<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR230937_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WWB gemeente Tytsjerksteradiel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-11-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Actief, 27-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening bestuurlijke boete bij recidive WWB gemeente Tytsjerksteradiel.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, artikel 8 lid 1 sub h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WWB gemeente Tytsjerksteradiel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al>Gemeente Tytsjerksteradiel</al><al>Raadsvergadering 20 december 2012, agendapunt 10D</al><al>De Raad van de gemeente Tytsjerksteradiel:</al><al>overwegende dat:</al><lijst><li nr="·"><al>op 1 januari 2013 de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                                SZW-wetgeving in werking treedt;</al></li><li nr="·"><al>de gemeenteraad regels stelt over de verrekening van de bestuurlijke
                                boete bij recidive volgens artikel 18a lid 5 WWB.</al></li></lijst><al/><al>gelezen het voorstel van het College d.d. 6 november 2012;</al><al/><al>tevens kennis genomen hebbend van het advies van de Cliëntenraad Werk en
                        Bijstand;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in het artikel 8 lid 1 sub h van de Wet werk en
                        bijstand. </al><al/><al>BESLUIT:</al><al>De Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WWB gemeente
                        Tytsjerksteradiel als volgt vast te stellen: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de
                                Gemeentewet en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de WWB: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="c."><al>de gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente
                                        Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="d."><al>de recidiveboete: de bestuurlijke boete als bedoeld in
                                        artikel 18a, lid 5 van de WWB;</al></li><li nr="e."><al>het verrekenen: de verrekening als bedoeld in artikel 60,
                                        lid 4 van de WWB.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verrekenen zonder inachtneming van de beslagvrije voet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verrekent de recidiveboete met de uitkering gedurende
                                één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op de verrekening als bedoeld in het eerste lid
                                verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende twee
                                maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken
                                over een inkomen ter hoogte van 80 procent van de toepasselijke
                                bijstandsnorm. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in lid 2 van dit artikel, worden ook
                                middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, lid 2, sub n en r van
                                de WWB. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 wordt in het geval van inwonende minderjarige
                                kinderen ook gedurende de eerste maand verrekend met inachtneming
                                van 80 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2 verrekent het college de recidiveboete met
                            inachtneming van de volledige beslagvrije voet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in artikel 2
                                    lid 1, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende, of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van een dringende reden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boete</titel></kop><al>De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18 lid 1 van
                            de WWB indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment
                            van verrekening van de recidiveboete. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: verordening bestuurlijke
                            boete bij recidive WWB gemeente Tytsjerksteradiel. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gemeente Tytsjerksteradiel. </ondertekening><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 20 december 2012. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra drs. E.J. ter Keurs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive WWB
                        gemeente Tytsjerksteradiel </titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op 1 januari 2013 treedt de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving in werking. Voor de WWB introduceert deze wet de bestuurlijke
                    boete bij een schending van de inlichtingenplicht. Het college is verplicht de
                    bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij
                    deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht worden genomen.
                    Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college
                    besluiten gedurende maximaal drie maanden ook over de beslagvrije voet te
                    verrekenen. </al><al/><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen
                    over de uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening als het gaat om een
                    bestuurlijke boete wegens recidive. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte om een
                    afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het tijdelijk buiten
                    werking stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. </al><al/><al>Terugvordering en invordering van kosten van bijstand of bestuurlijke boetes,
                    blijft voor het overige een bevoegdheid van het college. Het is dus aan het
                    college om hierover nadere (beleids)regels vast te stellen. Het verrekenen van
                    de recidiveboete vormt hierop de enige uitzondering. </al><al/><al>In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met
                    verzoeken van andere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete te
                    verrekenen. Het college dat de boete heeft opgelegd zal in dat geval aangeven in
                    hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens de regels van zijn
                    gemeentelijke verordening). De gemeente die de uitkering verstrekt, volgt dit
                    verzoek in beginsel op en is hierin "leidend". Mocht de beslagvrije voet niet
                    gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het college waarvan hij
                    uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet tóch in acht te nemen. In
                    artikel 60b, lid 2 van de WWB is geregeld dat het college die de uitkering
                    verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek van belanghebbende tegemoet te
                    komen. Het ligt voor de hand dat het college bij de beslissing op dit verzoek
                    handelt analoog aan de regels die in de eigen gemeentelijke verordening zijn
                    vastgelegd. </al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begrippen </vet></al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de
                    Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dat geldt ook
                    voor begrippen die zijn omschreven in het Wetboek van Burgerlijke
                    Rechtsvordering, waarbij het in deze verordening in het bijzonder gaat om het
                    begrip "beslagvrije voet"<sup>1</sup>. Het niet afzonderlijk definiëren voorkomt
                    dat in geval van wijziging van de betreffende definities in de betreffende
                    wetten ook de verordening moet worden aangepast. </al><al>Ad1: De beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 465e van
                    het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering houdt in dat iedereen in principe
                    recht heeft om te kunnen beschikken over 90 procent van de toepasselijke
                    bijstandsnorm. Over dit gedeelte van het inkomen mag daarom geen beslag gelegd
                    worden. </al><al/><al><cursief>lid 2, sub e: het verrekenen </cursief></al><al>De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke
                    Rechtsvordering. Daarom is hiervoor een aparte begripsbepaling opgenomen in de
                    verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Verrekenen ten aanzien van de beslagvrije voet</vet></al><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening zonder
                    inachtneming van de beslagvrije voet plaatsvindt gedurende de eerste maand.
