
                                hoger is dan het opkomstpercentage van de kiesgerechtigden bij de
                                laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het ontwerpraadsbesluit wordt geacht te zijn afgewezen door de
                                kiesgerechtigden, wanneer meer dan de helft van het aantal geldig
                                uitgebrachte stemmen een afwijzing inhoudt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>De beslissing van de raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In - zo mogelijk - de eerste vergadering van de raad na het
                                plaatsvinden van het referendum vindt besluitvorming plaats over het
                                aanhouden van het ontwerpraadsbesluit dat aan een referendum werd
                                onderworpen. In die vergadering wordt over het ontwerpraadsbesluit
                                een beslissing genomen bij gewone meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze vergadering kunnen met betrekking tot het
                                ontwerpraadsbesluit geen moties en/of amendementen meer worden
                                ingediend; stemverklaringen zijn wel toegestaan. Een afwijkende
                                beslissing wordt deugdelijk gemotiveerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie wordt gestraft degene die:</al><lijst><li nr="1."><al>Onder vals voorwendsel kiesgerechtigden beweegt tot
                                    medeondersteuning van een aanvraag voor een referendum;</al></li><li nr="2."><al>Stembiljetten of volmachtbewijzen namaakt of vervalst met het
                                    oogmerk deze als echt en onvervalst bij het referendum te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="3."><al>Stembiljetten of volmachtbewijzen die hij zelf heeft nagemaakt
                                    of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem bekend was,
                                    opzettelijk als echt en onvervalst bij het referendum gebruikt
                                    of door anderen doet gebruiken dan wel met dat oogmerk in
                                    voorraad heeft;</al></li><li nr="4."><al>Stembiljetten of volmachtbewijzen voorhanden heeft met het
                                    oogmerk deze bij het referendum wederrechtelijk te gebruiken of
                                    door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="5."><al>Als gemachtigde bij het referendum stemt voor een persoon,
                                    wetende dat deze is overleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Referendumverordening voor de gemeente Papendrecht van 1 juni 1995
                            (8489), inclusief de eerste wijziging van 20 december 2001 (9205), wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt acht dagen na de bekendmaking in werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Referendumverordening
                            gemeente Papendrecht 2010.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>