<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR234083_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Notitie Handhavingsbeleid Kinderopvang Wormerland 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wormerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2015, 5432</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Notitie Handhavingsbeleid Kinderopvang Wormerland 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0017252">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0031621">Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0031613">Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0027961">Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Notitie Handhavingsbeleid Kinderopvang Wormerland 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Notitie Handhavingsbeleid Kinderopvang Wormerland 2012</label></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> 1. Inleiding</label></kop><structuurtekst><al/><al>Kinderen vormen een kwetsbare groep in onze samenleving. Het bieden van
                            goede en verantwoorde kinderopvang in een veilige omgeving zijn vandaag
                            de dag dan ook belangrijke speerpunten geworden. </al><al>De verantwoordelijkheid voor het bieden van kwalitatieve kinderopvang
                            ligt in de eerste plaats bij de instellingen zelf. Daarnaast spelen ook
                            de ouders via de oudercommissies een rol. De eindverantwoordelijkheid
                            ligt bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            waarin de kinderopvang is gevestigd. Zij is verantwoordelijk voor
                            toezicht en handhaving op de kwaliteit van de kinderopvang. De
                            uitvoerende taak van toezicht ligt bij de gemeentelijke
                            gezondheidsdienst, de GGD.</al><al/><al>Op 27 januari 2009 is door het college de ‘Notitie Handhaving Kwaliteit
                            Kinderopvang Oostzaan’ vastgesteld. Veranderingen in landelijke
                            regelgeving hebben tot gevolg dat ook het handhavingsbeleid in Oostzaan
                            moet worden aangepast. Het nieuwe handhavingsbeleid is in deze notitie
                            neergelegd. De huidige ontwikkelingen in de samenleving vergen dat de
                            gemeente ten aanzien van de kwaliteit van kinderopvang een kritische rol
                            moet hebben. Met dit handhavingsbeleid draagt gemeente Oostzaan bij aan
                            de kwaliteit van kinderopvang door efficiënt, consequent en duidelijk
                            toezicht te houden en handhavend op te treden. </al><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><label> 1.1. Landelijke ontwikkelingen</label></kop><structuurtekst><al/><al>De wetgever heeft met de invoering van de Wet kinderopvang in 2005
                                landelijke uniforme kwaliteitseisen gesteld aan kinderdagverblijven,
                                buitenschoolse opvang en gastouderbureau’s. Sinds de invoering van
                                deze wet is er veel veranderd waarbij de laatste grote wijziging in
                                2010 werd doorgevoerd. Met deze wijziging werden er strengere
                                kwaliteitseisen voor gastouderopvang gesteld en zijn ook de
                                gastouders direct onder het toezicht van de GGD gebracht. Daarbij is
                                de naam “Wet kinderopvang” gewijzigd in ´Wet kinderopvang en
                                kwaliteitseisen peuterspeelzalen’ (hierna: <vet>Wkkp</vet>). </al><al/><al>Recentelijk heeft zich nog een belangrijke wijziging voorgedaan. In
                                een uitspraak van de Raad van State van 21 december 2011 is
                                handhaving op basis van de ‘Beleidsregels kwaliteit kinderopvang’
                                als onrechtmatig bestempeld. Deze beleidsregels kunnen niet worden
                                aangemerkt als algemeen verbindende voorschriften in de zin van de
                                Algemene wet bestuursrecht (<vet>Awb</vet>). Het ministerie van
                                Sociale Zaken heeft dit hiaat hersteld door de normen uit de
                                beleidsregels over te zetten naar algemeen verbindende voorschriften
                                in een Algemene Maatregel van Bestuur (<vet>AMvB</vet>) en een
                                ministeriële regeling. De AMvB met de naam ‘Besluit kwaliteit
                                kinderopvang en peuterspeelzalen’ (hierna: <vet>het Besluit</vet>)
                                en de ministeriële regeling met de naam ‘Regeling kwaliteit
