<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR233204_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwsblad voor Vecht-, Amstel- en Rijnstreek, 06-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Stichtse Vecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIV/HoofdstukXIV/Artikel212/geldigheidsdatum_06-12-2012">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV94</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Financiële verordening van de gemeente Stichtse Vecht van 29 maart 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Stichtse Vecht </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 oktober 2012 ; </al><al/><al>gehoord de werksessie van 12 november 2012 ;</al><al/><al>gelet op artikel 212 Gemeentewet ;</al><al/><al>Besluit</al><al/><al>vast te stellen de</al><al><vet>Financiële Verordening gemeente Stichtse Vecht</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label/><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>afdeling:</al><al>een organisatorische eenheid onder leiding van een afdelingsmanager
                                binnen de gemeentelijke organisatie die als zodanig een eigen
                                rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college heeft;</al></li><li nr="b."><al>administratie:</al><al> het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                        verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                        functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                        organisatie van de gemeente Stichtse Vecht en ten behoeve
                                        van de verantwoording die daarover moet worden
                                        afgelegd;</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt in ieder geval bij aanvang van een nieuwe
                                        raadsperiode een programma-indeling vast.</al></li><li nr="2."><al>De raad steltper programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten;</al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen
                                        van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                        maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                        doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de
                                        raad kunnen worden getoetst.</al></li><li nr="4."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de
                                        begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering
                                        het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van
                                        de lopende investeringen het geautoriseerde
                                        investeringskrediet en de raming van de uitputting van het
                                        krediet in het lopende boekjaar weergegeven. </al></li><li nr="5."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting
                                        van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele
                                        raming van de totale uitgaven weergegeven</al></li><li nr="6."><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                        verantwoording van de programmabegroting.</al></li><li nr="7."><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                        programma’s. In de verantwoording geeft het college
                                        aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de
                                                begroting gestelde doelen.</al></li></lijst></li><li nr="8."><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 212 van de
                                        Gemeentewet gelden voor de verplichte paragrafen behorende
                                        bij de begroting en de jaarrekening de minimum vereisten,
                                        zoals deze in de overeenkomstige paragraaf van het Besluit
                                        begroting en verantwoording provincies en gemeenten zijn
                                        (BBV) opgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>Het college biedt uiterlijk 1 juli van het lopende begrotingsjaar
                                dan wel de laatste raadsvergadering voor het zomerreces het
                                richtinggevende kader; ook wel de Voorjaarsnota genoemd; voor de
                                begroting van het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende
                                jaren ter kennisname aan de raad aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                                        totale lasten en de totale baten per programma, het
                                        overzicht algemene dekkingsmiddelen en een bedrag voor
                                        onvoorzien voor de begroting in zijn geheel, alsmede de
                                        investeringskredieten voor het betreffende
                                        begrotingsjaar.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan de begroting door het jaar heen wijzigen. Dit
                                        kan in de vorm van:</al><lijst><li nr="-"><al>een algemene begrotingswijziging, zijnde een
                                                verzamelvoorstel met begrotingswijzigingen die
                                                betrekking hebben op onvermijdelijke en/of
                                                beleidsarme en/of budgettair neutrale
                                                beleidswijzigingen;</al></li><li nr="-"><al>een begrotingswijziging in het kader van de
                                                tussentijdse rapportages (beraps), waarin de
                                                consequenties die voortvloeien uit de in de
                                                rapportages gemelde afwijkingen, ten opzichte van de
                                                vastgestelde begroting, zijn verwerkt (bijv.
