<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR229555_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Legesverordening 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zandvoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zandvoortsecourant.nl">Zandvoortse Courant 29 november 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Legesverordening 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=art. 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b">Gemeentewet, art. 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z2012-003701 doc nr 2012/09/000666</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en gemeentelijke dienstverlening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De 'Legesverordening 2011” vastgesteld bij raadsbesluit van 9 november 2010 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Legesverordening 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>1 DE VERORDENING</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Zandvoort:</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        november 2011 Z2011-005473 doc nr 2011/11/000580</al><al>gelet op de overwegingen van de gemeenteraad dd 14 december 2011,</al><al>gelet op artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de
                        Gemeentewet;</al><al>besluit de volgende verordening, inclusief toelichting, vast te
                        stellen:</al><al>Legesverordening 2012. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>BEGRIPSBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘college’: het college van Burgemeester en Wethouders van de
                                    gemeente Zandvoort;</al></li><li nr="b."><al>‘raad’: de gemeenteraad van Zandvoort.</al></li><li nr="c."><al>‘dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een
                                    gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;</al></li><li nr="d."><al>‘week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;</al></li><li nr="e."><al>‘maand’: het tijdvak dat loopt van n<sup>e</sup> dag in een
                                    kalendermaand tot en met de (n-1)<sup>e</sup> dag in de volgende
                                    kalendermaand;</al></li><li nr="f."><al>‘jaar’: het tijdvak dat loopt van de n<sup>e</sup> dag in een
                                    kalenderjaar tot en met de (n-1)<sup>e</sup> dag in het volgende
                                    kalenderjaar;</al></li><li nr="g."><al>‘kalenderjaar’: de periode van 1 januari tot en met 31
                                    december.</al></li><li nr="h."><al>‘ambtenaar belast met de heffing’: de gemeenteambtenaar die door
                                    het college is aangewezen als ambtenaar belast met de heffing
                                    van de gemeentelijke belastingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>NORMSTELLING</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 2 Belastbaar feit</label></kop><al>Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor het genot van door of
                            vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze
                            verordening en de daarbij behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Belastingplicht</label></kop><al>Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten
                            behoeve van wie de dienst is verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Vrijstellingen</label></kop><al>Leges worden niet geheven voor:</al><lijst><li nr="a."><al>diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet
                                    ruimtelijke</al><al> ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;</al></li><li nr="b."><al>diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele
                                    of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of
                                    wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor
                                    zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met
                                    betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste
                                    lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht;</al></li><li nr="c."><al>het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent
                                    inkomen en vermogen;</al></li><li nr="d."><al>nasporingen verricht c.q. stukken afgegeven in het persoonlijk
                                    belang van hen die onvermogend zijn;</al><al> bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) ten dienste van
                                    de uitbetaling</al><al> van pensioenen, lijfrenten en andere periodieke
                                    uitkeringen;</al></li><li nr="e."><al>vergunningen voor muziek- en/of zanguitvoeringen, welke op de
                                    openbare weg, het strand daaronder begrepen, worden gegeven
                                    anders dan ter uitoefening van een beroep;</al></li><li nr="f."><al>vergunningen, verleend aan maatschappelijke instellingen of
                                    natuurlijke personen die zonder winstbejag een liefdadig,
                                    sociaal-cultureel of maatschappelijk doel nastreven en die een
                                    activiteit organiseren welke zich verhoudt tot de doelstelling
                                    van die instelling dan wel personen. Betreffende instellingen
                                    dienen grotendeels of geheel te bestaan uit leden, ingezetenen
                                    van de gemeente Zandvoort, resp. de personen dienen ingezetenen
                                    van de gemeente Zandvoort te zijn. De te organiseren activiteit
                                    dient geheel in handen van vrijwilligers te zijn;</al></li><li nr="g."><al>de stukken en legalisaties van handtekeningen op stukken
                                    betreffende militaire zaken;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven,
                                    opgenomen in de bij deze verordening behorende
                                    tarieventabel.</al></li><li nr="2."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van
                                    een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de
                                    Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen
                                    die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor
                                    het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van
                                    een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit
                                    in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het
                                    project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter
                                    vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10,
                                    derde lid, van de Crisis- en herstelwet </al></li><li nr="3."><al>Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de
                                    tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                    aangemerkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Wijze van heffing</label></kop><al>De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                            gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen
                            een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde
                            bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                            schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Termijnen van betaling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als
                                    bedoeld in artikel 6:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
                                            de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken
                                            van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending
                                            daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de
                                            kennisgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                    eerste lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Kwijtschelding</label></kop><al>Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Vermindering of teruggaaf</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor
                                    een in de bij deze verordening behorende tarieventabel
                                    omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met
                                    betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen
                                    bepaling.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de
                                    Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in
                                    het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de
                                    belastingaanslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden</label></kop><al>n.v.t. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</label></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 12 Bevoegdheden</label></kop><al>De ‘ambtenaar belast met de heffing’ is belast met de uitvoering van
                            deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><lijst><li nr="a."><al>De 'Legesverordening 2011” vastgesteld bij raadsbesluit van 9
                                    november 2010 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede
                                    lid genoemde datum van inwerkingtreding, met dien verstande dat
                                    zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor
                                    die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="b."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2012. </al></li><li nr="c."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012.</al></li><li nr="d."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Legesverordening
                                    2012'.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2011.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>2 Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2012</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="14*"/><colspec colname="col2" colwidth="1*"/><colspec colname="col3" colwidth="66*"/><colspec colname="col4" colwidth="1*"/><colspec colname="col5" colwidth="19*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Titel 1 Algemene dienstverlening</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of
                                        registratie van een partnerschap op het raadhuis op:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Maandag t/m vrijdag van 9.00 uur tot 12.00 uur en om 14.00
                                        uur en 15.00 uur</al></entry><entry colname="col5"><al>383,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Op maandag om 9:00 uur en 9:30 uur wordt de mogelijkheid
                                        geboden voor het kosteloos voltrekken van
                                        huwelijken/geregistreerd partnerschappen op het
                                        Raadhuis.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zaterdag om 10.00 uur en 11.00 uur </al></entry><entry colname="col5"><al>940,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>1e Zondag van de maand om 10.00 uur en 11.00 uur </al></entry><entry colname="col5"><al>1.255,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of
                                        registratie van een partnerschap op een locatie buiten het
                                        raadhuis op:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Maandag t/m vrijdag van 9.00 uur tot en met 22.00 uur</al></entry><entry colname="col5"><al>484,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zaterdag van 9.00 uur tot en met 22.00 uur</al></entry><entry colname="col5"><al>1.026,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.2.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Zondag van 9.00 uur tot en met 22.00 uur</al></entry><entry colname="col5"><al>1.245,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd
                                        partnerschap in een huwelijk indien daarbij niet gebruik
                                        gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de
                                        gemeente hiertoe aangewezen ruimte op afspraak zonder
                                        getuigen, zonder toespraak en alleen de betrokken partijen
                                        voor de ambtenaar van de burgerlijke stand verschijnen:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>alle weekdagen en openingsuren</al></entry><entry colname="col5"><al>36,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.3.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>n.v.t.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of
                                        registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op
                                        grond van artikel 54, Boek 1, van het Burgerlijk
                                        Wetboek</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de onder 1.1.1.1. tot en met 1.1.2.3 genoemde tarieven,
                                        verhoogd met</al></entry><entry colname="col5"><al>10%</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Ter zake van het door middel van een ceremonie omzetten van
                                        een geregistreerd partnerschap in een huwelijk zijn de
                                        tarieven zoals bepaald in artikel 1.1.1.1 tot en met 1.1.2.3
                                        en 1.1.4 en 1.1.6 tot en met 1.1.13.5 van overeenkomstige
                                        toepassing</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.6.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een trouwboekje of partnerschapboekje in een normale
                                        uitvoering</al></entry><entry colname="col5"><al>13,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.5.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een trouwboekje of partnerschapboekje in een luxe
                                        uitvoering</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van een lijst waarop zijn
                                        vermeld:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.7.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>alle op één dag, in één week of in één maand geborenen en
                                        overledenen, voor zover voor plaatsing op die lijst
                                        toestemming is verleend, voor elk op die lijst vermelde
                                        aangifte</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.7.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>alle op één dag, in één week of in één maand ondertrouwde en
                                        getrouwde paren of geregistreerde partners, als voor
                                        plaatsing op die lijst toestemming is verleend, voor elk op
                                        die lijst vermeld paar</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.8</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het afsluiten van een abonnement op het
                                        verstrekken van lijsten als in 1.1.7.1 en 1.1.7.2
                                        bedoeld:</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.8.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor de periode van een maand</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.8.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor de periode van drie maanden</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.8.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor de periode van zes maanden</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.8.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor de periode van een jaar</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.9</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het doen van naspeuringen in de
                                        registers van de burgerlijke stand, voor ieder daaraan
                                        besteed kwartier</al></entry><entry colname="col5"><al>11,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.10</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
                                        verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet
                                        rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is
                                        opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.11</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het van gemeentewege beschikbaar
                                        stellen van getuigen, per getuige</al></entry><entry colname="col5"><al>17,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.12</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het benoemen van een buitengewoon
                                        ambtenaar van de burgerlijke stand (babs) éénmalig tot babs
                                        van de gemeente Zandvoort:</al></entry><entry colname="col5"><al>83,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.12.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Van maandag tot en met vrijdag en zaterdag en zondag op het
                                        Raadhuis en van maandag tot en met vrijdag op een locatie
                                        buiten het Raadhuis</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.12.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Op zaterdag op een locatie buiten het Raadhuis</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.12.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Op zondag op een locatie buiten het Raadhuis</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.13</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt ter zake van het gekalligrafeerd
                                        inschrijven in het trouwboekje / partnerschapboekje
                                        van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.13.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De gegevens van de huwelijksvoltrekking cq geregistreerd
                                        partnerschap</al></entry><entry colname="col5"><al>12,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.13.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De gegevens van de kerkelijke inzegeningen </al></entry><entry colname="col5"><al>7,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.13.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De gegevens van een geboorte</al></entry><entry colname="col5"><al>7,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.13.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De gegevens van de getuigen, per getuige</al></entry><entry colname="col5"><al>2,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.13.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het annuleren of wijzigen van de
                                        vastgestelde trouwdatum of registratiedatum c.q. tijdstip
                                        per opgegeven wijziging</al></entry><entry colname="col5"><al>21,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.1.14</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen
                                        van een aanvraag tot het verstrekken van een uittreksel uit
                                        de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens ten
                                        dienste van de huwelijks – c.q. geregistreerd
                                        partnerschapaangifte</al></entry><entry colname="col5"><al>13,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 2 Reisdocumenten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van een nationaal paspoort, een
                                        reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor
                                        vreemdelingen</al></entry><entry colname="col5"><al>48,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van een nationaal paspoort, een groter
                                        aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als
                                        bedoeld in 1.2.1.1 (zakenpaspoort)</al></entry><entry colname="col5"><al>48,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een
                                        persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van
                                        Molukkers als Nederlander wordt behandeld
                                        (faciliteitenpaspoort)</al></entry><entry colname="col5"><al>53,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.1.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het bijschrijven van een kind in een reisdocument als
                                        bedoeld in 1.2.1.1, 1.2.1.2 en 1.2.1.3 direct bij de
                                        aanvraag van dit nieuwe reisdocument</al></entry><entry colname="col5"><al>9,35</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.1.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het bijschrijven van een kind door middel van een
                                        bijschrijvingssticker in een al uitgegeven reisdocument als
                                        bedoeld in 1.2.1.1, 1.2.1.2 en 1.2.1.3</al></entry><entry colname="col5"><al>21,85</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.1.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het aanbrengen van een wijziging anders dan bedoeld in
                                        1.2.1.5 in een reisdocument als bedoeld in 1.2.1.1, 1.2.1.2
                                        en 1.2.1.3</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.1.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van een Nederlandse identiteitskaart
                                        (NIK) aan personen in de leeftijd tot en met dertien
                                        jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>30,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.1.8</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van een Nederlandse identiteitskaart
                                        (NIK) aan personen in de leeftijd van veertien jaar en
                                        ouder</al></entry><entry colname="col5"><al>40,05</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De tarieven genoemd in de onderdelen 1.2.1.1 tot en met
                                        1.2.1.3 alsmede in 1.2.1.7 en 1.2.1.8 worden bij een
                                        spoedlevering vermeerderd met een bedrag van</al></entry><entry colname="col5"><al>45,90</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief genoemd in 1.2.2 wordt bij een gecombineerde
                                        spoedlevering van een nieuw reisdocument als bedoeld in
                                        1.2.1.1, 1.2.1.2 en 1.2.1.3 en het bijschrijven van één of
                                        meer kinderen als bedoeld in 1.2.1.4, slechts één keer per
                                        reisdocument berekend.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief genoemd in onderdeel 1.2.1.5 wordt bij een
                                        spoedlevering vermeerderd met een bedrag per
                                        bijschrijvingssticker van</al></entry><entry colname="col5"><al>21,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.2.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief genoemd in onderdeel 1.2.1.1, 1.2.1.2, 1.2.1.3 of
                                        1.2.1.8 wordt bij vermissing en het ontbreken van een
                                        geldige legitimatie vermeerderd met</al></entry><entry colname="col5"><al>50%</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 3 Rijbewijzen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een
                                        rijbewijs</al></entry><entry colname="col5"><al>42,90</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.3.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een
                                        spoedlevering vermeerderd met</al></entry><entry colname="col5"><al>33,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.3.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij vermissing
                                        en het ontbreken van een geldige legitimatie vermeerderd met
                                    </al></entry><entry colname="col5"><al>50%</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke
                                        basisadministratie persoonsgegevens</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van
                                        de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4, wordt onder één verstrekking
                                        verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor
                                        de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens moet
                                        worden geraadpleegd.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking</al></entry><entry colname="col5"><al>8,90</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van
                                        gegevens gedurende de periode van één jaar:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.2.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 100 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.2.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 500 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.2.2.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 1.000 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.2.2.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 5.000 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.2.2.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 10.000 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.2.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het afsluiten van een abonnement op het [wekelijks]
                                        verstrekken van een opgave van verhuizingen binnen de
                                        gemeente, vertrekken uit de gemeente en vestigingen in de
                                        gemeente</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4 wordt onder één
                                        verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één
                                        persoon die niet zijn opgenomen in de gemeentelijke
                                        basisadministratie persoonsgegevens.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.4.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking</al></entry><entry colname="col5"><al>8,90</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.4.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van
                                        gegevens gedurende de periode van één jaar:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.4.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 100 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.4.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 500 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.4.2.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 1.000 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.4.2.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 5.000 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.4.2.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor 10.000 verstrekkingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het
                                        tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                        het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 10,
                                        tweede lid, van het Besluit gemeentelijke basisadministratie
                                        persoonsgegevens</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.4.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de
                                        gemeentelijke basisadministratie, voor ieder daaraan besteed
                                        kwartier</al></entry><entry colname="col5"><al>12,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van een inlichting betreffende
                                        de registratie van de aanvrager als kiezer bedoeld in
                                        artikel D4 van de Kieswet</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming
                                            persoonsgegevens</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.6.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag voor een bericht als bedoeld in artikel 35 van de
                                        Wet bescherming persoonsgegevens:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.6.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bij verstrekking op papier, indien het afschrift bestaat
                                        uit:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.6.1.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>ten hoogste 100 pagina’s, per pagina</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>met een maximum per bericht van</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.6.1.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>meer dan 100 pagina’s</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.6.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bij verstrekking anders dan op papier</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.6.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>dat bestaat uit een afschrift van een, vanwege de aard van
                                        de verwerking, moeilijk toegankelijke
                                        gegevensverwerking</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.6.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien voor hetzelfde bericht op grond van de onderdelen
                                        1.6.1.1, 1.6.1.2 en 1.6.1.3 meerdere vergoedingen kunnen
                                        worden gevraagd, wordt slechts de hoogste gevraagd.</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.6.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        verzet als bedoeld in artikel 40 van de Wet bescherming
                                        persoonsgegevens</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 7 Bestuursstukken</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een afschrift van de gemeentebegroting</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een afschrift van de gemeenterekening</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een afschrift van het burgerjaarverslag</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.2.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een afschrift van het verslag van een raadsvergadering, per
                                        pagina</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.2.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een afschrift van de stukken behorende bij een
                                        raadsvergadering, per pagina</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het afsluiten van een abonnement voor een
                                        kalenderjaar:</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.2.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>op de verslagen van de raadsvergaderingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.2.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>op de stukken behorende bij de raadsvergaderingen</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.3.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een afschrift van het verslag van een vergadering van een
                                        raadscommissie, per pagina</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.3.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een afschrift van de stukken behorende bij een vergadering
                                        van een raadscommissie, per pagina</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.3.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het afsluiten van een abonnement voor een
                                        kalenderjaar:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.3.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>op de verslagen van de vergaderingen van een
                                        raadscommissie</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.3.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>op de stukken behorende bij de vergaderingen van een
                                        raadscommissie</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.4.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van het gemeenteblad</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.4.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar
                                        op het gemeenteblad</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.5.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een afschrift van de ....... verordening</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.7.5.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>enz.</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van een fotokopie of afdruk van een
                                        (bouw)tekening, kaart of een plan, zoals bestemmingsplan,
                                        voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij
                                        de legger bedoeld in artikel 28 van de Wegenwet,
                                        structuurplan of stadsvernieuwingsplan:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.1.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>in formaat A4 of kleiner, per bladzijde</al></entry><entry colname="col5"><al>2,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.1.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>in formaat A3</al></entry><entry colname="col5"><al>4,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.1.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>in formaat A2</al></entry><entry colname="col5"><al>7,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.1.1.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>in formaat A1</al></entry><entry colname="col5"><al>14,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.1.1.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>in formaat A0</al></entry><entry colname="col5"><al>27,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.1.1.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>in formaat groter dan A0</al></entry><entry colname="col5"><al>33,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De tarieven onder 1.8.1.1 zijn gebaseerd op basis van
                                        zwart-wit afdrukken. Indien de afdrukken in kleur
                                        vervaardigd worden, worden de tarieven overeenkomstig
                                        1.8.1.1 verhoogd met 100%</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.2.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Onder een inlichting in dit hoofdstuk wordt verstaan een of
                                        meer gegevens omtrent een onroerende zaak, een kadastraal
                                        perceel of een persoon, waarvoor de bij de gemeente in
                                        gebruik zijnde geografische informatie systemen moeten
                                        worden geraadpleegd.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van mondelinge inlichtingen uit
                                        de geografische informatie systemen (GIS);:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.2.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor het verstrekken van één inlichting</al></entry><entry colname="col5"><al>6,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.2.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor het verstrekken van meerdere inlichtingen,</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.2.1.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor de eerste inlichting</al></entry><entry colname="col5"><al>6,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.2.1.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor elke volgende inlichting</al></entry><entry colname="col5"><al>4,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van inlichtingen op papier uit
                                        de geografische informatie systemen (GIS);:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.3.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor het verstrekken van één inlichting</al></entry><entry colname="col5"><al>11,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.3.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor het verstrekken van meerdere inlichtingen,</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.3.1.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor de eerste inlichting</al></entry><entry colname="col5"><al>11,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.3.1.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor elke volgende inlichting</al></entry><entry colname="col5"><al>8,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van inlichtingen in digitale
                                        vorm uit de geografische informatie systemen (GIS);</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.4.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor digitale gebieden tot en met een hectare</al></entry><entry colname="col5"><al>68,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.4.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor digitale gebieden groter dan een hectare wordt het
                                        tarief berekend als volgt: </al></entry><entry colname="col5"><al> √(aantal hectare) x € 68,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van een voor eensluidend
                                        afschrift van of uittreksel uit:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.5.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de gemeentelijke basisregistratie adressen of de
                                        gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel
                                        2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen de
                                        tarieven vermeld onder 1.8.1 t/m 1.8.3.2 vermeerderd
                                        met</al></entry><entry colname="col5"><al>6,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.5.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de legger bedoeld in artikel 28 van de Wegenwet de tarieven
                                        vermeld onder 1.8.1. t/m 1.8.3.2 vermeerderd met</al></entry><entry colname="col5"><al>6,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.5.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de inschrijving in het register bedoeld in artikel 6, eerste
                                        lid, van de Monumentenwet 1988 de tarieven vermeld onder
                                        1.8.1. t/m 1.8.3.2 vermeerderd met</al></entry><entry colname="col5"><al>6,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.5.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>het openbare register van beschermde monumenten bedoeld in
                                        artikel 20 van de Monumentenwet 1988 de tarieven vermeld
                                        onder 1.8.1. t/m 1.8.3.2 vermeerderd met</al></entry><entry colname="col5"><al>6,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.8.5.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke
                                        beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 5, eerste lid,
                                        van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan
                                        wel tot het verstrekken van een aan die registratie
                                        ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke
                                        beperkingen de tarieven vermeld onder 1.8.1. t/m 1.8.3.2
                                        vermeerderd met</al></entry><entry colname="col5"><al>6,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.6</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het massaal verstrekken van </al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.6.1</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>een openbare ruimtelijst (straatnamen)</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>45,00 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.6.2</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>nummeraanduiding lijst (adressen met xy-coördinaten) per
