<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR234328_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afschrijvingsverordening Molenwaard 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Molenlanden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeentemolenwaard.nl">Het Kontakt 17 januari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afschrijvingsverordening 2013 gemeente Molenwaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>28355</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Afschrijvingsverordening Molenwaard 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Molenwaard;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 december
                        2012;</al><al/><al>Gelet op de bepalingen in de gemeentewet;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><lijst><li nr="-"><al>De afschrijvingsverordening gemeente Molenwaard vast te stellen en
                                met terugwerkende kracht in werking te laten treden per 1 januari
                                    2013<vet>.</vet></al></li><li nr="-"><al>Gelijktijdig ( met terugwerkende kracht per 1 januari 2013) in te
                                trekken de Afschrijvingsverordeningen van de gemeente Graafstroom,
                                Liesveld en Nieuw-Lekkerland.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1. Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Het College van burgemeester en wethouders stelt een verordening
                            “activering en afschrijvingsbeleid op en biedt deze ter vaststelling aan
                            de gemeenteraad aan.</al><al>Het betreft hier een verordening ten aanzien van waardering en
                            afschrijving van vaste activa en van hetgeen hieromtrent is geregeld in
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                            (BBV).</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.Soorten activa</titel></kop><structuurtekst><al/><al>In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende soorten activa en
                            welke activa geactiveerd en afgeschreven dienen te worden.</al><al>2.1<cursief><onderstreept>Algemeen</onderstreept></cursief></al><al>Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa
                            (zoals voorraden en liquide middelen) (art. 31 BBV). Afschrijving heeft
                            alleen betrekking op vaste activa.</al><al>Hierbij wordt de volgende onderverdeling gemaakt (art. 33 BBV):</al><lijst><li nr="-"><al>Immateriële vaste activa;</al></li><li nr="-"><al>Materiële vaste activa;</al></li><li nr="-"><al>Financiële vaste activa.</al></li></lijst><al>Deze drie soorten vaste activa worden in deze paragraaf afzonderlijk
                            toegelicht.</al><al>2.2<cursief><onderstreept>Immateriële vaste activa (art. 34
                                    BBV)</onderstreept></cursief></al><al>Onder immateriële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo
                                    van agio en disagio;</al></li><li nr="b."><al>kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                    actief.</al></li></lijst><al>Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen
                            worden geactiveerd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden
                            (art. 60 BBV):</al><lijst><li nr="1."><al>het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te
                                    verkopen;</al></li><li nr="2."><al>de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat
                                    vast;</al></li><li nr="3."><al>het actief zal in de toekomst economisch of maatschappelijk nut
                                    genereren;</al></li><li nr="4."><al>de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen kunnen
                                    betrouwbaar worden vastgesteld.</al></li></lijst><al>De gedragslijn inzake de uitgaven met betrekking tot immateriële vaste
                            activa is deze zoveel mogelijk in een keer als kosten ten laste van de
                            exploitatie te verantwoorden en slechts in uitzonderingssituaties te
                            activeren. Als wordt overgegaan tot activeren van immateriële vaste
                            activa worden deze in principe zo snel mogelijk afgeschreven. </al><al>De afschrijvingsduur van de kosten genoemd onder a. is maximaal gelijk
                            aan de looptijd van de lening en voor de kosten genoemd onder b. ten
