<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR229870_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratie- en Participatieverordening 2013 Gemeente Tytsjerksteradiel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Actief, 27-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratie- en Participatieverordening 2013 Gemeente Tytsjerksteradiel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, artikel 7 en 8 eerste lid onder a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, artikelen 34, 35 eerste lid onder a, 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratie- en Participatieverordening 2013 Gemeente Tytsjerksteradiel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al>Gemeente Tytsjerksteradiel</al><al>Raadsvergadering d.d. 20 december 2012, agendapunt 10C</al><al/><al>De Raad van de gemeente Tytsjerksteradiel:</al><al>overwegende dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de Wet werk en bijstand en de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, de gemeenteraad opdracht
                                geven om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het
                                ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van
                                voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling; </al></li><li nr="-"><al>op 26 november 2009 de Re-integratieverordening WWB, IOAW en WIJ
                                gemeente Tytsjerksteradiel 2010 is vastgesteld door de
                                gemeenteraad;</al></li><li nr="-"><al>het college op basis van van de inwerkingtreding van een aantal
                                wetswijzigingen en evaluatie van het gevoerde beleid, genoemde
                                verordening wenst aan te passen;</al></li><li nr="-"><al>de verordening naar aanleiding van deze aanpassingen opnieuw
                                vastgesteld moet worden door de gemeenteraad;</al></li></lijst><al/><al>gelezen het voorstel van het College d.d. 13 november 2012;</al><al/><al>tevens kennis genomen hebbend van het advies van de Cliëntenraad Werk en
                        Bijstand;</al><al/><al>gelet op:</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 149, eerste lid, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 7, 8, eerste lid onder a, van de Wet werk en
                                bijstand;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 34, 35, eerste lid, onder a, en 36 van de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                werknemers;</al></li><li nr="-"><al>de EG-verordening Werkgelegenheidssteun (nr. 2204/2002, Pb EG 2002,
                                L 337/3) en de EG-verordening de minimis-steun (nr. 69/2001, Pb EG
                                2001, L 10/30), alsmede de Beleidsaanbeveling van belang voor het
                                opstellen van de gemeentelijke reïntegratieverordeningen in het
                                kader van de Wet Werk en Bijstand (Verzamelcirculaire SZW, april
                                2004).</al></li></lijst><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>de Re-integratie- en Participatieverordening 2013 Gemeente Tytsjerksteradiel
                        als volgt vast te stellen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Algemene wet
                                bestuursrecht (Awb).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. de wet: de Wet werk en bijstand en de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze;</al><al>b. het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Tytsjerksteradiel;</al><al>c. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Tytsjerksteradiel;</al><al>d. ondersteuning: het geheel van activiteiten en in te zetten
                                instrumenten, al dan niet onderdeel uitmakend van een overeenkomst
                                of plan van aanpak, dat bijdraagt aan de bevordering van deelname
                                aan de arbeidsmarkt dan wel aan het leveren van een
                                tegenprestatie;</al><al>e. tegenprestatie: naar vermogen onbeloonde maatschappelijk nuttige
                                werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op
                                reguliere arbeid en niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
                                De tegenprestatie heeft een kortdurend karakter, zowel qua tijd als
                                duur.</al><al>f. voorliggende voorziening: de voorziening als bedoeld in artikel
                                5, sub e, WWB;</al><al>g. uitkeringsgerechtigde: de personen in de leeftijd van 18 jaar of
                                ouder maar jonger dan de leeftijd waarop het recht op AOW ontstaat
                                genoemd in artikel 10, eerste en tweede lid WWB en artikel 5, eerste
                                lid IOAW; </al><al>h. startkwalificatie: een afgeronde opleiding op MBO 2-niveau dan
                                wel HAVO- of VWO-niveau;</al><al>i. algemeen geaccepteerde arbeid: iedere vorm van betaalde arbeid,
                                niet zijnde werk in het kader van de Wet sociale werkvoorziening,
                                dat algemeen maatschappelijk is aanvaard en niet indruist tegen de
                                openbare orde of goede zeden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BELEID EN FINANCIËN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het bieden van ondersteuning gebeurt met inachtneming van de bepalingen
                            van de wet en deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroepen</titel></kop><al>Bij de uitvoering van de re-integratietaak onderscheidt het college de
