<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR234210_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-130654.html">Elektronisch Gemeenteblad, 31-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=art. 221&amp;g=2013-01-01">Gemeentewet, art. 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 6</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>344-25</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR432430_1">Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2017</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Waterland,</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>Gelet op artikel 221 van de Gemeentewet; </al><al>BESLUIT:</al><al/><al>tot vaststelling van de volgende verordening op de heffing en invordering
                        van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2013.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam “belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten” worden
                            ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een bedrijfsruimte al dan niet krachtens eigendom,
                                    bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te
                                    noemen: gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik
                            heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld, is bevoegd de belasting
                            als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan in
                            gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als een ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een onder a. bedoelde ruimte dat blijkens zijn
                                indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer onder a. bedoelde ruimten of onder b.
                                bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in
                                gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
                                behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een onder a. bedoelde
                                ruimte, van een onder b. bedoeld gedeelte daarvan of van een onder
                                c. bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                            toegekend indiende volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                            worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze
                            zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen
                            nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            bedrijfsruimte en met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in
                            een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van
                            beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt
                            tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de
                            berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van die ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van die ruimte opgetreden technische en
                                    functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                    wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het tweede
                            lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende zaak of
                            gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van de Woningwet
                            is afgegeven en dat door bouw nog niet geschikt is voor gebruik
                            overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            woonruimte dat deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet
                            1928 (Stb.1989, 252) aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel
                            1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden bepaald met
                            in achtneming van een vooronderstelde verplichting om het landgoed
                            gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en
                            geen opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van normaal
                            bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn
                            aan de woonruimte worden geacht deel uit te maken van die
                            woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                            onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde
                            die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1627%;</al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>voor roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1050%;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>voor roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
                            0,2162%.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de heffingsmaatstaf beneden € 5.000,-- blijft wordt geen
                            belasting geheven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                            afgerond op gehele euro’s. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10,-- vindt geen invordering plaats. Voor
                            de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen belastingen op roerende
                            woon- en bedrijfsruimten of andere heffingen als één
                            belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij het bepalen van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten
                                    behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede
                                    begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden,
                                    die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van </al><al> gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                    gebruiken; </al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
                                    of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                    levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                    waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                    instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                                    een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                    dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als
                                    woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder
                                    dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                    toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn aan te
                                    merken;</al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                    voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van
                                    delen van zodanige bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden
                                    gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="g."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                    behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en
                                    ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen
                                    als woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f,
                            bedoelde bedrijfsruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover
                            de gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op 1
                            januari 2012 heeft.</al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>De heffingsmaatstaf vindt toepassing voor kalenderjaar 2013. </al></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al> De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de naar de staat waarin de
                            ruimte op de waardepeildatum verkeert.</al></lid><lid><lidnr>4. </lidnr><al> Indien een ruimte tussen de waardepeildatum en het begin van het
                            kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                    afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                    of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere,
                                    specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere omstandigheid, </al><al>wordt, in afwijking van het derde lid, de waarde bepaald naar de
                                    staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>De in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 bedoelde kwijtschelding blijft
                        buiten toepassing voor de belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid
                        onder b.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Tijdstip van ingang van de heffing en citeertitel</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2012
                                van 15 december 2011 wordt ingetrokken met ingang van de in het
                                derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                                zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening belastingen op
                                roerende woon- en bedrijfsruimten 2013".</al></li></lijst><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Waterland, gehouden op 13 december 2012</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening>drs. E.G.H. Dijk</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>L.M.B.C. Wagenaar-Kroon</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>