<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR231153_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de warenmarkt voor de gemeente De Ronde Venen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Witte Weekblad,
                17-01-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening De Ronde Venen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Marktreglement De Ronde Venen 2013</al><al>Branche-indeling marktverordening De Ronde Venen 2013</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de warenmarkt voor de gemeente De Ronde Venen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Ronde Venen;</al><al/><al>gelet op artikel 147, eerste lid, alsmede artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>gezien de notulen van de marktcommissie van </al><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop
                        van de markt(en);</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de volgende <vet>Verordening op de warenmarkt voor de
                            gemeente De Ronde Venen 2013.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>markt: de door het college ingestelde warenmarkt;</al></li><li nr="b."><al>standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is
                                    aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter
                                    beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;</al></li><li nr="d."><al>dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt
                                    gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste
                                    standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;</al></li><li nr="e."><al>standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek
                                    om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende
                                    uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een
                                    artikel;</al></li><li nr="f."><al>standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter
                                    beschikking wordt gesteld om te standwerken;</al></li><li nr="g."><al>vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is
                                    verleend voor het innemen van een standplaats;</al></li><li nr="h."><al>anciënniteitlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste
                                    standplaats;</al></li><li nr="i."><al>marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het
                                    college;</al></li><li nr="j."><al>feestdag: een algemeen erkende feestdag zoals omschreven in
                                    artikel 3 van de Algemene termijnenwet;</al></li><li nr="k."><al>marktterrein: het door het college als marktterrein aangewezen
                                    terrein voor de warenmarkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting van de markt; branche-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt ten aanzien van de markt:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afmetingen van de standplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de opstelling en indeling van de markt;</al></li><li nr="d."><al>welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats
                                        en als standwerkersplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor de markt vaststellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst met artikelengroepen of branches;</al></li><li nr="b."><al>een maximum aantal standplaatsen per branche.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Tijdelijke wijziging van marktdag, marktterrein of markttijden en
                                afgelasting van de markt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de marktdag valt op een feestdag of een door het college op
                                grond van een bijzondere gelegenheid daartoe aangewezen dag, wordt
                                de markt gehouden op een door het college vast te stellen dag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien dringende redenen daartoe noodzaken is het college
                                bevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>de markt tijdelijk te verplaatsen naar een andere door het
                                        college aangewezen terrein;</al></li><li nr="b."><al>de aanvangs- en/of sluitingstijd van de markt te
                                        wijzigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan besluiten de markt geheel of gedeeltelijk af te
                                gelasten indien extreme weersomstandigheden de veiligheid van
                                vergunninghouders en bezoekers van de markt in gevaar brengen. Voor
                                de vaststelling van de weersgesteldheid zijn de actuele
                                meteogegevens van Schiphol bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een
                                krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter
                                bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of
                                ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen in acht te nemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Bepalingen over vergunningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><al>Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder
                            vergunning van het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Vereisten</titel></kop><al>Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een
                            handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft
                            bereikt en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het
                            college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Toewijzing standplaatsen</titel></kop><al>Een standplaats wordt toegewezen als vaste standplaats, dagplaats of
                            standwerkersplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekking vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:</al><lijst><li nr="a."><al>op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van
                                            <vet>artikel </vet><vet>5</vet> van het Marktreglement
                                        De Ronde Venen 2013 de vergunning wordt overgeschreven;</al></li><li nr="c."><al>indien degene op wiens naam een vergunning ingevolge
                                            <vet>artikel </vet><vet>5</vet> van het Marktreglement
                                        De Ronde Venen 2013 is overgeschreven, reeds een vergunning
                                        heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde
                                        markt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken indien ter
                                verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Bepalingen over de marktcommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instelling marktcommissie</titel></kop><al>Het college kan per markt een marktcommissie instellen op grond van
                            artikel 84 van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Samenstelling marktcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een marktcommissie hebben zitting:</al><lijst><li nr="a."><al>drie marktkooplieden, welke bij meerderheid van stemmen zijn
                                        aangedragen door de vergunninghouders op de markt;</al></li><li nr="b."><al>vertegenwoordiger van de Centrale Vereniging voor de
                                        Ambulante Handel;</al></li><li nr="c."><al>vertegenwoordiger van de winkeliers;</al></li><li nr="d."><al>kramenzetter;</al></li><li nr="e."><al>marktmeester(s);</al></li><li nr="f."><al>een medewerker van de gemeente (secretaris en
                                        voorzitter).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissieleden worden benoemd door het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een commissielid wordt benoemd voor vier jaren, welke termijn
                                overeenkomt met de zittingsperiode van de raadsleden. Een
                                commissielid kan terstond na afloop van deze termijn worden
                                herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd een commissielid te ontslaan. Een</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een commissielid, gekozen op grond van een bepaalde functie of
                                hoedanigheid, houdt van rechtswege op lid van de commissie te zijn,
                                zodra het ophoudt deze functie of hoedanigheid te hebben.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een commissielid kan zijn lidmaatschap voortijdig beëindigen.