                            hoogste vijf jaar (art. 64 lid 5 en 6 BBV).</al><al>2.3<cursief><onderstreept>Materiële vaste activa (art. 35
                                    BBV)</onderstreept></cursief></al><al/><al>Materiële vaste activa zijn bezittingen van stoffelijke aard.</al><al>In artikel 52, lid 1, van het BBV staat aangegeven op welke wijze de
                            materiële vaste activa op de balans moeten worden opgenomen. Dit geeft
                            tevens een goede indruk van wat onder materiële vaste activa valt:</al><lijst><li nr="a."><al>gronden en terreinen;</al></li><li nr="b."><al>woonruimten; ,</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="d."><al>grond-, weg- en waterbouwkundige werken;</al></li><li nr="e."><al>vervoermiddelen;</al></li><li nr="f."><al>machines, apparaten en installaties;</al></li><li nr="g."><al>overige materiële vaste activa.</al></li></lijst><al>Op basis van artikel 35, lid 1, van het BBV wordt binnen de materiële
                            vaste activa het volgende onderscheid gemaakt:</al><lijst><li nr="1."><al>Investeringen met economisch nut.</al></li><li nr="2."><al>Investeringen met maatschappelijk nut.</al><al/></li></lijst><al><vet><onderstreept>Ad 1. Investeringen met economisch
                                nut</onderstreept></vet></al><al>Investeringen of materiële vaste activa met een economisch nut zijn
                            investeringen die verhandelbaar zijn en/of bijdragen aan het genereren
                            van middelen (art. 59 lid 2 BBV). Het is hierbij niet relevant of de
                            gemeente dit daadwerkelijk doet. Het gaat om de mogelijkheid.</al><al>Investeringen met een economisch nut zijn onder andere: </al><al>Gronden, bibliotheken, brandweerauto’s, sporthallen, havens,
                            sportvelden, parkeergarages en rioleringen.</al><al>Voor de investeringen of materiële vaste activa met een economisch nut
                            gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>Materiële vaste activa met een economisch nut moeten altijd
                                    worden geactiveerd met uitzondering van kunstvoorwerpen met een
                                    cultuurhistorische waarde (art. 59 lid 1 en 3 BBV).</al></li><li nr="2."><al>Bijdragen vanuit reserves mogen niet in mindering worden
                                    gebracht op het bedrag van de investering (art. 62 lid 1 en 3
                                    BBV). Een bestemmingsreserve wordt in dit geval alleen ingezet
                                    ter dekking van de afschrijvingscomponent van de kapitaallasten.
                                    Doordat de hoogte van een bestemmingsreserve evenveel bedraagt
                                    als het investeringsbedrag en op de reserve geen rente wordt
                                    bijgeschreven komt de rentecomponent van de kapitaallasten ten
                                    laste van de exploitatie.</al></li><li nr="3."><al>Bijdragen van derden die in directe relatie staan met de
                                    investering mogen wel in mindering worden gebracht op het
                                    investeringsbedrag (art. 62 lid 1 en 2 BBV).</al></li><li nr="4."><al>Op materiële vaste activa met een economisch nut mag niet
                                    resultaatafhankelijk worden afgeschreven. Niet de financiële
                                    positie op dat moment, maar de verwachte gebruiksduur is
                                    bepalend voor het afschrijven (art. 64 lid 1 BBV).</al><al/></li></lijst><al><vet><onderstreept>Ad 2. Investeringen met maatschappelijk
                                    nut</onderstreept></vet></al><al>Bij investeringen of materiële vaste activa met een maatschappelijk nut
                            gaat het om investeringen in de openbare ruimten zoals:</al><al>de aanleg, reconstructie en vervanging van wegen, scholen,
                            stemcomputers, rotondes, bruggen, grond onder wegen, waterwegen,
                            gemalen, fietspaden, voetpaden, civiele kunstwerken, dijken, openbare
                            verlichting, verkeerslichtinstallaties, (inrichting) groen en aanleg
                            speelplaatsen. </al><al>Deze bovenstaande investeringen zijn niet verhandelbaar en genereren
                            geen middelen.</al><al>Voor de investeringen of materiële vaste activa met een maatschappelijk
                            nut gelden de volgende regels:</al><lijst><li nr="1."><al>Materiële vaste activa met een maatschappelijk nut kunnen worden