                                kinderopvang en peuterspeelzalen 2012’ (hierna: <vet>de
                                    Regeling</vet>) zijn beiden op 6 juni 2012 van kracht
                                geworden.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>1.2 Kinderopvang in Oostzaan</label></kop><structuurtekst><al/><al>In Oostzaan zijn er twee instellingen voor kinderopvang. Gezamenlijk
                                hebben zij vier opvanglocaties en kunnen zij aan 181 kinderen opvang
                                bieden. Er zijn 16 gastouders, zij hebben plek om 71 kinderen op te
                                vangen. Daarnaast is er een instelling die peuterspeelzaalwerk biedt
                                op twee afzonderlijke locaties. Zij hebben 80 opvangplaatsen
                                beschikbaar. </al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2. Begripsomschrijving</label></kop><structuurtekst><al/><al>Voor de leesbaarheid van het beleid zijn in bijlage I bij dit beleid een
                            aantal begrippen nader omschreven. Deze begrippen komen uit de Wkkp, het
                            Besluit en de Regeling. Indien de omschrijving uit deze wetten gedurende
                            de looptijd van het gemeentelijk handhavingsbeleid wijzigt, dient de
                            omschrijving van de Wkkp, het Besluit en de Regeling te worden
                            aangehouden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3. Wettelijk kader</label></kop><structuurtekst><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al><vet>Wet</vet></al></entry><entry><al><vet>Beschrijving</vet></al></entry></row><row><entry><al>Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                                                (Wkkp)</al></entry><entry><al>In deze wet staan de eisen waaraan de kinderopvang
                                                en peuterspeelzalen moeten voldoen. Denk hierbij
                                                bijvoorbeeld aan eisen die gesteld worden aan het
                                                pedagogisch beleidsplan of aan de huisvesting.</al></entry></row><row><entry><al>Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen
                                                (Besluit)</al></entry><entry><al>Hierin zijn de kwaliteitseisen uit de wet nader
                                                uitgewerkt. De kwaliteitseisen zijn geschreven voor
                                                houders van kindercentra, peuterspeelzalen,
                                                gastouderbureaus en gastouders om hen duidelijkheid
                                                te bieden op welke wijze in de praktijk aan een
                                                aantal kwaliteitsnormen van de wet dient te worden
                                                voldaan.</al></entry></row><row><entry><al>Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen
                                                (Regeling)</al></entry><entry><al>Hierin zijn de kwaliteitseisen uit het besluit nader
                                                uitgewerkt. </al></entry></row><row><entry><al>Tijdelijke beleidsregels kwaliteit kinderopvang en
                                                peuterspeelzalen 2012</al></entry><entry><al>In deze beleidsregels is de eis ten aanzien van de
                                                verklaring omtrent gedrag (VOG) voor stagiaires en
                                                uitzendkrachten opgenomen. Per 1 oktober 2012 komt
                                                de nadere regelgeving van de VOG’s in de Wkkp. De
                                                tijdelijke beleidsregels vervalt dan.</al></entry></row><row><entry><al>Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse
                                                educatie</al></entry><entry><al>In het besluit worden eisen gesteld aan de
                                                voorschoolse educatie die aangeboden wordt door
                                                peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Hierbij kan
                                                gedacht worden aan eisen gesteld aan het programma,
                                                het aanbod en bijvoorbeeld de kwalificatie van de
                                                beroepskrachten.</al></entry></row><row><entry><al>Beleidsregels werkwijze toezichthouder 2012</al></entry><entry><al>De beleidsregels vormen het instrument waarmee de
                                                GGD-inspecteurs de kwaliteit van de kinderopvang en
