<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR232755_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zuidhorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zuidhorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Westerkwartier, 16-01-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wmo Zuidhorn 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn 2012.</al><al>De Verordening maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn 2012 blijft van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 1013 met inachtneming van het gestelde in artikel 1.5 van de Verordening Wmo Zuidhorn 2013, én op de financiële verantwoording, vaststelling en uitbetaling van voorzieningen die zijn verstrekt voor 1 januari 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zuidhorn;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20
                        november 2012;</al><al>gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 149
                        van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen in
                        verband de plicht tot het compenseren van de beperkingen die een persoon,
                        als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder g onderdeel 6° van de Wet
                        maatschappelijke ondersteuning, ondervindt in zijn zelfredzaamheid en
                        maatschappelijke participatie;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemeen </titel></kop><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen </titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt
                                verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvraag: het verzoek om in aanmerking te komen voor één of
                                        meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het
                                        kader van deze verordening, dat schriftelijk via een
                                        aanvraagformulier is gedaan. </al></li><li nr="b."><al>algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen
                                        tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een
                                        persoon als belanghebbende behorend;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende: - de persoon met beperkingen door wie een
                                        aanmelding of aanvraag is gedaan, of - de persoon met
                                        beperkingen voor wie met behulp van een machtiging een
                                        aanmelding of aanvraag is gedaan, of - de persoon met
                                        beperkingen aan wie één of meerdere voorzieningen krachtens
                                        de wet zijn toegekend;</al></li><li nr="d."><al>beperkingen: moeilijkheden in het uitvoeren van activiteiten
                                        ten gevolge van aandoening, letsel, aangeboren afwijking,
                                        ouderdom of chronische pijn dan wel ten gevolge van een
                                        chronisch psychisch of psychosociaal probleem, die medisch
                                        gezien objectiveerbaar zijn;</al></li><li nr="e."><al>Besluit maatschappelijke ondersteuning: een Algemene
                                        maatregel van bestuur op basis van artikel 15 en 19 van de
                                        wet; </al></li><li nr="f."><al>collectief vervoer: aanvullend openbaar vervoer waarbij men
                                        gezamenlijk met anderen wordt vervoerd van deur tot
                                        deur;</al></li><li nr="g."><al>college college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Zuidhorn;</al></li><li nr="h."><al>compensatieplicht: de plicht van het college op basis van
                                        artikel 4 van de wet om aan een persoon met een beperking,
                                        een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem
                                        voorzieningen te bieden ter compensatie van zijn
                                        beperking(en) op het gebied van zelfredzaamheid en
                                        maatschappelijke participatie teneinde hem in staat te
                                        stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en
                                        om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel
                                        en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale
                                        verbanden aan te gaan, tenzij de belanghebbende zelf in
                                        staat is vanuit oogpunt van kosten zelf in de voorziening te
                                        voorzien. </al></li><li nr="i."><al>echtgenoot: aangesloten wordt bij de begripsbepaling zoals
                                        vermeld in artikel 1 leden 2 tot en met 5 van de wet.</al></li><li nr="j."><al>eigen bijdrage: een door het college op te leggen en door
                                        het CAK vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking
                                        van een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget
                                        betaald moet worden en waarop de regels van het landelijk
                                        Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing
                                        zijn;</al></li><li nr="k."><al>eigen aandeel: een door het college op te leggen en vast te
                                        stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een financiële
                                        tegemoetkoming betaald moet worden en waarop de regels van
                                        het landelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning van
                                        toepassing zijn;</al></li><li nr="l."><al>Financieel Besluit: het door het college vast te stellen
                                        Financieel besluit individuele voorzieningen Wmo gemeente
                                        Zuidhorn, waarin op grond van deze verordening nadere regels
                                        zijn gesteld;</al></li><li nr="m."><al>gebruikelijke zorg: de zorgplicht die op het gebied van het
                                        voeren van het huishouden voor alle (meerderjarige) leden
                                        van een leefeenheid geldt om gezamenlijk voor het huishouden
                                        te zorgen; </al></li><li nr="n."><al>gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw,
                                        niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en
                                        noodzakelijk om de woning van belanghebbende vanaf de
                                        toegang van het woongebouw te bereiken en ruimten die onder
                                        het gehuurde vallen en waarvan belanghebbende gebruik moet
                                        kunnen maken; </al></li><li nr="o."><al>gesprek: het contact na een aanmelding waarin met
                                        belanghebbende, eventueel in aanwezigheid van de
                                        mantelzorger, gemachtigde of (wettelijk) vertegenwoordiger,
                                        de gehele situatie wordt geïnventariseerd met betrekking tot
                                        de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken
                                        resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen
                                        mogelijkheden, via mogelijkheden van het sociale netwerk dan
                                        wel via algemene, algemeen gebruikelijke, wettelijk
                                        voorliggende, niet-wettelijk voorliggende, collectieve en
                                        individuele voorzieningen; </al></li><li nr="p."><al>hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor
                                        permanente bewoning, waar belanghebbende zijn vaste woon- en
                                        verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke
                                        basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan
                                        ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres, namelijk de
                                        plaats waar de belanghebbende daadwerkelijk de meeste
                                        nachten per jaar verblijft; </al></li><li nr="q."><al>huisgenoot: iedere persoon met wie de belanghebbende
                                        duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont, anders dan in
                                        een commerciële huurders- of kostgangerrelatie; </al></li><li nr="r."><al>in aanmerking te nemen inkomen: </al><al>- het inkomen van belanghebbende indien hij 18 jaar of ouder
                                        is en niet gehuwd in de zin van artikel 1 lid 2 tot en met 5
                                        van de wet; </al><al>- het gezamenlijk inkomen van belanghebbende en zijn
                                        echtgenoot indien belanghebbende gehuwd is in de zin van
                                        artikel 1 lid 2 tot en met 5 van de wet; </al><al>- het gezamenlijk inkomen van de ouders of pleegouders van
                                        belanghebbende indien hij jonger is dan 18 jaar en niet
                                        gehuwd in de zin van artikel 1 lid 2 tot en met 5 van de
                                        wet. Voor het begrip ‘inkomen’ wordt aangesloten bij het
                                        inkomensbegrip, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de
                                        Algemene wet inzake rijksbelastingen over het peiljaar. Het
                                        peiljaar is het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het
                                        jaar waarin belanghebbende een aanvraag om een individuele
                                        voorziening heeft ingediend; </al></li><li nr="s."><al>leefeenheid: de kring van huisgenoten behorend tot de
                                        leefeenheid;</al></li><li nr="t."><al>maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
                                        maatschappelijk verkeer, te weten het voeren van een
                                        huishouden, het normale gebruik van de woning, het zich in
                                        en om de woning verplaatsen, het zich lokaal verplaatsen per
                                        vervoermiddel en het ontmoeten van medemensen en op basis
