<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR232729_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en de uitvaartcentra in de gemeente Cromstrijen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, d.d. 21 december 2012; Gemeenteblad 2012/11</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening begraafplaatsen en uitvaartcentra Cromstrijen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 149 gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>6d</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en de uitvaartcentra in de gemeente Cromstrijen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Cromstrijen;</vet></al><al>overwegende dat de van toepassing zijnde regels geactualiseerd dienen te
                        worden;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 september
                        2012;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de “Verordening op het beheer en gebruik van de
                        gemeentelijke begraafplaatsen en de uitvaartcentra in de gemeente
                        Cromstrijen 2013”</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende Bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 1 </al><al>Begripsomschrijvingen</al><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a) begraafplaatsen: 1. de aan de Hallinxweg te Numansdorp gelegen
                            algemene begraafplaats;</al><lijst><li nr="2."><al>de aan de Oud-Cromstrijensedijk WZ te Klaaswaal gelegen algemene
                                    begraafplaats;</al></li><li nr="3."><al>de aan de Torenstraat te Numansdorp gelegen oude
                                    begraafplaats;</al></li></lijst><al>b) algemeen graf: een graf, bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid
                            wordt geboden tot het doen begraven van een lijk;</al><al>c) kindergraf: een algemeen of een particulier kindergraf op een
                            speciaal aangelegde grafakker voor begraving van stoffelijke
                            overschotten van één of twee kinderen beneden de twaalf jaar;</al><al>d) particulier graf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of
                            rechtspersoon het uitsluitend recht voor een bepaalde periode is
                            verleend tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het doen begraven en begraven houden van één of twee
                                    lijken;</al></li><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met en zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="-"><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst><al>e) keldergraf: een particulier graf, waarvoor aan een natuurlijk of
                            rechtspersoon het uitsluitende recht voor een bepaalde periode is
                            verleend tot:</al><lijst><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van één of twee
                                    lijken;</al></li><li nr="-"><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met en
                                    zonder</al><al> urnen;</al></li></lijst><al>f) urnengraf: een algemeen of particulier graf, waarvoor aan een
                            natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht voor een bepaalde
                            periode is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van
                            asbussen met of zonder urnen;</al><al>g) urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;</al><al>h) particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of
                            rechtspersoon het uitsluitend recht voor een bepaalde periode is
                            verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                            urnen;</al><al>i) asbus: een hermetisch gesloten bus ter berging van as van een
                            overledene;</al><al>j) verstrooiingsplaats: een plaats waarop de as van een overledene wordt
                            verstrooid;</al><al>k) grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf, een
                            verstrooiingsplaats of gedenkplaats;</al><al>l) gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;</al><al>m) beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van
                            de begraafplaats (en) of degene die hem vervangt;</al><al>n) rechthebbende: een natuurlijk of rechtspersoon, die het uitsluitend
                            recht heeft verkregen tot het begraven of tot het bijzetten van een
                            asbus in een particuliergraf, urnengraf of urnennis, dan wel degene die
                            redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;</al><al>o) uitvaartcentrum: de op de begraafplaats(en) staande aula;</al><al>p) belanghebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon aan wie
                            het gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend;</al><al>q) schudden: Het schudden van een grafruimte houdt in dat de beenderen
                            van de stoffelijke overschotten in een graf dieper in hetzelfde graf
                            worden herbegraven.</al><al> ARTIKEL 2</al><al>Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf</al><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                    bepaalde wordt, voor zover van belang onder “algemeen graf “
                                    mede verstaan: algemeen urnengraf of algemeen kindergraf waaraan
                                    alleen de wettelijke grafrusttermijn wordt toegepast. In
                                    plaatselijk gebruik blijven deze graven twintig jaren in stand.