                                    geactiveerd (art. 59 lid 4 BBV). In de toelichting op dit
                                    artikel van de BBV is de voorkeur aangegeven deze activa niet te
                                    activeren.</al></li><li nr="2."><al>Bijdragen vanuit reserves mogen in mindering worden gebracht op
                                    het bedrag van de investering (art. 62 lid 3 BBV). </al></li><li nr="3."><al>Bijdragen van derden die in directe relatie staan met de
                                    investering mogen in mindering worden gebracht op het
                                    investeringsbedrag (art. 62 lid 1 en 2 BBV).</al></li><li nr="4."><al>Op materiële vaste activa met een maatschappelijk nut mag
                                    resultaatafhankelijk (extra) worden afgeschreven (art.64 lid 4
                                    BBV).</al></li><li nr="5."><al>In sommige gevallen worden aankoop en vervaardiging van
                                    materiële vaste activa met een maatschappelijk nut onder aftrek
                                    van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de
                                    exploitatie gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit worden
                                    afgeweken.</al></li><li nr="6."><al>Ingeval van activering wordt het actief lineair afgeschreven
                                    over de verwachte levensduur van het actief of een kortere, door
                                    de raad aan te geven tijdsduur. Dit wordt in het raadsvoorstel
                                    en het raadsbesluit aangegeven.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3. Waarderen</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Met waarderen wordt bedoeld het opnemen van activa tegen een bepaalde
                            waarde op de balans.</al><al>De regels voor het waarderen van activa zijn:</al><al>Activa worden gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingsprijs
                            (art. 63 lid 1 BBV).</al><al>De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten (art.63
                            lid 2 (BBV). De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de
                            gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks
                            aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingprijs
                            kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten
                            en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan
                            worden toegerekend; in dat geval wordt in de toelichting vermeld dat
                            deze rente is geactiveerd. (art. 63 lid 3 BBV).</al><al>Uitzonderingen op de waardering tegen de verkrijging- of
                            vervaardigingprijs zijn de</al><al>voorraden en deelnemingen. Deze worden tegen de marktwaarde gewaardeerd
                            indien de</al><al>marktwaarde lager is dan de verkrijging- of vervaardigingprijs (art. 65
                            lid 2 BBV).</al><al>Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 10.000 worden niet
                            geactiveerd. </al><al>De restwaarde is de ingeschatte waarde aan het einde van de gebruiksduur
                            van het</al><al>actief. Het vertegenwoordigt de verwachte opbrengstwaarde die na de
                            gebruiksperiode</al><al>nog gerealiseerd kan worden. Door de grote mate van onzekerheid over de
                            hoogte van</al><al/><al>de restwaarde wordt de restwaarde van alle vaste activa
                            voorzichtigheidshalve op nul</al><al>gezet. (Op gronden worden niet afgeschreven en op gebouwen tot 20% van
                            de WOZ</al><al>waarde, zie hiervoor hoofdstuk 4: Afschrijvingen onderdeel materiële
                            vaste activa).</al><al>Bij het waarderen van een vaste activa wordt de zogeheten bruto-methode
                            toegepast.</al><al>Dit houdt in dat een vast actief op de balans wordt opgenomen tegen de
                            verkrijging- of</al><al>vervaardigingprijs zonder aftrek van bijdragen van derden en/of
                            bijdragen vanuit</al><al>reserves. Alleen de compensabele BTW wordt op het
                            bruto-investeringsbedrag in</al><al>mindering gebracht (art.62 lid 1 BBV).</al><al>In een aantal gevallen kan gekozen worden voor de netto-methode, te