                            volgende doelgroepen:</al><al>a. zelfredzaam;</al><al>b. ondersteuning;</al><al>c. zorg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Opdracht aan het college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt uitkeringsgerechtigden ondersteuning aan bij de
                                arbeidsinschakeling en, voor zover het college dat noodzakelijk
                                vindt, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden
                                van voorzieningen maakt het college een afweging, waarbij wordt
                                gekeken of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de
                                mogelijkheden en capaciteiten van belanghebbende, het meest
                                doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college voert de re-integratietaak binnen de WWB en IOAW uit op
                                basis van de volgende uitgangspunten:</al><al>a. een baan boven een uitkering;</al><al>b. de arbeidsmarkt is leidend;</al><al>c. de financiële middelen zijn leidend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt geen ondersteuning: </al><al>a. wanneer betrokkene jonger is dan 27 jaar en uit ’s rijkskas
                                bekostigd onderwijs volgt, dan wel nog kan volgen;</al><al>b. gedurende de vier weken (personenkring &lt; 27 jaar) en drie
                                weken (personenkring &gt; 27) na melding waarbij de betrokkene van
                                18 tot de leeftijd waarop recht op AOW ontstaat, zelf alles in het
                                werk moet stellen om algemeen geaccepteerde arbeid te vinden, tenzij
                                er sprake is van een situatie waarbij dit redelijkerwijs niet van de
                                klant kan worden gevraagd;</al><al>c. aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een
                                uitkering verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om belanghebbende te
                                verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels op over hoe invulling wordt gegeven
                                aan de plicht tot tegenprestatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Budgetplafonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Participatiebudget is leidend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een tekort op het Participatiebudget is een weigeringsgrond bij de
                                aanspraak op een specifieke voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen ten aanzien van de
                                afzonderlijke doelgroepen zoals genoemd in artikel 3 van deze
                                verordening. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>DE VORM VAN ONDERSTEUNING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><al>Er bestaat geen aanspraak op ondersteuning wanneer er sprake is van een
                            voorliggende voorziening die naar de mening van het college in voldoende
                            mate bijdraagt aan de re-integratie van belanghebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De vorm van ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De overeenkomst of het plan van aanpak is afgestemd op de
                                mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde en kan bestaan uit
                                verschillende vormen van ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overeenkomst of het plan van aanpak moet leiden tot het
                                aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid of het geven van
                                invulling tot aan de plicht tot tegenprestatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vorm van de ondersteuning opgenomen in een overeenkomst of het
                                plan van aanpak, is gericht op uitstroom en moet bijdragen aan
                                deelname of terugkeer naar de arbeidsmarkt, of is gericht op het
                                geven van invulling aan de plicht tot tegenprestatie en kan bestaan
                                uit alle beschikbare activiteiten die hierop zijn gericht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Uitkeringsgerechtigden waarvan is vastgesteld dat zij door medische,
                                sociale of psychische belemmeringen geen of voorlopig geen
                                realistisch perspectief hebben om arbeid in welke vorm dan ook te
                                verrichten, moeten naar vermogen een tegenprestatie leveren, tenzij
                                er sprake is van een situatie waarbij dit redelijkerwijs niet van de
                                uitkeringsgerechtigde kan worden gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college formuleert beleidsregels met betrekking tot de wijze
                                waarop en de mate waarin de evaluatie van de overeenkomst of het
                                plan van aanpak plaats vindt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan personen die in aanmerking komen voor ondersteuning kan een
                                vergoeding worden verstrekt gedurende de looptijd van de
                                overeenkomst of het plan van aanpak, voor zover die direct
                                gerelateerd zijn aan het gebruik maken van de voorzieningen en voor
                                zover er geen aanspraak is op een voorliggende voorziening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ten aanzien van dit artikel nadere beleidsregels
