<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR23511_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Midden-Delfland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2006-03-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2006, 01</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Controleverordening gemeente Midden-Delfland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 213</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-02-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-03-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006-02-07 d</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Midden-Delfland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden-Delfland;</al><al>Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 15 februari
                        2006, nr. 2006-02-07 d;</al><al>Gelet op artikel 213 van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen de volgende Verordening voor de controle op het financieel
                        beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente
                        Midden-Delfland</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>accountant</onderstreept></al></li></lijst><al>een door de raad benoemde:</al><lijst><li nr="·"><al>registeraccountant of</al></li><li nr="·"><al>accountant-administratieconsulent met een aantekening in het
                                inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36,
                                Wet op de Accountant-Administratieconsulenten of</al></li><li nr="·"><al>organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants
                                samenwerken, belast met de controle van de in artikel 197
                                Gemeentewet bedoelde jaarrekening.</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>accountantscontrole</onderstreept></al></li></lijst><al>de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening
                        uitgevoerd door de door de raad benoemde accountant van:</al><lijst><li nr="·"><al>het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en
                                lasten en de grootte en samenstelling van het vermogen;</al></li><li nr="·"><al>het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en
                                balansmutaties;</al></li><li nr="·"><al>het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde
                                jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
                                te stellen regels bedoelt in artikel 186 Gemeentewet;</al></li><li nr="·"><al>de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie
                                gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige
                                verantwoording mogelijk maken;</al></li><li nr="·"><al>waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
                        worden gesteld op grond van het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet, in
                        acht worden genomen. </al></li><li nr="c."><al><onderstreept>rechtmatigheid in het kader van de
                            accountantscontrole</onderstreept></al><al>het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële
                        beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit
                        accountantscontrole gemeenten.</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>deelverantwoording</onderstreept></al><al>een in opdracht van de raad ten behoeve van de verslaglegging opgestelde
                        verantwoording van een afzonderlijk onderdeel van de gemeentelijke
                        huishouding, welke verantwoording onderdeel uit maakt van de
                        jaarrekening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdrachtverlening accountantscontrole</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad aan te
                                wijzen accountant.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt voor de accountantscontrole het programma van eisen
                                vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse
                                accountantscontrole opgenomen :</al><lijst><li nr="a."><al>de toe te passen goedkeuringstoleranties en eventuele
                                        afwijkende rapporteringtoleranties bij de controle van de
                                        jaarrekening;</al></li><li nr="b."><al>de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij
                                        toe te passen omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en
                                        afwijkende rapporteringtoleranties);</al></li><li nr="c."><al>de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;</al></li><li nr="d."><al>de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse
                                        controles;</al></li><li nr="e."><al>de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende
                                        tussentijdse rapportering; en voor ieder afzonderlijk te
                                        controleren begrotingsjaar:</al></li><li nr="f."><al>de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met
                                        bijbehorende afwijkende rapporteringtoleranties, waaraan de
                                        accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te
                                        besteden;</al></li><li nr="g."><al>de gemeentelijke producten en/of organisatieonderdelen met
                                        bijbehorende afwijkende rapporteringtoleranties, waaraan de
                                        accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te
                                        besteden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking van het gestelde in lid 2, letters f en g kan de raad
                                in het programma van eisen opnemen, dat de raad jaarlijks
                                voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant
                                vaststelt de posten van de jaarrekening, de posten van de
                                deelverantwoordingen, de gemeentelijke producten en de gemeentelijke
                                organisatieonderdelen, waaraan de accountant bij zijn controle
                                specifiek aandacht dient te besteden en welke
                                rapporteringtoleranties hij daarbij dient te hanteren.</al></li><li nr="4."><al>In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt
                                de raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast
                                en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Informatieverstrekking door college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de
                            jaarrekening conform de geldende interne - en externe wet- en
                            regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten
                            grondslag liggende verordeningen, nota’s, collegebesluiten,
                            deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten,
                            berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed
                            toegankelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de
                            accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de
                            oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de
                            accountantsverklaring en het verslag van bevindingen uiterlijk voor 15
                            juni aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor
                            behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van
                            invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door
                            het college aan de raad en de accountant gemeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inrichting accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze
                            waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de
                            omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                            frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
                            controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole
                            vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en een
                            vertegenwoordiging van de raad, de portefeuillehouder financiën, de
                            concerncontroller en de gemeentesecretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Toegang tot informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren
                            en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven,
                            computerbestanden en overige bescheiden,waarvan hij inzage voor de
                            accountantscontrole nodig oordeelt. Het college draagt er zorg voor dat
                            de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een
                            onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen,
                            terreinen en informatiedragers van de gemeente.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en
                            schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de
                            uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college draagt
                            er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking
                            verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat alle organisatie-eenheden van de
                            gemeente zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken,
                            opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over
                            de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten, balansmutaties en het
                            gevoerde beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte
                            informatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overige controles en opdrachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven tot
                            het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de
                            onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het
                            college informeert de raad vooraf over deze aan de accountant te
                            verstrekken opdrachten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende
                            de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de
                            ministeries. Het college is voor de controle van de rechtmatige
                            besteding van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan
                            een andere dan de door de raad benoemde accountant, indien dit in het
                            belang van de gemeente is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt de zorg voor de verantwoording aan derden
                            (Belastingdienst, ABP, Sociale verzekeringsbank, CBS, e.d.) en neemt
                            hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze
                            vereisten moet worden uitgevoerd door een accountant, is het college
                            bevoegd hiervoor de opdracht verlenen aan een andere dan de door de raad
                            benoemde accountant, indien dit in het belang van de gemeente is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Rapportering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden
                            tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze
                            terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen
                            brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles
                            verslag uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de
                            ambtenaar van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de
                            administratie en de beheersdaden zijn gecontroleerd, het hoofd van de
                            dienst waar de ambtenaar werkzaam is, de concerncontroller en het hoofd
                            van de financiën dan wel andere daarvoor in aanmerking komende
                            ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                            verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met
                            de mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de
                            jaarstukken het verslag van bevindingen met (een voor dit doel door de
                            raad ingestelde/aangewezen vertegenwoordiging van) de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking 8 dagen na de datum van openbare
                        bekendmaking, met dien verstande dat zij van toepassing is op de
                        accountantscontrole van de jaarrekening (en deelverantwoordingen) van het
                        verslagjaar 2005 en later.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Controleverordening gemeente
                        Midden-Delfland”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 februari 2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.de Vos, A.J. Rodenburg</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><titel>accountantsverordening gemeente Midden-Delfland</titel></kop><al><vet>Wettekst</vet></al><al><cursief>Artikel 213 Gemeentewet</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het
                                financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.
