<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR229568_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de rekenkamercommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-08-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Vechtdal Centraal,20-08-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 81, 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-07-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-10-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 3, lid 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE REKENKAMERCOMMISSIE</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>commissie: rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="d."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al>rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeente
                                    Ommen;</al></li><li nr="f."><al>griffier: de raadsgriffier van de gemeente Ommen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt
                                aangeduid als de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bestaat uit 3 leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de
                                rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.
                                Een door de commissie gevoerd onderzoek bevat geen controle van de
                                jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de commissie, de raad kan
                                plaatsvervangende leden van de commissie benoemen; het bepaalde in
                                artikel 81-o-a van de wet is van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden worden voor een periode van drie jaar benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Leden van de commissie zijn éénmaal herbenoembaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de voorzitter uit de leden van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie,</al></li><li nr="b."><al>het leiden van de vergaderingen,</al></li><li nr="c."><al>het bewaken van de uitgangspunten, de werkwijze</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming.</al><al>De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de
                                        onderzoekers en met het secretariaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij stakende stemmen is de stem van de voorzitter
                                doorslaggevend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie voorziet in een vervangingsregeling bij afwezigheid van
                                de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eed of belofte</titel></kop><al>Ten aanzien van de leden is artikel 81.g van de wet van overeenkomstige
                            toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden en plaatsvervangende leden of stelt hen op
                                non-activiteit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met
                                        het lidmaatschap van de commissie, overeenkomstig het in
                                        artikel 81-o-a van de wet bepaalde;</al></li><li nr="c."><al>wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk
                                        een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van
                                        faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft
                                        verkregen of wegens schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer
                                        geschikt is de functie van lid van de commissie te
                                        vervullen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie kunnen door de raad worden ontslagen
                                wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun
                                functie te vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de leden van de
                                commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden ontvangen een door de raad te bepalen vergoeding voor het
                                bijwonen van de vergaderingen van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het
                                budget van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de secretaris na overleg met de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris staat de commissie bij de uitvoering van haar taken
                                terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris is organisatorisch ondergebracht bij de griffie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De secretaris draagt tenminste zorg voor de agendaplanning, de
                                verslaglegging en de vorming van dossiers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en
                            andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling
                            onverwijld ter kennisneming aan de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert
                                de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                                commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het
                                instellen van een onderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                                begeleiding en sturing van het onderzoek. Hiertoe legt de commissie
                                in een onderzoeksprotocol vast volgens welke methodiek de commissie
                                onderzoeken uitvoert; het onderzoeksprotocol wordt ter kennisname
                                naar de raad gezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie stelt het jaarverslag in februari vast en zendt het
                                jaarverslag daarna onverwijld naar de raad en het college ter
                                kennisname.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en
                                bij alle ambtenaren van de gemeente alle inlichtingen in te winnen
                                die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden
                                van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn
                                verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie
                                gestelde termijn te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij lopende onderzoeken oordeelt de commissie of het wenselijk is om
                                de raad tussentijds te informeren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht ter bespreking van
                                procedurele en inhoudelijke aspecten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie vergadert in beslotenheid, haar onderzoeksrapporten en
                                de jaarverslagen van de commissie zijn openbaar. Op grond van
                                artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie
                                rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als
                                geheim aanmerken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie met
                                inachtneming van het beschikbare budget gebruik maken van externe
                                personen of bureaus.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De commissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door
                                de commissie te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt,
                                hun zienswijze op de concept nota van bevindingen aan de commissie
                                kenbaar te maken. Betrokkenen zijn diegenen wiens taakuitvoering
                                (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest.</al><al> De commissie bepaalt voorts wie verder als betrokkenen worden
                                aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Na vaststelling door de commissie worden de nota van bevindingen en
                                het rapport met conclusies en aanbevelingen en de reactie van het
                                college op het rapport zo spoedig mogelijk aan de raad