                                stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van het aanbieden van scholing en/of opleiding als vorm
                                van ondersteuning bedoeld gelden de volgende regels:</al><al>a. De scholing / opleiding moet noodzakelijk zijn voor het slagen
                                van de overeenkomst of het plan van aanpak;</al><al>b. de scholing / opleiding kan alleen ingezet worden als dit de
                                kortste weg is naar algemeen geaccepteerde arbeid;</al><al>c. de scholing / opleiding dient bij voorkeur te worden ingezet voor
                                het alsnog behalen van een startkwalificatie;</al><al>d. het college kan geen scholing / opleiding bieden aan de persoon
                                jonger dan 27 jaar wanneer deze persoon (nog) uit ’s Rijks schatkist
                                bekostigd onderwijs volgt of daarvoor in aanmerking komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ten aanzien van dit artikel nadere beleidsregels
                                stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Premies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de
                                arbeidsinschakeling kan aan de uitkeringsgerechtigde een premie
                                worden verstrekt van maximaal het bedrag als bedoeld in artikel 31,
                                lid 2 sub j, WWB.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden vast voor het
                                recht op en de hoogte van een dergelijke premie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BONUS WERKGEVER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Onderhandelingsruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onderdeel van een overeenkomst of het plan van aanpak kan aan de
                                werkgever een bonus worden verstrekt, wanneer de belanghebbende een
                                arbeidsovereenkomst wordt aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bonus kan alleen worden verstrekt wanneer de
                                concurrentieverhoudingen niet worden aangetast en er geen
                                verdringing van arbeid plaats vindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden vast voor het
                                recht op en de hoogte en de duur van een bonus. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>VERPLICHTINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verplichtingen aan het recht op ondersteuning</titel></kop><al>Wanneer naar het oordeel van het college recht op ondersteuning bestaat,
                            verbindt het college hieraan nadere verplichtingen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>AFSTEMMING EN BEËINDIGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Afstemming en beëindiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon aan wie door het college een voorziening wordt
                                aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken, en wel op zodanige
                                wijze dat uitstroom naar betaalde arbeid onverkort kan plaatsvinden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De persoon die gebruik maakt van een voorziening is gehouden aan de
                                verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur
                                Uitvoeringsorganisatie en de verplichtingen die het college aan de
                                aangeboden voorziening heeft verbonden, na te komen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een persoon die gebruik maakt van een voorziening en
                                die niet voldoet aan het gestelde in het eerste of tweede lid een
                                verlaging opleggen conform hetgeen is bepaald in de Afstemmings- en
                                fraudeverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een voorziening beëindigen van een persoon die hier
                                gebruik van maakt en zich niet houdt aan de gemaakte afspraken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>INKOMSTENVRIJLATING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inkomstenvrijlating</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of
                                aanvaardt en daarmee een inkomen verdient dat minder bedraagt dan de
                                voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, vindt
                                vrijlating van inkomsten uit arbeid plaats zoals bedoeld in artikel
                                31 tweede lid onder n van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de uitkeringsgerechtigde alleenstaande ouder met kinderen tot
                                12 jaar die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarin een
                                inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de
                                uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, vindt vrijlating
                                van inkomsten uit arbeid plaats zoals bedoeld in artikel 31, tweede
                                lid, onder r van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vrijlating is alleen mogelijk wanneer dit naar het oordeel van het
                                college bijdraagt aan uitstroom van de uitkeringsgerechtigde:</al><al>a. er moet sprake zijn van een re-integratietraject gericht op
                                uitstroom;</al><al>b. er moet sprake zijn van inkomsten uit arbeid en aanvullende
                                bijstand;</al><al>c. de vrijlating kan in totaal nooit langer dan zes maanden