                                Deze verordening dient te waarborgen dat de rechtmatigheid van het
                                financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie
                                wordt getoetst.</al></li><li nr="2."><al>De raad wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel
                                393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met
                                de controle van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening en het
                                daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen
                                van een verslag van de bevindingen.</al></li><li nr="3."><al>De accountantsverklaring geeft op grond van de uitgevoerde controle
                                aan of:</al></li><li nr="a."><al>de jaarrekening een getrouw beeld geeft van zowel de baten en lasten
                                als de grootte en samenstelling van het vermogen;</al></li><li nr="b."><al>de baten en lasten, alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand
                                zijn gekomen en</al></li><li nr="c."><al>de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bij of
                                krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld
                                in artikel 186.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag van de bevindingen bevat in ieder geval bevindingen
                                over:</al></li><li nr="a."><al>de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de
                                financiële organisatie een getrouwe en rechtmatige verantwoording
                                mogelijk maken en</al></li><li nr="b."><al>onrechtmatigheden in de jaarrekening.</al></li><li nr="5."><al>De accountant zendt de accountantsverklaring en het verslag van
                                bevindingen aan de raad en een afschrift daarvan aan het
                                college.</al></li><li nr="6."><al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
                                gesteld met betrekking tot de reikwijdte van en de verslaglegging
                                omtrent de accountantscontrole, bedoeld in het tweede lid.</al></li><li nr="7."><al>Accountants als bedoeld in het tweede lid kunnen in gemeentelijke
                                dienst worden aangesteld en worden in dat geval door de raad
                                benoemd, geschorst en ontslagen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Algemene inleiding</vet></al><al>De Wet dualisering gemeentebestuur heeft de functie van de
                        accountantsverklaring veranderd. Die dient tegenwoordig als ondersteuning
                        van de raad bij het uitoefenen van zijn controlerende taak.</al><al>Daartoe is een aantal bepalingen rond de opdracht aan de accountant
                        aangescherpt.</al><al>De belangrijkste verandering is dat de accountantsverklaring niet langer
                        meer alléén een oordeel over het getrouwe beeld bevat, maar een oordeel over
                        het getrouwe beeld en de rechtmatigheid samen. Bovendien moet de opdracht
                        voor de accountantscontrole worden verstrekt door de raad en niet meer door
                        het college.</al><al/><al>Hierna zal worden ingegaan op de verschillende verantwoordelijkheden.
                        Rechtmatigheid als onderdeel van de accountantsverklaring is nieuw, daarom
                        wordt er apart stilgestaan bij dit begrip. De rechtmatigheid diende
                        overigens vóór de Wet dualisering gemeentebestuur ook gecontroleerd te
                        worden, maar de accountant ging daarop alleen in het verslag van bevindingen
                        op in. Thans is er het Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten
                        (BAPG) dat minimumeisen stelt aan de accountantscontrole. Het gaat ook in op
                        de mogelijkheid van de raad om deze minimumeisen aan te vullen. De
                        minimumeisen zullen worden besproken en de keuzemogelijkheden die de raad
                        heeft ten aanzien van deze minimumeisen.</al><al>De laatste verandering is dat in het vijfde lid van artikel 213 expliciet is
                        opgenomen dat de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen direct
                        door de controlerend accountant aan de gemeenteraad worden aangeboden. Ook
                        benadrukt artikel 213, dat de raad de accountant aanwijst. Dit kan niet
                        worden gedelegeerd aan het college. Voorts is het de raad die, binnen de
                        wettelijke kaders, bepaalt wat de opdracht aan de accountant is. Dit is
                        nader geregeld in het BAPG. Daarom zal ook worden ingegaan op de opdracht
                        aan de accountant. </al><al/><al><vet>Verantwoordelijkheden bij rechtmatigheid</vet></al><al>Met de Wet dualisering gemeentebestuur wordt de functionele scheiding tussen
                        de raad en het college scherper dan voorheen het geval was. De raad zal zich
                        moeten concentreren op zijn taakstellende en controlerende rollen. Dit
                        betekent dat hij de kaders stelt voor de rechtmatigheid, de relevante wet-
                        en regelgeving en de regelgeving waarvoor de raad een verordende bevoegdheid
                        heeft. De raad stelt ook de kaders voor de accountantscontrole, gebruik
                        makend van de mogelijkheden die artikel 213 en het Besluit
                        accountantscontrole daartoe bieden. De raad zal de opdracht aan de
                        accountant moeten verstrekken en kan aanvullende controle-eisen stellen (zie
                        rapporteringstoleranties hierna). In dit verband is artikel 213 relevant:
                        daarin is bepaald dat de accountant rechtstreeks rapporteert aan de
                        raad.</al><al/><al>Het college dient zich te richten op zijn bestuursbevoegdheden. Het is
                        primair verantwoordelijk voor de naleving van relevante wet- en regelgeving
                        en daarmee voor de rechtmatigheid van de besteding en inning van het
                        publieke geld binnen een gemeente. Het is niet zo dat de accountant met zijn
                        controle de rechtmatigheid wel zal ‘afdekken’. Wel is het zo dat een goede
                        administratieve organisatie (AO) en daarin opgenomen maatregelen van interne
                        controle (IC) de kans op onrechtmatigheden aanzienlijk beperkt. Ook hierin
                        zal het college zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Met een adequate
                        AO/IC wordt ook de accountant geholpen om te komen tot zijn oordeel. In het
                        algemeen kunnen in dat geval de aanvullende controlewerkzaamheden van de
                        accountant worden beperkt.</al><al/><al>De accountant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de controle in
                        overeenstemming met de vaktechnische randvoorwaarden. Voor de rechtmatigheid
                        is algemene kennis van de relevante wet- en regelgeving van belang. De
                        accountant zal toetsen of de wet- en regelgeving door de gemeente in acht
                        zijn genomen. De accountantscontrole richt zich op de beoordeling van de
                        opzet, het bestaan en de werking van het systeem van kwaliteitsborging ter
                        uitvoering van de wet- en regelgeving, aangevuld met deelwaarnemingen
                        (steekproeven). Over de interpretatie van wet- en regelgeving zal de
                        accountant overleg moeten voeren met het verantwoordelijke management of met
                        een (juridische) deskundige. De eindverantwoordelijkheid voor het afgeven
                        van een accountantsverklaring blijft bij de accountant liggen. Als er sprake
                        is van onrechtmatigheden met een materiële betekenis, die gevolgen hebben
                        voor de strekking van de accountantsverklaring, of als de accountant stuit
                        op een overschrijding van de rapporteringstoleranties - indien die zijn
                        overeengekomen - moet rapportering plaatsvinden aan de raad, in het rapport
                        van bevindingen bij de accountantsverklaring. Daarbij spelen zowel
                        kwantitatieve als kwalitatieve (i.c. professional judgement-) overwegingen
                        een rol (zie ook verder). Het is een eigen keuze (maar wel gebruikelijk) dat
                        de accountant, uit hoofde van zijn natuurlijke adviesfunctie, óók een
                        zogenoemde managementletter uitbrengt met meer gedetailleerde bevindingen
                        die niet direct de verklaring raken. Hij kan daaraan aanbevelingen voor
                        verbeteringen toevoegen. Een dergelijke managementletter is uiteraard
                        bestemd voor het management van het gemeentelijk apparaat en het college.
