<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR230432_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Leiderdorp 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-09-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Leiderdorps Weekblad Gemeente aan Huis</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Leiderdorp 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 16 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-09-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-09-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012i00499</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Leiderdorp 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiderdorp; gelezen het voorstel nr.
                        2012i00550;gezien het advies van het presidium van 8 mei en 26 juni
                        2012;gelet op het bepaalde in artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b<vet> e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen</al><al>Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente
                        Leiderdorp 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Voorzitter van de raad: de burgemeester als bedoeld in artikel 9 van
                                de wet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Raad: de gemeenteraad van Leiderdorp;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Leiderdorp;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Wethouder: een lid van het college niet zijnde de burgemeester;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Raadslid: een lid van de gemeenteraad van Leiderdorp;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Voorstel van orde: een voorstel, dat alleen betrekking heeft op de
                                gang van zaken tijdens de vergadering of op de wijze van
                                beraadslaging;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>Interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college van
                                burgemeester en wethouders of aan de burgemeester over een onderwerp
                                dat niet op de agenda staat;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>Motie: korte, gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                                een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander
                                voorstel;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>Amendement: een voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                                opgenomen;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>Subamendement een voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                amendement, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                                opgenomen;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>Burgerraadslid: lid van een politieke partij die de raadsleden van
                                die partij ondersteunt bij hun werkzaamheden onder andere door
                                deelname aan commissievergaderingen. Een burgerraadslid wordt door
                                de raad benoemd op voordracht van een fractie;</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al>Persoonlijk feit: mededeling buiten de orde van de vergadering;</al></lid><lid><lidnr>o.</lidnr><al>Interruptie: korte onderbreking van een spreker ter verkrijging van
                                duidelijkheid over wat aan de orde is;</al></lid><lid><lidnr>p.</lidnr><al>Termijn: aantal keren dat de voorzitter een onderwerp in bespreking
                                geeft;</al></lid><lid><lidnr>q.</lidnr><al>Griffier: de griffier als bedoeld in artikel 100 van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>r.</lidnr><al>Secretaris: de secretaris als bedoeld in artikel 100 van de
                                Wet;</al></lid><lid><lidnr>s.</lidnr><al>Lijst van ingekomen stukken: brieven gericht aan de raad,
                                betreffende een bevoegdheid van de raad, waarop de raad een antwoord
                                moet geven;</al></lid><lid><lidnr>t.</lidnr><al>Lijst van toezeggingen: lijst van toezeggingen door het
                                college;</al></lid><lid><lidnr>u.</lidnr><al>Raadsfractie: leden van de raad, die door het centraal stembureau op
                                dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de
                                aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                lijstnummer slechts één raadslid verkozen, dan wordt dit raadslid
                                als een afzonderlijke fractie beschouwd;</al></lid><lid><lidnr>v.</lidnr><al>Fractie: het geheel van leden van de raadsfractie alsmede de
                                burgerraadsleden van die politieke partij;</al></lid><lid><lidnr>w.</lidnr><al>Raadsinformatiesysteem: in het raadsinformatiesysteem –
                                www.raadleiderdorp.nl. - van de gemeenteraad van Leiderdorp plaatst
                                de griffie de agenda's, vergaderstukken voor de vergaderingen van de
                                gemeenteraad, raadscommissies en overige informatie over de raad.