                                                van het peuterspeelzaalwerk onderzoekt. Zij zijn
                                                bedoeld om de eenheid in het handelen van
                                                GGD-inspecteurs te bevorderen. Het maakt tevens het
                                                handelen van de GGD-inspecteurs transparant voor de
                                                kindercentra, de gastouderbureaus de gastouders en
                                                het peuterspeelzaalwerk, maar ook voor ouders.</al></entry></row><row><entry><al>Besluit registers kinderopvang en
                                                peuterspeelzalen</al></entry><entry><al><vet>In dit besluit wordt de registratie geregeld
                                                  zowel voor het register kinderopvang als het
                                                  register peuterspeelzaalwerk.</vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al>De eisen ten aanzien van de kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen
                            zijn opgesteld in overleg met de brancheorganisatie voor Welzijn en
                            Maatschappelijke Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang, de
                            Maatschappelijke Ondernemers groep (MOgroep), de Belangenvereniging
                            Ouders in de Kinderopvang (BOink) en de Branchevereniging Ondernemers in
                            de Kinderopvang. Kortom de kwaliteitseisen worden gedragen door een
                            groot deel van de betrokken partijen.</al><al>De instellingen die onder de reikwijdte van deze wetgeving vallen zijn:
                            dagopvang, buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen (voorscholen),
                            gastouders en gastouderbureaus.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4. Taken en verantwoordelijkheden</label></kop><structuurtekst><al/><al>Kinderopvang heeft landelijke, wettelijke kaders. De uitvoering van deze
                            kaders op het terrein van zowel registratie, toezicht als handhaving
                            ligt bij de gemeente. Het toezicht door de gemeente betreft het
                            eerstelijnstoezicht. Daarnaast houdt ook de Inspectie voor het Onderwijs
                            tweedelijnstoezicht en ziet er op toe dat het systeem van
                            eerstelijnstoezicht en handhaving kwaliteit kinderopvang, goed
                            werkt.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label> 4.1 Aanvraag en registratie kinderopvang</label></kop><structuurtekst><al/><al>De exploitatie van een instelling voor kinderopvang vangt aan met
                                het doen van een aanvraag tot exploitatie bij de gemeente. Dit dient
                                te gebeuren middels het aanvraagformulier registratie
                                kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang, gastouderbureau,
                                gastouder of peuterspeelzaal. Mogelijk zijn er ook andere
                                vergunningen nodig, hiervoor dient een omgevingsvergunning te worden
                                aangevraagd (www.omgevingsloket.nl). De houder van de kinderopvang
                                dient dit zelf te onderzoeken.</al><al/><al>Bij binnenkomst van het aanvraagformulier voor registratie, wordt
                                deze eerst getoetst op ontvankelijkheid (volledigheid). Daarna wordt
                                door de gemeente beoordeeld of de vereiste vergunningen zijn
                                aangevraagd. Hierbij wordt in ieder geval gekeken naar eventueel
                                strijdig gebruik van de bestemming, strijdige bouw en brandveilig
                                gebruik. Alle aspecten worden getoetst. Vervolgens wordt de aanvraag
                                doorgestuurd naar de GGD met het verzoek om een onderzoek te doen
                                naar de voorgenomen exploitatie en te toetsen op de kwaliteitseisen
                                van de Wkkp, het besluit, de regeling en het besluit
                                basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Wanneer de
                                kinderopvang in strijd is met andere regelgeving wordt de GGD
                                hiervan door de gemeente op de hoogte gebracht. De GGD rapporteert
                                haar bevindingen uit het onderzoek aan de gemeente in de vorm van
                                een advies om positief of negatief op de aanvraag te beslissen.
