<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR232397_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING BESTUURSCOMMISSIE OPENBAAR BASISONDERWIJS GEMEENTE            OMMEN</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommer Nieuws, 08-07-1998</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening bestuurscommissie Openbaar Basisonderwijs gemeente Ommen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>1998-06-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING BESTUURSCOMMISSIE OPENBAAR BASISONDERWIJS GEMEENTE
            OMMEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Deze regeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeenteraad : de raad van de gemeente Ommen;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag : het college van burgemeester en
                                        wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt en indien
                                        de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door
                                        haar te stellen regels;</al></li><li nr="c."><al>de bestuurscommissie</al><al> openbaar onderwijs : de bij dit besluit ingestelde
                                        bestuurscommissie;</al></li><li nr="d."><al>de gemeente : de gemeente Ommen</al></li><li nr="e."><al>openbare basisscholen : de openbare basisscholen gelegen
                                        binnen de gemeente Ommen;</al></li><li nr="f."><al>gemeenschappelijke medezeggenschapsraad : de gemeenschappelijke
                                        medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 28 van de Wet
                                        Medezeggenschap Onderwijs 1992, welke is ingesteld door de
                                        afzonderlijke openbare basisscholen in de gemeente
                                        Ommen;</al></li><li nr="g."><al>medezeggenschapsraad : de medezeggenschapsraad als bedoeld
                                        in artikel 3 van de Wet Medezeggenschap Onderwijs 1992;</al></li><li nr="h."><al>personeel : het personeel in vaste en tijdelijke dienst
                                        verbonden aan de openbare basisscholen;</al></li><li nr="i."><al>de directie : de directie van de afzonderlijke
                                        basisscholen;</al></li><li nr="j."><al>het managementteam : het door het bevoegd gezag ingestelde
                                        directeurenoverleg met bevoegdheden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.2.</nr><titel>Taak en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>De bestuurscommissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="1."><al>de beleidsbepaling en -bewaking t.a.v. alle taken die
                                        samenhangen met de verzorging van het onderwijs aan de
                                        openbare basisscholen;</al></li><li nr="2."><al>het samenwerken met andere publiekrechtelijke lichamen en
                                        privaatrechtelijke rechtspersonen, die een soortgelijk doel
                                        nastreven;</al></li><li nr="3."><al>het samenwerken met de gemeente op het terrein van het
                                        lokaal onderwijs en overige daarvoor in aanmerking komende
                                        beleidsterreinen.</al></li><li nr="4."><al>het bewaken van het karakter van de openbare basisscholen,
                                        t.w. waar onderwijs wordt gegeven op basis van de beginselen
                                        van het openbaar basisonderwijs (algemeen toegankelijk,
                                        vormend en beroepsgericht, met eerbiediging van een ieders
                                        geloofs- of levensovertuiging).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter vervulling van haar taak oefent de bestuurscommissie alle
                                    bevoegdheden uit, die bij of krachtens de wet aan het bevoegd
                                    gezag van de openbare basisscholen zijn toegekend, voorzover
                                    daar in deze verordening niet van is afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van de uitoefening van bevoegdheden met betrekking
                                    tot het aanvragen van nieuwe onderwijsinstellingen, het indienen
                                    van verzoeken tot omzetting, splitsing, fusie en/of
                                    verplaatsing, alsmede opheffing van onderwijsinstellingen doet
                                    de commissie voorstellen aan de gemeenteraad. Bij afwijking van
                                    het commissievoorstel regelt de gemeenteraad de
                                    personele/financiële en organisatorische gevolgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie heeft de bevoegdheden van de gemeenteraad, bedoeld
                                    in artikel 147 van de gemeentewet, voor wat betreft het nemen
                                    van besluiten tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het aangaan van overeenkomsten tot het verrichten van
                                            enkele diensten of tot het aannemen van werk;</al></li><li nr="b."><al>aan- en verkoop van roerende zaken;</al></li><li nr="c."><al>huur en verhuur dan wel het op andere wijze in gebruik
                                            nemen of geven van roerende of onroerende zaken,</al><al> een en ander mits in de uit dergelijke besluiten voor
                                            de gemeente Ommen voortvloeiende financiële gevolgen
                                            passen binnen de door de gemeenteraad goedgekeurde
                                            begroting van de commissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie heeft voorts de bevoegdheid tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoordelen en beslissen of vanwege de gemeente Ommen