                                duren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op jongeren tot 27 jaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde die op grond van de de
                                Re-integratieverordening WWB, IOAW en WIJ gemeente Tytsjerksteradiel
                                2010 een vergoeding aangeboden heeft gekregen en op grond van de
                                bepalingen van de huidige verordening geen recht meer zou hebben op
                                een vergoeding, behoudt zijn recht tot maximaal 3 maanden na
                                inwerkingtreding van deze verordening of het vaststellen van een
                                beleidsregel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergoeding is ingediend waarop nog niet is
                                beslist, is de Re-integratie- en Participatieverordening gemeente
                                Tytsjerksteradiel 2013 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen waarin het overgangsrecht van 3 maanden niet billijk is,
                                beslist het college en stelt daartoe wanneer nodig beleidsregels
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door of namens burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen
                                ten gunste van de persoon genoemd in artikel 1, tweede lid, onder g,
                                worden afgeweken van de bepalingen van deze verordening, wanneer
                                toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard
                                leidt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ”Re-integratie- en
                            Participatieverordening 2013 Gemeente Tytsjerksteradiel”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2013.</al></li><li nr="2."><al>De Re-integratieverordening WWB, IOAW en WIJ gemeente
                                    Tytsjerksteradiel 2010, vastgesteld in de raadsvergadering van
                                    26 november 2009 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari
                                    2013. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel van 20 december 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra E.J. ter Keurs</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel><onderstreept>Algemene toelichting</onderstreept></titel></kop><al>De Wet werk en bijstand (WWB) verplicht gemeenten om uitkeringsgerechtigden te
                    ondersteunen bij arbeidsinschakeling en deze personen voorzieningen aan te
                    bieden die zijn gericht op arbeidsinschakeling. Het beleid dat gemeenten
                    hanteren moet worden vastgelegd in een verordening. In 2003 heeft de raad van de
                    gemeente Tytsjerksteradiel deze verordening voor het eerst vastgesteld. In
                    verband met wetswijzingen en evaluatie van het gevoerde beleid is de verordening
                    nu aangepast en moet de raad deze opnieuw vaststellen. </al><al/><al>De aangepaste verordening regelt de aanspraak op ondersteuning en is gericht op
                    de inschakeling in de arbeid en de tegenprestatie. Er is bewust in deze
                    verordening ervoor gekozen zo min mogelijk instrumenten te benoemen. Op deze
                    manier geven wij de afdeling de Walden de ruimte in de uitvoering van de
                    re-integratie. In situatie waar het wenselijk is, stelt het college
                    beleidsregels opstellen. </al><al/><al><cursief>Wijzigingen per 1 januari 2012</cursief>Mensen mogen niet afhankelijk
                    worden gemaakt van een uitkering en er moet worden voorkomen dat mensen te snel
                    worden afgeschreven en permanent aan de kant staan. Werk biedt mensen
                    perspectief, zelfrespect, sociale contacten en sociale betrokkenheid. De
                    regering wil het aantal mensen dat aan de kant staat en langdurig afhankelijk is
                    van een uitkering sterk terugdringen. Daarbij past dat de Wet werk en bijstand
                    (WWB) er alleen is voor degenen die dat echt nodig hebben. Werk is de basis voor
                    zelfstandigheid, het benutten en ontwikkelen van talenten en vaardigheden en de
                    beste manier om uit armoede te komen. De WWB moet daarom optimaal activerend
                    zijn richting werk.</al><al> Per 1 januari 2012 is de WWB samengevoegd met de Wet investeren in jongeren
                    (WIJ). Daarnaast is de WWB per deze datum aangescherpt. De WWB bevat nu een
                    aantal bepalingen die de tijdelijke vangnetfunctie van de WWB nog meer </al><al>voorop stelt. De verplichtingen waaraan uitkeringsgerechtigden moeten voldoen
                    zijn aangescherpt met het oog op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en
                    vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden. De
                    aangescherpte WWB kent de volgende uitgangspunten:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De eigen verantwoordelijkheid van de burger staat nog meer als voorheen
                            centraal. De aanscherping van de WWB richt zich allereerst op de toegang
                            tot de bijstand. De eigen verantwoordelijkheid wordt in dit geval
                            benadrukt doordat iedere aanvrager van 18 tot de leeftijd waarbij recht
                            op AOW ontstaat de verplichting krijgt om eerst zelf vier weken
                            (personenkring &lt; 27 jaar) en drie weken (personenkring &gt; 27) naar
                            werk te zoeken voordat hij/zij aanspraak kan maken op ondersteuning.
