<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR232776_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening subsidië­ring godsdienst- en humanistisch vormingsonderwijs 2000</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommer Nieuws, 02-01-2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening subsidië­ring godsdienst- en humanistisch vormingsonderwijs 2000</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-01-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De historie bij het "Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen is mogelijk niet compleet. Er kunnen wijzigingen ontbreken tussen het ontstaan van de regeling en de eerste opgenomen wijziging daarvan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING SUBSIDIËRING GODSDIENST- EN HUMANISTISCH
                VORMINGSONDERWIJS 2000</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken of rechtspersonen met
                            volledige rechtsbevoegdheid, die zich blijkens hun statuten het geven
                            van godsdienstonderwijs (mede) ten doel stellen, kan ten laste van de
                            gemeente een subsidie worden verleend in de kosten, voortvloeiende uit
                            het doen geven van godsdienstonderwijs, door haar aangewezen leraren aan
                            de leerlingen van de in de gemeente gevestigde openbare
                            basisscholen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 1 is, voor het geven of doen geven van
                            vormingsonderwijs, van overeenkomstige toepassing voor volledig
                            rechtsbevoegdheid bezittende organisaties op geestelijke grondslag die
                            levensbeschouwelijk vormingsonderwijs geven aan leerlingen van de in lid
                            1 bedoelde scholen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>De subsidie mag noch middellijk, noch onmiddellijk, aan de school of een
                        groepsleraar ten goede komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder vormingsonderwijs
                            verstaan een niet op godsdienstige grondslag gebaseerde vorming waarmee
                            wordt beoogd de leerlingen:</al><lijst><li nr="a."><al>respect voor andere opvattingen, geloofs- en levensovertuigingen
                                    bij te brengen;</al></li><li nr="b."><al>met vragen over mens en wereld, menselijke vermogens, vrijheden
                                    en verantwoordelijkheden in aanraking te brengen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het onderwijs wordt in de schoolgebouwen gegeven binnen de in het
                            schoolplan c.q. de schoolgids vermelde schooltijden aan de leerlingen
                            van de daarvoor in aanmerking komende groepen - al dan niet ingedeeld in
                            subgroepen in verband met het grote aantal leerlingen per groep - of
                            gecombineerde groepen.</al><al> Het bepaalde in artikel 8 blijft onverminderd van kracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Godsdienst- of vormingsonderwijs wordt gegeven, voor zover de ouders,
                            voogden of verzorgsters hierom verzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het godsdienst- of
                        vormingsonderwijs berust bij de instantie, welke dit onderricht geeft of
                        doet geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De voor het geven van godsdienst- of vormingsonderwijs aangewezen leraren
                        onthouden zich van het voeren van propaganda, hetzij voor het bijzonder
                        onderwijs, een politieke partij, hetzij voor enige kerk, kerkelijke
                        groepering, kerkelijke instelling of vereniging, alsmede van uitlatingen en
                        handelingen die krenkend kunnen zijn voor de levensbeschouwing van
                        anderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 1 bedoelde subsidie wordt voor elk gegeven wekelijks
                            lesuur van tenminste 45 minuten, berekend naar € 317,65 per kalenderjaar
                            of naar een evenredig deel van genoemd bedrag bij minder dan 40 lesuren
                            per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie kan jaarlijks nader worden herzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het loonindexcijfer
                            over het lopende jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per daarvoor in aanmerking komende groep, subgroep of gecombineerde
                            groep, wordt een lesuur van maximaal 45 minuten per week voldoende
                            geacht (max. 40 lesuren per jaar).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet de les bezocht worden door
                        tenminste 8 leerlingen. Hierbij kunnen leerlingen die wegens ziekte of om
                        andere redenen verhinderd zijn de les bij te wonen, worden meegerekend,
                        indien zij naar het oordeel van burgemeester en wethouders geacht kunnen
                        worden regelmatig aan dit onderwijs deel te nemen. In zeer bijzondere
                        gevallen kunnen burgemeester en wethouders van het genoemde aantal van 8
                        leerlingen afwijken indien dit vanwege de grootte van de school noodzakelijk
                        is te achten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen moet uiterlijk voor 1
                        februari van het jaar volgende op het jaar waarop de subsidie betrekking
                        heeft door de in artikel 1 genoemde instantie een aanvraag om subsidie te
                        worden ingediend. In de aanvraag wordt in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de leraar (leraren), belast geweest met het geven van
                                godsdienst- of vormingsonderwijs;</al></li><li nr="b."><al>de lesuren welke werden gegeven;</al></li><li nr="c."><al>het aantal groepen, subgroepen of gecombineerde groepen;</al></li><li nr="d."><al>de aantallen leerlingen die per groep de les hebben bijgewoond.</al></li></lijst><al/><al>Deze gegevens worden voor de inzending door de directeur van de betreffende
                        onderwijsinstelling gewaarmerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal aan de onderscheidene scholen te geven lessen wordt, onder
                            goedkeuring van burgemeester en wethouders, in de maand april,
                            voorafgaande aan het nieuwe kalenderjaar, zonodig opnieuw
                            vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor die maand geen wijzigingen zijn vermeld, of indien de
                            goedkeuring als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, niet is
                            verkregen, zal voor het komende kalenderjaar het aantal lessen van het
                            lopende jaar worden aangehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>De leraren gedragen zich naar de aanwijzingen, door de directeur van de
                        school te geven. Zij verstrekken de directeur alle verlangde
                        inlichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Elke leerling mag voor de berekening van de in artikel 8 bedoelde
                        tegemoetkoming jaarlijks slechts eenmaal worden meegerekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en
                        wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Jaarlijks wordt door de gemeenteraad het maximaal beschikbare budget voor
                        het verstrekken van de in deze verordening bedoelde subsidie vastgesteld en
                        gepubliceerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt op de achtste dag na de dag waarop zij is
                            bekendgemaakt in werking en kan worden aangehaald als "Verordening
                            subsidiëring godsdienst- en humanistisch vormingsonderwijs 2000".</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van de in lid 1 bedoelde datum vervalt de verordening,
                            vastgesteld 27 februari 1986.</al></lid></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>