<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR234334_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening 2013 gemeente Molenwaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeentemolenwaard.nl">het Kontakt, 17 januari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening 2013 gemeente Molenwaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>28355</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene subsidieverordening Molenwaard 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Molenwaard;</al>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d 18 december
                        2012;</al>
          <al>Gelet op de bepalingen in de Gemeentewet;</al>
          <al>
            <vet>Besluit:</vet>
          </al>
          <al>De Algemene subsidieverordening Molenwaard 2013, inclusief toelichting, vast
                        te stellen.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente;</al></li>
              <li nr="b."><al>eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere
                                    incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de
                                    reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college
                                    slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier
                                    jaar subsidie wil verstrekken;</al></li>
              <li nr="c."><al>raad: raad van de gemeente;</al></li>
              <li nr="d."><al>jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een
                                    bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van
                                    maximaal vier jaar wordt verstrekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Reikwijdte verordening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De Raad stelt vast dat voor de volgende beleidsterreinen subsidie
                                kan worden verstrekt:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>algemeen bestuur;</al></li>
                <li nr="b."><al>openbare orde en veiligheid;</al></li>
                <li nr="c."><al>verkeer, vervoer en waterstaat;</al></li>
                <li nr="d."><al>economische zaken;</al></li>
                <li nr="e."><al>onderwijs;</al></li>
                <li nr="f."><al>cultuur en recreatie;</al></li>
                <li nr="g."><al>sociale voorzieningen en maatschappelijke
                                        dienstverlening;</al></li>
                <li nr="h."><al>volksgezondheid en milieu;</al></li>
                <li nr="i."><al>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De Raad kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren
                                activiteiten, de doelgroepen, procedurele voorschriften en de
                                verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in het
                                eerste lid worden omschreven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren
                                activiteiten, de doelgroepen, procedurele voorschriften en de
                                verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in het
                                tweede lid verder zijn uitgewerkt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Deze verordening is van toepassing op alle gemeentelijke
                                subsidieverlening voor zover geen specifieke verordening van kracht
                                is.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Bevoegdheid college</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting
                                nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde
                                dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten
                                tot het instellen van subsidieplafond(s).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan - met inachtneming van de ingevolge artikel 2, door
                                de raad vastgestelde beleidsterreinen en regels, nadere regels
                                stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college met behulp van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier indien beschikbaar.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li>
                <li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn
                                        op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente
                                        vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al></li>
                <li nr="c."><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de
                                        activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het
                                        dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen
                                        of private organisaties of personen aangevraagde subsidies
                                        of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li>
                <li nr="d."><al>indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand
                                        van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie
                                aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn. Zo kan bijvoorbeeld een verklaring
                                worden gevraagd dat bij een vereniging spelers geen vergoeding
                                ontvangen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Aanvraagtermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1
                                juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie
                                uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is
                                ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen
                                13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het
                                college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de
                                uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Weigeringgronden</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan een aanvraag voor subsidie weigeren indien de
                            activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht
                            zijn op de gemeente of haar ingezetenen, niet of nauwelijks ten goede
                            komen aan de gemeente of haar ingezetenen of onvoldoende zijn gericht op