                            weten:</al><al>Zowel bij vaste activa met een economisch nut als bij vaste activa met
                            een maatschappelijk nut kunnen bijdragen verkregen van derden die in
                            directe relatie staan met een actief in mindering worden gebracht op het
                            investeringsbedrag (art. 62 lid 2 BBV).</al><al>Bij vaste activa met een maatschappelijk nut kunnen bijdragen vanuit
                            reserves in mindering worden gebracht op het investeringsbedrag (art.62
                            lid 3 BBV).</al><al>Wanneer activa buiten gebruik worden gesteld of worden verkocht en nog
                            met een boekwaarde op de balans gewaardeerd staan, dan moet de
                            marktwaarde van deze activa ineens volledig worden afgeschreven. Indien
                            er sprake is van een verkoopopbrengst dan dient deze boekwaarde ten
                            laste van de verkoopopbrengst te worden gebracht (art. 65 lid 3
                            BBV).</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4. Afschrijvingen</titel></kop><structuurtekst><al/><al><cursief><onderstreept>4.1Algemeen</onderstreept></cursief></al><al>Het kenmerk van een vast actief of investering is het meerjarig nut. De
                            lasten van een investering worden dan ook gespreid over de verwachte
                            gebruiksduur van de investering. Het spreiden of verdelen van de
                            investeringsuitgaven heet afschrijvingen. Via afschrijvingen komt
                            jaarlijks een deel van het totale investeringsbedrag ten laste van de
                            exploitatie.</al><al>De totale lasten van een investering, de zogeheten kapitaallasten,
                            bestaan uit een afschrijvingscomponent en een rentecomponent.</al><al>De hoogte van het jaarlijks af te schrijven bedrag is afhankelijk
                            van:</al><al><cursief>-de verkrijging- of vervaardigingprijs:</cursief></al><al>Dit is de waarderingsgrondslag (zie ook hoofdstuk 3 Waarderen).</al><al><cursief>-de verwachte gebruiksduur;</cursief></al><al>De verwachte gebruiksduur wordt ook wel de afschrijvingstermijn
                            genoemd.</al><al><cursief>-de afschrijvingsmethode;</cursief></al><al>De afschrijvingslasten kunnen op diverse wijzen over de gebruiksduur
                            worden verdeeld.</al><al><cursief>-de verwachte restwaarde;</cursief></al><al><cursief>-wettelijke voorschriften in specifieke
                            gevallen;</cursief></al><al>Het gaat hier om de volgende immateriële vaste activa:</al><al>1.Indien wordt afgeschreven is de afschrijvingstermijn maximaal gelijk
                            aan de looptijdvan de lening.</al><al/><al>2.Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief. Indien
                            wordt afgeschreven is de afschrijvingstermijn maximaal 5 jaar.</al><al>Volgens paragraaf Immateriële vaste activa worden de kosten genoemd
                            onder 1 en 2</al><al>zoveel mogelijk in een keer ten laste van de exploitatie gebracht.</al><al><cursief><onderstreept>4.2 Verwachte
                                gebruiksduur</onderstreept></cursief></al><al>De verwachte gebruiksduur of afschrijvingstermijn hangt in theorie af
                            van de mate waarin een actief aan slijtage onderhevig is. In de
                            bedrijfseconomie wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen technische
                            slijtage en economische slijtage. Bij elk vast actief treedt er slijtage
                            op door het gebruik. Dit heet technische slijtage. De mate waarin een
                            vast actief aan technisch slijtage onderhevig is, wordt sterk bepaald
                            door de omvang en de aard van het gebruik van het actief. Bij
                            economische slijtage kunnen we denken aan veroudering (bij voorbeeld als
                            gevolg van voortschrijdende techniek) en/of verandering in de
                            vraag.</al><al>Naast een technische gebruiks- of levensduur is er ook nog een zogeheten
                            economische gebruiks- of levensduur. De economische gebruiksduur van een
                            actief wordt bepaald door de kosten af te zetten tegen de
                            opbrengsten.</al><al>In de marktsector vindt de bepaling van de afschrijvingstermijn plaats
