<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR233068_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/zoeken/gemeenteblad">Gemeenteblad, 9 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Redactionele wjiziging artikel 5, tweede lid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R 00602</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>volksgezondheid en milieu</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>NVT</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater;</al></li><li nr="d."><al>incidentele lozing: incidentele afvoer van water van beperkte duur,
                                zoals afvoer in verband met bronbemaling en bodemzuivering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2</nr><titel>AARD VAN DE BELASTING</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfswater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater
                                en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3</nr><titel>BELASTBAAR FEIT EN BELASTINGPLICHT</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                                waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                afgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde belasting wordt als
                                gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                        niet krachtens eigendom, bezit beperkt recht of persoonlijk
                                        recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan; degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4</nr><titel>ZELFSTANDIGE GEDEELTEN</titel></kop><al>Als gedeelten van een in artikel 2 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de
                        rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat als twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5</nr><titel>MAATSTAF VAN HEFFING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven naar:</al><lijst><li nr="a."><al>een vast bedrag per perceel en</al></li><li nr="b."><al>het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt
                                        afgevoerd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters water dat twee jaar voorafgaand aan het belastingjaar naar
                                het perceel is toegevoerd of is opgepompt.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt de belasting
                                voor incidentele lozingen geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat in het belastingjaar op de gemeentelijke riolering is
                                afgevoerd.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die zijn
                                voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met een vaste capaciteit in bedrijf is
                                        geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van
                                        toepassing als vaststelling van de hoeveelheid opgepompt
                                        water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
                                        bepaling.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid water wordt
                                verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6</nr><titel>TARIEVEN</titel></kop><al>Maatstaf van heffing en tarieven behorend bij deze verordening is opgenomen
                        in de bijbehorende Tarieventabel gemeente Assen voor belastingen, heffingen
                        en rechten.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7</nr><titel>VRIJSTELLING</titel></kop><al>Vrijgesteld van rioolheffing is elke kubieke meter afgevoerd afvalwater
                        boven de grens van 40.000m3.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8</nr><titel>BELASTINGJAAR</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9</nr><titel>WIJZE VAN HEFFING</titel></kop><al>De belasting wordt door middel van een aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10</nr><titel>ONTSTAAN VAN DE BELASTINGSCHULD EN HEFFING NAAR TIJDSGELANG</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of
                                als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                                de belasting verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als er
                                in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Als de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat
                                aanspraak op ontheffing voor zoveel kalendermaanden, inclusief de
                                maand waarin de belastingplicht eindigt, als er in dat jaar na het
                                einde van de belastingplicht nog overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, als de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11</nr><titel>TERMIJNEN VAN BETALING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen moeten worden betaald in twee termijnen, waarvan de
                                eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en
                                de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>Als het totaalbedrag op het aanslagbiljet € 2.500 is of meer moet
                                het bedrag worden betaald in één termijn, die vervalt zes weken na
                                de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="3."><al>Als het totaalbedrag op het aanslagbiljet meer is dan € 100 doch
                                minder is dan € 2.500 moet het verschuldigde bedrag worden betaald
                                in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening
                                van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven.
                                Het aantal termijnen is tenminste drie en ten hoogste acht. De
                                eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand
                                later. De in dit lid genoemde betaalwijze geldt alleen wanneer de
                                termijnen met een automatische incasso worden betaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11a</nr><titel>KWIJTSCHELDING</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>In aanvulling op de gronden in <extref doc="1.0:c:BWBR0004770&amp;artikel=26&amp;g=2013-01-01" struct="BWB">artikel 26 van de Invorderingswet 1990
                                    </extref>is het mogelijk onder de onderstaande voorwaarden
                                    kwijtschelding te verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van
                                    gemeentelijke belastingen verschuldigd door een natuurlijk
                                    persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, zijn de
                                    afdelingen 1, 2 en 5 van <extref doc="1.0:c:BWBR0004766&amp;artikel=hoofdstuk II&amp;g=2013-01-01" struct="BWB">Hoofdstuk II van de Uitvoeringsregeling
                                        Invorderingswet 1990</extref> van overeenkomstige toepassing
                                    indien de belastingen geen verband houden met de uitoefening van
                                    dat bedrijf of beroep.</al></li><li nr="3."><al>Bij de berekening van het bedrag van de kwijtschelding worden de
                                    kosten van het bestaan gesteld op 100% van de genormeerde
                                    bijstandsuitkering.</al></li><li nr="4."><al>Door het college van burgemeester en wethouders kunnen nadere
                                    regels gesteld worden over de uitvoering van dit artikel.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12</nr><titel>INWERKINGTREDING</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening op de heffing en invordering van rioolrechten 2010,
                                vastgesteld op 17 december 2009 wordt ingetrokken op de onder het
                                tweede lid genoemde datum maar blijft van toepassing op belastbare
                                feiten die zich voor deze datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Ondertekening</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 en 8 november 2012.</al><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening>, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>