<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR229997_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nota Waardering en afschrijving vaste activa 2012-2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stadskanaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stadskanaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Kanaalstreek, 28-11-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>nota Waardering en afschrijving 2012-2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Financiële verordening gemeente Stadskanaal 2012, art. 7</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R 6921</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Nota-waardering-en-afschrijving-vaste-activa-2008">Nota waardering en afschrijving vaste activa 2008</extref>.</al><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/nota-Waardering-en-afschrijving-2016-2019">nota Waardering en afschrijving 2016-2019</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>nota Waardering en afschrijving vaste activa 2012-2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stadskanaal;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2012, nr.
                        R 6921;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende nota "Waardering en afschrijving vaste activa
                        2012-2015".</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>INLEIDING</titel></kop><structuurtekst><al>In de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet</extref> (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212">artikel 212</extref>) is bepaald dat de raad bij verordening de
                            uitgangspunten voor het financiële beleid vaststelt. Hierin moeten de
                            regels voor waardering en afschrijving van activa opgenomen worden. Deze
                            moeten voldoen aan de voorschriften in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten">Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten</extref> (BBV).</al><al>Het regelgevende kader voor het opstellen van de nota is opgenomen in de
                                <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Financiele-verordening-gemeente-Stadskanaal-2012">financiële verordening Gemeente Stadskanaal</extref>.</al><al>Met het aanbieden van deze nota wordt voor de periode 2012-2015 het
                            beleid vastgelegd. Deze nota dient (samen met onder andere de nota
                            onderhoud openbare ruimte) als beleidskader voor de paragraaf onderhoud
                            kapitaalgoederen die in zowel de begroting als in de jaarrekening van
                            enig jaar zijn opgenomen. Daarnaast geeft deze nota de grondslag voor de
                            waardering van de activa op de balans in de jaarrekening.</al></structuurtekst><afdeling><kop><titel>Indeling</titel></kop><structuurtekst><al>De nota bestaat uit de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regelgevend kader.</al></li><li nr="2."><al>Beleidswijzigingen.</al></li><li nr="3."><al>Waardering, activering en afschrijving van vaste activa.
                                        Daarbij gaat het om: </al><lijst><li nr="-"><al>welke activa moeten of mogen worden
                                                gewaardeerd;</al></li><li nr="-"><al>tegen welke waarde moeten de activa worden
                                                gewaardeerd;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze (bruto of netto) worden de activa
                                                gepresenteerd;</al></li><li nr=""><al>en indien een actief wordt gewaardeerd:</al></li><li nr="-"><al>welke afschrijvingstermijnen moeten worden
                                                gehanteerd;</al></li><li nr="-"><al>moet er rekening worden gehouden met een
                                                restwaarde;</al></li><li nr="-"><al>welke afschrijvingsmethoden moeten worden
                                                gehanteerd;</al></li><li nr="-"><al>mogen extra afschrijvingen plaatsvinden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Toerekening rente aan activa</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>1. HET REGELGEVEND KADER</titel></kop><structuurtekst><al>In het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten">Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten</extref> (BBV) wordt in hoofdstuk V, artikelen 59 tot en
                            met 65, ingegaan op de waardering, activering en afschrijving van
                            activa. Sinds het opstellen van het besluit heeft de commissie BBV met
                            de vraag en antwoordrubriek de nodige casuïstiek toegevoegd aan de
                            regelgeving rondom het BBV.</al><al>Daarnaast heeft de commissie over enkele onderwerpen notities
                            gepubliceerd, die onder meer betrekking hebben op de wijze waarop moet
                            worden omgegaan met investeringen. Bij het opstellen van deze nota is
                            hiermee rekening gehouden. De gerelateerde artikelen van het BBV zijn
                            bij de betreffende onderdelen aangegeven.</al><al>Daarnaast is in de <extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Financiele-verordening-gemeente-Stadskanaal-2012">Financiële verordening gemeente Stadskanaal</extref> (<extref doc="http://www.regels-stadskanaal.nl/regelingen/Financiele-verordening-gemeente-Stadskanaal-2012">artikel 7</extref>) de grondslag voor het opstellen van de nota
                            Waardering en afschrijving vaste activa opgenomen.</al><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota Waardering en
                            afschrijving vaste activa aan.</al><al>De raad stelt de nota vast. De nota behandelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de grondslagen voor activering en waardering van vaste