                                Indien er een positief besluit volgt van het college van
                                burgemeester en wethouders mag de houder kinderen gaan opvangen, of
                                met andere woorden: de vestiging in exploitatie nemen. De
                                exploitatie van de kinderopvang wordt door de gemeente geregistreerd
                                in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen, het
                                LRKP. De GGD krijgt een kopie van dit besluit.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>4.2 Toezicht</label></kop><structuurtekst><al/><al>De gemeente is eindverantwoordelijke voor het bestuurlijk toezicht
                                en handhaving in de kinderopvang. Het toezicht wordt uitgevoerd door
                                de GGD. Het college heeft de directeur van de GGD aangewezen als
                                toezichthouder. De directeur van de GGD wijst zelf één van haar
                                toezichthouders aan die feitelijk uitvoering geven aan de
                                inspecties. Voor de feitelijke uitvoering van de toezichthoudende
                                taak heeft de minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid
                                “Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang en
                                peuterspeelzalen” opgesteld. <vet> 4.2.1 Wijze van toezicht en
                                    rapportage</vet></al><al/><al>De GGD controleert nieuw gemelde voorzieningen, voert de jaarlijks
                                verplichte controles uit, verricht zo nodig herinspecties
                                (incidenteel verzoek) en kan, wanneer gewenst, in overleg met de
                                gemeente incidentele controles uitvoeren. Met de GGD zijn
                                werkafspraken gemaakt over een goede afstemming tussen toezicht en
                                handhaving:</al><lijst><li nr=""><al>De toezichthouder bezoekt jaarlijks alle in de gemeente
                                        gevestigde kinderopvang en toetst de instellingen op basis
                                        van de landelijk vastgestelde inspectievoorwaarden voor
                                        dagopvang, buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen
                                        (voorscholen), gastouderbureaus en gastouders. </al></li><li nr=""><al>De toezichthouder rapporteert aan de gemeente via een model
                                        inspectierapport haar bevindingen en eventuele afspraken die
                                        gemaakt zijn met de houder. </al></li><li nr=""><al>De GGD is bevoegd om middels een gesprek met de houder hem
                                        ervan te overtuigen om de overtreding te beëindigen
                                        gedurende de periode dat het conceptrapport wordt opgesteld.
                                    </al></li><li nr=""><al>Wanneer tijdens de inspectie overtredingen geconstateerd
                                        worden die in aanmerking komen voor ‘overleg en overreding’,
                                        spreekt de toezichthouder een termijn af waarbinnen de
                                        overtreding moet worden hersteld. De termijn is nooit langer
                                        dan 4 weken, zodat de toezichthouder conform de wettelijke
                                        termijn het rapport kan afronden en overhandigen aan de
                                        gemeente. In het conceptrapport wordt aangegeven dat de
                                        houder deze mogelijkheid tot herstel heeft gekregen en ook
                                        of de overtreding daadwerkelijk is hersteld. </al></li><li nr=""><al>Ook wanneer geen overleg of overreding door de
                                        toezichthouder heeft plaatsgevonden worden de bevindingen
                                        van het gehouden toezicht verwerkt in een conceptrapport. De
                                        houder van de kinderopvang wordt in de gelegenheid gesteld
                                        om hierop zijn zienswijze te geven. </al></li><li nr=""><al>De zienswijze wordt verwerkt in het definitieve
                                        inspectierapport. Mogelijk beoordeelt de toezichthouder de
                                        situatie naar aanleiding van de zienswijze anders. In dat
                                        geval wordt dat meegenomen in het definitieve rapport dat
                                        verstuurd wordt aan de gemeente. </al></li><li nr=""><al>In het definitieve inspectierapport adviseert de
                                        toezichthouder aan de gemeente om al dan niet handhavend op
                                        te treden. Het inspectierapport wordt ook gestuurd naar de
                                        houder en is openbaar. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label> 4.3 Handhaving</label></kop><structuurtekst><al/><al>Als de wet- en regelgeving voor kinderopvang niet of niet voldoende
                                wordt nageleefd kan overgegaan worden tot het inzetten van de
                                gemeentelijke handhavingsbevoegdheden. </al><al/><al>Voor wat betreft de exploitatie en de kwaliteitseisen wordt het
                                handhavingstraject opgestart naar aanleiding van het
                                inspectierapport van de toezichthouder van de GGD. De toezichthouder
                                heeft een handhavingsadvies gegeven waarbij is aangegeven op welk
                                onderdeel de kinderopvang niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Het
                                college kan het handhavingsadvies van de GGD overnemen maar is
                                daartoe niet verplicht. Verzwarende of verzachtende omstandigheden
                                kunnen meewegen bij de te nemen handhavingsacties. Het college zal
                                waar mogelijk en nodig gemotiveerd afwijken van het advies.</al><tussenkop>  4.3.1   Afwegingsmodel sanctionering</tussenkop><al/><al>Het is van belang om een transparant, duidelijk en consequent
                                    handhavingsbeleid te voeren. Om te bepalen in welke situaties,
                                    welke maatregelen genomen moeten worden en, om op dit punt
                                    beleidsmatig en afgewogen te werk te kunnen gaan, wordt gebruik
                                    gemaakt van het ‘Afwegingsmodel handhaving kinderopvang en
                                    peuterspeelzalen’ van de VNG<extref doc="#_ftn1">[1]</extref>.