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is bevoegd binnen een door de raad aan haar bij de
                                begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve
                                van de uitvoering van haar taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergoedingen aan de voorzitter en leden van de
                                        commissie;</al></li><li nr="b."><al>de secretaris;</al></li><li nr="c."><al>externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn
                                        ingeschakeld;</al></li><li nr="d."><al>eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor
                                        de uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                                verantwoording verschuldigd aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier treedt op als budgethouder van het budget van de
                                commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening gemeentelijke
                            rekenkamercommissie”.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Artikelsgewijze toelichting</label></kop><al><vet>Artikel 1</vet></al><al/><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                    telkens moeten worden uitgeschreven.</al><al>In deze Verordening zijn de begrippen “doelmatigheid”, “doeltreffendheid” en
                    “rechtmatigheid” (die in artikel 182 van de Gemeentewet zijn genoemd) niet in
                    artikel 1 opgenomen. Wel wordt in deze Toelichting uiteengezet wat onder deze
                    termen wordt verstaan.</al><al>Doelmatigheid is de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering
                    mogelijke kosten worden bereikt.</al><al>Bij doeltreffendheid gaat het er om of het resultaat van het beleid beantwoordt
                    aan wat er met het beleid werd beoogd en of de gestelde beleidsdoelen worden
                    verwezenlijkt.</al><al>Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en
                    regelgeving.</al><al>Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is voor de
                    rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al/><al>Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel
                    81-o-a van de wet regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie door
                    een rekenkamercommissie. In de wet is bepaald dat rekenkamer noch
                    rekenkamercommissie bevoegd zijn de gemeentelijke rekening te controleren
                    (artikel 81-o-a lid 2 en artikel 182 Gemeentewet).</al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al/><al>Anders dan bij de rekenkamer kunnen naast externe leden ook raadsleden en leden
                    van andere gemeentelijke commissies deel uitmaken van de rekenkamercommissie. In
                    de gemeente Ommen zal de rekenkamercommissie gevormd worden door uitsluitend
                    externe leden, dat wil zeggen niet zijnde een raadslid.</al><al>Dat de Raad geen leden uit zijn midden zal benoemen blijkt ook uit het feit dat
                    de commissie slechts uit drie leden bestaat, de benoemingsperiode 6 jaar is en
                    er geen afwijkende benoemingstermijn is geregeld voor interne leden alsmede
                    omdat in artikel 6 (eed/belofte) geen afwijkende bepaling is opgenomen voor
                    interne leden.</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al/><al>In dit artikel worden de benoeming, de rol en taken van de voorzitter benoemd.
                    Zo wordt de voorzitter in functie door de Raad benoemd.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al/><al>De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor leden
                    van de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81.g van de Gemeentewet. Deze
                    bepaling wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de (externe) leden
                    van de rekenkamercommissie.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al/><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of
                    soms verplichting) hen in bepaalde situaties op non-activiteit te stellen.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al/><al>In dit artikel is de vergoeding die externe leden voor hun werkzaamheden
                    ontvangen vastgelegd. De vergoeding is geregeld in de Verordening voorzieningen
                    wethouders, raads- en commissieleden. De Raad kan besluiten daarvan af te
                    wijken.</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al/><al>De rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en wordt daarom
                    bijgestaan door een eigen secretaris. Deze wordt door de Raad, na overleg met de
                    rekenkamercommissie, benoemd. Er is een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van
                    de secretaris ten opzichte van de rekenkamercommissie.</al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al/><al>In het Reglement van orde moeten/kunnen zaken als het vergaderquorum, de
                    verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij
                    onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te
                    verrichten, enzovoorts geregeld worden.</al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al/><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid
                    te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan
                    kiezen.</al><al>De rekenkamercommissie kan op verzoek van de Raad een onderzoek instellen maar
                    is niet verplicht het verzoek van de Raad in te willigen. Dit verzoek van de
                    Raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet voor een rekenkamer,
                    genoemd. Dit artikel wordt in artikel 81-o-a ook voor de rekenkamercommissie
                    overeenkomstig van toepassing verklaard.</al><al/><al><vet>Artikel 11</vet></al><al/><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek
                    over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de
                    bevoegdheid om inlichtingen in te winnen bij alle leden van het gemeentebestuur
                    en bij alle ambtenaren.</al><al>De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond
                    van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid bestuur kunnen
                    rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt.</al><al>De onderzoekers van de rekenkamercommissie leggen de feiten en resultaten die
                    uit het onderzoek zijn gebleken vast in een “nota van bevindingen”. </al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij
                    de kans krijgt om te reageren op deze (nog niet gepubliceerde) nota van
                    bevindingen. Deze nota wordt daarom aan betrokkenen voorgelegd met de vraag
                    eventuele feitelijke onjuistheden aan te geven (hoor en wederhoor) op basis
                    waarvan zo nodig de nota van bevindingen wordt aangepast.</al><al>Daarna trekt de rekenkamercommissie in een (tweede) rapport haar conclusies en
                    doet eventueel aanbevelingen. Dit rapport wordt aangeboden aan het college voor
                    een bestuurlijke reactie. Deze reactie wordt altijd integraal in het definitieve
                    rapport opgenomen. Naar aanleiding van de bestuurlijke reactie kan de
                    rekenkamercommissie nog een nawoord in dit definitieve rapport opnemen waarna
                    dit rapport openbaar wordt gemaakt.</al><al>Op deze wijze wordt voldaan aan het vereiste van transparantie.</al><al/><al><vet>Artikel 12</vet></al><al/><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het
                    budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het
                    budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.</al><al/><al><vet>Artikel 13</vet></al><al/><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 14</vet></al><al/><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>