                        Het college is hiervoor ook de formele opdrachtgever.</al><al/><al><vet>De accountantsverklaring en rechtmatigheid</vet></al><al>De accountantsverklaring is belangrijk voor de raad, omdat zij een rol
                        speelt bij het oordeel van de raad over de wijze waarop het college het
                        beleid en het daarmee samenhangend financieel beheer heeft uitgevoerd. De
                        accountantsverklaring is vooral belangrijk voor het verlenen van décharge
                        aan het college en voor het eventueel starten van een zogenoemde
                        indemniteitsprocedure. Dit laatste betreft een in artikel 198 van de
                        Gemeentewet beschreven procedure indien de raad onrechtmatigheden in de
                        jaarrekening constateert en bedenkingen daartegen heeft.</al><al/><al>Vanaf het verslagjaar 2004 bevat de accountantsverklaring een oordeel over
                        het getrouwe beeld én de rechtmatigheid. Een getrouw beeldverklaring houdt
                        in dat de uitkomsten van het gevoerde financieel beheer getrouw in de
                        jaarrekening worden weergegeven, waarbij rekening wordt gehouden met het
                        doel waarvoor de verantwoording is opgesteld. De doelstellingen moeten
                        worden afgestemd op de belanghebbenden, in dit geval de gemeenteraad. Een
                        getrouw beeld impliceert dat de jaarrekening geen zodanige fouten en/of
                        onzekerheden bevat dat het oordeel van de gebruiker beïnvloed wordt. Het
                        begrip getrouw beeld komt uit het boek 2 Burgerlijk Wetboek, titel 9, waar
                        de wettelijke vereisten zijn opgenomen die aan een jaarrekening worden
                        gesteld. Daarbij wordt gerefereerd aan het getrouwe beeld van vermogen en
                        resultaat. In het Besluit Begroting en verantwoording provincies en
                        gemeenten is dit begrip gekoppeld aan de financiële positie en de baten en
                        lasten. Een getrouw beeldverklaring is niet nieuw, daarom wordt er hier niet
                        verder op ingegaan. </al><al/><al><cursief>Wat houdt rechtmatigheid in de accountantsverklaring
                        in?</cursief></al><al>Rechtmatigheid als onderdeel van het oordeel van de accountant is wel nieuw
                        en vergt daarom enige uitleg. Rechtmatigheid in brede zin betekent het
                        voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Voor gemeenten zijn dat de
                        wet- en regelgeving van hogere overheden en die van de gemeente zelf. De
                        geldende wet- en regelgeving kan voor een gemeente betrekking hebben op een
                        zeer omvangrijk gebied. Van belang is daarom dat onderscheid wordt gemaakt
                        tussen het juridische begrip rechtmatigheid en het begrip rechtmatigheid in
                        het kader van de accountantscontrole. Dit laatste begrip is beperkter dan
                        het juridische begrip rechtmatigheid en wordt in het BAPG zo goed mogelijk
                        afgebakend. Volledigheidshalve wordt hier nog vermeld dat onrechtmatigheid
                        niet synoniem is met fraude. Bij fraude is altijd sprake van opzet.</al><al/><al>Rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole vereist dat de baten
                        en lasten in de jaarrekening en de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn
                        gekomen. Aangezien de baten en lasten en de balansmutaties in de
                        jaarrekening een optelsom zijn van diverse
                            <onderstreept>financiële</onderstreept> beheershandelingen (zoals het
                        beslissen tot het toekennen van een subsidie, het betalen van rekeningen,
                        het opleggen van een belastingaanslag, etc.) staan deze handelingen centraal
                        bij de toets die de accountant verricht; deze moeten gebeuren volgens de
                        regels die gelden. Een voorbeeld: subsidie mag alleen worden toegekend als
                        er een geldende subsidieregeling is en als de aanvragen voldoen aan de eisen
                        zoals gesteld in deze regeling. Voorts moeten alle uitkomsten van de
                        handelingen in het financieel beheer worden vastgelegd in de administratie;
                        het moet traceerbaar zijn welke subsidies zijn toegekend, wanneer betalingen
                        hebben plaatsgevonden enzovoorts. Verder moeten alle financiële
                        beheershandelingen niet alleen voldoen aan specifieke regels (bijvoorbeeld
                        de subsidievoorschriften), maar moeten ze ook in overeenstemming zijn met
                        financiële regels, zoals de financiële verordening en de controleverordening
                        van de gemeente. Tevens moet worden voldaan aan de Gemeentewet en het
                        Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, waarin is
                        voorgeschreven aan welke regels de begroting en jaarstukken minimaal dienen
                        te voldoen. Ook dienen de financiële handelingen te passen binnen de door de
                        raad geautoriseerde begroting. In de begroting zijn de maxima voor de lasten
                        per programma vermeld, die de raad heeft vastgesteld. Dit betekent dat de
                        maxima niet mogen worden overschreden zonder aparte autorisatie van de raad.
                        De bedragen moeten op het juiste programma zijn geboekt. </al><al>Hierboven zijn al enige voorbeelden gegeven van wet- en regelgeving die
                        relevant is voor de rechtmatigheid. Daaronder vallen ook raadsbesluiten die
                        de raad uit hoofde van zijn kaderstellende rol neemt, mits daar een
                        financieel aspect aan is verbonden; het gaat immers om de rechtmatigheid van
                        posten uit de jaarrekening. Een voorbeeld van ‘hogere’ relevante regelgeving
                        vormen de Europese aanbestedingsrichtlijnen (EAR) die door de Europese
                        Commissie zijn vastgesteld. Als een decentrale overheid een aanbesteding
                        doet, dan moet worden nagegaan of de EAR van toepassing zijn. Is dat het
                        geval, dan zal de accountant moeten toetsen of de aanbesteding ook conform
                        de EAR heeft plaatsgevonden. Voor een voorbeeld van werkzaamheden van de
                        accountant bij subsidies en uitkeringen zie navolgende box.</al><al/><al><cursief>Box: Voorbeeld controlewerkzaamheden</cursief></al><al/><al><cursief>Voorbeeld van controlewerkzaamheden van de
                            accountant</cursief></al><al><cursief><onderstreept>Van gemeente uitgaande overdrachtsstromen: subsidies
                                en uitkeringen</onderstreept></cursief></al><al/><al><cursief>Bij de beantwoording van de vraag of een subsidie of een uitkering
                            rechtmatig is, zal de accountant de volgende concrete vragen
                            beantwoorden bij het doen van zijn onderzoek naar deze
                            stromen:</cursief></al><al><cursief>Zijn de verplichtingen m.b.t. subsidies en uitkeringen
                            totstandgekomen binnen de grenzen van de begroting
                            (begrotingscriterium)? </cursief></al><al><cursief>Is voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een
                            subsidie of uitkering (voorwaardencriterium)? </cursief></al><al><cursief>Zijn de gegevens door de belanghebbende volledig verstrekt en zijn
                            deze inhoudelijk juist en volledig (M en O-criterium; misbruik en
                            oneigenlijk gebruik)? </cursief></al><al><cursief>Is gelet op de bepalingen van de regelgeving het bedrag van de
                            verplichting juist vastgesteld (calculatiecriterium)? </cursief></al><al><cursief>Is gelet op de bepalingen van de regelgeving het tijdstip van
                            betaling juist vastgesteld en is de verplichting op het juiste tijdstip
                            verantwoord (valuteringcriterium)? </cursief></al><al><cursief>Is gelet op de bepalingen van de regelgeving de verplichting aan de
                            juiste persoon/instantie geadresseerd (adresseringscriterium)?
