<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR23313_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Detailhandelsstructuurvisie Leeuwarden 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="GVOP: 29 juli 2015"/><dcterms:alternative>Detailhandelsstructuurvisie Leeuwarden 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">-</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Detailhandelsstructuurvisie Leeuwarden 2014
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Detailhandelsstructuurvisie Leeuwarden 2014</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>mei 2014</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Inleiding</al>
          <al/>
          <al>De vorige Detailhandelsstructuurvisie is op 18 juni 2007 door de
                        gemeenteraad vastgesteld. In 2008 is een detailhandelsmonitor uitgevoerd die
                        tevens als nulmeting heeft gediend om de effecten van het project Nieuw
                        Zaailand te kunnen meten. Mee als gevolg van ontwikkelingen in de markt,
                        bestond behoefte aan een actualisatie van beide documenten. Daartoe heeft
                        het college van Burgemeester en Wethouders de STEC-groep uit Arnhem opdracht
                        gegeven. De uitkomsten van het onderzoek met bijbehorende aanbevelingen zijn
                        vervat in het rapport “Actualisering detailhandelsmonitor en –visie
                        Leeuwarden” van november 2012. Genoemde rapportage is tot stand gekomen in
                        nauwe samenwerking met een begeleidingsgroep van (adviseurs van) ondernemers
                        onder voorzitterschap van de wethouder van Economische Zaken. De
                        afvaardiging van ondernemerszijde is samengesteld in samenspraak met het
                        Verenigd Bedrijfsleven Leeuwarden. Op 20 maart 2013 heeft over de rapportage
                        een rondetafelgesprek plaatsgevonden tussen een delegatie van ondernemers en
                        leden van de gemeenteraad. Op basis van de bevindingen in dit gesprek is een
                        vertaalslag gemaakt naar het te voeren detailhandelsbeleid. Dat is
                        vastgelegd in de concept detailhandelsstructuurvisie 2013. De conceptvisie
                        heeft zes weken voor inspraak ter visie gelegen. Er zijn twee
                        inspraakreacties binnen gekomen. Daarop is gereageerd in een afzonderlijke
                        reactie- en antwoordnota. Vanwege de toevoeging van nieuw grondgebied van de
                        voormalige gemeente Boarnsterhim per 1 januari 2014 en de daarmee
                        samenhangende verkiezingen in november 2013 is er bewust voor gekozen om de
                        detailhandelsstructuurvisie niet meteen ter vaststelling aan de raad aan te
                        bieden. Op deze wijze kon ook het staande beleid voor dit nieuwe deel van de
                        gemeente toegevoegd worden aan de geactualiseerde detailhandelsvisie en
                        wordt deze vervolgens in zijn geheel voorgelegd aan de raad van de nieuwe
                        gemeente Leeuwarden. Het nu voorliggende document met de geactualiseerde
                        Detailhandelsstructuurvisie 2014 kan worden beschouwd als het eindresultaat
                        van het gevoerde overleg- en inspraakproces waarin het detailhandelsbeleid
                        voor Grou is geïntegreerd.</al>
          <al/>
          <al>leeswijzer</al>
          <al>In hoofdstuk 1 houden wij de uit 2007 daterende doelstellingen van beleid
                        tegen het licht en gaan wij in op de eventuele noodzaak tot bijstelling.
                        Gelet op het belang van de binnenstad in de winkelstructuur wordt hieraan
                        een afzonderlijk hoofdstuk gewijd. In hoofdstuk 3 wordt aandacht besteed aan
                        de verdere ontwikkeling van het winkelpark “De Centrale” complementair aan
                        de binnenstad. In relatie met de wijkwinkelcentra komt het gemeentelijke
                        supermarktbeleid aan de orde in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat over het
                        beleid voor perifere detailhandel. In hoofdstuk 6 is het winkelbeleid voor
                        de dorpen uiteengezet. Het beleid voor ambulante detailhandel staat
                        beschreven in hoofdstuk 7. Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op het
                        flankerend beleid.</al>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="id4e52703-7ea1-4c96-9c5c-b83e68bb583a" naam="i277137id4e52703-7ea1-4c96-9c5c-b83e68bb583a.jpg" type="tekst" breedte="13.4cm" hoogte="15.3cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>Samenvatting</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Doelstelling van het detailhandelsbeleid</vet>
          </al>
          <al>De volgende doelstellingen gelden voor het Leeuwarder
                        detailhandelsbeleid:</al>
          <al>1. Leeuwarden is en blijft de koopstad van Fryslân. Dit vertaalt zich voor
                        wat betreft deze bovenregionale functie in de volgende uitgangspunten:</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De binnenstad is speerpunt van het beleid als het gaat om het in
                                stand houden en verbeteren van een attractief hoofdwinkelcentrum.
                                Daarbij is flankerend beleid van belang om het imago van de stad te
                                verbeteren en meer bezoekers te trekken met events.</al></li>
            <li nr="2."><al>Afronding van De Centrale complementair aan de binnenstad;</al></li>
            <li nr="3."><al>Leeuwarden blijft voldoende ruimte bieden aan de traditionele
                                perifere detailhandel (woninginrichting, bouwmarkten en
                                tuincentra);</al><al>2. Voor het lokale en sub-regionale niveau is de instandhouding van
                                buurt- en wijkwinkels voor dagelijkse boodschappen uitgangspunt van
                                beleid;</al><al>3. Flankerend beleid met betrekking tot planologie, bereikbaarheid,
                                parkeren en promotie zijn mede bepalend voor de succesvolle
                                realisatie van de doelstellingen van het detailhandelsbeleid.</al><al/><al>
                <vet>Onderbouwing van de detailhandels(structuur)visie</vet>
              </al><al>De door de STEC-groep opgestelde “Detailhandelsmonitor en –visie
                                Leeuwarden” van november 2012 en het op 15 oktober 2013 vastgestelde
                                rapport “Actualisatie distributieve ruimte Grou-Centrum” gelden als
                                onderbouwing van de detailhandels(structuur)visie. De belangrijkste
                                aanbevelingen zijn opgenomen in bijlage respectievelijk 1 en 4.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <onderstreept>1. Herijking doelstellingen
                        detailhandelsbeleid</onderstreept>
          </al>
          <al/>
          <al>In dit hoofdstuk houden we de doelstellingen van het detailhandelsbeleid uit
                        2007 tegen het licht met als achtergrond de ontwikkelingen in de
                        detailhandel en de uitkomsten van de detailhandelsmonitor 2012. </al>
          <al>In de Detailhandelsstructuurvisie 2007 zijn de volgende uitgangspunten
                        gehanteerd:</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Binnenstad is speerpunt van beleid;</al></li>
            <li nr="2."><al>Afronding De Centrale complementair aan de binnenstad;</al></li>
            <li nr="3."><al>Leeuwarden biedt voldoende ruimte aan traditionele perifere
                                detailhandel;</al></li>
            <li nr="4."><al>Leeuwarden-Zuid (Werpsterhoek/stadsas) behoort binnen de Friese
                                detailhandelsverhoudingen ruimte te bieden aan een hypermarkt;</al></li>
            <li nr="5."><al>Instandhouding van buurt- en wijkwinkels voor dagelijkse
                                boodschappen is uitgangspunt van beleid. </al><al/></li>
          </lijst>
          <al>De detailhandelsmonitor 2012 komt tot de conclusie dat de uitgangspunten van
                        de visie van 2007 voor het overgrote deel nog steeds actueel zijn (zie
                        bijlage 1). Alleen voor de locatie Leeuwarden-Zuid/Werpsterhoek is een
                        fundamentele beleidswijziging nodig. Wij onderschrijven deze conclusie. </al>
          <al/>
          <al>Als hoofddoelstelling voor het geactualiseerde detailhandelsbeleid hanteren
                        wij dat Leeuwarden koopstad nr. 1 in Fryslân blijft. Dit betekent ook dat
                        wij openstaan voor nieuwe ontwikkelingen en detailhandelsconcepten en
                        combinaties van nieuwe functies met detailhandel die een toevoeging
                        betekenen aan het voorzieningenniveau en de attractiviteit van Leeuwarden
                        als koopstad. Toetsing blijft voorbehouden aan de Gemeenteraad. </al>
          <al/>
          <al>Voor de komende jaren gaan wij uit van de volgende (herijkte) uitgangspunten
                        voor het gemeentelijke detailhandelsbeleid:</al>
          
          <al>
            <vet>
              <cursief>1. Binnenstad speerpunt van beleid</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Wij handhaven dit uitgangspunt uit 2007. Rekening houdend met de
                        ontwikkelingen in de detailhandel en de trends in het consumentengedrag zijn
                        de belangrijkste opgaven voor de binnenstad: </al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>
                <cursief>strategisch blijven inspelen op het ‘nieuwe
                                    winkelen’</cursief>
              </al><al> Online shopping zal worden gefaciliteerd;</al><al/></li>
            <li nr="-"><al>
                <cursief>versterken van de belevingswaarde van de
                                    binnenstad.</cursief>
              </al><al>De binnenstad is het podium van Leeuwarden. Projecten als Kloppend
                                Hart dragen bij aan kwaliteitsbeleving en versterking van de
                                binnenstadfuncties. In het flankerend beleid blijven wij inzetten op
                                funshoppen en versterking van de recreatieve functie en promotie van
                                Leeuwarden: marketing, evenementenbeleid (zoals Serious Request,
                                Beste Binnenstad, Week van de smaak, Culturele Hoofdstad 2018) en
                                koopzondagen dragen daar toe bij.</al><al/></li>
            <li nr="-"><al>
