<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR232460_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie kinderen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barneveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Barneveld Vandaag, 29 november 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie kinderen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-20</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie kinderen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr</al><al>De raad van de gemeente Barneveld;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr;</al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en de artikel 8 van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>Overwegende dat de gemeenteraad bij verordening:</al><al>op grond van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onderdeel g van de Wet
                        werk en bijstand verplicht is om regels te stellen voor het verlenen van
                        categoriale bijzondere bijstand aan een persoon, met een hem ten laste
                        komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt, met betrekking tot
                        kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind;</al><al>dat op grond van het bepaalde in artikel 2, vierde lid onder d van de Wet
                        gemeentelijke schuldhulpverlening de gemeenteraad verplicht is om in een
                        beleidsplan aan te geven hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende
                        minderjarige kinderen wordt vormgegeven en dat de gemeenteraad er in dit
                        beleidsplan voor gekozen heeft om aan deze kinderen eenzelfde vergoeding te
                        verstrekken voor maatschappelijke participatie.</al><al>BESLUIT :</al><al>vast te stellen: Verordening maatschappelijke participatie kinderen</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>1. Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet
                            nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al><al>2. Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. wet: Wet werk en bijstand;</al><al>b. college: het college van burgemeester en wethouders van
                            Barneveld;</al><al>c. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                            betrokken;</al><al>d. uitkeringsgerechtigde: degene die algemene bijstand ontvangt op grond
                            van de wet;</al><al>e. ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie de
                            alleenstaande ouder of gehuwde op grond van artikel 18 van de Algemene
                            Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald of zal worden betaald;</al><al>f. bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke
                            kosten van het bestaan en/of bijzondere bijstand;</al><al>g. bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in
                            artikel 5 onderdeel c van de wet;</al><al>h. maatschappelijke participatie: deelname aan sport of culturele
                            activiteiten teneinde het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en
                            onderhouden van sociale verbanden mogelijk te maken en op die manier
                            deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;</al><al>i. inkomen: het netto-inkomen; derhalve het bruto-inkomen na aftrek</al><al>van de verschuldigde loonheffing en premies ingevolge sociale
                            zekerheidswetten. De in artikel 31, tweede lid van de wet genoemde
                            vrijgelaten middelen worden voor de vaststelling van de hoogte van het
                            inkomen vrijgelaten.</al><al>Indien de inhoud van een begrip bij de toepassing van deze verordening
                            niet eenduidig blijkt te zijn, bepaalt het college de nadere invulling
                            of uitleg van dit begrip.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Doelgroep</titel></kop><al>Tot de doelgroep die in aanmerking kan komen voor de bijstand als
                            bedoeld in deze verordening behoren belanghebbenden zoals bedoeld in
                            artikel 35, vijfde lid van de WWB met een in aanmerking te nemen inkomen
                            van ten hoogste een inkomen zoals bedoeld in artikel 35, negende lid
                            WWB.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Computer</titel></kop><al>Aan een belanghebbende, die behoort tot de doelgroep als bedoeld in
                            artikel 2 met schoolgaande, ten laste komende kinderen, in de leeftijd
                            van 8 tot 16 jaar kan per huishouden een computer inclusief printer
                            worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Onderwijs</titel></kop><al>Aan een belanghebbende, die behoort tot de doelgroep zoals omschreven in
                            artikel 2 met schoolgaande, ten laste komende kinderen wordt voor een
                            kind dat voor de eerste maal het voortgezet onderwijs bezoekt een
                            vergoeding worden verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Sportieve of culturele activiteiten</titel></kop><al>Voor categoriale bijstand voor de kosten van maatschappelijke
                            participatie in de vorm van sportieve of culturele activiteiten komen in
                            aanmerking:</al><al>a. belanghebbenden met ten laste komende kinderen, die behoren tot de
                            doelgroep zoals omschreven in artikel 2 en</al><al>b. belanghebbenden waarvan het inkomen de grens als bedoeld in artikel 2
                            overschrijdt maar waarvan de schulden door de gemeente Barneveld zijn