                        </cursief></al><al/><al><cursief>Aan de feitelijke uitgave wordt de eis gesteld dat de uitgave is
                            geschied overeenkomstig de daaraan ten grondslag liggende verplichting,
                            d.w.z. voor het juiste bedrag, aan de rechthebbende persoon of instantie
                            en op het juiste tijdstip (conformiteitcriterium).</cursief></al><al/><al><cursief>Rechtmatigheid en handelingen en beslissingen van niet financiële
                            aard</cursief></al><al>De vraag wat rechtmatigheid in het kader van de begroting
                            <onderstreept>niet</onderstreept> inhoudt is ook belangrijk. Kort gezegd
                        komt het erop neer dat handelingen en beslissingen van niet-financiële aard,
                        bijvoorbeeld in relatie tot de arbeidsomstandighedenwet of de
                        privacywetgeving, buiten de reikwijdte van de rechtmatigheidcontrole door de
                        accountant vallen. Dat geldt niet als er indicaties zijn van tekortkomingen
                        die belangrijke financiële risico’s opleveren. Van de accountant wordt niet
                        verwacht dat hij handelingen en beslissingen van niet-financiële aard door
                        gegevensgericht onderzoek inhoudelijk toetst, dus door alle onderliggende
                        bescheiden te controleren. Wat hij beoordeelt is het systeem van
                        risicoafweging. De centrale vraag daarbij is of dat systeem zodanig is dat
                        het bestuur in staat is een goede afweging te maken. Met andere woorden: hij
                        hanteert een systeemgerichte benadering voor zijn controle.</al><al/><al><cursief>Het dynamische karakter van rechtmatigheid</cursief></al><al>De controle op rechtmatigheid door de accountant is niet altijd zo eenduidig
                        als ze lijkt. In bepaalde situaties kan sprake zijn van een grijs gebied.
                        Dit komt vooral voor bij nieuwe regelgeving, zoals de richtlijnen voor
                        Europese aanbesteding. De introductie van dergelijke richtlijnen brengt een
                        proces op gang waarin het begrip rechtmatigheid in de praktijk steeds meer
                        wordt uitgewerkt. Het is nog niet duidelijk wanneer het overschrijden van
                        voorgeschreven termijnen moet worden beschouwd als onrechtmatig. Geldt een
                        ‘fout’ in de procedure, zonder dat daar financiële gevolgen aan verbonden
                        zijn, als een onrechtmatigheid, en zo ja in welke mate? Het begrip
                        ‘rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole’ heeft een
                        duidelijke onveranderlijke kern, maar de randen kunnen in beweging
                        zijn.</al><al/><al><cursief>Controle op rechtmatigheid is niet nieuw</cursief></al><al>Volledigheidshalve wordt het volgende nog opgemerkt. Ten eerste maakte
                        rechtmatigheid tot 2003 al onderdeel uit van de accountantscontrole. Bij
                        geconstateerde onrechtmatigheden behoorde de accountant daarvan verslag te
                        doen in het rapport van bevindingen (geregeld in het oude artikel 213
                        gemeentewet). In de nieuwe situatie zullen tekortkomingen uit hoofde van
                        rechtmatigheid in het oordeel van de accountant moeten worden betrokken, dat
                        wil zeggen onderdeel uitmaken van de accountantsverklaring.
                        Onrechtmatigheden die de tolerantiegrenzen overschrijden, zullen leiden tot
                        een niet-goedkeurende accountantsverklaring. </al><al>Ten tweede maakt in de nieuwe situatie de controle van de doelmatigheid géén
                        onderdeel meer uit van de accountantscontrole. Opmerkingen en constateringen
                        ter zake hoeven niet meer in het rapport van bevindingen te worden
                        opgenomen, zoals in de oude situatie nog wel het geval was. De controle op
                        doelmatigheid is dan ook geen taak meer voor de accountant, maar is
                        onderdeel van het onderzoek door de locale rekenkamer(functie) en de interne
                        onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het college (daartoe
                        dient de inmiddels vastgestelde verordening op grond van artikel 213a
                        Gemeentewet).</al><al/><al><cursief>Begrotingsrechtmatigheid</cursief></al><al>Voor het BBV was het gebruikelijk dat begrotingsoverschrijdingen met het
                        vaststellen van de jaarrekening werden geautoriseerd. Gezien het grote
                        aantal vast te stellen producten was dit logisch. Met het Besluit begroting
                        en verantwoording wordt geautoriseerd op programmaniveau. Omdat het om grote
                        bedragen gaat is, de in het verleden ontstane praktijk, dat de
                        overschrijdingen niet expliciet voor 31 december in een begrotingswijzing
                        aan de raad werden voorgelegd, niet meer wenselijk. Alle overschrijdingen
                        dienen voor 31 december aan de raad te zijn voorgelegd. Mocht dit niet zijn
                        gelukt, en is er feitelijk sprake van begrotingsonrechtmatigheid, dan kunnen
                        bij de jaarrekening deze bedragen alsnog worden geautoriseerd. De raad dient
                        hier dan wel expliciet op gewezen te worden. Afhankelijk van de situatie kan
                        de accountant dan alsnog een goedkeurende verklaring geven, waarbij hij de
                        aantekening maakt dat hij zijn verklaring afgeeft met inachtneming van de
                        voorgenomen goedkeuring van de raad voor deze begrotingsoverschrijdingen.
                        Als de raad instemt met deze begrotingsoverschrijdingen en de jaarrekening
                        vaststelt, kan de accountant de definitieve accountantsverklaring afgeven.
                        Het ligt in de rede dat de raad daarover bij het verlenen van de opdracht
                        met de accountant afspraken maakt. Dit is van belang voor o.a. de
                        indemniteitsprocedure. Het is van belang hier te benadrukken dat het bij de
                        indemniteitsprocedure veelal NIET gaat om begrotingsonrechtmatigheid, maar
                        om andere vormen van onrechtmatigheid.</al><al/><al><vet>Minimumeisen accountantscontrole</vet></al><al>Een accountant controleert niet ieder bonnetje of iedere financiële
                        handeling die binnen een gemeente wordt verricht. Dit is theoretisch wel
                        mogelijk, maar de kosten van de accountantscontrole zouden dan buitensporig
                        oplopen. Daarom is de controle gericht op het ontdekken van belangrijke
                        fouten. De accountant maakt hiervoor bij zijn controle onder meer gebruik
                        van toleranties, risicoanalyse en statistische berekeningen. Daarmee wordt
                        de kans beperkt dat de jaarrekening de gebruiker, i.c. de raad, op het
                        verkeerde been zet en blijven tevens de controlewerkzaamheden betaalbaar. In
                        het BAPG zijn de minimumeisen aan de accountantscontrole gegeven. Welke deze
                        minimumeisen zijn, wordt hieronder behandeld. In paragraaf 4 komen de
                        mogelijkheden van de raad aan de orde om deze minimumeisen scherper te
                        stellen.</al><al/><al>In de accountantscontrole bestaan twee gangbare begrippen die de marge voor
                        controle en rapportering aangeven: de goedkeuringstolerantie en de
                        rapporteringstolerantie. Deze toleranties gelden zowel voor het getrouwe
                        beeld als voor de rechtmatigheid.</al><al/><al><cursief>Goedkeuringstolerantie</cursief></al><al>Niet iedere fout of onzekerheid zal leiden tot een niet-goedkeurende
                        accountantsverklaring, alleen al omdat de accountant niet iedere
                        afzonderlijke financiële transactie controleert. Omdat de accountant niet
                        alles controleert moet hij bepaalde fouten- en onzekerheidsmarge hanteren.