                                    Na deze termijn kunnen deze graven worden geruimd.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening
                                    bepaalde wordt, voor zover van belang onder “particulier graf”
                                    mede verstaan: een kindergraf, urnengraf, urnennis en keldergraf
                                    waaraan een termijn is gesteld.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats(en)</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 3</al><al>Openstelling begraafplaats(en)</al><lijst><li nr="1."><al>De begraafplaats(en) is (zijn) voor eenieder dagelijks
                                    toegankelijk gedurende de door het college bij nadere regels
                                    vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar
                                    bekend.</al></li><li nr="2."><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en)
                                    kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet
                                    voor het publiek geopend is/zijn, zich daarop te bevinden,
                                    anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging
                                    van as.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 4</al><al>Ordemaatregelen</al><lijst><li nr="1."><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemers en personen die
                                    werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn
                                    verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te
                                    houden aan de aanwijzingen van de beheerder. </al></li><li nr="2."><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid
                                    bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of
                                    laten verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden met motorvoertuigen op de begraafplaats(en) te
                                    rijden;</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen;
                                            motorvoertuigen zijn buiten de rijwegen (slechts)
                                            toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoeren van
                                            materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in
                                    de aanhef en onder 1 van lid 3.</al></li></lijst><al> ARTIKEL 5</al><al>Plechtigheden</al><al>1.Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                            plechtigheden op de begraafplaats(en) moeten ten minste zes werkdagen
                            tevoren zijn gemeld aan de beheerder. </al><al>Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal
                            plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder
                            vastgesteld.</al><al>2.De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                            zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                            aanwijzingen van de beheerder.</al><al>ARTIKEL 6</al><al>Opgravingen en ruimen</al><al>Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere
                            personen aanwezig zijn dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorschriften voor Lijkbezorging</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 7</al><al>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                            graf</al><lijst><li nr="1."><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil
                                    doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de
                                    werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of
                                    verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de
                                    beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze
                                    bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming
                                    heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te
                                    begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig
                                    mogelijk worden gedaan.</al></li><li nr="2."><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van
                                    as, en het daarna sluiten van het graf, alsmede het bedienen van
                                    de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel
                                    van de begraafplaats op aanwijzigen en onder toezicht van de
                                    beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder
                                    toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten
                                    indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de
                                    voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder
                                    hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van
                                    deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze
                                    werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te
                                    volgen.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 8</al><al>Gebouwen en installaties</al><lijst><li nr="1."><al>Het gebruik van de ontvangstruimten, de aula’s alsmede van de
                                    hierin aanwezige muziekinstallatie en koffiezetapparatuur moet
                                    uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag
                                    waarop van de ruimte en installaties gebruik zal worden gemaakt,
                                    worden aangevraagd bij de beheerder.</al></li><li nr="2."><al>De ruimten en installaties staan voor iedere plechtigheid
                                    gedurende een per keer vooraf te bepalen tijdsduur ter
                                    beschikking van de aanvrager.</al></li></lijst><al> ARTIKEL 9</al><al>Over te leggen stukken</al><lijst><li nr="1."><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier
                                    graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de
                                    beheerder te worden overlegd ondertekend door de rechthebbende
                                    of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart
                                    voorziet.</al></li><li nr="2."><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                    uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                    afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging
                                    van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan
                                    resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de minimum
                                    wettelijke grafrusttermijn. De verlenging dient te worden
                                    aangevraagd door de rechthebbende. </al></li><li nr="3."><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                    boven toe afgerond op gehele jaren.</al></li><li nr="4."><al>De beheerder onderzoekt of de overlegde stukken toereikend