                                                volumewijzigingen/bijstelling van het beleid,
                                                wijzigingen in de geautoriseerde budgetten en
                                                investeringskredieten (zowel baten als lasten) en/of
                                                het overhevelen van budgetten tussen
                                                programma’s);</al></li><li nr="-"><al>separate begrotingswijzigingen tengevolge van
                                                beleidsvoorstellen -niet zijnde voorstellen voor
                                                nieuw beleid- waarbij het niet mogelijk is om met
                                                besluitvorming te wachten tot het eerstvolgende
                                                cyclusmoment (voorjaarsnota / begroting
                                                respectievelijk berap). Het gaat dan bijv. om zaken
                                                met een hoge politieke relevantie of spoedeisende
                                                zaken. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het valt binnen de beschikkingsbevoegdheid van het college
                                        om overschotten en tekorten op het niveau van de lasten dan
                                        wel op het niveau van de baten binnen één programma met
                                        elkaar te compenseren en daarover zo nodig uitleg te geven
                                        bij de bestuursrapportages respectievelijk de
                                        jaarrekening.</al></li><li nr="4."><al>Administratieve correcties (technische begrotingswijzigingen
                                        op het laagste budgetniveau) worden afgedaan door de
                                        teamleider Financiën; </al></li><li nr="5."><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die
                                        niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college
                                        voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een
                                        investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren
                                        van een investeringskrediet aan de raad voor.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
                                een besluit, nadat de raad in gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                bedenkingen ter kennis van het college te brengen van;</al><lijst><li nr="a."><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties; </al></li><li nr="c."><al>het aangaan van leningen;</al></li><li nr="d."><al>het aanvragen en toekennen van subsidies.</al></li></lijst><al>Deze informatieplicht geldt vanaf grenzen die buiten het mandaat van
                                het college valt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                        rapportages over de realisatie van de begroting. </al></li><li nr="2."><al>Jaarlijks zal een planning- en controlcylus ter kennisname
                                        aan de raad voorgelegd worden. Daarin wordt het aantal en
                                        tijdstip van de tussentijdse rapportages vermeld. </al></li><li nr="3."><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                        lasten als de baten, de geleverde goederen en diensten en
                                        indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke
                                        effecten.</al></li><li nr="4."><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij
                                        de programma-indeling van de begroting.</al></li><li nr="5."><al>De rapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering
                                        en de bijstelling van het beleid en een overzicht van baten
                                        en lasten met de bijgestelde raming van: </al><lijst><li nr="a."><al>de baten en lasten per programma uitgesplitst;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
                                                uitgesplitst;</al></li><li nr="c."><al>het resultaat voor bestemming volgend uit de
                                                onderdelen a en b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan
                                                reserves per programma;</al></li><li nr="e."><al>het resultaat na bestemming, volgend uit de
                                                onderdelen c en d.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In de rapportages worden gerapporteerd op afwijkingen op de
                                        oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van
                                        programma’s en investeringskredieten in de begroting. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al>Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 212, lid 2, onder a, van
                                de Gemeentewet stelt de raad regels vast voor waardering en
                                afschrijving van activa. Deze zijn weergegeven in de beleidsnota
                                ‘Waardering en afschrijving vaste activa’. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt de raad een beleidsnota ‘Reserves en
                                        voorzieningen’ aan. De raad stelt deze nota vast. De nota
                                        behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves en
                                                voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de toerekening en verwerking van rente over de
                                                reserves en de voorzieningen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij een voorstel voor de instelling van een
                                        bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt
                                        minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen,
                                        werken en diensten van de gemeente Stichtse Vecht wordt een
                                        systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                        kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                        indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met
                                        de door de gemeente verleende diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                        onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke
                                        vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de
                                        in gebruik zijnde activa en voor riool- en
                                        afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></li><li nr="3."><al>Voor de rentetoerekening aan activa wordt een vast
                                        percentage gehanteerd. Dit rentepercentage wordt bepaald op
                                        het hoogste percentage van twee berekeningen:</al><lijst><li nr="·"><al>Het gemiddelde rentepercentage van de langlopende
                                                leningen u/g, de leningen ten behoeve van de
                                                woningbouwverenigingen niet meegerekend.</al></li><li nr="·"><al>de verhouding investeringen en grondexploitatie in
                                                relatie tot de totale rentekosten.</al></li></lijst></li></lijst><al>Het berekende percentage wordt naar boven afgerond op een veelvoud
                                van 0,5.</al><al>Voor bouwgrondexploitatie geldt dit vaste percentage ook. Het
                                rentebeleid voor grondexploitaties wordt opgenomen in de nota
                                Grondbeleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de
                                        hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen,
                                        rioolheffing, afvalstoffenheffing e.d. middels de
                                        tarievennota.</al></li><li nr="2."><al>Het college biedt bij de begrotingsbehandeling de raad een
                                        nota aan met de kaders voor de prijzen van gemeentelijke
                                        diensten anders dan genoemd in het eerste lid. Dit geldt
                                        zowel voor privaat als publiekrechtelijk. De raad stelt de
                                        nota vast.</al></li><li nr="3."><al>De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het
                                        wijzigen van prijzen binnen de kaders worden ter
                                        kennisneming aan de raad aangeboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens
                                        oninbaarheid gevormd. Het gaat hierbij om de zgn.