                                            een rechtsgeding zal worden gevoerd;</al></li><li nr="b."><al>het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in
                                            als buiten rechte, en het doen van al wat nodig is ter
                                            voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit,
                                            een en ander als bedoeld in artikel 164, eerste lid van
                                            de gemeentewet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bevoegdheden, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid
                                    kunnen door de commissie slechts worden uitgeoefend binnen het
                                    kader van de in artikel 2 omschreven taakstelling.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bevoegdheden kunnen in een directiestatuut worden gemandateerd
                                    aan de schooldirecties. Bevoegdheden ten aanzien van
                                    schooloverstijgend beleid kunnen worden gemandateerd aan het
                                    managementteam openbaar basisonderwijs gemeente Ommen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie is bevoegd sub-commissies in te stellen,
                                    uitsluitend met adviserende bevoegdheden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De commissie geeft de gemeenteraad en het college van
                                    burgemeester en wethouders gevraagd of ongevraagd alle gewenste
                                    adviezen en inlichtingen die verband houden met de uitoefening
                                    van haar taak.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>SAMENSTELLING, INRICHTING EN WERKWIJZE BESTUURSORGAAN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie bestaat uit 7 leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de bestuurscommissie worden door de gemeenteraad,
                                    op bindende voordracht van de gemeenschappelijke
                                    medezeggenschapsraad, gekozen. De voorzitter wordt in functie
                                    gekozen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de bestuurscommissie:</al><lijst><li nr="1."><al>kan iedere basisschool één bestuurslid voordragen;</al></li><li nr="2."><al>worden de overige 3 leden gekozen via een open
                                            sollicitatie, waarbij wordt gestreefd naar een spreiding
                                            van brede maatschappelijke vertegenwoordiging en naar
                                            spreiding van onderwijskundige, financiële en overige
                                            relevante deskundigheden op het werkterrein van de
                                            commissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tenminste 2 leden worden benoemd vanwege deskundigheid en
                                    affiniteit ten aanzien van het primair onderwijs. Indien de
                                    samenstelling van de commissie wegens gewijzigde omstandigheden
                                    niet meer aan deze bepaling voldoet, doet de commissie een
                                    voorstel aan de gemeenteraad om van deze bepaling af te
                                    wijken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de bestuurscommissie onderschrijven de
                                    uitgangspunten van het openbaar onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij tussentijdse vacatures doet de commissie een voorstel aan de
                                    gemeenteraad tot het invullen van deze vacature voor de rest van
                                    de zittingsperiode, met inachtneming van het bepaalde in de
                                    leden 1 tot en met 6 van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de leden van de bestuurscommissie is artikel 26 van de
                                    Gemeentewet van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2.</nr><titel>Inrichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De bestuursorganen van de commissie zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de bestuurscommissie;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de commissie hebben zitting voor een periode van
                                    vier jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de commissie treden af volgens een door de
                                    commissie vast te stellen rooster van aftreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het rooster van aftreden als bedoeld in lid 2 wordt dusdanig
                                    samengesteld, dat sprake is van een evenredig rooster van
                                    aftreden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aftredende leden kunnen onmiddellijk worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden hebben zitting in de commissie zonder last of
                                    ruggespraak.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zodra blijkt dat een lid van de commissie één van de vereisten
                                    van het lidmaatschap niet meer bezit of dat hij handelt in
                                    strijd met het bepaalde in het tiende lid van dit artikel, wordt
                                    hij op voorstel van burgemeester en wethouders door de
                                    gemeenteraad van zijn lidmaatschap vervallen verklaard.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie kan de gemeenteraad voorstellen dat een lid van de
                                    commissie, dat naar het oordeel van de commissie door handelen
                                    of nalaten in ernstige mate afbreuk doet aan het functioneren
                                    van de commissie, uit zijn functie wordt ontheven.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college is bevoegd om een lid van de commissie, dat naar
