<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR229714_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening gemeente Boxmeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.boxmeer.nl">Boxmeers Weekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening gemeente Boxmeer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">4:23 Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-02-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-10-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>I-WL/2012/3412</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening gemeente Boxmeer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief><onderstreept>Activiteit</onderstreept></cursief><cursief>:</cursief>
                                    een met gebruikmaking van de subsidie te leveren product,
                                    prestatie of dienst.</al></li><li nr="b."><al><cursief><onderstreept>Activiteitenplan:</onderstreept></cursief>
                                    een overzicht van de voorgenomen activiteiten en de na te
                                    streven doelstellingen en met de daarvoor benodigde personele en
                                    materiële middelen.</al></li><li nr="c."><al><cursief><onderstreept>Boekjaar</onderstreept></cursief><onderstreept>:</onderstreept>
                                    van 1 januari tot 31 december.</al></li><li nr="d."><al><cursief><onderstreept>Budgetsubsidie:</onderstreept></cursief>
                                    een subsidie aan een instelling, waarbij vooraf het budget, het
                                    aantal subsidie jaren, de objectieve subsidie criteria, de
                                    uitgangspunten en de wijze waarop bijstelling van het budget
                                    plaatsvindt, is toegezegd.</al></li><li nr="e."><al><cursief><onderstreept>Incidentele
                                        subsidie:</onderstreept></cursief> Een bijdrage tot maximaal
                                    € 3.500,- in de kosten van eenmalige activiteiten.</al></li><li nr="f."><al><cursief><onderstreept>Instandhoudingssubsidie:</onderstreept></cursief>
                                    Een jaarlijkse dan wel eenmalige bijdrage, welke wordt verstrekt
                                    voor de instandhouding van een accommodatie (die in een
                                    beleidsnotitie is aangemerkt als een basisvoorziening) en waarin
                                    investeringen al dan niet kunnen worden verrekend.</al></li><li nr="g."><al><cursief><onderstreept>Instelling:</onderstreept></cursief> een
                                    organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en die zich ten doel
                                    stelt om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten ten
                                    behoeve van de ingezetenen van de gemeente Boxmeer.</al></li><li nr="h."><al><cursief><onderstreept>Projectsubsidie:</onderstreept></cursief>
                                    Een subsidie, van minimaal € 3.500,-, voor een goedgekeurd
                                    project, inhoudende een eenmalige, vooraf gedefinieerde,
                                    doelgerichte en meetbare activiteit, dan wel een cluster van
                                    activiteiten met een helder start- en eindpunt. </al></li><li nr="i."><al><cursief><onderstreept>Subsidie:</onderstreept></cursief> de
                                    aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan
                                    verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager,
                                    anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                                    goederen of diensten. </al></li><li nr="j."><al><cursief><onderstreept>Subsidieaanvrager:</onderstreept></cursief>
                                    een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, een
                                    rechtspersoon met beperkte rechtsbevoegdheid of een natuurlijk
                                    persoon.</al></li><li nr="k."><al><cursief><onderstreept>Subsidieontvanger:</onderstreept></cursief>
                                    een aanvrager die subsidie ontvangt op basis van deze
                                    verordening voor het organiseren van activiteiten. </al></li><li nr="l."><al><cursief><onderstreept>Subsidieplafond:</onderstreept></cursief>
                                    het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste
                                    beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.</al></li><li nr="m."><al><cursief><onderstreept>Subsidievaststelling</onderstreept></cursief><onderstreept>:</onderstreept>
                                    een beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de
                                    subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het bedrag.
                                </al></li><li nr="n."><al><cursief><onderstreept>Subsidieverlening</onderstreept></cursief><onderstreept>:</onderstreept>
                                    een beschikking tot voorlopige subsidietoekenning die voorafgaat
                                    aan subsidievaststelling.</al></li><li nr="o."><al><cursief><onderstreept>Waarderingssubsidie:</onderstreept></cursief>
                                    een subsidie die onafhankelijk van de exploitatie ter
                                    beschikking wordt gesteld om bepaalde activiteiten aan te
                                    moedigen of te ondersteunen. </al></li><li nr="p."><al><cursief><onderstreept>Wet:</onderstreept></cursief> de Algemene
                                    wet bestuursrecht (Awb).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Bij een andere verordening kan worden afgeweken van het bepaalde in deze
                            verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie wordt slechts verleend als de aanvrager een
                                rechtspersoon is met volledige rechtspersoonlijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste lid
                                afwijken ten behoeve van natuurlijke personen en rechtspersonen met
                                beperkte rechtsbevoegdheid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Beleidsterrein</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die zijn gelegen op een
                            of meerdere van de volgende beleidsterreinen:</al><lijst><li nr="§"><al>Jeugd en onderwijs;</al></li><li nr="§"><al>Kunst en cultuur;</al></li><li nr="§"><al>Samenlevingsopbouw;</al></li><li nr="§"><al>Sport;</al></li><li nr="§"><al>Zorg; </al></li><li nr="§"><al>Natuur en milieu;</al></li><li nr="§"><al>Recreatie en toerisme;</al></li><li nr="§"><al>Economie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Gemeenteraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan per beleidsterrein, genoemd in artikel 4, nadere
                                regels vaststellen, die betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>een nadere omschrijving van de activiteiten waarvoor
                                        subsidie kan worden verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>de grondslagen welke als uitgangspunt gehanteerd worden voor
                                        de verstrekking van subsidie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt vast, bij voorkeur eenmaal in de vier jaar,
                                welke maatschappelijke effecten hij per beleidsterrein met
                                subsidiering wil bereiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen voor
                                het verstrekken van subsidies voor activiteiten binnen de
                                beleidsterreinen als genoemd in artikel 4.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieplafond kan niet worden vastgesteld op een hoger bedrag
                                dan het op de begroting beschikbaar gestelde bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten over het al dan niet verlenen,
                                vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidies als bedoeld in
                                artikel 4 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen per beleidsterrein, genoemd in
                                artikel 4, nadere regels vaststellen, die betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de criteria op grond waarvan subsidie kan worden verstrekt;
                                    </al></li><li nr="b."><al>het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit
                                        bedrag wordt bepaald;</al></li><li nr="c."><al>de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;</al></li><li nr="d."><al>de verplichtingen van de subsidieontvanger;</al></li><li nr="e."><al>de vaststelling van de subsidie;</al></li><li nr="f."><al>de betaling van de subsidie;</al></li><li nr="g."><al>het intrekken en wijzigen van de subsidieverlening en
                                        –vaststelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten over de aan de verlening te
                                verbinden voorschriften en voorwaarden, evenals over het aangaan van
                                een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te beslissen op aanvragen om
                                subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid van de wet, met
                                overeenkomstige toepassing van het derde lid van dit artikel, en tot
                                het afwijzen van aanvragen om subsidie waarvoor noch een wettelijke
                                grondslag bestaat, noch het gestelde in artikel 4:23, derde lid, van
                                de wet van toepassing is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Periodiek verslag</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders publiceren tenminste eenmaal in de vier jaar
                            een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van subsidie in de
                            praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 van de
                                wet genoemde gevallen geweigerd worden indien gegronde reden bestaat
                                aan te nemen dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                gemeente of niet ten goede komen aan de ingezetenen van de
                                gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de activiteiten niet passen binnen de door de gemeenteraad
                                vastgestelde regels;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het
                                doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de financiële middelen, met inbegrip van de subsidie, onvoldoende
                                zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of naar alle waarschijnlijkheid
                                activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met een wettelijk
                                voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit
                                eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de
                                kosten van de activiteiten te dekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin geen subsidieplafond is vastgesteld en uit de
                                toepasselijke wettelijke voorschriften geen aanspraak op
                                subsidieverstrekking voortvloeit, kunnen burgemeester en wethouders
                                een aanvraag om subsidie afwijzen op de enkele grond dat op de
                                begroting geen gelden beschikbaar zijn gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Nadere verplichtingen (doelgerelateerde en
                                niet-doelgerelateerde)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan beschikkingen verplichtingen
                                verbinden die bijdragen aan het realiseren van het doel van de
                                subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan beschikkingen de
                                verplichtingen verbinden dat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de subsidieontvanger zich dient in te spannen om daar waar
                                activiteiten plaatsvinden (al dan niet in een accommodatie) deze
                                bereikbaar en toegankelijk moet zijn voor gehandicapten.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de subsidieontvanger, voor zover gewerkt wordt met vrijwilligers,
                                dient te beschikken over een vrijwilligersstatuut, inhoudende een
                                regeling van de verzekeringen van de vrijwilligers en een
                                vergoedingsregeling voor de vrijwilligers.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de subsidieontvanger voor de accommodatie waar met subsidiegelden
                                georganiseerde activiteiten plaatsvinden, nadere spelregels dient op
                                te stellen, gericht op een beperking van het gebruik van alcohol en
                                tabak.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Aanvraag tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover door burgemeester en wethouders niet anders is bepaald,
                                moet de aanvraag tot subsidieverlening vóór 1 april voorafgaand aan
                                het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd ingediend worden.