                <cursief>compacter maken van het winkelgebied in de
                                    binnenstad</cursief>
              </al><al>Dit transformatieproces zal zich volgens onze inschatting autonoom
                                voltrekken via marktwerking. De gemeentelijke rol is faciliterend
                                als het gaat om stedelijke kwaliteit en functieverandering. We
                                zetten daarbij in op een aantrekkelijk en compacter kernwinkelgebied
                                in de binnenstad. De passantentellingen van Locatus (zie bijlage C
                                bijlagenboek bij het onderzoek van de STEC-groep) en
                                gebiedsprofielen van de aanloopstraten 1) geven een goed beeld van
                                de voor de consument meest aantrekkelijke winkeldelen van de
                                Leeuwarder binnenstad. Voor de winkeldelen waar de druktebeelden en
                                het perspectief slechter zijn, ligt een geleidelijke transformatie
                                naar een menging van de winkelfunctie met andere functies voor de
                                hand. In de hoofdstukken 2 en 8 komen we hierop terug.</al><al/></li>
          </lijst>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="iae7de343-86d6-4f2c-8dce-1b2a7917cbe1" naam="i277138iae7de343-86d6-4f2c-8dce-1b2a7917cbe1.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.6cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>
            <vet>2. Afronding De Centrale complementair aan de binnenstad</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Ook ten aanzien van dit punt blijven de uitgangspunten uit de
                        detailhandelsstructuurvisie 2007 gehandhaafd. In de visie van 2007 zijn op
                        “De Centrale” alleen winkels toegestaan, die vallen binnen de mogelijkheden
                        van het Streekplan Fryslân en die geen duurzame ontwrichting van de
                        detailhandelsstructuur veroorzaken. Nu volgen wij de definitie in de
                        Verordening Romte van de provincie Fryslân waarin de detailhandel op “De
                        Centrale” is gedefinieerd als verruimde perifere detailhandel. Voor een
                        aantal branches die voorheen onder GDV 2) vielen, hebben wij een incidentele
                        minimale oppervlakte van 1.000 m² wvo (= 1.350 m² bvo) omgezet in een
                        structurele minimale oppervlakte. Wij besteden in een apart hoofdstuk
                        aandacht aan de ontwikkeling van het winkelpark De Centrale.</al>
          <al/>
          <al>1) Gebiedsprofielen van het project Binnenstad Boppe</al>
          <al>2) GDV = Grootschalige Detailhandels Vestigingen</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>3. Leeuwarden biedt voldoende ruimte aan traditionele perifere
                                detailhandel</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al/>
          <al>De beleidsuitgangspunten uit 2007 voor traditionele perifere detailhandel
                        blijven overeind. In de recent vastgestelde bestemmingsplannen voor zowel de
                        Hemrik als de bedrijventerreinen aan de westkant van de stad zijn hierover
                        regels op maat opgenomen. Met het oog op de trends in de detailhandel (o.a.
                        schaalvergroting, behoefte aan ruime keuzemogelijkheden) streven wij ernaar
                        het aanbod in perifere detailhandel op de bedrijventerreinen zoveel mogelijk
                        te concentreren langs de hoofdwegenstructuur. Detailhandel via afzonderlijke
                        internet-afhaalpunten (pick-up-points) op bedrijventerreinen staan wij niet
                        toe. Hiervoor dient aansluiting te worden gezocht bij bestaande
                        winkelvoorzieningen. Dit beleid leggen wij vast bij de actualisering van de
                        betreffende bestemmingsplannen. </al>
          <al/>
          <al>4. <vet><cursief>Leeuwarden-Zuid (Werpsterhoek/stadsas) behoort binnen de
                                Friese detailhandelsverhoudingen ruimte te bieden aan een
                                hypermarkt</cursief></vet></al>
          <al/>
          <al>Wij schrappen dit uitgangspunt uit detailhandelsvisie 2007. Vanwege de
                        huidige marktsituatie verlenen wij op dit moment geen medewerking aan
                        planvorming voor een hypermarkt of andere vormen van detailhandel op de
                        ontwikkellocatie Werpsterhoek. Wij maken daarbij een uitzondering voor een
                        wijkwinkelcentrum voor het verzorgingsgebied De Zuidlanden. </al>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <vet>
              <cursief>5. Instandhouding van buurt- en wijkwinkelcentra voor
                                dagelijkse boodschappen is uitgangspunt van beleid</cursief>
            </vet>
          </al>
          <al>Ten aanzien van dit punt sluiten wij aan bij de visie uit 2007. Wij streven
                        ernaar de voorzieningen voor dagelijkse boodschappen op buurt- en wijkniveau
                        in stand te houden. Wij tekenen daarbij aan, dat dit ook sterk afhankelijk
                        is van de markt. Veranderingen in consumentengedrag zijn uiteindelijk
                        bepalend voor het economisch functioneren van buurt- en wijkvoorzieningen.
                        De voortgaande schaalvergroting in de detailhandel zorgt ervoor dat de
                        kleinere buurtvoorzieningen steeds verder onder druk komen te staan. </al>
          <al>Wij blijven vasthouden aan de concreet geformuleerde uitgangspunten voor het
                        vestigingsbeleid voor supermarkten. Leeuwarden heeft weliswaar in totaliteit
                        voldoende supermarktmeters, maar de geografische spreiding daarvan over het
                        stedelijk gebied blijkt niet optimaal te zijn. Vanuit de markt merken wij
                        dat er behoefte bestaat aan reallocatie van supermarktmeters dan wel de
                        introductie van bijzondere formules, zoals bijvoorbeeld een “versmarkt”. Wij
                        zijn in principe bereid mee te werken aan nieuwe vestingen op andere
                        locaties door verplaatsing supermarktmeters. Op basis van verkregen inspraak
                        stellen wij voor ruimte te bieden aan de eventuele vestiging van een
                        buurtsuper in de Vosseparkwijk en Bloemenbuurt. Daarbij gelden wel strikte
                        voorwaarden.</al>
          <al/>
          <al>In hoofdstuk 4 gaan wij nader in op het supermarktbeleid.</al>
          <al/>
          <al>Overigens blijft nog steeds het staande beleid van kracht, op grond waarvan
                        wij alle branches zonder beperkingen in de binnenstad toestaan. Het ontmoet
                        dus geen bezwaar om een bijzondere supermarkt als een “versmarkt” in de
                        binnenstad te vestigen. Verder werken we mee aan het behoud van de
                        supermarkt in het centrum van Grou door de voorgenomen verplaatsing naar een
                        betere locatie te faciliteren.</al>
          <al/>
          <al>
            <onderstreept>2. BINNENSTAD</onderstreept>
          </al>
          <al/>
          <al>De Leeuwarder binnenstad staat aan de top van de Friese winkelstructuur. Dit
                        maakt, dat wij daarvoor in het detailhandelsbeleid blijvend prioritaire
                        aandacht hebben. Met de oplevering van het project “Nieuw Zaailand” zijn
                        extra winkelmeters in de Binnenstad toegevoegd. Samen met het nieuwe Fries
                        Museum en het vernieuwde Wilhelminaplein is het winkelhart voorbereid op de
                        toekomst. Het nieuwe winkelcomplex biedt vestigingsmogelijkheden voor
                        grotere winkelformules. De vestiging van “Sting” is daar een geslaagd
                        voorbeeld van. Niet alle winkelmeters in de nieuwbouw zijn tot op heden
                        gevuld. Dit is een direct gevolg van de huidige economische crisis die al
                        sinds 2008 voortduurt. Het terugvallen van de consumentenbestedingen en de
                        toenemende internetverkopen hebben ook invloed op de vestigingsbereidheid
                        van nieuwe winkelformules in de Leeuwarder binnenstad. In de meeste
                        aanloopstraten naar het kernwinkelgebied tekent de leegstand zich al langere
                        tijd af. Gelet op landelijke trends schatten wij in, dat deze leegstand in
                        de meest afgelegen delen van het kernwinkelgebied ook na economisch herstel
                        een meer structureel karakter zal houden. Dat pleit voor een compacter
                        winkelgebied in de binnenstad.</al>
          <al/>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="i2ba229a3-ba7e-45cc-8757-8610a2b78605" naam="i277139i2ba229a3-ba7e-45cc-8757-8610a2b78605.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.6cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>
            <onderstreept>3. WINKELPARK DE CENTRALE</onderstreept>
          </al>
          <al/>
          <al>Het winkelpark De Centrale heeft zich ontwikkeld tot een belangrijk
                        regionaal winkelcentrum voor (verruimde) perifere detailhandel, met daarbij
                        behorende voorzieningen. Op De Centrale is tevens beperkte ruimte ontstaan
                        voor andere ondersteunende functies dan detailhandel. Winkelpark De Centrale
                        is een belangrijke complementaire voorziening voor de bestaande winkelcentra
                        in Leeuwarden, inclusief de binnenstad. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>3.1 Het bestemmingsplan </vet>
          </al>
          <al>Het nieuwe bestemmingsplan voor het winkelpark en de directe omgeving Is
                        gebaseerd op de Detailhandelsstructuurvisie van 2007, de Verordening Romte
                        van de provincie en het rijksbeleid tot nu toe. Verder speelt een rol dat
                        aanvragen voor het vergroten van de omvang van De Centrale en voor het
                        toelaten van een grootschalige supermarkt door ons zijn afgewezen. </al>
          <al>Het nieuwe bestemmingsplan heeft nadrukkelijk een conserverend karakter en
                        is inmiddels door de gemeenteraad vastgesteld. Het plan is op 24 juni 2013
                        vastgesteld door de gemeenteraad. Het plan is wel in werking getreden maar
                        nog niet onherroepelijk omdat door “De Centrale b.v.” beroep aangetekend is.