                                    zijn oordeel door handelen of nalaten in ernstige mate afbreuk
                                    doet aan het functioneren van de commissie, te schorsen en de
                                    gemeenteraad een voorstel te doen om betrokkene uit zijn functie
                                    te ontheffen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Indien binnen 2 maanden na het besluit tot schorsing de
                                    gemeenteraad geen besluit tot ontslag heeft genomen, vervalt het
                                    schorsingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met:</al><lijst><li nr="1."><al>een betrekking bij het openbaar basisonderwijs in de
                                            gemeente Ommen;</al></li><li nr="2."><al>een andere betrekking bij de bestuurscommissie openbaar
                                            basisonderwijs gemeente Ommen;</al></li><li nr="3."><al>het lidmaatschap van het bestuur van enige school voor
                                            het bijzonder onderwijs in de gemeente Ommen;</al></li><li nr="4."><al>het lidmaatschap van de raad van de gemeente Ommen;</al></li><li nr="5."><al>het lidmaatschap van de (gemeenschappelijke)
                                            medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 1 lid
                                            f.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De leden van de commissie mogen middellijk, noch onmiddellijk
                                    deelnemen aan leveringen ten behoeve van de openbare
                                    basisscholen, noch optreden als advocaat of adviseur in
                                    aangelegenheden, waarbij de basisscholen betrokken zijn. Zij
                                    mogen geen voordeel, hoe ook genaamd en in welke vorm ook,
                                    genieten terzake van de basisscholen, noch op grond van hun
                                    lidmaatschap van de commissie, enige gift, provisie of beloning
                                    aannemen.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Het lid dat één van de in het tiende lid bedoelde handelingen
                                    verricht kan door de gemeenteraad van zijn lidmaatschap
                                    vervallen worden verklaard. Ten aanzien van de door de
                                    gemeenteraad aangewezen leden is dan het bepaalde in artikel W9,
                                    eerste t/m vierde lid van de Kieswet van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de bestuurscommissie eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij verlies van de hoedanigheid op grond waarvan men is
                                            benoemd;</al></li><li nr="c."><al>ontslag door de gemeenteraad;</al></li><li nr="d."><al>vervallenverklaring van het lidmaatschap op grond van
                                            artikel 6 lid 10 en 11 van deze verordening inzake
                                            verboden handelingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien
                                    overeenkomstig hetgeen in deze verordening is bepaald omtrent
                                    benoeming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Behoudens in het geval dat toepassing wordt gegeven aan lid 1.d.
                                    van dit artikel blijven de leden hun functie vervullen totdat
                                    hun opvolgers zijn benoemd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3.</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie vergadert tenminste vier keer per jaar en
                                    voorts zo dikwijls dit door de voorzitter dan wel tenminste twee
                                    leden van de commissie nodig wordt geacht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie vergadert tevens wanneer dit door tenminste
                                    twee leden schriftelijk en met opgaaf van redenen aan de
                                    voorzitter wordt gevraagd. In dat geval wordt de vergadering
                                    binnen 14 dagen gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat de uitnodigingen en
                                    agenda, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste één week
                                    voor de dag van de vergadering aan de leden worden
                                    toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elk lid van de commissie is bevoegd om, ter vergadering voor te
                                    stellen een naar zijn oordeel spoedeisend geval of ander
                                    onderwerp aan de agenda toe te voegen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie beslist of en zo ja, in hoeverre aan een voorstel
                                    als bedoeld in het vierde lid gevolg wordt gegeven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in de leden 1 en 2 kan de
                                    bestuurscommissie besluiten om ook over andere onderwerpen te
                                    beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergaderingen van zowel het dagelijks bestuur als van de
                                    voltallige bestuurscommissie kunnen op verzoek van het bevoegd
                                    gezag worden bijgewoond door de schooldirecties bij agendapunten
                                    aangaande de eigen school betreffende. Bij schooloverstijgende
                                    agendapunten kunnen de vergaderingen worden bijgewoond door een
                                    vertegenwoordiging van het managementteam. De schooldirecties
                                    resp. de afvaardiging van het managementteam hebben bij de
