<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR23164_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling wind- en waterdicht Hembrugterrein</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2010, nr. 45</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling wind- en waterdicht Hembrugterrein</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening Zaanstad</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-03-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/2010/62131</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Subsidie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieregeling wind- en waterdicht Hembrugterrein</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad,</al><al/><al><vet>Overwegende:</vet></al><al/><al>dat de gemeente het belang onderkent om het verval van monumentale panden op
                        het Hembrugterrein tegen gaan en dat activiteiten in dat kader voor een
                        subsidie in aanmerking kunnen komen; </al><al/><al>dat het wenselijk is om in dat kader nadere regels voor subsidiëring vast te
                        stellen voor het wind- en waterdicht maken van de monumentale panden op het
                        Hembrugterrein; </al><al/><al><vet>gelet op:</vet></al><al/><al>de Algemene Subsidieverordening Zaanstad en de Algemene wet bestuursrecht; </al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>SUBSIDIEREGELING WIND- EN WATERDICHT HEMBRUGTERREIN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Zaanstad.</al></li><li nr="2."><al>regeling: de subsidieregeling wind- en waterdicht
                                    Hembrugterrein.</al></li><li nr="3."><al>pand/object</al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke monument: pand en object, gelegen op het
                                            Hembrugterrein, geregistreerd op de gemeentelijke
                                            monumentenlijst volgens de Monumentenverordening
                                            Zaanstad 2005.</al></li><li nr="b."><al>rijksmonument: pand en object, gelegen op het
                                            Hembrugterrein, opgenomen in het monumentenregister,
                                            zoals bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet
                                            1988.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Hembrugterrein: gebied, zoals aangegeven op de bij deze regeling
                                    behorende kaart. </al></li><li nr="5."><al>eigenaar: de rechthebbende, degene die het pand/object in
                                    eigendom heeft.</al></li><li nr="6."><al>wind- en waterdicht maken; het wind- en waterdicht maken van een
                                    pand of complex, zodat het niet verder vervalt. </al></li><li nr="7."><al>instandhouding: de onderhoudswerkzaamheden aan een pand of
                                    object alsmede werkzaamheden die het normale onderhoud te boven
                                    gaan en die voor het herstel van het pand noodzakelijk
                                    zijn.</al></li><li nr="8."><al>subsidiabele kosten: kosten die gericht zijn op wind- en
                                    waterdicht maken zoals vermeld in artikel 1 lid 5. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling is van toepassing op door het college te verstrekken
                                geldelijke bijdragen ten behoeve van panden/objecten, voor
                                werkzaamheden als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover in een onderwerp in deze regeling niet is voorzien, is de
                                Algemene Subsidieverordening Zaanstad van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van de in deze regeling vermelde definities,
                                voorwaarden en beperkingen stelt het college de subsidiabele kosten
                                als bedoeld in artikel 1, lid 8 vast onder toepassing van de
                                “Leidraad BRIM Subsidiabele Instandhoudingskosten, (hoofdstuk 1;
                                paragrafen 00, 01, 05, 10, 14, 20, 21, 22, 24, 25, 30, 33, 34, 35,
                                36, 46, 50, 51, 52, 60)” van de Rijksdienst voor het Cultureel
                                Erfgoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer werkzaamheden worden verricht door de eigenaar – anders dan
                                in de uitoefening van zijn bedrijf – al dan niet met behulp van
                                anderen, zonder dat er bij de hulp sprake is van uitoefening van een
                                bedrijf - zijn (vervangende) “loonkosten” niet subsidiabel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de subsidiabele kosten worden afgetrokken die kosten, die op
                                grond van een verzekering worden gedekt, alsmede de kosten die via
                                een andere regeling zijn of kunnen worden gefinancierd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De maximaal te verstrekken subsidie per monument is €