                                        adres </al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al> 0,10 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>het minimum tarief bedraagt</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>15,00 </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.9</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.9.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het
                                        gedrag</al></entry><entry colname="col5"><al>31,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.9.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een bewijs van in leven zijn
                                        (attestatie de vita)</al></entry><entry colname="col5"><al>11,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.9.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een legalisatie van een
                                        handtekening</al></entry><entry colname="col5"><al>8,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 10 Gemeentearchief</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.10.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van
                                        naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende
                                        stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier</al></entry><entry colname="col5"><al>12,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.10.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verkrijgen van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.10.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een afschrift of fotokopie van een in het gemeentearchief
                                        berustend stuk, per pagina</al></entry><entry colname="col5"><al>0,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.10.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend
                                        stuk</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 11 Huisvestingswet</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.11</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.11.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een huisvestingsvergunning als
                                        bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                        Huisvestingswet</al></entry><entry colname="col5"><al>46,90</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.11.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het inschrijven in een register van woningzoekenden als
                                        bedoeld in artikel 14 van de Huisvestingswet</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.11.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verstrekken van gegevens uit het register van
                                        woningzoekenden als bedoeld in artikel 14 van de
                                        Huisvestingswet, voor elke in dat register vermelde
                                        woningzoekende</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.11.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning tot gehele of
                                        gedeeltelijke onttrekking van woonruimte aan de bestemming
                                        tot bewoning als bedoeld in artikel 30, eerste lid,
                                        onderdeel a, van de Huisvestingswet</al></entry><entry colname="col5"><al>54,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.11.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning tot samenvoeging van
                                        woonruimte met andere woonruimte als bedoeld in artikel 30,
                                        eerste lid, onderdeel b, van de Huisvestingswet</al></entry><entry colname="col5"><al>54,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.11.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning tot omzetting van
                                        zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als
                                        bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel c, van de
                                        Huisvestingswet</al></entry><entry colname="col5"><al>54,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 12 Leegstandwet</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.12</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.12.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning tot tijdelijke verhuur
                                        van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste
                                        lid, van de Leegstandwet</al></entry><entry colname="col5"><al>107,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.12.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van
                                        woonruimte als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de
                                        Leegstandwet</al></entry><entry colname="col5"><al>53,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.13</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.13.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een gemeentegarantie</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.13.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door
                                        de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 14 Marktstandplaatsen </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.14</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag om:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.14.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een standplaatsvergunning als bedoeld in &lt;artikel 5 van
                                        de Marktverordening 2008 (individuele vergunning)&gt;</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.14.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>overschrijving van de standplaatsvergunning op naam van een
                                        ander als bedoeld in &lt;artikel 7 van het Marktreglement
                                        2008&gt;</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.14.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>vergunning om zich op de standplaats te laten vervangen als
                                        bedoeld in &lt;artikel 12, tweede lid, van het
                                        Marktreglement 2008&gt;</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.14.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>ontheffing om de standplaats tot de sluitingstijd van de
                                        markt te blijven innemen als bedoeld in &lt;artikel 14,
                                        tweede lid, van het Marktreglement 2008&gt;</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.15</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.15.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of
                                        het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet</al></entry><entry colname="col5"><al>42,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.15.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verlenen van toestemming om een in onderdeel 1.15.1
                                        bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander</al></entry><entry colname="col5"><al>42,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.15.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 1.15.1
                                        bedoelde ontheffing</al></entry><entry colname="col5"><al>42,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 16 Kansspelen </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.16.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning
                                        als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.16.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor een periode van drie jaar voor één (eerste)
                                        kansspelautomaat</al></entry><entry colname="col5"><al>178,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.16.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor een periode van drie jaar voor iedere volgende
                                        kansspelautomaat </al></entry><entry colname="col5"><al>107,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.16.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld
                                        in artikel 3 van de Wet op de kansspelen
                                        (loterijvergunning)</al></entry><entry colname="col5"><al>20,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.16.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
                                        verkrijgen van een vergunning Speelautomatenhal &lt; artikel
                                        Titel Va van de Wet op de Kansspelen.&gt; van de verordening
                                        speelautomatenhallen 2006.</al></entry><entry colname="col5"><al>225,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 17 Kinderopvang</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.17</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.17.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een uittreksel uit het register bedoeld in artikel 46 van de
                                        Wet kinderopvang, per uittreksel</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.17.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>inlichtingen over gegevens die zijn opgenomen in het
                                        register bedoeld in artikel 46 van de Wet kinderopvang, per
                                        verstrekking</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 18 Telecommunicatie</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.18.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent
                                        plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden
                                        als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de
                                        Telecommunicatiewet</al></entry><entry colname="col5"><al>181,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.18.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien het betreft werkzaamheden in tegel-, klinker- en
                                        sierbestratingen, alsmede gesloten verhardingen, voor zover
                                        de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare
                                        gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd met</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.18.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien het betreft werkzaamheden in bermen, groenstroken en
                                        dergelijke, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of
                                        op openbare gemeentegrond, per strekkende meter sleuf
                                        verhoogd met</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.18.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met betrekking tot een melding overleg moet
                                        plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare
                                        grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met</al></entry><entry colname="col5"><al>499,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.18.1.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de melder verzoekt om een inhoudelijke afstemming bij
                                        de beoordeling van aanvragen als bedoeld in artikel 5.5 van
                                        de Telecommunicatiewet, verhoogd met</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.18.1.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met betrekking tot een melding onderzoek naar de
                                        status van de kabel plaatsvindt, verhoogd met het bedrag van
                                        de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding
                                        aan de melder meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting
                                        die door het college van burgemeester en wethouders is
                                        opgesteld.</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.18.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien een begroting als bedoeld in 1.18.1.5 is uitgebracht,
                                        wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde
                                        werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter
                                        kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde
                                        werkdag schriftelijk is ingetrokken.</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 19 Verkeer en vervoer</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel
                                        87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990</al></entry><entry colname="col5"><al>54,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel
                                        7.1 van de Voertuigenreglement</al></entry><entry colname="col5"><al>46,90</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als
                                        bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve
                                        bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)</al></entry><entry colname="col5"><al>100,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als
                                        bedoeld in het Besluit niet aangewezen luchtvaartterreinen,
                                    </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.4.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bij afwijzing</al></entry><entry colname="col5"><al>216,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.4.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bij toewijzing</al></entry><entry colname="col5"><al>90,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning voor de aanleg van een
                                        gehandicaptenparkeerplaats met kenteken</al></entry><entry colname="col5"><al>737,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.5.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de aangevraagde vergunning als bedoeld onder 1.19.5
                                        dient te worden geweigerd, wordt het onder 1.19.5 berekende
                                        legesbedrag verlaagd tot een bedrag van </al></entry><entry colname="col5"><al>277,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.5.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor het wijzigen van een kenteken ten behoeve van de onder
                                        1.19.5 bedoelde parkeerplaats</al></entry><entry colname="col5"><al>175,90</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.5.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien een verleende gehandicaptenparkeerkaart, zoals
                                        genoemd onder 1.19.3 als gevolg van verlies, diefstal,
                                        mutatie in de kentekengegevens of om een andere reden, in
                                        het lopende kalenderjaar vervangen dient te worden, is
                                        hiervoor een tarief verschuldigd van</al></entry><entry colname="col5"><al>20,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien een verleende vergunning, als bedoeld in de
                                        Verordening parkeerbelastingen, als gevolg van verlies,
                                        diefstal, mutatie in de kentekengegevens of om een andere
                                        reden, in het lopende kalenderjaar vervangen dient te
                                        worden, is hiervoor een tarief verschuldigd van</al></entry><entry colname="col5"><al>20,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.19.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>verhuizing van een Gereserveerde Gehandicapten Parkeerplaats
                                        (GGP) op kenteken</al></entry><entry colname="col5"><al>365,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 20 Algemeen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor een andere, in deze titel niet benoemde vergunning,
                                        ontheffing of andere beschikking</al></entry><entry colname="col5"><al>73,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verstrekken van:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor
                                        niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke
                                        regeling een tarief is opgenomen, per pagina</al></entry><entry colname="col5"><al>6,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor
                                        zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere
                                        wettelijke regeling een tarief is opgenomen:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.2.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>per pagina op papier van A4-formaat</al></entry><entry colname="col5"><al>0,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.2.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>per pagina op papier van een ander formaat</al></entry><entry colname="col5"><al>1,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.2.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend
                                        bij de in de onderdelen 1.20.2.1 en 1.20.2.2 genoemde
                                        stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in
                                        een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per
                                        kaart, tekening of lichtdruk</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>vermeerderd met</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor elke dm2 waarmee de oppervlakte van de kaart, tekening
                                        of lichtdruk de [...] dm2 te boven gaat;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.2.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager
                                        moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in
                                        deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief
                                        is opgenomen, per pagina</al></entry><entry colname="col5"><al>8,90</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.2.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De tarieven onder 1.20.2.1 tot en met 1.20.2.5 zijn
                                        gebaseerd op basis van zwart-wit afdrukken. Indien de
                                        afdrukken in kleur vervaardigd worden, worden de tarieven
                                        overeenkomstig 1.20.2.1 tot en met 1.20.2.5 verhoogd met
                                        50%.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.2.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>In afwijking van hetgeen onder 1.20.1 en 1.20.2 is vermeld
                                        bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het afgeven van stukken die op grond van de Wet
                                        openbaarheid van bestuur worden verstrekt:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>a.Voor de eerste vijf kopieën van één origineel, per
                                        kopie</al></entry><entry colname="col5"><al>0,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>b.Voor iedere volgende kopie van het origineel</al></entry><entry colname="col5"><al>0,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen
                                        van een aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning voor het aanbrengen
                                        aan de openbare weg van richting en/of
                                        aanduidingsborden</al></entry><entry colname="col5"><al>57,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning anders dan
                                        op het daartoe aangewezen marktterrein </al></entry><entry colname="col5"><al>55,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Tot het verkrijgen van een ontheffing voor het gebruik van
                                        de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de
                                        publieke functie daarvan als bedoeld in de APV Zandvoort
                                        (art.2:10) </al></entry><entry colname="col5"><al>55,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor het verkrijgen van een ontheffing van het verbod om een
                                        voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                        handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijke
                                        doel om daarmee handelsreclame te maken als bedoeld in de
                                        APV Zandvoort </al></entry><entry colname="col5"><al>26,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een ventvergunning als bedoeld in de
                                        APV Zandvoort </al></entry><entry colname="col5"><al>55,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.8</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een ontheffing tot het verspreiden
                                        van gedrukte of beschreven stukken, monsters en/of
                                        andersoortig materiaal gebruikt voor promotionele doeleinden
                                        onder publiek</al></entry><entry colname="col5"><al>115,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.9</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Tot het verkrijgen van een ontheffing tot het rijden op het
                                        strand, dan wel een voertuig op het strand mee te voeren, te
                                        plaatsen of te laten staan, hetzij tot het rijden of hebben
                                        van een rij- of trekdier of het rijden of hebben van een
                                        zeilvoertuig op het strand als bedoeld in de APV
                                        Zandvoort</al></entry><entry colname="col5"><al>52,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.10</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Tot het verkrijgen van een vergunning tot het hebben of
                                        brengen van een vaartuig op dan wel daarmee af te varen van
                                        of aan te landen op het strand, dan wel binnen 300 meter uit
                                        de laagwaterlijn voor anker te gaan als bedoeld in de
                                        APV-Zandvoort</al></entry><entry colname="col5"><al>53,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.11</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Benevens de verschuldigde leges als bedoeld in artikel
                                        1.20.10 bedraagt het tarief voor het bij de vergunning
                                        behorende sticker, per vaartuig </al></entry><entry colname="col5"><al>7,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.12</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Benevens de verschuldigde leges als bedoeld in artikel
                                        1.20.9 bedraagt het tarief voor het bij de vergunning
                                        behorende vignet, per voertuig </al></entry><entry colname="col5"><al>7,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1.20.13</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Tot het verkrijgen van een vergunning tot het voortslepen
                                        van voorwerpen achter een vaartuig</al></entry><entry colname="col5"><al>57,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al><vet>TITEL 2 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER FYSIEKE
                                            LEEFOMGEVING / OMGEVINGSVERGUNNING</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.1.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>aanlegkosten:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in
                                        paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve
                                        Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV), voor
                                        het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een
                                        raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet
                                        inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of
                                        gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze
                                        titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een
                                        derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald
                                        voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag
                                        betrekking heeft;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.1.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bouwkosten:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in
                                        paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve
                                        Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV 1989),
                                        voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt
                                        een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting,
                                        bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit
                                        normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het
                                        bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid
                                        geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de
                                        prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten
                                        worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk
                                        waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.1.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>sloopkosten:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de aannemingssom exclusief omzetbelasting,, bedoeld in
                                        paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve
                                        Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV), voor
                                        het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een
                                        raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet
                                        inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door
                                        zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder
                                        sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het
                                        economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen
                                        van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.1.1.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn
                                        omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens
                                        de Wabo bedoeld.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de
                                        Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op
                                        activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander
                                        wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde
                                        betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een
                                        indicatie of een voorgenomen project in het kader van de
                                        Wabo vergunbaar is (beoordeling schetsplan of
                                        principeverzoek)</al></entry><entry colname="col5"><al>337,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som
                                        van de verschuldigde leges voor de verschillende
                                        activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of
                                        gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft
                                        en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in
                                        verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend
                                        naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit
                                        hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de
                                        vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere
                                        grondslag een legesbedrag worden gevorderd.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Bouwactiviteiten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1,
                                        eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de bouwkosten minder dan € 15.000 bedragen:</al></entry><entry colname="col5"><al>2,20%</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>van de bouwkosten, met een minimum van</al></entry><entry colname="col5"><al>251,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de bouwkosten € 15.000 tot € 50.000 bedragen:</al></entry><entry colname="col5"><al>335,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>vermeerderd met 2,1% van de bouwkosten &gt; € 15.000</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de bouwkosten € 50.000 tot 100.000 bedragen:</al></entry><entry colname="col5"><al>1.105,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>vermeerderd met 2% van de bouwkosten &gt; € 50.000</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.1.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de bouwkosten € 100.000 tot € 200.000 bedragen:</al></entry><entry colname="col5"><al>2.153,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>vermeerderd met 1,8% van de bouwkosten &gt; € 100.000</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.1.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de bouwkosten € 200.000 tot € 500.000 bedragen:</al></entry><entry colname="col5"><al>4.040,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>vermeerderd met 1,6% van de bouwkosten &gt; € 200.000</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.1.6 </al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de bouwkosten meer dan € 500.000 bedragen</al></entry><entry colname="col5"><al>9.070,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>vermeerderd met 1,4% van de bouwkosten boven de €
                                        500.000</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Extra welstandstoets</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het
                                        tarief, indien zich tijdens de beoordeling van de in dat
                                        onderdeel bedoelde aanvraag wijzigingen voordoen in het
                                        bouwplan en daarvoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk
                                        is:</al></entry><entry colname="col5"><al>47,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Beoordeling bodemrapport</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het
                                        tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in
                                        dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt
                                        beoordeeld:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport</al></entry><entry colname="col5"><al>251,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.3.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport</al></entry><entry colname="col5"><al>251,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Achteraf ingediende aanvraag</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het
                                        tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt
                                        ingediend na aanvang of gereedkomen van de
                                        bouwactiviteit:</al></entry><entry colname="col5"><al>25%</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Seizoensgebonden strandgebouw</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.1.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het behandelen van een bouwaanvraag voor de
                                        legalisering van een seizoensgebonden strandgebouw en een
                                        seizoensgebonden strandgebouw voor watersportactiviteiten
                                        per m2 brutovloeroppervlakte, inclusief overkappingen, met
                                        dien verstande dat per eenheid van 10m2 naar beneden wordt
                                        afgerond </al></entry><entry colname="col5"><al>10,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>De bouwvergunning van een seizoensgebonden bouwwerk wordt
                                        verleend voor een periode van 10 jaar.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Aanlegactiviteiten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1,
                                        eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al>335,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Beoordeling bodemrapport</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Onderdeel 2.3.1.3.1 vindt overeenkomstige toepassing met
                                        betrekking tot de in onderdeel 2.3.2.1 bedoelde aanvraag,
                                        tenzij onderdeel 2.3.1.3.2 zelf toepassing vindt.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van
                                        een bouw- of aanlegactiviteit</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste
                                        lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een
                                        bouwactiviteit of een aanlegactiviteit als bedoeld in
                                        artikel 2.1, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, van
                                        de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in
                                        de onderdelen 2.3.1 en 2.3.2:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a,
                                        onder 1º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de
                                        beheersverordening is afgeweken (binnenplanse
                                        afwijking):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.3.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a,
                                        onder 2º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de
                                        beheersverordening is afgeweken (kleine buitenplanse
                                        afwijking):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.3.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a,
                                        onder 3º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de
                                        beheersverordening is afgeweken (buitenplanse
                                        afwijking):</al></entry><entry colname="col5"><al>5.240,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.3.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder b
                                        van de Wabo van het exploitatieplan is afgeweken (afwijking
                                        exploitatieplan):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.3.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de aanvraag een project van provinciaal belang
                                        betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid,
                                        onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.1, derde
                                        lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens
                                        provinciale verordening gegeven regels is afgeweken:</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.3.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft
                                        en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van
                                        de Wabo van de krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet
                                        ruimtelijke ordening bij of krachtens algemene maatregel van
                                        bestuur gegeven regels is afgeweken:</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.3.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder d
                                        van de Wabo van een voorbereidingsbesluit is afgeweken
                                        (afwijking voorbereidingsbesluit):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.3.8</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, tweede lid, van de
                                        Wabo voor een bepaalde termijn van het bestemmingsplan of de
                                        beheersverordening is afgeweken (tijdelijke afwijking):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een
                                        bouw- of aanlegactiviteit</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste
                                        lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een
                                        bouwactiviteit of een aanlegactiviteit als bedoeld in
                                        artikel 2.1, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, van
                                        de Wabo, bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.4.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a,
                                        onder 1º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de
                                        beheersverordening is afgeweken (binnenplanse
                                        afwijking):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.4.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a,
                                        onder 2º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de
                                        beheersverordening is afgeweken (kleine buitenplanse
                                        afwijking):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.4.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a,
                                        onder 3º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de
                                        beheersverordening is afgeweken (buitenplanse
                                        afwijking):</al></entry><entry colname="col5"><al>5.240,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.4.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder b
                                        van de Wabo van het exploitatieplan is afgeweken (afwijking
                                        exploitatieplan):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.4.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de aanvraag een project van provinciaal belang
                                        betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid,
                                        onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.1, derde
                                        lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens
                                        provinciale verordening gegeven regels is afgeweken:</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.4.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft
                                        en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van
                                        de Wabo van de krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet
                                        ruimtelijke ordening bij of krachtens algemene maatregel van
                                        bestuur gegeven regels is afgeweken:</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.4.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder d
                                        van de Wabo van een voorbereidingsbesluit is afgeweken
                                        (afwijking voorbereidingsbesluit):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.4.8</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien met toepassing van artikel 2.12, tweede lid, van de
                                        Wabo voor een bepaalde termijn van het bestemmingsplan of de
                                        beheersverordening is afgeweken (tijdelijke afwijking):</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot
                                        brandveiligheid</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.5.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste
                                        lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al>449,90</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het onder 2.3.5.1 genoemde bedrag wordt (bij onderstaande
                                        vloeroppervlaktes) verhoogd met:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>0 – 100 m²</al></entry><entry colname="col5"><al>261,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>100 – 500 m² vermeerderd met € 2,32 per m² &gt; 100 m²</al></entry><entry colname="col5"><al>261,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>500 – 2.000 m² vermeerderd met € 1,29 voor elke m² &gt; 500
                                        m²</al></entry><entry colname="col5"><al>1.236,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>2.000 – 5.000 m² vermeerderd met € 0,78 voor elke m² &gt;
                                        2.000 m²</al></entry><entry colname="col5"><al>3.269,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>5.000 – 50.000 m² vermeerderd met € 0,06 voor elke m² &gt;
                                        5000 m²</al></entry><entry colname="col5"><al>5.727,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>boven 50.000 m²</al></entry><entry colname="col5"><al>8.564,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde
                                        stads- of dorpsgezichten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd
                                        monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f,
                                        van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel
                                        2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een
                                        krachtens provinciale verordening of de gemeentelijke
                                        verordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die
                                        provinciale verordening of artikel 10 van die gemeentelijke
                                        verordening een vergunning of ontheffing is vereist,
                                        bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.6.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht
                                        wijzigen van een beschermd monument 1% van de bouw- en
                                        sloopkosten met een minimum van en</al></entry><entry colname="col5"><al>167,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>maximum van</al></entry><entry colname="col5"><al>503,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.6.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een
                                        beschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd
                                        of in gevaar gebracht 1% van de bouwkosten met een minimum
                                        van en</al></entry><entry colname="col5"><al>167,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>maximum van</al></entry><entry colname="col5"><al>503,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.6.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op het slopen van een bouwwerk in een krachtens
                                        provinciale verordening of een aangewezen stads- of
                                        dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c,
                                        van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale
                                        verordening of van die gemeentelijke verordening een
                                        vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief 1%
                                        van de sloopkosten met een minimum van en</al></entry><entry colname="col5"><al>167,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>maximum van</al></entry><entry colname="col5"><al>503,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd
                                        stads- of dorpsgezicht</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.7.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op het slopen van een bouwwerk bedraagt het tarief 1%
                                        van de sloopkosten met een minimum van en</al></entry><entry colname="col5"><al>167,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>maximum van</al></entry><entry colname="col5"><al>503,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Beoordeling bodemrapport</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.7.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Onderdeel 2.3.1.3.1 vindt overeenkomstige toepassing met
                                        betrekking tot de in de onderdelen 2.3.7.1 of 2.3.7.2
                                        bedoelde aanvraag, tenzij de onderdelen 2.3.1.3.2 of 2.3.2.2
                                        zelf toepassing vinden.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Asbesthoudende materialen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.7.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 2.3.7.1 of
                                        2.3.7.2 bedraagt het tarief, indien de in die onderdelen
                                        bedoelde aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk waarin
                                        asbest of een asbesthoudend product aanwezig is:</al></entry><entry colname="col5"><al>48,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.7.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Bij een parapluvergunning : van 0 tot 50 meldingen</al></entry><entry colname="col5"><al>735,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bij 50 meldingen of meer</al></entry><entry colname="col5"><al>1.470,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Aanleggen of veranderen weg</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.8</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in
                                        de wijze van aanleg van een weg waarvoor ingevolge een
                                        bepaling in een provinciale verordening of de Algemene
                                        plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is
                                        vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid,
                                        onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al>167,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Uitweg</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.9</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het
                                        gebruik van een uitweg waarvoor ingevolge een bepaling in
                                        een provinciale verordening of van de Algemene plaatselijke
                                        verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als
                                        bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van
                                        de Wabo, bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al>258,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Vellen van een houtopstand</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.10</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor
                                        ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of de
                                        Algemene plaatselijke verordening een vergunning of
                                        ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste
                                        lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het
                                        tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al>55,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Handelsreclame</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.11</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de activiteit bestaat uit het maken of voeren van
                                        handelsreclame bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid,
                                        onder g van de Wabo, bedraagt het tarief</al></entry><entry colname="col5"><al>107,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Opslag van roerende zaken</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.12</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald
                                        gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor ingevolge
                                        een bepaling in een provinciale verordening of de Algemene
                                        plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is
                                        vereist, bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.12.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van
                                        roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j,
                                        van de Wabo:</al></entry><entry colname="col5"><al>107,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.12.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt
                                        gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of
                                        gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld
                                        in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo:</al></entry><entry colname="col5"><al>107,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.13</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Projecten of handelingen in het kader van de
                                        Natuurbeschermingswet 1998</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.13.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die
                                        schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de
                                        natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of
                                        planten, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de
                                        Natuurbeschermingswet 1998 bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al>335,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.13.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen
                                        met gevolgen voor habitats en soorten in een door de
                                        minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen
                                        gebied als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de
                                        Natuurbeschermingswet 1998</al></entry><entry colname="col5"><al>335,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Handelingen in het kader van de Flora- en Faunawet</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.14</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op een handeling waarvoor op grond van artikel 75,
                                        derde lid, van de Flora- en Faunawet ontheffing nodig is,
                                        bedraagt het tarief</al></entry><entry colname="col5"><al>335,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Andere activiteiten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.15</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op het verrichten van een andere activiteit of
                                        handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk
                                        bedoeld en die activiteit of handeling:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.15.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur
                                        aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen
                                        zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1,
                                        eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al>107,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.15.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>als het een gemeentelijke verordening betreft</al></entry><entry colname="col5"><al>107,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.15.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>als het een provinciale of waterschapsverordening
                                        betreft</al></entry><entry colname="col5"><al>107,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.16</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Omgevingsvergunning in twee fasen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in
                                        twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste
                                        lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.16.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een
                                        beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag
                                        dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit
                                        hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de
                                        eerste fase betrekking heeft;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.16.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een
                                        beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag
                                        dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit
                                        hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de
                                        tweede fase betrekking heeft.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.17</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Advies</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.17.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van
                                        dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij
                                        algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke
                                        verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie
                                        advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van
                                        de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning,
                                        als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het
                                        bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van
                                        de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager
                                        meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het
                                        college van burgemeester en wethouders is opgesteld.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.17.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien een begroting als bedoeld in 2.3.17.1 is uitgebracht,
                                        wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde
                                        werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter
                                        kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde
                                        werkdag schriftelijk is ingetrokken.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.18</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Verklaring van geen bedenkingen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.18.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van
                                        dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij
                                        wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen
                                        bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet
                                        afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend,
                                        als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.18.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen
                                        moet afgeven:</al></entry><entry colname="col5"><al>419,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.18.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen
                                        bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan
                                        het in behandeling nemen van de aanvraag om een
                                        omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten,
                                        blijkend uit een begroting die door het college van
                                        burgemeester en wethouders is opgesteld.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.3.18.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien een begroting als bedoeld in 2.3.18.1.2 is
                                        uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de
                                        vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de
                                        aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor
                                        deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 4 Vermindering</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.4.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is
                                        voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg of beoordeling
                                        van een conceptaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop
                                        de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter
                                        zake van het vooroverleg of de beoordeling van de
                                        conceptaanvraag c.q. principeverzoek geheven leges in
                                        mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen
                                        van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in
                                        hoofdstuk 3.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.4.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking
                                        heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op
                                        vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel
                                        in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen
                                        als bedoeld in de onderdelen 2.3.16 en 2.3.17. De
                                        vermindering beloopt:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.4.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bij 5 tot 10 activiteiten:</al></entry><entry colname="col5"><al>[2%]</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>van de voor die activiteiten verschuldigde leges;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.4.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bij 10 tot 15 activiteiten:</al></entry><entry colname="col5"><al>[4%]</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>van de voor die activiteiten verschuldigde leges;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.4.2.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>bij 15 of meer activiteiten:</al></entry><entry colname="col5"><al>[5%]</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>van de voor die activiteiten verschuldigde leges.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 5 Teruggaaf</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.5.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag
                                        omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of
                                        sloopactiviteiten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning
                                        voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit
                                        bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de
                                        onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl
                                        deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente,
                                        bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De
                                        teruggaaf bedraagt:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.5.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van
                                        twee weken na het in behandeling nemen ervan</al></entry><entry colname="col5"><al>75%</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>van de op grond van die onderdelen voor de betreffende
                                        activiteit verschuldigde leges;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.5.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien de aanvraag wordt ingetrokken na twee weken en binnen
                                        zes weken na het in behandeling nemen ervan</al></entry><entry colname="col5"><al>50%</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>van de op grond van die onderdelen voor de betreffende
                                        activiteit verschuldigde leges;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende
                                        omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of
                                        sloopactiviteiten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.5.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een
                                        project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-,
                                        aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen
                                        2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de
                                        vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een
                                        deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12
                                        maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning
                                        geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:</al></entry><entry colname="col5"><al>50%</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>van de op grond van die onderdelen voor de betreffende
                                        activiteit verschuldigde leges.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een
                                        omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of
                                        sloopactiviteiten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.5.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat
                                        geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of
                                        sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2,
                                        2.3.6 of 2.3.7 weigert, bedraagt de teruggaaf
                                        automatisch:</al></entry><entry colname="col5"><al>50%</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>van de op grond van die onderdelen voor de betreffende
                                        activiteit verschuldigde leges.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Minimumbedrag voor teruggaaf</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.5.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Een bedrag minder dan € 80,00 wordt niet teruggegeven.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen
                                        bedenkingen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.5.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.16
                                        en 2.3.17 wordt geen teruggaaf verleend.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning is niet van
                                        toepassing </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van
                                        wijziging project </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als
                                        gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe
                                        wijziging in het project:</al></entry><entry colname="col5"><al>167,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.8.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als
                                        bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke
                                        ordening</al></entry><entry colname="col5"><al>617,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.8.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als
                                        bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet
                                        ruimtelijke ordening</al></entry><entry colname="col5"><al>617,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 9 Sloopmelding</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.9</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        sloopmelding als bedoeld in de Bouwverordening</al></entry><entry colname="col5"><al>36,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2.10</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde
                                        beschikking:</al></entry><entry colname="col5"><al>107,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese
                                        dienstenrichtlijn</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 1 Horeca</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3
                                        van de Drank- en Horecawet</al></entry><entry colname="col5"><al>210,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Vervallen</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel
                                        35 van de Drank- en Horecawet</al></entry><entry colname="col5"><al>57,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3
                                        van de Drank- en Horecawet, n.a.v. een wijziging in de
                                        personen van leidinggevende</al></entry><entry colname="col5"><al>115,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning sluitingsuur t.b.v.
                                        een inrichting als bedoeld in de APV-Zandvoort: </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>a.Voor een vergunning voor een jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>499,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>b.Voor een vergunning voor onbepaalde tijd</al></entry><entry colname="col5"><al>873,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Tot het verkrijgen van een vergunning exploitatie
                                        horecabedrijf zonder terras </al></entry><entry colname="col5"><al>115,60</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1.6.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Tot het wijzigen van een vergunning als bedoeld onder
                                        3.1.7</al></entry><entry colname="col5"><al>56,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een vergunning exploitatie
                                        horecabedrijf met terras </al></entry><entry colname="col5"><al>236,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.1.7.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Tot het wijzigen van een vergunning als bedoeld onder
                                        3.1.8</al></entry><entry colname="col5"><al>118,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een
                                        evenement als bedoeld in de Algemene plaatselijke
                                        verordening (evenementenvergunning), indien het
                                        betreft:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.2.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een grootschalig evenement </al></entry><entry colname="col5"><al>316,80</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een terugkerend grootschalig evenement voor 2 of meer jaren
                                        of voor onbepaalde tijd </al></entry><entry colname="col5"><al>554,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.2.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een middelgroot evenement</al></entry><entry colname="col5"><al>170,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een terugkerend middelgroot evenement voor 2 of meer jaren
                                        of voor onbepaalde tijd </al></entry><entry colname="col5"><al>298,70</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als
                                        bedoeld in &lt;artikel 5.22 van de Algemene plaatselijke
                                        verordening&gt;</al></entry><entry colname="col5"><al>55,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.2.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>n.v.t. </al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.2.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen
                                        van een aanvraag:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.2.4.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>n.v.t. </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.2.4.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>n.v.t. </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.2.4.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>tot het verkrijgen van een ontheffing van overige
                                        geluidhinder als bedoeld in &lt;artikel 4:5 van de Algemene
                                        plaatselijke verordening&gt;. </al></entry><entry colname="col5"><al>0,00</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.3</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag om:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.3.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>een exploitatievergunning of wijziging van een
                                        exploitatievergunning als bedoeld in &lt;artikel 3.4, eerste
                                        lid, van de Algemene plaatselijke verordening&gt;</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.3.1.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor een seksinrichting</al></entry><entry colname="col5"><al>1.208,30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.3.1.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor een escortbedrijf</al></entry><entry colname="col5"><al>315,20</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.3.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>wijziging van een exploitatievergunning in verband met
                                        uitsluitend een wijziging van het beheer in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in &lt;artikel
                                        3.15, tweede lid, van de Algemene plaatselijke
                                        verordening&gt;:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.3.2.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor een seksinrichting</al></entry><entry colname="col5"><al>194,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.3.2.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>voor een escortbedrijf</al></entry><entry colname="col5"><al>194,40</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 4 Splitsingsvergunning woonruimte</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.4</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verkrijgen van een splitsingsvergunning als
                                        bedoeld in artikel 33 van de Huisvestingswet</al></entry><entry colname="col5"><al>404,50</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 5 Leefmilieuverordening</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.5</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag om een ontheffing of vergunning als bedoeld in de
                                        &lt;Leefmilieuverordening … [naam gebied]&gt;:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.5.1</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>indien het betreft &lt;activiteit vermelden&gt;</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.5.2</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>enz.</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Hoofdstuk 6 Brandbeveiligingsverordening </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.6</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning met
                                        betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting,
                                        als bedoeld in &lt;artikel 2, eerste lid, van de
                                        Brandbeveiligingsverordening&gt;</al></entry><entry colname="col5"><al>96,10</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning,
                                            ontheffing of andere beschikking</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3.7</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
                                        aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde
                                        vergunning, ontheffing of andere beschikking</al></entry><entry colname="col5"><al> n.v.t. </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Behoort bij raadsbesluit van 14 december 2011</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>De griffier van Zandvoort</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>3 TOELICHTING LEGESVERORDENING 2012</titel></kop><al><vet>A Algemeen</vet></al><al><vet>1 Wettelijke basis</vet></al><al>De leges worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en
                    onderdeel b, van de Gemeentewet. Vanaf 1 januari 1995 komt het begrip ‘leges’
                    niet meer voor in de Gemeentewet. De reden hiervan is dat er geen wezenlijke
                    verschillen bestaan tussen leges en andere rechten. Het begrip ‘rechten’ in
                    artikel 229 van de Gemeentewet omvat mede de leges.</al><al>In de verordening is ervoor gekozen de rechten ‘leges’ te blijven noemen, omdat
                    het hier gaat om een ingeburgerd en herkenbaar begrip. Bovendien gaat het in
                    vrijwel alle gevallen om het in behandeling nemen van aanvragen en vergunningen
                    e.d. en om het verstrekken van documenten. Het staat gemeenten vrij de rechten
                    anders te noemen. Gekozen is voor een zogenaamd ‘aangekleed’ model, dat wil
                    zeggen dat de tekst van hogere wettelijke regelingen, waar nodig voor de
                    duidelijkheid, is overgenomen.</al><al/><al><vet>2 Opzet</vet></al><al>De verordening leges bestaat uit twee gedeelten, namelijk de verordening zelf
                    met de formele en materiële bepalingen en de tarieventabel met een omschrijving
                    van de belastbare feiten, de heffingsmaatstaven en de tarieven.</al><al>Voordeel van deze opzet is dat wijzigingen van tarieven op eenvoudige wijze in
                    de tarieventabel zijn te verwerken zonder dat de onderlinge samenhang van de
                    artikelen in de verordening verloren gaat.</al><al>De volgorde van de VNG modelverordening is aangehouden, waarbij die
                    artikelonderdelen en tarieven welke niet voorkomen zijn aangegeven met
                    ‘n.v.t.’.</al><al/><al><vet>3 Geen voorbeelden van tarieven</vet></al><al>In de tarieventabel is geen vergelijking gemaakt met de tarieven van andere
                    gemeenten. Dit heeft een aantal redenen. Allereerst kunnen de te maken kosten
                    voor de verschillende diensten sterk verschillen per gemeente. Bovendien is het
                    afhankelijk van het beleid van de raad van iedere gemeente of al of niet
                    kostendekkende tarieven worden gehanteerd. Ten slotte zouden voorbeelden van
                    tarieven zeer tijdgebonden bedragen kunnen zijn, die snel aan veroudering
                    onderhevig zijn.</al><al/><al><vet>4 Het begrip ‘dienst’</vet></al><al>Artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten
                    onder andere rechten kunnen heffen voor het genot van door of vanwege het
                    gemeentebestuur verstrekte diensten. Leges kunnen dus uitsluitend geheven worden
                    voor door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Dit blijkt uit het
                    arrest van de <cursief>Hoge Raad van 9 december 1987 (nr. 24.892, BNB 1988/117,
                        Belastingblad 1988, blz. 65</cursief>).</al><al>Het begrip ‘dienst’ is niet nader gedefinieerd in de wet. Wel is in de
                    jurisprudentie invulling gegeven aan het begrip ‘dienst’. Op grond van de
                    jurisprudentie komen wij tot het oordeel dat voor de vraag of er sprake is van
                    een dienst doorslaggevend is of degene te wiens behoeve de dienst wordt verleend
                    een individueel belang heeft bij de dienst. Dit individuele belang is in
                    beginsel altijd aanwezig indien de dienstverlening wordt gevraagd.</al><al>Indien de dienst ambtshalve wordt verleend, is er naar het oordeel van de
                    wetgever geen sprake van een dienst (Tweede Kamer, vergaderjaar 1989-1990, 21
                    591, nr. 3, blz. 78). Dit betekent dat vanaf 1 januari 1995 voor het ongevraagd
                    verlenen van diensten geen legesheffing meer mogelijk is. Is het algemene belang
                    groter dan het individuele belang van de aanvrager dan wel degene te wiens
                    behoeve de dienst wordt verleend, dan is er geen sprake van een dienst die
                    legesheffing rechtvaardigt.</al><al>Ten slotte merken wij op dat het ‘verlenen’ van een dienst, zoals geformuleerd
                    in de</al><al>modelverordening, uitsluitend betrekking heeft op het in gang zetten van de
                    dienstverlening. Er is dus sprake van een inspanningsverplichting en niet van
                    een resultaatsverplichting.</al><al/><al><cursief>Jurisprudentie over het begrip dienst</cursief></al><al>Hieronder een – chronologisch aflopend – overzicht van de jurisprudentie, dat
                    meer inzicht geeft of in een concreet geval sprake is van verlening van diensten
                    bedoeld in artikel 229b, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet.</al><al>-<cursief>HR 23 maart 2007, nr. 40664, LJN: BA1262 (Velsen)</cursief></al><al>Bij een bouwaanvraag die incompleet is en door de gemeente op grond van artikel
                    4:5 van de Awb ‘verder buiten behandeling is gelaten’ is voldaan aan het
                    belastbaar feit voor heffing van leges ‘het in behandeling nemen van een
                    aanvraag’. Deze uitspraak is het vervolg op Gerechtshof Amsterdam 23 januari
                    2004, nr. 02/06849, LJN: AO3409, dat anders oordeelde, ook in: Gerechtshof
                    Amsterdam 26 september 2003, nr. 03/01041, LJN: AN7885 (Haarlemmermeer)</al><al>-<cursief>HR 13 augustus 2004, nr. 37863, LJN: AI0408</cursief></al><al>Bij de behandeling van aanvragen voor planschade is sprake van een publieke
                    taakuitoefening door de gemeente en niet van een individualiseerbaar belang,
                    zodat geen sprake is van verlening van een dienst in de zin van artikel 229 van
                    de Gemeentewet (zie voor planschadevergoeding ook verderop in deze
                    toelichting).</al><al>-<cursief>HR 11 juni 1997, nr. 31253, BNB 1997/271</cursief></al><al>Bij de werkzaamheden die voor gedeputeerde staten verbonden zijn aan het in
                    behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van
                    geen bezwaar op grond van - onder meer - artikel 19 van de (oude) Wet op de
                    Ruimtelijke Ordening, gaat het rechtstreeks en vooral om het dienen van het
                    publieke belang. Er is wel indirect een particulier belang van de
                    ‘achterliggende’ aanvrager - in voorkomende gevallen de gemeente zelf, maar
                    gelet op het preventief bestuurstoezicht van de provincie, niet rechtstreeks en
                    in overheersende mate. Bij het in behandeling nemen van een aanvraag tot afgifte
                    van een verklaring van geen bezwaar is derhalve niet, ook niet gedeeltelijk,
                    sprake van een rechtstreeks aan de gemeente dan wel aan de ‘achterliggende’
                    aanvrager verrichte dienst.</al><al>-<cursief>HR 7 mei 1997, nr. 31845, Belastingblad 1997, blz. 586</cursief></al><al>Duikwerkzaamheden van de brandweer (het betrof het opduiken van een auto) kunnen
                    worden aangemerkt als het verlenen van een dienst ‘indien het gaat om
                    werkzaamheden die niet alleen liggen buiten het gebied van brand- en
                    rampenbestrijding alsmede van beperking en bestrijding van gevaar voor mens en
                    dier bij ongevallen, maar bovendien rechtstreeks en in overheersende mate
                    verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar
                    belang’.</al><al>-<cursief>HR 13 april 1994, nr. 28887, Belastingblad 1994, blz.