                        </al></li><li nr="2."><al>Het activerende karakter en de vangnetfunctie van de WWB moeten verder
                            worden versterkt. Werk is de basis voor zelfstandigheid, voor het
                            benutten en ontwikkelen van talenten en vaardigheden en de beste manier
                            om uit armoede te komen.</al></li><li nr="3."><al>De verplichtingen van mensen met een uitkering zijn aangescherpt. Zo is
                            de plicht tot tegenprestatie in de wet opgenomen en is de maximale
                            verblijfsduur in het buitenland beperkt.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Sociale Agenda en kanteling</cursief></al><al>Het college wil de re-integratietaak binnen de WWB uitvoeren op basis van het
                    gedachtegoed van de Sociale Agenda. Net als bij de uitvoering van de Wmo wordt
                    er gekeken naar het maatschappelijk vraagstuk dat bij de situatie van de klant
                    hoort vanuit de kantelinggedachte. Kanteling is de omslag van claim- en
                    aanbodgericht werken naar vraag- en resultaatgericht werken. </al><al/><al>Dit alles is eerder al vastgelegd in de contourennotitie WWB die door de raad
                    opiniërend is behandeld in de raadsvergadering van 18 oktober 2012. De door de
                    raad aangegeven kaders vormen voor het college het vertrekpunt voor de
                    ‘invulling van nieuwe’ re-integratieverordening. </al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikelsgewijze toelichting</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al>Een aantal definities zijn hier niet meer opgenomen omdat deze in de wet zijn
                    opgenomen. Er is sprake van een plan van aanpak voor uitkeringsgerechtigden
                    jonger dan 27 jaar.</al><al/><al>In het plan van aanpak wordt de vorm van de ondersteuning uitgewerkt en worden
                    de verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling vastgelegd. Ook is
                    vastgelegd wat de consequenties zijn wanneer de verplichtingen niet worden
                    nagekomen. Het plan van aanpak maakt onderdeel uit van het besluit tot
                    toekenning van algemene bijstand. De overeenkomst omvat ook de vorm van de
                    ondersteuning en ook hierbij worden de verplichtingen en de eventuele
                    consequenties van het niet nakomen van de verplichtingen vastgelegd. De
                    overeenkomst is voor uitkeringsgerechtigden van 27 jaar en ouder.</al><al> De term ‘tegenprestatie’ is nieuw in de wet en wordt toegelicht bij artikel 4. </al><al/><al><vet>Artikel 2.</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>In dit artikel is vastgelegd welke doelgroepen het college bedient. De
                    contourennotitie WWB vorm het vertrekpunt voor de bepaling van deze doelgroepen.