                            op basis van bedrijfseconomische principes.</al><al>De productie bij de overheidssector is moeilijk te vergelijken met die
                            van de marktsector. De overheidssector kent bijvoorbeeld geen
                            winstoogmerk. Een ander kenmerk is dat de gemeentelijke productie
                            heterogeen is samengesteld.</al><al>Bij het bepalen van de afschrijvingstermijn of verwachte gebruiksduur
                            van vaste activa wordt bij gemeenten vaak het zogeheten
                            nuttigheidscriterium toegepast. Dit houdt in dat de verwachte
                            gebruiksduur van een vast actief in beginsel gelijk is aan de duur
                            waarin een actief of investering nut oplevert. De afschrijvingstermijn
                            is in feite een inschatting van de duur waarin het vast actief
                            (voldoende) nut oplevert. Bij het inschatten van deze termijn wordt vaak
                            gebruik gemaakt van ervaringscijfers (de tijd tussen het jaar van
                            aanschaf en het jaar van vervanging).</al><al>Bij het bepalen van de afschrijvingstermijn moet ook het
                            voorzichtigheidsprincipe in acht worden genomen. Een lange
                            afschrijvingstermijn heeft namelijk tot gevolg dat lasten naar de
                            toekomst worden geschoven. De afschrijvingstermijn moet dus gebaseerd
                            zijn op een realistische inschatting.</al><al/><al><vet>Immateriële vaste activa</vet>; de afschrijvingstermijnen zijn
                            wettelijk voorgeschreven.</al><al/><al><vet>Materiële vaste activa</vet>; hierbij gelden de volgende
                            afschrijvingstermijnen:</al><lijst><li nr="1."><al>Voor investeringen met een economisch nut gelden vanaf 1 januari
                                    2011 de afschrijvingstermijnen zoals opgenomen in bijlage 1
                                    behorende bij deze notitie.</al></li><li nr="2."><al>Voor investeringen met een economisch nut van vóór 1 januari
                                    2011 gelden de afschrijvingstermijnen volgens de
                                    afschrijvingstabel behorende bij de laatste nota waarderings- en
                                    afschrijvingsbeleid.</al></li><li nr="3."><al>Voor investeringen met een maatschappelijk nut de door de raad
                                    bij eventuele activering van een investering aan te geven
                                    tijdsduur.</al></li><li nr="4."><al>Voor gebouwde eigendommen wordt afgeschreven tot 20% van de
                                    WOZ-waarde. Op de gronden waar deze eigendommen gevestigd zijn
                                    wordt niets afgeschreven. Eenmaal in de vijf jaar zal her een
                                    herberekening plaatsvinden in verband met de jaarlijks
                                    wijzigende WOZ-waarden.</al><al/></li></lijst><al><vet>Gronden en ondergronden</vet></al><al>Omdat grond niet aan slijtage onderhevig is mag op grond niet worden
                            afgeschreven (opgenomen in bijlage 1).</al><al><cursief><onderstreept>4.3
                                Afschrijvingsmethoden</onderstreept></cursief></al><al>Er zijn diverse methoden om de investeringsuitgaven over de verwachte
                            gebruiksduur te spreiden c.q. te verdelen.</al><al>In deze notitie beperken wij ons tot een tweetal methoden, te
                            weten:</al><lijst><li nr="1."><al>de lineaire afschrijvingsmethode</al></li><li nr="2."><al>de annuïtaire afschrijvingsmethode</al></li></lijst><al>Deze beide afschrijvingsmethoden zijn mogelijk. Het is voor elke
                            investering wenselijk van te voren een afweging te maken voor welke
                            methode gekozen wordt. De vrijheid van keuze wordt middels deze
                            beleidsnota bekrachtigd. </al><al><onderstreept>Ad 1. Lineaire afschrijvingsmethode</onderstreept></al><al>Bij deze methode wordt het gewaardeerde investeringsbedrag gelijkelijk
                            over de afschrijvingstermijn van het actief verdeeld. Er wordt dus bij
                            deze methode een jaarlijks gelijk bedrag afgeschreven. De boekwaarde op
                            de balans (= waarderingsbedrag minus reeds gedane afschrijvingen) van
                            het actief daalt elk jaar met het bedrag van de jaarlijkse afschrijving.