                        Het nieuwe bestemmingsplan is in de plaats gekomen van de aanbeveling uit
                        2007 om de raad een wijzigingsplan te laten vaststellen.</al>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="i92581e78-8613-47d0-9cd0-73e89d450388" naam="i277140i92581e78-8613-47d0-9cd0-73e89d450388.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.6cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>
            <cursief>omvang </cursief>
          </al>
          <al>In 2012 hebben wij een verzoek van de eigenaar het winkelpark te mogen
                        vergroten naar 47.000 m² bvo afgewezen in verband met de gevolgen voor de
                        bereikbaarheid en daarmee samenhangende kosten van verbetering daarvan. Er
                        is voor ons geen aanleiding daar in het kader van deze structuurvisie anders
                        mee om te gaan. </al>
          <al>De omvang van alle detailhandelsactiviteiten op De Centrale samen wordt net
                        als in het bestemmingsplan gehandhaafd op 42.000 m² bvo. </al>
          <al>De tot dusver gerealiseerde andere dan detailhandelsactiviteiten op De
                        Centrale zijn niet in dit getal begrepen. Het gaat daarbij om enkele
                        bedrijven, horecavoorzieningen, een geldkiosk en een fitness centrum met een
                        gezamenlijke oppervlakte van ruim 2.800 m² bvo. Dat brengt het totaal aan m²
                        bvo op De Centrale te realiseren op maximaal 44.800 m² .</al>
          <al>Dat betekent, dat in de volgende fase(n) nog ruimte is voor een kleine
                        10.000 m² bvo voor detailhandel.</al>
          <al>
            <cursief>branchering </cursief>
          </al>
          <al>In het nieuwe bestemmingsplan is het onderscheid tussen PDV en GDV, ook in
                        het toe te laten aantal m² bvo per branche, los gelaten. Daarvoor in de
                        plaats is gekomen een opdeling in drie categorieën branches onder de noemer
                        (verruimde) perifere detailhandel (zie bijlage 2). Ter verdere ondersteuning
                        van het winkelklimaat worden in het bestemmingsplan, via een
                        afwijkingsprocedure, leisure voorzieningen (bijvoorbeeld een overdekte
                        kinderspeeltuin) mogelijk gemaakt tot maximaal 1.000 m² bvo. Hierbij geldt
                        wel de beperking dat indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, dit
                        ten koste gaat van het totale aantal m² bvo dat voor detailhandel
                        beschikbaar is. Het maximale aantal m² bvo op De Centrale blijft dus gelijk. </al>
          <al>Het uitgangspunt uit 2007 de minimale oppervlakte voor GDV-winkels op
                        aanvraag per winkel incidenteel te verlagen van 1.500 bvo naar 1.000 m² wvo
                        (= 1.350 m² bvo) ) is voor de vergelijkbare nieuwe branches Centrale II en
                        III omgezet in een vaste ondergrens van 1.000 m² wvo, of 1.350 m² bvo. Voor
                        branches binnen Centrale II is onder strikte voorwaarden ter bescherming van
                        de binnenstad en de buurt- en wijkwinkelcentra, een verlaging mogelijk tot
                        500 m² bvo. </al>
          <al>Met de opdeling in drie categorieën in het nieuwe bestemmingsplan is beoogd
                        een helder inzicht te bieden welke branches zijn toegelaten op De Centrale
                        binnen het begrip (verruimde) perifere detailhandel. Ook is in het
                        bestemmingsplan aangegeven welke branches niet zijn toegelaten</al>
          <al>(zie bijlage 2). </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>3.2 Relatie met de binnenstad</vet>
          </al>
          <al>De definitieve parkeervoorziening bij het winkelpark De Centrale dient ook
                        een beperkte functie te krijgen voor een P+R-pendelbus met de binnenstad om
                        zo de synergie tussen beide belangrijke winkelvoorzieningen te versterken.
                        Randvoorwaarde is, dat eerst de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen
                        op dit winkelpark is gerealiseerd. We onderzoeken vooraf de mogelijkheid om
                        de bediening en lijnvoering van de stadsdienst hierop af te stemmen en
                        stellen dit aan de orde in het betreffende ontwikkeloverleg met de
                        provincie. </al>
          <al/>
          <al>
            <onderstreept>4. SUPERMARKTBELEID</onderstreept>
          </al>
          <al>Uitgangspunt voor het detailhandelsbeleid voor supermarkten in Leeuwarden
                        blijft dat er in elke wijk minimaal een supermarkt aanwezig zou moeten zijn.
                        Dit is van belang voor de leefbaarheid van de woonwijken. Met het tot nu toe
                        gevoerde detailhandelsbeleid en het daarop afgestemde planologische beleid
                        (bestemmingsplanvoorschriften) hebben wij een redelijke spreiding over de
                        stad van supermarktvoorzieningen c.q. buurt- en wijkwinkelcentra voor
                        dagelijkse boodschappen in stand weten te houden. In totaliteit zijn er
                        voldoende supermarktmeters in onze gemeente. Toch is er vanuit de markt
                        behoefte aan reallocatie van winkels. Wij zijn in principe wel bereid onder
                        voorwaarden ruimte te bieden voor verplaatsing van bestaand supermarktvolume
                        als gevolg van marktontwikkelingen. Verplaatsing mag er echter niet toe
                        leiden, dat daardoor de door ons voorgestane spreiding in gevaar komt. Met
                        andere woorden: als door verplaatsing de bestaande woonwijken geen goed
                        bereikbare supermarkt meer hebben of het voortbestaan van de bestaande
                        buurt- of wijkwinkelcentra wordt bedreigd, werken wij niet mee aan
                        verplaatsing. Wij zijn overigens van mening, dat er – los van verplaatsing –
                        in principe ruimte is voor een reguliere buurtsupermarkt in wijken, buurten
                        of dorpen waar geen buurtsupermarkt (meer) aanwezig is, maar die daar qua
                        inwonertal distributieplanologisch wel voor in aanmerking zouden kunnen
                        komen. Het gaat daarbij om wijken, buurten of dorpen met 3.000 inwoners of
                        meer. In het (recente) verleden hebben wij meegewerkt aan een
                        buurtsupermarkt-voorziening in Heechterp/Schieringen (Egelantierstraat) en
                        in Oud West (Leeuwerikstraat). De Vosseparkwijk/Heliconbuurt met ruim 4.200
                        inwoners (2014) en Oldegalileën/Bloemenbuurt met ruim 3.200 inwoners (2014)
                        zijn de enige twee bestaande wijken die daar wat ons betreft nu alsnog onder
                        voorwaarden voor in aanmerking zouden kunnen komen. Het spreekt vanzelf, dat
                        wij in de nieuwe wijk “De Zuidlanden” eveneens nieuw supermarktvolume
                        toelaten in een wijkverzorgende functie.</al>
          <al>Bij het restrictieve vestigingsbeleid voor supermarkten geldt als
                        gemeentelijk uitgangspunt, dat de gemeente zich niet mengt in onderlinge
                        concurrentieverhoudingen van supermarkten. De gemeentelijke zorg is er enkel
                        op gericht om een supermarktvoorziening per woonwijk in stand te houden,
                        gezien vanuit het belang van de consument. Dit specifieke
                        detailhandelsbeleid hebben wij zoveel als mogelijk in bestemmingsplannen
                        verankerd.</al>
          <al/>
          <al>In ons bijgestelde beleid zijn wij in principe bereid onder voorwaarden mee
                        te werken aan verplaatsing van supermarktvolume naar een nieuwe lokatie,
                        mits sprake is van:</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Het verlagen van hetzelfde volume (in m² bvo) aan bestaand </al><al>supermarkt aanbod op de oude locatie.</al></li>
            <li nr="b."><al>Een ruimtelijk verantwoorde ontwikkeling op de nieuwe locatie;</al></li>
            <li nr="c."><al>Geen duurzame ontwrichting van het voorzieningenpatroon gezien
                                vanuit het belang van de consument.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Bij dit alles geldt overigens nog steeds het staande beleid, op grond
                        waarvan wij alle branches (waaronder supermarkten) zonder beperkingen in de
                        binnenstad toestaan.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>beoogde vestigingslocaties</cursief>
          </al>
          <al>De Detailhandelsstructuurvisie 2014 is niet het kader om uitspraken te doen
                        over de haalbaarheid op door initiatiefnemers beoogde locaties. Eerst moet
                        blijken of voldaan kan worden aan onze criteria, zoals weergegeven in onze
                        visie. Mocht dat het geval zijn, dan moet vervolgens door ons nog getoetst
                        worden of er sprake is van een ruimtelijk verantwoorde ontwikkeling op de
                        beoogde locatie. Daarbij gaat het om aspecten als stedenbouw, ontsluiting en
                        parkeren en milieu.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>bijzondere winkelvoorzieningen voor levensmiddelen</cursief>
          </al>
          <al>Voor de volledigheid vermelden we hier nog, dat verkoopruimten bij
                        benzineverkooppunten volgens het huidige beleid in principe maximaal 50 m²
                        en avondwinkels maximaal 200 m² voor levensmiddelen mogen hebben. Ten
                        aanzien van benzineverkooppunten zijn er wel afwijkingen die ofwel zijn
                        ontstaan vanuit een vergunde situatie uit het verleden ofwel als compensatie
                        voor de beëindiging van verkoop van lpg.</al>
          <al/>
          <al>In bijlage 3 hebben wij het hiervoor aangegeven beleid nader
                        geconcretiseerd.</al>
          <al/>
          <al>Samengevat geldt de volgende regeling voor supermarkten waarbij een
                        onderscheid wordt gemaakt naar hiërarchie in verzorgingsfuncties met de
                        volgende categorieën:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>buurtniveau: tot 1.000 m² wvo (1.350 m² bvo);</al></li>
            <li nr="*"><al>wijkniveau: tot 1.500 m² wvo (2.000 m² bvo);</al></li>
            <li nr="*"><al>wijkcentra met stadsdeelfunctie: maximaal 3.500 m² wvo (4.700 m²
                                bvo) voor het totale winkelcentrum;</al></li>
            <li nr="*"><al>stedelijk/regionaal: maatwerk, waarbij in principe maximaal 2.500 m²
                                wvo (3.400 m² bvo) per winkellocatie wordt toegelaten. Incidenteel
                                kan gemotiveerd medewerking worden verleend aan een winkelgrootte
                                boven de 2.500 m² wvo, mits er sprake van een regionale functie. </al><al/></li>
          </lijst>
          <al>Op de beoogde locatie moet sprake zijn van een ruimtelijk verantwoorde
                        ontwikkeling, wil aan een eventuele uitbreiding binnen de hiervoor genoemde
                        regeling meegewerkt kunnen worden. Daarbij gaat het om aspecten als
                        stedenbouw, ontsluiting, parkeren en milieu.</al>
          <al/>
          <al>
            <onderstreept>5. PERIFERE DETAILHANDEL</onderstreept>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.1 Detailhandel op bedrijventerreinen</vet>
          </al>
          <al>Op bedrijventerreinen geldt in principe een detailhandelsverbod. Door het
                        aangeven van specifieke zones op bedrijventerreinen dan wel het verlenen van
                        afwijkingen van de verbodsbepaling in bestemmingsplannen geven wij
                        medewerking aan de vestiging van detailhandel in volumineuze goederen, c.q.