                        Deze marge wordt de goedkeuringstolerantie genoemd.</al><al/><al><cursief>Box: Definitie goedkeuringstolerantie</cursief></al><al/><al><cursief>De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de
                            jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een
                            jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van
                            de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers wordt
                            beïnvloed.</cursief></al><al/><al>Voor de goedkeuringstolerantie wordt onderscheid gemaakt tussen fouten en
                        onzekerheden. Een fout in de jaarrekening kan bijvoorbeeld ontstaan doordat
                        jaarrekeningposten onvolledig zijn opgenomen (bijvoorbeeld het achterwege
                        laten van een noodzakelijke voorziening voor groot onderhoud aan het
                        gemeentehuis) of dat de toelichting niet toereikend is (vanwege strijdigheid
                        met het Besluit begroting en verantwoording gemeenten), of dat de
                        waarderingsgrondslag onjuist is (vanwege strijdigheid met het Besluit
                        begroting en verantwoording gemeenten). Een onzekerheid in de controle kan
                        bijvoorbeeld ontstaan door gebreken in de interne controle, waardoor het
                        achteraf niet meer vast te stellen is of bijvoorbeeld een bepaalde uitgave
                        rechtmatig heeft plaatsgevonden of bepaalde baten volledig zijn
                        verantwoord.</al><al/><al>De goedkeuringstolerantie wordt berekend als een percentage van de totale
                        lasten van de gemeente. Dus als de totale lasten € 1.000.000 zijn en de in
                        navolgende box genoemde percentages worden gebruikt, dan mogen voor een
                        goedkeurende verklaring de fouten maximaal € 10.000 bedragen en de
                        onzekerheden maximaal € 30.000.</al><al/><al><cursief>Box: Soorten accountantsverklaring</cursief></al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="27*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="18*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="17*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="2*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>Soorten accountantsverklaring</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Goedkeurend</al></entry><entry colname="col3"><al>met beperking</al></entry><entry colname="col4"><al>Oordeel-onthouding</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>afkeurend</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fouten in de jaarrekening (% van lasten)</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 1 %</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 1 % &lt; 3 %</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>&gt; 3%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onzekerheden in de controle (% van lasten)</al></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 3 %</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 3 % &lt; 10 %</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt; 10 %</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>NB. Naast deze kwantitatieve benadering zal de
                                            accountant ook altijd nog een kwalitatieve beoordeling
                                            hanteren, het zogenoemde professional judgement speelt
                                            ook nog mee. </al><al>NB. De weging van fouten en onzekerheden maakt ook
                                            onderdeel uit van het professional judgement.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De goedkeuringstoleranties spelen een belangrijke rol bij het verkrijgen van
                        een goedkeurende accountantsverklaring. Als de goedkeuringstoleranties niet
                        worden overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende
                        accountantsverklaring afgegeven. Als één of beide goedkeuringstolerantie(s)
                        wordt (-en) overschreden, zal de accountant geen goedkeurende
                        accountantsverklaring verstrekken.</al><al/><al><cursief>Box: Voorbeeld</cursief></al><al/><al><cursief>Als de accountant op basis van statische berekeningen een
                            steekproef uitvoert naar de toekenning van subsidies en constateert dat
                            bij de toekenning een bepaald percentage niet volgens de regels heeft
                            plaatsgevonden zal hij deze ‘fout’ extrapoleren voor de gehele massa van
                            toegekende subsidies. Op basis hiervan wordt een schatting gemaakt van
                            de mogelijke fout in de jaarrekening. Deze fout wordt meegenomen bij het
                            bepalen of de goedkeuringstoleranties worden
                        overschreden.</cursief></al><al/><al>Indien een niet-goedkeurende accountantsverklaring wordt gegeven zijn er
                        drie mogelijkheden: een verklaring met beperking, een verklaring van
                        oordeelonthouding en een afkeurende verklaring. Het soort
                        accountantsverklaring is afhankelijk van de fouten in de jaarrekening en
                        onzekerheden in de controle. De percentages in bovengenoemde box zijn
                        voorgeschreven in het Besluit accountantscontrole gemeenten.</al><al/><al><cursief>Rapporteringtolerantie</cursief></al><al>In de Gemeentewet staat dat de accountant behalve de accountantsverklaring
                        ook een verslag van bevindingen opstelt. In dit verslag moet de accountant
                        onder meer fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle opnemen
                        die geen invloed hebben op de strekking van de accountantsverklaring, maar
                        die wel van zodanig belang zijn dat deze aan de raad moeten worden
                        gerapporteerd.</al><al/><al><cursief>Box: Definitie rapporteringtolerantie</cursief></al><al/><al><cursief>De rapporteringtolerantie(s) is een bedrag dat gelijk is aan of
                            lager is dan de bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstolerantie.
                            Bij overschrijding van dit bedrag vindt rapportering plaats in het
                            verslag van bevindingen.</cursief></al><al/><al>Indien de raad in de opdrachtverstrekking aan de accountant géén nadere
                        rapporteringtolerantie(s) voorschrijft dan zijn de rapporteringtolerantie(s)
                        gelijk aan de bedragen die voortvloeien uit de goedkeuringstolerantie.</al><al/><al><vet>Keuzemogelijkheden van de raad</vet></al><al>De minimumeisen die aan de accountantsverklaring worden gesteld, hebben te
                        maken met de goedkeuringstoleranties en de rapporteringtoleranties. De
                        keuzemogelijkheden van de raad hebben dan ook betrekking op deze twee
                        toleranties.</al><al/><al><cursief>Goedkeuringstolerantie</cursief></al><al>De bovengrenzen van de goedkeuringstoleranties zijn 1% voor de fouten in de
                        jaarrekening en 3% voor onzekerheden in de controle. De raad kan deze
                        percentages echter aanscherpen, dat wil zeggen op een lager percentage dan 1
                        of 3% vaststellen.</al><al/><al><cursief>Box: Voorbeeld afwijking goedkeuringstolerantie</cursief></al><al/><al><cursief>Voor de fouten in de jaarrekening is een goedkeuringstolerantie van
                            1% van de totale lasten van de gemeente geregeld in het Besluit
                            accountantscontrole gemeenten. Als de totale lasten van de gemeente € 50
                            miljoen bedragen dan is de maximale fout in de jaarrekening € 500.000.
