<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR233154_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Arnhemse Koerier, 27 november 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 147, 149, 216, 217, 219, 225, 234, 235 van de Gemeentewet, het besluit gemeentelijke parkeerbelastingen en Regeling gehandicaptenparkeerkaart.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W 24-09-2013, doc.nr. 2013.0.089.901; zaak 2013-09-00558</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de verordening parkeren en parkeerbelastingen 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>adres: een straatnaam en een huisnummer, waarvan het huisnummer
                                    aan het object is toegewezen op basis van de ‘Verordening
                                    naamgeving en nummering (adressen)’;</al></li><li nr="b."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen een
                                    rechtspersoon die is aangesloten bij de Vereniging voor Gedeeld
                                    Autogebruik en die bedrijfsmatig motorvoertuigen ter beschikking
                                    stelt en deelnemers, zijnde natuurlijke of rechtspersonen;</al></li><li nr="c."><al>bedrijf: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid
                                    optredend organisatorisch verband waarin krachtens
                                    arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling
                                    arbeid wordt verricht c.q. de zelfstandige die voor de
                                    voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen
                                    bedrijf of zelfstandig beroep, c.q een niet-commerciële
                                    organisatie die hieraan door het college is gelijkgesteld; alles
                                    met dien verstande dat bedrijven en beroepen worden beschouwd
                                    als één bedrijf en één beroep indien de vestigingadressen
                                    dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan
                                    wel sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet
                                    worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep
                                    betreft, tenzij het tegendeel wordt aangetoond;</al></li><li nr="d."><al>gebied: een aaneengesloten stelsel van straten en/of straatdelen
                                    waar hetzelfde parkeerregime van toepassing is</al></li><li nr="e."><al>centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven
                                    waarmee de gemeente Arnhem een overeenkomst heeft gesloten,
                                    bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader
                                    van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren
                                    met gebruik van een telefoon en/of internet;</al></li><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="g."><al>gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                    artikel 1 onder r van het RVV 1990;</al></li><li nr="h."><al>houder van een brommobiel: de kentekenhouder of de persoon die
                                    middels een huur- of leaseovereenkomst met een rechtspersoon kan
                                    aantonen dat hij de feitelijke gebruiker is van de
                                    brommobiel;</al></li><li nr="i."><al>houder van een motorvoertuig: de persoon op wiens naam het
                                    kenteken van het motorvoertuig staat ingeschreven in het
                                    kentekenregister van de RDW (kentekenhouder) of de persoon die
                                    middels een huur- of leaseovereenkomst met een rechtspersoon kan
                                    aantonen dat hij de feitelijke gebruiker is van het
                                    motorvoertuig;</al></li><li nr="j."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1
                                    onder z van het RVV 1990;</al></li><li nr="k."><al>openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen,
                                    weggedeelten, terreinen of paden met inbegrip van de daarin
                                    liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden
                                    en bermen of zijkanten;</al></li><li nr="l."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, centrale computer,
                                    parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en
                                    hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="m."><al>parkeermunt: een door de gemeente Arnhem uitgegeven muntstuk dat
                                    als betaalmiddel kan worden gebruikt voor parkeertransacties;
                                </al></li><li nr="n."><al>parkeervergunning: een door het college verleende vergunning,
                                    krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren
                                    op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg;</al></li><li nr="o."><al>parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225,
                                    tweede lid, van de Gemeentewet; </al></li><li nr="p."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                    van 26 juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="q."><al>Regeling gehandicaptenparkeerkaart: regels met betrekking tot
                                    het toepassen van de gehandicaptenparkeerkaart, zoals
                                    gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 130 en sedertdien
                                    gewijzigd; </al></li><li nr="r."><al>tarieventabel: de bij deze verordening behorende tabel waarin
                                    opgenomen de tarieven voor de verschillende
                                    parkeerbelastingen;</al></li><li nr="s."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="t."><al>vergunninghalfjaar: de periode die start op 1 maart en eindigt
                                    op 31 augustus van het lopende jaar of start op 1 september en
                                    eindigt op 28 c.q. 29 februari van het volgende jaar;</al></li><li nr="u."><al>vergunningjaar: de periode die start op 1 maart en eindigt op 28
                                    c.q. 29 februari van het volgende jaar;</al></li><li nr="v."><al>zelfstandige woning: woning welke een eigen toegang heeft,
                                    voorzien is van een keuken, douche en toilet en welke de bewoner
                                    kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke
                                    voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in art. 7:234 van
                                    het Burgerlijk Wetboek, danwel een woning waarvan met een
                                    notariële akte wordt aangetoond dat sprake is van een
                                    zelfstandige woning. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Parkeerbelastingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een
                                    krachtens deze verordening door het college te bepalen plaats,