                                Hiertoe dient het commissielid zijn ontslag schriftelijk in bij het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De benoeming ter vervulling van een plaats, welke is opengevallen,
                                geschiedt op een zo kort mogelijke termijn na dat openvallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Taken en bevoegdheden marktcommissie</titel></kop><al>De marktcommissie adviseert het college, gevraagd en ongevraagd, over
                            marktaangelegenheden, signaleert ontwikkelingen met betrekking tot de
                            markt en doet voorstellen ter verbetering van het verloop van de markt.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Werkwijze marktcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De marktcommissie komt in beginsel twee keer per jaar bijeen. De
                                mogelijkheid bestaat om desgewenst de frequentie van vergaderingen
                                te verhogen of te verlagen. Ieder commissielid kan hiertoe een
                                aanvraag indienen. De voorzitter beoordeelt of een extra vergadering
                                gewenst is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De agenda wordt vastgesteld na rondvraag onder marktkooplieden. De
                                agenda wordt minimaal één week voorafgaand aan de vergadering door
                                de secretaris verzonden aan de commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergaderingen van de marktcommissie zijn openbaar, tenzij de
                                voorzitter bepaald heeft dat er sprake dient te zijn van een
                                besloten vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Extra bevoegdheden voorzitter</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing ervan beslist de voorzitter. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 9 kan het college een
                                vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk,
                                intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende
                                marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of degene die de
                                vergunninghouder bijstaat of vervangt:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                        voorschriften van de vergunning overtreedt; of</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld
                                        voldoet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een vergunninghouder, of degene die de vergunninghouder
                                bijstaat of vervangt, zich schuldig maakt aan het bepaalde in het
                                eerste lid wordt eerst een mondelinge waarschuwing gegeven door de
                                marktmeester, waarop twee schriftelijke waarschuwingen volgen
                                alvorens het college kan besluiten over te gaan tot
                                (voorwaardelijke) schorsing of intrekking van de vaste
                                standplaatsvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een
                                standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een
                                standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen,
                                indien deze of degene die hem bijstaat of vervangt:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;
                                        of</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of</al></li><li nr="c."><al>niet als standwerker actief is op een hem toegewezen
                                        standwerkersplaats; of</al></li><li nr="d."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld
                                        voldoet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een vergunninghouder, of degene die de vergunninghouder
                                bijstaat of vervangt, zich schuldig maakt aan het bepaalde in het
                                eerste lid wordt eerst een mondelinge waarschuwing gegeven door de
                                marktmeester, waarop twee schriftelijke waarschuwingen volgen
                                alvorens het college kan besluiten over te gaan tot
                                (voorwaardelijke) schorsing of intrekking van de dagplaats- of
                                standwerkersplaatsvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het
                            college een vergunninghouder, of degene die hem bijstaat of vervangt,
                            gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij, of
                            degene die hem bijstaat of vervangt,:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet als standwerker actief is op een hem toegewezen
                                    standwerkersplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                            gestraft met een geldboete van de tweede categorie en kan worden
                            gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de marktmeester(s) en de bij besluit van het
                            college aangewezen perso(o)n(en).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Intrekking oude regelingen</titel></kop><al>De Marktverordening De Ronde Venen 2011 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                Marktverordening De Ronde Venen 2011 gelden als besluiten genomen
                                krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening gemeente
                                De Ronde Venen 2011 is ingediend en voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening nog niet definitief op de
                                aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening De Ronde Venen
                            2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De
                        Ronde Venen van 20 december 2012,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al><vet>Grondslag en belang verordening</vet></al><al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de
                    burgemeester is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de
                    raad de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig acht.</al><al>Artikel 160 van de Gemeentewet regelt de overheveling van de gemeentewettelijke