                    431</cursief></al><al>Het door de politie op verzoek van belanghebbende, in verband met een door deze
                    gemelde aansluiting op een stil alarmsysteem, opstellen van een aanvalsplan,
                    dient voornamelijk om een efficiënt politieoptreden ter handhaving van de
                    rechtsorde mogelijk te maken en om de veiligheid van de bij dat optreden
                    betrokken politieagenten te verhogen. De desbetreffende werkzaamheden houden in
                    het algemeen niet rechtstreeks en voornamelijk verband met een dienstverlening
                    ten behoeve van een individualiseerbaar particulier belang. Er is geen sprake
                    van een dienst in de zin van artikel 229 Gemeentewet.</al><al>-<cursief>HR 11 december 1992, nr. 14484, RvdW 1993, nr. 6
                        (Vlissingen/Rize)</cursief></al><al>Met betrekking tot het nablussen van een brand op een schip is kostenverhaal
                    niet mogelijk.</al><al>-<cursief>HR 14 oktober 1992, nr. 27804, BNB 1993/24, Belastingblad 1993, blz.
                        165</cursief></al><al>Melding ex artikel 2a van de (toenmalige) Hinderwet is geen dienst.</al><al>-<cursief>Koninklijk Besluit van 2 oktober 1990, nr. 90.001535, Belastingblad
                        1991, blz. 285</cursief></al><al>Goedkeuring onthouden aan de Legesverordening van de gemeente Delft omdat die
                    verordening een bepaling bevatte op grond waarvan leges geheven konden worden
                    van overheidsorganen voor diensten die worden verricht ter uitvoering van
                    bepaalde medebewindstaken, zoals het verstrekken van gegevens aan het CBS, het
                    afgeven van verklaringen omtrent het gedrag etc.</al><al>-<cursief>Koninklijk Besluit van 24 augustus 1990, nr. 89.030275, Belastingblad
                        1990, blz. 668</cursief></al><al>Goedkeuring onthouden aan de Legesverordening van de gemeente Horst, omdat in de
                    verordening een tarief was opgenomen voor een melding ex artikel 2a van de
                    (toenmalige) Hinderwet. Geen dienstverlening.</al><al>-<cursief>Koninklijk Besluit van 28 december 1988, nr. 13 (Belastingblad 1989,
                        blz. 123)</cursief></al><al>Goedkeuring onthouden aan de Legesverordening van de gemeente Schoorl, omdat in
                    die verordening een tarief was opgenomen voor het behandelen van een
                    kennisgeving in de zin van artikel 1a van het Hinderbesluit. Geen
                    dienstverlening.</al><al>-<cursief>Koninklijk Besluit van 28 december 1988, nr. 12, Belastingblad 1989,
                        blz. 126</cursief></al><al>Goedkeuring onthouden aan de Legesverordening van de gemeente Geldermalsen,
                    omdat in de verordening een tarief was opgenomen voor het bevestigen van een
                    ingevolge artikel 7c van de Wet op de kansspelen gedane mededeling omtrent een
                    te houden klein kansspel. Geen dienstverlening.</al><al>-<cursief>Hoge Raad 9 december 1987, nr. 24892, Belastingblad 1988, blz.
                        65</cursief></al><al>Voor legesheffing moet de voorwaarde worden gesteld dat sprake is van door of
                    vanwege het gemeentebestuur verleende diensten. Bij een aanschrijving tot
                    woningverbetering als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de (oude)
                    Woningwet, welke op grond van artikel 25, vierde lid, van die wet nodig is om de
                    verplichtingen van degene tot wie zij is gericht te doen ontstaan, is geen
                    sprake van het verlenen van een dienst aan de betrokkene in deze zin.</al><al>-<cursief>HR 1 juli 1969, nr. 16165, BNB 1969/185</cursief></al><al>Voor het in behandeling nemen van aanvragen tot het verkrijgen van een
                    bouwvergunning kunnen leges worden geheven. In het algemeen worden met de term
                    leges niet slechts heffingen aangeduid, die gericht zijn op de vergoeding van de
                    kosten verbonden aan het op schrift stellen van bij bepaalde administratieve
                    diensten behorende stukken, maar mede heffingen, welke op de vergoeding van die
                    diensten zelf zijn gericht.</al><al>-<cursief>Hoge Raad 4 december 1963, nr. 15069, BNB 1964/45</cursief></al><al>De leges kunnen betrekking hebben op aanvragen van kampeervergunningen, de
                    behandeling en de verlening daarvan en daarnaast op de kosten die het kamperen
                    voor de gemeente meebrengt. Daarbij doet niet ter zake of degene aan wie de
                    dienst wordt verleend daarop al of niet aanspraak kan maken.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>B Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de
                        tarieventabel voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in
                        artikel 1.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>De verordening kent zeer uiteenlopende diensten waarvoor leges worden
                        geheven. Daarom is naast de in artikel 2 opgenomen algemene omschrijving van
                        het belastbare feit voor iedere dienst afzonderlijk een verdere omschrijving
                        van het belastbare feit in de tarieventabel opgenomen. Dat is dan ook de
                        reden dat in artikel 2 wordt gesproken van ‘diensten, bedoeld in deze
                        verordening en de daarbij behorende tarieventabel’. Omdat artikel 217 van de
                        Gemeentewet bepaalt dat het voorwerp van de belasting en het tarief moeten
                        zijn vermeld in de belastingverordening, mag er geen twijfel over bestaan
                        dat de tarieventabel deel uitmaakt van de verordening. Vandaar dat de
                        woorden ‘daarbij behorende’ zijn gebruikt. In de tarieventabel en in de bij
                        de verordening en de tarieventabel behorende bijlagen wordt dit eveneens
                        uitdrukkelijk aangegeven.</al><al>De omschrijving van het belastbare feit is van belang voor de vraag of de
                        materiële belastingschuld ontstaat en het tijdstip waarop die
                        belastingschuld ontstaat.</al><al>Het belastbare feit zou op verschillende manieren omschreven kunnen worden.
                        Zo kan bijvoorbeeld worden gekozen voor ‘het verlenen van een vergunning’
                        maar ook kan worden gekozen voor ‘het in behandeling nemen van een aanvraag
                        tot het verlenen van een vergunning’.</al><al>In de verordening is gekozen voor de laatste formulering. Dit heeft als
                        voordeel dat leges al verschuldigd zijn op het moment van het in behandeling
                        nemen van de aanvraag en dat niet bepalend is het moment waarop de
                        vergunning wordt verleend. Ook is niet van belang of de vergunning wordt
                        verleend of geweigerd. Zou het belastbare feit zijn ‘het verlenen van de
                        vergunning’ dan heeft op het moment van het in behandeling nemen van de
                        aanvraag het belastbare feit zich nog niet voorgedaan en is dus de materiële
                        belastingschuld nog niet ontstaan. Vooruitbetaling voor het moment van het
                        ontstaan van de materiële belastingschuld is niet mogelijk. Ook kan dan niet
                        worden geheven als de vergunning wordt geweigerd, hoewel de gemeente wel de
                        kosten van behandeling heeft gemaakt.</al><al>Overigens kan op grond van wettelijke bepalingen niet in alle gevallen het
                        belastbare feit worden omschreven als ‘het in behandeling nemen van een
                        aanvraag’. Zo kunnen alleen voor het voltrekken van een huwelijk, en niet
                        voor het in behandeling nemen van de aanvraag daarvan, leges geheven worden,
                        dit op grond van de Wet rechten burgerlijke stand (Stb. 1879, 72).</al><al>Wij merken nog op dat de Hoge Raad de uitdrukking 'in behandeling nemen'
                        uitlegt tegen de achtergrond van artikel 229, eerste lid, aanhef en onder
                        letter b, Gemeentewet. In dat artikel is de bevoegdheid gegeven rechten te
                        heffen ter zake van het genot van door de gemeente verstrekte diensten. Als
                        een besluit wordt genomen om een aanvraag niet verder te behandelen (artikel
                        4:5 Algemene wet bestuursrecht), kunnen er volgens de Hoge Raad al diensten
                        zijn verstrekt die de heffing van leges rechtvaardigen (<cursief>Hoge Raad
                            21 december 2007, nr. 41303, LJN: BC0652</cursief>).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belastingverordening moet vermelden wie de belastingplichtige is (artikel
                        217 van de Gemeentewet). Vanwege het uiteenlopende karakter van de
                        verschillende diensten is gekozen voor een ruime omschrijving van de
                        belastingplicht, om te voorkomen dat in bepaalde situaties geen
                        belastingplichtige aangewezen zou kunnen worden.</al><al>Het gebruik van de woorden ‘dan wel’ is bedoeld om te voorkomen dat voor
                        dezelfde dienst van twee belastingplichtigen, te weten de aanvrager en
                        degene te wiens behoeve de dienst wordt verricht, leges zullen worden
                        geheven.</al><al>Vanuit de systematiek van de verordening ligt het voor de hand in eerste
                        instantie de aanvrager van de dienst in de heffing te betrekken. Als het
                        niet mogelijk is een aanvrager als belastingplichtige aan te wijzen,
                        bijvoorbeeld als de aanvrager duidelijk niet de belanghebbende is, dan kan
                        degene ten behoeve van wie de dienst wordt verleend als belastingplichtige
                        aangemerkt worden. Dit laatste zal zich niet snel voordoen omdat, zoals al
                        eerder is geconstateerd, de aanvrager per definitie een belang heeft bij de
                        dienstverlening.</al><al>Er kan zich bij het aanwijzen van de belastingplichtige geen keuzesituatie
                        voordoen. In verband hiermee is het stellen van beleidsregels voor het
                        aanwijzen van een belastingplichtige niet nodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al><cursief>Onderdeel a</cursief></al><al>In onderdeel a hebben wij een (verplichte) vrijstelling opgenomen voor
                        diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 (grondexploitatie) van de
                        Wet ruimtelijke ordening zijn of worden verhaald. Deze vrijstelling houdt
                        verband met de zogenaamde Grondexploitatiewet (Stb. 2007, 271) die op 1 juli
                        2008 in werking is getreden en onderdeel uitmaakt van de nieuwe Wet
                        ruimtelijke ordening (afdeling 6.4).</al><al>Uitgangspunt van de Grondexploitatiewet vormt een verplichting tot
                        kostenverhaal. Deze verplichting houdt in, dat een gemeente de gemaakte
                        kosten op de particuliere grondeigenaar moet verhalen in het geval deze
                        eigenaar tot een ontwikkeling van de gronden overgaat. De gemeente mag hier
                        bovendien niet meer van afzien, zoals vóór 1 juli 2008 nog wel het geval kon
                        zijn. Indien er sprake is van een bouwplan zoals omschreven in artikel 6.2.1
                        van het Besluit ruimtelijke ordening moeten de kosten (zoals opgenomen op de
                        limitatieve kostensoortenlijst van artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke
                        ordening) worden verhaald op de particuliere ontwikkelaar. Deze kosten
                        kunnen niet nogmaals via de leges in rekening worden gebracht. Dit zou
                        namelijk betekenen, dat de aanvrager van de omgevingsvergunning voor de
                        bouwactiviteit bepaalde kosten twee keer zou gaan betalen.</al><al>Het verplichtende karakter van het kostenverhaal op grond van de
                        Grondexploitatiewet houdt ook in, dat het niet toegestaan is voor de
                        gemeente om af te zien van het kostenverhaal van verleende diensten via het
                        stelsel van de Grondexploitatiewet, om deze kosten vervolgens alsnog via de
                        leges te verhalen. De gemeente heeft dus geen keuzevrijheid om het kosten
                        voor verleende diensten via de grondexploitatiewet, dan wel via de leges te
                        verhalen, maar moet verplicht het stelsel van de Grondexploitatiewet
                        gebruiken.</al><al>De Grondexploitatiewet legt allereerst een nieuwe basis voor
                        privaatrechtelijke overeenkomsten over grondexploitatie tussen gemeenten en
                        particuliere eigenaren die tot ontwikkeling van hun grondeigendom willen
                        overgaan (artikel 6.24 van de Wet ruimtelijke ordening). Deze
                        privaatrechtelijke overeenkomst biedt de gemeente de mogelijkheid om met een
                        particuliere eigenaar afspraken te maken over het kostenverhaal van de
                        betreffende bouwlocatie, over eventuele planschade en over bijdragen aan
                        ruimtelijke ontwikkelingen buiten de locatie. De gemeente kent voor deze
                        privaatrechtelijke overeenkomst een volledige contractsvrijheid, met
                        inachtneming van wet- en regelgeving en de algemene rechtsbeginselen.</al><al>Verder omvat de wet een publiekrechtelijk spoor voor situaties, waarin de
                        partijen binnen de privaatrechtelijke onderhandelingen geen onderlinge
                        overeenkomst over het kostenverhaal hebben bereikt (artikel 6.12 tot en met
                        artikel 6.22 van de Wet ruimtelijke ordening). Van centrale betekenis binnen
                        dit publiekrechtelijke spoor is het exploitatieplan, waarin de gemeente de
                        uitgangspunten voor de grondexploitatie kan vastleggen. Dit exploitatieplan
                        moet tegelijkertijd worden vastgesteld en bekendgemaakt met het
                        bestemmingsplan, het wijzigingsbesluit of de omgevingsvergunning. Bij de
                        aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit zal vervolgens
                        via de toetsing aan het vigerende ruimtelijke plan en het bijbehorende
                        exploitatieplan de bijdrage van de particuliere ontwikkelaar aan het
                        kostenverhaal worden vastgesteld en in de voorschriften bij de
                        omgevingsvergunning worden opgenomen. In artikel 6.2.4 van het Besluit
                        ruimtelijke ordening is een limitatieve lijst opgenomen met kosten die
                        moeten worden verhaald binnen het publiekrechtelijke spoor van de
                        Grondexploitatiewet. Deze lijst omvat onder meer de kosten van het
                        verrichten van onderzoek, waaronder in ieder geval begrepen grondmechanisch
                        en milieukundig bodemonderzoek, akoestisch onderzoek, ander milieukundig
                        onderzoek, archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek (artikel 6.2.4, sub
                        a), de kosten van het opstellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen ten
                        behoeve van het exploitatiegebied (artikel 6.2.4, sub i) en de kosten van
                        andere door het gemeentelijk apparaat of in opdracht van de gemeente te
                        verrichten werkzaamheden, voor zover deze werkzaamheden rechtstreeks verband
                        houden met de in het besluit bedoelde voorzieningen, werken, maatregelen en
                        werkzaamheden (artikel 6.2.4, sub j).</al><al><cursief>Onderdeel b</cursief></al><al>Onderdeel b heeft betrekking op het oprichten, het veranderen of veranderen
                        van de werking of het in werking hebben van een (milieu-)inrichting of
                        mijnbouwwerk (artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Hiervoor kunnen geen leges worden geheven
                        op grond van artikel 2.9, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht (Wabo) dat luidt:</al><al><cursief>‘1. Voor zover aanvragen tot verlening of gehele of gedeeltelijke
                            intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften
                            van een omgevingsvergunning betrekking hebben op een activiteit met
                            betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid,
                            onder e, worden geen rechten geheven.’</cursief></al><al>Dit is dus ook een wettelijke vrijstelling, die wij voor een goed begrip
                        hebben opgenomen in de Legesverordening. Deze vrijstelling geldt ook als de
                        gemeente deze niet opneemt in de Legesverordening. Het is van belang, omdat
                        de gemeente de kosten die met de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor
                        deze milieuactiviteiten gepaard gaan, niet langs een omweg kan verhalen via
                        de leges voor bijvoorbeeld een bouw- of aanlegactiviteit. Een nauwkeurige,
                        controleerbaar vastgelegde kostentoerekening is dus noodzakelijk.</al><al>Zoals bekend zijn de milieuleges met ingang van 1 januari 1998 wettelijk
                        onmogelijk geworden (artikel 15.34a Wet milieubeheer en artikel 86a Wet
                        bodembescherming). Dat is in de Wabo dus doorgetrokken. Gemeenten zijn /
                        worden gecompenseerd via het gemeentefonds.</al><al><cursief>Andere wettelijke vrijstellingen</cursief></al><al>In artikel 4 zijn niet vermeld de vrijstellingen die voorkomen in andere
                        hogere wettelijke regelingen. Overigens kan de Legesverordening geen inbreuk
                        maken op of bepaalde beperkingen opnemen met betrekking tot de bij wet
                        verleende vrijstellingen.</al><al>Die vrijstellingen zijn onder meer:</al><lijst><li nr="-"><al>De diplomatieke en internationale vrijstellingen. Op grond van
                                artikel 243 van de Gemeentewet kunnen de ministers van Binnenlandse
                                Zaken en Financiën vrijstelling van gemeentelijke belastingen
                                verlenen indien het volkenrecht dan wel het internationale gebruik
                                daartoe noopt. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt, althans
                                voor zover voor de leges van belang, in de ‘Regeling diplomatieke en
                                internationale vrijstellingen gemeentelijke belastingen 1997’
                                (Regeling van 20 december 1996, FO96/ U2383, Stcrt. 1996, 249,
                                Belastingblad 1997, blz. 91, nadien gewijzigd).</al></li><li nr="-"><al>De vrijstelling voor het doen van naspeuringen (door de aanvrager
                                zelf) in de gemeentearchieven bedoeld in de Archiefwet 1995, dit
                                vanwege het openbare karakter van archiefbewaarplaatsen (artikel 14
                                van de Archiefwet 1995).</al></li><li nr="-"><al>De vrijstellingen opgenomen in de artikelen 2 en 4 van de Wet
                                rechten burgerlijke stand 1879, Stb. 72, laatstelijk gewijzigd bij
                                de Wet van 27 november 2008, Stb. 500 (inwerkingtreding 1 maart
                                2010).</al></li><li nr="-"><al>De ‘vrijstelling’ met betrekking tot de verlening, wijziging of
                                intrekking van een vergunning of ontheffing krachtens de Wet
                                milieubeheer (artikel 15.34a Wet milieubeheer).</al></li><li nr="-"><al>De ‘vrijstelling’ voor beschikkingen krachtens de Wet
                                bodembescherming (artikel 86a Wet bodembescherming).</al></li><li nr="-"><al>De vrijstellingen (‘kosteloze verstrekkingen’), genoemd in onder
                                andere:</al></li><li nr="-"><al>artikel 55 van de AWR;</al></li><li nr="-"><al>artikel 32a van de Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="-"><al>artikel 93 van de Pensioenwet;</al></li><li nr="-"><al>artikel 111 van de Pensioenwet politieke ambtsdragers;</al></li><li nr="-"><al>artikelen 78, eerste lid, 79, eerste en tweede lid, 95 en 99, tiende
                                lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie
                                persoonsgegevens;</al></li><li nr="-"><al>artikel 41 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
                                1940-1945;</al></li><li nr="-"><al>artikel 52 van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers
                                1940-1945;</al></li><li nr="-"><al>artikel 55, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere
                                Ziektekosten.</al></li></lijst><al>Vrijstellingen passen in beginsel niet bij de aard van de legesheffing: een
                        heffing voor dienstverlening die op verzoek plaatsvindt en dient ter
                        bestrijding van de gemeentelijke kosten. </al><al>Vanaf onderdeel c zijn facultatieve vrijstellingen opgenomen.</al><al>Onderdeel g</al><al>Tot en met 2005 wordt leges in rekening gebracht voor diverse activiteiten
                        die voor en door Zandvoorters op vrijwillige basis worden georganiseerd.
                        Voorbeelden hiervan zijn: het jaarlijks jeu de boulestoernooi, de jaarlijkse
                        zwem-, wandel- en fietsvierdaagse. Omdat de gemeente aan het houden van deze
                        activiteiten veel waarde hecht, verleent het hiervoor ook subsidie.
