<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR231891_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van riolheffing 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Arnhem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Arnhemse koerier, 27 november 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-11-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-12-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W 24-09-2013, doc nr. 2013.0.089.901; zaak 2013-09-00558</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING
            2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                    voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of
                                    transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom,
                                    in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater
                                    of grondwater.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Aard van de belasting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                    bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                    afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                    ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen
                                    teneinde structureel nadelige gevolgen van de</al><al> grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel
                                    mogelijk te voorkomen of te beperken. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van
                                waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                                afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar de waarde in het economisch verkeer
                                van het perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het
                                economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar
                                geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van
                                de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de
                                heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige
                                toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en
                                20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Belastingtarieven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>1.Het belastingbedrag is een percentage van de heffingsmaatstaf
                            (WOZ-waarde). </al><al>Het percentage bedraagt voor het gebruikersdeel: </al><al>a. voor woningen 0,0955%</al><al>b.voor niet-woningen 0,0893%</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Belastingjaar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Wijze van heffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag opgelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Ontstaan van de belastingschuld </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 9,00 worden niet geheven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid wordt het
                                totaal van de op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingaanslag.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De rioolheffing moet zijn betaald uiterlijk op de laatste dag
                                    van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is gesteld. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid kan een aanslag in acht gelijke
                                    termijnen worden betaald, indien aan de navolgende voorwaarden
                                    is voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanslag is opgelegd in het belastingjaar waarop de
                                            aanslag betrekking heeft; </al></li><li nr="b."><al>het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                            aanslagen en andere heffingen moet niet meer zijn dan €
                                            5.000,00; </al></li><li nr="c."><al>de verschuldigde bedragen moeten door middel van
                                            automatische betalingsincasso van de betaalrekening van
                                            de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven.</al></li></lijst></li></lijst><al>De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van
                            de volgende termijnen telkens een maand later. </al><al>3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>1 De ‘Verordening rioolheffing 2013' van 5 november 2013 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><lijst><li nr="2"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag
                                    na die van bekendmaking.</al></li><li nr="3"><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></li></lijst><al>4 Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening
                            rioolheffing 2014'.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>