                                Burgemeester en wethouders kunnen besluiten, aanvragen die na 1
                                april zijn ingediend, niet te behandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidieverlening vindt niet plaats in geval van toekenning van een
                                waarderingssubsidie of een incidentele subsidie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld van een
                                activiteitenplan en een begroting met toelichting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een eerste aanvraag tot subsidieverlening legt de instelling
                                tevens over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een afschrift van de oprichtingsakte van de instelling dan wel van
                                de statuten van de instelling zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd;
                            </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een beschrijving van de organisatievorm van de instelling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van
                                Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de balans en de staat van
                                baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden
                                ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager
                                op het moment van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen overlegging eisen van andere
                                bescheiden dan bedoeld in bovenstaande leden, dan wel nadere
                                informatie verlangen, indien zij dit noodzakelijk achten voor een
                                goede beoordeling van de subsidieaanvraag.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven dat een
                                schriftelijke verklaring wordt overgelegd van een accountant als
                                bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
                                betreffende de getrouwheid van de in lid 4 sub d. bedoelde
                                bescheiden dan wel een mededeling dat van onjuistheden niet is
                                gebleken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Melding</titel></kop><al>Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie
                            heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, doet hij
                            daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van
                            zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of
                            aanvragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Ontvangstbevestiging</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zenden de aanvrager zo spoedig mogelijk na
                            ontvangst van de aanvraag van de subsidie een ontvangstbevestiging,
                            waarin de ontvangstdatum is vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Beslissing subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag tot
                                subsidieverlening binnen vier maanden nadat de volledige gegevens
                                zijn ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting
                                die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder
                                de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Tussentijds verslag en mededelingsplicht van de
                                subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking tot
                                subsidieverlening de verplichting opnemen dat de subsidieontvanger
                                een tussentijds verslag moet indienen over de voortgang van de te
                                verrichten activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een verplichting zoals vermeld in het eerste lid is opgelegd,
                                wordt in de beschikking tot subsidieverlening een termijn genoemd
                                waarbinnen dit bij burgemeester en wethouders ingediend moet worden.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen acht weken na de ontvangst van het tussentijds verslag treden
                                burgemeester en wethouders in overleg met de subsidieontvanger over
                                de voortgang van de realisatie van de in de beschikking tot
                                subsidieverlening en/of de subsidieovereenkomst vermelde
                                activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien gedurende het subsidiejaar aanmerkelijke verschillen ontstaan
                                of dreigen te ontstaan tussen de voorgenomen activiteiten en de
                                geraamde inkomsten en uitgaven enerzijds en de werkelijke
                                activiteiten en de werkelijke inkomsten en uitgaven anderzijds, doet
                                de subsidieontvanger daarvan onverwijld mededeling aan burgemeester
                                en wethouders onder vermelding van de oorzaak van de
                                verschillen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Subsidievaststelling </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Aanvraag subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover door burgemeester en wethouders niet anders is bepaald,
                                dient de subsidieontvanger vóór 1 april van het jaar volgend op het
                                jaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling
                                van de subsidie in bij burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een incidentele subsidie dient de aanvraag minimaal drie
                                maanden voor aanvang van de activiteit te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een waarderingssubsidie dient te worden aangevraagd door middel van
                                het ‘Aanvraagformulier waarderingssubsidie’. De aanvraag gaat
                                vergezeld met het jaarverslag van het betreffende jaar waarover
                                subsidie wordt aangevraagd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidievaststelling dient vergezeld te gaan van een
                                financieel verslag en een activiteitenverslag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het activiteitenverslag geeft aan of de activiteiten hebben
                                plaatsgevonden in overeenstemming met de subsidieverlening en bevat
                                een rapportage over de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de
                                subsidie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het financieel verslag omvat de balans en de exploitatierekening met
                                een toelichting. De balans geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig
                                de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het
                                vermogen van de subsidieontvanger aan het einde van het jaar waarop
                                de vast te stellen subsidie betrekking heeft, weer. De
                                exploitatierekening geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de
                                grootte van het exploitatiesaldo van het jaar waarop vast te stellen
                                subsidie betrekking heeft, weer. Het financieel verslag moet op
                                dezelfde wijze zijn ingericht als de bij de aanvraag tot
                                subsidieverlening overgelegde begroting.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven dat een
                                schriftelijke verklaring wordt overgelegd van een accountant als
                                bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ,
                                betreffende de getrouwheid van het verslag, voor zover dit betreft
                                de in het derde lid genoemde aspecten, evenals over de realisering
                                van de afgesproken prestaties.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de aanvraag tot vaststelling van de subsidie na afloop van de
                                in het eerste lid bedoelde termijn niet is ingediend, kunnen
                                burgemeester en wethouders de subsidieontvanger een termijn stellen
                                binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Beschikking tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie uiterlijk vier maanden na
                            binnenkomst van de aanvraag vast. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Uitbetaling subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Betaling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De betaling vindt plaats binnen zes weken na de
                                subsidievaststelling, tenzij het subsidiebedrag in gedeelten is
                                uitgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidiebedrag kan per kwartaal in vier gelijke gedeelten worden
                                uitgekeerd, met uitzondering van instandhoudingssubsidies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieontvanger
                                voorschotten verlenen op basis van een verleende subsidie. De
                                beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het
                                voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt berekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het voorschot wordt binnen zes weken na de voorschotverlening
                                uitgekeerd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Per boekjaar verstrekte subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Toepassingsbepaling</titel></kop><al>De hoofdstukken 1 tot en met 4 en hoofdstuk 6 zijn op de per boekjaar
                            verstrekte subsidies van overeenkomstige toepassing, voor zover in dit
                            hoofdstuk niet anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Per boekjaar verstrekte subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen met
                                volledige rechtsbevoegdheid is afdeling 4.2.8. van de wet van
                                toepassing, tenzij burgemeester en wethouders anders bepalen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen met
                                beperkte rechtsbevoegdheid, niet zijnde krediet - en
                                garantieverleningen, is afdeling 4.2.8 van de wet zoveel mogelijk
                                van overeenkomstige toepassing, tenzij burgemeester en wethouders
                                anders bepalen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Maximaal 4 jaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Per boekjaar verstrekte subsidie wordt voor ten hoogste vier jaar
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze subsidieprocedure is van toepassing op budgetsubsidies en op
                                meerjarige projectsubsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk voor 1 oktober
                                voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd
                                op de aanvraag tot subsidieverlening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders conform het bepaalde in artikel 11
                                lid 1 een andere termijn hebben aangegeven, wordt uiterlijk binnen
                                drie maanden na deze termijn een beslissing op de aanvraag van de
                                subsidie genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23:</nr><titel>Toestemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger dient toestemming te hebben van burgemeester en
                                wethouders voor het verrichten van de in artikel 4:71 eerste lid,
                                van de wet genoemde handelingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24:</nr><titel>Egalisatiereserve</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de subsidieontvanger een