                                        belastingvorderingen (roerende -/onroerende zaakbelastingen,
                                        toeristenbelasting, precariorechten, hondenbelasting,
                                        rioolrechten, afvalstoffenrechten e.d.) en de overige
                                        vorderingen. </al></li><li nr="2."><al>De omvang van de voorziening per balansdatum wordt
                                        vastgesteld op basis van de ouderdom van de vordering. De
                                        debiteuren zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde met
                                        inachtneming van een aftrek van oninbaarheid. Daarbij wordt
                                        de verwachte oninbaarheid uitgedrukt in een percentage van
                                        de openstaande vordering. </al></li><li nr="3."><al>Na één jaar wordt aangenomen dat de oninbaarheid van de
                                        openstaande vordering 25% is. Ieder jaar daarna neemt de
                                        kans dat de vordering ook daadwerkelijk wordt ontvangen met
                                        25% af. Na vier jaar wordt er van uitgegaan dat de vordering
                                        niet meer wordt geïncasseerd. Betalingen die na die periode
                                        alsnog binnenkomen vallen te gunste van die voorziening. Bij
                                        de overige vorderingen blijven de publiekrechtelijke
                                        vorderingen buiten beschouwing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Het college stelt ten behoeve van de uitoefening van de
                                financieringsfunctie een treasurystatuut op en biedt dit ter
                                vaststelling aan de raad aan.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel en in de diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                        enzovoort;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor
                                        het maken van kostencalculaties.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                        voldoet aan het BBV en andere relevante wet- en
                                        regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                        provincie en de Europese Unie alsmede aan andere
                                        instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen
                                        opleggen aan gemeenten.</al></li><li nr="c."><al>Een controleprotocol wordt aangeboden ter vaststelling aan
                                        de raad. In het protocol staan de richtlijnen voor een
                                        accountantscontrole. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en
                                        een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                        afdelingen.</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                        verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne
                                        controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de
                                        verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is
                                        gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                        verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                        investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                        prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                        frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                        activiteiten en uitputting van middelen;</al></li><li nr="e."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                        beheer van de afdelingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><al>Het college biedt periodiek een (bijgestelde) nota ‘Verstrekking
                                gemeentelijke subsidies’ aan. Deze nota bevat het kader voor de
                                verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de
                                toegekende gemeentelijke subsidies. De raad stelt de nota vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor een procedure voor de inkoop en
                                aanbesteding van werken en diensten. De regels waarborgen dat wordt
                                gehandeld in overeenstemming met de regels ter zake van de Europese
                                Unie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Steunverlening aan ondernemingen</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) interne regels
                                vast de voor de toekenning van steunverlening en subsidies aan
                                ondernemingen. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                                overeenstemming met de regels ter zake van de Europese Unie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De verordening ex artikel 212 Gemeentewet door de gemeenteraad van
                                Stichtse Vecht vastgesteld op 29 maart 2011 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking de dag na die van de
                                bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Financiële verordening
                                gemeente Stichtse Vecht’.</al><al/><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>27 november 2012</ondertekening><ondertekening>Griffier, Voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit
                            de Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording
                            Provincies en Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole
                            Provincies en Gemeenten. Overige begrippen uit de verordening worden in
                            artikel 1 van de verordening gedefinieerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                            jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van
                            iedere raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in
                            aanvulling hierop dat het college de producten aan de programma’s
                            toewijst. Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht
                            bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij
                            voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar stelt. Meestal
                            zal die vaststelling voor enkele jaren gelden, bijvoorbeeld voor een
                            gehele raadsperiode. Indien daartoe aanleiding is, kan de raad de
                            programma indeling wijzigen.</al><al>Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel 192
                            Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de begroting. De gemeente
                            kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor op de begroting
                            zijn gebracht (vierde lid artikel 189 Gemeentewet). </al><al>Een programma is gebaseerd op de drie w-vragen:wat willen we bereiken,
                            wat gaan we daar voor doen en wat mag dat kosten? Vooral voor de eerste
                            twee vragen zullen in de praktijk indicatoren nodig zijn. Aan de hand
                            van die indicatoren kan de raad zijn kaderstellende functie vervullen.
                            Daarnaast kan de raad de controlerende functie vervullen door de
                            uitkomsten en resultaten van de programma's te beoordelen. Het artikel
                            bepaalt dat op voorstel van het college de raad niet-financiële
                            indicatoren per programma vaststelt. Per programma van de begroting
                            dienen enkele indicatoren opgenomen te worden om de effecten van beleid
                            te monitoren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de begroting.
                            Het artikel bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het opstellen aan de
                            begroting (voor de zomer) een nota vaststelt waarin de hoofdlijnen voor
                            het beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn
                            vastgelegd. De kaders geven richting aan het college voor het opstellen
                            van de ontwerp-begroting en de meerjarenraming. Deze systematiek wordt
                            in veel gemeenten toegepast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting, investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><al>Dit artikel bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en
                            investeringskredieten. Deze autorisatie van de baten en lasten vindt
                            plaats op programmaniveau (lid 1). Voor begrotingswijzigingen doet het
                            college gedurende het jaar voorstellen aan de raad (lid 2). Daarbij
                            wordt er naar gestreefd deze zoveel mogelijk te koppelen aan vooraf
                            bepaalde (bijsturings)momenten uit de planning- en controlcyclus,
                            waarbij in de raad bijbehorende cyclusdocumenten aan de orde komen. Dit
                            betreft dus met name de momenten waarop de voorjaarsnota / begroting
                            respectievelijk tussentijdse rapportages ter vaststelling aan de raad
                            worden voorgelegd. En daarnaast de binnen de cyclus bepaalde momenten
                            voor het aanbieden van algemene begrotingswijzigingen.</al><al>Het voordeel hiervan is dat in op vastgestelde momenten een integraal
                            beeld wordt gepresenteerd van de nieuw beleid, afwijkingen ten opzichte
                            begroting en mogelijke oplossingsrichtingen daarvoor. Wij beogen een
                            situatie, waarbij op vastgestelde momenten (bij de berap) wordt
                            bijgestuurd. Ad hoc beslissingen tussentijds verstoren dit integrale
                            beeld. </al><al>Het vorenstaande laat onverlet dat er zich gedurende een jaar situaties
                            kunnen voordoen, waarbij het niet mogelijk is om met besluitvorming te
                            wachten tot de eerstvolgende berap en waarbij de noodzaak bestaat
                            tussentijds een voorstel tot wijziging van de begroting aan de raad voor
                            te leggen. In dergelijke gevallen dient het uitdrukkelijk niet te gaan
                            om nieuw beleid. Dat wordt vanuit het oogpunt van integrale afweging op
                            één moment, te weten de voorjaarsnota, aan de raad voorgelegd.</al><al>Naast lopende uitgaven doet de gemeente investeringen. Ook uitgaven voor
                            investeringen moeten worden geautoriseerd. De autorisatie van deze