                                    tijdstip en wijze;</al></li><li nr="b."><al>een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende
                                    vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die
                                    vergunning aangegeven plaats en wijze.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven
                                    van degene die het voertuig heeft geparkeerd.</al></li><li nr="2."><al>Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
                                    aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft
                                            of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;</al></li><li nr="b."><al>zolang geen voldoening van de belasting genoemd in
                                            artikel 2, onderdeel a heeft plaatsgevonden: de houder
                                            van het voertuig, met dien verstande dat:</al></li></lijst></li></lijst><al>1° indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst
                            wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge
                            deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar
                            de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft
                            geparkeerd;</al><al>2° indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan
                            ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig
                            heeft geparkeerd.</al><lijst><li nr="3."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet
                                    geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel
                                    b, is aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd,
                                    indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een
                                    ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en
                                    dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen
                                    voorkomen.</al></li><li nr="4."><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven
                                    van degene die de vergunning heeft aangevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak</titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak
                            zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel
                            uitmakende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij
                                de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt
                                geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Wijze van heffing en termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door
                                voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het
                                parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via
                                registratie op een centrale computer, geschiedt de betaling van de
                                belasting in afwijking van het bepaalde in het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>uiterlijk 1 maand na het einde van het parkeren; en</al></li><li nr="b."><al>overeenkomstig de voorwaarden van de aanbieder van de
                                        betreffende dienst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven via
                                een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waartoe ook wordt
                                gerekend een nota of andere schriftuur, en moet worden betaald
                                voorafgaand aan het tijdstip waarop de vergunning wordt
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen
                                van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met
                                inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders
                                gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen en wijze van
                                betalen</titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                            betaling van de belasting bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd,
                            geschiedt in alle gevallen door het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vrijstelling van parkeerbelasting</titel></kop><al>Vrijgesteld van parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2 van deze
                            verordening zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>als zodanig herkenbare politievoertuigen;</al></li><li nr="b."><al>als zodanig herkenbare brandweervoertuigen;</al></li><li nr="c."><al>als zodanig herkenbare ambulances;</al></li><li nr="d."><al>als zodanig herkenbare dierenambulances;</al></li><li nr="e."><al>voertuigen die zijn voorzien van een geldige
                                    gehandicaptenparkeerkaart, zoals bedoeld in de ‘Regeling
                                    gehandicaptenparkeerkaart’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van
                                de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het voertuig
                                ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat
                                het voertuig wordt weggereden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de
                                terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken,
                                kan het voertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid,
                                onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
                                aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld
                                in artikel 2, alsmede de kosten voor het aanbrengen en verwijderen
                                van de wielklem, het verslepen en bewaren van het voertuig zijn
                                vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel
                                uitmakende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in rekening te brengen bedragen voor het aanbrengen en het
                                verwijderen van de wielklem, het verslepen en het bewaren van het
                                voertuig worden bij beschikking vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Restitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien op verzoek van de vergunninghouder een parkeervergunning
                                wordt ingetrokken, wordt de reeds betaalde parkeerbelasting, als
                                bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, van deze verordening,
                                gerestitueerd voor de volle kalendermaanden dat de vergunning nog
                                geldig is op de dag dat deze wordt ingeleverd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij de vergunning een fysiek vergunningbewijs wordt
                                verstrekt, is het moment dat het vergunningbewijs wordt ingeleverd
                                bepalend voor de berekening van het te restitueren bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgermeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en