                        productie gebonden detailhandel. Voorbeelden hiervan zijn bouwmarkten en
                        winkels in de woninginrichtingsbranche. Tot nu toe hebben wij geen
                        meubelzaken toegelaten op De Hemrik. Gelet op de voortschrijdende
                        branchevervaging hechten wij minder belang aan dit beleidsuitgangspunt, daar
                        waar ook bouwmarkten woninginrichtingsartikelen, zoals, meubels, ledikanten,
                        kasten en verlichtingsartikelen verkopen. Indien wenselijk verlenen wij
                        medewerking aan wijziging van het bestemmingsplan op dit punt.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>incidentele detailhandelsactiviteiten (fairs)</cursief>
          </al>
          <al>Uit jurisprudentie is gebleken, dat voor incidentele
                        detailhandelsactiviteiten op bedrijventerreinen in afwijking van de
                        gebruiksbepalingen van een bestemmingsplan, zoals fairs, geen ontheffing
                        nodig is van dat bestemmingsplan als die maximaal twee keer per jaar en per
                        keer maximaal één dag plaats vinden en geen nadelige planologische gevolgen
                        hebben. Dat laatste wil zeggen dat de activiteiten geen onomkeerbare
                        aantasting van de bestemming met zich mee mogen brengen. Wel kunnen
                        eventueel nadere eisen worden gesteld aan de brandveiligheid, kan een
                        APV-vergunning nodig zijn en moet worden getoetst aan de Drank en Horecawet. </al>
          <al>Indien incidentele detailhandel op een bepaalde locatie een meer structureel
                        karakter krijgt zal hiervoor een planologische procedure moeten worden
                        doorlopen indien dat gebruik op de betreffende locatie aanvaardbaar is.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.2 Uitwerking beleid perifere detailhandel westelijk Leeuwarden (De
                            Zwette) en De Hemrik</vet>
          </al>
          <al>Met de vaststelling van een zone voor perifere detailhandel in westelijk
                        Leeuwarden (De Zwette) is het beleid van ons college voor vestigingen van
                        perifere detailhandel transparant gemaakt. Hierdoor hebben zich nieuwe zaken
                        in het Businesspark kunnen vestigen in de woninginrichtingssfeer. De
                        grondpercelen, die in de zone vallen zijn expliciet in het betreffende
                        bestemmingsplan benoemd. Een eventuele uitbreiding van de zone voor perifere
                        detailhandel langs de Slauerhoffweg aan de achterzijde van WTC-Expo wordt
                        hiermee in principe ook mogelijk indien dit gewenst wordt geacht in het
                        kader van de planvorming rond het WTC/Expogebied. Medewerking aan winkels
                        beperken wij ook in dit gebied tot de traditionele branches voor perifere
                        detailhandel. Dit hebben wij vertaald in een structuurbeeld. Een dergelijke
                        zonering langs de hoofdwegenstructuur hebben wij ook opgenomen in het
                        bestemmingsplan voor het bedrijventerrein “De Hemrik”. Dit bestemmingsplan
                        is in september 2013 vastgesteld.</al>
          <al>De kaarten 2 en 3 bij dit rapport geven aan om welke zones het gaat in beide
                        gebieden. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>5.3. Beleid rond pick-up-points bij internetverkoop</vet>
          </al>
          <al>Door de toenemende verkoop van goederen via webwinkels ontstaat er behoefte
                        aan afhaalpunten. Aangezien de klant de goederen zelf komt afhalen, stellen
                        wij deze afhaalpunten gelijk met winkels. Om oneigenlijke sluikverkopen op
                        deze punten en uitholling van bestaande winkelcentra te voorkomen achten wij
                        het wenselijk om de afhaalpunten op een natuurlijke manier te laten koppelen
                        aan reguliere winkelcentra en geen medewerking te verlenen aan solitaire
                        afhaalvestigingen op bedrijventerreinen.</al>
          <al/>
          <al>
            <onderstreept>6. WINKELS IN DORPEN </onderstreept>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="ib585cd2c-dc6f-4198-8ab5-a6bd46568b6a" naam="i277141ib585cd2c-dc6f-4198-8ab5-a6bd46568b6a.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.6cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>Met uitzondering van het dorp Grou bestaat er geen behoefte aan een
                        specifiek geformuleerd winkelbeleid voor de dorpen in de gemeente
                        Leeuwarden. Een bescheiden winkelvestiging in een dorp met een lokaal
                        verzorgende functie is in principe altijd mogelijk. Afweging vindt dan
                        plaats op het niveau van het betreffende bestemmingsplan met toetsing aan
                        het Streekplan Fryslân (Verordening Romte). Het spreekt vanzelf dat voor de
                        leefbaarheid van een dorp winkels van belang zijn, maar het
                        consumentengedrag bepaalt uiteindelijk of een winkel rendabel is. Hier en
                        daar zijn nog enkele van oudsher gevestigde (levensmiddelen-)winkels
                        aanwezig met een lokaal verzorgende functie voor het dorp. Dit is
                        bijvoorbeeld in Wergea nog het geval. De winkelfunctie in dorpen staat
                        echter onder druk. Zo heeft Wirdum nog wel een eigen supermarktvoorziening
                        weten te behouden, mede dank zij de inzet van mensen met afstand tot de
                        arbeidsmarkt. Zij krijgen op maat gesneden leerwerktrajecten of zinvolle
                        dagbesteding in een normale werkomgeving aangeboden. Dankzij deze aanpak
                        kunnen dorpsbewoners voor hun dagelijkse boodschappen nog steeds in eigen
                        dorp terecht.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>geactualiseerde detailhandelsvisie voor Grou</cursief>
          </al>
          <al>De gemeenteraad van Boarnsterhim heeft op 15 oktober 2013 het rapport
                        “Actualisatie distributieve ruimte Grou-Centrum” vastgesteld. Hiermee is de
                        distributieve ruimte in de Detailhandelsstructuurvisie Grou uit 2010
                        geactualiseerd. Beide rapporten dienen als onderlegger voor het te voeren
                        detailhandelsbeleid voor het dorp Grou. </al>
          <al>Grou is met 5765 inwoners (peildatum 1 januari 2014) het grootste dorp van
                        de gemeente Leeuwarden.</al>
          <al/>
          <al>Naast een verzorgingsfunctie voor het eigen dorp en het omliggende
                        platteland heeft Grou ook een belangrijke toeristische en recreatieve
                        functie als watersportdorp. Grou kent daardoor een bijpassend
                        voorzieningenniveau op het gebied van winkels en horeca.</al>
          <al/>
          <al>De winkelvoorzieningen in Grou zijn ook van belang voor de inwoners van
                        andere dorpen in de omgeving zoals Jirnsum en Reduzum met respectievelijk
                        1300 en 1085 inwoners (peildatum 1 januari 2014). Voor een beschrijving van
                        het winkelgebied van Grou verwijzen wij naar bijlage 4.</al>
          <al/>
          <al>Voor de detailhandel in Grou gelden de volgende uitgangspunten: </al>
          <al>- ontwikkelingen richten op het versterken van het bestaande
                        centrumgebied</al>
          <al>- geen detailhandel op de Minne Finne</al>
          <al>- vanwege de directe aansluiting op centrum is om kwalitatieve redenen een
                        verplaatsing naar en uitbreiding van de Poiesz-supermarkt op de locatie
                        voormalige PTT-locatie tot 850 m² mogelijk. </al>
          <al/>
          <al>
            <onderstreept>7. AMBULANTE DETAILHANDEL </onderstreept>
          </al>
          <al/>
          <al>Hierna gaan wij in op een aantal aspecten van ambulante detailhandel.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>weekmarkten en standplaatsen</cursief>
          </al>
          <al>De markten en de verkoopstandplaatsen nemen binnen het detailhandelsbeleid
                        een bijzondere plaats in.</al>
          <al>In 2012 is het vernieuwde marktbeleid vastgesteld. De vrijdagmarkt is een
                        belangrijke aanvulling op het aanbod van de bestaande detailhandel. Het is
                        een aantrekkelijke markt, die vele bezoekers uit de regio trekt. De
                        consument stelt groot belang in de aanwezigheid van de markt vanwege het
                        zeer gevarieerde aanbod. Behalve dit grote aanbod waardeert de consument ook
                        de sfeer op de markt. Dit komt mede door het mooie nieuwe plein, de indeling
                        en het foodcourt. Veel eetstalletjes zijn samen gegroepeerd op het foodcourt
                        en dit trekt wekelijks veel bezoekers. De vergrote parkeergarage onder het
                        Wilhelminaplein biedt voor bezoekers volop mogelijkheden om de vrijdagmarkt
                        te bezoeken en te winkelen in de binnenstad. Het commercieel beheer van de
                        markt is uitbesteed met het oogmerk het kwaliteitsniveau van de markt te
                        verbeteren. De Marktadviescommissie adviseert over de indeling, diversiteit
                        en uitstraling van de markt. Dit werkt goed en versterkt de klantgerichtheid
                        van de markt. De markt functioneert meer als een totaalconcept. Landelijk
                        staat de warenmarkt onder druk. Desondanks is er vanuit de ambulante
                        handelaren momenteel veel vraag naar een plaats op de vrijdagmarkt in
                        Leeuwarden. Kortom: de vrijdagmarkt is belangrijk voor de binnenstad. De
                        ambitie is binnen enkele jaren weer bij de top 5 van Nederland te behoren.