                    bestuursbevoegdheden aan het college. Hieronder valt de bevoegdheid om
                    jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen
                    (artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet). De
                    marktverordening beoogt de gemeentelijke belangen te beschermen. Het gaat hier
                    om belangen van openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van
                    overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en de (verkeers)veiligheid
                    binnen de gemeente.</al><al><vet>Jurisprudentiebundel Markten</vet></al><al>Alle in deze verordening vermelde uitspraken van vóór 1998 zijn gepubliceerd in
                    de jurisprudentiebundel Markten van maart/april 1998, ISBN 90 322 7130 X. De
                    jurisprudentiebundel (jbMarkten) wordt als vindplaats genoemd voorzover de
                    uitspraken niet in andere juridische tijdschriften zijn gepubliceerd. Is dat het
                    geval, dan worden de vindplaatsen in deze tijdschriften vermeld.</al><al><vet>Dienstenrichtlijn</vet></al><al>[Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december
                    2006 betreffende diensten op de interne markt, PB L376/36, 27 december
                    2006]</al><al>De Europese Dienstenrichtlijn is op 28 december 2006 in werking getreden met als
                    doel de nog bestaande belemmeringen van het vrije verkeer van diensten op te
                    heffen. Zo is over de vrijheid van vestiging (hoofdstuk 3) bepaald dat lidstaten
                    de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in beginsel niet
                    afhankelijk mag stellen van een vergunningstelsel (artikel 9).</al><al>Ook voor gemeenten zal dit gevolgen hebben: zij moeten binnen 3 jaar door middel
                    van een screening nagaan of hun regelgeving in overeenstemming is met de
                    bepaling van de richtlijn en deze zonodig aanpassen. De voorliggende
                    marktverordening is gebaseerd op de Modelmarktverordening die door de VNG is
                    gescreend. Vervolgens is de verordening gescreend door de juridische afdeling
                    van de gemeente. </al><al>Allereerst is gekeken of de verordening een dienst regelt, die onder de
                    reikwijdte van de Dienstenrichtlijn valt. Het begrip ‘dienst’ moet worden
                    uitgelegd als ‘dienstverrichting welke gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt’ en
                    sluit hiermee aan bij artikel 50 EG en de interpretatie van het EG Hof van
                    Jusititie. De modelmarktverordening 2008 (individuele vergunning) regelt de
                    warenmarkt; het gaat dus om de verkoop van goederen. Derhalve bevat dit model
                    geen bepalingen omtrent de toegang tot of de uitoefening van een dienst. Daarmee
                    valt deze verordening buiten de werkingsfeer van de Dienstenrichtlijn en hoeft
                    er niet verder te worden gescreend.</al><al><vet>Verificatieplicht Vreemdelingenwet 2000</vet></al><al>In het kader van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) dient bij de aanvraag om een
                    vergunning een verblijfsrechtelijke toets plaats te vinden alvorens tot
                    vergunningeverlening wordt overgegaan. Artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000
                    schept een verplichting om desgevraagd bij een aanvraag voor een beschikking
                    anders dan op grond van de Vw 2000, een document te overleggen waaruit het
                    rechtmatige verblijf blijkt. Bij de vergunningverlening met betrekking tot de
                    markt dient een gemeente hier rekening mee te houden.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt
                        gehanteerd, gedefinieerd.</al><al>Door gebruik van het woord ‘persoon’ in plaats van het begrip ‘ambtenaar’
                        bij de begripsomschrijving van marktmeester onder j kan een niet-ambtenaar
                        ook tot marktmeester worden aangewezen. Bij aanwijzing (= mandaat) van een
                        niet-ondergeschikte dient deze (en zijn werkgever) in te stemmen met de
                        mandaatverlening overeenkomstig artikel 10:4 van de Awb.</al><al>Het college is op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van
                        de Gemeentewet bevoegd om het marktterrein aan te wijzen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting van de markt; branche-indeling</titel></kop><al>Op grond van het eerste lid, onder a, stelt het college het aantal
                        standplaatsen op de markt vast met onder meer als doel het aantrekkelijk
                        maken van de markt voor de consumenten. Het aantal branches is in principe
                        onbeperkt, tenzij het gaat om een gespecialiseerde markt.</al><al>Bij de opstelling en indeling van de markt als bedoeld in het eerste lid,
                        onder c, wordt rekening gehouden met de verschillende branches. Voor de orde
                        op de markt is het van belang te bepalen welke materialen (kraam of ook
                        andere verkoopmaterialen) worden toegelaten en waar deze kunnen worden
                        opgesteld. Naast de traditionele (huur)kraam onderscheidt de Centrale
                        vereniging voor de ambulante handel (CVAH) bijvoorbeeld de instantkraam, de
                        verrijdbare kraam en de verkoopwagens. De onder b genoemde afmetingen van de
                        standplaatsen kunnen overigens ook een beperking geven voor bepaalde
                        materialen.</al><al>Op grond van het tweede lid heeft het college in de Branche-indeling
                        marktverordening gemeente De Ronde Venen 2011 een lijst vastgesteld met
                        branches en het maximum aantal standplaatsen per branche per markt. Hierdoor
                        wordt bereikt dat op de markten een zo groot mogelijke verscheidenheid aan
                        branches aanwezig is en wordt voorkomen dat te veel kooplieden van één
                        branche op de markt optreden. Hierdoor worden de markten aantrekkelijker
                        voor de consument.</al><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><lijst><li nr="·"><al>ABRS 4 december 2002, nr. 200200350/1/H3, JG 03.00 , m.nt. M.