                        Aangezien leges in rekening worden gebracht door de gemeente, worden bij de
                        subsidieaanvraag ook deze kosten door de organisatie opgevoerd. Op deze
                        wijze vergoedt de gemeente dus zelf de door haar opgelegde legeskosten. Om
                        dit te voorkomen is lid g van artikel 4 zodanig geredigeerd dat voor de
                        organisatie van dit soort activiteiten geen leges meer verschuldigd is.</al><al>Onderdeel i</al><al>Buurtfeesten zijn goed voor de sociale contacten en bovendien worden
                        burgerinitiatieven toegejuicht.</al><al>Om te voorkomen dat voor het in behandeling nemen van een vergunning tot het
                        organiseren van een buurtfeest op niet commerciële basis zoals bijvoorbeeld
                        een straat BBQ legeskosten in rekening gebracht worden is in lid i een
                        vrijstellingsbepaling opgenomen.</al><al><cursief>Facultatieve vrijstelling voor ANBI’s of
                            non-profitinstellingen</cursief></al><al>Veel gemeenten overwegen vrijstelling van leges voor bepaalde vergunningen
                        op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV) ten behoeve van
                        algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) of non-profitinstellingen,
                        bijvoorbeeld een vrijstelling van de leges voor een collectevergunning
                        waarbij de opbrengst is bestemd voor een ideëel doel of een vrijstelling van
                        de leges voor een evenementenvergunning voor het houden van een straatfeest
                        door een buurtvereniging. Daarbij moet worden bedacht dat het grond van de
                        APV mogelijk is voor bepaalde aangelegenheden vrijstelling te verlenen van
                        de vergunningplicht. In dat verband kan gewezen worden op de ledenbrief van
                        de VNG Lbr. 06/77 – Model-APV supplement 13 (6 juni 2006). Hierbij is een
                        vrijstellingsmogelijkheid gecreëerd voor categorieën van evenementen en
                        wordt een eenmalige verlening van een (doorlopende) collectevergunning aan
                        CBF-instellingen mogelijk gemaakt.</al><al>Deregulering leidt ertoe dat geen vergunning nodig is, waardoor ook geen
                        legesplicht kan ontstaan.</al><al>Een andere optie is de tegemoetkoming aan bedoelde ideële instellingen op
                        een andere wijze vorm te geven, bijvoorbeeld door middel van
                        subsidieverlening.</al><al>Om de legesheffing ‘zuiver’ te houden, gaat onze voorkeur daarom uit naar
                        het verlenen van vrijstelling van de vergunningplicht. Dat neemt niet weg
                        dat vrijstelling van legesheffing voor algemeen nut beogende of
                        non-profitinstellingen niet op voorhand onverdedigbaar is voor de
                        belastingrechter. Er zijn gelet op de aard van de heffing wel risico’s. De
                        Gemeentewet (artikel 229) maakt geen verschil in de persoon van de
                        belastingplichtige. Essentieel voor de vrijstelling voor een bepaalde groep
                        lijkt op grond van de huidige wetgeving en jurisprudentie te zijn dat de
                        gemeente een objectieve rechtvaardigingsgrond voor de verschillende
                        behandeling heeft in het gevoerde gemeentelijke beleid.</al><al>Een tweede element is dat de verschillende behandeling niet zodanig mag zijn
                        dat er sprake is van een willekeurige en onredelijke heffing. Geen erg
                        concrete kaders dus en gezien de aard van de heffing (verhaal van gemaakte
                        kosten) ook niet zonder risico bij toetsing door de belastingrechter.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaven van heffing en tarieven</titel></kop><al>In de memorie van toelichting van de Wet materiële belastingbepalingen wordt
                        als voorbeeld van tariefdifferentiatie genoemd dat de huwelijksleges voor
                        mensen van buiten de gemeente hoger mogen zijn dan voor inwoners van de
                        gemeente.</al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Voor de maatstaven van heffing en tarieven wordt in dit artikel verwezen
                        naar de bij de verordening behorende tarieventabel die, zoals in de
                        toelichting op artikel 2 reeds is opgemerkt, deel uitmaakt van de
                        verordening.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Voor woningbouwprojecten en voor bij algemene maatregel van bestuur
                        aangewezen projecten kan de gemeenteraad op verzoek of ambtshalve een
                        projectuitvoeringsbesluit nemen (artikel 2.9 en 2.10 Crisis- en herstelwet).
                        Het projectuitvoeringsbesluit vervangt de bestaande vergunningen,
                        ontheffingen, vrijstellingen of andere besluiten die zonder de Crisis- en
                        herstelwet (CHW) voor de ontwikkeling en verwezenlijking voor het project
                        nodig zouden zijn. In veel gevallen zal sprake zijn van grondexploitatie,
                        waarop afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing is.
                        Een groot aantal kostencomponenten moet in deze gevallen via het
                        exploitatieplan worden verhaald (afdeling 6.4 Wro; artikel 6.2.4 Besluit
                        ruimtelijke ordening). De gemeente zal alleen overgaan tot het nemen van een
                        projectuitvoeringsbesluit als dit kostenverhaal verzekerd is.</al><al>Als een verzoek tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit wordt
                        gedaan, kan de gemeente voor de (administratieve) behandeling van dat
                        verzoek leges heffen. Het tweede lid voorziet hierin. Het
                        projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van de bestaande
                        vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen en andere benodigde besluiten. De
                        toetsingskaders blijven echter van kracht, tenzij het
                        projectuitvoeringsbesluit op grond van wet of verordening anders bepaalt
                        (artikel 2.10, vijfde lid, CHW). In verband hiermee hebben wij bij de
                        tariefstelling aangesloten bij de in de tarieventabel opgenomen tarieven die
                        voor de vergunningen, ontheffingen en dergelijke verschuldigd zouden zijn
                        geweest als de CHW niet zou gelden. Voor de overzichtelijkheid hebben wij de
                        tariefbepaling in artikel 5 opgenomen. Bij die keuze hebben de volgende
                        overwegingen meegespeeld:</al><lijst><li nr="-"><al>De CHW is eerder in werking getreden dan de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht (omgevingsvergunning). In de legesverordening was nog
                                overgangsrecht opgenomen totdat de Wabo in werking trad (oude
                                hoofdstuk 5, bouwgerelateerde leges, van de tarieventabel was nog
                                van toepassing tot 1 oktober 2010; daarna is titel 2 van de
                                tarieventabel van toepassing).</al></li><li nr="-"><al>De CHW geldt voor het grootste deel tot 1 januari 2014.</al></li></lijst><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>In het tweede lid van dit artikel is een regeling opgenomen voor die
                        diensten, waarbij als maatstaf van heffing het aantal uren, bladzijden en
                        dergelijke is gehanteerd. Door deze bepaling behoeft in de tarieventabel
                        niet steeds te worden vermeld dat gedeelten van bijvoorbeeld uren of
                        bladzijden voor een geheel uur of een gehele bladzijde zullen worden
                        gerekend.</al><al><cursief>Tariefstelling en kostendekkendheid; kruissubsidiëring;
                            profijtbeginsel</cursief></al><al>Het is constante jurisprudentie dat de hoogte van de tarieven niet ter
                        beoordeling van de belastingrechter staat, tenzij de verordening zou leiden
                        tot strijd met wettelijke regels of tot een willekeurige en onredelijke
                        belastingheffing, waarop de wetgever met het toekennen van de
                        heffingsbevoegdheid niet het oog kan hebben gehad. Tussen de hoogte van de
                        leges enerzijds en de omvang van de ter zake van gemeentewege verstrekte
                        diensten dan wel de voor de dienst door de gemeente gemaakte kosten
                        anderzijds is geen rechtstreeks verband vereist (zie onder meer:
                            <cursief>Hoge Raad 18 september 1991, nr. 27457, BNB 1991/351; Hoge Raad
                            24 december 1997, nr. 32569, LJN AA3345, BNB 1998/70</cursief>).</al><al>Op grond van artikel 229b van de Gemeentewet mag de Legesverordening als
                        geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Ook de belastingrechter heeft
                        zich op dit standpunt gesteld (zie onder meer: <cursief>Hoge Raad 4 februari
                            2005, nr. 38860; LJN:AP1951; Hoge Raad 14 augustus 2010, nr. 43120, LJN:
                            BI1943</cursief>). Niet elke post zal dus afzonderlijk op zijn
                        kostendekkendheid worden beoordeeld. Dit laatste zou ook moeilijk
                        realiseerbaar zijn gezien het feit dat de kosten voor de individuele
                        diensten moeilijk zijn te bepalen. Dat neemt niet weg dat een gemeente wel
                        een kostendekkendheid per dienst of per samenhangende groep van diensten mag
                        nastreven, als de gemeente in dit opzicht maar een consequente lijn volgt
                        (vergelijk <cursief>Hof ’s-Hertogenbosch 3 oktober 2002, nr. 99/30246, LJN:
                            AE9620</cursief>).</al><al>Op grond van het bovenstaande is het mogelijk om kruissubsidiëring toe te
                        passen. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger stellen van
                        tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere
                        diensten laag te kunnen houden. Daarnaast kan bij de tariefstelling
                        uitdrukking worden gegeven aan het profijtbeginsel. Dat is een aparte
                        beleidsmatige afweging.</al><al>Onderlinge verschillen in - op zichzelf geoorloofde -
                        kostendekkingspercentages tussen groepen van diensten zijn niet in strijd
                        met de wet of met enig algemeen rechtsbeginsel. Een motivering voor die
                        verschillen is niet vereist (<cursief>Hoge Raad 14 augustus 2010, nr. 43120,
                            LJN: BI1943</cursief>).</al><al><cursief>Europese Dienstenrichtlijn en Wabo doorkruisen artikel 229b
                            Gemeentewet</cursief></al><al>De mogelijkheden tot kruissubsidiëring zijn door de komst van de Europese
                        Dienstenrichtlijn (EDR) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
                        beperkter geworden. De EDR maakt kruissubsidiëring binnen een cluster van
                        samenhangende vergunningstelsels mogelijk. Dit betreft alleen de diensten
                        aan dienstverrichters waarop de EDR van toepassing is. De wetgever heeft
                        hierin geen aanleiding gezien om artikel 229b van de Gemeentewet te
                        wijzigen. Bij de introductie van de Wabo (omgevingsvergunning) gaat de
                        wetgever ervan uit dat kruissubsidiëring tussen het cluster
                        omgevingsvergunning en andere in de Legesverordening opgenomen
                        dienstverleningen niet mogelijk is (Kamerstukken 29515 2005/2006, nr. 140,
                        pag. 26; Kabinetsplan aanpak administratieve lasten).</al><al>De Wabo en de EDR doorkruisen daarmee de wettelijke regeling van artikel
                        229b Gemeentewet. Dat is de reden dat de tarieventabel in drie titels is
                        verdeeld.</al><al><cursief>Soms alleen kopieerkosten door te berekenen </cursief>Soms mogen
                        slechts bepaalde kosten voor een dienst worden doorberekend. Zie
                        bijvoorbeeld de artikelen 2:11, tweede lid, 3:11, derde lid, en 7:4, vierde
                        lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 19.1b van de Wet
                        milieubeheer. Een aantal van deze artikelen is aan de orde geweest in de
                        uitspraken van <cursief>Hof Amsterdam 21 december 2001, nr. 00/2665,
                            Belastingblad 2002, blz. 959</cursief>, en van <cursief>Hof Arnhem van
                            27 augustus 2002, nr. 01/01610, LJN: AE8932</cursief>. Een redelijke
                        uitleg van deze wettelijke bepalingen leidt naar het oordeel van de hoven
                        tot de conclusie dat voor het verstrekken van kopieën als de onderhavige
                        uitsluitend de kosten van het vervaardigen van kopieën, afschriften etc. in
                        enge zin door middel van het heffen van leges in rekening mogen worden
                        gebracht. Tot de kosten die in dat geval in rekening mogen worden gebracht
                        behoren onder meer wel de arbeidskosten van het kopiëren zelf, maar niet de
                        kosten van het opzoeken en weer opbergen van de desbetreffende originelen.
                        Het kosteloos ter inzage leggen c.q. geven, zoals de wet dat in deze
                        gevallen voorschrijft, impliceert eventuele opzoek- en opbergwerkzaamheden
                        en de daaraan te besteden tijd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Op grond van artikel 233 van de Gemeentewet kunnen gemeentelijke belastingen
                        worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of
                        op andere wijze. In de verordening is in beginsel gekozen voor de heffing op
                        andere wijze, omdat deze wijze van heffing wordt gekenmerkt door een grote
                        mate van vormvrijheid, wat goed aansluit bij het karakter van de heffing van
                        leges.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In de praktijk zullen aanvragers van diensten waarvoor leges geheven worden
                        vaak aan het loket verschijnen. Kan de aanvraag onmiddellijk in behandeling
                        worden genomen dan ligt het voor de hand dat de leges onmiddellijk worden
                        betaald. Hierin voorziet het bepaalde in het eerste lid. Als de kennisgeving
                        mondeling wordt gedaan, dan dient er betaald te worden op het moment van het
                        doen van de kennisgeving. Wordt de kennisgeving (bijvoorbeeld een nota)
                        uitgereikt, dan dient er betaald te worden op het moment van het uitreiken
                        van de kennisgeving.</al><al>Wordt de kennisgeving toegezonden, dan is in het eerste lid, onderdeel b,
                        bepaald dat binnen 14 dagen betaald moet worden.</al><al>De dagtekening van de kennisgeving (bijvoorbeeld een stempelafdruk) is onder
                        andere van belang voor de belastingplichtige in verband met de termijn
                        waarbinnen hij bezwaar kan maken tegen het van hem gevorderde bedrag. Het
                        tijdstip waarop uiterlijk betaald moet worden is van belang voor het
                        eventueel in gang zetten van de dwanginvordering.</al><al>Het ontstaan van de (materiële) belastingschuld is overigens niet in de
                        verordening geregeld. Dit hangt samen met het feit dat bij de leges het
                        ontstaan van de belastingschuld samenvalt met het tijdstip waarop het
                        belastbaar feit zich voordoet.</al><al><cursief>Dienstverlening afhankelijk stellen van betaling?</cursief></al><al>De vraag is of het al of niet verlenen van de dienst afhankelijk gesteld kan
                        worden van het al of niet betalen van de leges. De Invorderingswet 1990 gaat
                        uit van een open systeem van invorderingsmaatregelen. Dit betekent dat de
                        belastingontvanger (invorderingsambtenaar) dezelfde bevoegdheden heeft als
                        andere schuldeisers. Daarnaast beschikt hij over bijzondere bevoegdheden op
                        grond van de Invorderingswet 1990.</al><al>Niet uitgesloten is dat dit open systeem van de Invorderingswet 1990 het
                        mogelijk maakt het verlenen van de dienst afhankelijk te stellen van de
                        betaling van de leges. Voor dit standpunt is steun te vinden in de
                        parlementaire behandeling van Invorderingswet 1990. Door de vaste Commissie
                        voor Financiën werd de regering onder andere gevraagd in te gaan op de
                        stelling van de Unie van Waterschappen dat het uit overwegingen van
                        behoorlijk bestuur niet mogelijk is om de afgifte van een vergunning
                        afhankelijk te maken van het betaald zijn van leges. Het antwoord van de
                        regering luidde: ‘De door de Unie geponeerde stelling kunnen wij in haar
                        algemeenheid niet onderschrijven. Veelal zal het juist passend zijn dat een
                        prestatie door een overheidsorgaan wordt verricht als er zekerheid is dat
                        ervoor</al><al>betaald wordt. Dit is ook in het merendeel van de gevallen de praktijk. Men
                        denke bijvoorbeeld aan de afgifte van paspoorten’ (Kamerstukken II
                        1990-1991, 20588, nr. 34).</al><al>Ook artikel 4:85, tweede lid, Awb gaat ervan uit dat zich bij de leges
                        situaties kunnen voordoen, dat bij niet of niet-tijdige betaling een
                        aanvraag niet in behandeling wordt genomen. Dit kan uitsluitend in het geval
                        de gemeente niet verplicht is een aanvraag te behandelen zolang het
                        verschuldigde geldbedrag niet is betaald. Dan zijn bepalingen over
                        invordering en dergelijke immers niet nodig. Zie de toelichting daarop in
                        Kamerstukken II 2003–2004, 29702, nr. 3, pag. 31, Vierde tranche Awb. Als de
                        aanvraag wel in behandeling wordt genomen en bij apart besluit leges worden
                        geheven, geldt de uitzondering niet en is titel 4.4 van de Awb van
                        toepassing.</al><al>Wij wijzen verder op de uitspraak van de <cursief>Afdeling
                            bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 juli 1999, LJN: AA3777,
                            (JG 99.0184)</cursief>. De bestuursrechter besliste dat de gemeente een
                        marktvergunning mocht intrekken voor iemand die al gedurende langere tijd
                        niet aan zijn uit de geldende heffingsverordening voortvloeiende
                        betalingsverplichtingen had voldaan. De gemeente had die mogelijkheid tot
                        intrekking in haar verordening op de straathandel opgenomen.</al><al>Bij dit alles merken wij nog op dat de dienstverlening soms niet afhankelijk
                            <cursief>kan </cursief>worden gesteld van de betaling. De wet bepaalt
                        bijvoorbeeld dat alleen voorwaarden aan de vergunningverlening kunnen worden
                        verbonden die strekken tot bescherming van de belangen, waarop de
                        voorschriften waarvoor de vergunning wordt verleend, betrekking hebben. Het
                        stellen van een financiële voorwaarde is dan niet mogelijk. Zie bijvoorbeeld
                        artikel 8, eerste lid, en artikel 11, derde lid, van de Woningwet.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Deze bepaling is van belang voor het einde van betaaltermijnen. Als de
                        laatste dag voor de betaling een algemeen erkende feestdag, zondag of
                        zaterdag is, schuift deze laatste betaaldag door het bepaalde in het tweede
                        lid niet op naar de eerstvolgende werkdag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>In de verordening is gekozen voor een bepaling in de verordening die regelt
                        dat in het geheel geen kwijtschelding van leges wordt verleend. Reden
                        hiervan is dat het heffen van leges als een betaling voor een bepaalde
                        prestatie van de gemeente is aan te merken. Om die reden wordt geen
                        kwijtschelding van leges verleend.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vermindering of teruggaaf</titel></kop><al>De tarieventabel kent een aantal vermindering- en teruggaafbepalingen. Zo
                        zijn in hoofdstuk 5 teruggaafbepalingen opgenomen voor de situaties dat de
                        vergunningaanvraag voor een bouw-, aanleg- of sloopactiviteit tijdens de
                        behandeling wordt ingetrokken, de vergunning op verzoek wordt ingetrokken
                        zonder dat deze is gebruikt of de vergunning wordt geweigerd of door de
                        rechter wordt vernietigd.</al><al>De vermindering of teruggaaf kan ambtshalve worden toegepast (artikel 65
                        AWR) of op aanvraag worden verleend (artikel 242 Gemeentewet). De
                        verminderingsbeschikking leidt tot een verlaging/neerwaartse aanpassing van
                        de legesschuld. De teruggaafbeschikking laat de legesbeschikking intact,
                        maar leidt er ook toe dat men een deel van de leges terugkrijgt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overdracht van bevoegdheden</titel></kop><al>Bij wijzigingen in rijksregelgeving die gevolgen hebben voor de leges, kan
                        de besluitvormingsprocedure voor belastingverordeningen (van ambtelijke
                        voorbereiding tot en met raadsbesluit) belemmerend werken. Ook kan het
                        gewenst zijn een redactionele wijziging op korte termijn door te voeren. Om
                        de gewenste flexibiliteit en de te betrachten spoed te bereiken, kan de raad
                        de bevoegdheid tot vaststelling van de Legesverordening aan het college
                        overdragen (delegeren).</al><al>Artikel 156, tweede lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet maakt dit
                        mogelijk.</al><al>In artikel 10 van de verordening is deze beperkte overdracht van die
                        vaststellingsbevoegdheid aan het college niet van toepassing verklaard.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Op grond van artikel 231 van de Gemeentewet zijn bij de heffing en de
                        invordering van gemeentelijke belastingen onder meer de Algemene wet inzake
                        rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990 van toepassing. De
                        heffingsbevoegdheden komen toe aan de daartoe aangewezen heffingsambtenaar
                        en de invorderingsbevoegdheden aan de daartoe aangewezen
                        invorderingsambtenaar. De AWR en de Invorderingswet 1990 kennen ook
                        bepalingen op grond waarvan de minister van Financiën de bevoegdheid wordt
                        toegekend nadere regels te geven over bepaalde heffings- en
                        invorderingsaangelegenheden. Voor de gemeentelijke belastingen komt die
                        bevoegdheid op grond van artikel 231 toe aan het college. Verder is het
                        college als bestuursverantwoordelijke voor de heffings- en
                        invorderingsambtenaar bevoegd om beleidsregels vast te stellen (artikel 4:81
                        Algemene wet bestuursrecht, hierna Awb). Op grond van artikel 160, eerste
                        lid, onderdeel b, van de Gemeentewet is het college eveneens bevoegd
                        beslissingen van de raad (lees: belastingverordeningen) uit te voeren. Met
                        het oog hierop kan het college over uitvoeringsaangelegenheden regels
                        stellen. Te denken valt hierbij aan het vaststellen van de modellen voor het
                        formulier van de onderscheiden aangiftebiljetten.</al><al>Met de inwerkingtreding van de derde tranche Awb op 1 januari 1998 is een
                        aantal bevoegdheden van de raad op belastinggebied overgegaan op het
                        college. In verband hiermee is in elke belastingverordening een bepaling
                        opgenomen dat het college nadere regels kan geven met betrekking tot de
                        heffing en invordering van de betreffende belasting. Op deze wijze is het
                        voor de belastingplichtigen duidelijk dat er nog nadere regels kunnen
                        gelden. In de (uitvoerings)regeling gemeentelijke belastingen is een en
                        ander uitgewerkt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>In het eerste lid wordt de oude verordening ingetrokken, in het tweede lid
                        wordt de inwerkingtreding geregeld, in het derde lid de datum van ingang van
                        de heffing en in het vierde lid de citeertitel.</al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Deze overgangsbepaling bewerkstelligt dat de oude verordening blijft gelden
                        voor de belastbare feiten waarvan de heffing plaatsvindt in de periode
                        tussen de datum van ingang van de heffing en de daarna gelegen datum van
                        inwerkingtreding.</al><al>Het eerste lid regelt dat de oude verordening wordt ingetrokken met ingang
                        van de datum van ingang van de heffing. De oude verordening blijft van
                        toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                        voorgedaan. Voor die belastbare feiten blijft heffing dus mogelijk op basis
                        van de oude verordening, ook al is die verordening ingetrokken.</al><al>Ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet moeten gemeenten de besluiten tot
                        het vaststellen, wijzigen of intrekken van belastingverordeningen bekend
                        maken. Het niet voldoen aan de bekendmakingsplicht kan leiden tot
                        onverbindendheid van de belastingverordening (HR 31 maart 1993, nr. 28.034,
                        BNB 1993/182, Belastingblad 1993, blz. 274; Hoge Raad 10 augustus 1998, nr.