                            geregeld in een minnelijk schuldhulpverleningstraject of in een
                            wettelijk traject op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke
                            Personen en uitsluitend gedurende dit traject.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels vaststellen ter uitvoering van deze
                            verordening, waaronder begrepen de manier en het tijdstip waarop een
                            belanghebbende de aanvraag moet doen. Het college kan hierbij tevens
                            nadere voorwaarden stellen waaraan de belanghebbende moet voldoen om
                            voor een vergoeding als bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 in aanmerking
                            te komen.</al></artikel><artikel><kop><titel> Artikel 7 Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening als toepassing daarvan
                            leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 december 2012,
                            waarbij artikel 5, onder b terugwerkt tot 3 juli 2012;</al><al>2. De verordening maatschappelijke participatie kinderen zoals
                            vastgesteld bij raadsbesluit van 20 december 2011 wordt met ingang van
                            deze datum ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening maatschappelijke
                            participatie kinderen”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 november 2012</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening maatschappelijke participatie
                            kinderen</titel></kop><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>De mogelijkheid van het verlenen van categoriale bijzondere bijstand
                                voor de kosten in verband met maatschappelijke participatie van
                                schoolgaande kinderen uit arme gezinnen, is per 1 januari 2009 in de
                                Wet werk en bijstand (WWB) opgenomen. Hierbij kan onder andere
                                gedacht worden aan kosten in verband met sport, cultuur of andere
                                activiteiten.</al><al>In de motie Blanksma-Spekman (Kamerstukken II 2009/10, 24 515, nr.
                                181) vraagt de Tweede Kamer de regering om gemeenten die onvoldoende
                                bijdragen het aantal kinderen uit arme gezinnen dat maatschappelijk
                                niet meedoet om financiële redenen, met de helft terug te dringen,
                                financieel af te rekenen door een korting op de algemene uitkering
                                uit het gemeentefonds.</al><al>Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet
                                worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders.
                                Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met
                                het oog op zijn of haar kansen op een zelfredzame toekomst. De
                                regering wil bereiken dat de inkomensondersteuning rechtstreeks aan
                                zoveel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede
                                komt. Daarom is het wenselijk de categoriale bijzondere bijstand aan
                                deze groep in natura en niet als geldbedrag uit te keren.</al><al>Bij de uitvoering van deze motie heeft de regering gekozen voor een
                                uitwerking die recht doet aan het uiteindelijke doel van de motie,
                                namelijk het steviger stimuleren van gemeenten om daadwerkelijk werk
                                te maken het aantal kinderen uit arme gezinnen dat maatschappelijk
                                niet meedoet om financiële redenen terug te dringen.</al><al>In de ‘wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die
                                wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van
                                deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen
                                verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden’ is aan artikel 8,
                                eerste lid onderdeel g toegevoegd, waarin wordt geregeld dat de
                                gemeenteraad in een verordening regels moet stellen met betrekking
                                tot bijzondere bijstand aan een persoon met ten laste komende
                                kinderen voor kosten in verband met maatschappelijke participatie
                                van dat kind. Deze verordening is in de raadsvergadering van 20
                                december 2011 vastgesteld.</al><al>Met ingang van 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke
                                schuldhulpverlening in werking getreden. In verband daarmee heeft de
                                gemeenteraad op 3 juli 2012 een beleidsplan aangenomen waarin als
                                een van de uitgangspunten geldt dat de regeling voor sportieve of
                                culturele activiteiten zoals die geldt voor ouders van schoolgaande
                                kinderen met een inkomen van maximaal 110% van de toepasselijke
                                bijstandsnorm eveneens gaat gelden voor kinderen van ouders die in
                                een minnelijk dan wel wettelijk schuldhulpverleningstraject
                                zitten.</al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</al><al>Voor de begripsbepalingen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de
                                in de wet genoemde begrippen.</al><al>Bij lid 2 onder j wordt vermeld wat onder inkomen wordt verstaan.