                                Het raadsinformatiesysteem bestaat uit een openbaar gedeelte (RIS)
                                en een besloten gedeelte (BIS). In het BIS staat naast alle openbare
                                informatie ook niet-openbare informatie. Het BIS is toegankelijk
                                voor (burger)raadsleden en de leden van het college.</al></lid><lid><lidnr>x.</lidnr><al>Waar in dit reglement “hij” staat kan ook “zij” worden gelezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de raad of diens door de raad benoemde eerste of
                                tweede vervanger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is – naast het geen hem in dit reglement of op grond
                                van de Wet is opgedragen – belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de raadsvergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>inachtnemen en doen naleven van dit reglement;</al></li><li nr="d."><al>wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt;</al></li><li nr="e."><al>het geven van gelegenheid aan alle raadsleden – met in
                                        achtneming van dit reglement – te spreken over de aan de
                                        orde zijnde onderwerpen;</al></li><li nr="f."><al>het stellen van de conclusies, waarover gestemd wordt;</al></li><li nr="g."><al>het doen plaatsvinden van de stemmingen;</al></li><li nr="h."><al>het mededelen van de uitslag der stemmingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De Griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is bij elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>door de aanwezigheid van de plaatsvervangend voorzitters van de
                                raad, door de (plaatsvervangend) voorzitters van de Onder
                                verantwoordelijkheid van de griffier vindt verslaglegging van de
                                vergaderingen plaats, met inachtneming van het bepaalde in artikel
                                17 en 18 van dit reglement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij verhindering wordt de griffier vervangen door de
                                plaatsvervangend griffier en bij afwezigheid van deze door een door
                                de raad aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd,
                                aan de beraadslaging als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslaging als
                            bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een presidium, bestaande uit de voorzitter van de
                                raad, de eerste plaatsvervangend voorzitter van de raad, de
                                fractievoorzitters of hun plaatsvervangers, en de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium is het dagelijks bestuur van de raad. Tot haar taken
                                behoren de financiën van de raad, de lange termijn planning van de
                                raad, contacten met de rekenkamer en huishoudelijke zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium wordt voorgezeten door de eerste plaatsvervangend
                                voorzitter van de raad en bij diens afwezigheid door een door de
                                aanwezige leden van het raadspresidium aangewezen voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter pleegt overleg met het raadspresidium, wanneer hem dit
                                wenselijk voorkomt. Zodanig overleg vindt tevens plaats, indien ten
                                minste twee leden van het raadspresidium hierom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het vorige lid bedoelde betreft de gang van zaken met
                                betrekking tot de raad in de meest ruime zin.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergaderingen van het presidium zijn openbaar, tenzij de aard van
                                de onderwerpen naar het oordeel van de meerderheid van het presidium
                                zich daartegen verzet.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De besluitenlijst van de vergadering van het raadspresidium wordt
                                ter kennisneming in het raadsinformatiesysteem geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de agendacommissie is elke raadsfractie vertegenwoordigd
                                raadscommissies of door de aanwezigheid van een raadslid. Daarnaast
                                zijn de (plaatsvervangend) griffier en de secretaris aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De plaatsvervangend voorzitter van de raad treedt op als voorzitter
                                van de agendacommissie. Bij diens afwezigheid benoemen de aanwezigen
                                een vervanger uit hun midden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier treedt op als secretaris van de agendacommissie en is
                                bij elke vergadering in die hoedanigheid aanwezig. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter roept de agendacommissie tijdig voor een geplande
                                raadsvergadering bijeen. Ook als ten minste een van de leden hierom
                                verzoekt roept de voorzitter de agendacommissie bijeen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De agendacommissie bereidt de agenda’s voor van de raadscommissies
                                en van de raadsvergaderingen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De agendacommissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen.
                                Indien de stemmen staken wordt het besluit voorgelegd aan het
                                presidium. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De agendacommissie kan voorstellen doen voor het opstellen van een
                                jaarplanning voor de raad en de raadscommissies. Ook kan zij
                                voorstellen doen voor een vergaderschema voor de raad en de
                                raadscommissies. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De mededelingen uit de agendacommissie worden aan alle
                                (burger)raadsleden en aan college ter kennisneming gemaild. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Werkgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan werkgroepen instellen, die door het presidium
                                bekrachtigd worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van een werkgroep worden vanuit de fracties via het
                                presidium voorgedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van een werkgroep kiezen uit hun midden een
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een werkgroep kan worden bijgestaan door de (plaatsvervangend)
                                griffier. De griffier heeft in de vergadering een adviserende
                                stem.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de instelling van een werkgroep bepaalt het presidium of de
                                vergaderingen in het openbaar zullen worden gehouden. Indien het