                        33.632). Op het voorblad is aangegeven waar en wanneer deze verordening is
                        bekend gemaakt.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Het feit dat de belastingverordening pas in werking treedt na bekendmaking,
                        houdt slechts in dat de gemeente voor dat tijdstip geen belastingaanslagen
                        kan opleggen. De aanslagen kunnen echter wel betrekking hebben op de periode
                        vanaf de datum van ingang van de heffing.</al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>In het derde lid is de datum van ingang van de heffing opgenomen.</al><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>In het vierde lid is in de citeertitel een jaartal opgenomen. Dit jaartal
                        wordt opgenomen, omdat de gemeente ieder jaar een nieuwe verordening
                        vaststelt. Door het jaartal op te nemen is duidelijk voor welk jaar de
                        verordening bedoeld is.</al><al/><al><vet>Ondertekening</vet></al><al>Alle stukken die van de raad uitgaan moeten sinds 19 februari 2003 c.q. 7
                        maart 2003 worden ondertekend door de burgemeester (artikel 75, eerste lid,
                        Gemeentewet) en griffier (artikel 107c Gemeentewet).</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>4 Toelichting op de tarieventabel</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><tussenkop>1 Inleiding</tussenkop><al>De tarieventabel maakt deel uit van de verordening. In de tarieventabel zijn
                    diensten</al><al>opgenomen waarvoor door de gemeente leges worden gevraagd.</al><tussenkop>2 Indeling van de tarieventabel</tussenkop><al>Gelet op artikel 229b van de Gemeentewet en de (on)mogelijkheden tot
                    kruissubsidiëring als gevolg van de Europese Dienstenrichtlijn en de Wet
                    algemene bepalingen omgevingsrecht (zie de toelichting op artikel 5 van de
                    verordening) hebben wij de tarieventabel in drie titels onderverdeeld:</al><lijst><li nr="-"><al>titel 1 Algemene dienstverlening;</al></li><li nr="-"><al>titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke
                            leefomgeving/omgevingsvergunning;</al></li><li nr="-"><al>titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn.</al></li></lijst><al>De nummering van de onderdelen in de tarieventabel is als volgt:</al><al>titel<vet>.</vet>hoofdstuk<vet>.</vet>onderdeel<vet>.</vet>subonderdeel<vet>.</vet>subsubonderdeel.</al><al>Deze indeling ligt het meest voor de hand omdat een afdeling die belast is met
                    het verlenen van bepaalde diensten, veelal ook de leges ter zake van die
                    diensten in rekening zal brengen. Er is getracht diensten die door een zelfde
                    afdeling worden verricht zoveel mogelijk in een zelfde hoofdstuk onder te
                    brengen.</al><tussenkop>Kruissubsidiëring</tussenkop><al>Binnen titel 1 is kruissubsidiëring mogelijk tussen de verschillende
                    hoofdstukken. Hetzelfde geldt voor titel 2. Op basis van artikel 13, tweede lid,
                    van de Europese Dienstenrichtlijn geldt voor titel 3 dat slechts
                    kruissubsidiëring binnen elk hoofdstuk mogelijk is. Een hoofdstuk in titel 3
                    betreft een individueel vergunningstelsel dan wel een cluster van samenhangende
                    vergunningstelsels. Elk hoofdstuk van titel 3 dient de gemeente te controleren
                    op kostendekkendheid. Indien uit controle blijkt dat er op het betreffende
                    vergunningstelsel of samenhangende vergunningstelsels winst wordt gemaakt,
                    dienen de tarieven te worden aangepast tot of onder 100% kostendekkendheid.</al><al>Een en ander betekent dat (ook) bij de leges een nauwkeurige, op controleerbare
                    wijze vastgelegde kostentoerekening nodig is. Voor de tariefstelling moet de
                    gemeente nagaan wat de kostprijs van de verschillende diensten is. Vervolgens
                    kan de gemeente een beslissing nemen over de mate van kruissubsidiëring (voor
                    zover mogelijk) tussen de verschillende diensten en de mate waarin zij het
                    profijtbeginsel wil laten doorwerken in het tarief.</al><tussenkop>3 Belastbare feit</tussenkop><al>In de toelichting op artikel 2 van de verordening staat dat is gekozen voor het
                    omschrijven van het belastbare feit als ‘het in behandeling nemen van een
                    aanvraag tot het verlenen van een vergunning’ en niet als ‘het afgeven van een
                    vergunning’. Dit heeft namelijk als voordeel dat de leges al verschuldigd zijn
                    op het moment van het in behandeling nemen van de aanvraag.</al><tussenkop>4 Hoogte van de tarieven</tussenkop><al>In de toelichting op de verordening is reeds aandacht besteed aan de
                    tariefstelling en de kostendekkendheid van de leges. Voor een aantal diensten is
                    de hoogte van het te heffen legesbedrag wettelijk geregeld. Dit geldt onder
                    andere voor de diensten opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.
                    Voor een aantal andere diensten is wettelijk geregeld dat de tarieven niet boven
                    een bepaald bedrag uit mogen gaan.</al><al>Stukken die worden verstrekt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb.
                    1991, 703) behoeven niet gratis of tegen een gelimiteerd bedrag verstrekt te
                    worden. Voor het door het rijk verstrekken van fotokopieën van schriftelijke
                    stukken kunnen op grond van artikel 12 van de Wet openbaarheid van bestuur bij
                    of krachtens algemene maatregel van bestuur tarieven vastgesteld worden. Deze
                    tarieven binden gemeenten echter niet.</al><tussenkop>5 Te heffen bedrag moet blijken uit de verordening</tussenkop><al>Een belastingplichtige moet uit de (leges)verordening de hoogte van het van hem
                    te heffen bedrag kunnen afleiden. Dit vloeit voort uit het bepaalde in artikel
                    217 van de Gemeentewet. Dit artikel bepaalt dat de belastingverordening onder
                    andere het tarief moet vermelden. Dit wil niet zeggen dat de verordening het
                    bedrag van de belasting moet vermelden. In zijn arrest van 22 juli 1985 (nr.
                    22.780, BNB 1985/259, Belastingblad 1985, blz. 493, gemeente IJlst) overwoog de
                    Hoge Raad namelijk dat de verordening niet het bedrag van de belasting behoeft
                    te vermelden, maar dat ook op andere wijze kan worden aangegeven tot welke
                    belastingverplichtingen het belastbare feit leidt, mits daarbij op voldoende
                    duidelijke wijze aan de belastingplichtige inzicht wordt gegeven in het beloop
                    van het van hem te heffen bedrag. De bepaling in de verordening van de gemeente
                    IJlst op grond waarvan bepaalde legesbedragen konden worden verhoogd met de
                    kosten van door de gemeente in te winnen externe adviezen, gaf de
                    belastingplichtige naar het oordeel van de Hoge Raad onvoldoende inzicht in het
                    beloop van het van hem te heffen bedrag, en was zodoende onverbindend. Het komt
                    bij gemeenten regelmatig voor dat voor het in behandeling nemen van aanvragen
                    tot het verkrijgen van een vergunning (bijvoorbeeld een bouwvergunning het
                    advies van een extern bureau gevraagd wordt. Om de kosten van die externe
                    adviesverlening toch te kunnen doorberekenen staat de gemeenten na het hiervoor
                    genoemde arrest een aantal oplossingen ter beschikking.</al><al>Allereerst kan ervoor worden gekozen de externe advieskosten in de bestaande
                    tarieven te verwerken. Nadeel hiervan is dat de kosten niet individueel aan de
                    aanvragers van de dienst kunnen worden toegerekend.</al><al>Verder lijkt het opnemen van een maximumtarief voor het doorberekenen van
                    externe advieskosten in bepaalde gevallen toelaatbaar te zijn. In het arrest van
                    de Hoge Raad van 1 maart 1989 (nr. 25.996, BNB 1989/127, Belastingblad 1989,
                    blz. 320, gemeente Zoetermeer) wordt het vermelden van een maximum van ƒ
                    250.000,- niet toelaatbaar geacht omdat dit maximum zo hoog is dat het behoudens
                    zeer uitzonderlijke gevallen geen wezenlijke functie vervult. Zodoende laat de
                    bepaling naar het oordeel van de Hoge Raad de belastingplichtige in het onzekere
                    omtrent de omvang van het van hem te heffen bedrag.</al><al>De formulering van de Hoge Raad geeft aanleiding te veronderstellen dat indien
                    een bepaling een maximumtarief bevat en de hoogte van dat tarief een wezenlijke
                    functie vervult, de belastingplichtige op voldoende duidelijke wijze inzicht
                    heeft in het beloop van het van hem te heffen bedrag.</al><al>Toekomstige jurisprudentie zal nader invulling moeten geven omtrent de vraag in
                    welke gevallen er sprake is van een maximumtarief dat een wezenlijke functie
                    vervult. In verband met deze onzekerheid omtrent het al of niet toelaatbaar zijn
                    van het hanteren van een maximumtarief is in de verordening geen gebruik gemaakt
                    van deze wijze van doorberekenen van externe advieskosten.</al><al>Ten slotte bestaat de mogelijkheid in de verordening van de zogenaamde
                    'begrotingsconstructie'. De systematiek van deze constructie is als volgt. Is
                    voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een
                    vergunning een extern advies noodzakelijk dan wordt door de externe adviseur
                    opgaaf aan de gemeente gedaan omtrent de hoogte van de door hem ter zake van de
                    aanvraag in rekening te brengen kosten. Deze kosten worden voor het in
                    behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager van de vergunning meegedeeld
                    middels een door of vanwege het college van burgemeester en wethouders
                    opgestelde begroting. Gedurende een periode van vijf dagen na het overleggen van
                    de begroting kan de aanvrager van de vergunning de aanvraag nog intrekken.</al><al>Reageert de aanvrager niet binnen genoemde vijf dagen dan geldt als dag van het
                    in behandeling nemen van de aanvraag de vijfde werkdag na de dag waarop de
                    begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht. De begrotingsconstructie is
                    door het Hof 's-Gravenhage aanvaard in zijn uitspraak van 12 juli 1989 (nr.
                    2995/88, Belastingblad 1990, blz. 307, gemeente Zoetermeer).</al><al>Zoals reeds eerder is opgemerkt kan de begrotingsconstructie worden gehanteerd
                    bij het doorberekenen van de externe advieskosten bij aanvragen tot het
                    verkrijgen van bouwvergunningen.</al><al>Ook bij het doorberekenen van publicatiekosten kan deze constructie gebruikt
                    worden.</al><al>Overigens heeft de minister van Binnenlandse Zaken zich in het kader van het
                    (inmiddels afgeschafte) preventief toezicht op belastingverordeningen op het
                    standpunt gesteld dat het hanteren van de begrotingsconstructie uitsluitend
                    toelaatbaar is voor het doorberekenen van externe advieskosten, en niet voor het
                    doorberekenen van interne advieskosten.</al><tussenkop>TOELICHTING PER HOOFDSTUK</tussenkop><tussenkop>Titel 1</tussenkop><tussenkop>Algemene dienstverlening</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze titel hebben wij ‘algemene dienstverlening’ genoemd ter onderscheiding van
                    de twee andere titels. Binnen deze titel bestaat beleidsruimte om
                    kruissubsidiëring of het profijtbeginsel toe te passen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand</tussenkop><tussenkop>Kosteloze voltrekking huwelijk, registratie partnerschap en
                    omzetting</tussenkop><al>In artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand is geregeld dat gemeenten
                    gelegenheid moeten geven tot een kosteloze huwelijksvoltrekking, registratie van
                    een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een
                    huwelijk. De ambtenaar van de burgerlijke stand bepaalt de daarvoor bestemde
                    dagen en uren. Sinds 1 maart 2010 is het niet meer mogelijk een huwelijk om te
                    zetten in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap
                    en zorgvuldige scheiding; Stb. 2008, 500).</al><al>Voor het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap
                    of omzetten van een geregistreerd partnerschap is het voldoende als gelegenheid
                    wordt gegeven tot het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een
                    partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap op het
                    gemeentehuis. Er bestaat geen wettelijke verplichting tot het kosteloos
                    voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetten van
                    een geregistreerd partnerschap in een bijzonder huis als bedoeld in de
                    onderdelen 1.1.3 of 1.1.4 van de tarieventabel.</al><tussenkop>Onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap
                    en omzetting</tussenkop><al>Artikel 5, tweede lid, van de Wet rechten burgerlijke stand schept de
                    mogelijkheid leges te heffen voor het voltrekken van een huwelijk, registratie
                    van een partnerschap of omzetting van een partnerschap op andere dagen en uren
                    dan waarop is bepaald dat dit kosteloos kan (zie <cursief>Kosteloze voltrekking
                        huwelijk, registratie partnerschap en omzetting)</cursief>.</al><al>De onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 van de tarieventabel hebben dus betrekking op de
                    huwelijken of registraties van partnerschappen, onderscheidenlijk omzettingen
                    van partnerschappen die niet kosteloos geschieden. Daarbij is de hoogte van de
                    te heffen leges afhankelijk gesteld van de dag en het uur waarop het huwelijk of
                    de registratie van het partnerschap wordt voltrokken of de omzetting van het
                    geregistreerd partnerschap plaatsvindt.</al><al>Ook andere vormen van differentiatie zijn denkbaar. Daarbij valt te denken aan
                    het al of niet uitleggen van een loper (zie 1.1.13) of het gebruik maken van een
                    grote of van een kleine zaal etc. Vanaf de inwerkingtreding van de Wet materiële
                    belastingbepalingen (1 januari 1995) zijn tariefdifferentiaties anders dan op
                    grond van de mate van dienstverlening mogelijk. In de memorie van toelichting
                    van die wet wordt als voorbeeld gegeven het hanteren van een hoger tarief voor
                    huwelijksvoltrekkingen van niet-ingezetenen van een gemeente, om te voorkomen
                    dat het gemeentehuis wordt overstroomd met trouwlustigen die geen binding met de
                    gemeente hebben.</al><al>In afwijking van andere bepalingen in de tarieventabel is in de onderdelen 1.1.1
                    en 1.1.2 niet gekozen voor de omschrijving van het belastbare feit als ‘het in
                    behandeling nemen van een aanvraag tot het sluiten van een huwelijk’. Reden
                    hiervan is het volgende. Artikel 1 van de Wet rechten burgerlijke stand staat
                    uitsluitend legesheffing toe in de gevallen waarin de wet voorziet. Artikel 5,
                    tweede lid, bepaalt vervolgens dat legesheffing gerechtvaardigd is voor een
                    ‘huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een
                    geregistreerd partnerschap’. Daarom is in de tarieventabel het belastbare feit
                    het voltrekken van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of de
                    omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk. Dit laat onverlet
                    dat bij het vaststellen van de tarieven de kosten van voorbereidende
                    werkzaamheden in aanmerking genomen kunnen worden.</al><al>Niet is in de tabel opgenomen een afzonderlijke regeling voor de gevallen waarin
                    de huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een
                    partnerschap in een huwelijk niet in het gemeentehuis maar in een andere ruimte
                    plaatsvindt, anders dan op grond van artikel 64 van het Burgerlijk wetboek (zie
                    daarvoor onderdelen 1.1.3 en 1.1.4).</al><al>Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het voltrekken van een huwelijk, de
                    registratie van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap
                    in een in de gemeente gelegen fraai kasteel. Daarvoor kan in de verordening
                    uiteraard wel een afzonderlijke bepaling opgenomen worden, waarbij wederom een
                    differentiatie naar dagen en uren mogelijk is, indien de dienstverlening op die
                    dagen en uren anders is.</al><al>De kosten die verband houden met het opstellen van een omzettingsakte kunnen op
                    grond van het Besluit rechten burgerlijke stand niet in rekening worden gebracht
                    bij de aanvragers. Indien aanvragers de omzetting willen laten geschieden door
                    middel van een ceremonie (gelijk te stellen met een huwelijksvoltrekking) is het
                    wel mogelijk om de kosten van gebruik van de zaal e.d. in rekening te brengen.
                    Bij de tariefstelling kan dezelfde differentiatie worden toegepast als bij het
                    sluiten van een huwelijk of registreren van een partnerschap is gebeurd.</al><tussenkop>Onderdelen 1.1.3 en 1.1.4 Voltrekking huwelijk etc. in bijzonder
                    huis</tussenkop><al>De onderdelen 1.1.3 en 1.1.4 hebben betrekking op huwelijken of registraties van
                    partnerschappen, onderscheidenlijk omzettingen van geregistreerde
                    partnerschappen die ingevolge artikel 64 van het Burgerlijk wetboek niet
                    plaatsvinden op het gemeentehuis maar in een bijzonder huis. Artikel 64 ziet op
                    de gevallen dat een der partijen uit hoofde van een behoorlijk bewezen wettig
                    beletsel verhinderd wordt zich naar het gemeentehuis te begeven. Voor een
                    toelichting op de omschrijving van het belastbare feit verwijzen wij naar de
                    toelichting op de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2.</al><tussenkop>Onderdeel 1.1.6 Trouwboekje of partnerschapsboekje</tussenkop><al>In dit onderdeel van de tarieventabel is een tarief opgenomen voor het
                    verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje, waarbij een onderscheid
                    wordt gemaakt tussen een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale
                    uitvoering en een trouwboekje of partnerschapsboekje in een luxe uitvoering. De
                    leges genoemd in dit onderdeel kunnen worden geheven naast de leges die
                    ingevolge onderdeel 1.1.1 t/m 1.1.4 geheven worden.</al><al>Ook in het geval van een kosteloos huwelijk of registreren van een partnerschap
                    is legesheffing voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje
                    toegestaan. Het betreft hier een dienst van de gemeente die wordt verleend naast
                    het voltrekken van het huwelijk of de registratie van een partnerschap zelf. Een
                    verplichting tot het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje
                    bestaat immers niet.</al><tussenkop>Onderdelen 1.1.7 en 1.1.8 Lijsten van geboorten etc;
                    abonnement</tussenkop><al>In deze onderdelen kunnen tarieven opgenomen worden voor het verstrekken van
                    lijsten waarop zijn vermeld degenen die in een bepaalde periode zijn geboren,
                    overleden, gehuwd of in ondertrouw zijn gegaan. Het verstrekken van dergelijke
                    lijsten en ook het in onderdeel 1.1.8 opgenomen tarief voor het doen van
                    naspeuringen is geen verrichting van de ambtenaar van de burgerlijke stand. </al><al>Opneming van deze tarieven in dit hoofdstuk ligt echter voor de hand, gezien de
                    nauwe samenhang ervan met de registers van de burgerlijke stand. De gemeenten
                    zijn niet verplicht dergelijke lijsten te verstrekken. Zandvoort doet dit ook
                    niet.</al><al>De Wet bescherming persoonsgegevens (Stb. 2000, 302) verzet zich niet tegen het
                    verstrekken van de hiervoor genoemde lijsten nu het gaat om openbare gegevens.
                    Wel is in de bepaling over het tarief voor lijsten van geborenen en overledenen
                    vermeld dat in die lijsten uitsluitend zijn opgenomen de geborenen en
                    overledenen waarvoor toestemming is verleend voor opneming in de lijsten door de
                    gerechtigden. De lijsten bevatten dus niet alle geborenen en overledenen. Deze
                    redactie is ook gevolgd voor lijsten van getrouwde en ondergetrouwde paren. Het
                    blijft echter een keuze van gemeenten om te bepalen onder welke voorwaarden
                    gegevens in lijsten zullen worden opgenomen.</al><al>Onderdeel 1.1.8 bevat geen tarief voor het verstrekken van lijsten bij
                    abonnement.</al><tussenkop>Onderdeel 1.1.9 Naspeuringen in registers burgerlijke stand</tussenkop><al>In dit onderdeel is een tarief opgenomen voor het op verzoek doen van
                    naspeuringen in de registers van de burgerlijke stand. Gekozen is voor een
                    tariefstelling per daaraan besteed kwartier.</al><tussenkop>Onderdeel 1.1.10 Verrichtingen ambtenaren van de burgerlijke
                    stand</tussenkop><al>De mogelijkheden tot het heffen van leges voor verrichtingen van ambtenaren van
                    de burgerlijke stand zijn geregeld in de Wet rechten burgerlijke stand (Stb.