                            egalisatiereserve vormt als bedoeld in artikel 4:72 van de wet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25:</nr><titel>Inhoud financieel verslag bij niet volledige subsidiëring</titel></kop><al>Artikel 4:76 van de wet is van overeenkomstige toepassing op
                            subsidieontvangers die hun inkomsten in overwegende mate ontlenen aan de
                            subsidie, tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26:</nr><titel>Accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het financiële
                                verslag aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid,
                                van Boek 2 van het Burgerlijk wetboek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant onderzoekt of het financiële verslag voldoet aan de
                                bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het
                                activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met
                                het financiële verslag verenigbaar is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een
                                schriftelijke verklaring betreffende de getrouwheid van het
                                financiële verslag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van de
                                in het derde lid bedoelde verklaring.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De accountant onderzoekt tevens de naleving van de aan de subsidie
                                verbonden verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een aanwijzing over de reikwijdte
                                en de intensiteit van de controle als bedoeld in het tweede lid,
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in dit artikel
                                ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27:</nr><titel>Aanvraag subsidievaststelling</titel></kop><al>De subsidieontvanger dient voor 1 april volgend op het betreffende
                            boekjaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling
                            van de subsidie in bij burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28:</nr><titel>beschikking vaststelling</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie uiterlijk zes maanden na
                            binnenkomst van de aanvraag vast. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29:</nr><titel>Afwijkingsmogelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken
                                van een of meerdere bepalingen uit deze verordening, indien strikte
                                toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende
                                aard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                                college van burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30:</nr><titel>Controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd controle uit te oefenen op
                                de getrouwheid van de door de subsidieontvanger ingediende
                                bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De administratie van de subsidieontvanger dient zodanig inzichtelijk
                                ingericht te zijn dat de in het eerste lid bedoelde controle op
                                eenvoudige wijze mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht om de door burgemeester en
                                wethouders aangewezen ambtenaren inzage te geven in zijn boeken en
                                andere zakelijke bescheiden en toegang te verlenen tot zijn gebouwen
                                voor zover de in het eerste lid genoemde controle dat vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31:</nr><titel>Bevoegdheid Rekenkamercommissie</titel></kop><al>De subsidieontvanger, die tevens rechtspersoon is waaraan de gemeente
                            ten bedrage van meer dan 50% van de baten van deze instelling bijdraagt,
                            of die tevens rechtspersoon is waaraan de gemeente ten bedrage van
                            minder dan 50% van de baten van deze instelling bijdraagt en waarbij een
                            gerechtvaardigd belang voor onderzoek bestaat, verleent medewerking aan
                            onderzoeken die de rekenkamercommissie uitvoert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32:</nr><titel>Liquidatie, splitsing of fusie instelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een instelling welke voor haar inkomsten grotendeels afhankelijk is
                                van gemeentelijke subsidies informeert burgemeester en wethouders
                                terstond over het voornemen om een fusie aan te gaan, dan wel de
                                instelling te liquideren of te splitsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidies en termijnbetalingen worden bij fusie, liquidatie of
                                splitsing voor het nog niet gerealiseerde deel van het doel waarvoor
                                subsidie beschikbaar werd gesteld, teruguitgekeerd aan de gemeente.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij liquidatie worden het batig saldo van de liquidatierekening en
                                een overblijvend eigen vermogen – voor zover deze direct of indirect
                                gevormd zijn met subsidies van de gemeente Boxmeer – door
                                burgemeester en wethouders teruggevorderd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij splitsing of fusie besluiten burgemeester en wethouders, na
                                overleg met betrokken instellingen, over de bestemming van het eigen
                                vermogen voor zover dat direct of indirect gevormd is met subsidies
                                van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is de instelling niet toegestaan om vrije reserves te
                                vervreemden of onder te brengen bij zogenaamde dochterinstellingen
                                zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33:</nr><titel>Vergoeding vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de wet, is de
                                subsidieontvanger aan de gemeente een vergoeding van de
                                vermogenswaarden verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
                                vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
                                tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande
                                dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
                                beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als
                                schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                door een onafhankelijk deskundige.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34:</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn
                            verleend, blijven de bepalingen van de bij raadsbesluit van 22 november
                            2001 vastgestelde Algemene Subsidieverordening gemeente Boxmeer en
                            daarop gebaseerde nadere regels van burgemeester en wethouders van
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Boxmeer (2001) vervalt op
                                het in het eerste lid bedoelde tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                            gemeente Boxmeer.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 februari
                        2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Algemene subsidieverordening gemeente Boxmeer</titel></kop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Hoofdstuk 4, titel 4.2, getiteld ‘Subsidies’ Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                    bevat een groot aantal bepalingen over de subsidieprocedure, deze titel is in
                    werking getreden op 1 januari 1998. Bij het verstrekken van subsidies dient het
                    gemeentebestuur deze bepalingen in acht te nemen. </al><al>Doel van subsidieverlening is dat het gemeentebestuur bepaalde door hem gewenste
                    maatschappelijke activiteiten mogelijk wil maken en stimuleren, die het niet
                    zelf wil of kan uitvoeren. In de gemeente Boxmeer is c.q. wordt deze beleidslijn
                    'uitvoering door derden' op diverse beleidsterreinen doorgevoerd. De keerzijde
                    hiervan is dat aan het te voeren subsidiebeleid hoge eisen gesteld dienen te
                    worden om te bevorderen dat de subsidiegelden zo doelgericht en doelmatig
                    mogelijk worden besteed.</al><al>Een van de belangrijkste principes die ten grondslag ligt aan titel 4.2 Awb is
                    dat subsidie alleen kan worden verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift
                    (artikel 4:23 lid 1 Awb). Bij wettelijk voorschrift kan duidelijkheid worden
                    geschapen over rechten en plichten van de subsidieverlener en subsidieontvanger.
                    Dit bevordert niet alleen de rechtszekerheid, maar, mede daardoor, ook de
                    doelmatige afwikkeling van de subsidieverhouding. Voor gemeenten is dat
                    wettelijk voorschrift een gemeentelijke subsidieverordening. </al><tussenkop>Artikel 4:23 lid 1 Awb</tussenkop><al>Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk
                    voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden
                    verstrekt</al><tussenkop>Vormen van subsidies</tussenkop><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Boxmeer (ASV) kent twee soorten
                    subsidies. Enerzijds subsidies die voor maximaal een jaar worden verstrekt. Bij
                    deze subsidies dient telkens na één jaar een nieuwe aanvraag voor subsidiëring
                    te worden ingediend en vindt er een nieuwe beoordeling plaats. </al><al>Anderzijds zijn er subsidies die voor maximaal vier jaar verstrekt kunnen
                    worden, de zogehete per boekjaar verstrekte subsidies. Deze kunnen voor maximaal
                    vier jaar worden verleend, maar moeten wel jaarlijks worden vastgesteld (zie
                    artikel 4:67 en 4:73 Awb). Aan deze subsidies worden hogere eisen gesteld die in
                    afdeling 4.2.8 Awb zijn opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 4:67 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie wordt voor een boekjaar of voor een bepaald aantal boekjaren
                            verleend. </al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidie voor twee of meer boekjaren wordt verleend, wordt aan
                            de subsidie de verplichting verbonden tot het periodiek aan het
                            bestuursorgaan verstrekken van de gegevens die voor de vaststelling van
                            de subsidie van belang zijn. </al></li><li nr="3."><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens de
                            subsidie-ontvanger krachtens het tweede lid moet verstrekken, alsmede op
                            welke tijdstippen de gegevens moeten worden verstrekt.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:73 Awb</tussenkop><al>De subsidie wordt per boekjaar vastgesteld.</al><al>a.<vet><cursief>Budgetsubsidies</cursief></vet></al><al>Een budgetsubsidie is een subsidie aan een instelling, waarbij vooraf het budget
                    , het aantal subsidie jaren, de objectieve subsidie criteria, de uitgangspunten
                    en de wijze waarop bijstelling van het budget plaatsvindt, is toegezegd. </al><al>Bij budgetsubsidies gaat het om subsidies waar afspraken – vaak meerjarig van
                    karakter- over producten en taken aan ten grondslag liggen. Budgetsubsidies
                    worden zowel aan professionele instellingen als aan vrijwilligersorganisaties
                    verleend</al><al>b.<vet><cursief>Instandhoudingssubsidie</cursief></vet></al><al>Een jaarlijkse dan wel eenmalige bijdrage, welke wordt verstrekt voor de