                            de gemeentelijke beleidsdoelen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Wet BIBOB</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen
                            beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie
                            kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in
                            het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                            bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>VERLENING VAN DE SUBSIDIE</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Verlening subsidie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan
                                op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats
                                vindt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Betaling en bevoorschotting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de
                                betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel
                                15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100%
                                bevoorschot.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in
                                het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de
                                voorschotten bepaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Tussentijdse rapportage</titel>
            </kop>
            <al>Bij subsidies, hoger dan 30.000 euro, welke verleend worden voor
                            activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de
                            verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en
                            verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt
                            niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Meldingsplicht</titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie
                                is verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                        van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                        ontbinding van de rechtspersoon;</al></li>
                <li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li>
                <li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                        beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
                                        geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;</al></li>
                <li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
                                        doel van de rechtspersoon.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet
                                bestuursrecht.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Verantwoording subsidies tot 10.000 euro</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Subsidies tot 10.000 euro worden, tenzij bij verlening artikel 16 of
                                17 van toepassing wordt verklaard op basis van artikel 10, door het
                                college:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>direct vastgesteld of;</al></li>
                <li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de
                                        activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door
                                haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16.</nr>
              <titel>Verantwoording subsidies vanaf 10.000 tot 30.000 euro</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 10.000 euro, maar
                                minder dan 30.000 euro, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot
                                vaststelling in bij het college:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                        verricht zijn van de activiteiten;</al></li>
                <li nr="b."><al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei
                                        in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk
                                        4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit
                                blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                                verricht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17.</nr>
              <titel>Verantwoording subsidies vanaf 30.000 euro</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 30.000 euro, dient de
                                subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                college:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                        verricht zijn van de activiteiten;</al></li>
                <li nr="b."><al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei
                                        in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk
                                        4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li>
                <li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                        jaarrekening);</al></li>
                <li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop;</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overlegd.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18.</nr>
              <titel>Vaststelling subsidie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling de subsidie vast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                subsidievaststelling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat
                                de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in
                                te dienen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het
                                eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken
                                na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met
                            uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing gelet
                            op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit
                            artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek
                            verslag gedaan aan de raad. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20.</nr>
              <titel>Overgangsbepalingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor subsidie die is verleend voor subsidiejaar 2011 of eerder