                    Gedurende de tweede en derde maand is 80 procent van de bijstandsnorm vrij van
                    verrekening. Dit uitgangspunt is vastgelegd in artikel 2 van deze verordening. </al><al/><al>Met deze opzet wordt aan de ene kant uiting gegeven aan het principe dat fraude
                    niet mag lonen en er sprake moet zijn van een ‘lik op stuk beleid’. Aan de
                    andere kant wordt toch rekening gehouden met de mogelijke maatschappelijke
                    consequenties van het tijdelijk buiten werking stellen van de beslagvrije voet.
                    Een maand zonder inkomsten zal in de meeste gevallen te overbruggen zijn. Na
                    deze maand blijft een belanghebbende de daarop volgende twee maanden in ieder
                    geval over voldoende middelen beschikken om bepaalde lasten te kunnen voldoen. </al><al/><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van artikel 31,
                    lid 2, sub n of r van de WWB (deels) worden vrijgelaten voor de algemene
                    bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80% van de bijstandsnorm,
                    tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het college laat deze inkomsten dus
                    niet buiten beschouwing bij de beoordeling van de vraag of een belanghebbende
                    nog over voldoende inkomen beschikt. Dit is geregeld in het derde lid. </al><al> Lid 4 stelt dat in geval er sprake is van minderjarige thuiswonende kinderen,
                    ook gedurende de eerste maand 80 procent van de bijstandsnorm wordt vrijgesteld
                    van verrekening. Dit omdat het college het onverantwoord acht dat minderjarige
                    thuiswonende kinderen de dupe worden van het gedrag van hun ouders. Het college
                    acht het van zeer groot belang dat kinderen zo min mogelijk worden belemmerd in
                    hun maatschappelijke participatie door de financiële situatie van hun
                    ouders.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</vet></al><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht,
                    zijn situaties denkbaar waarin al dan niet volledige verrekening met de
                    beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan de orde
                    in artikel 3. Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden waar het
                    college aan zal moeten toetsen. </al><al/><al>In onderdeel a is geregeld dat geen verrekening met de beslagvrije voet
                    plaatsvindt als dit zou kunnen leiden tot huisuitzetting van belanghebbende.
                    Voor alle duidelijkheid: geen verrekening met de beslagvrije voet betekent dat
                    betrokkene blijft beschikken over 90 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.
                    Voorkomen moet worden dat een belanghebbende door (volledige) verrekening op
                    straat komt te staan, aangezien hierdoor de problemen en maatschappelijke kosten
                    alleen maar groter worden. </al><al/><al>Ook als er sprake is van dringende redenen houdt het college rekening met de
                    bescherming van de volledige beslagvrije voet (onderdeel b). Dit betekent dat
                    betrokkene blijft beschikken over 90 van de toepasselijke bijstandsnorm. Van
                    dringende redenen is niet snel sprake. Het moet gaan om zeer bijzondere
                    omstandigheden, waarbij de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende op
                    geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het
                    belanghebbende door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te
                    voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van
                    dringende redenen. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</vet></al><al>In artikel 60b, lid 3 van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te verrekenen
                    zonder inachtneming van de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder
                    opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                    recidiveboete, die eerdere boetes nog niet (volledig) zijn betaald. Mocht het
                    college eerdere, nog openstaande, boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 4
                    dat de bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Inwerkingtreding </vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel is de citeertitel neergelegd van deze verordening.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>