                                        daarvan sociale verbanden aan te gaan;</al></li><li nr="u."><al>mantelzorg: aangesloten wordt bij de begripsbepaling zoals
                                        vermeld in artikel 1 lid 1 onder b van de wet; </al></li><li nr="v."><al>melding: de kennisgeving aan het college dat een persoon
                                        beperkingen ondervindt op grond waarvan wordt verzocht om
                                        een gesprek;</al></li><li nr="w."><al>normaal gebruik van de woning: activiteiten in en om de
                                        woning die tot de elementaire woonfuncties behoren; </al></li><li nr="x."><al>psychosociaal probleem: een situatie van verlies van
                                        zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan deelname aan
                                        het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door problemen die
                                        iemand heeft in zijn relatie met zijn sociale omgeving;</al></li><li nr="y."><al>resultaat: datgene wat via eigen mogelijkheden, via
                                        mogelijkheden van het sociale netwerk dan wel met het
                                        verstrekken van een algemene, algemeen gebruikelijke,
                                        wettelijke voorliggende, niet-wettelijk voorliggende en
                                        individuele voorziening wordt beoogd;</al></li><li nr="z."><al>voorzieningen (met onderscheid in soort): </al><al><onderstreept>wettelijk voorliggende
                                            voorziening:</onderstreept> een voorziening op grond van
                                        een wettelijke bepaling anders dan de Wet maatschappelijke
                                        ondersteuning, waarmee het resultaat -als genoemd in
                                        afdeling II- geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden. Deze
                                        voorziening is voorliggend op grond van artikel 2 van de
                                        wet; </al><al><onderstreept>niet-wettelijk voorliggende
                                            voorziening:</onderstreept> een voorziening waarop
                                        aanspraak kan worden gemaakt anders dan op grond van een
                                        wettelijke regeling en waarmee het resultaat -als genoemd in
                                        afdeling II- geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden; </al><al><onderstreept>algemene voorziening: </onderstreept>een
                                        voorziening die in de maatschappij beschikbaar is en bedoeld
                                        voor iedereen die daar behoefte aan heeft;
                                        </al><al><onderstreept>individuele voorziening:</onderstreept> een
                                        voorziening die door het college -ter uitvoering van artikel
                                        4 van de wet- aan één belanghebbende wordt toegekend en
                                        waarop de regels bij en krachtens de wet van toepassing
                                        zijn. </al></li></lijst><lijst><li nr="aa."><al>voorzieningen (met onderscheid in vorm van verstrekking):
                                            <onderstreept>voorziening in natura: </onderstreept>een
                                        voorziening die in de vorm van goederen (in eigendom of in
                                        bruikleen) dan wel in de vorm van persoonlijke
                                        dienstverlening wordt verstrekt; </al><al><onderstreept>persoonsgebonden budget:</onderstreept> een
                                        door het college vast te stellen geldbedrag zoals bedoeld in
                                        artikel 6 van de wet, als alternatief voor een voorziening
                                        in natura, om te gebruiken voor het te bereiken resultaat;
                                        </al><al><onderstreept>financiële tegemoetkoming: </onderstreept>een
                                        door het college vast te stellen geldbedrag, al dan niet
                                        forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening al dan
                                        niet geheel of gedeeltelijk mee te bekostigen voor het te
                                        bereiken resultaat; </al></li><li nr="bb."><al>wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning; </al></li><li nr="cc."><al>zelfstandige woonruimte: een woonruimte met een eigen
                                        toegang waarbij woonkamer, keuken, douche en toilet niet
                                        worden gedeeld met andere personen dan huisgenoten;</al></li><li nr="dd."><al>zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk,
                                        zintuiglijk en financiële vermogen van belanghebbende om
                                        voorzieningen te treffen die deelname aan het normale
                                        maatschappelijke verkeer mogelijk make.n</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Uitvoering compensatieplicht </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op het bereiken van een of meerdere resultaten als
                                    genoemd in afdeling II, verstrekt het college individuele
                                    voorzieningen waarmee belanghebbende naar het oordeel van het
                                    college in aanvaardbare mate zelfredzaam is en in staat tot
                                    maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het te bereiken resultaat, als bedoeld in lid 1, is
                                    maatwerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college betrekt bij zijn beoordeling omtrent de noodzaak een
                                    voorziening te verstrekken:</al><al>de vastgestelde beperkingen die belanghebbende ondervindt op één
                                    of meerdere resultaatsgebiedenals genoemd in afdeling II;de
                                    eigen mogelijkheden om de beperkingen te compenseren;de
                                    beschikbaarheid van mantelzorg en overige hulp;de woon- en
                                    gezinssituatie van belanghebbende en de verdere sociale
                                    structuur om de belanghebbende heen;de keuzes die belanghebbende
                                    maakt in het leven, waarbij verwacht mag worden dat hij keuzes
                                    maakt die passend en verantwoord zijn gelet op zijn individuele
                                    situatie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Voorwaarden bij compensatie </titel></kop><al>Een voorziening kan slechts worden verstrekt indien:</al><lijst><li nr="a."><al>deze valt aan te merken als de financieel voordeligste
                                        voorziening om te compenseren; en</al></li><li nr="b."><al>deze langdurig noodzakelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>deze in overwegende mate op het individu is gericht; en</al></li><li nr="d."><al>deze als proportioneel en doeltreffend valt aan te
                                        merken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Geen compensatie</titel></kop><al>Een voorziening wordt niet toegekend: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de belanghebbende niet zijn hoofdverblijf heeft in de
                                        gemeente Zuidhorn;</al></li><li nr="b."><al>indien de voorziening voor een persoon als belanghebbende
                                        algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="c."><al>indien belanghebbende ter compensatie van zijn beperkingen
                                        gebruik kan maken van een wettelijk voorliggende
                                        voorziening, een niet-wettelijk voorliggende voorziening,
                                        een algemene voorziening die passend en toereikend is of van
                                        een reeds verstrekte vergelijkbare voorziening;</al></li><li nr="d."><al>voor zover belanghebbende de beperkingen die hij ondervindt
                                        kan opheffen of verminderen door het anders organiseren van
                                        het dagelijks leven waaronder het huishouden, eventueel met
                                        behulp van huisgenoten of anderen uit zijn sociale
                                        omgeving;</al></li><li nr="e."><al>indien deze onveilig is;</al></li><li nr="f."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                        belanghebbende voorafgaand aan de aanvraag of de beschikking
                                        heeft gemaakt;</al></li><li nr="g."><al>indien de normale afschrijvingstermijn van een eerdere
                                        voorziening nog niet is verstreken, tenzij deze voorziening
                                        verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die
                                        belanghebbende niet zijn toe te rekenen of niet voor zijn
                                        risico komen;</al></li><li nr="h."><al>indien de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau
                                        dan het uitrustingsniveau van de sociale woningbouw;</al></li><li nr="i."><al>voor zover er aan de zijde van de belanghebbende geen sprake
                                        is van aantoonbare extra kosten in vergelijking met de
                                        situatie voorafgaand aan het optreden van de
                                        beperkingen;</al></li><li nr="j."><al>indien belanghebbende onvoldoende medewerking heeft verleend
                                        om de noodzaak van een voorziening te kunnen
                                        vaststellen;</al></li><li nr="k."><al>indien er een negatief medisch of ergonomisch advies aan ten
                                        grondslag ligt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Eigen bijdrage en eigen aandeel </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een individuele voorziening is
                                    belanghebbende die 18 jaar of ouder is een eigen bijdrage of een
                                    eigen aandeel verschuldigd wanneer het betreft :</al><lijst><li nr="a."><al>een individuele voorziening als genoemd in hoofdstuk 3;
                                        </al></li><li nr="b."><al>de volgende individuele voorzieningen als genoemd in
                                            hoofdstuk 4:</al><al>1° artikel 4.2 lid 1 a: een tegemoetkoming in de
                                            verhuis- en herinrichtingskosten;</al><al>2° artikel 4.2 lid 1 b: een woningaanpassing;</al><al>3° artikel 4.2 lid 1 g: een andere woonvoorziening;