                                    activa;</al></li><li nr="b."><al>de termijnen en methodieken voor afschrijving van vaste
                                    activa;</al></li><li nr="c."><al>het moment waarop de afschrijving van vaste activa
                                    aanvangt.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2. BELEIDSWIJZIGINGEN</titel></kop><afdeling><kop><titel>2.1 Gronden</titel></kop><structuurtekst><al>Op basis van de notitie Grondexploitatie van de commissie BBV
                                behoren gronden die (nog) geen (vaste) bestemming hebben met ingang
                                van 2012 (tijdelijk) tot de materiële vaste activa.</al><al>Het gaat dan bijvoorbeeld om gronden die niet zijn aangekocht met
                                het stellige voornemen tot toekomstige bouw, maar om deze op
                                afzienbare termijn te ruilen voor gronden waarvoor wel dit voornemen
                                bestaat. De activering van grond geschiedt tegen verkrijgingsprijs
                                en bijkomende kosten. Bij de rekening 2012 worden echter de
                                boekwaarden van de grondexploitatie van deze gronden opgevoerd onder
                                de materiële vaste activa. Deze boekwaarden zijn inclusief
                                rentekosten en/of overige vervaardigingskosten. Op de gronden wordt
                                niet afgeschreven.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Investeringen</titel></kop><structuurtekst><al>Investeringskredieten worden beschikbaar gesteld bij het vaststellen
                                van de begroting of in de loop van een begrotingsjaar apart ter
                                besluitvorming voorgelegd. De lasten worden opgenomen in de
                                begroting. In de praktijk blijkt het moeilijk te zijn
                                investeringskredieten te beheersen. Termijnen van uitvoering worden
                                regelmatig niet gehaald waardoor de aanvangstermijn van de
                                afschrijving vertraagd wordt en er onderuitputting op de geraamde
                                lasten ontstaat. Over het onderwerp investeringen en kredieten heeft
                                de commissie BBV een notitie opgesteld. Wij stellen voor het
                                volgende uit de notitie over te nemen:</al><lijst><li nr="-"><al>bij de aanvraag van kredieten een planning van de uitvoering
                                        toe te voegen. Op basis van deze planning ontstaat inzicht
                                        in eventuele vertraging bij de uitvoering;</al></li><li nr="-"><al>kredieten voor bijdragen aan activa van derden hierop uit te
                                        zonderen. Op de uitvoering door derden hebben wij geen
                                        (directe) invloed;</al></li><li nr="-"><al>indien de uitvoering sneller plaatsvindt dan voorzien, kan
                                        een overschrijding van het voor dat jaar beschikbare bedrag
                                        ontstaan. Zolang het totale krediet niet wordt overschreden
                                        en de eventuele extra last past binnen het geautoriseerde
                                        programmatotaal, is dit geoorloofd.</al></li></lijst><al>Aanvullend op deze notitie van de commissie BBV gaat het college de
                                raad informeren over het vervallen van kredieten door niet
                                uitgevoerde investeringen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3 Overige wijzigingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="-"><al>de afschrijvingstermijnen en methodieken voor materiële
                                        vaste activa ten opzichte van de "nota Waardering en
                                        afschrijving vaste activa 2008" zijn geactualiseerd;</al></li><li nr="-"><al>de componentenbenadering voor investeringen in rioleringen
                                        is benoemd, de component rioolgemalen (bouwkundig) is
                                        toegevoegd.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3. WAARDERING EN AFSCHRIJVING VASTE ACTIVA</titel></kop><afdeling><kop><titel>3.1 Algemene grondslagen</titel></kop><structuurtekst><al>Met de vraag welke activa moeten of mogen worden gewaardeerd wordt
                                bedoeld welke uitgaven op de balans (activeren) en welke uitgaven in
                                de rekening van baten en lasten (exploitatie) worden verantwoord.
                                Uitgaven mogen alleen op de balans worden opgenomen wanneer deze in
                                de toekomst (meerjarig) gebruiksnut opleveren. Vervolgens worden
                                jaarlijks de waardeverminderingen via afschrijvingen ten laste van
                                de exploitatie gebracht. Om administratieve redenen worden geringe
                                uitgaven of uitgaven voor investeringen met een beperkte
                                gebruiksduur niet geactiveerd.</al><al>Activa worden gewaardeerd op basis van verkrijgings- of
                                vervaardigingsprijs (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=63">artikel 63 van het BBV</extref>).</al><al>De afschrijvingen op vaste activa worden afgestemd op de verwachte
                                toekomstige gebruiksduur (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=64">artikel 64 van het BBV</extref>) en geven zo goed mogelijk de
                                feitelijke waardedaling weer. Voor investeringen in gebouwen en
                                rioleringen wordt uitgegaan van de zogenaamde componentenbenadering.