                                presidium bepaalt dat de vergaderingen in het openbaar zullen worden
                                gehouden, heeft de werkgroep het recht om in bijzondere gevallen,
                                waarin zij dit noodzakelijk acht, in beslotenheid te
                                vergaderen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het presidium bepaalt de termijn, waarbinnen een werkgroep haar taak
                                moet hebben vervuld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het eindverslag van een werkgroep, eventueel vergezeld van een
                                voorstel, wordt uitgebracht aan de commissie alsmede aan de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Een werkgroep is, behoudens het in dit artikel gestelde, vrij om
                                haar werkwijze te bepalen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Toelating en installatie van raadsleden; raadsfracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke (tussentijdse) benoeming van nieuwe raadsleden stelt de
                                raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                mondeling verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor
                                een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden
                                op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling,
                                bedoeld in artikel 18 van de Wet, de voorgeschreven eed of belofte
                                af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd raadslid op voor de vergadering van de raad waarin
                                over diens toelating en geloofsbrieven wordt beslist om de
                                voorgeschreven eed of belofte af te leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Raadsfracties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één raadsfractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één raadslid verkozen, dan wordt dit raadslid als een
                                afzonderlijke raadsfractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de raadsfractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding was geplaatst, deelt de raadsfractie in de eerste
                                vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze
                                raadsfractie in de raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degene die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk dient schriftelijk melding aan de voorzitter te
                                worden gedaan indien:</al><lijst><li nr="a."><al>één of meer leden van een raadsfractie als zelfstandige
                                        raadsfractie gaan optreden;</al></li><li nr="b."><al>twee of meer raadsfracties als één raadsfractie gaan
                                        optreden;</al></li><li nr="c."><al>één of meer leden van een raadsfractie zich aansluiten bij
                                        een andere raadsfractie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met de onder het vierde lid. onder a beschreven veranderde situatie
                                wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering
                                van de raad na de mededeling daarvan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>Vergadering</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderdata</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de dag en het uur van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergadering wordt als regel in de avonduren gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het in artikel 17 van de Wet bedoelde aantal raadsleden
                                    een vergadering wensen, wordt deze vergadering, behoudens het
                                    bepaalde in artikel 20 van de Wet, binnen veertien dagen
                                    gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproeping en bekendmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter roept de raadsleden ten minste tien dagen voor de
                                    vergadering op door publicatie in het raadsinformatiesysteem
                                    van: </al><lijst><li nr="a."><al>de agenda, waarop de te behandelen onderwerpen zijn
                                            vermeld;</al></li><li nr="b."><al>een lijst van ingekomen stukken met voorstellen over de
                                            wijze van afdoening;</al></li><li nr="c."><al>de voorstellen met de daarbij behorende
                                            ontwerpbesluiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de agenda opgesteld door de agendacommissie kunnen, zo het
                                    raadspresidium het nodig oordeelt, bij aanvullingsagenda
                                    onderwerpen worden toegevoegd. Een aanvullingsagenda en de
                                    desbetreffende stukken worden zoveel mogelijk ten minste twee
                                    werkdagen voor het houden van de vergadering in het
                                    raadsinformatiesysteem geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in artikel 19 van de Wet bedoelde openbare kennisgeving
                                    geschiedt door publicatie in de rubriek Gemeente-aan-Huis van
                                    een in de gemeente verschijnend huis-aan-huisblad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de openbare kennisgeving wordt vermeld de mogelijkheid tot
                                    het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel
                                    16.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. De
                                    raad kan besluiten op voorstel van een raadslid of de
                                    voorzitter, onderwerpen aan de agenda toe te voegen of af te
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of
                                    advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op voorstel van een raadslid of van de voorzitter kan de raad de
                                    volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De wethouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wethouders zijn voor elke vergadering van de raad
                                    uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wethouders en de burgemeester kunnen deelnemen aan de
                                    beraadslagingen over voorstellen die tot hun portefeuille
                                    behoren. Indien de portefeuillehouder zich wil laten vervangen
                                    door een ander lid van het college meldt hij dit vooraf bij de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college heeft inzage in alle relevante stukken via het
                                    raadsinformatiesysteem.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inzage van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De stukken, die betrekking hebben op de zaken die aan de orde