                    instandhouding van een accommodatie (die in een beleidsnotitie is aangemerkt als
                    een basisvoorziening) en waarin investeringen al dan niet kunnen worden
                    verrekend.</al><al>Deze vorm van subsidie is bedoeld voor instandhouding en onderhoud van
                    accommodaties en sportterreinen die in beleidsnotities als gemeentelijke
                    basisvoorziening zijn benoemd. Het gaat hier om accommodaties die een
                    voorwaardenscheppende rol hebben in het realiseren van gemeentelijke
                    beleidsdoelen op het gebied van sport en sociaal-culturele activiteiten.</al><al>Het wettelijk kader voor een instandhoudingssubsidie ligt voor de
                    geprivatiseerde organisaties in de onderliggende overeenkomst of in de notariële
                    akte. Een instandhoudingssubsidie is een bijdrage die de gemeente doet om een
                    voorziening in stand te houden en heeft geen relatie met de exploitatie of de
                    uitgevoerde activiteiten. </al><al>c.<vet><cursief>waarderingssubsidie</cursief></vet></al><al>Een subsidie die onafhankelijk van de exploitatie ter beschikking wordt gesteld
                    om bepaalde activiteiten aan te moedigen of te ondersteunen. </al><al>Deze vorm van subsidie wordt toegekend indien de subsidieaanvrager activiteiten
                    organiseert die de gemeente waardeert, omdat zij de leefbaarheid in de gemeente
                    vergroten. Deze activiteiten worden door de gemeente niet inhoudelijk op
                    resultaten of prestaties gestuurd. Indien het bestuursorgaan een dergelijke
                    subsidie wil toekennen dan hoeft er geen beschikking tot subsidieverlening aan
                    de subsidievaststelling vooraf te gaan.</al><al>d.<vet><cursief>Projectsubsidie</cursief></vet></al><al>Een projectsubsidies is een subsidie van minimaal € 3.500,- die wordt toegekend
                    aan een goedgekeurd project, inhoudende een eenmalige, vooraf gedefinieerde,
                    doelgerichte en meetbare activiteit, dan wel een cluster van activiteiten met
                    een helder start- en eindpunt. </al><al>e.<vet><cursief>Incidentele subsidie </cursief></vet></al><al>Een incidentele subsidie is een bijdrage tot maximaal € 3.500,- in de kosten van
                    eenmalige activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan subsidies om een start te
                    maken met nieuwe activiteiten of om een experiment uit te voeren. Indien het
                    bestuursorgaan een dergelijke subsidie wil toekennen dan hoeft er geen
                    beschikking tot subsidieverlening aan de subsidievaststelling vooraf te
                    gaan.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>In deze artikelsgewijze toelichting wordt steeds verwezen naar de relevante
                    wetsartikelen voor de betreffende bepaling.</al><tussenkop>Algemeen</tussenkop><tussenkop>Inleidende bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1: begripsbepalingen</tussenkop><tussenkop>a. Activiteit</tussenkop><al>Alle producten, prestaties en diensten van een instelling of aan een natuurlijk
                    persoon, waarvan het gemeentebestuur het belang voor de gemeente Boxmeer erkent
                    en die hij dus subsidiabel acht, zijn activiteiten in de zin van de verordening. </al><tussenkop>g. Instelling</tussenkop><al>De definitie van een instelling is in eerste instantie beperkt tot statutair in
                    de gemeente Boxmeer gevestigde rechtspersonen. Wel kan het college besluiten om
                    niet-Boxmeerse instellingen, subsidie te verlenen voor:</al><lijst><li nr="1."><al>Activiteiten die binnen de gemeentelijke grenzen worden verricht;
                            en</al></li><li nr="2."><al>Welke (mede) op de Boxmeerse inwoners gericht zijn; en</al></li><li nr="3."><al>Het ontbreken van een gelijkwaardige activiteit door een in de gemeente
                            Boxmeer gevestigde instelling.</al></li></lijst><al>Momenteel komen vooral in de maatschappelijke dienstverlening dergelijke,
                    regionaal werkende instellingen voor, maar ook op andere beleidsterreinen zien
                    wij een ontwikkeling in deze richting. </al><tussenkop>i. Subsidie</tussenkop><tussenkop>Artikel 4:21 Awb</tussenkop><al>Er wordt uitgegaan van een materieel subsidiebegrip: zodra aan de elementen van
                    de begripsomschrijving wordt voldaan, spreken wij van subsidie. Deze elementen
                    zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Een aanspraak op financiële middelen;</al></li><li nr="2."><al>Anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen
                            of diensten;</al></li><li nr="3."><al>Door een bestuursorgaan verstrekt;</al></li><li nr="4."><al>Met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager.</al></li></lijst><al>Ad. 1</al><al>Verstrekkingen in natura, bijvoorbeeld het om niet beschikbaar stellen van een
                    accommodatie, vallen niet onder het subsidiebegrip. Met het woord 'aanspraak'
                    wordt aangegeven dat de financiële middelen niet daadwerkelijk verstrekt hoeven
                    te worden. Voldoende is dat de aanspraak op financiële middelen wordt gevestigd.
                    Het cruciale moment is niet de feitelijke verstrekking, maar de beslissing om de
                    voorgenomen activiteit te subsidiëren indien zij daadwerkelijk plaatsvindt.</al><al>Ad.2 </al><al>Commerciële transacties waarbij de gemeente Boxmeer partij is, vallen buiten het
                    subsidiebegrip.</al><al>Ad 3.</al><al>De subsidie wordt verleend en vastgesteld door het college van burgemeester en
                    wethouders.</al><al>Ad 4.</al><al>Het moet gaan om een gebonden inkomens- of vermogensoverdracht in die zin dat
                    bij de subsidieverlening, voorafgaand aan de te verrichten activiteiten, de
                    bestedingsrichting van de verleende middelen is vastgelegd. Indien het gaat om
                    een complete of aanvullende inkomensvoorziening (bijvoorbeeld sociale zekerheid,
                    studiefinanciering, schadevergoedingen), dan wordt het uitgekeerde bedrag niet
                    als subsidie gezien. De bekostiging van het onderwijs vindt plaats op basis van
                    de specifieke onderwijswetgeving. Volgens de wet zijn de algemene regels
                    betreffende subsidiëring dan ook niet rechtstreeks, maar wel van overeenkomstige
                    toepassing ter bevordering van een zekere mate van harmonisatie.</al><tussenkop>l. Subsidieplafond</tussenkop><tussenkop>Artikel 4:22 Awb</tussenkop><al>Onder subsidieplafond wordt verstaan: het bedrag dat gedurende een bepaald
                    tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens
                    een bepaald wettelijk voorschrift.</al><al>Het subsidieplafond biedt een oplossing voor het gemeentebestuur als het aantal
                    aanvragen voor subsidie en daarmee de omvang van het beroep op een
                    subsidieregeling vooraf onbekend is. De regeling in afdeling 4.2.2 van de Awb
                    geeft het gemeentebestuur de mogelijkheid om een subsidieplafond in te stellen
                    waardoor de wettelijke (financiële) aanspraken worden beperkt. </al><al>Als een subsidieplafond op de juiste wijze is vastgesteld en bekendgemaakt
                    levert overschrijding van het subsidieplafond een verplichte weigeringsgrond
                    voor een subsidieaanvraag op. In de weigeringsbeschikking behoeft dan nog
                    slechts verwezen te worden naar het subsidieplafond en het feit dat dit plafond
                    bereikt is. </al><al>Wanneer een subsidieplafond, al dan niet per beleidsterrein, wordt vastgesteld,
                    dan moet de wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebedrag gelijktijdig
                    met het besluit tot vaststelling subsidieplafond bekend gemaakt worden.
                    Mogelijkheden voor de verdeling zijn:</al><lijst><li nr="1)"><al><cursief>wie het eerst komt, wie het eerst maalt:</cursief> bij het
                            toepassen van dit criterium wordt een aanvraag pas als ingekomen
                            beschouwd als deze volledig is;</al></li><li nr="2)"><al><cursief>tendersysteem</cursief>: de aanvragen moeten ook nu voor een
                            bepaald tijdstip worden ingediend. Hierna kan op grond van kwalitatieve
                            criteria een rangorde worden bepaald, deze criteria kunnen dan worden
                            opgenomen in nadere regels. Voorbeelden van kwalitatieve criteria zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>Vernieuwend karakter;</al></li><li nr="b."><al>Slaagkans;</al></li><li nr="c."><al>Financiële onderbouwing. </al></li></lijst></li><li nr="3)"><al><cursief>pondsgewijze verdeling:</cursief> het beschikbare budget naar
                            evenredigheid verdelen over alle aanvragen welke tijdig zijn ingediend.
                        </al></li></lijst><al>Als er geen sprake is van een openeindregeling en van beleidsvrijheid (meestal
                    bij budgetsubsidies) is geen subsidieplafond nodig, hierbij is afwijzing op
                    beleidsmatige gronden - gerelateerd aan wettelijke weigeringsgronden - mogelijk.
                    Het bestuursorgaan kan hierbij ook weigeren op grond dat onvoldoende gelden
                    beschikbaar zijn (zie artikel 8 lid 2 ASV).</al><tussenkop>Artikel 2: Reikwijdte</tussenkop><al>Het uitgangspunt is dat door het gemeentebestuur verstrekte subsidies een
                    wettelijke grondslag hebben in de ASV. In bijzondere gevallen kan een aparte
                    verordening worden opgesteld. Een dergelijke situatie kan zich voordoen indien
                    er een duidelijke reden is om van de regelingen van de ASV af te wijken.
                    Bijvoorbeeld indien het onderwerp van een bepaalde subsidie zo bijzonder is dat
                    dit zich niet goed leent voor regeling in de ASV.</al><al>De ASV heeft betrekking op alle gemeentelijke subsidies, vooral voor
                    activiteiten en instandhouding van voorzieningen op het welzijnsterrein. </al><tussenkop>Artikel 3: Rechtspersoonlijkheid</tussenkop><al>Het eerste lid geeft aan dat subsidie in beginsel slechts verleend kan worden
                    aan een instelling met rechtspersoonlijkheid. Op basis van het tweede lid hebben
                    burgemeester en wethouders echter de mogelijkheid om van het eerste lid af te
                    wijken. Zij kunnen daardoor indien gewenst ook subsidie verstrekken aan
                    organisaties zonder (volledige) rechtspersoonlijkheid of aan natuurlijke
                    personen.</al><tussenkop>1.2. Bevoegdheden</tussenkop><tussenkop>Artikel 4: Beleidsterreinen</tussenkop><tussenkop>Artikel 4:23 lid 1 Awb</tussenkop><al>Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk
                    voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden
                    verstrekt.</al><al>In de Algemene subsidieverordening (ASV) is ten gevolge van deze wettelijke eis
                    in artikel 4 een lijst opgenomen met beleidsterreinen waarvoor subsidie kan
                    worden verstrekt. Op deze manier stelt de gemeenteraad de kaders vast waarbinnen
                    subsidiëring dient plaats te vinden.</al><tussenkop>Artikel 5: Gemeenteraad</tussenkop><al>De gemeenteraad heeft een kaderstellende rol, het college draagt zorg voor de
                    uitvoering hiervan. De gemeenteraad stelt vooraf de kaders vast voor het beleid
                    met zijn budgettaire en regelgevende functie en achteraf kan de gemeenteraad de
                    uitvoering controleren met alle ter beschikking staande controle-instrumenten. </al><al>De nadere uitwerking door de gemeenteraad, zoals bepaald in artikel 4 lid 1 van
                    deze verordening, betreffende subsidieabele activiteiten per beleidsterrein
                    dient primair plaats te vinden door middel van vaststelling van beleidsnota’s.