                                    Dit model bevat het toetsingskader voor handhaving kinderopvang
                                    en wordt bij landelijke en wettelijke ontwikkelingen door de VNG
                                    geactualiseerd. Ook deze geactualiseerde afwegingsmodellen
                                    zullen van toepassing zijn op dit beleid. </al><al/><al>In het model staan schematische richtlijnen voor prioritering,
                                    maatregelen, middelen en eventuele hersteltermijnen. Het model
                                    geeft voor zowel houders, toezichthouders, gemeente en andere
                                    betrokkenen in het handhavingproces duidelijkheid. Het voorkomt
                                    willekeur en bevordert de zorgvuldigheid van het proces. </al><al/><al>Er is een afzonderlijk afwegingsmodel voor dagopvang,
                                    buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, gastouders en voor
                                    peuterspeelzalen/voorscholen. De overtredingen zijn in het
                                    afwegingsmodel ingedeeld in drie categorieën, namelijk hoog,
                                    middel en laag:</al><lijst><li nr=""><al>HoogHieronder worden de overtredingen gebracht die gelet
                                            op de aard en risico´s en de gevoeligheid van de
                                            omgeving, voor de bescherming van het betreffende belang
                                            (het kind) zeer ingrijpend zijn. Overtreding ervan leidt
                                            tot een situatie met aanzienlijke (dreigende) hinderende
                                            of gevaarlijke consequenties of tot onomkeerbare schade.
                                        </al></li><li nr=""><al>MiddelHieronder worden de overtredingen gebracht waarbij
                                            risico´s aanwezig zijn die niet onmiddellijk dreigend
                                            zijn maar die wel een duidelijke nadelige invloed hebben
                                            op de middellange termijn.</al></li><li nr=""><al>LaagHieronder worden de overtredingen gebracht waarbij
                                            geen dreigend risico aanwezig is. Deze categorie kent
                                            dan ook een langere hersteltermijn. </al></li></lijst><al/><tussenkop> 4.3.2 Herstellende sancties</tussenkop><al>Indien de gemeente besluit om over te gaan tot handhaving heeft
                                    zij verschillende handhavingsmiddelen tot haar beschikking. De
                                    gemeente kan naast deze middelen er ook voor kiezen om eerst een
                                    (schriftelijke) waarschuwing te geven aan de houders. Ook kan
                                    overwogen worden om eerst op basis van mondelinge overreding de
                                    houder te bewegen de overtreding ongedaan te maken of te
                                    herstellen. Zowel de schriftelijke waarschuwing als de
                                    overreding zijn geen formele onderdelen van het
                                    handhavingstraject. </al><al/><al>Voordat formeel tot handhaving wordt overgegaan dient er een
                                    mogelijkheid te worden geboden aan de houder van de kinderopvang
                                    voor hoor en wederhoor. Meestal is van deze mogelijkheid al
                                    gebruik gemaakt door een zienswijze in te dienen op het concept
                                    inspectierapport van de GGD. De wet bepaalt dat van het horen,
                                    voorafgaand aan een aanwijzing, kan worden afgezien, indien
                                    belanghebbende al eerder in de gelegenheid zijn gesteld om een
                                    zienswijze naar voren te brengen en zich in de tussentijd geen
                                    nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan. </al><al/><al>In artikel 5:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt bepaald
                                    wat onder een herstellende sanctie moet worden verstaan. Een
                                    herstellende sanctie is een bestuurlijke sanctie die strekt tot
                                    het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een
                                    overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de
                                    gevolgen van een overtreding. Het doel van de herstellende