                                    betreffende agendapunten een adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De bestuurscommissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund
                                    door een ambtelijk secretaris. Deze is de commissie in al haar
                                    werkzaamheden behulpzaam en woont de vergaderingen van de
                                    bestuurscommissie bij.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering vindt geen doorgang, indien een kwartier na het
                                    aangekondigde tijdstip van de vergadering niet vier van het
                                    totaal aantal leden aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval een vergadering, op grond van het bepaalde in het eerste
                                    lid geen doorgang kan vinden, is de voorzitter bevoegd om in
                                    afwijking van het bepaalde in het voorgaande artikel een nieuwe
                                    vergadering te beleggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien wegens onvoltalligheid op grond van het bepaalde in het
                                    tweede lid een nieuwe vergadering is belegd, beraadslagen en
                                    besluiten de aanwezige leden over de onderwerpen die voor de
                                    eerste vergadering aan de orde waren gesteld, ongeacht het
                                    aantal leden dat aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen
                                    van de leden die aan de stemming hebben deelgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Over personen wordt schriftelijk gestemd, over zaken
                                    mondeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het staken van stemmen wordt het nemen van een besluit tot
                                    een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen
                                    kunnen worden heropend. Indien bij herstemming de stemmen
                                    opnieuw staken is de stem van de voorzitter beslissend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                    personen wordt gestemd bij gesloten en ongetekende
                                    briefjes.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Blanco of ongeldige stembriefjes worden meegeteld voor de
                                    vaststelling van het stemmingsquorum, doch hebben geen invloed
                                    op de besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het uitbrengen van een advies omtrent een voorstel van het
                                    college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad wordt
                                    het minderheidsstandpunt van de bestuurscommissie in het advies
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden onthouden zich van de medestemming over zaken,
                                    benoemingen, schorsingen en ontslagen inbegrepen, die hen, hun
                                    echtgenoten of bloed- of aanverwanten, tot de derde graad
                                    ingesloten, persoonlijk aangaan of waarin zij als gelastigden
                                    zijn betrokken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Behoudens het bepaalde in artikel 9 van deze verordening en het
                                    bepaalde in artikel 56, 3e lid van de Gemeentewet, is een
                                    stemming nietig indien niet meer dan de helft van het aantal
                                    leden, dat zitting heeft en zich niet van medestemmen heeft
                                    onthouden, aan de stemming heeft deelgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de bestuurscommissie zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer tenminste drie van de
                                    aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig
                                    oordeelt.</al><al>De bestuurscommissie beslist vervolgens of met gesloten deuren
                                    zal worden vergaderd. Daarbij wordt ook besloten of niet-leden
                                    van de bestuurscommissie bij de besloten vergadering aanwezig
                                    mogen zijn. Het besluit daartoe behoeft de instemming van
                                    meerderheid van de aanwezige leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan omtrent het in de vergadering
                                    behandelde en omtrent de inhoud van de stukken geheimhouding
                                    opleggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de
                                    behandeling tegenwoordig waren alsmede door hen die op andere
                                    wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht
                                    genomen, totdat de bestuurscommissie de geheimhouding
                                    opheft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan omtrent de inhoud van de stukken in het
                                    voorafgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De
                                    verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij
                                    niet in de eerstvolgende vergadering door de commissie wordt
                                    bekrachtigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg dat plaats en tijdstip, alsmede voor
                                    zover mogelijk de agenda van de vergaderingen zo deze in het
                                    openbaar worden gehouden tijdig worden gepubliceerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter legt de stukken die behandeld worden in een
                                    openbare vergadering voor een ieder ter inzage onmiddellijk na
                                    de verzending van de oproepingen, bedoeld in artikel 8 lid 3.