                    1879, 72). Artikel 1 van deze wet luidt:</al><tussenkop>’Geene gelden mogen worden geheven ter zake van het opmaken van akten of
                    andere verrigtingen van den ambtenaar van den burgerlijken stand, behalve in de
                    gevallen en op de wijze bij of krachtens deze wet voorzien.’</tussenkop><al>In artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand is geregeld voor welke
                    verrichtingen leges geheven kunnen worden. De hoogte van die leges is
                    vastgesteld in het Legesbesluit akten burgerlijke stand (Stb. 1969, 36). De
                    daarin genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Veel gemeenten heffen de
                    hiervoor genoemde leges rechtstreeks op basis van het Legesbesluit. De Werkgroep
                    is echter van oordeel dat het zinvol is hiervoor bepalingen op te nemen in de
                    Legesverordening. De wettelijke bepalingen verschaffen namelijk geen
                    duidelijkheid over de vraag of, indien rechtstreeks op basis van het
                    Legesbesluit wordt geheven, de Invorderingswet 1990 en de AWR van toepassing
                    zijn. Nadeel van het opnemen van de tarieven in de Legesverordening is dat de
                    Legesverordening aangepast moet worden zodra de tarieven in het Legesbesluit
                    wijzigen, wat dus elkaar jaar gebeurt door indexering van de tarieven. De
                    bedragen worden jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties vóór 1 september in de Staatscourant bekendgemaakt. Om een
                    jaarlijkse aanpassing van de Legesverordening te voorkomen is in onderdeel 1.1.9
                    bepaald dat de tarieven gelden die zijn opgenomen in het Legesbesluit akten
                    burgerlijke stand.</al><al>De tarieven bedragen:</al><al>per 1-1-2012 ( Stcrt. 28 juni 2011 nr.11210)</al><lijst><li nr="a."><al>voor elk afschrift van een akte van de burgerlijke stand € 11,80</al></li><li nr="b."><al>voor elk uittreksel van een akte van geboorte, van huwelijk, van
                            registratie van een partnerschap, van omzetting van een huwelijk in een
                            registratie van een partnerschap*, van omzetting van een registratie van
                            een partnerschap in een huwelijk of van overlijden € 11,80</al></li><li nr="c."><al>voor elke verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in artikel 49a
                            van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (een Nederlander wenst buiten
                            Nederland een huwelijk aan te gaan) € 21,20</al></li><li nr="d."><al>voor elk meertalig uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand €
                            11,80</al></li></lijst><al>* Het feit dat omzetting van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap
                    sinds 1 maart 2010 niet meer mogelijk is, laat onverlet de mogelijkheid om van
                    bestaande aktes een afschrift of uittreksel te krijgen.</al><al>Artikel 2 van het Legesbesluit bepaalt dat afschriften van of uittreksels uit
                    huwelijksakten en akten voor omzetting van een geregistreerd partnerschap in een
                    huwelijk ten behoeve van het kerkelijk huwelijk kosteloos worden uitgegeven,
                    mits van de bestemming uit het stuk zelf blijkt en zij aldus tot geen ander doel
                    kunnen worden gebruikt. Artikel 2 bepaalt ook wie vrijgesteld zijn van het
                    betalen van deze leges. Het gaat daarbij om hen die financieel onvermogend zijn
                    en om ambtenaren, besturen en instellingen die in het openbaar belang bepaalde
                    afschriften vragen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Reisdocumenten</tussenkop><al>Op grond van de Paspoortwet (Stb. 1991, 498), laatstelijk gewijzigd bij Rijkswet
                    van 28 juni 2010, Stb. 252, is vastgesteld het Besluit paspoortgelden. In het
                    Besluit paspoortgelden zijn maxima gesteld aan de leges die gemeenten kunnen
                    heffen voor alle reisdocumenten. Gemeenten kunnen ook minder dan de
                    maximumtarieven van de leges berekenen. Een verhoging van de maximumleges door
                    gemeenten is echter niet toegestaan. Aangezien gemeenten verplicht zijn voor
                    geleverde reisdocumenten en voor spoedleveringen de vastgestelde bedragen aan
                    het Rijk af te dragen, gaat een verlaging van de gemeentelijke leges
                    vanzelfsprekend ten koste van de hoogte van het gemeentelijk deel in de
                    leges.</al><al>De maximumtarieven worden jaarlijks geïndexeerd.</al><al>In hoofdstuk 2 hebben wij slechts tarieven opgenomen voor het verstrekken van
                    reisdocumenten waarvoor het rijk aan de gemeente kosten in rekening brengt.</al><al>De sinds 1 januari 2006 geldende (wettelijke) vrijstelling van de leges voor een
                    Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die binnen acht weken 14 jaar
                    wordt of al 14 jaar is, vervalt met ingang van 1 januari 2012 (artikel 2, vijfde
                    lid, en artikel 6, derde lid, van het Besluit paspoortgelden vervallen). Vanaf 1
                    januari 2012 geldt voor kinderen tot en met 13 jaar voor de Nederlandse
                    identiteitskaart (NIK) een verlaagd tarief (jeugdtarief; onderdeel 1.2.1.7). Op
                    de maandelijkse factuur voor de gemeenten zal dit als volgt worden verrekend. De
                    gemeente ontvangt per document het verschil tussen de maximumleges en het
                    maximum gemeentelijke deel van de leges van het Agentschap BPR. Voor deze
                    documenten worden door het Agentschap BPR geen rijkskosten bij de gemeente in
                    rekening gebracht. De korting ten opzichte van de ‘normale’ NIK komt dus
                    volledig ten laste van het Rijk.</al><al>In verband met Europese regelgeving vervalt vanaf 26 juni 2012 de mogelijkheid
                    om kinderen in de paspoorten van de ouder(s) of voogd bij te schrijven. De
                    geldigheid van alle bijschrijvingen en kinderstickers vervalt op 26 juni 2012.
                    Het vervallen van de geldigheid van de bijschrijvingen op 26 juni 2012 heeft
                    geen gevolgen voor de geldigheid van het paspoort van de ouder(s) of voogd
                    waarin ze staan bijgeschreven.</al><tussenkop>Tariefdifferentiaties</tussenkop><al>Gemeenten kunnen tariefdifferentiaties aanbrengen. Artikel 7, tweede lid, van de
                    Paspoortwet luidt:</al><al>’Het tarief van de gemeentelijke rechten kan verschillen al naar gelang de
                    leeftijd van de persoon op wiens naam het reisdocument wordt gesteld, het soort
                    reisdocument en de geldigheidsduur van het reisdocument’.</al><al>Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat gemeenten lagere tarieven vaststellen
                    voor reisdocumenten aan personen jonger dan 16 jaar. Wij wijzen erop dat de
                    kosten die het rijk aan de gemeente in rekening brengt niet anders zijn dan voor
                    de gevallen dat reisdocumenten worden verstrekt aan personen ouder dan 16 jaar.
                    Daarnaast kan een gemeente andere tarieven opnemen indien de dienstverlening
                    anders is. Zo kan een gemeente hogere tarieven hanteren indien aan de aanvrager
                    al eerder een reisdocument werd verstrekt terwijl hij bij de aanvraag dit (oude)
                    reisdocument niet kan overleggen (<cursief>Hoge Raad 8 februari 1995, nr 30064,
                        Belastingblad 1995, blz. 271</cursief>). In een dergelijke situatie moet de
                    aanvrager bij de aanvraag een schriftelijke verklaring afleggen over de
                    vermissing</al><al>(artikel 31 van de Paspoortwet). De verwerking hiervan betekent dat de gemeente
                    extra werkzaamheden moet verrichten, wat in die situatie een hoger tarief
                    rechtvaardigt. Dit hogere tarief moet wel in relatie staan tot de meerkosten als
                    gevolg van de extra door de gemeente te verrichten werkzaamheden, om te
                    voorkomen dat de verhoging een strafkarakter krijgt. In het kader van de (in
                    1996 afgeschafte) goedkeuring van belastingverordeningen werd een verhoging van
                    maximaal 50% aanvaardbaar geacht. Bij een hoger percentage dan 50 moest de
                    gemeente nader onderbouwen dat de verhoging diende ter compensatie van extra
                    kosten. </al><al>In hoofdstuk 2 is geen tarief opgenomen voor het verlengen van een reisdocument.
                    Dit hangt samen met het feit dat de Paspoortwet niet de mogelijkheid tot het
                    verlengen van een reisdocument kent.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Rijbewijzen</tussenkop><al>De bevoegdheid tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs
                    berust bij de gemeente.</al><al>Hiervoor kunnen leges in rekening gebracht worden.</al><al>De procedure is een beetje vergelijkbaar met die voor reisdocumenten. Het
                    rijbewijs wordt aangevraagd bij de gemeente en, net zoals al het geval is bij
                    paspoort en identiteitskaart, centraal geproduceerd en gepersonaliseerd. De
                    kosten bestaan uit een rijksdeel en een gemeentelijk deel. De rijkskosten
                    bestaan onder andere uit:</al><lijst><li nr="-"><al>de kosten voor de te vervaardigen gepersonaliseerde rijbewijzen;</al></li><li nr="-"><al>de voor rekening van de RDW in te richten backofficecomputer bij de
                            gemeente;</al></li><li nr="-"><al>het beheer van de bij de RDW aanwezige registers.</al></li></lijst><al>De rijkscomponent voor reguliere rijbewijzen bedraagt voor 2012 € 9,50.</al><al>Gemeenten moeten zelf de eigen kostprijs berekenen.</al><al>De gemeentelijke kosten bestaan onder andere uit de tijd die nodig is voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het innemen van de aanvraag van het rijbewijs aan het loket;</al></li><li nr="-"><al>het scannen van het aanvraagformulier;</al></li><li nr="-"><al>het ontvangen en inklaren van het gepersonaliseerde rijbewijs;</al></li><li nr="-"><al>het uitreiken van het rijbewijs aan het loket.</al></li></lijst><al>Daarnaast kunnen de indirecte kosten worden doorberekend voor zover deze kosten
                    nog wel in enig verband met de behandeling van aanvragen voor een rijbewijs
                    staan, zoals de kosten van:</al><lijst><li nr="-"><al>huisvesting;</al></li><li nr="-"><al>het beheer van het GBA;</al></li><li nr="-"><al>de opslag en het beheer van de ingeklaarde rijbewijzen;</al></li><li nr="-"><al>de maandelijkse controle van de fysieke voorraad;</al></li><li nr="-"><al>het onttrekken van rijbewijzen aan de voorraad;</al></li><li nr="-"><al>andere ondersteunende diensten.</al></li></lijst><al>Het Rijks- en gemeentelijk deel vormen samen het legestarief (onderdeel
                    1.3.1).</al><al>Daarnaast is een spoedlevering mogelijk. Het spoedtarief betreft alleen een
                    rijkskostendeel en bedraagt vanaf 1 januari 2012 € 33,50 (ongewijzigd).
                    Daarnaast is voor een spoedlevering het normale tarief verschuldigd. Wij hebben
                    daarom in onderdeel 1.3.2 het spoedtarief als verhoging op het normale tarief
                    opgenomen. Het rijkskostendeel voor de spoedlevering bedraagt in totaal € 43,00
                    (€ 9,50 rijkskostendeel en € 33,50 spoedtarief). De gemeente moet het
                    rijkskostendeel en in</al><al>voorkomend geval het spoedtarief afdragen aan de Dienst Wegverkeer (RDW). Zie
                    voor de wettelijke regeling artikel 111, vijfde lid, en artikel 121 van de
                    Wegenverkeerswet 1994, artikel 1 van de Regeling vergoeding afdracht afgifte
                    rijbewijzen en artikel 123 van het Reglement Rijbewijzen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke basisadministratie
                    persoonsgegevens</tussenkop><al>De bevoegdheid tot het heffen van leges voor het verstrekken van
                    persoonsgegevens uit de gemeentelijke basisadministratie is geregeld in de
                    artikelen 98, 100 en 101 van de Wet Gemeentelijke basisadministratie
                    persoonsgegevens (hierna: Wet GBA). De Wet GBA onderscheidt drie groepen waaraan
                    een gemeente gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie verstrekt: </al><tussenkop>a Afnemers</tussenkop><al>Hieronder wordt verstaan een orgaan van het rijk, een provincie, een gemeente of
                    een ander openbaar lichaam met inbegrip van daaronder ressorterende diensten,
                    instellingen en bedrijven, alsmede een orgaan van een bij AMvB aangewezen
                    instelling die met de uitvoering van publiekrechtelijke taken is belast. Een
                    gemeente kan van afnemers geen leges heffen, ongeacht de wijze waarop de
                    gegevensverstrekking plaatsvindt, systematisch via het netwerk of incidenteel
                    (artikel 95 van de Wet GBA). Voor de levering van gegevens op papier aan
                    afnemers: zie de toelichting op onderdeel 1.4.5.</al><tussenkop>b Ingeschrevenen</tussenkop><al>Dit zijn personen van wie gegevens in de administratie zijn opgenomen. Een
                    gemeente kan voor het verstrekken van gegevens aan de ingeschrevene zelf in
                    beginsel leges heffen. Een uitzondering geldt voor het toezenden van de gegevens
                    bij de eerste inschrijving in een gemeentelijke basisadministratie (artikel 78
                    van de Wet GBA). Ook het op verzoek inzien van de eigen gegevens door een
                    ingeschrevene dient kosteloos te geschieden (artikel 79 van de Wet GBA).</al><tussenkop>c Derden</tussenkop><al>Een derde is elke andere persoon of instelling dan een afnemer of een
                    ingeschrevene. Van derden kunnen in beginsel leges worden geheven voor het
                    verstrekken van persoonsgegevens. Uitzonderingen gelden voor zogenaamde
                    bijzondere derden die op basis van een AMvB systematisch via het netwerk of
                    alternatieve media gegevens ontvangen. De systematische verstrekking van
                    gegevens aan deze aangewezen instellingen moet eveneens kosteloos plaatsvinden.
                    Zie echter onderdeel 1.4.5.</al><al>Als de gegevens op verzoek op een andere manier worden verstrekt, kan een
                    gemeente in beginsel wel leges heffen, tenzij de bijzondere derden in een andere
                    wettelijke regeling worden vrijgesteld van het betalen van leges.</al><tussenkop>Onderdelen 1.4.1 en 1.4.2 Verstrekkingen aan derden;
                    abonnementen</tussenkop><al>In onderdeel 1.4.1 van de tarieventabel is geregeld wat voor de toepassing van
                    hoofdstuk 4 onder één verstrekking moet worden verstaan. Doel hiervan is
                    problemen omtrent de invulling van dat begrip te voorkomen. Van belang hierbij
                    is dat tot één verstrekking wordt gerekend alle verstrekte gegevens omtrent één
                    persoon.</al><al>In onderdeel 1.4.2.1 is voor het verstrekken van gegevens een tarief opgenomen
                    per verstrekking.</al><al>Er zijn geen tarieven opgenomen voor het doen van meer dan één
                    verstrekking.</al><tussenkop>Onderdelen 1.4.3 en 1.4.4 Verstrekken van aangehaakte
                    gegevens</tussenkop><al>In onderdeel 1.4.4 zijn tarieven opgenomen voor het verstrekken van
                    persoonsgegevens die niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie
                    persoonsgegevens zelf. Het betreft de zogenaamde aangehaakte gegevens. In
                    onderdeel 1.4.3 is aangegeven wat in dit verband onder één verstrekking moet
                    worden verstaan. Een gemeente kan voor het op verzoek verstrekken van
                    aangehaakte gegevens leges heffen, tenzij de aanvrager op grond van bijzondere
                    wetgeving recht heeft op kosteloze inlichtingen. Dit laatste geldt bijvoorbeeld
                    voor de Belastingdienst op grond van artikel 55 van de Algemene wet inzake
                    rijksbelastingen.</al><tussenkop>Onderdeel 1.4.5 Verstrekkingen op papier aan afnemers en bijzondere
                    derden</tussenkop><al>In onderdeel 1.4.5 zijn leges opgenomen voor het verstrekken van gegevens op
                    papier aan afnemers en bijzondere derden. Sinds 1 oktober 2000 kan hiervoor een
                    bedrag van € 2,27 in rekening worden gebracht (zie artikel 4, onderdeel f en
                    artikel 6, zevende lid, van het Besluit GBA en artikel 37a,</al><al>tweede lid, van de Regeling GBA). De vergoeding ziet slechts op de
                    transportkosten die gemeenten maken om verstrekking op papier mogelijk te
                    maken.</al><al>De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit tarief moet wijken voor de vrijstelling
                    van artikel 41 van de Wet Uitkeringen vervolgingsslachtoffers en artikel 52 van
                    de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers, waarin staat dat de gevraagde
                    inlichtingen kosteloos moeten worden verstrekt. In dat geval kunnen deze leges
                    dus niet worden geheven (<cursief>Hoge Raad 10 juni 2005, nr. 39814, LJN:
                        AT7214</cursief>).</al><al>In de toelichting op het Besluit GBA staat dat kan worden bepaald dat voor
                    bepaalde arbeidsintensieve zoekactiviteiten in het GBA of andere gemeentelijke
                    administraties aanvullende leges verschuldigd zijn. Dit wordt ondervangen door
                    onderdeel 1.4.6. Zie voor de wijzigingen in de GBA-regelgeving de VNG ledenbrief
                    van 28 augustus 2000, nr. Lbr. 00/129, BJZ/2000003418.</al><al>De in onderdeel 1.4.6 opgenomen regeling is bedoeld voor gevallen waarin aan de
                    gemeente wordt verzocht de gemeentelijke basisadministratie, inclusief de
                    aangehaakte gegevens, door te nemen voor het verkrijgen van bepaalde
                    inlichtingen, bijvoorbeeld hoeveel geregistreerde honden er in de gemeente zijn.
                    Deze bepaling geeft de mogelijkheid leges te heffen naar rato van de tijd die
                    met het doornemen is gemoeid, ongeacht of dit leidt tot het daadwerkelijk
                    verschaffen van de gevraagde inlichtingen. Naast een bedrag voor het doornemen
                    van de basisadministratie is de verzoeker eventueel een bedrag verschuldigd
                    ingevolge onderdeel 1.4.2, 1.4.4 of 1.4.5 als vervolgens persoonsgegevens worden
                    verstrekt. Dit vloeit voort uit het feit dat onderdeel 1.4.6 een afzonderlijk
                    belastbaar feit vormt.</al><al>Onder het doornemen van de basisadministratie wordt niet verstaan het verrichten
                    van uitzoekwerk ter verhoging van de kwaliteit van de persoonsgegevens.
                    Bijvoorbeeld het op verzoek controleren van een adresgegeven dat wellicht
                    onjuist of onvolledig is. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties stelt zich op het standpunt dat het heffen van leges voor
                    het doornemen van de basisadministratie slechts in bepaalde gevallen mogelijk
                    is. Als een legesvrijstelling geldt voor het verstrekken van persoonsgegevens
                    kan een gemeente volgens het ministerie voor het doornemen van de
                    basisadministratie alleen leges heffen als dit leidt tot het verstrekken van
                    statistische informatie of aangehaakte gegevens, bijvoorbeeld hoeveel 65-
                    plussers er in een gemeente wonen. Leidt het doornemen tot het verstrekken van
                    GBA- gegevens, dan is legesheffing niet mogelijk.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister</tussenkop><al>Op grond van de Kieswet (Stb. 1989, 423) is het niet toegestaan inlichtingen
                    over de</al><al>kiesgerechtigdheid van bepaalde ingezetenen aan derden ter beschikking te
                    stellen. De gemeente kan op grond van artikel D 4 van de Kieswet alleen
                    inlichtingen verstrekken over de kiesgerechtigdheid van de aanvrager zelf.