                        Verder draait de zaterdagmarkt erg goed en zijn er nog enkele wijkmarkten. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>bijzondere </cursief>
            <cursief>markten</cursief>
          </al>
          <al>Op Koningsdag vindt traditiegetrouw de vrijmarkt in het centrum plaats. Op
                        Hemelvaartsdag is na jarenlange uitwijk naar de Lange marktstraat /
                        Tesselschadestraat vanaf 2013 de Bloemenmarkt in combinatie met een
                        jaarmarkt teruggekeerd in de binnenstad. Deze markt alleen al trekt
                        duizenden bezoekers. In september wordt al meerdere jaren een aantrekkelijke
                        jaarmarkt gehouden in het centrum.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>verkoopstandplaatsen</cursief>
          </al>
          <al>De beleidsregel Verkoopstandplaatsen is in 2012 vastgesteld. In 2014 zal
                        deze regeling in het kader van de harmonisatie van het beleid met
                        Boarnsterhim geactualiseerd en aangepast worden. Voor de aangewezen
                        standplaatsen in de binnenstad is veel belangstelling. Sinds 2012 is het
                        mogelijk om deze plaatsen voor meerdere jaren te huren. Dat geeft voor de
                        ondernemer meer zekerheid op termijn.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>braderieën</cursief>
          </al>
          <al>Voor het houden van braderieën gelden beleidsregels, die zijn opgenomen in
                        de Algemene Plaatselijke Verordening. In de binnenstad worden braderieën
                        veelal gehouden in combinatie met de koopzondag op de laatste zondag van de
                        maand.</al>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="i806437d9-4ed6-478c-b5f2-3c5d1aa6355b" naam="i277142i806437d9-4ed6-478c-b5f2-3c5d1aa6355b.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="22.2cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>
            <onderstreept>8. FLANKEREND BELEID</onderstreept>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.1 Winkeltijden</vet>
          </al>
          <al>Het gemeentelijke beleid voor koopzondagen is begin september 2013
                        vastgesteld. Daarbij is rekening gehouden met nieuwe wetgeving.</al>
          <al>Dit heeft geleid tot de vaststelling van een nieuwe verordening Winkeltijden
                        Leeuwarden 2013, waarin ook de beleidsregels voor het avondwinkelbeleid zijn
                        verwerkt. Voor het koopzondagenbeleid in het stedelijk gebied is vooralsnog
                        ingestoken op een groeimodel, dat eerst uitgaat van een algemene
                        zondagsopenstelling voor supermarkten met een beperking voor de overige
                        winkels tot ongeveer 20 koopzondagen per jaar. Dit aantal gaat uit van een
                        vast patroon op elke laatste zondag van de maand en alle zondagen in
                        november en december. Daarnaast zijn er ook nog winkelopeningen op
                        2<sup>e</sup> paasdag, hemelvaartsdag, 2<sup>e</sup> pinksterdag en
                        2<sup>e</sup> kerstdag mogelijk. Voor het dorp Grou geldt nog steeds de oude
                        Verordening Winkeltijden Boarnsterhim 2013. Op basis hiervan hebben wij voor
                        het jaar 2014 een lijst met koopzondagen voor Grou vastgesteld. Deze is
                        vanwege het toeristische watersportseizoen traditiegetrouw gebaseerd op alle
                        zondagen in de maanden juni, juli en augustus en een enkele datum voor de
                        opening van het watersportseizoen in april en één zondag vlak voor Kerstmis.
                        Ook rond de viering van Sint Pieter wordt in Grou een koopzondag gehouden.
                        De thans geldende verordeningen winkeltijden moeten binnen twee jaar
                        geharmoniseerd zijn. Wij zijn voornemens hiertoe tijdig een voorstel aan de
                        gemeenteraad voor te leggen waarbij ook de ervaringen met het groeimodel
                        worden meegenomen.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.2</vet>
            <vet> Parkeren + bereikbaarheid</vet>
          </al>
          <al>Uit onderzoek blijkt dat de parkeervoorzieningen in het centrum goed worden
                        gewaardeerd. De parkeercapaciteit is met de oplevering van de vernieuwde
                        parkeergarage onder het Wilhelminaplein weer goed op orde. Bij de Nieuwe
                        Oosterstraat komt nog een parkeergarage ten behoeve van het provinciehuis.
                        Deze garage is buiten kantoortijden ook toegankelijk voor winkelend publiek
                        op zaterdagen en koopavonden. Het parkeren en de bereikbaarheid van de
                        binnenstad houdt volop onze aandacht door onder andere jaarlijks
                        verkeerstellingen uit te voeren. We monitoren de bezettingsgraad van de
                        parkeergarages. Ook vindt er ieder jaar een parkeeronderzoek plaats naar de
                        bezettingsgraad (gebruik) van de betaalde parkeerplaatsen op het maaiveld.
                        Wij blijven zo scherp de focus houden op het parkeren en de bereikbaarheid
                        van de binnenstad en laten hiervoor het benodigde onderzoek doen.
                        Bereikbaarheid en parkeren zijn immers essentieel zijn voor het economisch
                        functioneren van de binnenstad. Bijzondere aandacht gaat uit naar de
                        aansluiting van het centrum op de westelijke invalsweg vanaf de “Haak om
                        Leeuwarden”.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.3 Organiserend vermogen winkeliers(verenigingen).</vet>
          </al>
          <al>Met de komst van het Leeuwarder Ondernemersfonds (LOF) en de oprichting van
                        de Stichting Binnenstadsmanagement Leeuwarden is het organiserend vermogen
                        van ondernemers sterk verbeterd. Wij hebben regelmatig contact met deze
                        organisaties. Daarnaast voeren wij periodiek overleg met het Verenigd
                        Bedrijfsleven Leeuwarden (VBL). Daarin zijn de Leeuwarder Ondernemers Club
                        (LOC), de Commerciële Club Leeuwarden en de bedrijventerreinen “De Zwette”
                        (inclusief Businesspark) en “De Hemrik” vertegenwoordigd.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.4 Project “Het Nieuwe Winkelen”</vet>
          </al>
          <al>De STEC-groep adviseert bij de actualisering van de
                        detailhandelsstructuurvisie: <cursief>“Blijf vol inzetten op het ‘nieuwe
                            winkelen’. Onder aanvoering van het project “Binnenstad Boppe” is
                            Leeuwarden één van de koplopers in Nederland op dit gebied en moet ze
                            dat blijven. De komende jaren wordt het ‘nieuwe winkelen’ nog
                            belangrijker voor de aantrekkingskracht van winkels en
                            winkelgebieden”.</cursief></al>
          <al/>
          <al>De moderne consument maakt bij zijn koopbeslissingen steeds vaker gebruik
                        van mobiele online-informatie via internet. Wil de binnenstad interessant
                        blijven voor deze groep consumenten dan is ontsluiting van de binnenstad via
                        een Wi-Fi-netwerk noodzakelijk om concurrerend te blijven. De ondernemers in
                        de binnenstad kunnen zo gezamenlijk als het ware zich als één groot
                        warenhuis aan het kooppubliek presenteren. Onder de vlag van het project
                        “Binnenstad Boppe” is samen met een voorhoedegroep van ondernemers het
                        project “Het Nieuwe Winkelen” gestart. De initiatieffase is vanuit de
                        gemeente gefinancierd. Inmiddels is er vanuit ondernemers een
                        beheerstichting opgericht en een landingspagina op internet gelanceerd op
                            <extref doc="http://www.in.leeuwarden.nl/">www.in.leeuwarden.nl</extref>, waar alle winkels in de binnenstad vindbaar
                        zijn. Met subsidie van provincie en gemeente is ook de financiering voor de
                        aanleg van een eigen Wi-Fi-netwerk rond. Genoemde stichting staat voor de
                        opgave om voldoende participatie te organiseren en de winkelinformatie up
                        tot date te houden. Aangezien Leeuwarden hiermee landelijk voorop loopt
                        dienen in deze pioniersfase ook de “kinderziekten” te worden overwonnen. Dit
                        vraagt om doorzettingsvermogen en slagkracht bij ondernemers. Daar waar
                        mogelijk biedt de gemeente ondersteuning in het ontwikkeltraject.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.5 Deelname aan landelijke verkiezing Beste Binnenstad</vet>
          </al>
          <al>De binnenstad vormt speerpunt van het beleid en fungeert als boegbeeld en
                        visitekaartje voor de hele stad. De kwaliteit van de binnenstad wordt niet
                        alleen bepaald door gemeentelijk beleid. Kwalitatieve uitstraling van
                        winkelpanden en goed gastheerschap van ondernemers zijn minstens zo
                        belangrijk. Samen met een initiatiefgroep en een stuurgroep wordt
                        gezamenlijk met ondernemers gewerkt aan een traject om dit doel te bereiken
                        conform de wens van de gemeenteraad bij initiatiefvoorstel “Versterking
                        aanbod door diversiteit” uit 2008. De ambitie en het samenwerkingsproces
                        werken motiverend om de kwaliteit van binnenstad op een hoger niveau te
                        brengen. In dat kader past de uitverkiezing tot Culturele Hoofdstad van
                        Europa 2018 uitstekend.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.6 Samenhang met beleid op het gebied van cultuur, horeca,
                            evenementen, toerisme en marketing.</vet>
          </al>
          <al>De beleveniseconomie van de binnenstad vraagt steeds meer om een goede
                        afstemming van het detailhandelsbeleid met andere beleidsterreinen. Bezoek
                        aan een binnenstad wordt steeds meer gezien als een dagje uit. Veelal is er
                        sprake van recreatief winkelen en dito verblijf. Daarbij is
                        winkel-ondersteunende horeca van wezenlijk belang. Er ontstaan nieuwe
                        winkelconcepten gebaseerd op een combinatie van horeca en detailhandel.