                    In de beleidsregels die voortvloeien uit de beleidsnota’s worden de onderwerpen
                    meer gedetailleerd ingevuld.</al><tussenkop>Artikel 6: Subsidieplafond</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd dat burgemeester en wethouders een subsidieplafond
                    kunnen vaststellen. Met de vaststelling van een subsidieplafond wordt voorkomen
                    dat een subsidieregeling tot onbegrensde uitgaven leidt. Een subsidie
                        <cursief>moet </cursief>namelijk worden geweigerd, voor zover door
                    verstrekking van de subsidie een vastgesteld subsidieplafond zou worden
                    overschreden (artikel 4:25, tweede lid, van de Awb). De regeling van het
                    subsidieplafond beoogt enerzijds recht te doen aan de rechtszekerheid van
                    subsidieaanvragers, anderzijds aan de begrotingsdiscipline. </al><tussenkop>Artikel 4:25 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift
                            worden vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de
                            subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.</al></li><li nr="3."><al>Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van
                            een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de
                            verplichting van het tweede lid slechts voor zover zij ook gold op het
                            tijdstip, waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen of had
                            moeten worden genomen.</al></li></lijst><al>De vaststelling van het plafond moet plaatsvinden bij een afzonderlijk besluit
                    van burgemeester en wethouders. Dit besluit dient jaarlijks apart te worden
                    gepubliceerd (artikel 4:26 t/m 28 Awb) in het Boxmeers Weekblad. Tegelijkertijd
                    met het publiceren van het subsidieplafond, wordt tevens de wijze van verdeling
                    vermeld. </al><tussenkop>Artikel 4:26 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare
                            bedrag wordt verdeeld. </al></li><li nr="2."><al>Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling
                            vermeld.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:27 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak
                            waarvoor het is vastgesteld. </al></li><li nr="2."><al>Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt
                            bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien
                            ingediende aanvragen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:28 Awb</tussenkop><al>Artikel 4:27, tweede lid, is niet van toepassing, indien:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is
                            vastgesteld ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op
                            een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd;
                        </al></li><li nr="2."><al>het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of
                            goedkeuring van de begroting, en</al></li><li nr="3."><al>bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de
                            mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende
                            aanvragen.</al></li></lijst><al>Het is mogelijk om het subsidieplafond vast te stellen op een lager bedrag dan
                    het bedrag van de begrotingspost. </al><tussenkop>Artikel 7: Burgemeester en wethouders</tussenkop><al>In het eerste lid wordt de bevoegdheid gecreëerd voor burgemeester en wethouders
                    om nadere regels vast te stellen met betrekking tot de uitvoering van de ASV. </al><al>In lid 2 van dit artikel is het principe neergelegd dat burgemeester en
                    wethouders binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders (verordening en
                    beleid), de uitvoering op zich nemen. Onder uitvoering wordt o.a. verstaan
                    verlenen, weigeren, vaststellen, wijzigen, intrekken en verstrekken van
                    subsidies binnen door de gemeenteraad vastgestelde regels. Volledigheidshalve
                    merken wij op dat hier ook onder wordt verstaan, het in redelijkheid bepalen van
                    de hoogte van het subsidiebedrag, binnen de door de gemeenteraad gestelde
                    kaders.</al><al>De in het derde lid genoemde overeenkomst is de zogenaamde
                    uitvoeringsovereenkomst die gesloten kan worden met de subsidieontvanger.
                    Hierbij moet in de eerste plaats gedacht worden aan overeenkomsten van
                    geldlening of borgtocht, ingeval de subsidie een vorm heeft van een krediet of
                    garantie. Ook de bijzondere vorm van een uitvoeringsovereenkomst, de zogenaamde
                    afdwingovereenkomst, behoort dankzij het tweede lid van artikel 4:36 Awb tot de
                    mogelijkheden.</al><tussenkop>Artikel 4:36 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een
                            overeenkomst worden gesloten.</al></li><li nr="2."><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de
                            subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden bepaald
                            dat de subsidie-ontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten
                            waarvoor de subsidie is verleend. </al></li></lijst><al>In het vierde lid is geregeld dat burgemeester en wethouders ook bevoegd zijn te
                    beslissen op aanvragen om subsidie in gevallen waarin op grond van artikel 4:23,
                    derde lid, van de Awb subsidie mag worden toegekend ondanks het feit dat geen
                    wettelijke grondslag aanwezig is. Het gaat hierbij voornamelijk om incidentele
                    gevallen en van subsidieverstrekking in een situatie waarin de begroting de
                    subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden
                    vastgesteld, vermeldt.</al><tussenkop>Artikel 4:23</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een bestuursorgaan verstrekt slechts subsidie op grond van een wettelijk
                            voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden
                            verstrekt. </al></li><li nr="2."><al>Indien een zodanig wettelijk voorschrift is opgenomen in een niet op een
                            wet berustende algemene maatregel van bestuur, vervalt dat voorschrift
                            vier jaren nadat het in werking is getreden, tenzij voor dat tijdstip
                            een voorstel van wet bij de Staten-Generaal is ingediend waarin de
                            subsidie wordt geregeld. </al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing: in afwachting van de
                            totstandkoming van een wettelijk voorschrift gedurende ten hoogste een
                            jaar of totdat een binnen dat jaar bij de Staten-Generaal ingediend
                            wetsvoorstel is verworpen of tot wet is verheven en in werking is
                            getreden; </al><lijst><li nr="a."><al>indien de subsidie rechtstreeks op grond van een door de Raad
                                    van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad
                                    gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen
                                    vastgesteld programma wordt verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>indien de begroting de subsidie-ontvanger en het bedrag waarop
                                    de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt,
                                    of</al></li><li nr="c."><al>in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier
                                    jaren wordt verstrekt. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het bestuursorgaan publiceert jaarlijks een verslag van de verstrekking
                            van subsidies met toepassing van het derde lid, onderdelen
                                <cursief>a</cursief> en <cursief>d</cursief>.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 8: Periodiek verslag</tussenkop><al>Door te bepalen dat een doorlichting ten minste eenmaal in de vier jaar
                    plaatsvindt, wordt aansluiting gezocht bij het tweede lid van artikel 4 op grond
                    waarvan de gemeenteraad het beleid vaststelt. Uit een evaluatie vloeit immers
                    logischerwijs bijstelling van het beleid of nieuw beleid voort.</al><al>In dit verband vermelden wij nog dat er een wettelijke plicht (artikel 4:23,
                    vierde lid Awb) is om voor incidentele gevallen een verslag te publiceren.</al><tussenkop>Artikel 4:23 lid 4 Awb</tussenkop><al>Het bestuursorgaan publiceert jaarlijks een verslag van de verstrekking van
                    subsidies met toepassing van het derde lid, onderdelen a en d.</al><tussenkop>Artikel 9: Weigeringsgronden</tussenkop><al>De artikelen 4:25 en 4:35 Awb bevatten dwingend recht, waarvan niet bij
                    verordening kan worden afgeweken. Wel is het mogelijk deze weigeringsgronden aan
                    te vullen. De in dit artikel genoemde weigeringsgronden bevatten een aanvulling
                    op de weigeringsgronden die al in de Awb zijn vermeld. Zij zijn opgenomen om
                    ervoor te zorgen dat de subsidiegelden op de juiste wijze worden besteed.