                            invordering van parkeerbelastingen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Parkeren met een vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Het verlenen van de vergunning</titel></kop><al>Het college kan op een schriftelijke aanvraag een parkeervergunning
                            verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen per
                                    vergunninggebied (vergunningplafond);</al></li><li nr="b."><al>het verlenen, het intrekken en het weigeren van
                                    vergunningen;</al></li><li nr="c."><al>de locatie(s) waar de vergunning geldig is;</al></li><li nr="d."><al>het gebruik van vergunningen;</al></li><li nr="e."><al>het tijdstip waarop de vergunning geldig is;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop met de wachtlijst c.q. wachtlijsten worden
                                    omgegaan;</al></li><li nr="g."><al>de geldigheidsduur van een parkeervergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Gegevens</titel></kop><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>de sector waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>het tijdstip waarop de vergunning geldig is;</al></li><li nr="d."><al>de naam van de vergunninghouder en/of het kenteken of een ander
                                    kenmerk van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                                    verleend;</al></li><li nr="e."><al>de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning verbonden
                                    zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Overschrijven en wijzigen van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning is persoonlijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning is overdraagbaar aan een persoon die woonachtig is in
                                dezelfde zelfstandige woning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden
                                die relevant zijn voor het verlenen van een vergunning, onmiddellijk
                                aan het college kenbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wijziging van het voertuig of van het kenteken van het voertuig, van
                                bedrijfsnaam of –adres van vergunninghouder dient onmiddellijk aan
                                het college te worden doorgegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Volgorde van vergunningverlening en wachtlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de aanvraag van een parkeervergunning wordt in volgorde van
                                ontvangst beschikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het aantal aanvragen groter is dan het vergunningplafond voor
                                de betreffende parkeersector wordt de aanvraag op een wachtlijst
                                geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De volgorde waarin de aanvraag op de wachtlijst wordt geplaatst, is
                                de volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan besluiten om voor een vergunninggebied per
                                vergunningsoort een aparte wachtlijst bij te houden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanvrager wordt van de wachtlijst verwijderd, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de aanvrager daarom verzoekt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de aanvrager een parkeervergunning wordt verleend in het eigen
                                vergunninggebied;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>blijkt dat bij de aanvraag om de vergunning onjuiste of onvolledige
                                gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
                                gegevens niet tot plaatsing op de wachtlijst zou hebben geleid;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aangevraagde
                                vergunning, gesteld bij of krachtens deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                komt te vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Diefstal, verlies of vermissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van diefstal, verlies of vermissing van een vergunning op
                                kenteken kan een duplicaatvergunning worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van diefstal, verlies of vermissing van een
                                parkeervergunning op naam kan maximaal 1 x per kalenderjaar een
                                duplicaatvergunning worden verstrekt op kenteken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle kosten, verbonden aan de uitgifte van duplicaatvergunningen
                                zijn voor rekening van de vergunninghouder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voertuig, niet zijnde een motorvoertuig op 2
                                of meer wielen of een voertuig op 3 of meer wielen met een kenteken,
                                te plaatsen of te laten staan op een parkeerplaats welke onder een
                                regime van parkeerbelastingen is gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerplaats voor uitsluitend
                                vergunninghouders te parkeren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zonder geldige vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze dan voorgeschreven
                                door burgemeester en wethouders, in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                en derde lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling IV van deze verordening kan
                            worden bestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen waarop op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze
                                verordening nog geen beslissing is genomen, worden behandeld met
                                inachtneming van de bepalingen van de Parkeerverordening 2013,
                                tenzij toepassing van deze verordening voor de aanvrager gunstiger
                                is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Parkeervergunningen verleend krachtens de Parkeerverordening 2013,
                                worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bezwaarschriften, ingediend tegen beslissingen krachtens de
                                Parkeerverordening 2013, worden behandeld met inachtneming van de
                                Parkeerverordening 2013, tenzij toepassing van deze verordening voor
                                de bezwaarde gunstiger is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Parkeerverordening 2013" van 5 november 2012 wordt
                                    ingetrokken met dien verstande dat zij van toepassing blijft op
                                    de feiten die zich hebben voorgedaan vóór de in het derde lid
                                    genoemde datum van ingang van de heffing.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag
                                    na die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2014.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Parkeerverordening
                                    2014”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="31*"/><colspec colname="col3" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Tarieventabel behorend bij verordening Parkeren en
                                        Parkeerbelasting 2014</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Alle bedragen in euro’s</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als