                        Regelgeving moet dan niet belemmerend werken op eventuele vestiging van
                        dergelijke concepten. In het in 2012 vastgestelde bestemmingsplan binnenstad
                        is hier onder meer op ingespeeld door het opnemen van een regeling voor
                        ondergeschikte horeca bij detailhandel en door het bij afwijking mogelijk
                        maken van ‘daghoreca’ in winkelgebieden. Ook zoekt de consument graag nog
                        ander vertier op. Zo is het organiseren van doelgroepgerichte evenementen
                        ook voor de winkelfunctie van belang. Daarnaast biedt het nieuwe Fries
                        Museum in het winkelhart een kans om de aantrekkingskracht van Leeuwarden
                        als winkelstad te versterken met meer bovenregionaal bezoek. Randvoorwaarde
                        hierbij is, dat er spraakmakende tentoonstellingen worden georganiseerd, die
                        landelijke interesse weten op te wekken. In de context van deze paragraaf
                        moet de uitwerking van beleid worden gezocht voor wat betreft het hierna
                        geciteerde advies van de STEC-groep. <cursief>“Versterk het toeristisch
                            recreatief profiel van de binnenstad. Beleving en bezoekers van buiten
                            worden steeds belangrijker voor het functioneren van
                            binnensteden”.</cursief> Evenementen als Fries Straatfestival,
                        Koningsdag, Bloemenjaarmarkt, Serious Request, Beste Binnenstad, Week van de
                        Smaak en Culturele Hoofdstad Europa 2018 leveren hieraan een belangrijke
                        bijdrage.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>8.7 Samenhang met beleid op het gebied van ruimtelijke kwaliteit</vet>
          </al>
          <al>Een belangrijke factor voor het succes van de binnenstad als
                        kernwinkelgebied is de aantrekkelijkheid vanwege de historische structuur,
                        fraaie monumenten en zorgvuldige inrichting. Bestemmingsplan en
                        Welsstandsnota zien er op toe dat de maat en schaal van de binnenstad
                        behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt. Het reclamebeleid zorgt
                        voor samenhang in reclame-uitingen en een goede afstemming op de
                        cultuur-historische waarde van de binnenstad. </al>
          <al>Ook voor de wijkwinkelcentra en bedrijventerreinen gelden regels voor
                        welstand en reclame om verrommeling te voorkomen. Daarnaast zijn ook
                        samenwerkingsprojecten op gebied van veiligheid als Keurmerk Veilig
                        Ondernemen (KVO) voor de binnenstad en parkmanagement voor
                        bedrijventerreinen van belang voor de aantrekkingskracht op de
                        consument.</al>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="ic629c62b-94cb-4344-a902-2aaf5018a2ba" naam="i277143ic629c62b-94cb-4344-a902-2aaf5018a2ba.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="10.6cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>BIJLAGE 1</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Belangrijkste aanbevelingen uit onderzoeksrapport STEC-groep</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Op basis van de resultaten van de detailhandelsmonitor, ontwikkelingen in de
                        detailhandel en de voorgenomen actualisering van de detailhandelsvisie zijn
                        in de rapportage van de STEC-groep de volgende concrete aanbevelingen voor
                        de detailhandel in Leeuwarden gedaan:</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>Actualiseer de detailhandelsstructuurvisie (2007) alleen voor wat
                                betreft, de planvorming voor de locatie Werpsterhoek/De Zuidlanden.
                                Vanwege de actuele marktsituatie wordt geadviseerd op Werpsterhoek
                                geen hypermarkt of andere vormen van detailhandel te ontwikkelen met
                                uitzondering van een ondersteunend wijkwinkelcentrum in De
                                Zuidlanden. Pas wanneer de marktsituatie verandert en de markt weer
                                aantrekt, kan dit uitgangspunt opnieuw worden bezien. Dan komen
                                detailhandels-concepten in beeld met toegevoegde waarde voor
                                Leeuwarden en Fryslân. Deze concepten worden dan getoetst op
                                criteria als de effecten op de detailhandelsstructuur en het verkeer
                                en andere ruimtelijk relevante criteria. Hetzelfde geldt ook voor
                                andere potentiële ontwikkellocaties in Leeuwarden (o.a. WTC).</al></li>
            <li nr="*"><al>Maak het winkelgebied van de binnenstad compacter. Maak op basis van
                                passantentellingen en gebiedsprofielen een actieplan voor locaties,
                                die in aanmerking komen voor transformatie van winkelvastgoed.</al></li>
            <li nr="*"><al>Versterk het toeristisch recreatief profiel van de binnenstad.
                                Beleving en bezoekers van buiten worden steeds belangrijker voor het
                                functioneren van binnensteden.</al></li>
            <li nr="*"><al>Blijf vol inzetten op het ‘nieuwe winkelen’. Onder aanvoering van
                                het project “Binnenstad Boppe” is Leeuwarden één van de koplopers in
                                Nederland op dit gebied en moet dat blijven. De komende jaren wordt
                                het ‘nieuwe winkelen’ nog belangrijker voor de aantrekkingskracht
                                van winkels en winkelgebieden. </al></li>
            <li nr="*"><al>Focus op versterking van goed functionerende wijkwinkelcentra met
                                perspectief en wijkcentra die belangrijk zijn in de
                                verzorgingsstructuur (geen ander boodschappencentrum dichtbij).</al></li>
            <li nr="*"><al>Cluster de perifere detailhandel op bedrijventerreinen.</al></li>
            <li nr="*"><al>Rond De Centrale af binnen de mogelijkheden van het huidige
                                    <cursief>(inmiddels verouderde)</cursief> bestemmingsplan en
                                blijf zorgen voor voldoende onderscheidend vermogen ten opzichte van
                                de binnenstad. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>BIJLAGE 2</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Perifere detailhandel op De Centrale volgens bestemmingsplan</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Het loslaten van het onderscheid in PDV en GDV houdt in, dat wij in het
                        vervolg geen onderscheid meer maken in een verdeling in vloeroppervlakte
                        tussen beide vormen binnen de toegestane 42.000 m² bvo voor detailhandel.
