<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR23248_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening financieel beleid, financieel beheer en financiele organisatie gemeente Uithoorn</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uithoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uithoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwe Meerbode, 29-12-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening financieel beleid, financieel beheer en financiele organisatie gemeente Uithoorn</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=gemeentewet/article=212">gemeentewet, art. 212 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-04-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV03.0067</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 10 treed voor bestaande activa pas in werking per 1 januari 2005</al><al>Verordening ingetrokken, Nieuwe Meerbode 08-04-2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening financieel beleid, financieel beheer en financiele organisatie gemeente Uithoorn</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=gemeentewet/article=212">artikel 212 van de Gemeentewet</extref>,</al><al>vast te stellen:</al><al>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor
                        het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        van de gemeente Uithoorn.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 1. Definities</titel></kop><structuurtekst><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dienst: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college heeft.</al></li><li nr="b."><al>administratie:het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken
                                    en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Uithoorn en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="c."><al>financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat
                                    omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen
                                    betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Uithoorn, teneinde te komen tot een
                                    goed inzicht in: </al><lijst><li nr="-"><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="-"><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="-"><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="-"><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="-"><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                                    leiding.</al></li><li nr="e."><al>financieel beheer : het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de
                                    gemeente Uithoorn.</al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                                    raadsbesluiten en collegebesluiten.</al></li><li nr="g."><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="h."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Begroting en verantwoording</titel></kop><afdeling><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 2. Programmabegroting</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de
                                            nieuwe raadsperiode een programma-indeling vast.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt per programma vast: </al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten;</al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met
                                            betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en
                                            de te leveren goederen en diensten.</al></li><li nr="4."><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid,
                                            vast.</al></li><li nr="5."><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en
                                            vastleggen van gegevens over de geleverde goederen en
                                            diensten en de maatschappelijke effecten, opdat de
                                            doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals
                                            vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 3. Producten</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht
                                            gegeven van de toedeling van de producten uit de
                                            productraming aan de programma’s.</al></li><li nr="2."><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten
                                            staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende
                                            redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de
                                            begroting expliciet vermeld.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 4. Kaders begroting</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt uiterlijk 1 juni van het
                                            begrotingsjaar een nota aan over de kaders voor het
                                            volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In
                                            deze nota worden de bevindingen betrokken uit de
                                            rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in
                                                <extref doc="http://uithoorn.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-tussentijdse-rapportage-en-informatie">artikel 7</extref>.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 15 juli van het
                                            begrotingsjaar (afhankelijk van het vergaderschema van
                                            dat jaar) vast.</al></li><li nr="3."><al>De begroting zal jaarlijks binnen de wettelijke
                                            termijnen vastgesteld moeten worden. Daarbij dienen de
                                            consequenties van nieuw beleid sluitend te zijn.
                                            Anticyclische begrotingspolitiek (begroting gemiddeld in
                                            evenwicht over een aantal jaren) is alleen geoorloofd
                                            als harde gegevens aantonen, dat daarmee geen risico's
                                            voor de toekomst worden gelopen.</al></li><li nr="4."><al>De begroting zal jaarlijks een bedrag voor onvoorziene
                                            uitgaven moeten bevatten van tenminste € 2,00 per
                                            inwoner waarvan 50% een structureel karakter heeft.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 5. Uitvoering begroting</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de
                                            uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en
                                            doeltreffend verloopt.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er
                                            zorg voor dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van
                                                  kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan
                                                  de producten van de productraming;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten
                                                  voor investeringen passen binnen de kaders zoals
                                                  geautoriseerd bij de vaststelling van de
                                                  uiteenzetting van de financiële positie.;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                                  overschreden dat de realisatie van andere
                                                  producten binnen hetzelfde programma onder druk
                                                  komt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de
                                            programma’s zoals geautoriseerd in de (gewijzigde)
                                            begroting niet worden overschreden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 6. Interne controle</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en
                                            de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de
                                            jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                                            informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                            maatregelen tot herstel.</al></li><li nr="2."><al>Het college biedt tenminste elke vier jaar een nota aan
                                            inzake de bestrijding van misbruik en oneigenlijk
                                            gebruik van de gemeentelijke regelingen. De raad stelt
                                            deze nota in beginsel vast binnen 2 maanden nadat deze
                                            is aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne
                                            toetsing van een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid,