                                Het college heeft beleidsvrijheid om te bepalen welke inkomens- en
                                vermogensbestanddelen als middelen in aanmerking worden
                                genomen.</al><al>Opgemerkt wordt dat alle middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2
                                van de WWB worden vrijgelaten zoals bepaalde heffingskortingen,
                                huurtoeslag, een re-integratie premie, de inkomstenvrijlating wegens
                                arbeidsinschakeling, maar ook het vermogen beneden de grens en de
                                langdurigheidstoeslag, zoals omschreven in hoofdstuk 4 van de
                                wet.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 Doelgroep</titel></kop><al>Het gaat bij de toepassing van deze verordening uitsluitend om die
                            personen waarvan het inkomen beneden de grens ligt van 110% van de
                            toepasselijke bijstandsnorm. Met de wijziging van de bijstandswet met
                            ingang van 1 januari 2012 is deze grens in de wet opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 Computer</titel></kop><al>Ter uitvoering van het vijfde lid van artikel 35 is in de Beleidsregels
                            bijzondere bijstand en minimaregelingen Barneveld reeds de mogelijkheid
                            opgenomen om aan bepaalde categorie personen een computer te
                            verstrekken. Gelet op de verordeningsplicht van de raad, is deze
                            computerregeling nu ook opgenomen in deze verordening.</al><al>De computerregeling is ingevoerd voor schoolgaande kinderen in de
                            leeftijd van 8 tot 16 jaar. Volgens een onderzoek van het Nibud heeft op
                            8-jarige leeftijd een kwart van de kinderen een computer op zijn eigen
                            kamer staan. Het percentage bij 13-jarigen is zelfs 48%. Om deze reden
                            is aansluiting gezocht bij de leeftijdsgrens vanaf 8 jaar. Vanaf 16
                            jarige leeftijd kunnen scholieren door het nemen van een bijbaantje
                            gemakkelijker zelf een computer bij elkaar sparen.</al><al>Onder een computer wordt een desktop of laptop verstaan. Ook een printer
                            kan hierbij worden verstrekt.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4 Schoolkosten Aan een gezin met schoolgaande kinderen wordt
                            voor een kind dat voor de eerste maal het voortgezet onderwijs bezoekt
                            een vergoeding verstrekt, omdat de overgang van lagere naar middelbare
                            school extra kosten oplevert.</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 Sportieve of culturele activiteiten</titel></kop><al>In het vijfde lid van artikel 35 is de categoriale bijzondere bijstand
                            aan personen met kinderen die naar school gaan of een beroepsopleiding
                            volgen, opgenomen. Aan hen kan categoriale bijzondere bijstand verleend
                            worden met betrekking tot kosten voor maatschappelijke participatie.
                            Hierbij kan onder andere gedacht worden aan kosten in verband met sport
                            en cultuur. Benadrukt moet worden dat het hierbij gaat om personen met
                            ‘een hen ten laste komend kind’. Dit begrip staat omschreven in artikel
                            4, eerste lid, onderdeel e, van de WWB en houdt in dat het moet gaan om
                            een kind voor wie de aanvrager aanspraak kan maken op
                            kinderbijslag.</al><al>De categoriale bijzondere bijstand aan deze groep wordt in natura en
                            niet als geldbedrag uitgekeerd.</al><al>Met de inwerkingtreding van de aangescherpte WWB per 1 januari 2012 is
                            aan artikel 35 een negende lid toegevoegd, inhoudende dat geen
                            categoriale bijzondere bijstand wordt verleend aan de belanghebbende
                            wiens in aanmerking te nemen inkomen hoger is dan 110 procent van de van
                            toepassing zijnde bijstandsnorm. Met deze maatregel op het terrein van
                            categoriale inkomensondersteuning wil de regering zoveel mogelijk
                            voorkomen dat gemeenten het centrale inkomensbeleid van het rijk met een
                            eigen inkomensbeleid doorkruisen. Het ongericht verstrekken van
                            categoriale gemeentelijke inkomensondersteuning wordt daarom met deze
                            normering beperkt.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 Nadere regels</titel></kop><al>Hoe de categoriale bijzondere bijstand voor de maatschappelijke
                            participatie van kinderen vorm wordt gegeven, wordt nader uitgewerkt in
                            de beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7 Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Het blijkt regelmatig dat er gevallen zijn die niet of nauwelijks met
                            beperkte regelgeving te ondervangen zijn. Er moet ruimte zijn om ook in
                            deze gevallen een aanvraag te beoordelen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel geeft de mogelijkheid tot individualiserend handelen als
                            strikte toepassing van de verordening tot onbillijkheden leidt. Bij het
                            afwijken van de bepalingen kunnen de rechten van belanghebbende op basis
                            van deze verordening niet worden aangetast.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 9 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich zodat een nadere toelichting niet is
                            vereist.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10 Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich zodat een nadere toelichting niet is
                            vereist.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>