                            Door de jaarlijkse terugloop van de boekwaarde daalt ook de
                            rentecomponent van de kapitaallast. De kapitaallasten hebben een dalend
                            verloop gedurende de afschrijvingstermijn van het actief.</al><al>De lineaire afschrijvingsmethode veronderstelt dus een gelijkmatige
                            waardedaling van het actief gedurende de gebruiksduur.</al><al><onderstreept>Ad 2. Annuïtaire afschrijvingsmethode</onderstreept></al><al>Bij de annuïtaire methode vormen de kapitaallasten
                            (afschrijvingscomponent + rentecomponent) jaarlijks een gelijke som en
                            blijven dus gedurende de gehele afschrijvingstermijn constant. Het
                            gevolg hiervan is dat de rentecomponent jaarlijks lager en de
                            afschrijvingscomponent jaarlijks groter wordt.</al><al><cursief><onderstreept>4.4 Begin
                            afschrijvingen</onderstreept></cursief></al><al>In deze paragraaf wordt aangegeven wanneer er op begrotingsbasis en op
                            rekeningbasis wordt gestart met het afschrijven van vaste activa.</al><al><onderstreept>Begrotingsbasis</onderstreept></al><al>De afschrijving van een actief op begrotingsbasis begint op 1 januari
                            van het jaar volgende op het jaar waarin het benodigde krediet hiervoor
                            beschikbaar is gesteld, tenzij bij deze beschikbaarstelling is bekend
                            gemaakt dat de besteding van het krediet zich over meerdere jaren
                            uitstrekt. In het laatst genoemd geval begint de afschrijving op 1
                            januari volgende op het laatste jaar van besteding.</al><al><onderstreept>Rekeningsbasis</onderstreept></al><al>De afschrijving van een actief op rekeningsbasis begint op 1 januari van
                            het jaar volgende op het jaar waarin het actief financieel is
                            afgewikkeld en in gebruik is genomen.</al><al><cursief>4.5 Extra afschrijven</cursief></al><al>Zoals in hoofdstuk 2 Soorten activa is aangegeven mag op materiële vaste
                            activa met economisch nut niet resultaatafhankelijk worden afgeschreven,
                            terwijl dit bij materiële vaste activa met maatschappelijk nut, indien
                            deze zijn geactiveerd, wel mag.</al><al>Afwijkingen</al><al>Indien er zich omstandigheden voordoen waarbij het nodig is af te wijken
                            van een of meer bepalingen uit deze notitie, dient het college van
                            burgemeester en wethouders dit beargumenteerd in het raadsvoorstel van
                            het betreffende actief op te nemen.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de raadsvergadering van 15 januari 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Raadsgriffier, Voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Drs. T.W. Kanters D.R. van der Borg</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1: Afschrijvingstabel materiële vaste activa met economisch en
                        maatschappelijk nut : </titel></kop><al/><al><vet><cursief>Omschrijving Termijn</cursief></vet></al><al><vet>Gronden, terreinen, openbare ruimte</vet></al><al>Grond Geen</al><al>Aanleg sportvelden/banen 25 jaar</al><al>Renovatie sportvelden/banen 15 jaar</al><al>Aanleg toplaag kunstgrasveld 20 jaar</al><al>Aanleg/uitbreiding begraafplaatsen (exclusief grond) 50 jaar</al><al>Renovatie begraafplaatsen (alleen bij creëren nieuwe begraafruimte) 25 jaar</al><al>Aanleg/uitbreiding woonwagencentra 25 jaar</al><al>Renovatie woonwagencentra 15 jaar</al><al>Fietspaden 15 jaar</al><al>Voetpaden 15 jaar</al><al>Beschoeiing 15 jaar</al><al>Kademuur 50 jaar</al><al>Bruggen (beton) 50 jaar</al><al>Bruggen (hout) 25 jaar</al><al>Wegen 15 jaar</al><al>Plantsoenen / openbaar groen 25 jaar</al><al>Parkeervoorzieningen 15 jaar</al><al>Straatmeubilair 10 jaar</al><al>Openbare verlichting 15 jaar </al><al><vet>Woonruimten, bedrijfsgebouwen, scholen en sport- en culturele