                                            volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke
                                            informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                                            beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik
                                            van de gemeentelijke regelingen. Ieder bedrijfsonderdeel
                                            van de gemeente wordt minimaal eens in de 3 jaar
                                            getoetst.</al></li><li nr="4."><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de
                                            toets bedoeld in het derde lid indien nodig voor een
                                            plan van verbetering. Het college neemt op basis van het
                                            plan van verbetering maatregelen voor herstel van de
                                            tekortkomingen.</al></li><li nr="5."><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering
                                            worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van
                                            tussentijdse rapportages over de realisatie van de
                                            begroting van de gemeente over de eerste vier maanden (=
                                            voortgangs-rapportage van het lopende jaar) en de eerste
                                            acht maanden van het lopende boekjaar
                                            (=Najaarsnota).</al></li><li nr="2."><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de
                                            volgende tijdstippen: </al><lijst><li nr="a."><al>de viermaanden rapportage vóór 1 juni van het
                                                  lopende begrotingsjaar;</al></li><li nr="b."><al>de achtmaanden rapportage vóór 1 oktober van het
                                                  lopende begrotingsjaar, of gelijktijdig met het
                                                  aanbieden van de begroting.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan
                                            bij de programma-indeling van de begroting.</al></li><li nr="4."><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft
                                            de lasten, de geleverde goederen en diensten en indien
                                            daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In
                                            de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan
                                            afwijkingen van: </al><lijst><li nr="a."><al>inkomsten uit de algemene uitkering;</al></li><li nr="b."><al>de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="c."><al>resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al>realisatie op begrote
                                                  subsidieverwachtingen;</al></li><li nr="e."><al>Ontwikkeling van de lokale heffingen.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en
                                            neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid
                                            is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                                            college te brengen voorzover het betreft niet bij
                                            begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen
                                            inzake: </al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan € 50.000,=</al></li><li nr="b."><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten
                                                  groter dan € 50.000,=</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en
                                                  garanties groter dan € 50.000,=.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een
                                            besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                            wensen en bedenkingen ter kennis van het college te
                                            brengen indien het college nieuwe meerjarige
                                            verplichtingen ten aanzien van nieuwe activiteiten
                                            aangaat waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan €
                                            25.000,=.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8. Jaarstukken</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt, binnen de wettelijke termijnen, zorg
                                            voor een adequate vertaling van de verantwoording van de
                                            diensten naar de productenrealisatie en naar de
                                            programma verantwoording.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering
                                            van de programma’s. In de verantwoording geeft het
                                            college aan: </al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de
                                                  begroting gestelde doelen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de
                                            programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor
                                            het lopende jaar bijstelling behoeven.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Financiële positie</titel></kop><afdeling><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 9. Financiële positie</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid
                                            waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van
                                            de financiële positie en de meerjarenramingen is
                                            opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen
                                            worden bij de uiteenzetting van de financiële positie
                                            expliciet vermeld.</al></li><li nr="3."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de
                                            financiële positie de investeringskredieten.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste
                                    activa</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor
                                            een bepaald actief en het saldo van agio en disagio
                                            worden lineair in maximaal 5 jaar afgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct
                                            ten laste van de exploitatie gebracht.</al></li><li nr="3."><al>De materiele vaste activa met economisch nut, zoals
                                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=35">artikel 35 van het Besluit begroting en
                                                verantwoording provincies en gemeenten</extref>,
                                            worden lineair afgeschreven, tenzij de raad daar anders
                                            over beslist. De termijnen zijn als volgt: </al><lijst><li nr="a."><al>40 jaar: nieuwbouw permanente gebouwen;</al></li><li nr="b."><al>40 jaar: rioleringen bouwkundig deel</al></li><li nr="c."><al>40 jaar: algemene begraafplaats</al></li><li nr="d."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop
                                                  permanente gebouwen en monumenten; ruimen algemene
                                                  begraafplaats</al></li><li nr="e."><al>20 jaar: motorvaartuigen;</al></li><li nr="f."><al>15 jaar: rioleringen mechanisch deel, technische
                                                  installaties in gebouwen;</al></li><li nr="g."><al>10 jaar: veiligheidsvoorzieningen gebouwen;
                                                  telefooninstallaties; kantoormeubilair;
                                                  schoolmeubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken;
                                                  nieuwbouw tijdelijke gebouwen; groot onderhoud
                                                  gebouwen;</al></li><li nr="h."><al>5 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens;
                                                  schuiten; personenauto’s; lichte motorvoertuigen;
                                                  automatiseringsapparatuur;</al></li><li nr="i."><al>niet: gronden en terreinen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000
                                            worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en
                                            terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd
                                            geactiveerd.</al></li><li nr="5."><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut,
                                            zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=35%20">artikel 35 van het Besluit begroting en
                                                verantwoording provincies en gemeenten</extref>,