                                    komen, worden tot en met de dag van de vergadering ter inzage
                                    gelegd in de leeskamer voor de (burger)raadsleden en in het
                                    raadsinformatiesysteem geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor belangstellenden wordt de agenda gepubliceerd in de rubriek
                                    Gemeente-aan-Huis van van een in de gemeente verschijnend
                                    huis-aan-huisblad. De relevante stukken zijn te raadplegen in
                                    het raadsinformatiesysteem.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien over stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid, van de Wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken
                                    in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier
                                    en verleent de griffier de raadsleden inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>De raadsleden tekenen bij binnenkomst in de vergaderzaal
                                onmiddellijk de daarvoor bestemde presentielijst. Aan het einde van
                                elke vergadering wordt die lijst door de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering, indien op het vastgestelde
                                    aanvangsuur het wettelijke vereiste aantal raadsleden aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op dat tijdstip het wettelijke vereiste aantal raadsleden
                                    niet aanwezig is, stelt de voorzitter de opening maximaal een
                                    half uur uit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien dan het wettelijke vereiste aantal raadsleden niet
                                    aanwezig blijkt te zijn, wordt de presentielijst gesloten en
                                    wordt gehandeld in overeenstemming met het bepaalde in artikel
                                    20, tweede lid van de Wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inspreken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanwezige toehoorders worden in een openbare vergadering in de
                                    gelegenheid gesteld het woord te voeren over willekeurige
                                    onderwerpen. Het kunnen agendapunten zijn, maar dat hoeft niet.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke inspreker krijgt maximaal drie minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de maximale gezamenlijke spreektijd van
                                    dertig minuten evenredig over de sprekers als er meer dan tien
                                    sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen
                                    afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden:</al><lijst><li nr="a."><al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                            bezwaar en/of beroep op de rechter open staat of heeft
                                            opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                            van personen;</al></li><li nr="c."><al>indien een klacht op grond van artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                            ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    voor 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij
                                    vermeldt daarbij zijn naam en het onderwerp waarover hij het
                                    woord wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Betreft het een agendapunt dan stelt de voorzitter de
                                    inspreker(s) onmiddellijk voor de behandeling van het
                                    betreffende agendapunt in de gelegenheid het woord te
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Betreft het geen agendapunt dan bepaalt de raad bij het
                                    vaststellen van de agenda in welke volgorde de insprekers het
                                    woord krijgen. De voorzitter kan van de volgorde afwijken,
                                    indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de vergadering wordt een beeld/audio verslag gemaakt. Dit
                                    verslag kan live worden bekeken en beluisterd op internet via
                                    het raadsinformatiesysteem en is daarna beschikbaar via het
                                    digitale archief.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                    presentielijst en een besluitenlijst van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt in het raadsinformatiesysteem geplaatst
                                    en vermeld in de rubriek Gemeente-aan-Huis van een in de
                                    gemeente verschijnend huis-aan huis blad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluitenlijst bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het besprokene;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering
                                    vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de
                                    griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslaglegging besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van een besloten (deel van de) vergadering wordt een beeld/audio
                                    verslag gemaakt dat in het besloten deel van het
                                    raadsinformatiesysteem kan worden bekeken en beluisterd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                    presentielijst en een besluitenlijst van een besloten (deel van
                                    de) vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze besluitenlijst wordt in het besloten deel van het
                                    raadsinformatiesysteem geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in artikel 17 lid 4 en lid 5 bepaalde is op ook van
                                    toepassing op besloten vergaderingen, met dien verstande, dat de
                                    vaststelling van die besluitenlijst plaatsvindt in een besloten
                                    gedeelte van de eerstvolgende vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Afhandeling agenda</titel></kop><al>Zowel de voorzitter als de raad - de raad slechts, indien daartoe
                                bij voorstel van orde wordt verzocht en besloten – kunnen besluiten
                                tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het afwijken van de volgorde van de agenda;</al></li><li nr="b."><al>het gelijktijdig behandelen van twee of meer
                                        onderwerpen;</al></li><li nr="c."><al>het gesplitst behandelen van een onderwerp;</al></li><li nr="d."><al>het opschorten of sluiten van de beraadslagingen, dan wel
                                        het verdagen van de beslissing over een onderwerp;</al></li><li nr="e."><al>het schorsen of verdagen van de vergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ingekomen stukken en toezeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst.