                                        </al></li><li nr="c."><al>de volgende individuele voorzieningen als genoemd in
                                            hoofdstuk 6:</al><al>- artikel 6.2 lid 1 b: een door spierkracht voortbewogen
                                            vervoermiddel;</al><al>- artikel 6.2 lid 1 e: een aanpassing aan
                                            (bruikleen)auto, gesloten buitenwagen of ander
                                            verplaatsingsmiddel;</al><al>- artikel 6.2 lid 1 f: een scootmobiel;</al><al>- artikel 6.2 lid 1 i: een andere
                                            vervoersvoorziening;</al><al>- een individuele voorziening als genoemd in hoofdstuk
                                            7.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van deze eigen bijdrage of dit eigen aandeel is
                                    afgestemd op de hoogte van het inkomen van belanghebbende dan
                                    wel het gezamenlijk inkomen van belanghebbende en zijn
                                    echtgenoot en bestaat uit:</al><lijst><li nr="-."><al>het maximale vaste bedrag per vier weken als genoemd in
                                            artikel 4.1 lid 1 van het Besluit maatschappelijke
                                            ondersteuning, vermeerderd met</al></li><li nr="-."><al>15% van het meerinkomen, zoals bedoeld in artikel 4.1
                                            lid 1 van het Besluit maatschappelijke
                                            ondersteuning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 van dit artikel is geen eigen bijdrage of
                                    eigen aandeel verschuldigd voor: </al><al>rolstoelen: </al><al>collectief vervoer (er wordt al een bijdrage gevraagd);</al><al> een voorziening voor een kind jonger dan 18 jaar; </al><al>woningaanpassingen in gemeenschappelijke ruimten;
                                    verhuiskostenvergoeding; </al><al>tijdelijke huisvesting; </al><al>huurderving. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de aanvraag is ingediend voor de inwerkingtreding van
                                    deze verordening is in afwijking van lid 1 geen eigen bijdrage
                                    of eigen aandeel verschuldigd voor:</al><lijst><li nr="-."><al> een voorziening die in eigendom is verstrekt; </al></li><li nr="-."><al>een voorziening die voor 1 januari 2009 is
                                            verstrekt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het
                                bepaalde in deze verordening. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Te verstrekken individuele voorzieningen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Vormen en keuzevrijheid </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                                    persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belanghebbende heeft de keuzevrijheid om in plaats van de
                                    voorziening in natura een persoonsgebonden budget te ontvangen,
                                    tenzij zich een situatie voordoet als beschreven in artikel 2.7.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Voorziening in natura</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening in natura wordt verstrekt in eigendom of in
                                    bruikleen, ter beoordeling aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een voorziening in bruikleen wordt verstrekt wordt aan de
                                    belanghebbende in de beschikking de verplichting opgelegd
                                    -middels het aanvaarden van de bruikleenverplichtingen- akkoord
                                    te gaan met de voorwaarden waaronder de voorziening wordt
                                    verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Financiële tegemoetkoming </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de hoogte van de financiële tegemoetkoming
                                    voor de individuele voorziening vast in het Financieel
                                    Besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de
                                    toepasselijke voorschriften -zoals vastgelegd in het Financieel
                                    Besluit- in de beschikking opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval een financiële tegemoetkoming voor een auto- of
                                    woningaanpassing wordt verstrekt, wordt in de beschikking de
                                    verplichting opgelegd dat de voorziening toereikend is
                                    verzekerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Algemene bepalingen bij persoonsgebonden budget </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt afgeleid van de
                                    tegenwaarde van de in de betreffende situatie te verstrekken
                                    voorziening in natura.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het persoonsgebonden budget wordt, indien noodzakelijk,
                                    aangevuld met een vergoeding voor aanvullende kosten, zoals
                                    vastgelegd in het Financieel Besluit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld,
                                    wordt vastgelegd in het Financieel Besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de beschikking worden de hoogte en de looptijd van het te
                                    verstrekken persoonsgebonden budget vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Verplichtingen bij verstrekking van het persoonsgebonden
                                    budget</titel></kop><al>Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget wordt aan de
                                belanghebbende de volgende verplichtingen opgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>hij gebruikt het persoonsgebonden budget uitsluitend voor
                                        betaling van het doel waarvoor het budget wordt verstrekt,
                                        welk doel staat vermeld in de beschikking;</al></li><li nr="b."><al>de voorziening voldoet aan het gestelde programma van eisen;
                                    </al></li><li nr="c."><al>de voorziening is in kwalitatief opzicht een verantwoorde
                                        aankoop;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening heeft tenminste dezelfde gebruiksduur als een
                                        voorziening in natura. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Verantwoording besteding persoonsgebonden budget door
                                    belanghebbende </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan onderzoek doen naar de besteding van het
                                    persoonsgebonden budget.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een eenmalig aan te schaffen voorziening dient
                                    belanghebbende de besteding van het persoonsgebonden budget
                                    binnen 6 maanden na dagtekening van de beschikking te
                                    verantwoorden door middel van het overleggen van een factuur en
                                    een bewijs van betaling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de voorziening hulp bij het huishouden dient belanghebbende
                                    de besteding van het persoonsgebonden budget periodiek te
                                    verantwoorden zoals vastgelegd in het Financieel Besluit. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvullend aan de verantwoording als bedoeld in lid 3, gaat het
                                    college steekproefsgewijs na of het persoonsgebonden budget
                                    besteed is aan het doel waarvoor het is verstrekt. Belang-
                                    hebbende is verplicht de daarvoor noodzakelijke bewijsstukken,
                                    waaronder in ieder geval de overeenkomst en de
                                    betalingsbewijzen, per ommegaande aan het college te
                                    verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de verantwoording niet voldoende is, kan het college het
                                    recht op het persoons- gebonden budget geheel of gedeeltelijk
                                    intrekken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De verantwoording kan niet worden gedaan door een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon die leverancier is van de voorziening,
                                    waaraan het persoonsgebonden budget is besteed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Gronden voor weigering van een persoonsgebonden
                                    budget</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1 van deze verordening
                                heeft de belanghebbende niet de mogelijkheid om te kiezen voor een
                                persoonsgebonden budget als er overwegende bezwaren zijn als bedoeld
                                in artikel 6 van de wet. Daarvan is in ieder geval sprake als zich
                                een van de volgende situaties voordoet:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorziening betreft een vervoerspas voor gebruik van het
                                        collectief vervoer;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende heeft zich in de periode van twee jaar
                                        voorafgaand aan de aanvraag niet gehouden aan -bij een
                                        eerdere verstrekking van een persoonsgebonden budget-
                                        opgelegde verplichtingen; </al></li><li nr="c."><al>belanghebbende zit in een financieel hulpverleningstraject
                                        of zou daarvoor in aanmerking kunnen komen;</al></li><li nr="d."><al>er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat belanghebbende
                                        zelf niet in staat is tot een verantwoord beheer en een
                                        verantwoorde besteding, en er is geen ondersteuning
                                        beschikbaar van een echtgenoot, wettelijk vertegenwoordiger,
                                        bewindvoerder, curator of mentor. </al></li><li nr="e."><al>belanghebbende heeft het eerder verstrekte persoonsgebonden
                                        budget voor hulp bij het huishouden niet naar genoegen van
                                        het college kunnen verantwoorden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Uitbetaling van persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college betaalt het persoonsgebonden budget uitsluitend uit