                                blijft de oude regelgeving van kracht.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding / Citeertitel</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met
                                    ingang van 1 januari 2013.</al></li>
              <li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene
                                    subsidieverordening Molenwaard 2013.</al></li>
              <li nr="3."><al>De Algemene subsidieverordeningen van Graafstroom, Liesveld en
                                    Nieuw-Lekkerland 2011 worden ingetrokken.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>drs. T.W. Kanters D.R. van der Borg</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting Algemene Molenwaard 2013</titel>
        </kop>
        <al>Deze subsidieverordening is gebaseerd op een modelverordening van de VNG. De
                    Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kent in titel 4.2 een uitgebreide
                    regeling voor subsidieverstrekking door bestuursorganen. Deze regeling in de Awb
                    biedt gemeenten veel vrijheid bij de invulling van hun lokale subsidiebeleid.
                    Deze subsidieverordening geeft hieraan nadere invulling.</al>
        <al>Om de gemeenten te ondersteunen bij het vormgeven van hun regelgeving heeft de
                    VNG, in het kader van het project ‘Minder regels’, de afgelopen jaren hard
                    gewerkt aan de deregulering en vereenvoudiging van al haar modelverordeningen.
                    Bij de ontwikkeling van deze nieuwe modelverordening is nadrukkelijk ook gekeken
                    naar dereguleringsmogelijkheden binnen het subsidieproces. Een belangrijk aspect
                    in het subsidietraject is gelegen in vereenvoudiging van de regels voor de
                    verantwoording van de subsidie. Ter vermindering van de administratieve en
                    bestuurlijke lasten op dit punt is rijksbreed een kader ontwikkeld door het
                    ministerie van Financiën. Bij het opstellen van de modelverordening is ook naar
                    dit kader gekeken voor aanknopingspunten en zijn deze zoveel mogelijk
                    toegespitst op de gemeentelijke praktijk.</al>
        <tussenkop>Hoofdstuk 1. Grondslag verordening </tussenkop>
        <al>In de Awb staat dat de subsidieverstrekking moet zijn gebaseerd op een wettelijk
                    voorschrift. Voor gemeenten betekent dit, dat de subsidieverstrekking moet zijn
                    gebaseerd op een verordening van de raad (artikel 4:23, lid 1 Awb). Deze
                    verordening moet de essentiële elementen van het proces van subsidieverstrekking
                    bevatten, zoals een omschrijving of aanduiding van de te subsidiëren
                    activiteiten, de bevoegdheid voor het vaststellen van een subsidieplafond en de
                    bijbehorende verdelingsmaatstaf. Volgens de Memorie van Toelichting bij de Awb
                    (MvT) moet een wettelijk voorschrift, in dit geval een gemeentelijke
                    verordening, aan de twee volgende eisen voldoen om de beoogde doelmatigheid en
                    rechtszekerheid te bereiken. Het moet een omschrijving bevatten van de
                    activiteiten, waarvoor subsidie kan worden verleend en het moet een grondslag
                    bevatten voor de verplichtingen, die het bestuursorgaan aan de subsidieverlening
                    kan verbinden (voor zover die grondslag niet reeds in de Awb is neergelegd; zie
                    artikel 4:37 Awb).</al>
        <tussenkop>Uitzonderingen wettelijke grondslag</tussenkop>
        <al>Op de hoofdregel dat de subsidieverstrekking moet zijn gebaseerd op een
                    wettelijke grondslag bestaan, op grond van het derde lid van artikel 4:23 Awb,
                    vier uitzonderingen: </al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de spoedeisende subsidieverstrekking;</al></li>
          <li nr="b."><al>de subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost;</al></li>
          <li nr="c."><al>de incidentele subsidieverstrekking;</al></li>
          <li nr="d."><al>de Europese subsidies.</al></li>
        </lijst>
        <al>Deze laatste zijn voor gemeenten minder van belang en worden verder buiten
                    beschouwing gelaten.</al>
        <tussenkop>Spoedeisende subsidies</tussenkop>
        <al>Wanneer er een wettelijk voorschrift in voorbereiding is, mag het bestuurorgaan,
                    vooruitlopend op de totstandkoming van dit voorschrift, alvast beginnen met het
                    verlenen van de subsidie. Van deze bevoegdheid om zonder grondslag te
                    subsidiëren, kan gedurende maximaal een jaar gebruik worden gemaakt. </al>
        <al>Subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost </al>
        <al>In bepaalde gevallen is het toegestaan om niet op basis van een verordening,
                    maar op basis van een post op de begroting subsidie te verlenen. Artikel 4:23,
                    derde lid, onder c Awb bepaalt hierover dat er geen verordening is vereist,
                    indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag, waarop de subsidie ten
                    hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt. De vermelding van de ontvanger en het
                    bedrag kan overigens ook in de toelichting bij de begroting worden gedaan.</al>
        <tussenkop>Incidentele subsidies</tussenkop>
        <al>Strikt genomen is voor incidentele subsidies geen wettelijk voorschrift nodig.
                    In artikel 4:23, vierde lid, onderdeel d Awb is neergelegd, dat in incidentele
                    gevallen kan worden afgezien van het basisvereiste dat slechts op grond van een
                    wettelijk voorschrift subsidie kan worden verstrekt. Die situatie doet zich
                    voor, indien er geen beleid is dat voorziet in subsidiëring van de
                    desbetreffende activiteiten en evenmin sprake is van een vaste bestuurspraktijk
                    om dat soort activiteiten te subsidiëren.</al>
        <al>Een messcherpe afbakening tussen incidentele en andere subsidies is dit echter
                    niet. Vandaar dat er bij het opstellen van de subsidieverordening voor is
                    gekozen om ook incidentele subsidies op te nemen in de verordening onder de
                    grondslag eenmalige subsidie, zodat ook deze een wettelijke grondslag hebben.