                            investeringskredieten vindt plaats bij de begrotingsbehandeling. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Artikel 5 betreft een nadere invulling van de informatieplicht van het
                            college aan de raad. Het betreft en uitwerking van het vierde lid van
                            artikel 169 Gemeentewet. Dat artikel verplicht het college vooraf aan
                            het aangaan van bepaalde verplichtingen de raad inlichtingen te
                            verstrekken indien de raad daar om verzoekt of indien de uitoefening van
                            deze bevoegdheden van het college ingrijpende gevolgen heeft voor de
                            gemeente. In het artikel verzoekt de raad het college om informatie
                            vooraf aan het aangegaan van de opgesomde rechtshandelingen met een
                            financieel gevolg. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Een belangrijk onderdeel van de planning en controlcyclus voor de raad
                            zijn de tussentijdse rapportages. Op basis van rapportages wordt de raad
                            geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringskredieten
                            en de voortgang van de uitvoering van het beleid. Het derde, vierde en
                            vijfde lid bevatten bepalingen over de minimale inhoud van de
                            rapportage. Het zesde lid bepaalt over welke afwijkingen ten opzichte
                            van de begroting het college zich in de rapportage moet
                            verantwoorden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al>In het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet is onder sub a de
                            uitdrukkelijke bepaling opgenomen dat de financiële verordening in elk
                            geval de regels voor waardering en afschrijving van activa bevat.
                            Hiervoor is een aparte beleidsnota ’Waardering en afschrijving vaste
                            activa’ opgesteld. Daardoor kan in artikel 7 worden volstaan met een
                            verwijzing naar deze nota. Een eventuele wijziging van de toe passen
                            regels komt dan tot uitdrukking in de nota, zonder dat de verordening
                            gewijzigd hoeft te worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen
                            vermogen van een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat
                            uit de algemene reserves en bestemmingsreserves. In de begroting en
                            jaarrekening wordt hierop gerapporteerd. In lid 1 en 2 wordt aangegeven
                            waaraan die nota minimaal moet voldoen. In dit artikel wordt ook weer
                            een verwijzing gemaakt naar nota zodat inhoudelijke regels aangepast
                            kunnen worden zonder dat de verordening gewijzigd moeten worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, sub b dat de
                            verordening bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                            gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten.
                            In artikel 9 van de verordening staan de kaders voor de bepaling van de
                            kostprijzen van de gemeentelijke diensten. Lid 1 van het artikel bepaalt
                            dat de kostprijs bestaat uit de directe kosten en de indirecte kosten
                            die direct met de dienst samenhangen. Het tweede lid bepaalt dat onder
                            de indirecte kosten ook wordt verstaan bijdragen aan voorzieningen en
                            compensabele BTW. Hiermee wordt invulling gegeven aan de mogelijkheid
                            die artikel 229b Gemeentewet biedt. De kaders in het artikel vormen de
                            basis waarbinnen het college haar systematiek van kostentoerekening kan
                            vormgeven en de kostenverdeelsleutels voor de toerekening van indirecte
                            kosten kan vaststellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is
                            een bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel
                            156 Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de raad de
                            tarieven voor de belastingen, riool- en afvalstoffenheffing jaarlijks
                            vaststelt. Het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of
                            de levering van goederen of werken (welke niet vallen onder artikel 229
                            Gemeentewet) is een privaatrechtelijke besluit. Dergelijke besluiten
                            zijn een bevoegdheid van het college (eerste lid, sub e artikel 160
                            Gemeentewet). Daar waar bij het vaststellen van de prijs voor een
                            gemeentelijke dienst of levering van goederen of werken een publiek
                            belang in het geding is en prijzen lager dan marktconform worden
                            vastgesteld, is het aan de raad om het publiek belang te definiëren en
                            het college kaders mee te geven voor het afwijken van marktconforme
                            prijzen. </al><al>Het vierde lid bepaalt dat de besluiten voor het vaststellen van nieuwe
                            prijzen en het wijzigen van prijzen binnen de kaders ter kennisname aan