                            Als de raad dit een te hoge marge vindt, dan kan het percentage
                            bijvoorbeeld worden verlaagd naar 0,9%. De maximale fout is dan €
                            450.000. De accountant zal dan wel meer werkzaamheden verrichten om aan
                            deze eis te voldoen (hogere kosten).</cursief></al><al/><al>De goedkeuringstolerantie kan alleen voor de gehele jaarrekening gelden, er
                        kunnen geen verschillende goedkeuringstoleranties voor onderdelen worden
                        gehanteerd. Wel kan - indien voor bepaalde onderdelen van de gemeente een
                        afzonderlijke verantwoording (deelverantwoording) wordt opgesteld - een
                        strengere goedkeuringstolerantie voor de deelverantwoording worden
                        geëist.</al><al/><al><cursief>Rapporteringtolerantie</cursief></al><al>De raad heeft als opdrachtgever de mogelijkheid om voor delen van de
                        jaarrekening met de accountant lagere rapporteringtoleranties overeen te
                        komen. Politiek gevoelige artikelen (declaraties van bestuurders,
                        aanbestedingen) of risicovolle projecten van de gemeente (in het kader van
                        PPS bijvoorbeeld) komen daarvoor bijvoorbeeld in aanmerking.</al><al>Zoals gezegd zijn de rapporteringtoleranties bepalend voor het opnemen van
                        bevindingen in het verslag van bevindingen door de accountant. De raad kan
                        hogere eisen aan de rapporteringtoleranties stellen, dus strengere normen
                        stellen. Daarmee bepaalt de raad dat over bepaalde onderwerpen eerder
                        elementen van onrechtmatigheden in het verslag van bevindingen worden
                        opgenomen, zonder dat die onderwerpen direct leiden tot een
                        niet-goedkeurende verklaring (redenen van een niet-goedkeurende verklaring
                        moeten <onderstreept>in ieder geval</onderstreept> worden opgenomen in het
                        verslag van bevindingen).</al><al/><al><cursief>Box: Voorbeeld</cursief></al><al/><al><cursief>De raad wil weten of de declaraties van collegeleden rechtmatig
                            zijn. De raad wenst een rapportering op het moment dat er sprake is van
                            een onrechtmatigheid per collegelid van meer dan € 500. Hoewel op grond
                            van de goedkeuringstoleranties de declaratie nauwelijks controle
                            behoeven, zal de accountant op grond van een lager overeengekomen
                            rapporteringtolerantie de declaraties intensiever
                        controleren.</cursief></al><al/><al>Als de raad niet zelf bepaalt welke bedragen voor de rapporteringtoleranties
                        gehanteerd moeten worden, dan zijn de bedragen van de
                        rapporteringtoleranties gelijk aan de bedragen die voortvloeien uit de
                        goedkeuringstoleranties. Een aanvullende opdrachtverlening aan de accountant
                        is dan niet nodig.</al><al/><al>Het is, zeker in een duaal stelsel, essentieel dat de raad een afweging
                        maakt over de rapportering-toleranties van bepaalde programma’s of delen van
                        de organisatie. Immers, de raad heeft de verantwoordelijkheid om de
                        activiteiten binnen de gemeente en de jaarrekening van de gemeente te
                        analyseren en afwegingen te maken over de gewenste (specifieke) informatie
                        die van de accountant wordt verlangd. Daarbij moet worden opgemerkt dat een
                        afgesproken lagere rapporteringtolerantie (feitelijk een strengere norm) in
                        het algemeen meer controle-inspanningen vergt en daarmee kan leiden tot
                        hogere controlekosten.</al><al/><al><vet>De opdracht aan de accountant</vet></al><al>Als de raad kiest voor (een) afwijkende goedkeuringstolerantie(s) of voor
                        specifieke rapportering-toleranties, is het belangrijk dat dit expliciet en
                        gemotiveerd zichtbaar in de opdracht aan de accountant staat.</al><al/><al>In de opdracht aan de accountant moet de raad dan ook aandacht schenken aan
                        de goedkeurings-toleranties en de bedragen voor rapportering in het verslag
                        van bevindingen van de accountant. In principe is het mogelijk - en verdient
                        het zelfs de voorkeur - dat de raad ieder jaar overweegt of hij de opdracht
                        aan de accountant wil wijzigen. Dit hoeft geen bijzonder tijdrovende zaak te
                        zijn. Het kan bijvoorbeeld voldoende zijn te kijken of er onderdelen zijn
                        waarvan het wenselijk is dat die extra gecontroleerd worden en waar
                        vervolgens over wordt gerapporteerd in het verslag van bevindingen. </al><al/><al>De opdracht aan de accountant staat los van de regels in de
                        controleverordening. De opdracht is namelijk een privaatrechtelijke
                        overeenkomst. De verordening artikel 213 Gemeentewet behelst publiek recht
                        en bevat regels, die de raad stelt voor het college. In de verordening
                        artikel 213 kan de raad regels neerleggen voor de verplichtingen die het
                        college heeft jegens de accountant tijdens de accountantscontrole en over de
                        verplichtingen die het college heeft jegens de raad inzake de
                        accountantscontrole. Daarnaast kan de raad in de verordening gedragsregels
                        voor zichzelf opnemen, zodat de verordening zekerheid voor het college
                        schept over datgene wat het van de raad mag verwachten.</al><al/><al>De overeenkomst met de accountant wordt in de meeste gemeenten voor meerdere
                        jaren aangegaan (al dan niet via stilzwijgende verlenging). Desgewenst kan
                        de dienst worden aanbesteed, hetgeen dan door het college wordt voorbereid.
                        Prijsbepalende factoren bij een aanbesteding zijn onder andere de
                        goedkeuringstoleranties en rapporteringtoleranties, maar ook de
                        mogelijkheden van de ambtelijke organisatie om zich strikt te houden aan met
                        de accountant af te spreken termijnen waarbinnen te controleren stukken
                        gereed dienen te zijn. De toleranties zullen in het programma van eisen bij
                        een aanbesteding moeten worden vastgelegd. Bij een eventuele Europese
                        aanbesteding moet worden geregeld dat de raad de selectiecriteria voor de
                        keuze van de accountant vaststelt (dit zou bij onze gemeente alleen –
                        verplicht - spelen wanneer de accountantscontrole voor minimaal 5 jaar
                        tegelijk zou worden aanbesteed). </al><al/><al><vet>Toelichting op de artikelen van de verordening</vet></al><al/><al><cursief>Artikel 2 Opdrachtverlening accountantscontrole</cursief></al><al>Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het college verantwoording afleggen
                        aan de raad over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening
                        en het jaarverslag (artikel 197, lid 1, Gemeentewet). Voor het overleggen
                        van deze stukken aan de raad moet de jaarrekening door een bevoegd
                        accountant zijn gecontroleerd (artikel 197, lid 2 Gemeentewet). De
                        accountant controleert de jaarrekening in opdracht van de raad. Het is dan
                        ook de raad, die de accountant aanwijst (artikel 213, lid 2, Gemeentewet).