                                Deze benadering houdt in dat de verschillende onderdelen van een
                                actief afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van
                                het individuele waardeverloop van die delen. Dit omdat de
                                gebruiksduur per deel kan verschillen. Bij het toepassen van deze
                                benadering kunnen afzonderlijke vervangingen opnieuw worden
                                geactiveerd.</al><al>Componenten gebouwen:</al><lijst><li nr="-"><al>component 1, platte daken;</al></li><li nr="-"><al>component 2, technische installaties;</al></li><li nr="-"><al>component 3, interieurvoorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>component 4, buitenzonwering;</al></li><li nr="-"><al>component 5, perceelinrichting;</al></li><li nr="-"><al>component 6, grond.</al></li></lijst><al>Componenten rioleringen: </al><lijst><li nr="-"><al>component 1, riolen;</al></li><li nr="-"><al>component 2, rioolgemalen (bouwkundig);</al></li><li nr="-"><al>component 3, pompinstallaties.</al></li></lijst><al>De afschrijvingsmethode is lineair. Voor investeringen in het kader
                                van de meerjarenprogramma’s vervangingsinvesteringen wordt de
                                annuïteitenmethode toegepast in verband met het gelijkmatige verloop
                                van de lasten.</al><al>Afschrijving vindt plaats vanaf het moment van ingebruikname van het
                                actief. Afschrijvingen geschieden consequent en onafhankelijk van
                                het resultaat van het boekjaar. Extra afschrijven als het
                                rekeningresultaat het toelaat is alleen toegestaan voor
                                investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=64">artikel 64 van het BBV</extref>).</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Specifieke grondslagen</titel></kop><structuurtekst><al>Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële,
                                de materiële en de financiële vaste activa (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=33">artikel 33 van het BBV</extref>). Investeringen in de
                                grondexploitatie vallen niet onder de vaste activa maar zijn
                                vlottende activa (voorraden).</al><tussenkop> 3.2.1 Immateriële vaste activa (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=34">artikel 34 van het BBV</extref>)</tussenkop><al>Hieronder vallen de volgende activa:</al><lijst><li nr="-"><al>kosten van onderzoek en ontwikkeling;</al></li><li nr="-"><al>kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het
                                            saldo van agio en disagio.</al></li></lijst><al>Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden ten laste van de
                                    exploitatie gebracht. Hiervan kan om budgettaire redenen bij
                                    raadsbesluit worden afgeweken.</al><al>Er mag alleen tot activering worden besloten indien de plannen
                                    met betrekking tot het actief al redelijk omlijnd en uitvoerbaar
                                    zijn en de kosten in te schatten zijn (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=60">artikel 60 van het BBV</extref>). Het toekomstige
                                    gebruiksnut van het actief moet zeker zijn.</al><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden
                                    lineair in vijf jaar afgeschreven.</al><al>De kosten van het sluiten van geldleningen en het saldo van agio
                                    en disagio worden ineens ten laste van de exploitatie
                                    gebracht.</al><tussenkop> 3.2.2 Materiële vaste activa (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=35">artikelen 35</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=59">59 van het BBV</extref>)</tussenkop><al>Materiële vaste activa worden onderscheiden in:</al><lijst><li nr="-"><al>investeringen met economisch nut;</al></li><li nr="-"><al>investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk
                                            nut.</al></li></lijst><al>Investeringen hebben een economisch nut indien zij verhandelbaar
                                    zijn en/of zij kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.
                                    Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut
                                    zijn o.a. investeringen in (inrichting) wegen, waterwegen,
                                    openbare verlichting, civiele kunstwerken, openbare
                                    speelplaatsen, openbaar groen en kunstwerken.</al><tussenkop> Economisch nut</tussenkop><al>Investeringen met economisch nut moeten worden geactiveerd.
                                        Bijdragen van derden die in directe relatie staan met de
                                        investering mogen hierop in mindering worden gebracht.
