<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR233997_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening reclamebelasting centrum Boxmeer 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.boxmeer.nl">Boxmeers Weekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reclamebelasting centrum Boxmeer 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R-RE/2012/726</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening reclamebelasting centrum Boxmeer 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Boxmeer;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Boxmeer d.d. 16
                        oktober 2012;</al><al>overwegende, </al><al>dat er een verzoek is ingekomen van de Stichting Centrummanagement
                        Boxmeer voor het instellen van een reclamebelasting ter voeding van het
                        Ondernemersfonds van genoemde stichting;</al><al>dat de bevoegdheid tot het invoeren, wijzigen en afschaffen van een
                        gemeentelijke belasting aan de gemeenteraad is;</al><al>gelet op de artikelen 219 en 227 van de Gemeentewet;</al><al>besluit :</al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al>Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting centrum
                        Boxmeer 2013. (Verordening reclamebelasting centrum Boxmeer 2013). </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of
                                    kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare
                                    weg;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    directe of indirecte steun vindt in of op de grond;</al></li><li nr="c."><al>vestiging: </al><lijst><li nr="1."><al>een onroerende zaak als bedoeld in hoofdstuk III van de
                                            Wet waardering onroerende zaken of een deel daarvan, dat
                                            door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt;</al></li><li nr="2."><al>verschillende onroerende zaken , als bedoeld in artikel
                                            16 van de Wet waardering onroerende zaken , die direct
                                            naast elkaar gelegen zijn en door één organisatie of
                                            bedrijf tezamen voor één doel worden gebruikt;.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen
                                    van één of meer (al dan niet wisselende) openbare
                                    aankondigingen;</al></li><li nr="e."><al>jaar: een kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Gebiedsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente
                            Boxmeer, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en
                            daarvan deel uitmakende kaart (Bijlage 1).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de titel ‘reclamebelasting’ wordt, onder de bij deze verordening
                            gestelde voorwaarden, binnen het gebied als bedoeld in artikel 2 een
                            directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar
                            vanaf de openbare weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging,
                            waarop en/of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Grondslag van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclamebelasting wordt geheven per vestiging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vestiging gelijk is aan de onroerende zaak, als bedoeld in
                                artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, bedraagt de
                                heffingsmaatstaf een vast bedrag, vermeerderd met een bedrag dat
                                afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                WOZ-waarde voor het betreffende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid, bedraagt de heffingsmaatstaf ,
                                indien de vestiging deel uitmaakt van één onroerende zaak, als
                                bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, een
                                vast bedrag vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van het
                                deel van de WOZ-waarde van de onroerende zaak dat aan de vestiging
                                voor het betreffende kalenderjaar kan worden toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> In afwijking van het tweede lid, bedraagt de heffingsmaatstaf voor
                                een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, sub 2, een vast
                                bedrag vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de
                                gezamenlijke WOZ-waarde zoals deze op de voet van hoofdstuk IV van
                                de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaken die
                                samen de vestiging vormen, is vastgesteld voor het betreffende
                                kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot
                                woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen WOZ-waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet
                                waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief voor de reclamebelasting bedraagt € 350,00 per
                                    vestiging, vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de
                                    hoogte van de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel
                                    5;</al></li><li nr="2."><al>Het in het vorige lid genoemde tarief wordt vermeerderd met €
                                    1,90 per € 1.000,00 die de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 6 een
                            waarde van € 100.000,00 overstijgt, met dien verstande dat de vermeerdering niet
                            meer dan € 400,00 bedraagt. </al></li><li nr="3."><al>Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar
                            beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien
                            de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de
                            reclamebelasting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
                                aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er
                                in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht,
                                nog volle kalendermaanden overblijven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige
                                verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip
                                van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: </al><lijst><li nr="a."><al>die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare
                                    aankondigingen zijn aangebracht in een voorziening waarin,
                                    waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden
                                    aangebracht, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn,
                                    maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen
                                    gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn;</al></li><li nr="b."><al>die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang
                                    wordt gediend, kunnen worden aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst
                                    of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging
                                    geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; </al></li><li nr="d."><al>die door (semi-)overheden of culturele, maatschappelijke of
                                    daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen
                                    zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die
                                    uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of
                                    ideëel belang dienen;</al></li><li nr="e."><al>aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of
                                    centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat
                                    uit een vlag, banier of zuil met de naam van de
                                    winkeliersvereniging of het centrummanagement;</al></li><li nr="f."><al>aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften
                                    rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in
                                    uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;</al></li><li nr="g."><al>die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel
                                    belang dienen;</al></li><li nr="h."><al>die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde
                                    artikelen en producten in een etalage of in de winkel;</al></li><li nr="i."><al>bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien
                                    deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te
                                    verkopen of te verhuren zaak;</al></li><li nr="j."><al>aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken
                                    en moskeeën, en die uitsluitend betrekking hebben op de functie
                                    van het gebouw. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van
                                de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is
                                dan € 30,00 doch minder is dan € 2.000,00 dat de aanslagen moeten
                                worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                                vervalt op de laatste dag van de maand volgend op maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                                termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen bedoeld in het tweede lid geldt in afwijking in zoverre
                                van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door
                                middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van
                                de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand
                                die in dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande
                                leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de reclamebelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                    Reclamebelasting centrum Boxmeer 2013". </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad</ondertekening><ondertekening>der gemeente Boxmeer d.d. 6 december 2012</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage 1 bij de Verordening Reclamebelasting centrum Boxmeer
                        2013</titel></kop><al>Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de Verordening reclamebelasting
                    centrum Boxmeer 2013, geldt het op de onderstaande kaarten afgebakende gebied
                    binnen de blauwe lijn. </al><al><plaatje><illustratie id="ic7e614d7-cf7b-499c-81e1-2395c7485287" naam="i154938ic7e614d7-cf7b-499c-81e1-2395c7485287.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.8cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie id="ia3d180b8-be37-4f73-aacf-46caca586fd8" naam="i154939ia3d180b8-be37-4f73-aacf-46caca586fd8.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="14.9cm"/></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>