                    Overigens betreft het hier een limitatieve opsomming zodat andere
                    weigeringsgronden niet kunnen worden toegepast.</al><tussenkop>Artikel 4:25 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift
                            worden vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de
                            subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.</al></li><li nr="3."><al>Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep of ter uitvoering van
                            een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de
                            verplichting van het tweede lid slechts voor zover zij ook gold op het
                            tijdstip, waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen of had
                            moeten worden genomen. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:35 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een
                            gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; </al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen; </al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en
                                    de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien
                            de aanvrager: </al></li><li nr="a."><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                            verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste
                            beschikking op de aanvraag zou hebben geleid, of </al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of
                            ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van
                            toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is
                            ingediend. </al></li></lijst><al>Indien een aanvraag geweigerd wordt is het in het algemeen wel noodzakelijk dat
                    de aanvrager wordt gehoord in overeenstemming met de artikelen 4:7 of 4:8 van de
                    Awb.</al><tussenkop>Artikel 10: Nadere verplichtingen (doelgerelateerde en
                    niet-doelgerelateerde)</tussenkop><al>De subsidieverlener dient aan de subsidieontvanger duidelijkheid te geven
                    betreffende de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn gekoppeld. In
                    artikel 4:37 Awb staan al standaardverplichtingen die het bestuursorgaan op kan
                    leggen aan de subsidieontvanger. </al><tussenkop>Artikel 4:37 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger verplichtingen opleggen met
                            betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al>aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    verleend; </al></li><li nr="b."><al>de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                                    inkomsten; </al></li><li nr="c."><al>het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en
                                    bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de
                                    subsidie; </al></li><li nr="d."><al>de te verzekeren risico’s; </al></li><li nr="e."><al>het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; </al></li><li nr="f."><al>het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte
                                    activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor
                                    zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
                                    het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de
                                    subsidie voor derden; </al></li><li nr="g."><al>het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in
                                    artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek
                                    op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de
                                    financiële verantwoording daarover.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
                                <cursief>c</cursief>, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4
                            van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst><al>Artikel 10 lid 1 beoogt de voorgeschreven wettelijke grondslag te creëren, wat
                    volgens artikel 4:38 Awb noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat er nadere
                    verplichtingen opgelegd kunnen worden die strekken tot verwezenlijking van het
                    doel van de subsidie (doelgerelateerde verplichtingen).</al><tussenkop>Artikel 4:38 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger ook andere verplichtingen
                            opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
                        </al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden de
                            verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk
                            voorschrift bij de subsidieverlening.</al></li><li nr="3."><al>Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kunnen de
                            verplichtingen worden opgelegd bij de subsidieverlening.</al></li></lijst><al>Op basis van artikel 4:39 Awb kunnen er, slechts indien dit in een wettelijk
                    voorschrift is opgenomen, ook nadere verplichtingen opgelegd worden die
                    betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde
                    activiteit wordt verricht. Artikel 10 lid 2 beoogt de voorgeschreven grondslag
                    te creëren voor deze zogeheten niet-doelgerelateerde verplichtingen. </al><tussenkop>Artikel 4:39 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                            subsidie kunnen slechts aan de subsidie worden verbonden voor zover dit
                            bij wettelijk voorschrift is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid kunnen slechts betrekking
                            hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde
                            activiteit wordt verricht.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:40 Awb</tussenkop><al>De verplichtingen kunnen na de subsidieverlening worden uitgewerkt, voor zover
                    de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.</al><tussenkop>Subsidieverlening</tussenkop><tussenkop>Artikel 11: Aanvraag tot subsidieverlening</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat er voorafgaand aan een subsidievaststelling
                    subsidieverlening kan plaats vinden. In dit artikel staat de datum waarvoor de
                    aanvrager de aanvraag tot subsidieverlening in moet dienen. Deze datum moet in
                    ‘normale’ gevallen worden aangehouden. In ‘bijzondere’ gevallen kunnen
                    burgemeester en wethouders een andere datum bepalen. Deze andere datum kan in de
                    nadere regels van burgemeester en wethouders worden vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 4:29 Awb</tussenkop><al>Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald kan voorafgaand aan een
                    subsidievaststelling een beschikking omtrent subsidieverlening worden gegeven,
                    indien een aanvraag daartoe is ingediend voor de afloop van de activiteit of het
                    tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd.</al><tussenkop>Waarderingssubsidie </tussenkop><al>Het kenmerk van waarderingssubsidie is dat deze na afloop van het tijdvak pas
                    wordt aangevraagd. Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt dus geen
                    beschikking tot subsidieverlening afgegeven.</al><tussenkop>Incidentele subsidie </tussenkop><al>Een incidentele subsidie kan voorafgaand, maar ook na afloop van de activiteit
                    worden aangevraagd. Om de procedure van subsidieverstrekking voor deze vorm van
                    subsidies te vereenvoudigen is de procedure beperkt tot het vaststellen van een
                    subsidie. Voorafgaand aan de subsidievaststelling vindt dus geen
                    subsidieverlening plaats. </al><al>Elke aanvraag tot subsidieverlening moet voorzien zijn van een activiteitenplan
                    en een begroting. In dit activiteitenplan zal inzicht moeten worden verschaft in
                    de kwantiteit en de kwaliteit van de te verrichten activiteiten. De begroting
                    zal hierop aangepast dienen te zijn oftewel dat voor de activiteiten een
                    afzonderlijk kostenoverzicht wordt overgelegd. </al><tussenkop>Artikel 12: Melding</tussenkop><al>Dit artikel is van belang om ervoor te zorgen dat een activiteit niet
                    ‘overgesubsidieerd’ wordt. Indien (een redelijk percentage van) de kosten al
                    door andere subsidies wordt gedekt, kan het bestuursorgaan daar rekening mee
                    houden bij de beoordeling van de aanvraag. </al><al>Indien blijkt dat de subsidieontvanger geen melding heeft gemaakt van andere
                    subsidieaanvragen, kan dit resulteren in een wijziging danwel intrekking van de
                    subsidie, dit is mogelijk op grond van artikel 4:49 lid 1 sub a Awb. </al><tussenkop>Artikel 4:49 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele
                            van de ontvanger wijzigen: </al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de
                                    subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn
                                    en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de
                                    subsidieverlening zou zijn vastgesteld; </al></li><li nr="b."><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de
                                    subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten, of </al></li><li nr="c."><al>indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling niet
                                    heeft voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                            subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                            bepaald.</al></li><li nr="3."><al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele
                            van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken
                            sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld
                            in het eerste lid, onderdeel <cursief>c</cursief>, sedert de dag waarop
                            de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop
                            aan de verplichting had moeten zijn voldaan. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 14: Beslissing subsidieverlening</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag binnen een termijn van vier
                    maanden, nadat de volledige subsidieaanvraag is ontvangen. </al><al>Het tweede lid geeft aan dat indien de begroting nog niet is vastgesteld de
                    subsidie slechts wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter
                    beschikking worden gesteld. Deze voorwaarde kan overigens niet worden gesteld
                    indien er sprake is van subsidieverlening in het kader van een
                    openeinderegeling, dat wil zeggen een wettelijke subsidieregeling die bepaalt
                    dat de subsidie moet worden verleend indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
                    Vanwege het rechtszekerheidsbeginsel dient een eventueel gemaakt
                    begrotingsvoorbehoud in ieder geval altijd in de beschikking tot
                    subsidieverlening te worden vermeld (zie artikel 4:34 Awb).</al><tussenkop>Artikel 4:34 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die
                            nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de
                            voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarde kan niet worden gesteld, voor zover zulks voortvloeit uit
                            het wettelijk voorschrift waarop de subsidie berust.</al></li><li nr="3."><al>De voorwaarde vervalt, indien het bestuursorgaan daarop niet binnen vier
                            weken na de vaststelling of goedkeuring van de begroting een beroep
                            heeft gedaan.</al></li><li nr="4."><al>Het beroep op de voorwaarde geschiedt bij een subsidie voor een
                            activiteit die door het bestuursorgaan ook in het voorafgaande
                            begrotingsjaar werd gesubsidieerd door een intrekking wegens veranderde
                            omstandigheden overeenkomstig artikel 4:50.</al></li><li nr="5."><al>In andere gevallen geschiedt het beroep op de voorwaarde door een
                            intrekking overeenkomstig artikel 4:48, eerste lid.</al></li></lijst><al>Indien gebruik gemaakt wordt van een begrotingsvoorbehoud dan moet na de
                    vaststelling van de begroting door de raad binnen vier weken een terugkoppeling
                    plaatsvinden naar de subsidieontvanger waarin staat hoeveel subsidie wordt
                    verleend. Indien er niet binnen vier weken een beroep wordt gedaan op het
                    begrotingsvoorbehoud dan vervalt deze. De subsidieontvanger heeft dan recht op
                    het bedrag dat in de beschikking tot subsidieverlening vermeldt staat (zie
                    artikel 4:34 lid 3 Awb).</al><tussenkop>Artikel 15: Tussentijds verslag en mededelingsplicht van
                    de subsidieontvanger</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger de verplichting opleggen
                    om een tussentijds verslag over de voortgang van de afgesproken activiteiten te
                    overleggen. Hierdoor kunnen tijdig afwijkingen gesignaleerd worden waar
                    burgemeester en wethouders op hun beurt op kunnen reageren. Als een dergelijke
                    verplichting wordt opgelegd, dan dient in de beschikking tot subsidieverlening
                    een termijn te worden genoemd waarbinnen het tussentijds verslag bij
                    burgemeester en wethouders ingediend dient te worden. Indien een
                    subsidieontvanger de afgesproken activiteiten (nog) niet heeft gerealiseerd,
                    dient hij de oorzaak daarvoor aan te geven. Op basis hiervan kunnen burgemeester
                    en wethouders de betaling van het subsidiebedrag of een voorschot opschorten, de
                    subsidie op een lager bedrag vaststellen of overgaan tot terugvordering van het
                    ter beschikking gestelde subsidiebudget. Voorafgaand aan een dergelijke
                    beslissing dient er een zorgvuldig onderzoek naar de oorzaken van de
                    geconstateerde afwijkingen te worden gedaan. Tot dat onderzoek behoort ook het
                    voeren van overleg met de instelling.</al><al>Dit artikel schept de verplichting voor de subsidieontvanger om te rapporteren
                    over de efficiency en effectiviteit van de ingezette subsidiemiddelen. In het
                    verslag wordt een overzicht opgenomen van de verrichte activiteiten en de
                    daarbij gemaakte kosten. De verrichte activiteiten dienen zowel kwalitatief als
                    kwantitatief in het verslag behandeld te worden. Verder dient er vermeld te
                    worden welke doelgroepen de subsidieontvanger heeft bereikt met de
                    activiteiten.</al><al>Het verslag dient verder een vergelijking tussen de nagestreefde en
                    gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen te bevatten.