                                            bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bedraagt
                                            per uur:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·In gebied 26001: </al><al>Het gebied dat wordt begrensd door Ooststraat,
                                        Eusebiusbuitensingel, Airborneplein, Nijmeegseweg,
                                        Eusebiusbuitensingel, Velperbuitensingel, Velperplein,
                                        Jansbuitensingel, Willemsplein, Stationsplein, Stationsplein
                                        West, Utrechtsestraat, Utrechtseweg, Vijfzinnenstraat,
                                        Bergstraat, Oude Kraan, Roermondsplein, Boterdijk en de
                                        Rijnkade, inclusief de genoemde straten en/of
                                        straatdelen;</al></entry><entry colname="col3"><al>2,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·In gebied 26021: </al><al>Het gebied dat begrensd wordt door de Bovenbrugstraat, de
                                        Amsterdamseweg tussen de Pels Rijckenstraat en de
                                        Brouwerijweg, de Brouwerijweg en de Noordelijke Parallelweg,
                                        inclusief de genoemde straten met uitzondering van de
                                        Brouwerijweg;</al></entry><entry colname="col3"><al>2,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·In gebied 26031: </al><al>Het gebied begrensd door de Amsterdamseweg tot aan de Pels
                                        Rijckenstraat, de Pels Rijckenstraat, het Burgemeestersplein
                                        en de Zijpendaalseweg, waarbij de Amsterdamseweg en de
                                        Zijpendaalseweg deel uitmaken van het gebied en de overige
                                        genoemde straten niet;</al></entry><entry colname="col3"><al>2,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·In gebied 26032:</al><al>Het gebied begrensd door de Amsterdamseweg tussen de Pels
                                        Rijckenstraat en de Burgemeester Weertsstraat, de
                                        Burgemeester Weertsstraat, de Zijpendaalseweg tussen de
                                        Burgemeester Weertsstraat en het Burgemeestersplein, het
                                        Burgemeestersplein en de Pels Rijckenstraat, waarbij de
                                        genoemde straten deel uitmaken van het gebied, met
                                        uitzondering van de Amsterdamseweg en de
                                        Zijpendaalseweg;</al></entry><entry colname="col3"><al>2,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·In gebied 26033: </al><al>De Zijpendaalseweg tussen het Burgemeestersplein en de </al><al>Roëllstraat</al></entry><entry colname="col3"><al>2,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>in gebied 26041:</al><al>het gebeid begrendsd door de Apeldoornseweg, de spoorlijn
                                        Zevenaar-Arnhem, de Zijpendaalseweg tot aan de Sonsbeekweg
                                        en de Sonsbeekweg, met inbegrip van de genoemde straten,
                                        maar met uitzondering van de Apeldoornseweg </al></entry><entry colname="col3"><al>2,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Buiten de hiervoor genoemde gebieden</al></entry><entry colname="col3"><al>1,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·dagkaart (uitsluitend verkrijgbaar aan loket
                                        Parkeerbedrijf), per dag</al></entry><entry colname="col3"><al>15,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Het tarief voor parkeren met parkeervergunning als
                                            bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b,
                                            bedraagt:</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Bewonersvergunning, per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>135,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Bewonersvergunning per half jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>80,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Bezoekersvergunning per jaar </al></entry><entry colname="col3"><al>20,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Bedrijfsvergunning onbeperkt, per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>501,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Bedrijfsvergunning onbeperkt, per half jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>266,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Bedrijfsvergunning ma-vr 07.00-19.00, per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>295,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Bedrijfsvergunning ma-vr 07.00-19.00, per half jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>165,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Marktparkeervergunning 1 dag per week geldig, per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>88,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Marktparkeervergunning 2 dagen per week geldig, per
                                        jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>176,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Marktparkeervergunning 3 dagen per week geldig, per
                                        jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>264,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·Schippersparkeervergunning, per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>295,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>De kosten als bedoeld in artikel 10 bedragen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·De kosten van de naheffingsaanslag van de belasting als
                                        bedoeld in art 2 onderdeel a bedragen</al></entry><entry colname="col3"><al>58,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·De kosten van het aanbrengen en verwijderen van een
                                        wielklem bedragen</al></entry><entry colname="col3"><al>67,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·De kosten van het overbrengen van het voertuig
                                        bedragen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>-voorrijkosten maandag t/m zondag dag en nacht</al></entry><entry colname="col3"><al>114,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>-sleepkosten ma-vrij 08.00-18.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>198,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>-sleepkosten ma-vrij 18.00-08.00 uur en za, zo en
                                        feestdagen</al></entry><entry colname="col3"><al>228,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>·De kosten van bewaren van het voertuig bedragen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>-voor de eerste 24 uur of gedeelte daarvan</al></entry><entry colname="col3"><al>12,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>-voor elke volgende dag of gedeelte daarvan</al></entry><entry colname="col3"><al>12,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><titel>Toelichting bij de tarieventabel.</titel></kop><al>Voor de tarieven worden twee verschillende soorten gebieden onderscheiden.
