<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR234088_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende- zaakbelastingen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-12-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Actief, 27-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende- zaakbelastingen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 220 tot en met 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De ‘Verordening onroerende zaakbelasting 2012’, vastgesteld bij raadsbesluit van 22 december 2011, wordt ingetrokken met ingang van de artikel 10 lid 2 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende- zaakbelastingen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>BESLUIT</vet></al><al><vet>Onroerende-zaakbelastingen 2013</vet></al><al>De raad van de gemeente Tytsjerksteradiel;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20
                        november 2012; </al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; </al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van
                            onroerende-zaakbelastingen 2013</vet></al><al>(Verordening onroerende- zaakbelastingen 2013, reg. nr. FJZ.2013/1). </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'onroerende- zaakbelastingen' worden ter zake van binnen
                            de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                    gebruikersbelasting; </al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                    op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; </al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volg
                                    tijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die onroerende
                                    zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende
                                    zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als
                                    zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking
                                    is gesteld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijd geen genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van: </al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; </al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit de in onderdeel a bedoelde grond; </al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; </al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet
                                    aan de in artikel 8, van het Rangschikkingsbesluit
                                    Natuurschoonwet 1928 bedoelde voorwaarden met uitzondering van
                                    de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; </al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon
                                    ten doel stellen, beheerd worden; </al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; </al></li><li nr="g."><al>waterverdediging- en waterbeheersingwerken die worden beheerd
                                    door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning; </al></li><li nr="h."><al> werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                    van de delen van zodanige werken die dienen als woning; </al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken. </al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                    voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden
                                    gebruikt voor het geven van onderwijs; </al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                    gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                    verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri's, hekken en palen; </al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van
                                    zodanige onroerende zaken die dienen als woning; </al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                            bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij de gebruikersbelasting voor onroerende zaken die niet in
                                    hoofdzaak tot woning dienen 0,2333 %;</al></li><li nr="b."><al>bij de eigenarenbelasting </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1771 %;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2717
                            %.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden doormiddel van een aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van
                            de volgende termijnen telkens een maand later. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval de gemeente is
                            gemachtigd tot automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald
                            in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                            een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt ingeval het
                            totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende
                            zaakbelastingen of andere heffing gelijk of meer is dan € 3.176,00 dat
                            de aanslagen moeten worden betaald in één termijn welke vervalt 3
                            maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het lid 1 t/m 3
                            gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders </titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de onroerende
                        zaakbelastingen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Overgangsbepaling</titel></kop><al>De ‘Verordening onroerende zaakbelasting , vastgesteld bij raadsbesluit van
                        22 december 2011, wordt ingetrokken met ingang van de artikel 10 lid 2
                        genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                        toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening onroerende-
                        zaakbelastingen . </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2012. </ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. S. K. Dijkstra E. J. ter Keurs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>