                                    Deze lijst wordt samen met de agenda en vergaderstukken tot en
                                    met de dag van de vergadering ter inzage gelegd voor de
                                    raadsleden in de leeskamer en in het raadsinformatiesysteem
                                    geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van de voorzitter de wijze van
                                    afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lijst van toezeggingen maakt deel uit van de agenda. Ter
                                    vergadering wordt de status van de toezeggingen doorgenomen.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Het voeren van het woord</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen raadslid voert het woord, dan na daartoe verlof van de
                                    voorzitter gekregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter verleent de raadsleden het woord in de volgorde,
                                    waarin zij het hebben gevraagd, met dien verstande, dat over een
                                    initiatiefvoorstel, een interpellatie, een amendement, een
                                    subamendement of motie, allereerst de indiener of de voorsteller
                                    het woord mag voeren ter toelichting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De volgorde wordt verbroken, wanneer een raadslid het woord
                                    vraagt over een persoonlijk feit, waarvan hij de inhoud in het
                                    kort aan de voorzitter ter kennis heeft gebracht en wanneer een
                                    raadslid een voorstel van orde wil indienen. De voorzitter
                                    verleent aan dat raadslid het woord en laat het bepaalde in het
                                    vorige lid buiten toepassing. De raadsleden kunnen hierop in
                                    korte bewoordingen reageren na daartoe van de voorzitter verlof
                                    te hebben gekregen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen spreker mag in zijn rede gestoord worden, behalve door de
                                    voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het vierde lid zijn
                                    interrupties toegelaten, die bedoeld zijn ter verduidelijking
                                    van dat wat aan de orde is. Dit is ter beoordeling aan de
                                    voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beraadslaging in termijnen</titel></kop><al>Tenzij de raad of de voorzitter anders bepalen geschiedt de
                                beraadslaging in ten hoogste twee termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige raadsleden, de wethouder, de secretaris, de griffier
                                    of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der raadsleden genomen alvorens met de beraadslaging ten
                                    aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt
                                    genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een raadslid hem interrumpeert. De voorzitter kan
                                            bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
                                            betoog zal afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel op andere wijze de orde verstoort, wordt hij door de
                                    voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker,
                                    hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter de raad voorstellen
                                    hem gedurende de vergadering, over het aanhangige onderwerp het
                                    woord te ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>De besluitvorming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Sluiting van de beraadslagingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het einde van de laatste termijn, als bedoeld in artikel 23,
                                    sluit de voorzitter de beraadslaging over het desbetreffende
                                    onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder raadslid heeft het recht, indien geen hoofdelijke stemming
                                    plaatsvindt, in de besluitenlijst te laten vastleggen, dat hij
                                    geacht wordt te hebben tegengestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Volgorde van stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien over een onderwerp verschillende voorstellen zijn gedaan,
                                    komt het meest vergaande voorstel het eerst in stemming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Amendementen komen in stemming voor het voorstel, waarop zij
                                    zijn ingediend, te beginnen met het amendement dat het meest
                                    afwijkt van het oorspronkelijke voorstel. In dezelfde volgorde
                                    wordt gestemd over de (sub)amendementen, waarop zij zijn
                                    ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De minder verstrekkende (sub)amendementen en voorstellen
                                    vervallen na het aannemen van een (sub)amendement dan wel
                                    voorstel met verdere strekking, als bedoeld in de vorige leden
                                    van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien over de toepassing van dit artikel verschil van mening
                                    bestaat, beslist de voorzitter. De raad kan van die beslissing
                                    afwijken, indien daartoe bij voorstel van orde wordt verzocht en
                                    besloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Mondelinge stemming over zaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de hoofdelijke oproeping wordt door het lot beslist bij
                                    welk nummer van de presentielijst de stemming zal beginnen. Deze
                                    geschiedt dan naar volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens over te gaan tot hoofdelijke oproeping, geeft de
                                    voorzitter gelegenheid tot het afleggen van een korte
                                    stemverklaring indien daarom wordt verzocht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter roept de raadsleden vervolgens op aan de stemming
                                    deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij hoofdelijke oproeping is ieder raadslid verplicht zijn stem
                                    “voor” of “tegen” uit te brengen zonder enige bijvoeging, als
                                    bedoeld in artikel 32 van de Wet, tenzij hij zich van stemming
                                    moet onthouden als gevolg van een wettelijk voorschrift. De
                                    griffier neemt de uitgebrachte stemmen schriftelijk op.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem
                                    vergist, dan kan hij deze vergissing herstellen voordat het
                                    volgende raadslid heeft gestemd dan wel indien hij als laatste
                                    heeft gestemd, tot dat de voorzitter heeft medegedeeld, dat de
                                    stemming is voltooid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bemerkt hij zijn vergissing eerst later, dan kan hij na afloop
                                    van de stemming aantekening vragen, dat hij zich heeft vergist.