                    Voorts werd dit ingegeven door de wens om te komen tot heldere, voor alle
                    subsidiesoorten geldende regels. Hiermee wordt bereikt, dat door de gemeente
                    niet voor iedere incidentele subsidie een geheel nieuw regime voor de wijze van
                    behandeling, beoordeling en aanvraag moet worden vastgesteld. Dat is er immers
                    nu al. De bestuurlijke en administratieve lasten worden hiermee beperkt.</al>
        <tussenkop>Grondslag</tussenkop>
        <al>Subsidieverstrekking op basis van alleen beleidsregels is niet mogelijk vanwege
                    het ontbreken van een wettelijke grondslag. De Raad dient naast de Algemene
                    subsidieverordening tenminste de activiteiten globaal te omschreven die voor
                    subsidie in aanmerking kunnen komen. Nu in de Algemene subsidieverordening de
                    activiteiten waarvoor subsidie verkregen kan worden niet staan omschreven, wordt
                    dit vastgelegd in het beleidsplan subsidies welke gelijktijdig met deze
                    verordening aan de Raad wordt voorgelegd. Vervolgens kan het college nadere
                    regels stellen hoe zij het beleidsplan in concreto toepassen.</al>
        <tussenkop>Hoofdstuk 2. Het subsidiebegrip</tussenkop>
        <al>Om de subsidietitel uit de Awb op een juiste wijze toe te passen, is het van
                    belang dat helder is wat er onder subsidie wordt verstaan. Subsidie is een
                    materieel begrip en wordt omschreven in artikel 4:21, eerste lid Awb. Voldoet
                    een geldverstrekking aan de daar genoemde voorwaarden, dan is het een subsidie,
                    hoe ook genaamd.</al>
        <al>Er is sprake van een subsidie als het gaat om geldverstrekkingen, die aan de
                    volgende kenmerken voldoen:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>het betreft een aanspraak op financiële middelen;</al></li>
          <li nr="b."><al>die door een bestuursorgaan worden verstrekt;</al></li>
          <li nr="c."><al>met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager;</al></li>
          <li nr="d."><al>anders dan als betaling voor het bestuursorgaan geleverde goederen of
                            diensten.</al></li>
          <li nr="a."><al>Een aanspraak op financiële middelen</al></li>
        </lijst>
        <al>Het woord ‘aanspraak’ geeft aan dat het niet de daadwerkelijke overhandiging van
                    het geld hoeft te betreffen, maar dat een aanspraak daarop voldoende is. Deze
                    aanspraak is rechtens afdwingbaar. Van belang is niet de daadwerkelijke
                    beschikbaarstelling, maar het besluit van het bestuursorgaan dat de voorgenomen
                    activiteiten worden gesubsidieerd.</al>
        <al>b.Verstrekt door een bestuursorgaan</al>
        <al>Slechts wanneer de financiële middelen worden verstrekt door een bestuursorgaan
                    in de zin van artikel 1:1 van de Awb kan er sprake zijn van een subsidie. </al>
        <al>c.Met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager</al>
        <al>Een subsidie wordt altijd verstrekt met een bepaald doel, voor bepaalde
                    activiteiten. De wetgever heeft bepaald dat er sprake moet zijn van bepaalde,
                    duidelijk omschreven activiteiten van de ontvanger. De bestedingsrichting van de
                    middelen moet dus duidelijk zijn.</al>
        <al>d.Anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of
                    diensten</al>
        <al>Commerciële transacties vallen buiten het subsidiebegrip. Er is geen sprake van
                    subsidie als de overheid een marktconforme vergoeding betaalt voor aangeschafte
                    goederen of aan haar geleverde diensten. Onder betaling wordt verstaan het
                    leveren van een tegenprestatie, die is afgestemd op de waarde van de verkregen
                    goederen of diensten in het economische verkeer. De beperking van deze
                    uitzondering tot aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten is
                    aangebracht, omdat er subsidies zijn, die kunnen worden opgevat als een betaling
                    voor door de subsidieontvanger aan derden geleverde diensten. Denk bijvoorbeeld
                    aan maatschappelijk werk.</al>
        <al>In de praktijk kan het voorkomen, dat er afwijkende termen worden gebruikt,