                            de raad worden aangeboden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>De gemeente heeft al een voorziening voor oninbare vorderingen. Deze
                            wordt jaarlijks aangepast aan het percentage van het aantal openstaande
                            staande vorderingen en de ouderdom daarvan. Dit artikel geeft de grens
                            aan wanneer het tot een oninbare vordering behoord. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                            middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie
                            bevat artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een
                            onderdeel over de financieringsfunctie heeft. In dit artikel wordt
                            uitvoering gegeven aan artikel 212, tweede lid onder c. Het gaat om de
                            kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. De uitvoering van
                            de financieringsfunctie komt aan de orde in de financieringsparagraaf in
                            de begroting en de rekening, zoals die in het Besluit begroting en
                            verantwoording provincies en gemeenten is voorgeschreven.</al><al>De raad van Stichtse Vecht zal een treasurystatuut vaststellen, waardoor
                            al aan de in dit artikel gestelde vereisten wordt voldaan.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>In artikel 13 worden de kaders gegeven voor de inrichting van
                            administraties van de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke
                            gegevens moeten worden vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde
                            gegevens moeten voldoen. Deze verordening regelt niet – inherent aan het
                            dualisme – de regels en activiteiten die daarvoor in de uitvoering nodig
                            zijn. Dat is een taak van het college.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>De raad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne
                            controle. De verordening geeft in het eerste lid aan het college de
                            opdracht voor de inrichting van de financiële organisatie en
                            verschillende maatregelen te treffen op het gebied van interne controle,
                            bijvoorbeeld een adequate functiescheiding. De accountant toetst
                            jaarlijks van de gemeenterekening of deze een getrouw beeld geeft van de
                            gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die
                            eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 14 draagt
                            het college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of
                            voorafgaand aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de
                            cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële
                            beheershandelingen die aan de baten en lasten en de balansmutaties ten
                            grondslag liggen rechtmatig (zijn) verlopen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Artikel 15 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie.
                            Volgens het eerste lid sub a van artikel 160 Gemeentewet is het college
                            bevoegd regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de
                            gemeente. Het college wordt onder sub a, b, c en d van het artikel uit
                            de verordening opgedragen bepaalde van deze regels die de financiële
                            organisatie betreffen, vast te leggen in besluiten. De regels bedoeld
                            onder sub a en b kan het college gezamenlijk vastleggen in een
                            organisatiebesluit. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><al>Voor de subsidievertrekking aan ondernemingen en instellingen zijn de
                            Europese staatssteunregels (artikel 87, 88 en 89 EG-verdrag), de
                            Europese regels voor diensten van algemeen economisch belang (artikel 86
                            EG-verdrag), de regels uit de Algemene Wet Bestuursrecht en de eigen
                            subsidieverordening van de gemeente van toepassing. Het artikel stelt
                            dat het college beheersmaatregelen neemt, die er voor zorgen dat deze
                            regelgeving wordt nageleefd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor een procedure omtrent de inkoop en
                            aanbesteding van werken en diensten. De regels waarborgen dat wordt
                            gehandeld in overeenstemming met de regels ter zake van de Europese
                            Unie. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Steunverlening aan ondernemingen</titel></kop><al>Voor de steunverlening en subsidievertrekking aan ondernemingen en
                            instellingen zijn de Europese staatssteunregels (artikel 87, 88 en 89
                            EG-verdrag), de Europese regels voor diensten van algemeen economisch
                            belang (artikel 86 EG-verdrag), de regels uit de Algemene Wet
                            Bestuursrecht en de eigen subsidieverordening van de gemeente van
                            toepassing. Het artikel stelt dat het college beheersmaatregelen neemt,
                            die er voor zorgen dat deze regelgeving wordt nageleefd. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>