                                500.000,--</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidiabele periode, subsidieplafond en wijze van
                                verdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidiabele periode begint op de datum van inwerkingtreding van
                                deze regeling, als bedoeld in artikel 18 en eindigt op 31 december
                                2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze subsidieregeling heeft een subsidieplafond van € 2,5 miljoen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ingevolge deze regeling beschikbare subsidie wordt verdeeld in de
                                volgorde van binnenkomst van de aanvragen met dien verstande dat,
                                indien de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet
                                bestuursrecht gelegenheid tot aanvulling van de aanvraag heeft
                                gekregen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen als datum van
                                ontvangst van de aanvraag geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieaanvraag wordt door of namens de eigenaar bij het
                                    college ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>door middel van een daartoe bestemd formulier,</al></li><li nr="b."><al>ondertekend door de aanvrager.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de aanvraag wordt tenminste gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de technische staat van het
                                            monument, waarin de gebreken van het monument nauwkeurig
                                            vermeld staan, in drievoud;</al></li><li nr="b."><al>een op de onder a bedoelde beschrijving gebaseerd bestek
                                            of gebaseerde werkomschrijving per onderdeel van de toe
                                            te passen constructies, materialen, afwerkingen en
                                            kleuren alsmede van de wijze van verwerking daarvan, in
                                            drievoud;</al></li><li nr="c."><al>een in hoeveelheden, materialen en uren gespecificeerde
                                            begroting van de kosten, in drievoud;</al></li><li nr="d."><al>tekeningen, waarop zowel de bestaande als de te maken
                                            nieuwe toestand van het gemeentelijk monument staan, in
                                            drievoud;</al></li><li nr="e."><al>indien bekend de naam en het adres van de architect en
                                            de aannemer(s);</al></li><li nr="f."><al>een kopie van de voor de subsidiabele werkzaamheden
                                            benodigde vergunningen, ontheffingen en dergelijke.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het college kan van de aanvrager nadere gegevens verlangen, voor
                                    zover dat voor de beoordeling van de aanvraag nodig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Subsidieverlening en beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een subsidieaanvraag ingevolge deze regeling
                                binnen 13 weken na ontvangst van aanvraag respectievelijk van
                                eventuele nadere gegevens op grond van artikel 5 lid 3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de beslissing eenmaal voor ten hoogste 13 weken
                                verdagen. Een afschrift van zijn besluit tot verdaging wordt aan de
                                aanvrager gezonden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beoordeling en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de beslissing over aanvragen om subsidie volgens artikel 5,
                                betrekt het college de volgende aspecten bij zijn besluit in elk
                                geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het huidige en het toekomstige gebruik van het pand;</al></li><li nr="b."><al>de wijze van exploitatie van het pand;</al></li><li nr="c."><al>de bouwtechnische en uiterlijke staat van het pand, ook in
                                        relatie tot zijn omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de monumentale en/of beeldbepalende waarde en
                                        kwaliteit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie op grond van deze regeling wordt geweigerd indien door
                                verstrekking het subsidieplafond, zoals benoemd in artikel 4.2, zou
                                worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een subsidie kan worden geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van de voorzieningen niet in redelijke verhouding
                                        staan tot het te bereiken kwaliteitsniveau en de waarde van