                                    Van de terinzagelegging wordt melding gemaakt in de publicatie,
                                    bedoeld in lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris is de bestuurscommissie in alles wat de haar
                                    opgedragen taak aangaat, behulpzaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris maakt verslag van de vergaderingen en legt het
                                    verslag in de eerstvolgende vergadering aan de bestuurscommissie
                                    ter vaststelling voor.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de leden van de bestuurscommissie wordt een vergoeding
                                    verstrekt analoog aan de "Verordening geldelijke voorzieningen
                                    raads- en commissieleden".</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de bestuurscommissie ontvangen een vergoeding
                                    conform het gesteld in artikel 4 lid 2 resp. van de
                                    bovengenoemde verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de in lid 1 en 2 bedoelde vergoedingen worden in de
                                    ontwerp-begroting, als bedoeld in artikel 24, middelen
                                    vrijgemaakt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4.</nr><titel>Bevoegdheden bestuurscommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie kan de uitoefening van de door hem te
                                    bepalen bevoegdheden volgens door hem te stellen regels opdragen
                                    aan:</al><lijst><li nr="a."><al>het dagelijks bestuur of</al></li><li nr="b."><al>een commissie met het oog op de behartiging van bepaalde
                                            belangen;</al></li></lijst><al>met uitzondering van het benoemen, schorsen en ontslaan van het
                                    personeel in dienst van de bestuurscommissie, het vaststellen of
                                    wijzigen van de begroting en het voorlopig vaststellen van de
                                    rekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurscommissie stelt een reglement van orde vast voor zijn
                                    vergaderingen en andere werkzaamheden. Hierin wordt in ieder
                                    geval de verhouding tot de directies van de afzonderlijke
                                    basisscholen geregeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurscommissie regelt de inrichting van de
                                    administratie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Samenstelling dagelijks bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, de secretaris
                                    en de penningmeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de
                                    voorzitter, worden door de commissie benoemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dit
                                    nodig oordeelt of indien tenminste twee leden dit
                                    verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet
                                    openbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan slechts besluiten nemen indien ten
                                    minste twee leden aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Besluiten kunnen alleen worden genomen bij meerderheid van
                                    stemmen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien twee leden aanwezig van het dagelijks bestuur aanwezig is
                                    bij het staken van de stemmen de stem van de voorzitter
                                    doorslaggevend; van een zodanig besluit wordt onmiddellijk de
                                    bestuurscommissie in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De secretaris ondertekent alle besluiten en stukken die van de
                                    bestuurscommissie uitgaan. In daartoe in aanmerking komende
                                    gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, worden de stukken
                                    door zowel de voorzitter als de secretaris ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Taak dagelijks bestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de taak van het dagelijks bestuur behoort:</al><lijst><li nr="a."><al>het toezicht op de leiding van de basisscholen;</al></li><li nr="b."><al>het voorbereiden en uitvoeren van het beleid van de
                                            commissie voor zover deze taken en verantwoordelijkheden
                                            in het directiestatuut niet is gemandateerd aan de
                                            schoolleiding;</al></li><li nr="c."><al>het uitvoeren van de besluiten van de
                                            bestuurscommissie;</al></li><li nr="d."><al>het benoemen van het onderwijspersoneel, met
                                            uitzondering van de directeuren;</al></li><li nr="e."><al>het financieel beheer van de bestuurscommissie voor
                                            zover niet bij of krachtens deze regeling aan anderen is
                                            opgedragen;</al></li><li nr="f."><al>de zorg voor zover deze van het dagelijks bestuur
                                            afhangt voor de controle op het geldelijk beheer en de
                                            boekhouding;</al></li><li nr="g."><al>het nemen van alle maatregelen zowel in als buiten
                                            rechte ter voorkoming van verjaring en verlies van recht
                                            of bezit;</al></li><li nr="h."><al>het beheer en het onderhouden van de gebouwen, werken en