                                            worden verstaan investeringen in aanleg en onderhoud
                                            van: (inrichting) wegen, waterwegen; civiele
                                            kunstwerken, groen en kunstwerken,</al></li><li nr="6."><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                            maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen
                                            van derden en bestemmingsreserves ten laste van de
                                            exploitatie gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit
                                            worden afgeweken. In geval van activering bij
                                            raadbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over
                                            de verwachte levensduur van het actief of een kortere,
                                            door de raad aan te geven tijdsduur.</al></li><li nr="7."><al>Van de geplande investeringen wordt in het 1e jaar 50%
                                            van de kapitaalslasten op jaarbasis ten laste van de
                                            exploitatie gebracht. Dit vanuit de gedachte dat de
                                            afschrijving pas start bij het ontstaan van het nut, en
                                            dat hierbij een gemiddelde startdatum van 1 juli mag
                                            worden gehanteerd.</al></li><li nr="8."><al>Rente ontstaan tijdens de realisatie van de investering,
                                            kan in beginsel niet opgeteld worden bij de
                                            oorspronkelijke investering. Hiertoe behoren ook
                                            rentekosten als gevolg van voorfinanciering.</al></li><li nr="9."><al>De door afschrijving vrijkomende middelen moeten, tenzij
                                            de raad daar anders over beslist, beschikbaar blijven
                                            voor nieuwe investeringen binnen hetzelfde programma
                                            .</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 11. Voorziening voor oninbare vorderingen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor openstaande vorderingen betreffende: </al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting gebruikers;</al></li><li nr="b."><al>onroerende zaakbelasting eigenaren;</al></li><li nr="c."><al>precariobelasting;</al></li><li nr="d."><al>hondenbelasting;</al></li><li nr="e."><al>rioolrechten;</al></li><li nr="f."><al>en reinigingsrechten;</al></li></lijst></li><li nr=""><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter
                                            grootte van het historische percentage van
                                            oninbaarheid.</al></li><li nr="2."><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                            oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op
                                            inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie
                                            maanden.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 12. Reserves en voorzieningen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt jaarlijks een nota (bijgestelde)
                                            reserves en voorzieningen aan.</al></li><li nr="2."><al>De nota behandelt: </al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de
                                                  reserves en de voorzieningen,</al></li></lijst></li><li nr=""><al>in relatie tot de nota weerstandsvermogen bedoeld in
                                                <extref doc="http://uithoorn.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-17-weerstandsvermogen-en-risicomanagement">artikel 17</extref>.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt deze nota jaarlijks vast, doch uiterlijk
                                            bij de behandeling van de begroting.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 13. Kostprijsberekening</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten
                                            en diensten wordt een systeem van kostentoerekening
                                            gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de
                                            directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken,
                                            die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente
                                            verleende diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen
                                            aan reserves voor de noodzakelijke vervanging van de
                                            betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik
                                            zijnde activa en voor rioolrechten, reinigingsrechten en
                                            afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></li><li nr="3."><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de
                                            kapitaallasten wordt bepaald door het rentetotaal van de
                                            uitstaande leningen en de bij begroting vastgestelde
                                            gecalculeerde rente over het eigen vermogen en
                                            voorzieningen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 14: Financieringsfunctie</tussenkop><al>Het college biedt de raad een treasury statuut aan.</al><tussenkop> Artikel 15. Registratie bezittingen, activa en
                                    vermogen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige
                                            registratie van bezittingen. In de registratie worden
                                            ook opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met
                                            cultuurhistorische waarde en de niet- of
                                            netto-geactiveerde investeringen in de openbare
                                            ruimte.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en
                                            de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van
                                            de gemeente systematisch worden gecontroleerd, met dien
                                            verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                            uitstaande leningen, de (debiteuren-)vorderingen, de
                                            liquiditeiten, de opgenomen leningen en de
                                            (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                                            registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal
                                            in de 3 jaar.</al></li><li nr="3."><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt
                                            het college maatregelen voor herstel van de
                                            tekortkomingen. De resultaten van de controle en
                                            eventuele plannen van verbetering worden ter
                                            kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Paragrafen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 16. Lokale heffingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                        (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt
                                        in ieder geval: </al><lijst><li nr="-"><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                                belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de verdeling van de druk van de belastingen over de
                                                diverse bevolkingsgroepen en belanghebbenden;</al></li><li nr="-"><al>de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>het kwijtscheldingsbeleid en het
                                                tarievenbeleid.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met
                                        de bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen
                                        en prijzen zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor
                                        dat er een actueel overzicht is van de tarieven, heffingen,
                                        prijzen en kosten per verstrekte dienst. De raad stelt de
                                        nota in beginsel vast binnen 2 maanden nadat de nota is
                                        aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke
                                        tarieven, heffingen en prijzen door de raad verstrekt het
                                        college aan de raad per verordening de actueel geraamde
                                        hoeveelheden per door de gemeente verstrekte dienst,