                                        het pand:</al></li><li nr="b."><al>niet voldaan is aan het bepaalde in deze regeling;</al></li><li nr="c."><al>met de werkzaamheden is begonnen voordat de subsidie is
                                        verleend, of voordat alle noodzakelijke vergunningen zijn
                                        verleend;</al></li><li nr="d."><al>door of vanwege het college de noodzaak voor het treffen van
                                        de voorzieningen niet is vastgesteld;</al></li><li nr="e."><al>het pand/object waarvoor de subsidie wordt aangevraagd,
                                        gerekend vanaf het moment dat de aanvraag wordt ingediend,
                                        in de laatste vijftien jaar met overheidsgeld is
                                        verbeterd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aan de subsidieverlening te verbinden voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het verlenen van de subsidie worden de navolgende voorschriften
                                verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen 16 weken na het besluit tot het verlenen van de
                                        subsidie moet met de werkzaamheden zijn begonnen, waarbij
                                        melding van de start wordt gemaakt door middel van het
                                        ‘Formulier aanvang werkzaamheden monumenten’;</al></li><li nr="b."><al>de gesubsidieerde werkzaamheden worden voltooid binnen twee
                                        jaar na de subsidieverlening of anders, op gemotiveerd
                                        verzoek, vóór een door het college nader te bepalen
                                        datum;</al></li><li nr="c."><al>aan door het college met controle belaste ambtenaren moet
                                        toegang worden verleend tot het pand/object;</al></li><li nr="d."><al>inzage moet worden verschaft in de op de werkzaamheden
                                        betrekking hebbende bescheiden en gegevens;</al></li><li nr="e."><al>de bescheiden en gegevens die nodig zijn voor de juiste
                                        beoordeling en afwikkeling van de subsidie moeten worden
                                        verstrekt;</al></li><li nr="f."><al>het pand/object dient na het treffen van de subsidiabele
                                        voorzieningen te voldoen aan de wettelijke eisen die voor de
                                        diverse onderdelen van het pand/object die gesubsidieerd
                                        zijn gelden;</al></li><li nr="g."><al>voorzieningen aan de fundering en de constructieve
                                        onderdelen van het casco worden uitgevoerd door of onder
                                        verantwoordelijkheid van een ter beoordeling van het college
                                        professioneel bouwbedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan andere voorwaarden aan de subsidieverlening
                                verbinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na subsidieverlening kan het college op aanvraag een voorschot
                                verstrekken, indien de financieringsbehoefte door de
                                subsidieontvanger genoegzaam is aangetoond.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorschot bedraagt maximaal 95% van de verleende subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><al>Ingeval op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht wordt
                            overgegaan tot</al><lijst><li nr="a."><al>intrekking van de subsidie of</al></li><li nr="b."><al>wijziging van de subsidieverlening, resulterend in een lagere
                                    subsidie dan het bedrag van eventueel verleende voorschotten,
                                    worden de voorschotten respectievelijk het surplus aan betaalde
                                    voorschotten teruggevorderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Subsidievaststelling en betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de subsidie vast nadat:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>binnen 8 weken na de voltooiing van de werkzaamheden aan het
                                        college schriftelijk is gemeld dat de werkzaamheden gereed
                                        zijn door middel van het formulier 'Formulier gereedmelding
                                        werkzaamheden monumenten'. In aanvulling op het bepaalde in
                                        de Algemene wet bestuursrecht gaat het formulier tenminste
                                        vergezeld van</al><lijst><li nr="-"><al>een volledig overzicht van de uitgevoerde
                                                werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>de daarop betrekking hebbende kosten inclusief een
                                                overzicht van het uitgevoerde meer- en