                                            inrichtingen die dienen als huisvesting van de openbare
                                            basisscholen;</al></li><li nr="i."><al>het vaststellen van de plannen en voorwaarden van
                                            aanbesteding der werken en leveranties ten behoeve van
                                            de bestuurscommissie;</al></li><li nr="j."><al>het voorstaan van belangen van de
                                            bestuurscommissie;</al></li><li nr="k."><al>het houden van toezicht op alles wat de
                                            bestuurscommissie aangaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur oefent, indien de bestuurscommissie
                                    daartoe besluit en overeenkomstig door dat bestuur te stellen
                                    regelen, de aan de bestuurscommissie toekomende bevoegdheden
                                    uit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn afzonderlijk en tezamen voor
                                het door hen gevoerde bestuur informatie en verantwoording
                                verschuldigd aan de commissie en geven de commissie met betrekking
                                tot het gevoerde bestuur alle verlangde inlichtingen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.5.</nr><titel>Relatie bestuurscommissie met de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurscommissie is verantwoording verschuldigd aan het
                                    college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad en
                                    verstrekt daartoe alle gewenste inlichtingen. Zij zendt voorts
                                    binnen vier weken afschriften van alle door haar genomen
                                    besluiten aan het college van burgemeester en wethouders. Het
                                    college van burgemeester en wethouders kan bepalen, dat kan
                                    worden volstaan met toezending van de notulen van de
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie doet burgemeester en wethouders binnen 2 weken
                                    mededeling van besluiten welke:</al><lijst><li nr="1."><al>inhoudelijk of cijfermatig afwijken van de goedgekeurde
                                            begroting;</al></li><li nr="2."><al>direct of indirect van invloed zijn op de financiële
                                            gelijkstelling met het bijzonder onderwijs, dan wel een
                                            overschrijdings-risico in zich dragen;</al></li><li nr="3."><al>direct of indirect de grondslag(en) en/of de reikwijdte
                                            van het openbaar basisonderwijs raken;</al></li><li nr="4."><al>anderszins aanwijsbaar inbreuk (kunnen) maken op het
                                            gemeente-belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Besluiten als bedoeld in lid 2 mogen worden uitgevoerd indien
                                    burgemeester en wethouders niet binnen twee weken een standpunt
                                    hebben medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is in het bijzonder
                                    belast met het toezicht op eventuele overschrijdingen van de
                                    bevoegdheden door de bestuurscommissie, hieronder begrepen het
                                    bewaken van de in de begroting van het desbetreffende
                                    werkterrein gegeven ramingen van inkomsten en uitgaven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders doet - waar nodig -
                                    verslag van de gedane overschrijdingen aan de gemeenteraad met
                                    een voorstel tot het nemen van de naar haar oordeel geëigende
                                    maatregelen. Over dit voorstel wordt door de bestuurscommissie
                                    een gemotiveerd advies uitgebracht aan de gemeenteraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>De commissie brengt jaarlijks schriftelijk verslag uit van haar
                                werkzaamheden aan de raad.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.6.</nr><titel>Schorsing van besluiten; beroep op de gemeenteraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders schorst een besluit
                                    van de bestuurscommissie, dat naar zijn oordeel in strijd is met
                                    de wet en/of het gemeentebelang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders brengt een in lid 1
                                    bedoeld besluit tot schorsing terstond ter kennis van de
                                    gemeenteraad met het verzoek een beslissing te nemen omtrent het
                                    al dan niet strijdig zijn van het besluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurscommissie brengt over het geschorste besluit terstond
                                    een gemotiveerd advies uit aan de gemeenteraad. De gemeenteraad
                                    neemt een met reden omkleed besluit en regelt zo nodig de
                                    gevolgen van zijn beslissing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de beslissing van de gemeenteraad, als bedoeld in lid 3,
                                    de verklaring inhoudt dat het besluit van de bestuurscommissie
                                    in strijd is met de wet en/of het gemeente belang, dan doet het
                                    college van burgemeester en wethouders hiervan onmiddellijk