                        Daarvoor in de plaats is gekomen een onderscheid in op De Centrale
                        toegelaten branches onder de noemer (verruimde) perifere detailhandel. Die
                        hebben wij in het nieuwe bestemmingsplan Centrale I, Centrale II en Centrale
                        III genoemd. Een samenvatting van de vestings(-on-)mogelijkheden treft u
                        hierbij aan.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>definitie perifere detailhandel</vet>:</al>
          <al>Detailhandel die qua volumineuze aard van de goederen, gevaar en hinder of
                        dagelijkse bevoorrading niet meer goed inpasbaar is in de bestaande
                        winkelcentra, waaronder uitsluitend worden begrepen: detailhandel in
                        woninginrichting, tenten, keukens en sanitair, meubelen, bouwmaterialen en
                        fietsen en auto-accessoires.</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>definitie verruimde perifere detailhandel</vet>:</al>
          <al>Detailhandel buiten of aansluitend op bestaande winkelcentra met een aanbod
                        van niet-dagelijkse goederen waaronder naast de onder perifere detailhandel
                        genoemde branches worden verstaan de hoofdbranches huishoudelijke en luxe
                        artikelen, sport en spel, speelgoed, hobby, media tuincentra, plant- en
                        dierbenodigdheden, bruin- en witgoed, evenals overige detailhandel niet
                        eerder genoemd (restpartijen), met uitzondering van de hoofdbranches
                        warenhuizen, kleding en mode, schoenen en lederwaren, juwelier en
                        optiek;</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>(verruimde) perifere detailhandel Centrale I:</vet>
          </al>
          <al>Detailhandelsvestigingen in relatie tot het thema wonen, waaronder:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>kampeerartikelen met uitzondering van caravans;</al></li>
            <li nr="*"><al>keukens en sanitair;</al></li>
            <li nr="*"><al>bouwmaterialen en aanverwante doe-het-zelf artikelen in de vorm van
                                een bouwmarkt;</al></li>
            <li nr="*"><al>woninginrichtingsartikelen, zoals meubelen, vloerbedekking en
                                woningtextiel.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>(verruimde) perifere detailhandel Centrale II:</vet>
          </al>
          <al>Detailhandelsvestigingen waaronder worden verstaan de hoofdbranches:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>tuincentra;</al></li>
            <li nr="*"><al>plant- en dierbenodigdheden;</al></li>
            <li nr="*"><al>fietsen;</al></li>
            <li nr="*"><al>auto-accessoires. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <vet>(verruimde) perifere detailhandel Centrale III:</vet>
          </al>
          <al>Detailhandelsvestigingen waaronder worden verstaan de hoofdbranches:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>huishoudelijke en luxe artikelen;</al></li>
            <li nr="*"><al>sport en spel;</al></li>
            <li nr="*"><al>speelgoed;</al></li>
            <li nr="*"><al>hobby;</al></li>
            <li nr="*"><al>media;</al></li>
            <li nr="*"><al>bruin- en witgoed;</al></li>
            <li nr="*"><al>restpartijen.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>
            <cursief>branches die niet zijn toegestaan</cursief>
          </al>
          <al>Twee groepen van branches zijn niet toegestaan op grond van het
                        gemeentelijke beleid. Deze branches doen te veel afbreuk aan de
                        verzorgingsfunctie en de recreatieve winkelfunctie van het kernwinkelgebied
                        en/of van de wijk- en buurtwinkelcentra van Leeuwarden. Het betreft de
                        dagelijks benodigde goederen en de niet dagelijks benodigde goederen
                        recreatief.</al>
          <al/>
          <al>Hieronder vallen:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>voeding- en genotmiddelen en supermarkten; grootschalige
                                food/non-food vestigingen;</al></li>
            <li nr="*"><al>persoonlijke verzorging (waaronder drogisterij, parfumerie);</al></li>
            <li nr="*"><al>warenhuizen;</al></li>
            <li nr="*"><al>kleding en mode;</al></li>
            <li nr="*"><al>juwelier;</al></li>
            <li nr="*"><al>optiek;</al></li>
            <li nr="*"><al>schoenen en lederwaren.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Daarnaast blijven uitgesloten:</al>
          <lijst>
            <li nr="*"><al>auto’s, boten en caravans;</al></li>
            <li nr="*"><al>grove bouwmaterialen;</al></li>
            <li nr="*"><al>brandbare en explosieve stoffen;</al></li>
            <li nr="*"><al>landbouwwerktuigen.</al></li>
          </lijst>
          <al>Deze branches horen thuis op de bedrijventerreinen.</al>
          <al/>
          <al>De al op De Centrale aanwezige bedrijfsactiviteiten zijn bij recht
                        opgenomen. </al>
          <al/>
          <al>BIJLAGE 3</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>1. Omvang supermarkten</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>In de supermarkthiërarchie valt globaal volgens landelijke indelingen op
                        basis van het winkelvloeroppervlak (wvo) het volgende onderscheid te
                        maken):</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>
                <vet>
                  <onderstreept>Kleinschalige</onderstreept>
                </vet> supers (tot
                                800 m² wvo): met een buurtverzorgende functie voor de kleinschalige
                                dagelijkse boodschappen;</al></li>
            <li nr="2."><al>
                <vet>
                  <onderstreept>Middelgrote</onderstreept>
                </vet> supermarkten
                                (van 800 tot 2.500 m² wvo) met een verzorgende functie voor wijk,
                                stadsdeel of woonplaats;</al></li>
            <li nr="3."><al>
                <vet>
                  <onderstreept>Grote</onderstreept>
                </vet> supermarkten (circa
                                2.500 tot 4.000 m² wvo) met een functie voor de hele stad en directe
                                regio;</al></li>
            <li nr="4."><al>
                <vet>
                  <onderstreept>Specifieke</onderstreept>
                </vet> supermarkten
                                zoals gemakswinkels (bijvoorbeeld in stations), discountsupers
                                (veelal beperkt assortiment, gering comfort en laag prijsniveau) en
                                verkoop van levensmiddelen bij bijvoorbeeld benzineverkooppunten en
                                in avondwinkels.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Vanuit het detailhandelsbeleid is het wenselijk voor nieuwe
                        bestemmingsplannen en voor de beoordeling van afwijkingsverzoeken concrete
                        afspraken te maken over de toelaatbare omvang van supermarkten. </al>
          <al>Wij sluiten daartoe aan bij voornoemde landelijke indeling van supermarkten
                        en laten voor alle woonwijken een middelgrote supermarkt toe waarbij de
                        toegelaten omvang afhankelijk wordt gesteld van de historische situatie. </al>
          <al/>
          <al>Omwille van de duidelijkheid hebben wij als beleidsregel vastgelegd, dat een
                        full servicesupermarkt met een wijkverzorgende functie onder voorwaarden
                        tussen de 800 en 2.500 m² winkelvloeroppervlakte (wvo) mag omvatten. In
                        geval van bestemmingsplanwijzigingen of afwijkingsverzoeken achten wij
                        vanuit het detailhandelsbeleid bij de kleinere supermarkten op buurtniveau
                        een uitbreiding tot maximaal 1.000 m² wvo toelaatbaar. Voor wijkverzorgende
                        supers geldt een maximumnorm van 1.500 m² wvo. Voor deze afwijkingen geldt
                        de verplichting tot distributieplanologische onderbouwing van de marktruimte
                        niet. Voor bestaande supermarkten, die al groter zijn dan 1.500 m² wvo,
                        staan wij normatief een uitbreiding van maximaal 10% toe, voor zover het
                        maximum van 2.500 m² wvo niet wordt overschreden. In aanvulling hierop geldt
                        voor wijkcentra met een stadsdeel- c.q. regiofunctie als randvoorwaarde een
                        maximaal totaaloppervlakte voor de supermarkten samen van 3.500 m² wvo voor
                        de levensmiddelenbranche in betreffend wijkcentrum (Bilgaard en
                        Cambuurplein). Gelet op de omvang van de wijk Camminghaburen geldt voor dat
                        wijkwinkelcentrum een maximum van 3.000 m² wvo voor het totale volume in de
                        levensmiddelenbranche. Voor de solitair gelegen supermarkten geldt eveneens
                        een maximumoppervlakte als er sprake is van een bijzondere, autonome
                        bovenwijkse, stedelijke of regionale positie. Dit vraagt maatwerk per
                        locatie.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>normatieve omrekenfactor bvo/wvo</cursief>
          </al>
          <al>Wij hanteren een normatieve omrekenverhouding tussen de begrippen bvo en
                        wvo. De omrekening van wvo naar bvo kan worden verkregen door het aantal m²
                        wvo te verhogen met 35%. Terugrekenen van bvo naar wvo kan plaatsvinden door
                        een percentage van 75% toe te passen. De omrekening is van belang, omdat in
                        bestemmingsplannen doorgaans het begrip bvo en in onderzoeken de term
                        winkelvloeroppervlak of verkoopvloeroppervlak (wvo of vvo) wordt gehanteerd. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>2. Voorwaarden verplaatsing bestaand supermarktvolume</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>In principe is verplaatsing van supermarktvolume naar een nieuwe locatie
                        mogelijk, mits sprake is van:</al>
          <al/>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het verlagen van hetzelfde volume (in m² bvo) aan bestaand </al><al>supermarktaanbod op de oude locatie.</al></li>
            <li nr="b."><al>een ruimtelijk verantwoorde ontwikkeling op de nieuwe locatie.</al></li>
            <li nr="c."><al>geen duurzame ontwrichting van het voorzieningenpatroon gezien
                                vanuit het belang van de consument. </al><al/><al>Concreet betekent een en ander:</al></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Er kan alleen sprake zijn van publiekrechtelijke medewerking door de
                                gemeente als de eigena(a)r(en) van de oude locatie aantoonbaar en
                                vrijwillig bereid is/zijn mee te werken aan een herziening van het
                                daar geldende bestemmingsplan;</al></li>
            <li nr="b."><al>Alle kosten (van gemeente en eigenaar) die betrekking hebben op de
                                oude locatie, waaronder ambtelijke kosten, kosten van een
                                bestemmingsplanaanpassing en kosten van eventuele planschade, komen
                                voor rekening van de initiatiefnemer(s);</al></li>
            <li nr="c."><al>Alle kosten (van gemeentewege) die betrekking hebben op de nieuwe
                                locatie, komen voor rekening van de initiatiefnemer(s);</al></li>
            <li nr="d."><al>Bij vermindering van het volume (in m² bvo) op de oude locatie, zal
                                publiekrechtelijk moeten worden geregeld, dat er op die locatie geen
                                groter volume voor een (andere) supermarkt ontstaat, dan het
                                verschil tussen de omvang die de bestaande supermarkt mag hebben op
                                grond van het gemeentelijke detailhandelsbeleid en het te
                                verplaatsen volume.</al></li>
            <li nr="e."><al>De vermindering of opheffing van het volume voor supermarkt(en) op
                                de oude locatie moet minimaal gelijktijdig (onherroepelijk) zijn
                                geregeld, met het toelaten van dat volume op de nieuwe locatie.</al></li>
            <li nr="f."><al> Het verplaatsen van supermarktvolume mag er niet toe leiden, dat er
                                geen bestaansrecht meer is voor minimaal één (buurt)supermarkt in de
                                bestaande buurt- en wijkwinkelcentra.</al></li>
            <li nr="g."><al>Bij een ruimtelijk verantwoorde ontwikkeling gaat het om aspecten
                                als stedenbouw, ontsluiting, parkeren en milieu.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>BIJLAGE 4. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>1. Beschrijving van het winkelgebied van Grou</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Het centrum van Grou is historisch gezien het belangrijkste winkelgebied van
                        het dorp. Het heeft de status van beschermd dorpsgezicht. De Hoofdstraat is
                        een belangrijke winkelstraat en is deels als voetgangersgebied ingericht.