                                    op de bankrekening van belanghebbende. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid betaalt het college het
                                    persoonsgebonden budget van een minderjarige belanghebbende uit
                                    op de bankrekening van de wettelijke vertegenwoordiger.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid betaalt het college het
                                    persoonsgebonden budget van belanghebbende die onder curatele of
                                    bewindvoering staat op verzoek van de curator of de
                                    bewindvoerder uit op de bankrekening van de curator of
                                    bewindvoerder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid betaalt het college, op verzoek
                                    van de belanghebbende die jonger is dan 18 jaar of diens
                                    wettelijk vertegenwoordiger, het persoonsgebonden budget uit op
                                    een bankrekening van een organisatie die belast is met de
                                    ondertoezichtstelling op belanghebbende of die een
                                    reclasseringsmaatregel uitoefent.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Resultaatsgebieden </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De te bereiken resultaten </titel></kop><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen
                            te bereiken resultaten zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>een schoon en leefbaar huis (artikel 3.1 t/m 3.7 van deze
                                    verordening);</al></li><li nr="2."><al>wonen in een geschikt huis (artikel 4.1 t/m 4.14 van deze
                                    verordening);</al></li><li nr="3."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften(artikel
                                    3.1 t/m 3.7 van deze verordening);</al></li><li nr="4."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding(artikel
                                    3.1 t/m 3.7 van deze verordening);</al></li><li nr="5."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                    behoren(artikel 3.1 t/m 3.7 van deze verordening);</al></li><li nr="6."><al>zich verplaatsen in om en nabij de woning (artikel 5.1 t/m 5.3
                                    van deze verordening);</al></li><li nr="7."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel (artikel 6.1 t/m 6.4
                                    van deze verordening);</al></li></lijst><lijst><li nr="8."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                    nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                    activiteiten (artikel 6.1 t/m 6.4 en artikel 7.1 t/m 7.3 van
                                    deze verordening). </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/></kop><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Resultaat: het kunnen voeren van een huishouden </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Verstrekking van een voorziening voor het huishouden </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Teneinde belanghebbende in staat te stellen een huishouding te
                                    voeren, kan een individuele voorziening worden verstrekt indien
                                    hij aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van één
                                    of meer huishoudelijke taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1.3 onderdeel b, kan deze individuele
                                    voorziening ook worden verstrekt als deze kortdurend
                                    noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Soorten voorzieningen voor het voeren van een
                                    huishouden</titel></kop><al>De voorziening kan bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al> hulp bij het huishouden categorie 1 (HH1), die ingezet kan
                                        worden voor de volgende werkzaamheden:</al><al>1° boodschappen doen; </al><al>2° broodmaaltijd of warme maaltijd bereiden; </al><al>3° licht en/of zwaar huishoudelijk werk;</al><al>4° de was doen. </al></li><li nr="b."><al>hulp bij het huishouden categorie 2 (HH2), die ingezet kan
                                        worden voor de volgende werkzaamheden: </al><al>1° ondersteuning bij verzorging van kinderen;</al><al>2° dagelijkse organisatie van het huishouden;</al><al>3° advies, instructie en voorlichting over huishoudelijke
                                        taken; </al><al>4° HH1-werkzaamheden, mits in combinatie met een of meerdere
                                        werkzaamheden als genoemd onder b.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Vormen van de voorziening</titel></kop><al>De voorziening kan worden verstrekt in de vorm van:</al><lijst><li nr="a."><al>hulp bij het huishouden in natura;</al></li><li nr="b."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan:</al><lijst><li nr="1°"><al>inkoop van hulp bij een (professionele) leverancier
                                                van hulp bij het huishouden; </al></li><li nr="2°"><al>inkoop van hulp van een niet-professional.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Begrenzing </titel></kop><al>Voor zover een mantelzorger beschikbaar is en in staat om
                                huishoudelijke taken uit te voeren, wordt voor die taken geen
                                voorziening verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Geen voorziening </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen voorziening wordt verstrekt als tot de leefeenheid waar
                                    belanghebbende deel van uitmaakt, één of meer meerderjarige
                                    huisgenoten behoren die in staat worden geacht de huishoudelijke
                                    taken uit te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Lid 1 is niet van toepassing indien deze huisgenoten regelmatig
                                    langere perioden niet aanwezig zijn, vanwege activiteiten elders
                                    met een verplichtend karakter. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Omvang van de voorziening </titel></kop><al>De omvang van de voorziening wordt uitgedrukt in uren en minuten per
                                week. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Hoogte van het persoonsgebonden budget </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bedrag per uur dat in de vorm van een persoonsgebonden
                                    budget wordt verstrekt, wordt jaarlijks door de Raad
                                    vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor hulp bij het huishouden (Pgb) gelden de volgende
                                    tarieven:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor hulp bij het huishouden (HH1) een bedrag van €
                                            18,95 per uur;</al></li><li nr="b."><al>Voor hulp bij het huishouden (HH2) een bedrag van €
                                            22,25 per uur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor hulp bij het huishouden (in natura) gelden de volgende
                                    tarieven:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor hulp bij het huishouden (HH1) een bedrag van €
                                            18,95 per uur;</al></li><li nr="b."><al>Voor hulp bij het huishouden (HH2) een bedrag van €
                                            22,25 per uur. </al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Resultaat: wonen in een geschikt huis </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Verstrekking van een voorziening voor het normale gebruik van
                                    de woning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Teneinde belanghebbende in staat te stellen normaal gebruik te
                                    maken van zijn woning, kunnen één of meerdere individuele
                                    woonvoorzieningen worden verstrekt indien hij aantoonbare
                                    beperkingen ondervindt bij de bereikbaarheid, toegankelijkheid
                                    en bruikbaarheid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een individuele woonvoorziening wordt slechts verstrekt ten
                                    behoeve van de woning waar belanghebbende zijn hoofdverblijf
                                    heeft of zal hebben en die geschikt is om het hele jaar bewoond
                                    te worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Soorten woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een tegemoetkoming in de verhuis- en
                                            herinrichtingskosten;</al></li><li nr="b."><al>een woningaanpassing, zijnde een bouwkundige of
                                            woontechnische voorziening;</al></li><li nr="c."><al>onderhoud, keuring en reparatie van een in het kader van
                                            deze verorde­ning, de Wet voorzieningen gehandicapten,
                                            de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten
                                            of Beschikking Geldelijke Steun Huisvesting
                                            Gehandi­capten, ver­strekte voorzie­ning.</al></li><li nr="d."><al>woonvoorzieningen van niet-bouwkundige of
                                            niet-woontechnische aard;</al></li><li nr="e."><al>een uitraasruimte</al></li><li nr="f."><al>tijdelijke huisvesting;</al></li><li nr="g."><al>huurderving;</al></li><li nr="h."><al>verwijderen van een woonvoorziening in natura, inclusief
                                            herstel van schade als gevolg van het verwijderen;</al></li><li nr="i."><al>een andere (roerende) woonvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzieningen als genoemd in lid 1 worden verstrekt in de
                                    vorm van een financiële tegemoetkoming, behalve de voorziening
                                    genoemd onder i die in natura of als persoonsgebonden budget
                                    wordt verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Voorrang van verhuizing boven andere woonvoorzieningen
                                    (primaat van verhuizen) </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als verhuizing naar een geschikte woning -of een gemakkelijker
                                    dan de bewoonde woning geschikt te maken woning- kan leiden tot
                                    het te bereiken resultaat, dan kan een tegemoetkoming in de
                                    verhuis- en inrichtingskosten verstrekt (Primaat van verhuizen).