                    zoals bijdrage, uitkering of vergoeding, terwijl het in feite een subsidie
                    betreft. De gekozen benaming is voor de toepasselijkheid van de subsidietitel
                    niet van belang, ze is gewoon van toepassing als aan de voorwaarden is
                    voldaan.</al>
        <tussenkop>Subsidie versus opdracht: wat is het onderscheid?</tussenkop>
        <al>Met de zinsnede ‘anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                    goederen of diensten’, had de wetgever de bedoeling de subsidie te onderscheiden
                    van het begrip ‘opdracht’. Uit de definitie van artikel 4:21 Awb volgt dat, als
                    er sprake is van een betaling voor een opdracht (een financiële tegenprestatie),
                    deze betaling dan niet kan worden aangemerkt als een subsidieverstrekking of
                    omgekeerd. Oftewel: opdracht en subsidie sluiten elkaar uit.</al>
        <al>Om diverse redenen is het relevant om helder te hebben of het al dan niet een
                    subsidie betreft. Zo zullen ondernemers over de door aan hen gedane betalingen
                    voor geleverde diensten BTW verschuldigd zijn, terwijl zij over aan hen
                    verstrekte subsidies in beginsel geen BTW hoeven af te dragen. En mocht er zich
                    een geschil voordoen, dan kan men in het geval van subsidieverstrekking naar de
                    bestuursrechter stappen, terwijl men zich bij een opdracht moet wenden tot de
                    civiele rechter. </al>
        <al>Bij Beleidsgestuurde Contractfinanciering (BCF) wordt vaak gekozen voor een
                    subsidie, waaraan een contract (uitvoeringsovereenkomst) verbonden is. Ook daar
                    is het van belang dat het karakter van de grondslag van de verbintenis, namelijk
                    de subsidierelatie, niet uit het oog wordt verloren. Tenslotte kan een overheid
                    te maken krijgen met aanbestedingsregels (bij een opdracht) of wellicht
                    staatssteun (bij subsidie). </al>
        <tussenkop>Benaming van subsidies </tussenkop>
        <al>Exploitatiesubsidie, structurele subsidie, waarderingssubsidie, projectsubsidie,
                    incidentele subsidie, productsubsidie, instellingssubsidie, budgetsubsidie: in
                    de praktijk worden allerlei benamingen voor de verschillende soorten subsidies
                    verzonnen. De juridische betekenis van dergelijke benamingen is echter beperkt.
                    Zoals uit het voorgaande blijkt, is de subsidietitel van de Awb immers
                    materieel: het is afhankelijk van de feitelijke situatie en niet van de
                    benaming. </al>
        <tussenkop>Hoofdstuk 3 t/m 7. Vermindering van administratieve en bestuurlijke
                    lasten</tussenkop>
        <al>Bij de ontwikkeling van deze verordening is nadrukkelijk rekening gehouden met
                    de vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten in het gehele
                    subsidieproces. Zie hiervoor de artikelsgewijze toelichting.</al>
        <tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</tussenkop>
        <al>In dit artikel wordt een aantal begrippen verduidelijkt, dat in de verordening
                    wordt gehanteerd.</al>
        <tussenkop>Artikel 2. Reikwijdte verordening</tussenkop>
        <al>In dit artikel wordt aangegeven voor welke beleidsterreinen op basis van de deze
                    verordening subsidies kunnen worden verstrekt. </al>
        <tussenkop>Artikel 3. Bevoegdheid college</tussenkop>
        <al>Het college besluit ingevolge het eerste lid binnen de daarvoor door de raad
                    vastgestelde kaders, zoals neergelegd in de gemeentebegroting en deze Algemene
                    subsidieverordening. Dit betekent dat het college geen subsidies kan verlenen,
                    die niet stroken met de door de raad vastgestelde algemene regels. Met besluiten
                    over het verstrekken van subsidies in plaats van verlenen van subsidies wordt
                    beoogd de bevoegdheid te besluiten over het gehele subsidieproces, dus ook het
                    bevoorschotten, lager vaststellen, terugvorderen en dergelijke.</al>
        <tussenkop>Artikel 4. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</tussenkop>
        <al>In de Awb zijn in de artikel 4:25 tot en met 4:28 de belangrijkste bepalingen
