<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR233130_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Appingedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Appingedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Eemslander, 27-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaak­be­lastingen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=Artikelen 220 tot en met 220h">Artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad der gemeente Appingedam;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders </al>
          <al>d.d. 27 november 2011;</al>
          <al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <onderstreept>B E S L U I T</onderstreept>
            </vet>
            <vet> :</vet>
          </al>
          <al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al>
          <al>
            <vet>Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastin</vet>
            <vet>gen
                            20</vet>
            <vet>1</vet>
            <vet>3</vet>.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden ter zake van binnen de
                            gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een <vet>gebruikersbelasting</vet> van degene die bij het begin
                                    van het kalender jaar een onroerende zaak die <vet>niet in
                                        hoofdzaak tot</vet><vet>woning dient</vet>, al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting;</al></li>
              <li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat
                                    deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik
                                    heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen
                                    op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li>
              <li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het
                            begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is
                            vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingobject</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het tijdvak waarbinnen het in artikel 1 bedoelde kalenderjaar
                            valt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19,
                            eerste lid onderdelen b en c , tweede lid, onderdelen b en c, 20, tweede
                            lid, en 22, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voorzover dit niet reeds is
                            geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                            waarde van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li>
              <li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit de in onderdeel a. bedoelde grond;</al></li>
              <li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="d."><al>een of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet
                                    aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet
                                    bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende
                                    gebouwde eigendommen;</al></li>
              <li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon
                                    ten doel stellen, beheerd worden;</al></li>
              <li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li>
              <li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                    door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                    van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li>
              <li nr="j."><al>onroerende zaken voorzover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                    voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden
                                    gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li>
              <li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten
                                    gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het
                                    verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri’s, hekken en palen;</al></li>
              <li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van
                                    zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="m."><al>begraafplaatsen en urnentuinen, met uitzondering van delen van
                                    zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste lid
                            bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor
                            zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. </al>
          <al>Het percentage bedraagt voor:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>bij de
                                    <vet>gebruikersbelasting</vet><vet>0,</vet><vet>2</vet><vet>54</vet><vet>5</vet><vet>
                                    %</vet></al></li>
            <li nr="b."><al>bij de <vet>eigenarenbelasting</vet></al><lijst>
                <li nr="1."><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot <vet>woning</vet>
                                        dienen <vet>0,</vet><vet>2108</vet><vet> %</vet></al></li>
                <li nr="2."><al>voor onroerende zaken die <vet>niet</vet> in hoofdzaak tot
                                            <vet>woning</vet> dienen
                                            <vet>0,</vet><vet>3009</vet><vet> %</vet></al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen van betaling/automatische incasso</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De aanslagen moeten worden betaald in <vet>drie</vet> gelijke termijnen
                            waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van
                            de volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Ingeval het totaalbedrag van het aanslagbiljet waarop de aanslagen staan
                            vermeld <vet>€ 4.000 of meer</vet> bedraagt, moet dit bedrag, in
                            afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden betaald op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De belastingschuldige kan machtiging tot automatische incasso verlenen
                            indien het totale bedrag van het gecombineerde aanslagbiljet
                            gemeentelijke belastingen <vet>minder dan € 4.000</vet> bedraagt. Het
                                <vet>minimum termijnbedrag</vet> bedraagt € 10. Ingeval een
                            machtiging tot automatische incasso is verleend, wordt het aantal
                            termijnen bepaald door het totale bedrag van het gecombineerde
                            aanslagbiljet gemeentelijke belastingen te delen door het minimum
                            termijnbedrag, met dien verstande dat het aantal termijnen niet meer dan
                            tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                            volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                            geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn
                            betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na
                            afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Kwijtschelding</titel>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van onroerende-zaakbelastingen wordt geen kwijtschelding
                        verleend. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De Verordening onroerende-zaak belastingen 2012 van 15 december 2011
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li>
            <li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li>
            <li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening
                                onroerende-zaakbelastingen 2013.</al><al/></li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare</ondertekening>
        <ondertekening>vergadering d.d. 20 december 2012.</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening> , voorzitter. , griffier.</ondertekening>
        <ondertekening> (H.K. Pot) (E.P. Faber-van Brug)</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>