                                        waarover de tarieven, heffingen en prijzen in rekening
                                        worden gebracht en per verordening het totaal van de
                                        geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente
                                        verstrekte diensten.</al></li><li nr="4."><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de
                                        paragraaf lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per
                                        lokale heffing; het volume en bedrag aan kwijtscheldingen;
                                        de kostendekkendheid van de rioolrechten en de
                                        afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de) lokale
                                        lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen,
                                        meerpersoonshuishoudingen en bedrijven.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 17. Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                        (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement
                                        aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement,
                                        het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen,
                                        het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota wordt
                                        tevens het gewenste weerstandscapaciteit bepaald. De raad
                                        stelt de nota in beginsel vast binnen 2 maanden nadat de
                                        nota is aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van
                                        de begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel
                                        belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s zich
                                        voordoen. Het college brengt hierbij in elk geval de
                                        risico’s in beeld en actualiseert de risico’s genoemd in de
                                        nota bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van
                                        de begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit
                                        en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de
                                        risico’s van materieel belang met de weerstandscapaciteit
                                        kunnen worden opgevangen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota
                                        onderhoud openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer
                                        voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde
                                        onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water, wegen,
                                        kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de
                                        normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De
                                        raad stelt de nota in beginsel vast binnen 2 maanden nadat
                                        de nota is aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>Het college biedt tenminste eens in de vijf jaar een nota
                                        rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de
                                        inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau
                                        en de uitbreiding van de riolering alsmede de kwaliteit van
                                        het milieu en eveneens de normkostensystematiek en het
                                        meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota in
                                        beginsel vast binnen 2 maanden nadat de nota is
                                        aangeboden.</al></li><li nr="3."><al>Het college biedt 2-jaarlijks bij de nota Reserves en
                                        Voorzieningen een nota onderhoud gebouwen aan ter
                                        behandeling en vaststelling door de raad. De nota, gebaseerd
                                        op het onderhoudsplan, bevat de voorstellen voor het te
                                        plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de
                                        gemeentelijke gebouwen en eveneens de normkostensystematiek
                                        en het meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota in
                                        beginsel vast binnen 2 maanden nadat de nota is
                                        aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de
                                        paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de
                                        voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele
                                        achterstallig onderhoud aan openbaar groen, water, wegen,
                                        kunstwerken, straatmeubilair, riolering, gebouwen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 19. Financiering</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="Bij"><al>de begroting en de jaarstukken doet het college in de
                                        paragraaf financiering in ieder geval verslag van: </al><lijst><li nr="a."><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte
                                                voor de komende drie jaar;</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie en</al></li><li nr="e."><al>de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                                financieringsfunctie.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 20. Bedrijfsvoering</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                        bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de
                                        raad gezonden. In de nota wordt speciale aandacht geschonken
                                        aan de relatie tussen het gemeentelijk apparaat en de
                                        inwoners van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt
                                        ingegaan op de tijdelijke en actuele onderwerpen die
                                        aandacht behoeven. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het
                                        jaarverslag wordt gerapporteerd over de bij de begroting
                                        bepaalde onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering alsmede
                                        over nieuwe ontwikkelingen.</al></li><li nr="3."><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van
                                        de begroting en jaarstukken over de voortgang van de
                                        onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid,
                                        bedoeld in artikel 213a Gemeentewet, en de uitputting van de
                                        bijbehorende budgetten.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 21. Verbonden partijen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                        verbonden partijen aan. De raad stelt de nota in beginsel
                                        vast binnen 2 maanden maanden nadat de nota is
                                        aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het
                                        openbaar belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het
                                        financieel resultaat en het financieel belang en de
                                        zeggenschap van de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande
                                        (het aangaan van nieuwe) participaties met name de condities
                                        waaronder het publiek belang is gediend met behartiging door
                                        verbonden partijen, de taken, verantwoordelijkheden en
                                        bevoegdheden van de verbonden partijen en de financiële
                                        voorwaarden.</al></li><li nr="4."><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf
                                        verbonden partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden
                                        partijen, het beëindigen van bestaande verbonden partijen,
                                        het wijzigen van bestaande verbonden partijen en eventuele
                                        problemen bij bestaande verbonden partijen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 22. Grondbeleid</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een
                                        (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en
