<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR231641_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommer Nieuws, 14-07-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149, Wet sociale werkvoorziening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-7526</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING BEGELEID WERKEN WET SOCIALE WERKVOORZIENING</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Ommen;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet sociale werkvoorziening, zoals de tekst luidt van het
                                Staatsblad 564, uitgegeven op zevenentwintig december 2007;</al></li><li nr="c."><al>periodieke subsidie: een periodieke subsidie en overige aan de
                                werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten in
                                verband met de in dienstname door de werkgever van Wsw
                                geïndiceerden;</al></li><li nr="d."><al>ingezetenen: degenen die op grond van hun inschrijving in de
                                Gemeentelijke Basis Administratie geacht worden hun werkelijke
                                woonplaats in de gemeente Ommen te hebben;</al></li><li nr="e."><al>geïndiceerd: blijkens een indicatiebeschikking of
                                herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de wet tot de
                                doelgroep behoren; </al></li><li nr="f."><al>begeleid werken: een reguliere dienstbetrekking onder aangepaste
                                omstandigheden als bedoeld in artikel 7 van de wet;</al></li><li nr="g."><al>dienstverband: een dienstverband heeft een omvang van maximaal 32
                                uur per week, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen;</al></li><li nr="h."><al>loonwaardemeting: een loonwaardemeting is een objectief onderzoek
                                naar de loonwaarde (om de productiviteit vast te stellen) en het
                                ontwikkelpotentieel van een geïndiceerde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verstrekking budget begeleid werken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college geeft opdracht aan een uitvoeringsorganisatie om vanaf de
                            wachtlijst SW-geïndiceerden ingezetenen te plaatsen en verstrekt
                            daarvoor een budget begeleid werken zoals beschreven in deze
                            verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar
                            recht op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, indien
                            werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de
                            arbeidsplaats voor de Wsw-geïndiceerde adequaat wordt ingevuld, zulks
                            ter beoordeling van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
                                    als het geen publiekrechtelijke organisatie is;</al></li><li nr="b."><al>de aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op
                                    de indicatiestelling en mogelijkheden van de Wsw-geïndiceerde,
                                    als passend aan te merken;</al></li><li nr="c."><al>de duur van het dienstverband bedraagt tenminste zes maanden,
                                    met een mogelijkheid tot verlenging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al>de begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van
                                    Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>de begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn
                                    gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep c.q. de
                                    Wsw-geïndiceerde voor wie het Persoonsgebonden budget is
                                    bestemd;</al></li><li nr="c."><al>de begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring
                                    in begeleiden met Wsw-geïndiceerden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De wijze van bepaling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt na een positieve beoordeling van het subsidieverzoek
                            van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de subsidie aan de werkgever
                            vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de bepaling van een periodieke subsidie wordt de feitelijke omvang
                            van het dienstverband gerelateerd aan de maximale omvang van het
                            dienstverband.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De grondslag van een periodieke subsidie is 75% van het wettelijk
                            minimumloon, verhoogd met de werkgeverslasten Wsw. Vigerende
                            afdrachtverminderingen worden in mindering gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een periodieke subsidie wordt gebaseerd op het uitkeringspercentage van
                            de arbeidshandicapcategorie vermenigvuldigd met de relatieve omvang van
                            het dienstverband en vermenigvuldigd met de grondslag van de
                            subsidie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan besluiten om de hoogte van de periodieke subsidie vast
                            te stellen op basis van een loonwaardemeting op de werkplek. Daarbij kan
                            een extern deskundige worden ingeschakeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De hoogte van een periodieke subsidie, die vastgesteld is door een
                            loonwaardemeting, is gelijk aan het bedrag dat de uitkomst is van de
                            vermenigvuldiging van de hoogte van het gemeten arbeidsdefect
                            (verminderde loonwaarde) met het (CAO-) loon van een werknemer met een
                            identiek takenpakket bij de werkgever per ingangsdatum van de
                            arbeidsovereenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Herziening van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tijdens de loonwaardemeting wordt, met het oog op het
                            ontwikkelpotentieel van Wsw geïndiceerde ingezetene, de frequentie van
                            de loonwaardemetingen vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever en/of de werknemer kan tussentijds een
                            periodieke subsidie worden herzien als hier, gelet op de ontwikkeling
                            van de arbeidsproductiviteit van de werknemer, aanleiding voor is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De periodieke subsidie kan ambtshalve worden gewijzigd als hier gerede
                            aanleiding toe is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de productiviteit is gewijzigd en gevalideerd wordt door de
                            loonwaardemeting, wordt de hoogte van de periodieke subsidie vastgesteld
                            zoals staat vermeld in artikel 4 lid 6. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie geeft in een ontwikkelingsplan gemotiveerd
                            aan welke begeleiding nodig is en hoeveel uren daarvoor nodig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang
                            van het aantal uren begeleiding kan worden vastgesteld tijdens de
                            loonwaardemeting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding van de begeleidingskosten is gebaseerd op
                            ten hoogste 15% van het aantal door de desbetreffende werknemer voor de