                                    sanctie is gelegen in het voorkomen van het voortduren van de
                                    overtreding en/of herhaling hiervan in de toekomst. </al><al/><al>In beginsel wordt een herstellend handhavingstraject aangevangen
                                    met een aanwijzing. Er kunnen zich echter ook situaties voordoen
                                    waarbij het naar het oordeel van het college gerechtvaardigd is,
                                    om gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde
                                    stappen ‘over te slaan’ en direct over te gaan tot het opleggen
                                    van een zwaardere sanctie. Een situatie waarbij direct
                                    overgegaan kan worden tot een zwaardere sanctie is in geval van
                                    recidive, maar ook wanneer er sprake is van meerdere
                                    tekortkomingen of wanneer de GGD inspecteur hier een relevante
                                    grond voor aandraagt. Bij een combinatie van meerdere
                                    overtredingen wordt uitgegaan van de zwaarste overtreding. </al><al/><al><onderstreept>We onderscheiden de volgende
                                        handhavingsmiddelen</onderstreept></al><al>1. Bevel (artikel 1.65 lid 3 Wkkp) Een bevel kan worden opgelegd
                                    door de toezichthouder wanneer de kwaliteit van kinderopvang
                                    zodanig tekortschiet, dat het nemen van maatregelen
                                    redelijkerwijs niet uitgesteld kan worden. Er dient sprake te
                                    zijn van een spoedeisend geval. Inzet van dit middel wordt
                                    bepaald door de toezichthouder. </al><al>2. Aanwijzing (artikel 1.65 lid 1 Wkkp) Met een aanwijzing geeft
                                    de gemeente aan welke onderdelen van de kwaliteitseisen niet, of
                                    niet in voldoende mate worden nageleefd. Een aanwijzing schept
                                    voor de houder verplichtingen om binnen de hiertoe gestelde
                                    termijn maatregelen te nemen. Een aanwijzing is dan ook een
                                    beschikking als bedoeld in de Awb. De aanwijzing kan opgevolgd
                                    worden door een zwaardere sanctie, indien de overtreding niet
                                    wordt beëindigd. </al><al>3. Dwangsom (artikel 125 Gemeentewet)</al><al>Een (last onder) dwangsom is een financiële prikkel om de
                                    geconstateerde overtredingen op te heffen. Deze herstelsanctie
                                    kan alleen worden opgelegd aan de overtreder zelf. De dwangsom
                                    wordt opgelegd met als last om aan het gegeven bevel of de
                                    gegeven aanwijzing te voldoen. Wanneer niet voldaan wordt aan de
                                    last moet de dwangsom worden betaald. Het college is bevoegd om
                                    daarna een besluit te nemen tot het opleggen een nieuwe last
                                    onder dwangsom. </al><al>4. Bestuursdwang (artikel 125 Gemeentewet)</al><al>Het doel van een (last onder) bestuursdwang is om de overtreder
                                    van een wettelijk voorschrift te bewegen deze overtreding
                                    ongedaan te maken, onder de dreiging dat de gemeente dat gaat
                                    doen op kosten van de overtreder. De gemeente kan dus het
                                    besluit nemen om op kosten van de houder een overtreding te
                                    herstellen, indien de overtreder dat zelf niet binnen de gegeven
                                    hersteltermijn doet. </al><al>5. Verwijdering uit het register kinderopvang (artikel 8 Besluit
                                    registers kinderopvang en peuterspeelzalen)</al><al>Een kindercentrum, gastouder of gastouderbureau kan uit het
                                    register worden verwijderd als niet aan de kwaliteitseisen wordt
                                    voldaan. Er zijn verschillende gronden waarop het college een
                                    voorziening uit het register kinderopvang kan verwijderen. Het
                                    verwijderen uit het register is een uiterst middel. Het heeft
                                    bovendien tot gevolg dat de ouders de aanspraak op
                                    tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang verliezen.