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het primaat van verhuizen geldt alleen als de aanpassing van de
                                    huidige woning meer kost dan een in het Financieel Besluit vast
                                    te stellen bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Begrenzing bij verhuis- en inrichtingskosten </titel></kop><al>Een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten wordt slechts
                                uitbetaald indien:</al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbende de gevonden woning heeft gemeld binnen één
                                        jaar na datum van de toekenningbeschikking;</al></li><li nr="b."><al>de nieuwe woning voldoet aan het programma van eisen, zoals
                                        is gesteld in deze beschikking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Overige voorwaarden bij woonvoorzieningen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woonvoorziening kan slechts worden verstrekt voor zover
                                    belanghebbende ervoor heeft gekozen te verhuizen naar een
                                    beschikbare woning die passend is gelet op zijn al bestaande
                                    beperkingen. Deze voorwaarde geldt niet indien het college van
                                    tevoren schriftelijke toestemming heeft verleend voor de
                                    verhuizing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een woonvoorziening in de vorm van een woningaanpassing kan
                                    slechts worden verstrekt voor zover:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van een zelfstandige woonruimte; </al></li><li nr="b."><al>de aan te passen woning in de gemeente Zuidhorn
                                            staat;</al></li><li nr="c."><al>de woning naar verwachting nog minstens 10 jaar in stand
                                            blijft;</al></li><li nr="d."><al>de woningaanpassing naar verwachting nog minstens 5 jaar
                                            bruikbaar is voor belanghebbende dan wel een andere
                                            persoon met beperkingen. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Geen voorziening voor verhuis- en inrichtingskosten </titel></kop><al>Geen tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten wordt
                                verstrekt als belanghebbende verhuist naar een AWBZ-instelling of
                                een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, waardoor
                                de belanghebbende geen zelfstandige huishouding meer voert. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Geen voorziening </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen woonvoorziening wordt verstrekt indien;</al><lijst><li nr="a."><al>de beperkingen bij het normale gebruik van de woning
                                            zijn ontstaan op moment van verhuizen of na een
                                            verhuizing en niet voorzienbaar waren, tenzij de
                                            verhuizing heeft plaatsgevonden vanwege een belangrijke
                                            reden of samenhangt met een wijziging in de
                                            leefsituatie;</al></li><li nr="b."><al>de beperkingen bij het normale gebruik van de woning
                                            voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
                                            materialen;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende vanwege al langere tijd bij hem bekende
                                            omstandigheden, redelijkerwijs kan weten dat hij een
                                            aanvraag voor een woonvoorziening zal moeten doen, voor
                                            welke voorziening hij gelet op zijn inkomen heeft kunnen
                                            reserveren. Voor zover belanghebbende onvoldoende heeft
                                            kunnen reserveren kan een -aanvullende- woonvoorziening
                                            worden verstrekt.</al></li><li nr="d."><al>het woningaanpassingen in levensloopbestendige
                                            woongebouwen of woningen betreft die bij nieuwbouw of
                                            renovatie zonder noemenswaardige extra kosten meegenomen
                                            kunnen worden.</al></li><li nr="e."><al>belanghebbende in staat is om de kosten van de aan-
                                            en/of bijbouw aan de woning te betalen op de wijze zoals
                                            bedoeld in artikel 4.13 van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen woonvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van het
                                    verblijf in een hotel/pension, trekkerswoonwagen, tweede woning,
                                    vakantie- en recreatiewoning, klooster, AWBZ-instelling of een
                                    andere instelling die gericht is op het verstrekken van
                                    zorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Hoofdverblijf in een instelling </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 4.1 lid 2 kan aan belanghebbende die
                                    elders in een AWBZ-instelling woont, een woonvoorziening worden
                                    verstrekt voor het bezoekbaar maken van één woonruimte in de
                                    gemeente Zuidhorn onder de voorwaarde dat :</al><lijst><li nr="a."><al>de woonruimte regelmatig wordt bezocht;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van de woningaanpassing niet meer bedragen dan
                                            € 5.014,-.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder bezoekbaar maken van de woonruimte wordt uitsluitend
                                    verstaan dat belanghebbende de woonruimte, de woonkamer en het
                                    toilet kan bereiken en dat hij tevens het toilet kan
                                    gebruiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Aanpassing van gemeenschappelijke ruimten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende woningaanpassingen kunnen worden verstrekt voor de
                                    gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex, als zonder deze
                                    voorziening de woning van belanghebbende voor hem ontoegankelijk
                                    blijft of niet te gebruiken is:</al><lijst><li nr="a."><al>verbreden van toegangsdeuren;</al></li><li nr="b."><al>automatische deuropeners;</al></li><li nr="c."><al>hellingbanen van de openbare weg naar de toegang van het
                                            gebouw;</al></li><li nr="d."><al>drempelhulpen of vlonders;</al></li><li nr="e."><al>extra trapleuningen bij een portiekwoning;</al></li><li nr="f."><al>opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van
                                            het woongebouw;</al></li><li nr="g."><al>het zorgen voor een stallingruimte voor een
                                            scootmobiel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorzieningen als bedoeld in lid 1 worden niet verstrekt voor
                                    wooncomplexen die specifiek bestemd zijn voor ouderen en
                                    personen met een beperking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Aanpassing van woonschepen </titel></kop><al>Het college verleent slechts een woonvoorziening voor aanpassingen
                                van een woonschip indien: de technische levensduur van het woonschip
                                nog minimaal 10 jaar is en het woonschip nog minimaal 5 jaar op de
                                ligplaats mag blijven liggen.</al><al>Het college legt in het Financieel Besluit maatschappelijk
                                ondersteuning Zuidhorn de maximale aanpassingskosten vast indien de
                                technische levensduur van het woonschip minder dan 10 jaar bedraagt
                                of het woonschip niet tenminste nog 5 jaar op de ligplaats mag
                                blijven liggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Aanpassing van binnenschepen </titel></kop><al>Het college verleent slechts een woonvoorziening voor aanpassingen
                                van een binnenschip indien de aanpassing betrekking op het voor de
                                schipper, de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte van het
                                verblijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel V, van het
                                Binnenschepenbesluit (Stb. 1987, 466), van een binnenschip, dat: </al><lijst><li nr="-."><al>in het register, bedoeld in artikel 8:783 BW als zodanig te
                                        boek is gesteld op de wijze omschreven in de maatregel te
                                        boekgestelde schepen 1992 </al></li><li nr="-."><al>en bedrijfsmatig wordt gebruikt, hetzij voor het vervoer van
                                        goederen, daarbij blijkens de meetbrief bedoeld in het
                                        metingbesluit binnenvaartuigen 1978 een laadvermogen van
                                        tenminste 15 ton hebbend, of voor vervoer van meer dan 12
                                        personen buiten de in de aanhef bedoelde. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>Afstemming op financiële capaciteit bij eigen woning </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien belanghebbende eigenaar is van de woning wordt hij geacht
                                    de kosten van een aan- en/of bijbouw aan deze woning te betalen
                                    of mee te betalen in de situatie dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de waarde van de woning hoger is dan de geldlening onder
                                            verband van hypotheek, en</al></li><li nr="b."><al>hij een aanvullende geldlening onder verband van
                                            hypotheek kan afsluiten gelet op deze overwaarde van het
                                            huis en gelet op zijn inkomen dan wel het gezamenlijk
                                            inkomen van belanghebbende en zijn echtgenoot indien
                                            belanghebbende gehuwd is in de zin van artikel 1 lid 2