                                    In de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    wijziging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Schriftelijke stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het doen van keuzen, voordrachten en aanbevelingen van
                                    personen wordt schriftelijk gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig raadslid dat zich niet op grond
                                    van de Wet van stemming moet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De stembriefjes worden verzameld in een daartoe bestemde
                                    bus.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter onderzoekt of het aantal uitgebrachte stembriefjes
                                    overeenstemt met het aantal aan de stemming deelnemende
                                    raadsleden. Is dit niet het geval dan wordt zonder opening van
                                    de briefjes, nadat deze zijn vernietigd een nieuwe stemming
                                    gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ieder briefje wordt vervolgens door de voorzitter voorgelezen,
                                    waarna het onmiddellijk door het naast hem gezeten raadslid
                                    wordt nagezien, terwijl de uitgebrachte stemmen door de griffier
                                    worden genoteerd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Briefjes die niet zijn ingevuld, zijn ondertekend, niet
                                    duidelijk een persoon aanwijzen of waarop bij tussenstemming of
                                    herstemming een andere naam is ingevuld dan diegene waartoe de
                                    keuze beperkt is, worden bij de bepaling van de volstrekte
                                    meerderheid niet meegeteld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien twijfel bestaat over de inhoud van een uitgebrachte stem,
                                    beslist de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vergadering kan vorderen dat een briefje wordt getoond.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorzitter doet de vergadering mededeling van:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal ingeleverde stembriefjes;</al></li><li nr="b."><al>het aantal uitgebrachte geldige stemmen;</al></li><li nr="c."><al>het aantal uitgebrachte stemmen, dat van onwaarde
                                            is;</al></li><li nr="d."><al>het aantal geldige stemmen, dat op iedere persoon is
                                            uitgebracht;</al></li><li nr="e."><al>de uitslag van de stemming.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt overgegaan tot een herstemming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ook bij de herstemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, dan beslist terstond het lot.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Komen meer dan twee personen voor een herstemming in aanmerking,
                                    dan wordt een tussenstemming gehouden tussen degenen die een
                                    gelijk aantal stemmen hebben behaald. Door een tussenstemming
                                    wordt beslist tot wie de herstemming is beperkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Staking van stemmen over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de stemmen staken bij een herstemming of een
                                    tussenstemming als bedoeld in artikel 30, beslist terstond het
                                    lot. De griffier schrijft daartoe de namen van hen, tussen wie
                                    de loting plaatsvindt, op briefjes van dezelfde grootte en
                                    kleur, welke hij op dezelfde wijze gevouwen in de daartoe
                                    bestemde bus doet, waarna de voorzitter één van de briefjes
                                    daaruit neemt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stembriefjes</titel></kop><al>Na afloop van de stemmingen als bedoeld in de artikelen 29, 30 en 31
                                worden de uitgebrachte stembriefjes door de griffier
                                vernietigd.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>RECHTEN VAN DE RAADSLEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Amendement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen
                                beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door
                                raadsleden, die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder raadslid dat in de vergadering aanwezig is en de
                                presentielijst heeft getekend, is bevoegd om in het amendement dat
                                door een raadslid is ingediend, een wijziging voor te stellen
                                (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel tot splitsing moet om in
                                behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter
                                worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het
                                eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een
                                mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder raadslid kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie wordt alleen in behandeling genomen indien deze
                                schriftelijk bij de voorzitter is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van een motie is mogelijk, totdat
                                besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder raadslid kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde indienen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Initiatiefvoorstellen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel wordt alleen in behandeling genomen indien
                                het schriftelijk bij de voorzitter is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor al verzonden
                                is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de
                                raad oordeelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorstel met het oog op de orde van de vergadering samen
                                        met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te
                                        worden behandeld;</al></li><li nr="b."><al>het voorstel eerst dient te worden behandeld in een
                                        raadscommissie of voor advies naar het college dient te
                                        worden gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke
                                        vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een initiatief voorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de
                                raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd en de te
                                stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. Bij de
                                behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende
                                vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in
                                stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de
                                vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant, burgemeester en wethouders voeren niet meer dan
                                tweemaal het woord, de overige raadsleden niet meer dan eenmaal,
                                tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Raadsvragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de agenda van de raadsvergadering staat de vragenronde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragenronde duurt maximaal een half uur. De voorzitter kan
                                bepalen dat van deze maximale tijd wordt afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het raadslid dat tijdens de vragenronde vragen wil stellen, meldt
                                dit onder vermelding van het onderwerp ten minste 2 werkdagen voor
                                aanvang van de vergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan na
                                overleg met het raadspresidium weigeren een onderwerp tijdens de
                                vragenronde aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet
                                voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de
                                vergadering op diezelfde dag aan de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens de vragenronde aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vraagsteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de