                        De raad is echter niet het bestuursorgaan, dat de overeenkomst met de
                        accountant ondertekent. Het is de burgemeester, die de overeenkomst voor de
                        accountantscontrole met de accountant moet sluiten. De burgemeester
                        vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte, luidt het eerste lid van
                        artikel 171 Gemeentewet.</al><al/><al>Een bevoegd accountant voor de controle van de gemeentelijke jaarrekening is
                        een registeraccountant, een accountant-administratieconsulent met een
                        aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van
                        artikel 36 Wet op de Accountant-Administratieconsulenten of een organisatie
                        waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken. Het
                        zevende lid van artikel 213 Gemeentewet zegt, dat de bevoegde accountant in
                        gemeentelijke dienst kan worden aangesteld. Wel dient dan de benoeming,
                        schorsing en het ontslag van de accountant door de raad te geschieden.</al><al/><al>Voor de accountantscontrole geldt het Besluit Accountantscontrole Gemeenten
                        dat krachtens het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet door de minister is
                        vastgesteld. Het Besluit Accountantscontrole Gemeenten bevat onder andere
                        regels voor de omvangsbases en goedkeuringstoleranties voor de
                        accountantsverklaring en de rapporteringtoleranties voor het verslag van
                        bevindingen.</al><al/><al>Voor de begrippen goedkeuringstolerantie en rapporteringtolerantie en de
                        mogelijkheden die de raad daarmee heeft wordt hier verwezen naar het
                        onderdeel “Algemene inleiding” in deze toelichting. In het derde lid van
                        artikel 2 wordt invulling gegeven aan het gebruik van de mogelijkheden van
                        de raad met betrekking tot de nadere bepaling van de toleranties. Ze moeten
                        al bij de aanbesteding van de accountantscontrole worden bepaald en zodoende
                        worden opgenomen in het programma van eisen. Een aanscherping van de eisen
                        door de raad zal in veel gevallen leiden tot een hogere prijsstelling door
                        de accountant(s). Daarnaast zijn onder dit lid aanvullende zaken opgenomen
                        over eisen die de raad kan stellen aan de werkzaamheden van de accountant,
                        zoals aanvullende inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen en
                        aanvullende extra rapportages en controles.</al><al/><al>Mogelijk zal de raad de onderdelen van de jaarrekening, de onderdelen van
                        deelverantwoordingen en gemeentelijke organisatieonderdelen jaar op jaar
                        willen vaststellen. Dit daar de raad dan rekening kan houden met gewijzigde
                        politieke omstandigheden. Hierin voorziet het vierde lid van artikel 2. Het
                        is raadzaam om ook hierover bepalingen in het programma van eisen bij de
                        aanbesteding en opdrachtverlening op te nemen.</al><al/><al>Bij veel grote gemeenten zal het bedrag dat is gemoeid met de
                        accountantscontrole van de jaarrekening zo hoog zijn, dat de
                        accountantscontrole Europees moet worden aanbesteed. Dit hangt natuurlijk
                        ook af van de contractsduur, die met de accountant wordt aangegaan. Bij een
                        langere contractsduur zal de prijs van het contract eveneens hoger zijn. Bij
                        Europese aanbesteding zijn het de selectiecriteria en de bijbehorende
                        wegingsfactoren, die uiteindelijk de selectie van de accountant voor de
                        controle van jaarrekening bepalen. De raad is het bestuursorgaan, dat de
                        accountant aanwijst en dat dus de selectiecriteria en de bijbehorende
                        wegingsfactoren moet vaststellen. Dit wordt geregeld in het vijfde lid van
                        artikel 2. Europese aanbesteding is verplicht vanaf een aanbestedingsbedrag
                        van € 211.000 (niveau 2006).</al><al/><al>In de modelverordening van de VNG wordt bij dit artikel aangegeven dat een
                        benoeming voor een bepaalde termijn plaats zou kunnen vinden, en dat
                        aanbesteding plaats zou moeten vinden. Om niet zonder meer aan een
                        dergelijke termijn gebonden te hoeven zijn, en bijvoorbeeld ook een
                        stilzwijgende jaarlijkse verlenging door de raad mogelijk te maken, is de
                        modelbepaling niet overgenomen. Om dezelfde reden is geen verplichte
                        aanbesteding opgenomen. Desgewenst kan de raad uiteraard periodiek zelf
                        bepalen of zij het gewenst vinden dat een aanwijzing voor een aantal jaren
                        plaatsvindt en/of dat aanbesteding van de accountantscontrole plaats zou
                        moeten vinden.</al><al/><al><cursief>Artikel 3 Informatieverstrekking door college</cursief></al><al>In de nieuwe gedualiseerde verhoudingen is het college verantwoordelijk voor
                        de samenstelling van de jaarrekening en het jaarverslag. Ten opzichte van de
                        raad is het college ook verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele
                        door de raad geëiste deelverantwoordingen. Artikel 3 van de verordening
                        regelt de verplichtingen van het college voor de verstrekking van de
                        achterliggende informatie aan de accountant.</al><al/><al>Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de
                        achterliggende bescheiden. Het tweede lid draagt aan het college op deze
                        achterliggende bescheiden goed toegankelijk ter inzage aan de accountant
                        beschikbaar te stellen.</al><al/><al>Het derde lid is een optioneel lid. Het verplicht het college een verklaring
                        af te geven aan de accountant, waarin het college verklaart geen informatie
                        die van belang is voor de beoordeling van de jaarrekening, te hebben
                        achtergehouden. De verklaring wordt ook wel een LOR (Letter Of
                        Representation) genoemd. Hoewel het een algemeen gebruik is, is het geen
                        wettelijke verplichting, dat het college een dergelijke verklaring
                        verstrekt.</al><al/><al>In het vierde lid wordt een uiterlijke datum aan het college gesteld voor de
                        overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan de raad. De jaarrekening
                        moet namelijk binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval voor 15
                        juli worden toegezonden aan gedeputeerde staten (artikel 200 Gemeentewet).
