<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR229565_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 221 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/53</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 oktober 2012,
                        nummer 2012/53,</al><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al><al>s t e l t v a s t:</al><al>de “Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op
                        roerende woon- en bedrijfsruimten 2013”</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan
                                    een plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of
                                    permanent gebruik;</al></li><li nr="b."><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in
                                    hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die
                                    dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                    woondoeleinden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                    woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam 'belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten'
                                    worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee
                                    directe belastingen geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar een bedrijfsruimte, al dan niet
                                            krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                            recht gebruikt, verder te noemen:
                                            gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van
                                            het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft
                                            krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                            noemen: eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een
                                            bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt als
                                            gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft
                                            gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor
                                            volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene
                                            die die ruimte ter beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in
                                    gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is
                                    bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie
                                    die ruimte of deel daarvan in gebruik is gegeven of ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b."><al>een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens
                                    zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te
                                    worden gebruikt;</al></li><li nr="c."><al>een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in
                                    onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon
                                    in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij
                                    elkaar behoren;</al></li><li nr="d."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a
                                    bedoelde ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan
                                    of van een in onderdeel c bedoeld samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient
                                            te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde
                                            eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de
                                            verkrijger de ruimte in de staat waarin deze zich
                                            bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou
                                            kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de
                                            waarde van een bedrijfsruimte, met uitzondering van
                                            ruimten die zijn ingeschreven in een van de ingevolge de
                                            Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van beschermde
                                            monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit
                                            leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste
                                            lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt
                                            rekening gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden
                                            technische en functionele veroudering waarbij de invloed
                                            van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de
                                            waarde van een ruimte in aanbouw bepaald op de
                                            vervangingswaarde, bedoeld in het tweede lid. Onder een
                                            ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende zaak of
                                            gedeelte daarvan waarvoor een omgevingsvergunning in de
                                            zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor
                                            het bouwen van een bouwwerk is afgegeven en die door
                                            bouw nog niet geschikt is voor gebruik overeenkomstig de
                                            beoogde bestemming.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de
                                            waarde van een woonruimte, die deel uitmaakt van een op
                                            de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed
                                            dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van
                                            het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, bepaald
                                            met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om
                                            het landgoed gedurende een tijdvak van 25 jaren als
                                            zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te
                                            vellen anders dan volgens de regels van normaal
                                            bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die
                                            dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit
                                            te maken van die woonruimte.</al></li><li nr="5."><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3,
                                            aanhef en onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een
                                            evenredig deel van de waarde die dient te worden
                                            toegekend aan de gehele ruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde
                                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>glasopstanden, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                            uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd
                                            ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond
                                            wordt mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond
                                            van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                            voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                            ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                            eredienst of voor het houden van openbare
                                            bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard,
                                            een en ander met uitzondering van delen van zodanige
                                            ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- of
                                            waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen
                                            van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                            ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                            instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                            rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen
                                            van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden
                                            zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen
                                            wordt toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten
                                            zijn aan te merken;</al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden
                                            gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                            uitzondering van delen van zodanige bedrijfsruimten die
                                            bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                            onderwijs;</al></li><li nr="g."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                            ten behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en
                                            crematoria, een en ander met uitzondering van delen van
                                            zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>ruimten, die feitelijk worden gebruikt als pastorie of
                                            kosterswoning, indien het genot krachtens eigendom,
                                            bezit of beperkt recht daarvan toekomt aan een
                                            kerkgenootschap of ander genootschap als in onderdeel b.
                                            bedoeld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid,
                                            onderdeel f, bedoelde bedrijfsruimte geldt niet voor de
                                            eigenarenbelasting voor zover de gemeente van die
                                            ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                                            of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de
                                            bepaling van de heffingsmaatstaf voor de
                                            gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde
                                            van gedeelten van de bedrijfsruimte die in hoofdzaak tot
                                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                            woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de
                                            ruimte wordt op de waardepeildatum heeft naar de staat
                                            waarin de ruimte op die datum verkeert.</al></li><li nr="2."><al>De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het
                                            kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan
                                            het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt
                                            bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing,
                                            verbetering, afbraak of vernietiging, hetzij verandering
                                            van bestemming, of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een
                                            andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere
                                            omstandigheid, wordt, in afwijking van het eerste lid,
                                            de waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het
                                            begin van het kalenderjaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van
                                            de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt bij
                                            de:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruikersbelasting 0,1819%</al></li><li nr="b."><al>eigenarenbelasting:</al><al>1 voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                    0,0802%</al><al>2 voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
                                    0,2148%</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen
                                            invordering plaats.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal
                                            van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde
                                            bedragen onroerende zaakbelastingen of andere heffingen
                                            aangemerkt als één belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
                                            Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald
                                            in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                            vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het
                                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                            aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag
                                            bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,- maar
                                            minder is € 3.500,- en zolang de verschuldigde bedragen
                                            door een automatische betalingsincasso van de
                                            betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                            afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden
                                            betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering
                                            van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse
                                            termijnen.</al><al> De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening
                                            van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                            telkens een maand later;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid worden bedragen die
                                            buiten de marge (meer dan € 100,- maar minder dan €
                                            3.500,-) van lid 2 vallen en die door een automatische
                                            betalingsincasso van de betaalrekening van de
                                            belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in
                                            dezelfde termijnen afgeschreven zoals in lid één;</al></li><li nr="4."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                        wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels
                                    geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de
                                    roerende-ruimtenbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten
                                    2012” van 10 november 2011, wordt ingetrokken met ingang van de
                                    in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de
                                    heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                    belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                    voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1
                                            januari 2013, of zo dit later is, met ingang van de
                                            eerste na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2013.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de “c.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 8 november 2012</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>