                    Gebieden met het tarief dat even hoog is als in het centrum, en de overige
                    gebieden waar een tarief van € 1,70 per uur toepassing is. </al><al>Met betrekking tot de vergunningen wordt voorzien in de volgende soorten:</al><lijst><li nr="·"><al>Bewonersvergunning: een vergunning die aan een bewoner van een
                            zelfstandige woning kan worden verstrekt;</al></li><li nr="·"><al>Bedrijfsvergunning met onbeperkte geldigheidsduur: een vergunning die
                            kan worden verstrekt aan een bedrijf en 24 uur per dag en 7 dagen per
                            week geldig is;</al></li><li nr="·"><al>Bedrijfsvergunning maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 tot
                            19.00 uur: een vergunning die kan worden verstrekt aan een bedrijf en
                            geldig is van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 07.00 tot 19.00
                            uur;</al></li><li nr="·"><al>Marktparkeervergunning: een vergunning die kan worden verstrekt aan
                            marktkooplieden om hun voertuigen te parkeren als zij op de markt staan
                            (1, 2 of 3 dagen per week);</al></li><li nr="·"><al>Schippersparkeervergunning: een parkeervergunning die kan worden
                            verstrekt aan een schipper van de beroepsvaart en geldig is voor de
                            periode dat zijn schip een ligplaats heeft ingenomen in Arnhem;</al></li><li nr="·"><al>Bezoekersvergunning: een vergunning die kan worden verstrekt aan een
                            bewoner ten behoeve van het parkeren van zijn bezoek;</al></li><li nr="·"><al>Dagkaart: een vergunning die kan worden verstrekt aan de aanvrager en
                            waarmee een kalenderdag kan worden geparkeerd op alle gefiscaliseerde
                            parkeerplaatsen in geheel Arnhem. De dagkaart is uitsluitend
                            verkrijgbaar aan het loket van het Parkeerbedrijf. </al><al/></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen
                        2014.</titel></kop><al/><al>De Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2014 vervangt de verordening
                    Parkeren en Parkeerbelasting 2013. </al><al/><al>De toepassing van parkeerbelastingen vindt haar grondslag in de Gemeentewet.
                    Inhoud en bevoegdheden zijn in een aantal artikelen vastgelegd. Het
                    betreft:</al><al>- Art. 147. Dit artikel bepaalt dat het vaststellen van een verordening een
                    raadsbevoegdheid is, tenzij dat bij wet anders is bepaald. </al><al>- Art. 149. In dit artikel is bepaald dat de gemeenteraad de verordeningen kan
                    vaststellen die zij nodig acht.</al><al>- Art. 160. Hierin is geregeld dat het college verantwoordelijk is voor
                    privaatrechtelijke handelingen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het
                    vaststellen van het tarief in een parkeergarage van de gemeente, die is voorzien
                    van een slagboom. Indien sprake is van vooraf betalen aan de parkeerautomaat, is
                    er geen sprake van privaatrechtelijk handelen en dient de gemeenteraad de
                    tarieven vast te stellen.</al><al>- Art. 219 bepaalt dat gemeentelijke belastingen niet afhankelijk mogen worden
                    gesteld van het inkomen, winst of vermogen.</al><al>- Art. 225. Dit artikel is de basis voor het toepassen van
                    parkeerbelasting.</al><al>- Art. 234. Het invorderen van de parkeerbelasting is geregeld in dit artikel.
                    Hierin is tevens bepaald dat het college van burgemeester en wethouders bepaalt
                    hoe parkeerapparatuur in werking moet worden gezet. Tevens is bepaald dat als
                    een naheffingsaanslag niet terstond kan worden overhandigd, dat deze aan het
                    voertuig moet worden bevestigd. </al><al>- Art. 235. Met dit artikel wordt het toepassen van de wielklem mogelijk
                    gemaakt.</al><al/><al>Naast de Gemeentewet is er andere regelgeving die van belang is voor het
                    toepassen van parkeerbelasting. Het betreft:</al><al>- Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Dit besluit handelt over de
                    mogelijkheid om parkeerapparatuur uitsluitend langs elektronische weg in werking
                    te stellen en bepaalt welke kosten mogen worden toegerekend aan de
                    naheffingsaanslag, wielklem en enkele daarmee samenhangende maatregelen.</al><al>- Regeling gehandicaptenparkeerkaart. In deze regeling is vastgelegd wie in
                    aanmerking komen voor de gehandicaptenparkeerkaart, welke toetsing moet worden
                    uitgevoerd en hoe de kaart er uit ziet.</al><al/><al>De essentie van de Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2014 is het kunnen
                    toepassen van betaald parkeren in de vorm van parkeerbelastingen en het kunnen
                    toepassen van parkeervergunningen en, mogelijk in de toekomst,
                    parkeerontheffingen.</al><al/><al>De gemeente heft op basis van deze verordening twee soorten belasting:</al><lijst><li nr="1."><al>Parkeerbelasting van ‘bezoekers’. Zij betalen parkeergeld op een door
                            het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze. Concreet betekent dat
                            deze groep een kaartje koopt bij de parkeermeter, aan de balie van het
                            Parkeerbedrijf of betaalt via GSM-parkeren of een variant daarop.</al></li><li nr="2."><al>De andere groep is de vergunninghouders; zij betalen vooraf voor een
                            vastgestelde periode.</al></li></lijst><al>De gebieden waar beide regimes gelden kunnen overlappen, maar dat hoeft niet. Zo
                    kunnen er plaatsen worden aangewezen waar een parkeervergunning niet geldig is,
                    maar ook plaatsen die juist uitsluitend bestemd zijn voor vergunninghouders. Er
                    is sprake van 2 vormen van parkeerbelasting die naast elkaar functioneren. De
                    parkeervergunning is dus geen vorm van vrijstelling. </al><al/><al>Hoewel in theorie het parkeerregime per straat kan verschillen en vergunningen
                    per straat kunnen worden verstrekt, blijkt dat in de praktijk niet werkbaar.