                    Door de huidige indeling sluiten we niemand uit, maar kijken we naar de
                    mogelijkheden van elke individu.</al><al/><al><vet>Artikel 4.</vet></al><al>Het college biedt uitkeringsgerechtigden ondersteuning bij arbeidsinschakeling
                    voor zover het college dat noodzakelijk vindt. </al><al/><al>De uitgangspunten voor het uitvoeren van de re-integratietaak zijn:</al><lijst><li nr=""><al>-een baan boven een uitkering;</al></li><li nr=""><al>-de arbeidsmarkt is leidend; </al></li><li nr=""><al>-de financiële middelen zijn leidend. </al></li></lijst><al>In aanvulling op het uitgangspunt dat de arbeidsmarkt leidend is, geldt dat het
                    college een corrigerende rol heeft voor wat betreft discriminatie van leeftijd,
                    geloof, ras enz. </al><al/><al>In dit artikel is ook geregeld dat het college gebruik maakt van de bevoegdheid
                    om invulling te geven aan de plicht tot tegenprestatie.</al><al/><al><cursief>Wat houdt de wettelijke plicht tot tegenprestatie naar vermogen in
                    </cursief>Het college heeft de bevoegdheid om mensen met een uitkering
                    op grond van de WWB en IOAW te verplichten om naar vermogen onbeloonde
                    maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten. Het doel van de
                    verplichting is om een tegenprestatie te verlangen voor het beroep op de
                    solidariteit van de samenlevingbronnen.</al><al/><al>Het college bepaalt de aard, de duur en de omvang van de tegenprestatie. Hierbij
                    kijkt het college naar de individuele omstandigheden en de onbeloonde
                    maatschappelijke nuttige werkzaamheden die voorhanden zijn. Er moet dus sprake
                    zijn van maatwerk.</al><al>Hierbij is het ook mogelijk dat de uitkeringsgerechtigde zelf – vrijwillig – een
                    tegenprestatie aandraagt en die voorlegt aan het college.</al><al/><al><cursief>Samenloop met arbeidsplicht en re-integratie </cursief></al><al>De plicht tot het leveren van een tegenprestatie staat los van de arbeidsplicht
                    en het re-integratietraject. Het is niet bedoeld als re-integratie-instrument. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 5. </vet>Ook voor dit artikel geldt dat de basis is gelegen in de
                    contourennotitie WWB. Er is een relatie gelegd tussen doelgroepen en de
                    beschikbare financiële middelen. Onderstaand schema is hierbij van
                    toepassing.</al><al/><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al><vet>Klantgroep</vet></al></entry><entry><al><vet>Rol gemeente</vet></al></entry><entry><al><vet>Voorbeelden instrumenten</vet></al></entry><entry><al><vet>Inzet </vet></al><al><vet>Participatie-budget</vet></al></entry></row><row><entry><al><vet>Zelfredzaam</vet></al><al/></entry><entry><al>Regie</al></entry><entry><al>Werkgeversdienstverlening</al><al>Groepsgewijze dienstverlening</al><al>Eigen verantwoordelijkheid</al><al>Handhaven</al></entry><entry><al>Minimaal</al></entry></row><row><entry><al><vet>Ondersteunen</vet></al><al/></entry><entry><al>Uitvoerend &amp; regie</al><al/></entry><entry><al>Werkgeversdienstverlening</al><al>Jobhunten</al><al>Jobcoaching</al><al>Trainen werknemersvaardigheden</al><al>Participatie</al></entry><entry><al>Ja</al></entry></row><row><entry><al><vet>Zorg</vet></al><al/></entry><entry><al>Regie</al></entry><entry><al>Verwijzen'1 gezin, 1 plan, 1 contactpersoon'</al></entry><entry><al>Minimaal, vnl gebruik maken van andere
                                        financierings-stromen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>Artikel 6.</vet></al><al>Er bestaat geen aanspraak op ondersteuning, wanneer er sprake is van een
                    voorliggende voorziening die voor belanghebbende in voldoende mate bijdraagt aan
                    de re-integratie van belanghebbende.</al><al/><al><vet>Artikel 7. </vet></al><al>Dit artikel geeft het kader aan waarlangs de overeenkomst of plan van aanpak
                    vorm wordt gegeven. Uitgangspunt is hierbij dat de ondersteuning gericht moet
                    zijn op aanvaarding van algemeen geaccepteerde arbeid dan wel het leveren van
                    een tegenprestatie. </al><al/><al><vet>Artikel 8. </vet></al><al>Aan de klant kan een vergoeding voor reiskosten worden verleend of andere
                    vergoedingen die bijdragen aan het welslagen van de overeenkomst of plan van
                    aanpak. Hierbij valt te denken aan de kosten van kinderopvang, verhuiskosten,