                                    zijn.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 10</al><al>Tijden van begraven en as bezorging</al><al>1.De tijd van begraven en het bezorgen van as is:</al><al>op werkdagen van 9.30 uur tot 15.00 uur</al><al>Begraven op zaterdag of zon- en feestdagen merken wij aan als begraven
                            op buitengewone uren.</al><al>2.Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Indeling en uitgifte der graven</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 11</al><al>Indeling graven en asbezorging</al><lijst><li nr="1."><al>Op de begraafplaats(en) kunnen voor begraving en asbezorging
                                    worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere graven en particuliere urnengraven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnennissen;</al></li><li nr="c."><al>particuliere gedenkplaatsen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Algemene graven worden toegewezen door de beheerder.</al></li><li nr="3."><al>Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel
                                    lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden
                                    bijgezet in particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as
                                    er op of in deze graven kunnen plaatshebben.</al></li></lijst><al>Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de
                            particuliere graven, urnengraven en urnennissen. De uitgifteduur kan
                            niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de
                            Lijkbezorging.</al><al>ARTIKEL 12</al><al>Aantal overledenen in algemene graven</al><lijst><li nr="1."><al>In algemene graven kan een door het college te bepalen aantal
                                    lijken worden begraven.</al></li><li nr="2."><al>In de algemene urnengraven kan een door het college te bepalen
                                    aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet.</al></li></lijst><al> ARTIKEL 13</al><al>Volgorde van uitgifte</al><lijst><li nr="1."><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en
                                    in volgorde van ligging uitgegeven;</al></li><li nr="2."><al>Particuliere graven kunnen bij leven gereserveerd worden in de
                                    rij waar op dat moment begraven wordt. De termijnen genoemd in
                                    artikel 15 gaan in op het moment van reservering;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                    directe begraving/bijzetting en buiten volgorde van uitgifte,
                                    indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet
                                    bezwaarlijk is.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 14</al><al>Categorieën</al><al>Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en
                            particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt
                            voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al><al>ARTIKEL 15</al><al>Termijnen particuliere graven </al><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van
                                    de begraafplaats (en) dat toelaat, op een daartoe bij hen
                                    schriftelijk in te dienen aanvraag, voor bepaalde tijd:</al><lijst><li nr="-"><al>het recht op een particulier graf voor een tijdvak van
                                            vijfentwintig jaar, waarbij deze</al></li></lijst></li></lijst><al> termijn telkenmale met een periode van tien jaar kan worden
                            verlengd;</al><al>-het recht op een particulier graf voor een tijdvak van vijftig jaar,
                            waarbij deze termijn</al><al> telkenmale met een periode van tien jaar kan worden verlengd.</al><al>-het recht op een urnengraf voor een tijdvak van vijfentwintig jaar,
                            waarbij deze termijn</al><al> telkenmale met een periode van tien jaar kan worden verlengd;</al><al>-het recht op een urnengraf voor een tijdvak van vijftig jaar, waarbij
                            deze termijn</al><al> telkenmale met een periode van tien jaar kan worden verlengd;</al><al>-het recht op een urnennis voor een tijdvak van vijfentwintig jaar,
                            waarbij deze termijn</al><al> telkenmale met tien jaar kan worden verlengd;</al><al>-het recht op een urnennis voor een tijdvak van vijftig jaar, waarbij
                            deze termijn</al><al> telkenmale met tien jaar kan worden verlengd;</al><al>De termijnen vangen aan op de datum waarop het particuliere graf,
                            urnengraf of urnennis wordt uitgegeven.</al><lijst><li nr="2."><al>Het in het eerste lid van in dit artikel bedoelde recht wordt op
                                    aanvraag van de rechthebbende verlengd met een termijn van tien
                                    jaar, mits de aanvraag daartoe voor het verstrijken van de
                                    lopende termijn is ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot
                                    het tijdstip, waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming
                                    als begraafplaats zal zijn onttrokken.</al></li><li nr="4."><al>Het recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan een
                                    rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor
                                    personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlenging van het
                                    recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien
                                    daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></li></lijst><al> ARTIKEL 16</al><al>Keldergraf</al><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf, vergunning
                            verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een
                            keldergraf overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden. </al><al>ARTIKEL 17</al><al>Overschrijving van verleende rechten</al><lijst><li nr="1."><al>Het recht op een particulier graf, urnengraf, urnennis kan op
                                    aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van
                                    een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.</al></li><li nr="2."><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                    particulier graf, urnengraf of urnennis worden overgeschreven op
                                    naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de
                                    aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het
                                    overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden
                                    rechthebbende rechthebbende in het graf dient te worden begraven
                                    of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden
                                    bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan
                                    voorafgaand te worden gedaan.</al></li><li nr="3."><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                    overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in
                                    het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden,