                                        vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht
                                        besteed aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de programma’s van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid
                                                van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                                projecten;</al></li><li nr="d."><al>de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al></li><li nr="e."><al>de uitgifte van gronden in erfpacht en de
                                                bijstelling van erfpachtvergoedingen.</al></li><li nr=""><al>De raad stelt de nota in beginsel vast binnen 2
                                                maanden nadat de nota is ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de
                                        jaarstukken wordt ingegaan op de uitvoering van de nota
                                        grondbeleid, met name de belangrijkste financiële
                                        ontwikkelingen zoals verlies/winstverwachtingen, de
                                        verwerving van gronden e.d. en de relaties van het
                                        grondbeleid met de programma’s.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 23. Verstrekking subsidies</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een
                                        (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan.
                                        Deze nota bevat het kader voor de verstrekking van
                                        gemeentelijke subsidies.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt de nota in beginsel vast binnen 2 maanden na
                                        aanbieding van de nota door het college.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Financiële organisatie en administratie</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 24. Administratie</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in
                                        ieder geval dienstbaar is voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en
                                                processen in de gemeente als geheel en in de
                                                diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen
                                                in de omvang van activa met economisch nut, activa
                                                met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en
                                                schulden, enzovoorts.;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders
                                                en voor het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de
                                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                                gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                                                beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende
                                                wet- en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de
                                                rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                                doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie
                                                tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter
                                                zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als
                                                zodanig en van de daaraan ontleende informatie
                                                alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de
                                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                                gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
                                                beleidsdoelen.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 25. Financiële administratie</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="Het"><al>college draagt er zorg voor dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële
                                                administratie voldoet aan het Besluit begroting en
                                                verantwoording provincies en gemeenten en andere
                                                relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk,
                                                de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere
                                                instellingen die specifieke
                                                verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                                gemeenten.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 26. Financiële organisatie</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="Het"><al>college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast: </al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke
                                                organisatie en een eenduidig toewijzing van de
                                                gemeentelijke taken aan de diensten</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies,
                                                bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de
                                                eisen van interne controle wordt voldaan en de
                                                betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan
                                                beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het
                                                aangaan van verplichtingen ten laste van de
                                                toegekende budgetten en investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de
                                                verrekening van leveringen tussen de diensten van de
                                                gemeente;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de diensten over de te
                                                leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen
                                                en de wijze en frequentie van rapportage over de
                                                voortgang van de activiteiten en uitputting van
                                                middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het
                                                gevoerde beheer van de diensten.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 27. Aanbesteding en inkoop</titel></kop><structuurtekst><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de
                                interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken
                                en diensten. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in
                                overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 28. Subsidieverstrekking en steunverlening aan
                                ondernemingen</titel></kop><structuurtekst><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de
                                interne regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                                ondernemingen en subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld
                                in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Slotbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 29. Inwerkingtreding</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening treedt in werking per 22 december 2003, met dien
                                verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                                uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                                behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                                begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van deze verordening,
                                met uitzondering van alle leden van artikel 10 welke in 2004 een overgangsregeling kennen,
                                en pas per 1 januari 2005 van kracht zijn. Deze uitzondering is van
                                kracht op alle zaken die vallen onder artikel 10. Dit zijn de activa vallende onder het
                                vigerende beleid en welke in de begroting 2004 zijn opgenomen. Op
                                alle niet begrootte, dus nieuw aangebrachte zaken is artikel 10 wel van toepassing.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 30. Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam: “Verordening
                                financieel beleid, financieel beheer en financiële organisatie
                                gemeente Uithoorn”.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad donderdag 18 december 2003,
                        nr 7a</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Drs. H.J. Volkers Mevr. H.L. Groen.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>