                                            tot en met 5 van de wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de maximale leencapaciteit als bedoeld
                                    in lid 1 onder b, worden de normen van het Nibud
                                    gehanteerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Terugbetaling meerwaarde na aanbouw aan de woning </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar van een woning, die krachtens de wet een financiële
                                    tegemoetkoming heeft ontvangen voor een aan- en/of bijbouw aan
                                    de woning, dient bij verkoop van de woning binnen een periode
                                    van 10 jaar na gereedmelding van de aanbouw, deze verkoop te
                                    melden. Deze verplichting geldt ook voor de eigenaar die de
                                    woning door vererving heeft verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan na de melding aan de eigenaar de verplichting
                                    opleggen om de financiële tegemoetkoming terug te betalen tot
                                    het bedrag van de meerwaarde die door de aanbouw is
                                    ontstaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De meerwaarde wordt bepaald op 60% van de financiële
                                    tegemoetkoming voor de kosten van de aanbouw aan de woning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op het terug te betalen bedrag wordt het reeds betaalde eigen
                                    aandeel, als bedoeld in artikel 1.5 in mindering gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de eigenaar dan wel diens erfgenamen de verplichting, als
                                    genoemd in het eerste lid, niet nakomen, kan de financiële
                                    tegemoetkoming in zijn geheel worden teruggevorderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14</nr><titel>Vrijmaking aangepaste woning </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten kan worden
                                    verstrekt aan een persoon die op verzoek van of met instemming
                                    van de gemeente Zuidhorn verhuist uit een aangepaste
                                    woning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de financiële tegemoetkoming en de hoogte van de
                                    woningaanpassing, als bedoeld in lid 1, worden vastgelegd in het
                                    Financieel Besluit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag voor een financiële tegemoetkoming als bedoeld in
                                    het eerste lid moet worden ingediend voordat de verhuizing heeft
                                    plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>Tijdelijke huisvesting </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt voor de
                                    kosten van tijdelijke huisvesting die door of voor
                                    belanghebbende moeten worden gemaakt in verband met het
                                    aanpassen van:</al><lijst><li nr="a."><al>de huidige woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de nog te betrekken woonruimte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze financiële tegemoetkoming wordt uitsluitend verstrekt voor
                                    de periode dat de aan te passen woning, ten gevolge van het
                                    realise­ren van de woningaanpas­sing, redelijkerwijs niet kan
                                    worden bewoond en daardoor dubbe­le woonlasten ontstaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze financiële tegemoetkoming wordt uitsluitend verstrekt in de
                                    situatie dat:</al><lijst><li nr="a."><al>redelijkerwijs niet kan worden voorkomen dat deze
                                            dubbele woonlasten ontstaan, en</al></li><li nr="b."><al>de tijdelijke huisvesting meer dan een maand duurt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De financiële tegemoetkoming betreft uitsluitend de kale
                                    huurkosten van de tijdelijke huisvesting en kan worden verstrekt
                                    gedurende maximaal zes maanden;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bedrag van de financiële tegemoetkoming, als bedoeld in lid
                                    1, wordt vastgelegd in het Financieel Besluit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.16</nr><titel>Huurderving na huurbeëindiging </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van huurbeëindiging van een woning die aanzienlijk is
                                    aangepast, kan gedurende maximaal vijf maanden een financiële
                                    tegemoetkoming worden verstrekt aan de eigenaar van de woning in
                                    verband met derving van de kale huurinkomsten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eerste maand huurderving, als bedoeld in lid 1, komt niet
                                    voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het Financieel Besluit wordt vastgelegd wanneer sprake is van
                                    een aanzienlijke woningaanpassing als bedoeld in lid 1. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De financiële tege­moetko­ming wordt slechts verstrekt indien de
                                    huurbeëindiging vooraf bij de gemeente is gemeld.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Resultaat: het zich kunnen verplaatsen in en rond de woning
                            </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Verstrekking van een voorziening voor het zich kunnen
                                    verplaatsen in en rond de woning </titel></kop><al>Teneinde belanghebbende in staat te stellen zich te verplaatsen in
                                en rond de woning, kunnen een of meerdere individuele voorzieningen
                                worden verstrekt indien hij aantoonbare beperkingen ondervindt bij
                                zijn dagelijkse verplaatsingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Soort voorziening </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een rolstoel voor dagelijks gebruik;</al></li><li nr="b."><al>een andere voorziening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzieningen als genoemd in lid 1 worden verstrekt in natura
                                    of in de vorm van een persoonsgebonden budget.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Geen voorziening </titel></kop><al>Geen voorziening wordt verstrekt indien belanghebbende in een
                                AWBZ-instelling of een op zorg gerichte instelling verblijft en
                                recht heeft op verstrekking van een rolstoel op grond van de
                                Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Resultaat: het zich lokaal kunnen verplaatsen per vervoermiddel
                            </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Verstrekking van een voorziening voor het zich lokaal
                                    verplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Teneinde belanghebbende in staat te stellen zich lokaal te
                                    verplaatsen, kunnen een of meerdere individuele
                                    vervoersvoorzieningen worden verstrekt indien hij aantoonbare
                                    beperkingen ondervindt bij zijn lokale verplaatsingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze beperkingen worden aanwezig geacht als belanghebbende het
                                    openbaar vervoer niet kan bereiken dan wel niet kan
                                    gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het treffen van een voorziening kan rekening worden gehouden
                                    met een reeds aan de echtgenoot verstrekte vervoersvoorziening,
                                    zoals nader geregeld in het Financieel Besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder lokaal wordt verstaan het gebied binnen een afstand van 30
                                    kilometer van de woning. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij uitzondering wordt een vervoersvoorziening voor bovenlokale
                                    verplaatsingen verstrekt, te weten in de situatie dat een
                                    bovenlokaal contact alleen door belanghebbende zelf bezocht kan
                                    worden, terwijl het bezoek voor belanghebbende noodzakelijk is
                                    om dreigende vereenzaming te voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Soorten voorzieningen voor het zich lokaal kunnen verplaatsen
                                </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een vervoerspas voor gebruik van het collectief vervoer,
                                            waarmee een korting wordt verkregen op het normale
                                            tarief;</al></li><li nr="b."><al>een door spierkracht voortbewogen vervoermiddel;</al></li><li nr="c."><al>een gesloten buitenwagen;</al></li><li nr="d."><al>een bruikleenauto; </al></li><li nr="e."><al>een aanpassing aan (bruikleen)auto, gesloten buitenwagen
                                            of ander verplaatsingsmiddel;</al></li><li nr="f."><al>een scootmobiel;</al></li><li nr="g."><al>een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van eigen
                                            auto, bruikleenauto, vervoer door derden, gesloten
                                            buitenwagen of (rolstoel)taxi;</al></li><li nr="h."><al>een andere voorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzieningen als genoemd in lid 1 worden verstrekt in natura
                                    of in de vorm van een persoonsgebonden budget, behalve de
                                    voorzieningen genoemd onder g en h. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorziening voor bovenlokaal vervoer kan bestaan uit een
                                    financiële tegemoetkoming in de kosten van dit vervoer. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Voorrang van het collectief vervoer (primaat van collectief
                                    vervoer) </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als collectief vervoer kan leiden tot het te bereiken resultaat,
                                    dan wordt in beginsel een vervoerspas voor gebruik van het
                                    collectief vervoer verstrekt. (Primaat van collectief vervoer.)