                                Geertsema. Het besluit van het college tot toevoeging van een
                                artikelgroep of branche op de markt is een algemeen verbindend
                                voorschrift (a.v.v.). Het betreft hier de wijziging van een
                                gemeentelijke, bindende regeling, met externe werking en een
                                algemeen karakter, zodat het bepaalde in artikel 8:2, aanhef en
                                onder a, van de Awb aan bezwaar en beroep in de weg staat.</al></li><li nr="·"><al>Rechtbank Rotterdam, sector bestuursrecht - Bloemenmarkt Amsterdam -
                                14 augustus 2001, JG 02.0013 m.nt. H. Borburgh. De Mededingingswet
                                is niet van toepassing op overheidshandelen dat (primair) strekt tot
                                het behartigen van een algemeen (publiek) belang van
                                niet-economische aard en dat kan worden herleid tot of gerelateerd
                                aan (andere) taken en bevoegdheden van het betrokken
                                overheidsorgaan. De gemeente is op dit terrein geen ondernemer.</al></li><li nr="·"><al>Vz. Rb. Maastricht, 14 november 2003, LJN: AN8555, AWB03/1497.
                                Branchebesluit is in beginsel niet appelabel. Het kan echter wel in
                                het kader van een beroep tegen een concreet, verzoekster rechtsreeks
                                in haar belang betreffend besluit beoordeeld worden. Branchering is
                                niet ongebruikelijk, zodat de gevolgen in beginsel tot het normale
                                bedrijfsrisico behoren.</al></li><li nr="·"><al>ABRS 28 februari 2000, JG 00.0130 m.nt. M. Geertsema, GS 7118, 4
                                m.nt. H.H., JB 2000, 114 m.nt. J.M.E.D.) Een besluit tot
                                vaststelling van het aantal standplaatsen op de markt, opstelling,
                                indeling en afmetingen is als algemeen verbindend voorschrift niet
                                vatbaar voor bezwaar en beroep. Het betreft hier niet een besluit
                                waarin nader naar tijd, plaats of object de toepasselijkheid van in
                                de verordening reeds besloten liggende normen worden bepaald, maar
                                de vaststelling van zelfstandige normen.</al></li><li nr="·"><al>ABRS 18 mei 1995, JG 95,0363 m.nt. R. Timmermans, inzake de
                                wijziging van het aantal standplaatsen per branche). De regels ten
                                behoeve van een brancheverdeling lenen zich voor herhaalde
                                toepassing. De brancheverdeling is daarmee aan te merken als een
                                algemeen verbindend voorschrift. Op grond van de Awb is bezwaar en
                                beroep hiertegen uitgesloten.</al></li><li nr="·"><al>Rechtbank Dordrecht, 30 mei 1997, JG 97.0205 m.nt. M. de Jong,
                                inzake het weren van een markavan;</al></li><li nr="·"><al>ABRS 16 januari 1997, JG 97.0208, inzake de indeling van de markt.
                                Teneinde de orde op de markt te waarborgen, dient de mogelijkheid te
                                worden gecreëerd dat voor het handeldrijven met verkoopwagens
                                afzonderlijke gedeelten van het marktterrein kunnen worden
                                aangewezen.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Tijdelijke wijziging van marktdag, marktterrein of markttijden en
                            afgelasting van de markt</titel></kop><al>Dit artikel bevat bepalingen over het wijzigen van de dag, locatie of
                        aanvangs- en/of sluitingstijd van de markt. Onder dringende redenen, zoals
                        bedoeld in lid 2, wordt bijvoorbeeld verstaan incidentele evenementen,
                        werkzaamheden aan het marktterrein of extreme weersomstandigheden. Er wordt
                        naar gestreefd tijdelijke wijziging van het marktterrein zo veel mogelijk te
                        voorkomen.</al><al>Op grond van lid 3 kan het college besluiten de markt af te gelasten indien
                        door (de voorspelling van) extreme weersomstandigheden de veiligheid van
                        vergunninghouders en bezoekers van de markt in gevaar komt. Daarbij kan
                        gedacht worden aan windkracht 8 of meer, of bijzonder hoge temperaturen (30
                        graden Celsius of meer) of bijzonder lage temperaturen (-5 graden Celsius of
                        minder). Voor de vaststelling van de weersgesteldheid zijn de actuele
                        meteogegevens van Schiphol bepalend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>In het Marktreglement gemeente De Ronde Venen 2009 zijn nadere regels
                        gesteld ten aanzien van de warenmarkt. </al><al><cursief>Beleidsregels versus nadere regels</cursief></al><al>Aangezien vaak onduidelijkheid bestaat over het verschil tussen beide
                        soorten regels volgt hieronder een korte uiteenzetting van beleidsregels en
                        nadere regels. Het college kan beleidsregels opstellen ten aanzien van de
                        gekregen bevoegdheden. Verder kan het college nadere regels stellen op grond
                        van art. 3 van de modelmarktverordening. Voor alle duidelijkheid:
                        beleidsregels zijn algemene regels omtrent de toepassing van bevoegdheden
                        (zie de definitie in art. 1:3, vierde lid, van de Algemene wet
                        bestuursrecht). Nadere regels zijn algemene regels die te karakteriseren
                        zijn als algemeen verbindende voorschriften. Beleidsregels kennen een
                        inherente afwijkingsbevoegdheid in tegenstelling tot nadere regels. Op grond
                        van artikel 4:84 van de Awb dient een bestuursorgaan een uitzondering op een
                        beleidsregel te maken indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen. Dit
                        wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid van de beleidsregel genoemd.