                                    Daarnaast heeft verwijdering uit het register tot gevolg dat
                                    exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete op
                                    basis van overtreding van de Wet op de economische delicten. </al><al>6. Verbod om in exploitatie te gaan (artikel 1.66 lid 2
                                    Wkkp)</al><al>Het college kan de houder verbieden in exploitatie te gaan als
                                    blijkt dat er naar verwachting niet, dan wel niet langer aan de
                                    voorschriften zal worden voldaan. </al><al>7. Verbod exploitatie voort te zetten/exploitatieverbod (artikel
                                    1.66 lid 1 Wkkp). Dit betreft het verbieden om de exploitatie
                                    voort te zetten, zolang een bevel of aanwijzing niet wordt
                                    opgevolgd en het toepassen van bestuursdwang niet mogelijk
                                    is.</al><al/><tussenkop> 4.3.3 Bestuurlijke boete</tussenkop><al/><al>Naast de herstellende sancties zijn er ook mogelijkheden om
                                    bestraffende sancties op te leggen. Doel van deze sanctie is
                                    bestraffing van de gedane overtredingen. Op grond van artikel
                                    1.72 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                                    en artikel 5:40 tot en met 5:54 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht is het college bevoegd om een bestuurlijke boete
                                    op te leggen. De bestuurlijke boete is een punitieve sanctie.
                                    Dit betekent dat er een onvoorwaardelijke verplichting is tot
                                    het betalen van een geldsom, die gericht is op bestraffing van
                                    de overtreder. </al><al/><al>Voor de vaststelling van de hoogte van de boetes in het kader
                                    van de kinderopvang kan aangesloten worden bij het
                                    ‘afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen’ die
                                    onderdeel uitmaakt van deze notitie. Per geconstateerde
                                    overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde
                                    boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke
                                    boete af op de ernst van de overtreding en de mate waaronder de
                                    overtreding is gepleegd. </al><al/><al>Aan een bestuurlijk boete gaat altijd een voornemen tot het
                                    geven van een boete vooraf. De overtreder kan op dit voornemen
                                    zijn zienswijze kenbaar maken. Deze zienswijze weegt mee in het
                                    uiteindelijke besluit om de boete wel of niet op te leggen. Een
                                    boete voorkomt niet dat een overtreding voortduurt en daarom kan
                                    naast een bestuurlijke boete ook een herstelsanctie opgelegd
                                    worden.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5. Jaarlijkse verantwoording</label></kop><structuurtekst><al/><al>Jaarlijks stelt het college van burgemeester en wethouder een verslag
                            vast van de toezichts- en handhavingsacties die de gemeente in het kader
                            van kinderopvang heeft verricht. Dit verslag verzendt het college naar
                            de gemeenteraad en de Inspectie van het Onderwijs. Vervolgens
                            rapporteert de inspectie hierover aan het ministerie. Aan de hand van de
                            jaarlijkse verantwoording zal het handhavingsbeleid, een jaar na
                            vaststelling worden geëvalueerd en indien noodzakelijk worden aangepast.
                        </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>6. Communicatie</label></kop><structuurtekst><al/><al>Het handhavingsbeleid kinderopvang 2012 wordt toegezonden aan alle
                            kinderopvangorganisaties die in het Landelijk Register geregistreerd
                            zijn binnen gemeente Oostzaan. Ook wordt het beleid geplaatst op de
                            gemeentelijke website en is het voor iedereen toegankelijk via de
                            regelingenbank (www.wetten.nl). </al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>7. Inwerkingtreding</label></kop><structuurtekst><al/><al>De notitie handhavingsbeleid kinderopvang treedt in werking op 13
                            december 2012. Het huidige handhavingsbeleid ‘Notitie Handhaving
                            Kwaliteit Kinderopvang Oostzaan’ dat is vastgesteld op 27 januari 2009,
                            vervalt per 13 december 2012.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Oostzaan op 4 december 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de burgemeester</ondertekening><ondertekening>R. Schaatsbergen P.J. Möhlmann</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage Begripsomschrijvingen</label><titel/></kop><al><vet>Bijlage I: Begripsomschrijvingen</vet></al><al/><al><vet>Kinderopvang:</vet> het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen,