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het collectief vervoer kan belanghebbende zich lokaal
                                    verplaatsen van deur tot deur, waarbij geldt dat met de
                                    vervoerspas:</al><lijst><li nr="a."><al>een ritbijdrage met korting verschuldigd is, die
                                            gebaseerd is op het tarief van het openbaar
                                            vervoer;</al></li><li nr="b."><al>tenminste 2000 kilometers op jaarbasis mag worden
                                            gereisd;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende huisgenoten, bedoeld de partner van de
                                            belanghebbende en/of zijn kinderen tot 18 jaar, mag
                                            meenemen onder dezelfde voorwaarden als genoemd onder a
                                            en b;</al></li><li nr="d."><al>persoonlijke begeleiding gratis is als deze op basis van
                                            een indicatie medisch noodzakelijk wordt geach. t</al></li></lijst><al>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Geen voorziening </titel></kop><al>Indien belanghebbende in het bezit is van een eigen auto en zich
                                hiermee zelf kan verplaatsen worden geen vervoerspas voor het
                                collectief vervoer of financiële tegemoetkoming voor het gebruik van
                                eigen auto verstrekt. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Resultaat: medemensen kunnen ontmoeten in sportverband </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr><titel>Verstrekking van sportvoorziening </titel></kop><al>Teneinde belanghebbende in staat te stellen om in sportverband
                                medemensen te ontmoeten, kan een individuele sportvoorziening worden
                                verstrekt indien hij aantoonbare beperkingen ondervindt waardoor hij
                                niet kan deelnemen aan een sportactiviteit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr><titel>Soorten voorziening </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorziening kan bestaan uit :</al><lijst><li nr="a."><al>een sportrolstoel; </al></li><li nr="b."><al>een ander sporthulpmiddel; </al></li><li nr="c."><al>een aanpassing aan een hulpmiddel. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzieningen als genoemd in lid 1 worden verstrekt in de
                                    vorm van een financiële tegemoetkoming, waarvan de hoogte is
                                    vastgelegd in het Financieel Besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Begrenzing </titel></kop><al>Een sportvoorziening kan worden verstrekt indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de sportactiviteit van recreatieve aard is en plaatsvindt in
                                        lokaal verband; </al></li><li nr="b."><al>in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag geen
                                        sportvoorziening is verstrekt en;</al></li><li nr="c."><al>de sportvoorziening, gezien het gebruik daarvan na 3 jaar,
                                        technisch gezien moet worden vervangen. De leverancier of
                                        reparateur adviseert wanneer een voorziening moet worden
                                        vervangen. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Procedurele bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Inventarisatie van problemen en oplossingen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr><titel>Melding en aanvraag </titel></kop><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening gaat in beginsel
                                een melding voor een gesprek vooraf indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het een eerste aanvraag betreft;</al></li><li nr="b."><al>wanneer er sprake is van gewijzigde omstandigheden die een
                                        nieuw gesprek rechtvaardigen;</al></li><li nr="c."><al>het geen eerste aanvraag betreft maar het college dit
                                        gesprek noodzakelijk oordeelt dan wel belanghebbende hierom
                                        verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr><titel>Melding voor een gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een melding voor een gesprek kan schriftelijk, digitaal,
                                    mondeling -al dan niet telefonisch- worden gedaan bij het
                                    Wmo-loket door of namens een persoon die beperkingen ervaart in
                                    zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk binnen 5 werkdagen na aanmelding zal een afspraak voor
                                    een gesprek worden gemaakt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3</nr><titel>Het gesprek </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gesprek wordt bij voorkeur gevoerd bij de belanghebbende
                                    thuis, tenzij de belanghebbende aangeeft het gesprek liever
                                    elders te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gesprek kan worden gevoerd aan de hand van een lijst te
                                    bespreken punten, die voor belanghebbende beschikbaar is via
                                    internet of op verzoek ontvangen kan worden bij de schriftelijke
                                    bevestiging van de afspraak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het voeren van het gesprek zal de International
                                    Classification of Functioning, Disability and Health als basis
                                    voor het begrippenkader worden gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de
                                    mantelzorger en zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd
                                    welke problemen er bestaan bij de uitvoering van de mantelzorg.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.4</nr><titel>Het verslag </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag. Opmerkingen
                                    van belanghebbende over dit verslag kunnen als bijlage aan het
                                    verslag worden toegevoegd. Het verslag wordt door beide partijen
                                    ondertekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag van het gesprek bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="-."><al>Een omschrijving van de beperking, het chronisch
                                            psychisch probleem en/of het psychosociaal probleem
                                            zoals ervaren door belanghebbende; </al></li><li nr="-."><al> De mogelijkheden die de belanghebbende heeft ondanks
                                            dit probleem; </al></li><li nr="-."><al> De belemmeringen die de belanghebbende ondervindt op
                                            basis van dit probleem; </al></li><li nr="-."><al> De resultaten die de belanghebbende wil bereiken op de
                                            in artikel 4 lid 1 Wmo omschreven terreinen; </al></li><li nr="-."><al> Hetgeen belanghebbende inmiddels zelf heeft gedaan om
                                            bestaande problemen op te lossen; </al></li><li nr="-."><al> De mogelijkheden die de belanghebbende nog heeft om
                                            oplossingen te bewerkstelligen door middel van algemene
                                            voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen,
                                            collectieve voorzieningen of andere al dan niet
                                            wettelijke voorliggende voorzieningen; </al></li><li nr="-."><al> De individuele voorzieningen die uiteindelijk nodig
                                            zijn om de geformuleerde doelstellingen te bereiken.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende,
                                    gebruikmakend van het ondertekende verslag van het gesprek dat
                                    in die situatie als aanvraagformulier dient, een aanvraag
                                    indienen voor een individuele voorziening op grond van artikel 1
                                    lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Het verkrijgen van een individuele voorziening </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>De aanvraag </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een individuele voorziening dient schriftelijk
                                    te worden ingediend; tenzij het gaat om een ambtshalve
                                    toekenning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag kan het verslag van het gesprek worden
                                    gevoegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan belanghebbende alsmede zijn gemachtigde of
                                    wettelijke vertegenwoordiger verplichten zich te legitimeren
                                    door middel van een identiteitsbewijs als bedoeld in de Wet op
                                    de identificatieplicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>Loket </titel></kop><al>De aanvraag moet worden ingediend bij het Wmo-loket (Zorgloket) van
                                de gemeente Zuidhorn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr><titel>Het maken van een afweging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen worden neemt
                                    het college het verslag van het gesprek of het medisch en/of
                                    ergonomisch advies, indien aanwezig, als uitgangspunt. Daarbij
                                    zal onderzoek gedaan naar de noodzaak en de mogelijkheid tot het
                                    leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken
                                    resultaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke, collectieve en