                    Anderzijds zijn ook niet alle situaties gelijk en is enige mogelijkheid om te
                    differentiëren in het regime wenselijk. Aaneensluitende straten of straatdelen
                    waar hetzelfde parkeerregime geldt, zijn samengevoegd in een ‘gebied’.
                    Voorbeelden van regimes zijn: ‘<cursief>parkeren voor uitsluitend
                        vergunninghouders</cursief>’, of ‘<cursief>parkeren voor vergunninghouders
                        en bezoekers tegen een hoog tarief’</cursief>. Meerdere gebieden kunnen
                    desgewenst worden samengevoegd in een ‘Sector’. In dat geval is een
                    parkeervergunning geldig in meerdere gebieden. De nummering van de gebieden is
                    gekoppeld aan de nummering van de gebieden voor het parkeren via aanmelding op
                    een centrale computer. (GSM parkeren en/of bezoekersregeling).</al><al/><al>Artikel 217 van de Gemeentewet bepaalt wat moet worden opgenomen in een
                    belastingverordening. De letterlijke tekst luidt: ‘<cursief>Een
                        belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de
                        belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de
                        he-f-fingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het
                        tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing
                        en de invordering van belang is.’</cursief></al><al>Met de artikelen 2 tot en met 6 van deze verordening, wordt aan deze eis gevolg
                    gegeven. Overigens ontbreekt het ‘tijdstip van beëindiging van de heffing’ in de
                    verordening. Dat volgt uit twee zaken: de aard van de belastingplicht in
                    combinatie met de tijdstippen dat betaald parkeren van kracht is. Men moet
                    betalen als men wil parkeren op momenten dat het moet. Buiten die periode, of
                    als men niet meer parkeert is men dus ook niet belastingplichtig. Ook indien men
                    een vergunning heeft is dat het geval. De aanvrager staat het vrij om te kiezen
                    voor een vergunning, waarmee hij kiest voor een soort ‘vastrecht’ of om te
                    betalen aan de meter, waarmee hij de keuze maakt om alleen te betalen voor de
                    geparkeerde tijd.</al><al/><al>Iin artikel 6 is de mogelijkheid om de parkeerbelasting te betalen door in te
                    loggen op een centrale computer. Deze bepaling maakt het mogelijk om GSM
                    parkeren (en varianten daarop) toe te passen. Bij deze vormen van betalen, meldt
                    men zich bij het begin van de parkering bij zijn provider aan en aan het eind
                    van de parkering weer af. De provider int het geld bij de parkeerder en draagt
                    dit periodiek af aan de gemeente. In tegenstelling tot het parkeren aan de
                    meter, wordt de parkeerbelasting aan het einde van het parkeren gedaan. In de
                    regel ontvangt de parkeerder hiervoor een factuur van zijn aanbieder, waarna
                    betaling plaats vindt, meestal via automatische incasso of verrekening met een
                    creditcard. Deze inning geschiedt direct of periodiek (week, tweewekelijks,
                    maandelijks). Het feitelijke moment van betalen is dus variabel. Om praktijk en
                    regelgeving te laten aansluiten, is de betaaltermijn gesteld op
                                <vet><cursief><onderstreept>uiterlijk</onderstreept></cursief></vet>
                    een maand na het beëindigen van het parkeren
                                <vet><cursief><onderstreept>en</onderstreept></cursief></vet>
                    overeenkomstig de voorwaarden van de aanbieder. Het is aan de gemeente om in het
                    contract met de aanbieder te regelen dat de parkeergelden minimaal 1 keer per
                    maand bij de gebruikers worden geïnd. Bovenstaande laat overigens onverlet, dat
                    de belasting is verschuldigd bij aanvang van het parkeren. Met moet immers
                    parkeerbelasting betalen over de gehele periode dat men heeft geparkeerd.</al><al>Omdat er meerdere providers actief kunnen zijn, kan ook sprake zijn van meerdere