                        gebouwen</vet></al><al/><al>Nieuwbouw permanent 60 jaar</al><al>Nieuwbouw semi-permanent 40 jaar</al><al>Brandweergarage 50 jaar</al><al>Noodlokalen 15 jaar</al><al>Renovatie/verbouwen/bouwkundige aanpassingen 40 jaar</al><al>Aankoop bestaande gebouwen 40 jaar</al><al>Aanschaf woonwagens 25 jaar</al><al>Fundering kerktoren 40 jaar</al><al>Restauratie toren 40 jaar</al><al>Gebouwen maatschappelijke functie (scholen/ bibliotheken/ gemalen) 40 jaar</al><al>Gemeentelijke bijkantoren 40 jaar</al><al>Speeltoestellen 15 jaar</al><al>Zwembaden` 60 jaar</al><al><vet>Riolering</vet></al><al>Vrijvalriolering, putten en kolken 40 jaar </al><al>Persleiding 40 jaar</al><al>Gemalen mechanisch/elektrisch 15 jaar</al><al>Gemalen/drukriolering bouwkundig 40 jaar</al><al>Drukriolering mechanisch/elektrisch 15 jaar</al><al>Randvoorzieningen 40 jaar</al><al><vet>Inventaris</vet></al><al>Eerste inrichting en onderwijsleerpakket scholen 15 jaar</al><al>Inrichting (meubels, stoffering enz.) overige gemeentelijke gebouwen 15
                    jaar</al><al><vet>Machines, apparaten en technische installaties</vet></al><al>Technische installaties (centrale verwarming, klimaatbeheersing, liften enz.) 20
                    jaar</al><al>Lichtinstallaties sportcomplexen 15 jaar</al><al>Telefooncentrale, automatiseringsnetwerken enz. 15 jaar</al><al>Automatisering hardware 5 jaar</al><al>Automatisering software 5 jaar </al><al/><al>Servers t.b.v. netwerk 5 jaar</al><al>Bekabeling 15 jaar</al><al>Licenties 5 jaar</al><al>Machines (stemmachines enz.) 15 jaar</al><al>Kantoor- en huishoudelijke apparatuur (foto, repro, kasregisters enz.) 10
                    jaar</al><al><vet>Vervoermiddelen, tractie en aanverwant materieel</vet></al><al>Tankautospuit/hulpverlenings-/watercalamiteiten-/</al><al>manschappen-/materieelvoertuig 15 jaar Dienstvoertuig brandweer 7 jaar
                    Motorspuitaanhanger 15 jaar</al><al>Boot en trailer brandweer 15 jaar Volgelaatmaskers duikers brandweer 12 jaar
                    Hydr. redgereedschap/ademluchtcompressor 10 jaar Brandweerhelmen 10 jaar</al><al>(Uitruk)kleding en laarzen 10 jaar</al><al>Vrachtwagens/pick ups/bestelwagens 10 jaar</al><al>Tractoren/heftrucks 15 jaar</al><al>Aanhangwagens 10 jaar</al><al>Schaftwagens 20 jaar</al><al>Veegmachines/rolbezems 15 jaar</al><al>Hoogwerkers 10 jaar</al><al>Zoutmenginstallaties 12 jaar</al><al>Zoutstrooiers 15 jaar</al><al>Grondfrezen 15 jaar</al><al>Houtversnipperaar 10 jaar</al><al>Klepelmaaiers 10 jaar</al><al>Compressors/drainagespuiten 15 jaar</al><al>Containers 20 jaar</al><al>Gereedschappen 10 jaar</al><al>Wegwijzers 10 jaar</al><al>Verkeersborden 10 jaar</al><al>Verkeersveiligheidsmaatregelen 10 jaar</al><al>C2000 apparatuur 7 jaar</al><al><vet>Overige </vet></al><al>Kunstwerken 10 jaar</al><al>Bestemmingsplannen 10 jaar </al><al>Bodemsanering 15 jaar</al><al>Voorbereidingskosten bij niet doorgaan van een investering 1 jaar </al><al>In die gevallen waarin deze tabel geen uitsluitsel geeft, geldt de verwachte
                    levensduur als norm voor de afschrijving.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2: Begrippenlijst </titel></kop><al><vet>Begrippen (alfabetische volgorde)</vet></al><al><cursief>Activeren:</cursief>Het opnemen van een investering op de balans en het
                    waarderen volgens een bepaalde waarde.</al><al><cursief>Afschrijving:</cursief> De jaarlijkse waardevermindering van een
                    investering (actief) die in een verslagjaar als kosten ten laste van het
                    exploitatieresultaat komt.</al><al><cursief>Annuïteit:</cursief> Jaarlijks gelijkblijvend totaalbedrag van rente en
                    afschrijving.</al><al><cursief>Boekwaarde:</cursief>De waarde van een actief op een bepaald moment.