                    rondom het werken met een ‘subsidieplafond’ gegeven. Ingevolge het eerste lid
                    van artikel 4 kan de raad subsidieplafonds per beleidsterrein vaststellen. In de
                    regel valt dit qua tijdstip samen met de vaststelling van de begroting. De raad
                    stelt subsidieplafonds vast en maakt daarbij de wijze van verdeling van de
                    beschikbare middelen bekend. Eventueel kan het college nadere regels opstellen
                    omtrent de wijze van verdeling van de beschikbare middelen.</al>
        <al>Subsidieaanvragen kunnen zonder nadere motivering worden afgewezen op het moment
                    dat het subsidieplafond bereikt is. Indien het voor subsidie beschikbare bedrag
                    enkel op de begroting vermeld staat en de gemeente deze bedragen niet als zijnde
                    subsidieplafonds heeft gepubliceerd, kan de gemeente subsidieaanvragen niet
                    ongemotiveerd weigeren wegens het bereiken van het plafond. </al>
        <tussenkop>Artikel 5. Bij aanvraag in te dienen gegevens</tussenkop>
        <al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient
                    te worden gedaan. In het subsidiebeleidsplan wordt nader aangegeven welke
                    informatie wordt gevraagd.</al>
        <tussenkop>Artikel 6. Aanvraagtermijn</tussenkop>
        <al>Hier worden de termijnen genoemd, waarbinnen aanvragen voor subsidie dienen te
                    zijn ingediend bij het college. Voor eenmalige subsidies wordt in de verordening
                    geen termijn gesteld. In het subsidiebeleidsplan is wel een termijn voor
                    stimuleringssubsidies opgenomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 7. Beslistermijn</tussenkop>
        <al>Hier worden de termijnen gegeven, waarbinnen het college gehouden is te
                    beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte
                    beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Gezien de afhankelijkheid van de in
                    de begroting opgenomen bedragen loopt de termijn voor jaarlijkse subsidies tot
                    na de begrotingsbehandeling. </al>
        <tussenkop>Artikel 8. Weigeringsgronden</tussenkop>
        <al>De algemeen geldende weigeringsgronden, opgenomen in artikel 4:35 Awb, worden
                    hier met een nadere, op de gemeentelijke praktijk toegesneden grond aangevuld. </al>
        <tussenkop>Artikel 9. Wet Bibob</tussenkop>
        <al>Een bijzondere weigeringsgrond is opgenomen in artikel 9, eerste lid. Het
                    betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de Wet Bibob
                    niet kan doorstaan. Indien deze weigeringsgrond niet zou zijn opgenomen, dan zou
                    het kunnen betekenen dat het college gehouden is subsidie te verlenen aan
                    aanvragers aan wie het college geen vergunning voor niet-subsidiabele
                    activiteiten zou verlenen. </al>
        <tussenkop>Artikel 10. Verlening van de subsidie</tussenkop>
        <al>Ingevolge het eerste lid geeft het college al in het besluit tot verlening van
                    de subsidie aan op welke wijze de verantwoording van de ontvangen subsidies
                    dient plaats te vinden. Hiermee wordt bereikt dat degene, aan wie de subsidie is
                    toegekend, van meet af aan duidelijk is aan welke voorwaarden en administratieve
                    eisen hij dient te voldoen. In het tweede lid is geregeld dat het college de
                    ontvanger verplichtingen kan opleggen.</al>
        <tussenkop>Artikel 11. Betaling en bevoorschotting</tussenkop>
        <al>Voorschotten worden automatisch (ambtshalve) verstrekt volgens het in de
                    subsidieregeling of de verleningsbeschikking opgenomen bevoorschottingsritme. De
                    bevoorschottingsbeschikking wordt ambtshalve gegeven op het moment van de
                    verleningsbeschikking. De subsidieaanvrager hoeft geen aanvra(a)g(en) voor
                    bevoorschotting in te dienen of tussentijdse overzichten van prestaties of
                    uitgaven te overleggen. Dit leidt tot lastenbesparingen bij zowel de
                    subsidieontvanger als de subsidieverstrekkende gemeente.</al>
        <al>De subsidieontvanger is volgens artikel 13 verplicht te melden, indien er
                    omstandigheden zijn die van invloed zijn op de hoogte van het verleende bedrag.