                        Hierdoor zijn beleidsregels flexibeler dan nadere regels (algemeen
                        verbindende voorschriften). Immers, van nadere regels is geen afwijking
                        mogelijk.</al><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>Nadere regels worden opgevat als algemeen verbindende voorschriften. Zie
                        bijvoorbeeld ABRS 4 juli 1994, JG 95.0133, m.nt. A.B. Engberts, AB (1994)
                        698 m.nt. R.M. van Male.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te
                        verbinden, kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden
                        aangebracht. De in het eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de
                        vergunning of ontheffing is vereist, zijn de gemeentelijke belangen van
                        openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van overlast,
                        regulering van het woon- en leefklimaat en de veiligheid binnen de gemeente. </al><al>Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning/ontheffing verbonden
                        zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing of
                        voor toepassing van andere bestuursrechtelijke sancties. De strafbepaling
                        van artikel 18 is eveneens van toepassing.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Bepalingen over vergunningen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><al>De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De
                        vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen die aan de
                        vergunning zijn verbonden (artikel 5). De vergunning is persoonlijk en niet
                        overdraagbaar. Op grond van artikel 7 van het Marktreglement gemeente De
                        Ronde Venen 2009 is een vergunning onder bepaalde voorwaarden wel
                        overschrijfbaar.</al><al>De verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door
                        degenen aan wie door het college vergunning daarvoor is verleend of door
                        degene die de vergunninghouder vervangt of bijstaat. Iedere andere wijze van
                        verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze regel kan worden
                        gemaakt voor degenen, die de kooplieden van koffie, soepen en dergelijke
                        voorzien.</al><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>Met de verplichting de standplaats persoonlijk in te nemen strookt niet de
                        gebruikmaking van een ontheffing om rond te gaan met koffie en dergelijke op
                        het marktterrein. (ABRS 20 januari 1998, jbMarkten bladzijde 9)</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Vereisten</titel></kop><al>Vanuit het oogpunt van lastenverlichting was het wenselijk de
                        indieningvereisten uit de modelmarktverordening 2003 eens nader onder de
                        loep te nemen. In dat kader zijn de voorheende geldende verplichtingen tot
                        het overleggen van de inschrijving in het handelsregister en de CRK-kaart
                        (registratiekaart van het Centraal Registratiekantoor (CRK) bij het
                        Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) komen te vervallen. Deze vereisten
                        veroorzaakten onnodig veel administratieve lasten voor de aanvrager, terwijl
                        het niet in verhouding stond tot het te dienen doel. Daarnaast dienden deze
                        inschrijvingen ook niet het doel, waarmee wordt beoogd markten te houden. De
                        inschrijvingen zien op economische aspecten en dit valt buiten de
                        huishouding van een gemeente.</al><al>In plaats daarvan is nu slechts het vereiste van een handelingsbekwaam
                        natuurlijk persoon opgenomen, die de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt.