                    Bovendien wordt vermeld hoe de subsidiemiddelen doelgericht zijn ingezet.</al><tussenkop>Subsidievaststelling</tussenkop><tussenkop>Artikel 16: Aanvraag subsidievaststelling</tussenkop><al>De subsidieontvanger dient voor 1 april van het jaar volgend op het jaar
                    waarvoor of waarin subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in
                    bij burgemeester en wethouders op basis van een financieel verslag en een
                    activiteitenverslag. </al><tussenkop>Waarderingssubsidie</tussenkop><al>Om de procedure van subsidieverstrekking voor deze vorm van subsidies te
                    vereenvoudigen moet de subsidieaanvrager het ‘Aanvraagformulier
                    waarderingssubsidie’ indienen dat vergezeld gaat met het jaarverslag van het
                    betreffende jaar waarover subsidie wordt aangevraagd. De subsidieaanvrager hoeft
                    dus geen financieel verslag en een activiteitenverslag te overleggen. </al><tussenkop>Artikel 17: Beschikking tot
                    subsidievaststelling</tussenkop><al>Indien uit het verslag blijkt dat de subsidieontvanger de in de
                    subsidieverlening afgesproken activiteiten heeft verwezenlijkt, stellen
                    burgemeester en wethouders de subsidie vast conform de subsidieverlening. Indien
                    de verslagen afwijken van wat is afgesproken in de subsidieverlening dan is
                    artikel 4:46 lid 2 Awb van belang. </al><tussenkop>Artikel 4:46 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het
                            bestuursorgaan de subsidie in overeenstemming met de subsidieverlening
                            vast. </al></li><li nr="2."><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden; </al></li><li nr="b."><al>de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen; </al></li><li nr="c."><al>de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid, of </al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke
                            kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten
                            die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de
                            vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.</al></li></lijst><tussenkop>Uitbetaling subsidie</tussenkop><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders kunnen met de subsidieontvanger nadere afspraken
                    maken over de wijze waarop de betaling van de subsidie zal worden verricht.</al><al>De instandhoudingssubsidies worden in verschillende termijnen uitgekeerd, dit is
                    afhankelijk van hetgeen is bepaald in de notariële aktes.</al><al>In de praktijk wordt meestal met voorschotten gewerkt. Op grond van artikel 4:54
                    van de Awb is voorschotverlening alleen mogelijk indien de verordening dat
                    bepaalt, hierin voorziet het derde lid van artikel 18. Afgewogen moet worden of
                    voorschotverlening noodzakelijk is en zo ja, welk systeem van bevoorschotting
                    gehanteerd wordt. </al><al>Verlening van een voorschot verplicht tot uitbetaling. Voorschotten worden
                    binnen zes weken na de voorschotverlening uitgekeerd. Het is mogelijk de
                    beschikking tot subsidieverlening te combineren met een beschikking tot
                    voorschotverlening.</al><tussenkop>Artikel 4:54</tussenkop><al>Het bestuursorgaan kan de subsidie-ontvanger voorschotten verlenen, voor zover
                    dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald. De
                    beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot, dan
                    wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al><tussenkop>Artikel 4:55</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening
                            uitgekeerd.</al></li><li nr="2."><al>De voorschotten worden binnen vier weken na de voorschotverlening
                            uitgekeerd, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij de
                            voorschotverlening anders is bepaald. </al></li></lijst><tussenkop>Per boekjaar verstrekte subsidie</tussenkop><tussenkop>Artikel 19 t/m 28:</tussenkop><al>Dit hoofdstuk handelt over subsidies welke tot maximaal 4 jaar worden verleend.
                    Aan deze subsidies worden strengere eisen gesteld welke in afdeling 4.2.8 van de
                    wet zijn opgenomen. In dit hoofdstuk zijn alle afwijkende bepalingen opgenomen
                    met betrekking tot per boekjaar verstrekte subsidie, dit hoofdstuk dient dus in
                    samenhang met de andere hoofdstukken behandeld te worden.</al><tussenkop>Artikel 20: Per boekjaar verstrekte subsidie</tussenkop><al>In de praktijk zullen per boekjaar verstrekte, meerjarige subsidies voornamelijk
                    worden gebruikt voor de grotere instellingen, welke altijd een rechtspersoon met
                    volledige rechtsbevoegdheid zullen zijn (artikel 4:66 van de Awb). Hoofdregel
                    bij deze - eventueel - meerjarige, subsidies is dat voor meerdere jaren wordt
                    verleend en dat jaarlijks wordt vastgesteld (zie artikel 4:67 en 4:73 van de
                    Awb).</al><tussenkop>Artikel 4:66 Awb</tussenkop><al>De subsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon met volledige
                    rechtsbevoegdheid.</al><tussenkop>Artikel 4:67 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie wordt voor een boekjaar of voor een bepaald aantal boekjaren
                            verleend. </al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidie voor twee of meer boekjaren wordt verleend, wordt aan
                            de subsidie de verplichting verbonden tot het periodiek aan het
                            bestuursorgaan verstrekken van de gegevens die voor de vaststelling van
                            de subsidie van belang zijn. </al></li><li nr="3."><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens de
                            subsidie-ontvanger krachtens het tweede lid moet verstrekken, alsmede op
                            welke tijdstippen de gegevens moeten worden verstrekt.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:73 Awb</tussenkop><al>De subsidie wordt per boekjaar vastgesteld.</al><tussenkop>Artikel 22: Beschikking tot
                    subsidieverlening:</tussenkop><al>In de beschikking tot subsidieverlening dient te worden opgenomen welke gegevens
                    de subsidieontvanger in verband met de vaststelling moet verstrekken evenals de
                    tijdstippen waarop deze moeten worden overgelegd (zie artikel 4:67, tweede lid,
                    Awb).</al><tussenkop>Artikel 4:67 </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie wordt voor een boekjaar of voor een bepaald aantal boekjaren
                            verleend. </al></li><li nr="2."><al>Indien de subsidie voor twee of meer boekjaren wordt verleend, wordt aan
                            de subsidie de verplichting verbonden tot het periodiek aan het
                            bestuursorgaan verstrekken van de gegevens die voor de vaststelling van
                            de subsidie van belang zijn. </al></li><li nr="3."><al>De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens de
                            subsidie-ontvanger krachtens het tweede lid moet verstrekken, alsmede op
                            welke tijdstippen de gegevens moeten worden verstrekt.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 23: Toestemming</tussenkop><al>In artikel 4:71 wordt de mogelijkheid gegeven toestemming voor te schrijven voor
                    een aantal handelingen die invloed kunnen hebben op de vermogenspositie van de
                    subsidieontvanger. </al><tussenkop>Artikel 4:71 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is
                            bepaald, behoeft de subsidie-ontvanger de toestemming van het
                            bestuursorgaan voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; het
                                    wijzigen van de statuten; </al></li><li nr="b."><al>het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van
                                    registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van
                                    de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden
                                    bekostigd uit de subsidiegelden;</al></li><li nr="c."><al>het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging,
                                    vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur,
                                    verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of
                                    gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel
                                    de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie; </al></li><li nr="d."><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van
                                    geldlening; </al></li><li nr="e."><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidie-ontvanger
                                    zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van
                                    zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich
                                    als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een
                                    derde sterk maakt; </al></li><li nr="f."><al>het vormen van fondsen en reserveringen; het vaststellen of
                                    wijzigen van tarieven voor door de subsidie-ontvanger in de
                                    gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te
                                    verrichten prestaties; </al></li><li nr="g."><al>het ontbinden van de rechtspersoon; het doen van aangifte tot
                                    zijn faillissement of het aanvragen van zijn surseance van
                                    betaling. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de
                            toestemming.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.