                        Voor deze datum, 1 juli, moet de jaarrekening door de raad zijn behandeld en
                        moet een eventuele erop volgende indemniteitsprocedure (artikel 198
                        Gemeentewet) zijn doorlopen en de jaarrekening wel of niet zijn
                        vastgesteld.</al><al/><al>De accountant verzendt de accountantsverklaring en het verslag van
                        bevindingen rechtstreeks aan de raad. Het tweede lid van artikel 197
                        Gemeentewet bepaalt echter, dat het college bij de overlegging van de
                        jaarrekening en het jaarverslag aan de raad daarbij moet toevoegen de
                        accountantsverklaring en het verslag van bevindingen. </al><al/><al>Het vijfde lid van het artikel gebiedt het college alle informatie die van
                        invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na de afgifte van de
                        accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door de
                        raad aan het college bekend is geworden, terstond te melden aan de raad en
                        de accountant. Het sluit verrassingen tijdens de raadsbehandeling uit.</al><al/><al><cursief>Artikel 4 Uitvoering controle</cursief></al><al>Artikel 4van de verordening regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de
                        accountant en het college ten aanzien van de inrichting van de
                        accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien van de inrichting
                        van de accountantscontrole. Hij mag zelfs onaangekondigd controles
                        uitvoeren. Het college is hierin volgend. Wel moet er ter bevordering van
                        een soepele accountantscontrole periodiek overleg worden gevoerd tussen de
                        accountant en de verschillende vertegenwoordigers van de gemeente. Ook is
                        uitwisseling van informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij de
                        accountantscontrole.</al><al/><al>Het overlegplatform met de accountant (auditcomité) is een praktische
                        oplossing voor het noodzakelijke overleg met de accountant. Het auditcomité
                        heeft geen formele status, en het is dan ook niet verboden om er burgerleden
                        voor aan te wijzen. </al><al/><al><cursief>Artikel 5 Toegang tot informatie</cursief></al><al>In het vorige artikel hebben we gezien dat de accountant leidend is voor wat
                        betreft de inrichting van de accountantscontrole. Om een goede controle uit
                        te voeren moet hij echter ook onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Artikel 5
                        van de verordening kent de bevoegdheid om onbelemmerd onderzoek te doen toe
                        aan de accountant. Dit natuurlijk met in achtneming van de afspraken met de
                        raad, zoals neergelegd in het programma van eisen bij de aanbesteding. Het
                        artikel legt aan het college de plicht op om er voor te zorgen, dat de
                        accountant een onbelemmerde toegang heeft tot alle burelen van de gemeente
                        en de ambtenaren van de gemeente volledig meewerken aan de
                        accountantscontrole.</al><al/><al><cursief>Artikel 6 Overige controles en opdrachten</cursief></al><al>Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de
                        gemeente die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. Zo eisen
                        ministeries voor de verantwoording over de uitvoering van de
                        medebewindstaken door gemeenten (specifieke uitkeringen) vaak een aparte
                        accountantsverklaring. De aanwijzing van de accountant voor onder andere dit
                        soort accountantscontroles is een bevoegdheid van het college. Ook kan het
                        college besluiten om advieswerkzaamheden uit te besteden aan de door de raad
                        benoemde accountant. Het betreft hier vanzelfsprekend advieswerkzaamheden
                        die samenhangen met de natuurlijke adviesfunctie van de accountant die de
                        onafhankelijkheid van de accountant niet in gevaar brengen.</al><al/><al>Het eerste lid van artikel 6 van de verordening regelt hoe het college moet
                        omgaan met de uitbesteding van “advieswerkzaamheden” zoals de verbetering
                        van de administratieve organisatie, aan de door de raad benoemde accountant.
                        Door deze werkzaamheden te gunnen aan de door de raad benoemde accountant
                        kan de onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de accountant ten
                        aanzien van zijn controlewerkzaamheden voor de raad in het geding komen. Op
                        de loer liggende belangenverstrengeling tussen college en accountant kan
                        mogelijk een weerslag hebben op de kwaliteit van de controle van de
                        jaarrekening. Hetzelfde geldt voor die gevallen waarbij de accountant bij de
                        accountantscontrole zijn eigen werk moet controleren. Het lid bepaalt, dat
                        het college voor advieswerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld op het gebied van
                        de bestuurlijke informatieverzorging of de rechtmatigheid, de door de raad
                        benoemde accountant kan inschakelen. Indien het college dit voornemen heeft,
                        dient hij de raad hier vooraf over te informeren. Dit biedt de raad de
                        mogelijkheid om over de desbetreffende uitbesteding van werkzaamheden zijn
                        oordeel te vormen en zijn bedenkingen aan het college kenbaar te maken.
                        Overigens wordt de accountantswetgeving op het gebied van dit soort
                        advieswerkzaamheden de komende jaren aangescherpt.</al><al/><al>Het tweede en het derde lid regelen, dat het college voor de overige
                        controlewerkzaamheden in het algemeen de door de raad benoemde accountant
                        inschakelt. Het college mag hiervan afwijken indien dit in het belang van de
                        gemeente is. De accountant die de jaarrekening controleert, is vaak beter
                        bekend met de gemeentelijke administraties. Daarbij kunnen controles van de
                        jaarrekening en controles van medebewindstaken tegelijkertijd door één
                        accountant worden uitgevoerd (single audit). Dit levert een aanzienlijke
                        besparing op. In bepaalde gevallen is inschakeling van een andere accountant
                        raadzaam en soms zelfs onoverkomelijk. De reden hiervoor kan van
                        prijstechnische aard zijn, maar ook van bijvoorbeeld organisatorische aard
                        (zo kunnen de controlewerkzaamheden gemeenschappelijke activiteiten met een
                        andere gemeente betreffen en de accountantscontrole hiervan door de
                        accountant van de andere gemeente worden uitgevoerd). De verordening regelt
                        dat het college in deze gevallen vrij is in de keuze van de accountant.</al><al/><al><cursief>Artikel 7 Rapportering</cursief></al><al>Het derde en vierde lid van artikel 213 Gemeentewet regelt de rapportering
                        en de inhoud daarvan van de accountant aan de raad en het college.
                        Aanvullend daarop kan de raad in zijn programma van eisen aanvullende
                        inhoudelijke eisen stellen, maar ook aanvullende rapporteringen van de
                        accountant verlangen (artikel 2, lid 3, letters c &amp; e van deze
                        verordening). Artikel 7 regelt aanvullende zaken aangaande de rapportering
                        op grond van de door de accountant uitgevoerde controles. Zaken die dan
                        natuurlijk wel in het programma van eisen moeten worden geregeld.</al><al/><al>Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de
                        accountant meestal meerdere controles. Dit kunnen door de raad in het
                        programma van eisen van de aanbesteding opgenomen tussentijdse controles
                        (interim-controles) zijn. Het eerste lid van artikel 7 regelt, dat het
                        college in elk geval bij geconstateerde afwijkingen door de accountant die
                        leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring bij de
                        jaarrekening, een afschrift krijgt van de schriftelijke mededeling hierover
                        aan de raad. Dit opdat het college (in overleg met de raad en de accountant)
                        mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan treffen.</al><al/><al>Het tweede lid van artikel 7 regelt, dat het management een rapportage
                        krijgt van de door de accountant uitgevoerde (deel)controles. In deze
                        rapportage worden kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden tot
                        het niet afgeven van een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk
                        belang zijn, aan het management meegedeeld. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld
                        opmerkingen over (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in
                        de administratieve organisatie, welke eenvoudig in onderling overleg met het
                        management van de gemeente kunnen worden opgelost. Het management kan op
                        grond van de rapportage actie ondernemen voor herstel van de afwijkingen en
                        onvolkomenheden.</al><al/><al>Voorts is in het artikel een lid opgenomen voor de procedure van hoor en
                        wederhoor. De constateringen in het verslag van bevindingen worden
                        voorafgaand aan verzending van de accountantsverklaring en het verslag van
                        bevindingen aan de raad door de accountant besproken met het college. Het
                        geeft het college de mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de
                        constateringen in het (concept-)verslag van bevindingen.</al><al/><al>Tot slot in het vierde lid van dit artikel opgenomen, dat de accountant zijn
                        verslag van bevindingen aan de raad mondeling toelicht.</al><al/><al><cursief>Artikel 8 Inwerkingtreding</cursief></al><al>De verordening gaat gelden vanaf de controle van de jaarrekening 2005. Omdat
                        het in de verordening beschrevene grotendeels een gebruikelijke gang van
                        zaken is, is bij de controle van de jaarrekening 2004 overigens nagenoeg op
                        eenzelfde wijze de controle uitgevoerd. De nieuwe verordening 213
                        Gemeentewet moet binnen twee weken na vaststelling door het college naar
                        gedeputeerde staten worden verzonden (artikel 214 Gemeentewet).</al><al/><al><cursief>Artikel 9 Citeertitel</cursief></al><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar
                        deze verordening kan worden verwezen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>