                    De subsidieverstrekker kan vervolgens, indien nodig, door een wijziging van de
                    verleningsbeschikking het bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten
                    aanpassen. </al>
        <tussenkop>Artikel 12. Tussentijdse rapportage </tussenkop>
        <al>In het kader van het terugdringen van de administratieve lasten is ervoor
                    gekozen aan meerjarig verstrekte subsidies, hoger dan 30.000 euro, de
                    mogelijkheid te verbinden om jaarlijks een tussentijdse verantwoording te
                    vragen. Het college moet vooraf bepalen welke vereisten worden gesteld aan de
                    tussentijdse, inhoudelijke en financiële verantwoording.</al>
        <tussenkop>Artikel 13. Meldingsplicht</tussenkop>
        <al>De meldingsplicht is bedoeld als tegenhanger van het geven van meer vertrouwen
                    in de vorm van onder andere: het niet standaard verantwoording afleggen bij
                    subsidies tot 5.000 euro, het vragen van minder tussenrapportages en
                    automatische bevoorschotting. </al>
        <al>De subsidieontvanger is verplicht tijdig (zonder nodeloos tijdsverloop) te
                    melden bij de gemeente als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteit
                    niet, niet tijdig, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden
                    verplichtingen zal worden verricht. </al>
        <tussenkop>Artikel 14. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</tussenkop>
        <al>In artikel 14 zijn de overige verplichtingen van de ontvanger van de subsidie
                    opgenomen, als ook de plicht belangrijke wijzigingen te melden aan het college.
                    Overigens moet “schriftelijk” hier niet al te letterlijk worden opgevat; een
                    melding per e-mail kan ook voldoende zijn. Niets belet de gemeente om bij
                    twijfel direct contact op te nemen met de subsidieontvanger en om nadere stukken
                    te vragen.</al>
        <tussenkop>Artikel 15. Verantwoording subsidies tot 10.000 euro</tussenkop>
        <al>Kenmerkend voor subsidies tot 10.000 euro is dat een vast bedrag (lump sum)
                    wordt verstrekt en dat de subsidieontvanger achteraf niet standaard
                    verantwoording hoeft af te leggen aan de subsidieverstrekker. </al>
        <al>In het geval van directe vaststelling (eerste lid, onderdeel a) worden de
                    bewijsstukken van de prestatie direct met de aanvraag meegestuurd. Ook indien de
                    activiteiten nog niet hebben plaatsgevonden, kan onderdeel a worden toegepast. </al>
        <al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid,
                    onderdeel b), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde
                    activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen 13 weken
                    na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve
                    vastgesteld door de subsidieverstrekker. </al>
        <al>Door te kiezen voor het systeem van ambtshalve vaststelling is er juridisch meer
                    mogelijkheid om op te treden, indien de gemeente bemerkt dat de activiteit niet
                    (geheel) is gerealiseerd. De subsidieontvanger dient, desgevraagd, op een door
                    het college in de beschikking aangegeven wijze, aan te tonen dat de
                    activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan
                    aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De subsidieverstrekker kan
                    steekproefsgewijs van deze bevoegdheid gebruik maken.</al>
        <tussenkop>Artikel 16. Verantwoording subsidies vanaf 10.000 tot 30.000
                    euro</tussenkop>
        <al>In dit artikel is aangegeven op welke wijze de subsidiënt de aan hem verleende
                    subsidie aan het college dient te verantwoorden. Ingevolge artikel 10, eerste
                    lid, wordt de wijze van verantwoording al bij het besluit tot verlening van de
                    subsidie aan de ontvanger bekend gemaakt.</al>
        <al>Het eerste lig bepaalt de termijn waarbinnen de subsidiënt een verantwoording
                    moet verstrekken. In het kader van deregulering zijn de termijnen van artikel
                    16, en 17, in tegenstelling tot de modelverordening gelijkgetrokken.</al>
        <al>Het tweede lid bepaalt, dat de subsidieontvanger moet aantonen dat de
                    activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd. Daarbij zal
                    vooraf door de subsidieverstrekker al moeten zijn aangegeven op welke manieren
                    het aantonen kan plaatsvinden. Ook hier kan het college bepalen dat bepaalde
                    categorieën van subsidies, dan wel subsidieontvangers, niet tot verantwoording
                    van de aan hun verleende subsidie hoeven over te gaan. </al>
        <al>Ingevolge het derde lid kan het college bepalen dat het voor de verantwoording
                    daarvan andere stukken en bewijzen verlangt dan gebruikelijk en uit hoofde van
                    de gewone bedrijfsvoering van de subsidieontvanger al worden opgesteld. Te
                    denken valt aan de verslagen, die rechtspersonen uit hoofde van de wet al dienen
                    op te stellen en die natuurlijk naar gelang van de hoedanigheid van de
                    betreffende rechtspersoon verschillen.</al>
        <al>Waar het hier uiteraard om gaat, is te voorkomen dat subsidieontvangers speciale
                    stukken met andere verantwoordingsmethoden moeten opstellen dan zij gebruikelijk
                    al doen. Zo kan uit een algemeen jaarverslag genoegzaam blijken, dat de
                    verkregen subsidie is aangewend voor het doel, waarvoor de subsidie werd
                    verstrekt. </al>
        <al>Overigens is in de VNG modelverordening de grens gesteld op € 10.000 en €
                    50.000. De in de Algemene Subsidieverordening Molenwaard opgenomen bedragen
                    sluiten echter beter aan op de subsidiepraktijk in Molenwaard.</al>
        <tussenkop>Artikel 17. Verantwoording subsidies vanaf 30.000 euro</tussenkop>
        <al>Bij subsidies van 30.000 euro of meer wordt uitgegaan van de traditionele
                    afrekening van subsidies, namelijk op basis van gerealiseerde kosten en baten.