                        Hiermee is dwingend vastgelegd dat alleen natuurlijke personen tot de markt
                        worden toegelaten en wordt voorkomen dat rechtspersonen een overheersende
                        positie op de markt kunnen innemen. Door de koppeling van de vergunning aan
                        een natuurlijk persoon wordt een zo eerlijk mogelijke verdeling van alle
                        marktstandplaatsen in Nederland bereikt. Uiteraard kan het wel zo zijn dat
                        de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een
                        rechtspersoon. Ook dan wordt de natuurlijke persoon (de bedrijfsleider)
                        aangemerkt als vergunninghouder. Het is echter niet mogelijk de vergunning
                        op naam van de rechtspersoon te stellen.</al><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>ABRS 18 april 1995, JG (1995) 91, inzake onderscheid natuurlijk
                        persoon/rechtspersoon.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Toewijzing standplaatsen</titel></kop><al>In dit artikel wordt aangegeven welke soorten standplaatsen worden
                        onderscheiden. In artikel 1 van deze marktverordening staat de
                        begripsomschrijving van de verschillende soorten standplaatsen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekking vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al>Als de in het eerste lid genoemde gronden zich voor doen, wordt altijd tot
                        intrekking van de vaste standplaatsvergunning overgegaan. In het tweede lid
                        worden intrekkingsbevoegdheden (‘kan’ betekent: is bevoegd, dat wil zeggen
                        is niet verplicht) genoemd ten aanzien van de vergunning.</al><al>Bij dag- en standwerkersplaatsen ligt intrekking van de vergunning minder
                        voor de hand. Daarom is deze bepaling beperkt tot de vaste
                        standplaatsvergunning. Ten aanzien van dagplaatsen en standwerkersplaatsen
                        zal echter eerder worden overgegaan tot bestuursdwang of onmiddellijke
                        verwijdering op grond van artikel 17.</al><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>Hoewel wettelijke grondslag ontbreekt voor intrekking van
                        standplaatsvergunning, mag het college deze vergunning intrekken wegens een
                        administratieve fout, mits hierbij algemene beginselen van behoorlijk
                        bestuur in acht worden genomen. In casu was de intrekking niet in strijd met
                        deze beginselen. (ABRS 12 december 2001, JB 2002, 27 m.nt. C.L.G.F.H.)</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Bepalingen over de marktcommissie</titel></kop><al>Het college heeft al in de Marktverordening De Ronde Venen 2006 bepalingen
                        opgenomen over de marktcommissie. De marktcommissie adviseert het college in
                        marktaangelegenheden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Instelling marktcommissie</titel></kop><al>De marktcommissie wordt op grond van artikel 84 van de Gemeentewet ingesteld
                        door het college. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Samenstelling marktcommissie</titel></kop><al>De commissieleden worden benoemd en ontslagen door het college. Aanleiding
                        voor het college om over te gaan tot ontslag kan bijvoorbeeld zijn het
                        veelvuldig afwezig zijn bij marktcommissievergaderingen of het zich
                        misdragen tijdens de vergaderingen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Taken en bevoegdheden marktcommissie</titel></kop><al>Bij marktaangelegenheden is het wenselijk dat het advies van de
                        marktcommissie ten aanzien van de aangelegenheid meegewogen wordt in het
                        besluit van college of raad. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Werkwijze commissie</titel></kop><al>Dit artikel regelt de werkwijze van de marktcommissie; de frequentie van
                        overleg, de verspreiding van stukken en wie de vergaderingen voorzit.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Extra bevoegdheden voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter heeft een beslissende stem in de gevallen waarin hoofdstuk 3
                        van de Marktverordening gemeente De Ronde Venen 2009 niet voorziet en bij
                        twijfel over de toepassing van de artikelen uit hoofdstuk 3 van de
                        Marktverordening gemeente De Ronde Venen 2009.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al>In artikel 15 worden de gronden genoemd op basis waarvan een vergunning voor
                        een vaste standplaats kan worden ingetrokken of geschorst. De zinsnede
                        ‘Onverminderd het bepaalde in artikel 9’ geeft aan dat ook de intrekking op
                        grond van artikel 9 een punitieve sanctie is. </al><al>Het artikel heeft een facultatief karakter. Het hangt van de omstandigheden
                        af of tot intrekking of schorsing wordt overgegaan.</al><al>In onderdeel c wordt ervan uitgegaan dat het niet betalen van marktgeld een
                        grond kan zijn voor intrekking of schorsing van een standplaatsvergunning
                        voor de markt. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
                        van State van 29 juli 1999 (JG 99.0184 m.nt. M. Geertsema) inzake het hoger
                        beroep van S. Gonesh tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 6
                        november 1998, vormt naar ons inzicht voldoende basis om deze intrekkings-
                        of schorsingsgrond in het model op te nemen. De Afdeling overwoog in deze
                        zaak dat ingevolge de Verordening op de straathandel van de gemeente
                        Amsterdam een vergunning voor een vaste standplaats kan worden ingetrokken
                        ‘wegens het niet voldoen aan verplichtingen die voor de vergunninghouder
                        voortvloeien uit de voor die markt geldende heffingsverordening’. Het stond
                        tussen partijen vast dat Gonesh ten tijde van het nemen van de beslissing op
                        bezwaar reeds gedurende langere tijd niet aan zijn uit de geldende
                        heffingsverordening voortvloeiende betalingsverplichtingen had voldaan. Het
                        dagelijks bestuur van het stadsdeel Zuidoost van de gemeente Amsterdam kon
                        de aan Gonesh verleende vergunning derhalve intrekken.</al><al>Het moge duidelijk zijn dat deze intrekkings- of schorsingsgrond niet
                        lichtvaardig mag worden gebruikt. Het kan wel een oplossing bieden voor
                        (notoire) ‘wanbetalers’. De VNG wijst erop dat deze uitspraak zich naar hun
                        inzicht alleen uitstrekt tot betalingsverplichtingen op basis van
                        publiekrechtelijke regelingen. De vraag of intrekking of schorsing ook
                        mogelijk is bij het niet nakomen van privaatrechtelijke
                        betalingsverplichtingen (huur of pacht) blijft in deze uitspraak
                        onbeantwoord.</al><al>Het tweede lid ziet erop toe dat de vergunninghouder eerst wordt
                        gewaarschuwd alvorens wordt overgegaan tot schorsing of intrekking van de
                        vergunning. De vergunninghouder krijgt op deze wijze de mogelijkheid zich te
                        corrigeren.</al><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><lijst><li nr="·"><al>ABRS 15 augustus 2001, JU 021011. Terechte voorwaardelijke
                                tijdelijke schorsing van marktstandplaats wegens overtreding van
                                Reglement warenmarkten Den Haag. Standplaatshouder is tevoren
                                diverse malen gewaarschuwd. Opgelegde sanctie is niet onevenredig
                                zwaar. Schorsingsregime is niet onverbindend wegens strijd met art.