                                    mededeling aan de bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bestuurscommissie neemt binnen een maand na ontvangst van het
                                    in lid 4 bedoelde bericht een nieuw besluit met inachtneming van
                                    de beslissing van de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de gemeenteraad van mening is dat het besluit van de
                                    bestuurscommissie niet in strijd is met de wet en/of het belang
                                    van de gemeente, dan vervalt het besluit tot schorsing van
                                    rechtswege.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergadering waarin wordt beraadslaagd over het uitbrengen
                                    van een gemotiveerd advies als bedoeld in lid 3, is artikel 8
                                    van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>DE ADMINISTRATIE</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1.</nr><titel>Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie biedt jaarlijks voor 1 april aan het college van
                                    burgemeester en wethouders aan een ontwerp van de begroting met
                                    toelichting voor het jaar daaropvolgend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie biedt jaarlijks voor 15 februari aan het college
                                    van burgemeester en wethouders aan een ontwerp van de rekening
                                    met toelichting voor het jaar daaraan voorafgaand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De door de commissie ingediende voorstellen worden ongewijzigd
                                    door het college overgenomen, tenzij deze naar het oordeel van
                                    het college in strijd zijn met het recht, het algemeen en/of het
                                    financieel belang van de gemeente. Het financieel belang van de
                                    gemeente mag daarbij niet zodanig worden geïnterpreteerd dat
                                    minder beschikbaar wordt gesteld dan de rijksvergoedingen voor
                                    het openbaar basisonderwijs. Van de gang van zaken doet het
                                    college verslag bij de aanbieding van de financiële stukken aan
                                    de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Viermaandelijks rapporteert de commissie aan burgemeester en
                                    wethouders conform de door burgemeester en wethouders
                                    vastgestelde voorschriften met betrekking tot de gemeentelijke
                                    management rapportage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>ORGANISATIE EN PERSONEEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>De commissie is bevoegd voor de uitoefening van haar taken
                            dienstverleningscontracten af te sluiten en/of een
                            ondersteuningsapparaat in het leven te roepen en daartoe personeel in
                            dienst te hebben, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Archivering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de
                                bestuurscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het beheer c.a. van het archief zijn van toepassing de
                                bepalingen van de Archiefwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er dient ten minste sprake te zijn van een:</al><lijst><li nr="a."><al>financieel archief;</al></li><li nr="b."><al>leerlingen archief;</al></li><li nr="c."><al>personeels archief.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Nadere voorschriften</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ter uitvoering van deze
                            verordening nadere voorschriften geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Wijziging of intrekking verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening geldt voor onbepaalde tijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie kan een verzoek tot wijziging of intrekking van deze
                                verordening indienen bij de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de overige gevallen wordt deze verordening door de gemeenteraad
                                niet eerder gewijzigd dan na overleg door burgemeester en wethouders
                                met de commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit tot intrekking van deze verordening kan niet eerder
                                worden genomen dan na overleg door burgemeester en wethouders met de
                                commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In alle zaken de commissie betreffende waarin deze verordening
                                    niet voorziet, nemen burgemeester en wethouders een beslissing,
                                    gehoord de commissie.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking op 1 januari 1999.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                    bestuurscommissie Openbaar Basisonderwijs gemeente
                                    Ommen".</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting "Verordening bestuurscommissie Openbaar Onderwijs gemeente Ommen"</label></kop><al>Uitgangspunt van de verordening is dat aan de bestuurscommissie alle
                            bevoegdheden worden overgedragen die het college van burgemeester en
                            wethouders resp. de gemeenteraad heeft als bevoegd gezag van het
                            openbaar basisonderwijs. Voorzover hiervan wordt afgeweken is dit in de
                            verordening nader uitgewerkt. Onderstaand volgt, voor zover