                                                minderwerk;</al></li><li nr="-"><al>alle orginele rekeningen en betalingsbewijzen met
                                                betrekking tot de werkzaamheden (geldelijke
                                                eindverantwoording);</al></li><li nr="-"><al>een kopie van de voor de werkzaamheden eventueel
                                                benodigde vergunningen.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de uitvoering van de onder a bedoelde werkzaamheden en de
                                        geldelijke eindverantwoording zijn gecontroleerd en
                                        goedgekeurd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger overlegt op verzoek van het college binnen vier
                                weken nadere (bewijs)stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist omtrent vaststelling binnen 13 weken na
                                ontvangst van de in lid 1 sub a bedoelde verantwoording
                                respectievelijk de in lid 2 bedoelde nadere gegevens. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kosten van meerwerk zijn alleen subsidiabel wanneer het meerwerk
                                onvermijdelijk en onvoorzienbaar was en deze kosten van tevoren aan
                                het college schriftelijk zijn gemeld en door het college
                                schriftelijk zijn goedgekeurd. Bij een verzoek om meerwerk te
                                subsidiëren moet in ieder geval van een gespecificeerde
                                kostenbegroting worden gevoegd. Het college kan nadere gegevens
                                verlangen. De subsidiabele kosten met inbegrip van het meerwerk
                                mogen het in artikel 3, lid 5 genoemde maximum niet te boven
                                gaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidie wordt onder meer lager vastgesteld indien de werkelijke
                                subsidiabele kosten lager zijn dan de ten behoeve van de
                                subsidieverlening geraamde subsidiabele kosten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de
                                subsidievaststelling, onder aftrek van reeds voldane voorschotten,
                                betaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Lagere subsidievaststelling</titel></kop><al>Indien de subsidie op grond van het bepaalde in de Algemene wet
                            bestuursrecht lager wordt vastgesteld dan het bedrag van eventueel
                            verleende voorschotten, wordt het verschil tussen het voorschot en de
                            vastgestelde subsidie teruggevorderd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Het college wijst personen aan, die toezicht houden op de naleving van
                            de aan de ontvanger van de subsidie opgelegde verplichtingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan ter uitvoering van deze regeling nadere regels stellen.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen en voor zover toepassing van deze regeling leidt
                            tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het college afwijken van
                            het bepaalde in deze regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Subsidieregeling wind- en
                            waterdicht Hembrugterrein’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 maart 2010</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt op 19 maart 2010 door plaatsing van de regeling in het
                        Gemeenteblad 2010, nr. 45</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. G.H. Faber, burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. A.J. van den Berg, gemeentesecretaris</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft een wettelijk kader voor alle
                    subsidies die het Rijk en de lagere overheden toekennen. De eis dat een subsidie
                    in beginsel steeds een wettelijke grondslag heeft, staat hierbij centraal. Voor
                    de gemeente betekent dit dat toekenning van subsidies gebaseerd moet zijn op een
                    verordening. Daarvoor is de Algemene Subsidieverordening Zaanstad vastgesteld.
                    De subsidieregeling wind- en waterdicht Hembrugterrein is gebaseerd op de
                    Algemene Subsidieverordening. Deze regeling bevat nadere subsidieregels voor het
                    wind- en waterdicht maken van monumenten op het Hembrugterrein. </al><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen </tussenkop><al>De meest relevante specifieke begrippen voor deze regeling zijn gedefinieerd. </al><al/><tussenkop>Artikel 2 Reikwijdte </tussenkop><al>In dit artikel is de reikwijdte neergelegd. De subsidieregeling wind- en
                    waterdicht is alleen bedoeld voor op het Hembrugterrein te Zaandam gelegen
                    rijks- en gemeentelijke monumenten als bedoeld in artikel 1 lid 3 sub a en b en