                    aanschaf werkkleding etc.</al><al>Het college kan t.a.v. de vergoedingen nadere beleidsregels opstellen. Hierbij
                    sluiten wij aan bij de uitgangspunten en het gedachtegoed van de WWB 2012 en de
                    toekomstige WWNV.</al><al/><al><vet>Artikel 9.</vet></al><al>In dit artikel is geregeld aan welke voorwaarden de inzet van dit instrument
                    moet voldoen.</al><al>De scholing of opleiding moet altijd onderdeel uitmaken van een overeenkomst of
                    plan van aanpak. Wanneer betrokkene niet beschikt over een startkwalificatie,
                    staat dit veelal de arbeidsinschakeling in de weg. Studiefinanciering is een
                    voorliggende voorziening. Jongeren tot 27 jaar die recht hebben op
                    studiefinanciering moeten hier gebruik van maken.</al><al/><al><vet>Artikel 10. </vet></al><al>Het is denkbaar dat het college, ter stimulering van de arbeidsinschakeling
                    besluit een premie toe te kennen. Het college werkt dit nog uit in nader te
                    formuleren beleidsregels. </al><al/><al><vet>Artikel 11. </vet>Aan werkgevers kan een bonus worden verstrekt. Dit is een
                    maatwerk instrument. Het beleid van de gemeente komt tot uitdrukking in de
                    hoogte van de bonus (eventueel gekoppeld aan de mate van productiviteit), de
                    termijn en de aan de bonus verbonden verplichtingen (b.v. bieden van scholing en
                    begeleiding). Per klant wordt beoordeeld wat een passende bonus is. </al><al>Bij de inzet van dit instrument moet de Europese regelgeving in acht worden
                    genomen.</al><al/><al>Het tweede lid geeft aan, dat de concurrentieverhouding niet onverantwoord
                    beïnvloed mogen worden. Feitelijk komt het er op neer, dat de werkgever geen
                    onevenredig voordeel uit de bonus mag halen.</al><al/><al>Het derde lid geeft het college de bevoegdheid nadere regels te stellen over de
                    hoogte van de subsidie, de termijn, en de praktische uitvoering (aanvraag,
                    informatieverplichting, terugvordering, etc.).</al><al/><al><vet>Artikel 12.</vet></al><al>Het college kan nadere verplichtingen verbinden aan het te volgen traject of aan
                    het plan van aanpak. Dit kan bijvoorbeeld zijn het verplicht meewerken aan een
                    traject van derden zoals GGZ, het Veiligheidshuis of schulddienstverlening.</al><al/><al><vet>Artikel 13. </vet></al><al>Dit artikel biedt de verbinding met de Afstemmings- en fraudeverordening WWB en
                    IOAW wanneer de uitkeringsgerechtigde niet aan zijn of haar verplichtingen
                    voldoet.</al><al/><al><vet>Artikel 14. </vet></al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid inkomen vrij te laten voor zover dit naar het
                    oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de
                    uitkeringsgerechtigde.</al><al>Op grond van artikel 31 lid 2 onder r is het college bevoegd om van de
                    zogenaamde verlengde inkomensvrijlating gebruik te maken voor de alleenstaande
                    ouder met kinderen tot 12 jaar. We kiezen er bewust voor om de vrijlating
                    maximaal op 6 maanden te zetten. De vrijlating hoeft niet aansluitend te zijn.
                    Hierbij sluiten wij aan bij de flexibele arbeidsmarkt, dus bij het accepteren
                    van kortdurende arbeidscontracten / uitzendwerk. In de WWB is vastgelegd dat
                    jongeren tot 27 jaar geen recht hebben op een inkomstenvrijlating. </al><al/><al><vet>Artikel 15.</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat de belanghebbende die een vergoeding onder het
                    oude 'regime' toegekend heeft gekregen en hiervoor op basis van de nieuwe
                    aangescherpte regels niet meer in aanmerking komt, deze vergoeding in elk geval
                    behoudt tot maximaal 3 maanden na inwerkingtreding van deze verordening. In
                    gevallen waarin een langere termijn dan 3 maanden noodzakelijk is beslist het
                    college.</al><al/><al><vet>Artikel 16.</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op de hardheidsclausule en maakt het mogelijk in
                    het voordeel van de cliënt af te wijken van wat in de verordening is
                    vastgelegd.</al><al>Het college beslist in gevallen waarin deze verordening onverhoopt niet
                    voorziet. </al><al/><al><vet>Artikel 17.</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 18.</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>