                            noodzakelijk, een toelichting per artikel.</al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><al/><al>In dit artikel worden de begripsbepalingen omschreven.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al/><al>In dit artikel worden de taken van de bestuurscommissie beschreven.</al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al/><al>In dit artikel worden de bevoegdheden van de bestuurscommissie
                            beschreven. In lid 2 van dit artikel zijn die onderdelen benoemd waarop
                            de bestuurscommissie geen beslissing mag nemen.</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al/><al>De bestuurscommissie bestaat uit 7 leden. In principe zijn het leden die
                            een binding hebben met het openbaar onderwijs. De afzonderlijke openbare
                            basisscholen kunnen bestuursleden voordragen. Deze leden hoeven geen
                            binding te hebben met de betreffende openbare basisschool.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al/><al>Uitgangspunt is een zittingsduur van vier jaar. Deze periode is niet
                            gekoppeld aan de zittingsperiode van de gemeenteraad. Door de commissie
                            wordt een rooster van aftreden opgesteld. Het rooster van aftreden zal
                            betekenen dat jaarlijks 1 resp. 2 leden aftreden. Teneinde in de eerste
                            jaren een te grote wisseling te voorkomen is het wenselijk het rooster
                            van aftreden te hanteren vanaf het derde jaar dat de commissie
                            functioneert.</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al/><al>De vergaderfrequentie wordt door de bestuurscommissie zelf nader
                            geregeld. Indien wordt afgeweken van de vastgestelde vergaderfrequentie
                            (bijv. op verzoek van twee leden en in spoedeisende zaken) bepaalt de
                            voorzitter datum en tijdstip van de vergadering.</al><al>Als de bestuurscommissie resp. het dagelijks bestuur het noodzakelijk
                            vindt dat een lid van het managementteam openbaar basisonderwijs de
                            vergadering bijwoont wordt betrokkene hiertoe uitgenodigd.</al><al>De bestuurscommissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een
                            ambtelijk secretaris. De bestuurscommissie onderneemt hiertoe zelf de
                            noodzakelijke stappen en bepaalt wie hiervoor wordt aangetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 15</vet></al><al/><al>De leden van de bestuurscommissie worden gelijkgesteld aan plv. leden
                            van een raadscommissie. De aan deze leden toegekende vergoeding wordt op
                            gelijke wijze beschikbaar gesteld aan de leden van de
                            bestuurscommissie.</al><al/><al><vet>Artikel 18</vet></al><al/><al>Het dagelijks bestuur moet adequaat kunnen handelen. Voorkomen moet
                            echter worden dat op het moment dat twee leden van het dagelijks bestuur
                            aanwezig zijn (w.o. de voorzitter) en de stemmen staken, een besluit
                            wordt uitgevoerd waarbij de stem van de voorzitter doorslaggevend is. Op
                            het moment dat een zodanig besluit wordt genomen moet onmiddellijk de
                            bestuurscommissie hiervan in kennis worden gesteld. Het wordt dan
                            mogelijk om de uitvoering van een besluit op te schorten.</al><al/><al><vet>Artikel 19</vet></al><al/><al>Bij het uitvoeren van haar taak is het dagelijks bestuur gehouden aan
                            afspraken die binnen het bestuurlijk overleg onderwijs worden gemaakt.
                            Te denken valt aan het meerjarenonderhoudsprogramma onderwijsgebouwen,
                            dat door een extern bureau is opgesteld. Het benoemen van de directeuren
                            is een aangelegenheid van het voltallige bestuur van de
                            bestuurscommissie. Deze aangelegenheid wordt niet door het dagelijks
                            bestuur alleen uitgeoefend.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 21</vet></al><al/><al>In die situatie dat het bestuur een besluit moet nemen met gevolgen
                            waarin binnen de toegekende bevoegdheden niet is voorzien, moet dit
                            besluit zo spoedig mogelijk aan het college van burgemeester en
                            wethouders worden medegedeeld. Het besluit mag niet eerder worden
                            uitgevoerd dan nadat het college haar standpunt aan de commissie heeft
                            medegedeeld. Heeft het college niet binnen twee weken nadat zij van het
                            besluit kennis heeft kunnen nemen gereageerd, dan kan de commissie het
                            besluit ook uitvoeren.</al><al/><al><vet>Artikel 27</vet></al><al/><al>Voor het bijhouden van het archief zijn de bepalingen van de Archief­wet
                            van toepassing. De financiële stukken worden in eerste instantie bewaard
                            op een door de bestuurscommissie vast te stellen plaats. Bij het
                            indienen van de jaarrekening en het jaarverslag overhandigt de
                            bestuurs­commis­sie gelijktijdig de financiële stukken. Deze worden
                            binnen het gemeentehuis gearchi­veerd.</al><al/><al>Het leerlingenarchief (w.o. de leerlingenadministratie) wordt op
                            school­niveau bewaart. Voor het personeelsarchief stelt de
                            bestuurs­commissie nadere voorwaarden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>