                        Daarnaast zijn diverse winkels aan het Halbertsmaplein/Raadhuisstraat en de
                        Gedempte Haven te vinden. Trekkers zijn een winkel van Blokker en de sinds
                        kort in Grou aanwezige HEMA. De supermarkt van Poiesz grenst direct aan het
                        centrumgebied. Deze supermarkt is op dit moment met 375 m² wvo te klein om
                        een volledig assortiment te bieden. Er is een manifeste wens om te
                        vergroten. De eerder voorgenomen verplaatsing naar “Minne Finne” gaat niet
                        door. De focus is inmiddels verlegd naar het voormalige postkantoor aan de
                        Parkstraat. In samenspraak met de gemeente wordt onderzocht om hier een
                        verbeterde supermarkt van ongeveer 850 m² bvo (circa 650 m² wvo) te
                        realiseren. Deze locatie ligt voor de eigen bewoners centraler en is
                        eenvoudiger te bereiken dan “Minne Finne”. Ook voor de toeristische functie
                        is het van belang deze supermarkt blijvend in het centrum van Grou te
                        accommoderen.</al>
          <al>De parkeermogelijkheden in en rondom het centrumgebied zijn de afgelopen
                        jaren verbeterd. Toch geeft het parkeren vooral in het watersportseizoen
                        nogal eens problemen. Daarom zullen ook de komende tijd nog extra
                        parkeerplaatsen worden gerealiseerd. </al>
          <al>Een tweede, recenter gerealiseerd winkelgebied is te vinden aan de
                        Stationsweg. Hier zijn de supermarkten van Jumbo (recent vergroot met 200 m²
                        naar 1.217 m² wvo) en Lidl (996 m² wvo) te vinden, met verder vestigingen
                        van Mitra en Kruidvat. Bij deze winkelconcentratie is eigen
                        parkeergelegenheid aanwezig.</al>
          <al>Langs de Stationsweg en Parkstraat zijn nog een paar winkels gevestigd uit
                        de doelgerichte branches, zoals Fixet (doe-het-zelf). Verder bevinden deze
                        branches zich vooral op bedrijventerreinen ten noorden van de kern, zoals
                        een fietsenwinkel, een speciaalzaak voor babybenodigdheden aan de Oedsmawei
                        en een keukenzaak op Biensma. Daarnaast is nog watergebonden perifere
                        detailhandel te vinden op de bedrijventerreinen.</al>
          <al/>
          <al>Planontwikkeling voor winkels in Grou.</al>
          <al>Voor de Volmaweg is momenteel een bestemmingsplan in voorbereiding. Het gaat
                        om woningbouw met in het kopgebouw 200 m² detailhandel. Deze detailhandel is
                        een vervanging van de aanwezige detailhandel in dit gebied op het moment van
                        vaststelling van de Detailhandelsstructuurvisie Grou in 2010. Verder is een
                        plan in voorbereiding om aan de Hellinghaven (noordelijk van “Minne Finne”)
                        enkele appartementen te realiseren, waarbij op de begane grond ook ruimte
                        kan worden geboden aan onder meer detailhandel of horeca (ongeveer 280 m²
                        bvo). In het rapport “Actualisatie distributieve ruimte Grou-Centrum” wordt
                        echter geconcludeerd dat er niet veel ruimte voor uitbreiding bestaat, maar
                        dat er naast een kwantitatieve afweging ook kwalitatieve argumenten een rol
                        kunnen spelen om toch tot een bepaalde ontwikkeling te komen. </al>
          <al/>
          <al>Met het op 15 oktober 2013 vastgestelde rapport <vet>“Actualisatie
                            distributieve ruimte Grou-Centrum” van Broekhuis Rijs Advisering is de
                            distributieve ruimte geactualiseerd van de in 2010 vastgestelde
                        </vet>Detailhandelsstructuurvisie Grou .</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>2. Conclusies en aanbevelingen uit het rapport “Actualisatie
                            distributieve ruimte Grou-Centrum” van Broekhuis Rijs
                        Advisering.</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>* Het primaire verzorgingsgebied voor detailhandel in Grou is de kern Grou,
                        met ongeveer 5.750 inwoners. Daarnaast ligt rondom Grou een aantal dorpen,
                        dat voor hun boodschappen grotendeels op Grou is georiënteerd; dit zijn met
                        name Jirnsum en Reduzum. Daarnaast zullen ook uit de rest van de gemeente
                        nog mensen naar Grou komen, zoals uit Akkrum en Nes. </al>
          <al/>
          <al> * Grou ligt aan het Pikmeer. Het toerisme maakt daardoor een wezenlijk
                        onderdeel uit van de detailhandelsomzet in Grou, en zorgt voor extra
                        koopkracht. </al>
          <al/>
          <al>* Het detailhandelsaanbod in Grou is redelijk afgestemd op de vraag; dan
                        gaat het om de inwoners van Grou, de inwoners van het buitengebied en om de
                        toeristen samen. Kwantitatief gezien is er geen distributieve ruimte in de
                        markt voor grote uitbreidingen. De vloerproductiviteit ligt momenteel al aan
                        de onderkant van wat gangbaar is in kernen van deze omvang. </al>
          <al/>
          <al>* De locatie voor een commerciële ontwikkeling aan de Minne Finne ligt
                        buiten het huidige centrumgebied, direct aan het water. Op kwalitatieve
                        gronden is er onvoldoende reden voor de realisatie van winkelruimte op deze
                        plek. Vooral het niet kunnen bijdragen aan het versterken van het
                        centrumgebied is hierin een belangrijke factor. </al>
          <al/>
          <al>* De mogelijke ontwikkeling van de Minne Finne tot winkelgebied heeft in
                        onze ogen een aanzienlijk risico op bouwen voor leegstand, of tot een
                        ontwikkeling die solitair gaat functioneren op een te grote afstand van het
                        centrumgebied. De structuur van het centrum wordt door een dergelijke
                        ontwikkeling eerder uit elkaar getrokken dan versterkt. </al>
          <al/>
          <al>* Kwantitatief gezien is er ook in de dagelijkse sector geen ruimte in de
                        markt aanwezig voor uitbreiding van het aanbod. Een vergroting van de Poiesz
                        naar 700 m2 wvo is rekenkundig gezien lastig. </al>
          <al/>
          <al>* Op kwalitatieve gronden kunnen we een vergroting en verplaatsing van
                        Poiesz naar de voormalige PTT-locatie ondersteunen. Wanneer de supermarkt de
                        kans niet krijgt tot een beperkte schaalvergroting, worden de
                        bestaansmogelijkheden sterk ingedamd. Een eventueel vertrek uit het centrum
                        van Poiesz zal voor het overige (niet-dagelijkse) aanbod in het centrum
                        zeker gevolgen hebben. De aantrekkelijkheid van het centrum als koopgebied
                        zal afnemen.</al>
          <al/>
          <al> * De genoemde locatie voor een nieuwe Poiesz kan een bijdrage leveren aan
                        een sterker centrum, dat bovendien compact blijft. Wel zal op deze locatie
                        voldoende aandacht besteedt moeten worden aan de inpassing in het centrum
                        bij de entree van het centrumgebied. </al>
          <al/>
          <al>* Voor een verplaatsing en vergroting van de supermarkt van Poiesz naar 850
                        m2 bvo zullen ongeveer 30 à 35 parkeerplaatsen vereist zijn. </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Kaartbeeld 1. Indeling centrumgebieden in het bestemmingsplan
                            Binnenstad</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="i891f8052-64e9-4cff-9866-52a2931d47b1" naam="i277144i891f8052-64e9-4cff-9866-52a2931d47b1.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.2cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>
            <vet>Kaartbeeld 2. PDV-zone "De Zwette"</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="ib769a497-065e-43c0-b2b5-a46274e8bd1d" naam="i277145ib769a497-065e-43c0-b2b5-a46274e8bd1d.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="22.5cm"/>
            </plaatje>
          </al>
          <al>
            <vet>Kaartbeeld 3. PDV-zone "De Hemrik"</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>
            <plaatje>
              <illustratie id="i135c9836-dd78-40f0-a19a-9d41b16cd6f5" naam="i277146i135c9836-dd78-40f0-a19a-9d41b16cd6f5.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.2cm"/>
            </plaatje>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst/>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>