                            werkgever gewerkte uren, waarbij de omvang van de begeleiding van de
                            werkgever niet hoger mag zijn dan 5% en voor begeleiding van de
                            werknemer niet hoger dan 10%. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De opdracht aan de begeleidingsorganisatie (eventueel vanuit de
                            loonwaardemeting) en de te vergoeden kosten van de
                            begeleidingsorganisatie worden vastgelegd in een contract. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken van
                            een begeleid werkenplaats bedragen maximaal 1/8<sup>e</sup> van de
                            beschikbare Rijkssubsidie Wsw voor die arbeidsplaats in het
                            aanvraagjaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken van
                            een begeleid werkenplaats komen alleen voor vergoeding in aanmerking als
                            dit leidt tot het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als
                            uit een deskundigenrapport blijkt dat aanpassingen op de werkplek
                            noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk
                            is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten
                            voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal
                            en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet
                            in aanmerking voor vergoeding door het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                            dienstverband van minimaal twaalf maanden, behalve wanneer de
                            persoonsgerelateerde aanpassing meegenomen kan worden naar een andere
                            werkplek/werkgever.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanpassingen waarvan de kosten meer dan 1/8<sup>e</sup> van de maximaal
                            beschikbare Rijkssubsidie WSW voor die arbeidsplaats in het aanvraagjaar
                            bedragen komen niet voor vergoeding in aanmerking. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                            uitvoeringskosten</titel></kop><al>Het college stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de
                        rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk
                        te verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende
                        kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door middel
                            van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt mede-ondertekend
                            door werkgever en de begeleidingsorganisatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier
                            vaststellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Cumulatie van kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het totaal van de kosten inzake uitvoeringskosten, de periodieke
                            subsidie, de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de aanpassing
                            van de werkplek het voor de geïndiceerde Wsw-er het beschikbare
                            subsidiebedrag zoals genoemd in artikel 7 lid 2 sub b van de Wsw
                            overschrijdt, kan het college besluiten geen subsidie of een
                            gedeeltelijke subsidie te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de werkgever voor de Wsw geïndiceerde werknemer uit andere hoofde
                            vergoedingen ontvangt, vanwege de aanpassing van de arbeidsplaats van de
                            Wsw geïndiceerde werknemer of de arbeidsongeschiktheid van de Wsw
                            geïndiceerde werknemer, dan worden deze bedragen in mindering gebracht
                            op de vergoedingen die op grond van artikel 4 en/of artikel 7 van deze
                            verordening worden verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van
                            alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste acht weken verdagen. Het
                            college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van de periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                worden aangepast;</al></li><li nr="b."><al>de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst en de ingangsdatum van de
                                subsidieverstrekking; </al></li><li nr="c."><al>wijze van vaststelling van de subsidie;</al></li><li nr="d."><al>de verplichtingen van de werkgever;</al></li><li nr="e."><al>Primaire redenen om de periodieke subsidie te beëindigen, te weten:
                                einde arbeidsovereenkomst of ontbreken SW-indicatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever verstrekt binnen éénweek na afloop van een maand
                            aan het college de loonstrook van de betreffende werknemer over die
                            maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de periodieke subsidie vast en draagt zorg voor
                            betaalbaarstelling van de subsidie binnen twee weken na overleg van deze
                            loonstrook. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan personen aanwijzen die zijn belast met het toezicht op
                            de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening of van
                            verplichtingen in de Awb.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan subsidies op grond van deze verordening is de verplichting verbonden
                            dat de subsidieontvanger aan een toezichthouder alle medewerking
                            verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van
                            zijn bevoegdheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvrager van subsidie en/of de subsidieontvanger doet onmiddellijk
                            schriftelijk mededeling aan het college van alle feiten en
                            omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de beslissing op de
                            aanvraag dan wel voor een beslissing tot wijziging, intrekking of
                            vaststelling van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidieontvanger doet in ieder geval onmiddellijk melding van
                            wijzigingen in de aard, de duur en omvang van het dienstverband van de
                            werknemer.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidieontvanger bewaart alle bewijsstukken die aan de
                            subsidieverstrekking en ontvangst ten grondslag liggen, tenminste drie
                            jaar na de vaststelling van de subsidie en stelt deze op verzoek ter
                            beschikking voor controledoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tegen beslissingen over subsidies genomen op grond van deze verordening
                            kan bezwaar worden aangetekend. Procedures zoals vermeld in de Algemene
                            Wet Bestuursrecht zijn daarbij van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Begeleid Werken Wet
                            sociale werkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zij treedt in werking op 1 juli 2008.</al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ommen/i152371.pdf">Artikelsgewijze toelichting</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>