                                156 Gemeentewet.</al></li><li nr="·"><al>Vz. Rb.‘s-Gravenhage 28 maart 2007, LJN: BA2568, AWB07/2195.
                                Schorsing van de marktvergunning in verband met vermeende bedreiging
                                van een medewerker van de Dienst Stadsbeheer. Van in een
                                telefoongesprek gebruikte bedreiging kan niet worden gezegd dat het
                                belang van de openbare orde van de makrt in het geding was. In casu
                                staat de schorsing niet in redelijke verhouding tot de gedane
                                uitlatingen.</al></li><li nr="·"><al>ABRS 30 maart 2001, AB 2001, 189 m.nt. L.D. De intrekking van een
                                standplaatsvergunning op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam voor een
                                week is een maatregel met een punitief karakter die door de rechter
                                op zijn evenredigheid dient te worden getoetst, doch de enkele
                                omstandigheid dat de strafrechter betrokkene een taakstraf heeft
                                opgelegd, leidt niet tot het oordeel dat het bestuursorgaan reeds
                                daarom niet tot het opleggen van een maatregel mocht overgaan. De
                                opgelegde maatregel moet zelfstandig op evenredigheid worden
                                beoordeeld. De Afdeling neemt voor dat oordeel mede in aanmerking
                                dat het bestuursorgaan een eigen taak heeft bij het handhaven van de
                                rust en orde op de markt. Niet kan worden gezegd dat deze maatregel
                                niet in een redelijke verhouding staat tot het wangedrag. Het geven
                                van slechts een waarschuwing staat niet alleen niet in verhouding
                                tot de ernst van de overtreding, maar maakt ook de handhaving van de
                                verordening illusoir.</al></li><li nr="·"><al>Indien het bestuursorgaan overweegt om de vergunning in te trekken
                                of te schorsen, dient het daarbij te letten op het bepaalde in
                                artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht. Zie Rechtbank
                                Amsterdam 17 februari 1994, JB (1994) 58, inzake intrekken zonder
                                horen ex artikel 4:8 Awb.</al></li><li nr="·"><al>Rb. Middelburg 1 september 2005, LJN: AU5267, AWB 04/932. Schorsing
                                kan als een punitieve sanctie worden aangemerkt. Dit brengt met zich
                                mee dat ten aanzien van de relevante feiten die aan de
                                waarschuwingen ten grondslag liggen hoge eisen worden gesteld, zoals
                                een deugdelijk sanctiebeleid.</al></li><li nr="·"><al>ABRS 8 september 2004 , LJN: AQ9962, rolnr: 200308336/1.