                                overige raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vraagsteller het woord verleend om één of
                                meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vraagsteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord
                                verlenen om hetzij aan de vraagsteller, hetzij aan het college
                                vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Tijdens de vragenronde kunnen geen moties worden ingediend en worden
                                geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijk of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze
                                draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van
                                de overige raadsleden en het college worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien de beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijke lid van het college de
                                vraagsteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
                                aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
                                bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden worden door het verantwoordelijke lid van het college
                                zo spoedig mogelijk, via de griffie, aan de raadsleden
                                medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vraagsteller kan, bij schriftelijke beantwoording in dezelfde
                                raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende
                                onderwerpen nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester
                                of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
                                beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Technische vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de agenda’s voor raads- en commissievergaderingen staan de namen
                                van de makers van het betreffende stuk vermeld. (Burger)raadsleden
                                kunnen voor de vergadering contact met ze opnemen voor vragen van
                                technische aard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>(Burger)raadsleden die buiten de vergadering om technische vragen
                                hebben, kunnen deze via de griffie stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in
                                de artikelen 169, derde lid en artikel 180, derde lid van de Wet
                                verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het
                                college of de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift
                                toegezonden aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die
                                door de raad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een
                                openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
                                ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft
                                het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van
                                ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te
                                doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde
                                zijn. Nadere bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen
                                naar de desbetreffende commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder raadslid kan aan een persoon als bedoeld in eerste lid
                                schriftelijk vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 40, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid ter
                                verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als
                                zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor
                                het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 42, zijn
                                overeenkomstig van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>BESLOTEN VERGADERINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een besloten vergadering zijn dezelfde bepalingen van toepassing
                                die voor de openbare vergaderingen gelden, tenzij het tegendeel
                                blijkt uit het gestelde in wettelijke bepalingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de afloop van een besloten vergadering wordt op voorstel van de
                                voorzitter beslist over de vraag of geheimhouding zal worden
                                opgelegd over de behandelde stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel
                                55, tweede en derde lid of artikel 86, tweede en derde lid van de
                                Wet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom
                                wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd,
                                in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                                gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgerraadsleden mogen aanwezig zijn in een besloten
                                raadsvergadering. Voor hen gelden dezelfde verplichtingen ten
                                aanzien van geheimhouding als voor de raadsleden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>Aanwezigen in en bij de vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Plaatsen in de vergaderzaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadsleden hebben in de vergaderzaal hun vaste zitplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De zitplaatsen worden door de voorzitter, na overleg met het
                                raadspresidium, bij het begin van de zittingsperiode, zodanig
                                aangewezen dat de raadsleden, die tot dezelfde groepering
                                (raadsfractie) behoren, naast elkaar hun zitplaats hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier heeft zijn zitplaats ter linkerzijde van de
                                voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>De toehoorders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toehoorders kunnen de openbare raadsvergaderingen bijwonen op de
                                daartoe voor hen bestemde plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toehoorders mogen zich niet in de discussie mengen, met
                                gebruikmaking van hulpmiddelen of anderszins uitingen van
                                beïnvloeding geven of op enigerlei wijze de orde verstoren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan toehoorders die zich niet houden aan hetgeen in
                                het tweede lid van dit artikel is bepaald, uit de vergaderzaal doen
                                verwijderen voor de duur van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid-
                                dan wel beeld registraties willen maken doen hiertoe vooraf
                                mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn
                                aanwijzingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Verbod gebruik communicatiemiddelen</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik van communicatiemiddelen (zoals een mobiele
                            telefoon) die inbreuk maken op de orde van de vergadering, zonder
                            toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Toepassing reglement</titel></kop><al>In de gevallen, waarin dit reglement niet voorziet of wanneer een
                            artikel voor verschillende uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist de
                            raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement van orde voor de
                            vergaderingen van de raad van de gemeente Leiderdorp 2012”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking de dag na bekendmaking in de
                                    rubriek Gemeente-aan-Huis van een in gemeente verschijnend
                                    huis-aan-huisblad op 12 september 2012.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van de in het eerste lid genoemde datum wordt het
                                    reglement van orde voor de vergaderingen, vastgesteld door de
                                    raad bij besluit van 9 juni 2008, ingetrokken.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van </ondertekening><ondertekening>de raad van Leiderdorp op 10 september 2012,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mevrouw J.C. Zantingh mevrouw L.M. Driessen-Jansen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>