                    opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de
                    maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint.</al><al/><al><vet>Kindercentrum:</vet> een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt.</al><al/><al><vet>Gastouder:</vet> de natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder die
                    gastouderopvang biedt, met uitzondering van de natuurlijke personen van wie een
                    of meer kinderen op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gronden
                    onderworpen zijn aan ondertoezichtstelling of voorlopige ondertoezichtstelling
                    als bedoeld in artikel 254, onderscheidenlijk artikel 255, van Boek 1 van het
                    Burgerlijk Wetboek, en met uitzondering van de persoon die op hetzelfde
                    woonadres als de ouder of dienst partner staat ingeschreven in de gemeentelijke
                    basisadministratie persoonsgegevens.</al><al/><al><vet>Gastouderbureau:</vet> een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt
                    en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders
                    geschiedt.</al><al/><al><vet>Gastouderopvang:</vet> kinderopvang:a. die plaatsvindt door tussenkomst van
                    een geregistreerd gastouderbureau;b. die plaatsvindt in een gezinssituatie door
                    een ander dan degene die als ouder op grond van artikel 1.5, eerste lid, Wet
                    kinderopvang aanspraak kan maken op een kinderopvangtoeslag onderscheidenlijk
                    een tegemoetkoming of diens partner;</al><al>c. waarbij de opvang plaatsvindt:1. op het woonadres van de gastouder, met dien
                    verstande dat op dit adres niet meer dan één voorziening voor gastouderopvang is
                    gevestigd.2. op het woonadres van een van de ouders van de kinderen voor wie de
                    gastouder opvang biedt, dan wel3. op twee of meer van deze woonadressen; end.
                    bestaande uit de gelijktijdige opvang van ten hoogste zes kinderen, waaronder
                    begrepen de bloedverwant of aanverwant in neergaande lijn van de gastouder of
                    zijn partner in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en de
                    leeftijd van tien jaar nog niet heeft bereikt. Met een bloedverwant of
                    aanverwant in neergaande lijn wordt gelijkgesteld een pleegkind dat de leeftijd
                    van tien jaar nog niet heeft bereikt.</al><al/><al><vet>Buitenschoolse opvang:</vet> kinderopvang verzorgd door een kindercentrum
                    voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan,
                    waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd evenals
                    gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties.</al><al/><al><vet>Dagopvang: </vet>kinderopvang verzorgd door een kindercentrum voor kinderen
                    tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen.</al><al/><al><vet>Houder:</vet> de rechtspersoon of natuurlijke persoon van 18 jaar of ouder
                    die een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een
                    gastouderbureau exploiteert.</al><al/><al><vet>Ouder: </vet>de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de pleeghouder van
                    een kind op wie de kinderopvang of het peuterspeelzaalwerk betrekking heeft, met
                    dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een
                    subsidie op grond van de Wet op de jeugdzorg buiten beschouwing blijft.</al><al/><al><vet>Oudercommissie: </vet>de commissie, bedoeld in artikel 1.58 Wet
                    kinderopvang</al><al/><al><vet>Peuterspeelzaal: </vet>voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt,
                    anders dan gastouderopvang of kinderopvang in een kindercentrum.</al><al/><al><vet>Peuterspeelzaalwerk: </vet>de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan
                    de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd
                    van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het
                    basisonderwijs.</al><al/><al><vet>Stamgroep: </vet>een vaste groep kinderen in de dagopvang in een passend
                    ingerichte vaste groepsruimte.</al><al/><al><vet>Stamgroepruimte: </vet>de ruimte waarin de kinderen in de dagopvang het
                    grootste deel van de dag aanwezig zijn.</al><al/><al><vet>Voorschoolse educatie: </vet>uitvoering van een door het college van
                    burgemeester en wethouders gesubsidieerd programma dat gericht is op het
                    verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het
                    basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden
                    toegelaten.</al><al/><al><extref doc="#_ftnref1">[1]</extref> Daar waar in het afwegingsmodel van de VNG
                    verwezen wordt naar ‘wko’ wordt bedoeld ‘wkkp’. Met beide verwijzingen wordt de
                    Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen aangeduid.</al><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>