                                    is het college bevoegd het recht op het particuliere graf,
                                    urnengraf of urnennis te doen vervallen.</al></li><li nr="4."><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van
                                    zes maanden kan het college het particuliere graf, urnengraf of
                                    urnennis alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende,
                                    tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf,
                                    urnengraf of urnennis dat inmiddels is geruimd.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 18</al><al>Afstand doen van graven en/ of nissen</al><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op een particulier graf, urnengraf of urnennis. Van de
                            ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk
                            mededeling aan rechthebbende.</al><al>ARTIKEL 19</al><al>Sluiting van graven en nissen</al><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag van de rechthebbende kan het college een graf en of
                                    nis gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf of nis
                                    gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden
                                    geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatshebben, of
                                    asbus worden bijgezet, dan wel as worden verstrooid dan die van
                                    de stoffelijke overschotten van de personen die de rechthebbende
                                    in zijn aanvraag vooral heeft genoemd.</al></li><li nr="2."><al>Het college bepaalt in overleg met de rechthebbende de periode
                                    waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden.
                                    Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn
                                    voldaan alvorens het graf of nis gesloten wordt verklaard.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 20</al><al>Vergunning grafbedekking</al><lijst><li nr="1."><al>Voor het aanbrengen en hebben van een grafbedekking is een
                                    schriftelijke vergunning nodig van het college.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning
                                    voor het hebben van een grafbedekking aan.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van
                                    aanvragen van de vergunning, de aard en de afmeting van de
                                    grafbedekking en de wijze van aanbrengen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de vergunning weigeren indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de door haar vastgestelde nadere
                                            regels;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                            begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk
                                            is.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het bij het begraven of bijzetten geplaatst naambordje van de
                                    overledene zal na twaalf weken worden verwijderd en daarna
                                    twaalf weken ter beschikking worden gehouden van de
                                    rechthebbende.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 21</al><al>Onderhoud door rechthebbende of gebruiker</al><lijst><li nr="1."><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of
                                    verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening
                                    van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking
                                    behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking
                                    behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de
                                    hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele
                                    grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende
                                    dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de
                                    gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot
                                    enige vergoeding verplicht is.</al></li><li nr="4."><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de
                                    rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring
                                    schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de
                                    grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de
                                    gebruiker niet bekend is, maakt het college de verklaring bij de
                                    ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij
                                    het graf wordt een verwijzing naar de mededeling
                                    aangebracht.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per
                                    aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking
                                    te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien
                                    de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het
                                    college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of
                                    indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor
                                    derden.</al></li></lijst><al> ARTIKEL 22</al><al>Niet-blijvende grafbeplanting</al><al>Niet-blijvende beplanting op een graf die in verwaarloosde staat
                            verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak
                            kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                            en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                            worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden
                            gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende,
                            indien deze daartoe tevoren een mondelinge of schriftelijke aanvraag
                            heeft ingediend bij de beheerder.</al><al>ARTIKEL 23</al><al>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</al><lijst><li nr="1."><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de uitgiftetermijn
                                    van een graf door het college worden verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt
                                    gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                    waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de
                                    rechthebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende
                                    niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering
                                    van de grafbedekking ten minste een jaar voorafgaande aan het
                                    tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door
                                    middel van een bij het graf te plaatsen bordje bekend.</al></li><li nr="3."><al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college
                                    ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog
                                    gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een
                                    vergunning als bedoeld in artikel 20 was verleend. De aanvraag
                                    kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde
                                    termijn.</al></li><li nr="4."><al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente, zonder dat de gemeente
                                    tot enige vergoeding verplicht is, indien:</al><lijst><li nr="-"><al>geen schriftelijk verzoek op grond van het derde lid is
                                            ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had
                                            kunnen worden ingediend is verstreken;</al></li><li nr="-"><al>de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat deze van
                                            het graf is verwijderd, is afgehaald.</al></li></lijst></li></lijst><al>ARTIKEL 24</al><al>Onderhoud door de gemeente</al><al>Het college voorziet in het schoonhouden van het gedenkteken, het na
                            verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken en de zorg voor blijvende
                            beplanting, voortvloeiende uit de herstelwerkzaamheden van het
                            graf.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><structuurtekst><al>ARTIKEL 25</al><al>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</al><lijst><li nr="1."><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten
                                    minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf
                                    geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende bekend
                                    gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is,
                                    maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf
                                    gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van
                                    de ruiming bekend door middel van een bij het graf te plaatsen
                                    bordje.</al></li><li nr="2."><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van
                                    het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde
                                    respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats
                                    niet met menselijke resten worden geconfronteerd.</al></li><li nr="3."><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten
                                    worden herbegraven en de as wordt verstrooid op een daartoe
                                    bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).</al></li><li nr="4."><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen
                                    graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij
                                    de beheerder schriftelijk een aanvraag indienen om bij de
                                    ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen
                                    brengen voor crematie of herbegraving elders. Nabestaanden van
                                    een overledene waarvan de asbus al of niet met een urn is
                                    bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder
                                    schriftelijk een aanvraag indienen om deze ter beschikking te
                                    houden voor herbegraving of verstrooiing elders.</al></li><li nr="5."><al>De rechthebbende op een particulier graf, kan bij de beheerder
                                    een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen
                                    om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel
                                    om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De
                                    rechthebbende op een urnengraf of urnennis kan bij de beheerder
                                    schriftelijk een aanvraag indienen om de asbus ter beschikking
                                    te houden om elders bij te zetten of de as te doen
                                    verstrooien.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 26</al><al>Schudden van een grafruimte</al><lijst><li nr="1."><al>Schudden is een bepaalde vorm van ruiming. Bij schudden worden
                                    de stoffelijke resten dieper herbegraven in hetzelfde graf,
                                    zodat de grafruimte weer beschikbaar komt voor nieuwe uitgifte
                                    aan de rechthebbende. </al></li><li nr="2."><al>Het schudden van een grafruimte op verzoek van de rechthebbende
                                    kan uitsluitend plaatsvinden in een particulier graf en na
                                    goedkeuring van de beheerder. </al></li><li nr="3."><al>Voor schudden wordt pas toestemming verleend indien de periode
                                    van grafrust van 10 jaar voor bij is.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>27</nr></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                    ingevolge artikel 30 lid 2 ingetrokken verordening gelden als
                                    besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om vergunning op grond van de ingevolge
                                    artikel 30 lid 2 ingetrokken verordening is ingediend en voor
                                    het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op
                                    deze aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening
                                    toegepast.</al></li></lijst><al>ARTIKEL 28</al><al>Strafbepaling</al><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 80 en 81 van de Wet op de
                            lijkbezorging wordt gestraft met een geldboete van de derde categorie of
                            met hechtenis van ten hoogste drie maanden.</al><al> ARTIKEL 29</al><al>Nadere regels door het college </al><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al><al>ARTIKEL 30</al><al>Inwerkingtreding en citeertitel</al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></li><li nr="2."><al>De “Verordening op het gebruik en het beheer van de algemene
                                    begraafplaatsen in de gemeente Cromstrijen 2011”, laatstelijk
                                    gewijzigd bij raadbesluit van 15 februari 2011 wordt ingetrokken
                                    met ingang van de in het eerste lid van dit artikel genoemde
                                    datum van inwerkingtreding.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Beheersverordening
                                    begraafplaatsen en uitvaartcentra Cromstrijen 2013”.</al></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="29*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="45*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Vastgesteld door de raad van de gemeente Cromstrijen
                                                in zijn openbare vergadering gehouden op 6 november
                                                2012,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>de griffier,</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>de voorzitter,</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>