                    centrale computers.</al><al/><al>Artikel 7 draagt de bevoegdheid om de plaatsen aan te wijzen waar
                    parkeerbelasting verschuldigd is over aan het college. Hiermee kan het college
                    snel inspelen op wijzigende omstandigheden, zoals het uitbreiden of reduceren
                    van het gereguleerde gebied. Dit is zeker van belang als uitbreiding van het
                    gefiscaliseerde gebied gefaseerd geschiedt. Zou deze bevoegdheid niet bij het
                    college liggen, dan dient de gemeenteraad bij iedere uitbreiding een apart
                    besluit te nemen. Vanuit het oogpunt van zowel efficiëntie als effectiviteit is
                    dat niet wenselijk.</al><al/><al>Binnen een gefiscaliseerde omgeving is het niet mogelijk vrijstellingen te
                    verstrekken, tenzij de gemeente het parkeren door een bepaalde categorie
                    parkeerders niet wil reguleren. In dat geval kan men de totale categorie
                    vrijstelling geven. Voorts is het gelijkheidsbeginsel leidend. In artikel 8 zijn
                    de groepen benoemd die zijn vrijgesteld van de parkeerbelasting.</al><al/><al>Met artikel 9 houdt de gemeente de mogelijkheid open om de wielklem toe te
                    passen. Dat deze mogelijkheid er is, betekent niet dat deze ook per definitie
                    moet worden toegepast. Als de gemeente deze gaat toepassen, geldt ook hier het
                    gelijkheidbeginsel. Zo is het wel mogelijk om buitenlandse auto’s te klemmen en
                    Nederlandse niet, maar niet als dat leidt tot extra kosten voor de eigenaar van
                    de betreffende auto.</al><al/><al>Artikel 11, Restitutie, legt de gangbare Arnhemse praktijk vast dat bij het
                    laten intrekken van de vergunning op verzoek van de vergunninghouder deze het
                    betaalde belastingbedrag naar evenredigheid van het aantal nog niet ‘genuttigde’
                    kalendermaanden terug krijgt. Dit betekent bijvoorbeeld dat iemand die zijn
                    vergunning op 15 september inlevert, 5/12 van het betaalde vergunningtarief
                    terug krijgt. Hij heeft de maanden oktober tot en met februari niet gebruikt.
                    Dit geldt ook als hij de vergunning zou inleveren op 1 september of 30
                    september; in beide gevallen krijgt hij 5/12 terug. De berekening vindt plaats
                    over de volle kalendermaanden. Vergunningen met een geldigheidsduur van korter
                    dan 2 maanden komen zodoende nimmer in aanmerking voor restitutie. Als datum van
                    inleveren geldt de datum dat het vergunningbewijs (het deel van de vergunning
                    dat men achter de voorruit moet leggen) wordt ingeleverd. Hiermee wordt
                    voorkomen dat deze onrechtmatig wordt gebruikt. </al><al/><al>De bevoegdheid om te bepalen hoe de parkeerbelasting moet worden betaald is via
                    artikel 13 van deze verordening overgedragen aan het college. In het
                    uitwerkingsbesluit werken zij de uitvoering van betaald parkeren nader uit. </al><al>De vergunningen die het college kan verstrekken zijn benoemd in de
                    tarieventabel. Er kunnen geen andere vergunningen verstrekt worden dan die
                    genoemd zijn in de tarieventabel.</al><al/><al>Afdeling III van deze verordening gaat over de toepassing van art. 225 lid 1b
                    van de Gemeentewet; “<cursief>een belasting ter zake van een van gemeentewege
                        verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die
                        vergunning aangegeven plaats en wijze”</cursief>. Feitelijk is de strekking
                    van de parkeerverordening simpel: ‘<cursief>de gemeente geeft
                        parkeervergunningen uit</cursief>.’ Het essentiële verschil met de oude
                    parkeerverordening, die oorspronkelijk stamt uit 2001, is dat een deel van de
                    inhoud is verlegd naar het Uitwerkingbesluit Parkeren 2012 (artikel 15 en 16).
                    De parkeerverordening stelt de kaders vast voor het verlenen van
                    parkeervergunningen en de eisen die aan de parkeervergunningen zijn verbonden.
