<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR231925_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE OMMEN 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommer Nieuws, 08-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Ommen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149, Wet inburgering, art. 8, 19, lid 5, 19a, lid 1, 23, lid 3, 24a, lid 5, 24f, 35, Besluit inburgering, art. 4.27, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-7531</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE OMMEN 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Ommen;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="c."><al>inburgeringsplichtigen: duurzaam verblijvende vreemdelingen
                                        (zonder Nederlandse nationaliteit)</al></li><li nr="d."><al>vrijwillige inburgeraars: EU/EER onderdanen of
                                        genaturaliseerde Nederlanders of Antilianen of Arubanen met
                                        de Nederlandse nationaliteit.</al></li><li nr="e."><al>inburgeraar: de inburgeringsplichtige en de vrijwillige
                                        inburgeraar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeraars op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringvoorzieningen of
                                taalkennisvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beoordeelt eens in de vier jaren de doeltreffendheid en
                                doelmatigheidvan de informatieverstrekking aan de inburgeraars en
                                rapporteert daarover aan de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de groepen inburgeraars aan waarvoor hij bij
                                voorrang een inburgeringsvoorziening kan toekennen of vaststellen op
                                basis van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>afstand tot de arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>het hebben van een opvoedtaak;</al></li><li nr="c."><al>het inkomen van de belanghebbende;</al></li><li nr="d."><al>de motivatie van de belanghebbende;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling de weging van deze
                                voorrangscriteria vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inburgeringvoorziening wordt samengesteld met inachtneming van de
                                volgende</al><al> doelstellingen:</al><lijst><li nr="a."><al>het behalen inburgeringexamen of staatsexamen Nederlands als
                                        tweede taal I of II;</al></li><li nr="b."><al>het vergroten arbeidsparticipatie; en/of</al></li><li nr="c."><al>het vergroten maatschappelijke participatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De taalkennisvoorziening wordt samengesteld met de doelstelling
                                verwerving en versterking van de kennis van de Nederlandse taal die
                                noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                                beroepsopleiding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringvoorziening, met uitzondering van de
                                inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of
                                taalkennisvoorziening na onderzoek af op het startniveau en de
                                vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke
                                positie van de inburgeraar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt het verzoek van de inburgeraar om in
                                aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een
                                persoonlijk inburgeringsbudget op basis van:</al><lijst><li nr="a."><al>een door de inburgeraar ingediend voorstel van een
                                        persoonlijk duaal inburgeringsplan;</al></li><li nr="b."><al>een begeleidend advies van de klantmanager;</al></li><li nr="c."><al>een bereidverklaring van de inburgeraar tot het sluiten van
                                        een overeenkomst met gemeente en aanbieder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeraar voor het uitvoeren
                                van het ingediende persoonlijk duaal inburgeringsplan goed, indien
                                dit:</al><lijst><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of
                                        staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, dan
                                        wel</al></li><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis
                                        van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk
                                        is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau
                                        1 of 2, en</al></li><li nr="-"><al>wordt verzorgd door een aanbieder inburgering en/of
                                        re-integratie die staat ingeschreven in het handelsregister
                                        van de Kamer van Koophandel en die in NT2-scholing voorziet
                                        door de inzet van een daartoe bevoegd docent resp. daartoe
                                        bevoegde docenten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit de inburgeraar een
                                overeenkomst met de gemeente en het inburgeringsbedrijf, waarin
                                tevens de betalingsregeling is vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in beginsel in één keer betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het innen van de eigen bijdrage begint niet eerder dan drie maanden
                                na beëindiging van het inburgeringstraject of de
                                taalkennisvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien degene die een eigen bijdrage verschuldigd is algemene
                                bijstand ontvangt, verrekent het college, indien mogelijk de eigen
                                bijdrage met de algemene bijstand, het college legt dit vast in de
                                beschikking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Toekennen van een deelname bonus</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de inburgeraar, die een eigen bijdrage als bedoeld in artikel
                                23, tweede lid van de wet is verschuldigd, is geslaagd voor het
                                inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I
                                of II, wordt hem eenmalig een bonus ter hoogte van het bedrag van de
                                eigen bijdrage uitgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige, die een eigen bijdrage, als bedoeld
                                in artikel 23, tweede lid, van de wet is verschuldigd, op grond van
                                artikel 31 van de wet wordt ontheven van zijn of haar
                                inburgeringsplicht wordt hem of haar de eigen bijdrage
                                kwijtgescholden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de inburgeraar
                                van wie het college op grond van door de inburgeraar aantoonbaar
                                geleverde inspanning van oordeel is dat het voor hem of haar
                                redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te
                                behalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeraar bij beschikking een of meer van de
                            volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of
                                    taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden aan het college indien door ziekte of door andere
                                    relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de
                                    beschikking kan worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringvoorziening of
                                taalkennisvoorziening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringvoorziening of
                                        taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en plichten van de
                                        inburgeraar;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringexamen moet zijn
                                        behaald;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van betaling van de eigen bijdrage, bedoeld in
                                        artikel 23, tweede lid, van de wet; en</al></li><li nr="e."><al>in geval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                        handhaving van de inburgeringplicht, bedoeld in artikel 26
                                        van de wet, aanvangt.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125,-- indien de
                                inburgeraar of de persoon ten aanzien van wie het college op
                                redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,-- indien de
                                inburgeraar geen of onvoldoende medewerking verleent aan de
                                uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in
                                artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld
                                in artikel 8 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de
                                inburgeraar niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet
                                bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel
                                31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het
                                inburgeringsexamen heeft behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250,-- indien de inburgeraar zich
                                binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
                                tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de inburgeraar zich
                                binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,-- indien de
                                inburgeraar niet binnen de door het college op grond van artikel 32
                                of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft
                                behaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Afstemmming van de bestuurlijke boete</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er wordt geen bestuurlijke boete, zoals bedoeld in artikel 10 en11
                                van deze verordening, opgelegd voor zover de overtreding niet aan de
                                overtreder kan worden verweten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de bestuurlijke boete bedoeld in artikel 10 en 11 van
                                deze verordening wordt afgestemd op de ernst van de overtreding en
                                de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de afstemming bedoeld in het tweede lid wordt zo nodig rekening
                                gehoudenmet de omstandigheden waaronder de overtreding heeft plaats
                                gevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            identificatieplicht. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Budgetplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de
                                voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat
                                in aanmerking komt voor een voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><al>De Verordening Wet Inburgering 2007 wordt met ingang van
                            inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken.</al><al>Deze verordening treedt in werking één dag na publicatie en werkt terug
                            tot 1 november 2010. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Ommen 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ommen/i152672.pdf">Toelichting</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>