                                    algemene voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn worden,
                                    voor zover die niet tot een oplossing hebben geleid in het
                                    gesprek, of voor zover geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst
                                    beoordeeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De termijn waarbinnen na ontvangst van de aanvraag een besluit
                                    wordt genomen bedraagt op het resultaatsgebied:</al><lijst><li nr="a."><al>het kunnen voeren van een huishouden: 8 weken</al></li><li nr="b."><al>het normaal gebruik kunnen maken van de woning: 8
                                            weken</al></li><li nr="c."><al>het zich lokaal kunnen verplaatsen per vervoermiddel: 8
                                            weken</al></li><li nr="d."><al>het zich kunnen verplaatsen in en om de woning: 8
                                            weken.</al></li><li nr="e."><al>medemensen kunnen ontmoeten in sportverband: 8
                                            weken</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 bedoelde termijn wordt met 6 weken verlengd, indien
                                    een (medisch) advies als bedoeld in artikel 10.2 lid 3 wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 1 onder b genoemde termijn wordt verlengd met 8 weken
                                    als een bouwkundige offerte opgevraagd wordt. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Verplichtingen en bevoegdheden </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.1</nr><titel>Inlichtingenplicht </titel></kop><al>Belanghebbende is verplicht om op verzoek of onverwijld uit eigen
                                beweging aan het college mededeling te doen van alle feiten en
                                omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat
                                deze van invloed kunnen zijn op de te verstrekken voorziening dan
                                wel verstrekte voorziening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.2</nr><titel>Onderzoek en advies </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om de belanghebbende: </al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen te verschijnen op een aangegeven plaats en
                                            tijdstip en hem te bevragen;</al></li><li nr="b."><al>op een aangegeven plaats en tijdstip door een of meer
                                            daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en
                                            onderzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bevoegdheid heeft het college eveneens ten aanzien van
                                    huisgenoten van belanghebbende, voor zover de gebruikelijke zorg
                                    als omschreven in artikel 1.1 onder n moet worden
                                    beoordeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college vraagt een onafhankelijke deskundige (op dit moment
                                    worden er medische en/of ergonomische adviezen opgevraagd bij
                                    SCI-consult) om advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er onvoldoende duidelijkheid bestaat over de beperkingen
                                            dan wel de oorzaak hiervan;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de advisering zoals genoemd in het derde lid, wordt door de
                                    adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in
                                    de International Classification of Functioning, Disability and
                                    Health, de zogenaamde ICF-classificatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.3</nr><titel>Heronderzoek </titel></kop><al>Het college is bevoegd, na de verstrekking van een voorziening
                                krachtens de wet, een heronderzoek uit te voeren om vast te kunnen
                                stellen of de omstandigheden, die hebben geleid tot het verstrekken
                                van een voorziening, gewijzigd zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.4</nr><titel>Intrekking en wijziging </titel></kop><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                                geheel of gedeeltelijk intrekken of ten nadele van belanghebbende
                                wijzigen als:</al><lijst><li nr="a."><al>niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden of
                                        verplichtingen zoals opgenomen bij of krachtens deze
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>gebleken is dat de gegevens op grond waarvan is beschikt
                                        zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend
                                        geweest, een andere beslissing zou zijn genomen;</al></li><li nr="c."><al>de voorziening ten onrechte is verstrekt en belanghebbende
                                        dit wist of redelijkerwijs heeft kunnen weten;</al></li><li nr="d."><al>de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget
                                        6 maanden na uitbetaling nog niet is aangewend voor
                                        bekostiging van de voorziening;</al></li><li nr="e."><al>de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget,
                                        waaronder de vergoeding voor een alfahulp, niet of niet
                                        volledig is aangewend voor het doel waarvoor deze is
                                        verstrekt;</al></li><li nr="f."><al>achteraf blijkt dat een aanspraak op grond van een wettelijk
                                        voorliggende voorziening bestaat;</al></li><li nr="g."><al>uit onderzoek blijkt dat belanghebbende geen gebruik maakt
                                        in de gemeente Zuidhorn van een aan hem verstrekte
                                        voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.5</nr><titel>Terugvordering en verrekening </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval het recht op een voorziening geheel of gedeeltelijk is
                                    ingetrokken of ten nadele van belanghebbende is gewijzigd, kan
                                    het college op basis daarvan een ten onrechte betaalde
                                    financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget
                                    terugvorderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in eigendom of bruikleen verstrekte
                                    voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden
                                    teruggevorderd dan wel teruggehaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd een persoonsgebonden budget of financiële
                                    tegemoetkoming die ten onrechte of tot een te hoog bedrag is
                                    uitgekeerd, te verrekenen met een persoonsgebonden budget of
                                    financiële tegemoetkoming waar belanghebbende nadien op grond
                                    van deze verordening recht op heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd een geldschuld, die het gevolg is van
                                    onverantwoord gebruik van een voorziening, te verrekenen met een
                                    persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming waar
                                    belanghebbende op grond van deze verordening recht op heeft.
                                </al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Slotbepalingen </titel></kop><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11</nr><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.1</nr><titel>Hardheidsclausule </titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                                belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening en het
                                Financieel Besluit, indien toepassing hiervan leidt tot
                                onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.2</nr><titel>Indexering </titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de geldende bedragen, die
                                vermeld zijn in deze verordening en in het Financieel Besluit,
                                verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor
                                gezinsconsumptie zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het
                                landelijk Besluit maatschappelijke ondersteuning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.3</nr><titel>Inwerkingtreding </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.4</nr><titel>Intrekking oude regeling en overgangsregeling </titel></kop><al>De Verordening maatschappelijke ondersteuning Zuidhorn 2012 wordt
                                ingetrokken, met dien verstande dat zij:</al><lijst><li nr="a."><al>van toepassing blijft op aanvragen die zijn ingediend voor 1
                                        januari 2013 met inachtneming van het gestelde in artikel
                                        1.5 van de Verordening Wmo Zuidhorn 2013;</al></li><li nr="b."><al>van toepassing blijft op de financiële verantwoording,
                                        vaststelling en uitbetaling van voorzieningen die zijn
                                        verstrekt voor 1 januari 2013.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.5</nr><titel>Citeertitel </titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wmo Zuidhorn
                                2013.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zuidhorn in de openbare</ondertekening><ondertekening>raadsvergadering van 17 december 2012,­</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>L.K. Swart, voorzitter ­</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.J. Slopsema-Terpstra, griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>