                    Deze wordt berekend door de aanschafwaarde te verminderen met de reeds gedane
                    afschrijvingen.</al><al><cursief>Bruto-methode:</cursief>Zowel de investering als de daar tegenover
                    staande bestemmingsreserve worden afzonderlijk op de balans verantwoord.</al><al><cursief>Compensabele BTW:</cursief>BTW die in het kader van het BTW
                    compensatiefonds kan worden teruggevorderd.</al><al><cursief>Econ. Levensduur </cursief>De periode waarin op grond van kosten- en
                    opbrengstverhoudingen gebruik zal worden gemaakt van een bepaalde
                    investering.</al><al><cursief>Economisch nut:</cursief>Investeringen hebben een economisch nut indien
                    ze verhandelbaar zijn en/of indien ze bijdragen aan het genereren van
                    middelen.</al><al><cursief>Investeringen(activa)</cursief>Aanschaffingen van of in eigen beheer
                    geproduceerde goederen met een meerjarige nuttigheid. </al><al><cursief>Kapitaallasten:</cursief>De jaarlijkse rente- en afschrijvingslasten
                    voortvloeiend uit een investering.</al><al><cursief>Lineair:</cursief>Jaarlijks gelijkblijvend bedrag van de afschrijving
                    gebaseerd op de levensduur van de investering.</al><al><cursief>Maatschappelijk nut:</cursief>Investeringen in de openbare ruimte,
                    zoals wegen, bruggen en openbaar groen, die niet verhandelbaar zijn en geen
                    middelen genereren.</al><al><cursief>Netto-methode:</cursief>De investeringen worden netto verantwoord op de
                    balans. Hierbij worden de investeringsbedragen verminderd met bijdragen van
                    derden en/of bestemmingsreserves. </al><al><cursief>Nuttigheidscriterium:</cursief>Het nut van een investering spreidt zich
                    over meerdere jaren uit.</al><al><cursief>Waarderen:</cursief>Het opnemen van investeringen op de balans tegen
                    een bepaalde waarde.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>INHOUDSOPGAVE</titel></kop><al/><al>1 Inleiding 2</al><al/><al>2 Soorten activa 2</al><al>2. 1 Algemeen 2</al><al>2. 2 Immateriële vaste activa 2</al><al>2. 3 Materiële vaste activa 2</al><al/><al>3 Waarderen 5</al><al/><al>4 Afschrijvingen 6</al><al>4. 1 Algemeen 6</al><al>4. 2 Verwachte gebruiksduur 6</al><al>4. 3 Afschrijvingsmethoden 7</al><al>4. 4 Begin afschrijvingen 7</al><al>4. 5 Extra afschrijvingen 8</al><al/><al>Bijlage 1: Afschrijvingstabel materiële vaste activa met economisch nut 9</al><al>Bijlage 2 : Begrippenlijst11</al></bijlage></regeling></body></cvdr>