                    In het uitwerkingsbesluit, dat zijn grondslag vindt in artikel 15 en 16 van deze
                    verordening, legt het college van burgemeester en wethouders vast hoe de
                    verschillende “parkeerproducten” (zoals bewonersvergunning, bezoekersvergunning,
                    etc.) worden verstrekt en mogen worden gebruikt. De gemeenteraad is en blijft
                    verantwoordelijk voor de tariefstelling van deze producten. Deze worden
                    vastgesteld in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Daarmee is
                    geborgd dat het college alleen ‘producten’ kan uitgeven, die door de raad zijn
                    benoemd.</al><al>In het eerste lid van art 225 van de Gemeentewet is bepaald dat er twee soorten
                    parkeerbelastingen zijn. Het betalen aan ‘de meter’ en het parkeren met een
                    parkeervergunning. Fiscale handhaving (het opleggen van een naheffingsaanslag)
                    is alleen mogelijk als betalen ‘aan de meter’ mogelijk is. De noodzaak om
                    onderscheid te maken tussen ‘belanghebbendenplaatsen’ en
                    ‘parkeerapparatuurplaatsen’ ontbreekt daarmee. Ook plaatsen die uitsluitend
                    bedoeld zijn voor vergunninghouders (belanghebbendenplaatsen) kunnen worden
                    vastgelegd in een fiscaal regime. Dit biedt de mogelijkheid om
                    vergunninggebieden te laten bestaan uit een combinatie van
                    ‘belanghebbendenplaatsen’ en plaatsen waar ook ‘aan de meter’ kan worden betaald
                    (parkeerapparatuurplaatsen).</al><al/><al>Artikel 15 is een opsomming van de nader door het college te bepalen regels. Het
                    college heeft door het mixen van en variëren met de genoemde elementen de
                    mogelijkheid om:</al><al>- Binnen de in de tarieventabel benoemde vergunningtypen, verschillende
                    parkeerproducten te ontwikkelen. Hiermee is de gemeente in staat om, binnen de
                    grenzen van de wet en regelgeving, doelgroepenbeleid te voeren. Denk
                    bijvoorbeeld aan de specifieke vergunningen voor marktkooplieden of voor
                    autodate. </al><al>- Snel en adequaat in te spelen op gewijzigde omstandigheden door de geldigheid
                    van de vergunning in tijd of locatie te verruimen of te beperken. Op die wijze
                    kan bijvoorbeeld de omvang van het gebied waar uitsluitend door
                    vergunninghouders kan worden geparkeerd snel worden gewijzigd. Hetzelfde geldt
                    voor het aanpassen van de tijden dat parkeerregulering gewenst is.</al><al/><al>Door de parkeervergunning niet overdraagbaar te maken (artikel 18) wordt handel
                    in vergunningen voorkomen. Uitzondering hierop vormt de overdracht van de
                    vergunning aan een ander lid van het huishouden, voor zover die wordt gevoerd in
                    de zelfstandige woning waarop de vergunning is uitgegeven. Deze uitzondering is
                    bedoeld om de boedelverdeling bij echtscheiding of het gebruik van de auto door
                    een nabestaande na overlijden niet nodeloos ingewikkeld te maken. Ook wordt de
                    vergunninghouder verplicht om relevante wijzigingen door te geven, zodat te
                    allen tijde kan worden bezien of de vergunninghouder nog aan de criteria
                    voldoet. </al><al/><al>Artikel 19 van deze verordening gaat in op wat er moet gebeuren bij diefstal,
                    verlies of vermissing van vergunningen. Het verstrekken van een duplicaat van
                    een parkeervergunning op kenteken is niet aan voorwaarden gebonden. Deze
                    vergunning kan immers maar voor één auto worden gebruikt. Omdat
                    parkeervergunningen op naam wel eenvoudig kunnen worden misbruikt, wordt per
                    vergunningjaar maximaal 1 keer een duplicaat verstrekt. Door een vergunning
                    “kwijt” te raken wordt het anders mogelijk om meerdere auto’s voor de prijs van
                    één te laten parkeren. Door de in dit artikel genoemde beperkingen moet het op
                    deze wijze frauderen met vergunningen worden beperkt.</al><al/><al>Artikel 20 regelt de verbodsbepalingen. Door de hier gebruikte formulering is
                    het behalve auto’s ook toegestaan dat allerhande brommobielen, quads en
                    gehandicaptenvoertuigen van deze parkeerplaatsen gebruik maken. Voorwaarde is
                    dat deze voertuigen zijn voorzien van een kenteken. Uiteraard geldt ook voor hen
                    de betalingsverplichting. Het parkeren van motorfietsen blijft ook mogelijk op
                    fiscale plaatsen, het parkeren van brommers, bromscooters etc. echter niet.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>