                                Waarschuwingen al dan niet mondeling, gebaseerd op een op schrift
                                gesteld en bekend gemaakt sanctiesysteem, worden aangemerkt als
                                besluiten in de zin van de Awb.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker</titel></kop><al>In artikel 15 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor een
                        vaste standplaats geregeld. Intrekking of schorsing ligt uiteraard minder
                        voor de hand bij niet-vaste standplaatsen, maar in de praktijk is het van
                        belang gebleken om naast de bevoegdheid tot onmiddellijke verwijdering
                        (artikel 17) ook een vergunninghouder van een dagplaats of
                        standwerkersplaats langduriger van de markt te kunnen verwijderen. Dit kan
                        zich bijvoorbeeld voordoen indien een vergunninghouder voor een vaste
                        standplaats op de vuist gaat met een dagplaatshouder of standwerker.</al><al>In artikel 16 is dan ook de mogelijkheid opgenomen om in de daarin genoemde
                        gevallen de vergunninghouder voor maximaal vier marktdagen uit te sluiten
                        van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats. In de
                        beschikking tot uitsluiting moet worden aangegeven om hoeveel dagen het gaat
                        (maximaal vier) en om welke concrete dagen.</al><al>Het in onderdeel d genoemde kan worden opgenomen ter bestraffing van
                        niet-betalende dagplaatshouders of standwerkers. Zie verder de toelichting
                        onder artikel 15, onderdeel c.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat ter uitvoering van wetten,
                        algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke
                        verordeningen het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe
                        te passen. Dit artikel bevat voor het college de bevoegdheidsgrondslag om
                        bestuursdwang toe te passen bij overtreding van de marktverordening en de
                        daarop gebaseerde voorschriften. In de artikelen 5:21 tot en met 5:36 van de
                        Awb worden regels over de besluitvorming omtrent en de toepassing van
                        bestuursdwang (en dwangsom) gegeven. De in artikel 17 geregelde
                        onmiddellijke verwijdering is een vorm van bestuursdwang, waarbij de
                        spoedeisendheid als bedoeld in artikel 5:24, zesde lid, van de Awb wordt
                        verondersteld. Achteraf dient dan het besluit tot het toepassen van
                        bestuursdwang op papier te worden gesteld. Van deze bevoegdheid dient
                        uiteraard alleen in zeer spoedeisende gevallen gebruik te worden gemaakt.
                        Overigens is in artikel 5:23 van de Awb geregeld dat de bepalingen over
                        bestuursdwang niet van toepassing zijn indien wordt opgetreden ter
                        onmiddellijke handhaving van de openbare orde.</al><al>Op grond van artikel 4:8 van de Awb dienen belanghebbenden bij toepassing
                        van artikel 17 in beginsel in de gelegenheid te worden gesteld hun
                        zienswijze (mondeling dan wel schriftelijk) kenbaar te maken. Artikel 4:11
                        Awb bepaalt dat dit horen niet nodig is in spoedeisende situaties.</al><al>Onderdeel c is gewijd aan de niet-actieve standwerker. Duidelijk kwam in het
                        COM de wens naar voren om dergelijke ‘verkapte stille kramers’ aan te kunnen
                        pakken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Ten aanzien van de in artikel 18 opgenomen strafbepaling geldt dat van
                        overtreding alleen sprake kan zijn indien de verordening een ge- of
                        verbodsnorm (een verplichtende norm) inhoudt. Tegen overtredingen van de in
                        deze verordening opgenomen bepalingen, alsmede tegen handelingen die de orde
                        op de markt op enigerlei wijze kunnen verstoren, verdient een
                        administratieve afhandeling de voorkeur.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>In artikel 5:11 van de Awb wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt
                        verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk
                        voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het
                        bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die
                        aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling
                        5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb
                        kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college
                        worden beperkt. In dit verband is tevens artikel 5:16a van de Awb van
                        belang. Hierin staat beschreven dat een toezichthouder bevoegd is van
                        personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel
                        1 van de Wet op de identificatieplicht.</al><al>Het ligt voor de hand de marktmeester als toezichthouder aan te wijzen. Door
                        toevoeging van de marktmeester is verzekerd dat deze na beëdiging als
                        opsporingsambtenaar kan fungeren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening
                        in werking treedt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Een overgangsregeling is opgenomen voor de rechtszekerheid van de
                        betrokkenen. Het is van belang oude rechten te eerbiedigen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Op 1 januari 2005 is de Tijdelijke referendumwet (Trw) vervallen. Dit brengt
                        met zich mee dat voor algemeen verbindende voorschriften de regeling uit
                        artikel 142 van de Gemeentewet weer van toepassing is. Deze bepaalt dat alle
                        verordeningen in werking treden op de achtste dag na bekendmaking, tenzij
                        een ander tijdstip daarvoor is aangewezen.</al><al>De marktverordening is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding
                        waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze
                        bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die
                        algemeen verbindende voorschriften inhouden (artikel 139 Gemeentewet). Wel
                        is van belang dat de gemeente gehouden is dit besluit mee te delen aan het
                        parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen (artikel 143
                        Gemeentewet).</al><al>In verband met artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht is het uiteraard
                        niet mogelijk aan de bepalingen van een strafvordering terugwerkende kracht
                        te verlenen.</al><al><cursief>Jurisprudentie</cursief></al><al>Het besluit van de raad tot vaststelling van de Marktverordening is terecht
                        aangemerkt als een algemeen verbindend voorschrift waartegen ingevolge art.
                        8:2, aanhef en onder a, van de Awb geen beroep en daaraan voorafgaand
                        bezwaar openstaat. (ABRS 21 augustus 2000, AB 2001, 345 m.nt. L.D.)</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In de citeertitel is een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                        onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>