                    De vaststelling van de subsidie vindt - tenzij de voorschriften voor subsidies
                    tot 30.000 euro worden toegepast - plaats op basis van uitgevoerde activiteiten
                    en gerealiseerde kosten.</al>
        <al>Vanuit het oogpunt van lastenverlichting wordt in lid 3 van de artikelen 16 en
                    17 geregeld dat ook alternatieve verantwoordingsbewijzen kunnen worden gevraagd.
                    Daarmee geven wij invulling aan het uitgangspunt, dat de verantwoordingslasten
                    in verhouding moeten zijn met de hoogte van het subsidiebedrag. Enerzijds kan
                    dus een minder omvangrijke verantwoording worden gevraagd, anderzijds is bij
                    grote subsidies ook de vereiste van een accountantsverklaring mogelijk.</al>
        <tussenkop>Artikel 18. Vaststelling subsidie</tussenkop>
        <al>In dit artikel is geregeld binnen welke termijn het college besluit ter zake van
                    de vaststelling van de subsidie.</al>
        <al>Ingevolge het derde lid kan het college, naast deze Algemene subsidieregeling,
                    categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen voor wie de subsidie
                    wordt vastgesteld zonder dat hiervoor door de subsidieontvanger een aanvraag
                    moet worden ingediend. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager
                    als de subsidieverstrekker worden bespaard.</al>
        <tussenkop>Artikel 19. Hardheidsclausule</tussenkop>
        <al>In de hardheidsclausule is zo concreet en nauwkeurig mogelijk (dus door het
                    benoemen van de specifieke artikelen) aangegeven op welke onderdelen van de
                    regeling deze clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in
                    de verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de
                    subsidie te passen. De toepassing van de hardheidsclausule dient beperkt te
                    blijven tot individuele gevallen. Zodra de toepassing van een hardheidsclausule
                    voor bepaalde gevallen voldoende is uitgekristalliseerd en daardoor en bestendig
                    karakter heeft gekregen, dient dit beleid in de Algemene subsidieverordening of
                    deelverordening te worden neergelegd.</al>
        <tussenkop>Artikel 20. Intrekking</tussenkop>
        <al>Het is van belang dat van de vigerende subsidieregelingen wordt aangegeven of ze
                    worden ingetrokken en hoe ze zich verhouden tot de Algemene
                    subsidieverordening.</al>
        <tussenkop>Artikel 21. Overgangsbepalingen, </tussenkop>
        <al>Het college krijgt vrijheid in individuele gevallen overgangsregelingen vast te
                    stellen. Door niet te standaardiseren wordt maatwerk mogelijk.</al>
        <tussenkop>Artikel 23 Inwerkingtreding, Artikel 24 Citeertitel</tussenkop>
        <al>Voor de hier opgenomen overgangs- en slotbepalingen is gebruik gemaakt van de
                    daarvoor gebruikelijke formuleringen.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>