                        </al></li><li nr="4."><al>Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de
                            toestemming geacht te zijn verleend.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 24: Egalisatiereserve</tussenkop><al>Door middel van deze bepaling wordt gebruik gemaakt van de door artikel 4:72 Awb
                    gegeven mogelijkheid de ontvanger van boekjaarsubsidie te verplichten een
                    egalisatiereserve aan te houden. Deze reserve is een buffer, waarmee tekorten in
                    het ene jaar kunnen worden opgevangen met overschotten in het andere jaar.</al><tussenkop>Artikel 4:72</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is
                            bepaald, vormt de ontvanger een egalisatiereserve.</al></li><li nr="2."><al>Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van
                            de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste
                            onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.</al></li><li nr="3."><al>De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als
                            redelijkerwijs mogelijk is belegd.</al></li><li nr="4."><al>De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve
                            toegevoegd.</al></li><li nr="5."><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onderdelen c, d en
                            e, is de subsidie-ontvanger ter zake van de egalisatiereserve
                            vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie
                            aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen.</al></li></lijst><al>De mogelijkheden om de subsidie op een lager bedrag vast te stellen dan bij de
                    subsidieverlening is bepaald, zijn beperkt. Artikel 4:46 van de wet verplicht
                    ertoe de subsidie in overeenstemming met de subsidieverlening vast te stellen,
                    tenzij zich een situatie voordoet als genoemd in het tweede en derde lid van dat
                    artikel. Het geval dat de subsidieontvanger de activiteit geheel conform de
                    subsidiebeschikking heeft uitgevoerd, doch erin is geslaagd dit te doen tegen
                    lagere kosten of met een hogere opbrengst dan begroot, behoort daar niet toe.
                    Terughalen van overgebleven subsidiegelden bij de subsidievaststelling is dan
                    dus niet mogelijk.</al><tussenkop>Artikel 4:46 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stelt het
                            bestuursorgaan de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.
                        </al></li><li nr="2."><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
                                    geheel hebben plaatsgevonden; </al></li><li nr="b."><al>de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                                    verbonden verplichtingen; </al></li><li nr="c."><al>de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                    verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens
                                    tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
                                    zou hebben geleid, of </al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                    subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor zover het bedrag van de subsidie afhankelijk is van de werkelijke
                            kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, worden kosten
                            die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de
                            vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 25: Inhoud financieel verslag bij niet volledige
                    subsidiering </tussenkop><al>Omdat de ontvangers van gemeentelijke boekjaarsubsidies tevens inkomsten kunnen
                    hebben uit andere bron, is in deze bepaling gebruik gemaakt van de mogelijkheid
                    van artikel 4:77 Awb om in die gevallen artikel 4:76 Awb van overeenkomstige
                    toepassing te laten zijn.</al><tussenkop>Artikel 4:76 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de
                            subsidie omvat het financiële verslag de balans en de
                            exploitatierekening met de toelichting en zijn het tweede tot en met
                            vijfde lid van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het financiële verslag geeft volgens normen die in het maatschappelijk
                            verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een
                            verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent: </al><lijst><li nr="a."><al>het vermogen en het exploitatiesaldo, en </al></li><li nr="b."><al>voor zover de aard van het financiële verslag dat toelaat,
                                    omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de
                                    subsidie-ontvanger. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de
                            grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen
                            op het einde van het boekjaar weer.</al></li><li nr="4."><al>De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en
                            stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar
                            weer.</al></li><li nr="5."><al>Het financiële verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is
                            verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en
                            uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4:77 Awb</tussenkop><al>Indien de subsidie-ontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de
                    subsidie kan bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening worden
                    bepaald dat artikel 4:76 van overeenkomstige toepassing is.</al><tussenkop>Artikel 26: Accountantsverklaring </tussenkop><al>Artikel 4:78 Awb eist ten behoeve van de vaststelling van boekjaarsubsidies
                    steeds een accountantsverklaring (behoudens vrijstelling of ontheffing). De
                    accountantsverklaring vereenvoudigt de vaststelling van de subsidie in
                    aanzienlijke mate en vormt een waarborg tegen onjuist gebruik van die
                    gelden.</al><tussenkop>Artikel 4:78 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De subsidie-ontvanger geeft opdracht tot onderzoek van het financiële
                            verslag aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van
                            Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.</al></li><li nr="2."><al>De accountant onderzoekt of het financiële verslag voldoet aan de bij of
                            krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag,
                            voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met het financiële verslag
                            verenigbaar is.</al></li><li nr="3."><al>De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een
                            schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het financiële
                            verslag.</al></li><li nr="4."><al>De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van de in
                            het derde lid bedoelde verklaring.</al></li><li nr="5."><al>Bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening kan vrijstelling
                            of ontheffing worden verleend van het eerste tot en met het vierde
                            lid.</al></li></lijst><al>Volgens het vijfde lid kan van de subsidieontvanger worden gevergd, dat hij de
                    accountant ook laat onderzoeken of aan alle dan wel bepaalde
                    subsidieverplichtingen is voldaan.</al><tussenkop>Artikel 27: Aanvraag subsidievaststelling</tussenkop><al>Ongeacht dat de subsidieverlening voor meer dan één jaar is, moet telkens na
                    verloop van een jaar een aanvraag tot subsidievaststelling worden
                    ingediend.</al><tussenkop>Overige bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 31: Bevoegdheid rekenkamercommissie</tussenkop><al>Deze bepaling brengt mee dat de rekenkamercommissie onderzoek kan doen bij de
                    subsidieontvanger die tevens rechtspersoon is. Met deze bepaling wordt
                    aansluiting gezocht bij het bepaalde in artikel 184 van de Gemeentewet. De term
                    ‘gerechtvaardigd belang’ zorgt ervoor dat in de praktijk geen onnodige
                    bureaucratie of onwerkbare situaties ontstaan en dat er zorgvuldig met de
                    bepaling wordt omgegaan.</al><tussenkop>Artikel 32: Liquidatie, splitsing, of fusie instelling</tussenkop><al>In het derde lid wordt gesproken over het terugvorderen van een batig saldo van
                    liquidatie van een subsidieontvanger. Het spreekt vanzelf dat een
                    subsidieontvanger bij liquidatie het restantvermogen retourneert aan de gemeente
                    voor zover dat vermogen is opgebouwd met subsidies van de gemeente. </al><al>Onder direct wordt hier verstaan een directe toevoeging van de subsidie aan het
                    vrije vermogen van de subsidieontvanger. Onder indirect worden alle bestemde
                    reserves verstaan die de subsidieontvanger heeft opgebouwd, inclusief die van de
                    investeringen. </al><al>Bij een fusie tussen twee of meer subsidieontvangende instellingen moeten in het
                    algemeen alle reserves en schulden van de fuserende instellingen ingebracht
                    worden in de nieuw te vormen instelling. Burgemeester en wethouders kunnen na
                    overleg met de instellingen besluiten een batig liquidatiesaldo te laten bij de
                    nieuwe instelling.</al><al>Om bepaalde juridische of financiële redenen kunnen subsidieontvangers ertoe
                    overgaan zogenaamde dochtermaatschappijen op te richten. Op zich is dit een
                    vrijheid die instellingen hebben. Het kan echter niet zo zijn dat daarmee ook
                    een eventuele reserve die of een batig exploitatiesaldo dat direct of indirect
                    is opgebouwd met gemeentelijke subsidie, wordt overgeheveld naar een
                    dochterinstelling.</al><al>Het staat de subsidieontvanger wel vrij een te leveren prestatie 'uit te
                    besteden' (uitvoeren van een activiteit) bij een dochterinstelling. De
                    subsidieontvangende instelling blijft echter te allen tijde verantwoordelijk
                    voor de te leveren prestatie en de verantwoording van de bestede middelen via
                    het verslag.</al><tussenkop>Artikel 33: Vergoeding vermogensvorming</tussenkop><al>Het artikel geeft de mogelijkheid om te regelen dat de subsidieontvanger in een
                    aantal gevallen een vergoeding verschuldigd is aan het bestuursorgaan, indien de
                    subsidie bij de subsidieontvanger heeft geleid tot vermogensvorming. Omdat het
                    niet redelijk en doenlijk is iedere vermogenstoename af te romen, is de
                    vergoedingsplicht aan enkele beperkingen gebonden.</al><tussenkop>Artikel 4:41 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>In de gevallen, genoemd in het tweede lid, is de subsidie-ontvanger,
                            voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot
                            vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het
                            bestuursorgaan, mits: </al></li><li nr="a."><al>dit bij wettelijk voorschrift of, indien de subsidie niet op een
                            wettelijk voorschrift berust, bij de subsidieverlening is bepaald, en
                        </al></li><li nr="b."><al>daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
                        </al></li><li nr="2."><al>De vergoeding is slechts verschuldigd indien: </al></li><li nr="a."><al>de subsidie-ontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of
                            bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan
                            wijzigt; </al></li><li nr="b."><al>de subsidie-ontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of
                            beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of
                            bestemde goederen; </al></li><li nr="c."><al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd;
                        </al></li><li nr="d."><al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de
                            subsidie wordt beëindigd, of . </al></li><li nr="e."><al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. </al></li><li nr="3."><al>De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het bestuursorgaan
                            op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op
                            vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de
                            bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststelling.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>