                                        Bijdragen uit reserves mogen niet in mindering worden
                                        gebracht (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=62">artikel 62 van het BBV</extref>). Deze bijdragen worden
                                        gestort in de reserve Bijdragen vaste activa, de jaarlijkse
                                        onttrekkingen zijn gelijk aan de afschrijvingstermijnen van
                                        het actief en staan tegenover de kapitaallasten.</al><al>De activa worden als volgt afgeschreven, bij tractiemiddelen
                                        en machines wordt rekening gehouden met een eventuele
                                        restwaarde (de verkoopwaarde na gebruik).</al><tussenkop> Niet:</tussenkop><al>a. gronden en terreinen;</al><tussenkop> Lineair:</tussenkop><lijst><li nr="b."><al>60 jaar: rioleringen (uitbreidingen);</al></li><li nr="c."><al>40 jaar: nieuwbouw permanente woonruimten en
                                                  gebouwen (exclusief vervangingscomponenten),
                                                  rioolgemalen (bouwkundig) en aanleg terreinwerken
                                                  (sportvelden en dergelijke);</al></li><li nr="d."><al>30 jaar: verlichtingsinstallaties van
                                                  sportvelden;</al></li><li nr="e."><al>20 jaar: renovatie terreinwerken en gebouwen,
                                                  platte daken, interieurvoorzieningen,
                                                  buitenzonwering en perceelinrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>15 jaar: nieuwbouw semipermanente gebouwen;</al></li><li nr="g."><al>15-40 jaar: technische installaties;</al></li><li nr="h."><al>10-20 jaar: theaterapparatuur, meubilair en
                                                  inventaris;</al></li><li nr="i."><al>10 jaar: zware transportmiddelen;</al></li><li nr="j."><al>3-7 jaar: voertuigen, machines, apparatuur en
                                                  automatisering (hard- en software);</al></li></lijst><tussenkop> Annuïtair, meerjarenprogramma’s
                                            vervangingsinvesteringen:</tussenkop><lijst><li nr="k."><al>60 jaar: rioleringen (vervangen en
                                                  afkoppelen);</al></li><li nr="l."><al>40 jaar: rioolgemalen (bouwkundig);</al></li><li nr="m."><al>20 jaar: platte daken, interieurvoorzieningen,
                                                  buitenzonwering en perceelinrichtingen;</al></li><li nr="n."><al>15 jaar: rioolpompen en technische
                                                  installaties.</al></li></lijst><tussenkop> Maatschappelijk nut</tussenkop><al>Het activeren van investeringen met uitsluitend
                                            maatschappelijk nut is toegestaan voor zover het
                                            investeringen in de openbare ruimte betreft. Deze
                                            investeringen worden geactiveerd, tenzij de raad besluit
                                            hiervan af te wijken. Bijdragen van derden en bijdragen
                                            uit reserves worden in mindering gebracht.</al><al>De activa worden als volgt afgeschreven:</al><tussenkop> Lineair:</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>30 jaar: wegen, waterwegen, openbare
                                                  verlichting, civiele kunstwerken, openbaar groen
                                                  en kunstwerken;</al></li><li nr="b."><al>20 jaar: terreinwerken;</al></li><li nr="c."><al>10 jaar: openbare speelplaatsen;</al></li></lijst><tussenkop> Annuïtair, meerjarenprogramma’s
                                            vervangingsinvesteringen:</tussenkop><lijst><li nr="d."><al>30 jaar: civiele kunstwerken en openbare
                                                  verlichting;</al></li><li nr="e."><al>20 jaar: terreinwerken.</al></li></lijst><al>Materiële vaste activa met een verkrijgings- of
                                            vervaardigingsprijs van minder dan € 10.000,00 of een
                                            gebruiksduur van minder dan drie jaar worden niet
                                            geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen.
                                            In afwijking hiervan kunnen tractiemiddelen en machines
                                            met een waarde van minder dan € 10.000,00 om
                                            bedrijfseconomische redenen wel geactiveerd worden.</al><tussenkop> 3.2.3 Financiële vaste activa (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=36">artikel 36 van het BBV</extref>)</tussenkop><al>Onder financiële vaste activa vallen, naast
                                    kapitaalverstrekkingen, leningen en uitzettingen, ook bijdragen
                                    aan activa in eigendom van derden. Deze mogen worden geactiveerd
                                    wanneer de investering bijdraagt aan de publieke taak en de
                                    verplichting bestaat tot het daadwerkelijk investeren, en, bij
                                    niet aan die verplichting voldoen, de bijdrage kan worden
                                    teruggevorderd (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20begroting%20en%20verantwoording%20provincies%20en%20gemeenten/article=61">artikel 61 van het BBV</extref>).</al><al>Geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden worden
                                    afgeschreven met dezelfde termijnen als ware het actief waarvoor
                                    de bijdrage wordt verstrekt in het bezit van de gemeente.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4. TOEREKENING RENTELASTEN AAN ACTIVA</titel></kop><structuurtekst><al>Aan de vervaardiging van een actief wordt geen rente toegerekend (dus
                            niet opgenomen in de kostprijs). De rentelasten worden toegerekend aan
                            het programma waarvoor het actief wordt gebruikt op basis van de
                            boekwaarde per 1 januari van de vaste activa en het vastgestelde
                            omslagpercentage in de begroting.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5. INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL</titel></kop><structuurtekst><al>De "nota Waardering en afschrijving vaste activa 2008", vastgesteld door
                            de raad op 21 april 2008, wordt ingetrokken.</al><al>Deze nota treedt in werking één dag na bekendmaking.</al><al>Deze nota wordt aangehaald als "nota Waardering en afschrijving
                            2012-2015".</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 november 2012.</ondertekening><ondertekening>De raad</ondertekening><ondertekening>de heer K. Willems mevrouw B.A.H. Galama</ondertekening><ondertekening>raadsgriffier voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>