                    werkzaamheden als bedoeld in artikel 1 lid 5. De Algemene subsidieverordening
                    Zaanstad is aanvullend van toepassing.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Subsidie </tussenkop><al>Lid 1: Niet alle werkzaamheden worden door de gemeente gesubsidieerd, alleen die
                    kosten die als subsidiabel aangemerkt zijn. De subsidiabele kosten worden
                    vastgesteld aan de hand van de “Leidraad BRIM Subsidiabele
                    Instandhoudingkosten”. Voor deze subsidieregeling komen alleen de volgende
                    paragrafen/werkzaamheden in aanmerking:</al><lijst><li nr="-"><al>00 Algemeen</al></li><li nr="-"><al>01 voor het werk geldende voorwaarden</al></li><li nr="-"><al>05 bouwplaatsvoorzieningen</al></li><li nr="-"><al>10 stut- en sloopwerk</al></li><li nr="-"><al>14 buitenriolering en drainage</al></li><li nr="-"><al>20 funderingspalen en damwanden</al></li><li nr="-"><al>21 betonwerk</al></li><li nr="-"><al>22 metselwerk</al></li><li nr="-"><al>24 ruwbouwtimmerwerk</al></li><li nr="-"><al>25 metaalconstructiewerk</al></li><li nr="-"><al>30 kozijnen, ramen en deuren</al></li><li nr="-"><al>33 dakbedekkingen</al></li><li nr="-"><al>34 beglazing</al></li><li nr="-"><al>35 natuur- en kunststeen</al></li><li nr="-"><al>36 voegvulling</al></li><li nr="-"><al>46 schilderwerk </al></li><li nr="-"><al>50 dakgoten en hemelwaterafvoeren</al></li><li nr="-"><al>51 binnenriolering</al></li><li nr="-"><al>52 waterinstallaties</al></li><li nr="-"><al>60 verwarmingsinstallaties</al></li></lijst><al>Lid 2: Bij de werkzaamheden die door de eigenaar, al dan niet ondersteund door
                    anderen, uitgevoerd worden, worden zogenaamde “loonkosten” worden niet
                    gesubsidieerd. </al><al>Lid 3: Subsidiabele kosten die via een andere regeling gefinancierd kunnen
                    worden, komen niet in aanmerking voor subsidie.</al><al>Lid 4: De hoogte van de subsidie wind- en waterdicht bedraagt 100% van de
                    subsidiabele kosten. </al><al>Lid 5: De subsidie per monument kent een maximum van € 500.000,--</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Subsidiabele periode, subsidieplafond en wijze van
                    verdeling</tussenkop><al>In deze bepaling is de subsidiabele periode aangegeven. Verder betreft het de
                    vaststelling van het zgn. subsidieplafond. Dit is van belang voor de
                    (on)mogelijkheid tot subsidiëring. Zie bijvoorbeeld artikel 7 lid 2 waarin is
                    bepaald, dat een subsidieaanvraag wordt afgewezen indien de beschikbare middelen
                    voor toekenning ontoereikend zijn. De wijze van verdeling hangt samen met de
                    (volgorde van) binnenkomst van aanvragen respectievelijk de in dat kader
                    verstrekte aanvullende informatie.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Subsidieaanvraag </tussenkop><al>In deze bepaling is omschreven hoe het aanvragen van subsidie in zijn werk gaat
                    en welke informatie daarbij tenminste moet worden ingediend. Zo moet een
                    aanvraag om verlening van subsidie wind- en waterdicht onder meer vergezeld gaan
                    van een rapport van de bouwtechnische staat van het monument, het bestek of de
                    werkwijze, een begroting, tekeningen e.d. Belangrijk is bijvoorbeeld ook, dat
                    een kopie wordt meegestuurd van vergunningen, ontheffingen of andere
                    overheidstoestemmingen, die nodig zijn om de te subsidiëren werkzaamheden uit te
                    kunnen voeren. Zolang deze (nog) niet beschikbaar zijn, kan er van subsidiëring
                    geen sprake zijn. Als meer in het algemeen de informatie voor een juiste
                    beoordeling ontoereikend wordt geacht, kan het college om nadere gegevens
                    vragen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Subsidieverlening en beslistermijn</tussenkop><al>Aanvragen worden volgens deze verordening binnen 13 weken behandeld, met de
                    mogelijkheid voor het college om de besluittermijn eenmalig te verlengen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Beoordeling en weigeringsgronden </tussenkop><al>Deze bepaling noemt omstandigheden, waarmee het college bij de beoordeling van
                    de subsidieaanvraag in ieder geval rekening houdt. Dat kunnen ook andere
                    omstandigheden zijn. Verder is aangegeven wanneer de subsidie geweigerd moet
                    worden, respectievelijk kan worden. Bij de laatste categorie heeft het college
                    beleidsvrijheid. De genoemde gevallen spreken voor zichzelf. Zo moet
                    bijvoorbeeld de subsidie in principe zijn verleend, alvorens met de
                    werkzaamheden wordt begonnen. Ook dienen vooraf alle noodzakelijke vergunningen,
                    zoals een monumentenvergunning en een bouwvergunning, te zijn verleend. De
                    termijn van 15 jaar, genoemd in lid e, wordt gerekend vanaf de datum van de
                    betreffende vaststellingsbeschikking. </al><al/><tussenkop>Artikel 8 Aan de subsidieverlening te verbinden voorschriften </tussenkop><al>Aan een subsidiebeschikking moeten bepaalde voorwaarden worden verbonden. Deze
                    zijn in lid 1 aangegeven. Zo moet bijvoorbeeld met de werkzaamheden gestart
                    worden binnen 16 weken nadat de verleningsbeschikking afgegeven is. Het
                    ‘Formulier aanvang werkzaamheden monumenten’ is via www.zaanstad.nl/monumenten
                    te downloaden. Uiteraard kunnen ook andere dan de genoemde voorwaarden van
                    belang zijn bij de subsidieverlening. Het college kan dergelijke voorwaarden in
                    de beschikking opnemen.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Bevoorschotting</tussenkop><al> In sommige gevallen kan het (na de verlening van de subsidie) voor de aanvrager
                    onmogelijk zijn om subsidievaststelling en met name de uitbetaling van de
                    subsidie af te wachten. Het project moet bijvoorbeeld onmiddellijk na de
                    subsidieverlening worden uitgevoerd , waarbij voorfinanciering door betrokkene
                    aantoonbaar –dit ter beoordeling van het college – niet tot de mogelijkheden
                    behoort.</al><al>De aanvrager kan dan een gemotiveerd verzoek tot bevoorschotting bij het college
                    indienen. </al><al/><tussenkop>Artikel 10 Intrekking en wijziging</tussenkop><al>In de Algemene wet bestuursrecht zijn gevallen opgenoemd, waarin de
                    subsidieverlening kan worden gewijzigd of ingetrokken. Artikel 10 geeft voor de
                    goede orde aan dat in een dergelijk geval wordt overgegaan tot terugvordering
                    van (een deel van) eventueel al betaalde voorschotten.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Subsidievaststelling en betaling</tussenkop><al>Nadat de subsidie is verleend en de werkzaamheden zijn uitgevoerd, moet de
                    subsidie worden vastgesteld. Artikel 11 geeft aan hoe en binnen welke termijn
                    dat gebeurt. Ook bevat deze bepaling een regeling voor (bij de uitvoering
                    verricht) meerwerk. Meerwerk kan alleen voor vergoeding in aanmerking komen, als
                    daarom tussentijds is verzocht en het college daarmee heeft ingestemd. De
                    eigenaar van een pand dient zo spoedig mogelijk een aangepaste begroting met
                    daarin het meerwerk opgenomen het college te overhandigen. Op basis van deze
                    begroting kan het college beslissen de subsidie- bijdrage aan te passen als
                    blijkt dat het meerwerk onvermijdelijk en onvoorzien is. </al><al>Uitgangspunt is verder dat de subsidievaststelling leidt tot hetzelfde bedrag
                    als waarvoor in eerdere instantie subsidie is verleend. De vaststelling kan
                    echter ook lager uitvallen, bijvoorbeeld indien de raming van de kosten in de
                    subsidieaanvraag hoger blijkt dan de daadwerkelijke kosten. Het vastgestelde
                    subsidiebedrag wordt binnen vier weken betaald. Reeds voldane voorschotten
                    worden op de te betalen subsidie in mindering gebracht, om te voorkomen dat
                    dubbele betaling plaats vindt. </al><al/><tussenkop>Artikel 12 Lagere subsidievaststelling</tussenkop><al>In de Algemene wet bestuursrecht zijn gevallen aangegeven, waarin de subsidie
                    lager wordt vastgesteld dan de subsidieverlening. Te denken valt bijvoorbeeld
                    aan het geval de werkzaamheden niet of slechts deels zijn utgevoerd, er niet aan
                    de subsidievoorwaarden is voldaan of bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn
                    verstrekt. Voor het geval de subsidie lager wordt vastgesteld dan het bedrag van
                    eventueel reeds betaald(e) voorschot(ten), bepaalt artikel 12 voor de
                    duidelijkheid dat in een dergelijk geval wordt overgegaan tot terugvordering
                    daarvan.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Toezichthouders </tussenkop><al>Op basis van artikel 13 kan het college personen benoemen die toezicht kunnen
                    houden op de naleving van het bepaalde in deze regeling. Met de benoeming als
                    toezichthouder, krijgt deze de bevoegdheden zoals aangegeven in titel 5.2 van de
                    Algemene wet bestuursrecht. </al><al/><tussenkop>Artikel 14 Nadere regels</tussenkop><al>Indien nodig kan het college aanvullende regels vaststellen.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Het is denkbaar dat in uitzonderlijke gevallen de toepassing van de regeling tot
                    onbillijke situaties leidt. In die gevallen kan het college afwijken van de
                    regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>