                    Daarvoor kunnen leges geheven worden.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming
                    persoonsgegevens</tussenkop><al>Hoofdstuk 6 heeft betrekking op het verstrekken van gegevens op grond van de Wet
                    bescherming persoonsgegevens (Stb. 2000, 302; hierna: Wbp). Op grond van artikel
                    35 Wbp is het mogelijk gegevens te verstrekken. Artikel 39 Wbp voorziet in de
                    mogelijkheid om voor een verstrekking op grond van artikel 35 een vergoeding te
                    vragen. Het bedrag is sinds 26 maart 2008 gesteld op maximaal € 5,00. Bij
                    algemene maatregel van bestuur kunnen in bijzondere gevallen andere bedragen
                    worden gesteld. Dat is gebeurd in het Besluit kostenvergoeding rechten
                    betrokkene Wbp (Besluit van 13 juni 2001, Stb. 305).</al><al>In de tarieventabel zijn echter geen bedragen opgenomen.</al><al>Als gegevens het voorwerp zijn van verwerking omdat deze noodzakelijk zijn voor
                    de goede vervulling van de publiekrechtelijke taak van een bestuursorgaan of
                    voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke
                    voor de verwerking of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, kunnen
                    betrokkenen vanwege hun bijzondere persoonlijke omstandigheden verzet tegen de
                    verwerking aantekenen bij de verantwoordelijke (artikel 40 Wbp).</al><al>Voor de behandeling van een verzet mogen leges worden geheven. Onderdeel 1.6.3
                    voorziet hierin.</al><al>Ook hiervoor zijn in de tarieventabel echter geen bedragen opgenomen.</al><al>De in het kader van de Wbp geheven leges moeten worden teruggegeven indien
                    verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming plaatsvindt, dan wel het
                    verzet gegrond wordt bevonden (artikel 39, tweede lid, en artikel 40, derde lid,
                    Wbp).</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 Bestuursstukken</tussenkop><al>In dit hoofdstuk kunnen bedragen worden opgenomen voor het verstrekken van de
                    volgende stukken:</al><lijst><li nr="-"><al>de begroting en de rekening;</al></li><li nr="-"><al>het burgerjaarverslag;</al></li><li nr="-"><al>de raadsstukken en de raadsverslagen, waarbij naast de afgifte van een
                            afzonderlijk afschrift tevens de mogelijkheid is gegeven een abonnement
                            af te sluiten;</al></li><li nr="-"><al>de stukken van de raadscommissies en de verslagen van de vergaderingen
                            van die commissies. Ook hier bestaat de mogelijkheid tot het afsluiten
                            van een abonnement;</al></li><li nr="-"><al>het gemeenteblad, per los nummer en bij abonnement;</al></li><li nr="-"><al>gemeentelijke verordeningen.</al></li></lijst><al>In de tarieventabel zijn echter geen bedragen opgenomen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie</tussenkop><al>Voor het verstrekken van informatie omtrent onroerende zaken en dergelijke,
                    waaronder die uit gemeentelijke vastgoedbestanden is het mogelijk leges te
                    heffen. In dit hoofdstuk hebben wij tarieven opgenomen voor het verstrekken van
                    afschriften en kopieën uit deze bestanden. Ook zijn tarieven opgenomen voor
                    verstrekking in digitale vorm van die bestanden zelf.</al><tussenkop>Onderdeel 1.8.1 Fotokopieën of lichtdrukken</tussenkop><al>In onderdeel 18.1 hebben wij tariefbepalingen opgenomen voor het verstrekken van
                    een fotokopie of lichtdruk van een plan, zoals bestemmingsplan,
                    voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in
                    artikel 27 van de Wegenwet, structuurplan of stadsvernieuwingsplan.</al><tussenkop>Onderdeel 1.8.2 tot en met 1.8.4. Inlichtingen uit Geografische
                    informatiesystemen, waartoe bijvoorbeeld ook de gemeentelijke basisadministratie
                    adressen en gebouwen (BAG) en het Wkpb-register behoren.</tussenkop><al>De gemeente Zandvoort beschikt over diverse Geografische informatie systemen
                    (GIS). Een GIS is een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke)
                    gegevens/informatie over geografische objecten kan worden opgeslagen, beheerd,
                    bewerkt, geanalyseerd en/of gepresenteerd.</al><al>GIS-informatie kan dus bestaan uit kaart- en datamateriaal.</al><tussenkop>Onderdeel 1.8.5.1 Verstrekking uit de gemeentelijke basisregistratie
                    adressen en basisregistratie gebouwen (BAG)</tussenkop><al>De genoemde basisregistratie adressen en basisregistratie gebouwen (BAG)
                    omvatten het gemeentelijk adressenregister, de gemeentelijke
                    adressenregistratie, het gemeentelijk gebouwenregister en de gemeentelijke
                    gebouwenregistratie (artikel 2 Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG),
                    Stb. 2008, 39). In de wet staan hiervan de volgende definities:</al><lijst><li nr="-"><al>adressenregister: gemeentelijk register dat brondocumenten met
                            betrekking tot woonplaatsen, openbare ruimten en nummeraanduidingen
                            bevat (artikel 1, onderdeel b, Wet BAG); - adressenregistratie:
                            gemeentelijke registratie van alle woonplaatsen, openbare ruimten en
                            nummeraanduidingen op het grondgebied van de gemeente (artikel 1,
                            onderdeel c, Wet BAG);</al></li><li nr="-"><al>gebouwenregister: gemeentelijk register dat brondocumenten met
                            betrekking tot panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen
                            bevat (artikel 1, onderdeel h, Wet BAG) ;</al></li><li nr="-"><al>gebouwenregistratie: gemeentelijke registratie van alle panden,
                            verblijfsobjecten,</al></li></lijst><al>standplaatsen en ligplaatsen op het grondgebied van de gemeente (artikel 1,
                    onderdeel i, Wet BAG).</al><al>Afschriften uit deze registraties kunnen tegen verstrekkingskosten beschikbaar
                    worden gesteld.</al><al>Daarvoor is in onderdeel 1.8.5.1 een tarief opgenomen. Dit tarief geldt bovenop
                    de tariefbepalingen van de onderdelen 1.8.2 tot en met 1.8.4.</al><tussenkop>Onderdeel 1.8.5.2 Verstrekkingen uit Wegenlegger</tussenkop><al>Onderdeel 1.8.5.2 betreft de zogenaamde ‘wegenlegger’. Op grond van artikel 27
                    van de Wegenwet (Stb. 1930, 342) is iedere gemeente verplicht een legger op te
                    maken van buiten de bebouwde kom of kommen gelegen wegen en van toegangswegen
                    naar stations als bedoeld bij artikel 26, tweede lid, van de Spoorwegwet, ook al
                    zijn deze binnen een bebouwde kom gelegen. Van wegen welke deels binnen en deels
                    buiten de bebouwde kom of kommen van de gemeente zijn gelegen, wordt ook het
                    binnen een bebouwde kom gelegen deel op de legger gebracht, indien en voor zover
                    dat deel niet door de gemeente wordt onderhouden (artikel 28). Op de
                    voorbereiding van het ontwerp van de legger is de uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb van toepassing. De legger wordt in
                    het provinciaal en gemeentearchief bewaard (artikel 38 van de Wegenwet).
                    Onderdeel 1.8.5.2 betreft het geval dat de wegenlegger (ook) op het gemeentehuis
                    wordt aangehouden. Voor het gemeentearchief geldt hoofdstuk 10 van de
                    tarieventabel.</al><al><cursief>Onderdeel 1.8.5.3 Verstrekkingen uit Rijksmonumentenregister
                    </cursief>Dit onderdeel betreft het register van beschermde (Rijks-)monumenten,
                    bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 (Stb. 1988, 639).
                    Het register wordt door de minister van Onderwijs,</al><al>Cultuur en Wetenschappen aangehouden. De gemeente krijgt een afschrift van de
                    inschrijving in dit register. Artikel 6, derde lid, van de Monumentenwet 1988
                    bepaalt dat dit afschrift op de gemeentesecretarie ter inzage wordt neergelegd
                    en dat een ieder zich aldaar op zijn kosten afschriften kan doen
                    verstrekken.</al><tussenkop>Onderdeel 1.8.5.4 Verstrekkingen uit gemeentelijk vergunningenregister
                    monumenten</tussenkop><al>In onderdeel 1.8.5.4 is een tarief opgenomen voor het verstrekken van
                    afschriften uit het openbare register van beschermde monumenten bedoeld in
                    artikel 20 van de Monumentenwet 1988.</al><al>In dit register worden de omgevingsvergunningen (artikel 2.1, eerste lid, onder
                    f, Wabo) en vergunningen voor beschermde archeologische monumenten (artikel 11,
                    tweede lid, Monumentenwet</al><al>1988) geregistreerd, die zijn of worden geacht te zijn verleend voor het:</al><lijst><li nr="-"><al>slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van het
                            monument; of</al></li><li nr="-"><al>herstellen, gebruiken of laten gebruiken van het monument op een wijze,
                            waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</al></li></lijst><tussenkop>Onderdeel 1.8.5.5 Verstrekkingen uit gemeentelijk beperkingenregister of
                    -registratie</tussenkop><al>In onderdeel 1.8.5.5 is een tarief opgenomen voor informatie uit de
                    gemeentelijke</al><al>beperkingenregistratie en het gemeentelijke beperkingenregister. Volgens de Wet
                    kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb; Stb. 2004,
                    331) is de inzage van de gemeentelijke beperkingenregistratie en van documenten
                    uit het gemeentelijke beperkingenregister kosteloos. Alleen voor het verstrekken
                    van een afschrift, uittreksel of verklaring als bedoeld in artikel 9, eerste
                    lid, van de Wkpb mag de gemeente kostendekkende leges heffen (artikel 9, derde
                    lid, Wkpb).</al><al>Het gaat dan om:</al><lijst><li nr="a."><al>een gewaarmerkt afschrift of uittreksel van een in het gemeentelijke
                            beperkingenregister ingeschreven beperkingenbesluit, beslissing in
                            administratief beroep of rechterlijke uitspraak, dan wel
                            vervallenverklaring van een publiekrechtelijke beperking;</al></li><li nr="b."><al>een gewaarmerkt afschrift of uittreksel van in de gemeentelijke
                            beperkingenregistratie opgenomen gegevens, of;</al></li><li nr="c."><al>een schriftelijke verklaring dat er blijkens de in de gemeentelijke
                            beperkingenregistratie opgenomen gegevens geen publiekrechtelijke
                            beperking van kracht is ten aanzien van de daarbij aangegeven onroerende
                            zaak of zaken.</al></li></lijst><tussenkop>Inzage in vastgoedregistraties kosteloos</tussenkop><al>Voor de inzage in de gemeentelijke vastgoedregistraties hebben wij geen
                    modelbepalingen opgenomen. De gemeentelijke bemoeienis daarmee zal gering zijn.
                    Bovendien lijken enkele van de hierboven genoemde wetten ervan uit te gaan dat
                    inzage kosteloos plaatsvindt. In de Wkpb is dat ook expliciet opgenomen (artikel
                    9, eerste lid, Wkpb).</al><tussenkop>Gemeentelijke kadastrale balie: tarieven centraal vastgesteld</tussenkop><al>Op grond van artikel 105 van de Kadasterwet (laatstelijk integraal gepubliceerd
                    in Stb. 1996, 473; daarna gewijzigd) is het voor gemeenten mogelijk, onder
                    gebruikmaking van een permanente aansluiting op de basisregistratie kadaster
                    (‘Kadaster-on-line), een loketfunctie namens het Kadaster te vervullen
                    (gemeentelijke kadastrale balie). De door de gemeenten namens het Kadaster te
                    verstrekken kadastrale informatie valt onder de vigeur van de Kadasterwet. Het
                    door gemeenten aan derden in rekening te brengen tarief voor het verstrekken van
                    informatie namens het Kadaster is het tarief genoemd in de Regeling tarieven
                    Kadaster (Stcrt. 2003, nr. 244, pag. 17). In de overeenkomst met het Kadaster
                    zal zijn opgenomen dat een deel van het voor de informatie verschuldigde
                    kadastraal tarief door de gemeente kan worden behouden.</al><tussenkop>Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken</tussenkop><al>Op grond van hoofdstuk 9 kunnen leges geheven worden voor het verstrekken van
                    een verklaring omtrent het gedrag, een bewijs van in leven zijn (attestatie de
                    vita) of een legalisatie van een handtekening. Er is geen aanvulling met andere
                    dienstverlening die niet in deze tarieventabel zijn genoemd en tot de overige
                    publiekszaken kunnen worden gerekend.</al><tussenkop>Onderdeel 1.9.1 Verklaring omtrent het gedrag</tussenkop><al>Sinds 1 april 2004 beslist niet langer de burgemeester, maar de minister van
                    Justitie over het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag. De maximale
                    hoogte van de hiervoor te heffen leges wordt door het Rijk vastgesteld. Vanaf 1
                    januari 2006 bedraagt die maximale vergoeding € 30,05. De gemeente moet hiervan
                    € 22,55 aan het Rijk afdragen. Het verschil is een vergoeding die de gemeente
                    krijgt voor de werkzaamheden die zij voor de behandeling van een dergelijke
                    aanvraag moet uitvoeren (Regeling leges en afdracht vergoeding afgifte
                    verklaring omtrent het gedrag voor natuurlijke personen en rechtspersonen;
                    Stcrt. 2005, 242, pag. 23, en Stcrt. 2008, 23, pag. 12. Lbr. 06/170 – nabetaling
                    Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) (22-11-2006)). Aangezien het Rijk een maximaal
                    te heffen bedrag vaststelt, is het noodzakelijk dat de gemeente een tarief in de
                    Legesverordening opneemt.</al><tussenkop>Onderdeel 1.9.2 Bewijs van in leven zijn (Attestatie de vita)</tussenkop><al>Een attestatie de vita is een bewijs van in leven zijn. Het is een uittreksel
                    uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) waarin staat vermeld dat een
                    bepaalde persoon in leven is. Hiervoor is in onderdeel 1.9.2 een tariefbepaling
                    opgenomen. Een bewijs van in leven zijn (attestatie de vita) is gratis als
                    iemand kan aantonen dat het voor pensioen is.</al><tussenkop>Onderdeel 1.9.3 Legalisatie van een handtekening</tussenkop><al>Bij legalisatie van een handtekening verklaart de burgemeester dat een
                    handtekening op een bepaald document 'echt' is. Dat wil zeggen dat deze
                    overeenkomt met de handtekening op uw legitimatiebewijs. De handtekening moet
                    aan de balie gezet worden. Legalisatie van een handtekening kan bijvoorbeeld
                    nodig zijn als iemand een persoon in het buitenland schriftelijk wil machtigen.
                    Voor de legalisatie kunnen leges worden geheven. Onderdeel 1.9.3 voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Hoofdstuk 10 Gemeentearchief</tussenkop><al>Gemeentearchieven kunnen worden onderscheiden in archiefbewaarplaatsen in de zin
                    van de Archiefwet 1995 (Stb. 276) en andere archieven.</al><al>Op grond van artikel 14 van de Archiefwet 1995 zijn de archiefbescheiden die in
                    een</al><al>archiefbewaarplaats berusten openbaar (behoudens het bepaalde in de artikelen
                    15, 16 en 17), en kunnen deze archiefbescheiden kosteloos geraadpleegd worden.
                    Als iemand zelf de archiefbescheiden raadpleegt, kunnen dus geen leges geheven
                    worden.</al><al>Met betrekking tot andere archieven dan archiefbewaarplaatsen is in de
                    Archiefwet 1995 niet geregeld dat deze openbaar zijn en dat deze kosteloos
                    geraadpleegd kunnen worden. In beginsel zou daarvoor, indien raadpleging wordt
                    toegestaan, dus legesheffing mogelijk zijn. In de modelverordening zijn hiervoor
                    geen tarieven opgenomen. Als iemand zelf de archieven raadpleegt, zullen er
                    immers nauwelijks kosten voor de gemeente zijn.</al><tussenkop>Onderdeel 1.10.1 Doen van naspeuringen</tussenkop><al>In onderdeel 1.10.1 een tarief opgenomen voor het doen van naspeuringen in het
                    gemeentearchief.</al><al>Het gaat hierbij dus uitsluitend om het van gemeentewege doen van naspeuringen.
                    Het tarief is afhankelijk gesteld van de tijd die de ambtenaar van het
                    gemeentearchief aan het doen van de naspeuringen heeft besteed. Ook indien het
                    doen van de naspeuringen niet heeft geleid tot het gewenste resultaat zijn de
                    leges verschuldigd.</al><tussenkop>Onderdeel 1.10.2 Verstrekken van kopieën of uittreksels uit
                    gemeentearchief</tussenkop><al>In onderdeel 1.10.2 zijn tarieven opgenomen voor het verstrekken van kopieën of
                    uittreksels uit de in het gemeentearchief berustende stukken. Ook met betrekking
                    tot archiefbewaarplaatsen is een dergelijk tarief toelaatbaar. Dit blijkt uit
                    het bepaalde in artikel 14 van de Archiefwet 1995.</al><al>De onderdelen 1.10.1 en 1.10.2 kunnen cumuleren.</al><al>In hoofdstuk 10 is een onderscheid gemaakt tussen het verkrijgen van afschriften
                    (onderdeel 1.10.2.1) en uittreksels (1.10.2.2). De werkzaamheden in verband met
                    het verstrekken van deze stukken zijn uiteenlopend van aard, zodat het voor de
                    hand ligt daarvoor verschillende tarieven in rekening te brengen. In hoofdstuk
                    10 is niet voorzien in een differentiatie naar gelang de soort van de
                    afschriften.</al><al>Het zal duidelijk zijn dat afschriften in zeer verschillende vormen mogelijk
                    zijn. Daarbij valt te denken aan fotokopieën, foto’s, afdrukken in kleur, dia’s
                    etc. Uiteraard staat het gemeenten vrij daarvoor verschillende tarieven in de
                    verordening op te nemen.</al><al>Ook kan het tarief gedifferentieerd worden naar de grootte van het afschrift,
                    wat vooral voor de verstrekking van kaarten van belang kan zijn.</al><tussenkop>Hoofdstuk 11 Huisvestingswet</tussenkop><al>De Huisvestingswet geeft in artikel 5 aan gemeenten de mogelijkheid, niet de
                    verplichting, een huisvestingsverordening vast te stellen waarin de (soorten)
                    woonruimten worden aangewezen waarvoor het vergunningvereiste geldt. Het gaat
                    hierbij om een vergunning in de zin van artikel 7, eerste lid, van de
                    Huisvestingswet (huisvestingsvergunning).</al><al>Een gemeente die gebruik maakt van de mogelijkheid van artikel 5 van de
                    Huisvestingswet kan voor het verhaal van de met de vergunningprocedure
                    samenhangende kosten een tarief in de Legesverordening opnemen. Onderdeel 1.11.1
                    van de tarieventabel bevat daarvoor een bepaling.</al><al>De gemeenteraad kan in het belang van een evenwichtige en rechtvaardige
                    verdeling van woonruimte in de huisvestingsverordening bepalen dat het college
                    van burgemeester en wethouders een register van woningzoekenden bijhoudt
                    (artikel 14 van de Huisvestingswet). Aan het inschrijven van woningzoekenden
                    zijn voor de gemeente kosten verbonden. Verhaal kan plaatsvinden door het heffen
                    van leges. Er is daarvoor niet gekozen.</al><al>De gemeente kan aan derden gegevens uit het register van woningzoekenden
                    verstrekken, dit met inachtneming van de voorwaarden van artikel 15 van de
                    Huisvestingswet. Voor het verhaal van kosten bevat onderdeel 1.11.3 van de
                    tarieventabel een bepaling. Er is voor gekozen om daarvoor geen tarief op te
                    nemen.</al><al>De gemeenteraad kan (op grond van artikel 30 van de Huisvestingswet) in de
                    huisvestingsverordening woonruimten aanwijzen die met het oog op het behoud of
                    de samenstelling van de woonruimtevoorraad niet zonder vergunning van het
                    college van burgemeester en wethouders:</al><lijst><li nr="-"><al>geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning onttrokken mogen
                            worden (artikel 30, eerste lid, onderdeel a);</al></li><li nr="-"><al>met andere woonruimte samengevoegd mogen worden (artikel 30, eerste lid,
                            onderdeel b);</al></li><li nr="-"><al>van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte omgezet mogen worden
                            (artikel 30, eerste lid, onderdeel c).</al></li></lijst><al>Op grond van de onderdelen 1.11.4 tot en met 1.11.6 van de tarieventabel kan de
                    gemeente de kosten van de vergunningprocedures verhalen.</al><al>Het in behandeling nemen van een aanvraag om een splitsingsvergunning op grond
                    van artikel 33 van de Huisvestingswet is opgenomen in hoofdstuk 4 van titel 3
                    van de tarieventabel. Screening van de model-Huisvestingsverordening, waarin de
                    vergunningen zijn uitgewerkt, heeft uitgewezen dat die vergunning onder de
                    Europese Dienstenrichtlijn valt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 12 Leegstandwet</tussenkop><al>Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet kan het college van
                    burgemeester en wethouders de eigenaar van een woning of een gebouw vergunning
                    verlenen tot tijdelijke verhuur van woonruimte. De verwachting is dat in verband
                    met de economische crisis meer van de mogelijkheid van tijdelijke verhuur
                    gebruik zal worden gemaakt.</al><al>Op grond van artikel 15, vierde lid, van de Leegstandwet wordt de vergunning ten
                    aanzien van hetzelfde gebouw of dezelfde woning slechts eenmaal verleend en wel
                    voor een duur van ten hoogste twee jaren. Op verzoek van de eigenaar kunnen
                    burgemeester en wethouders deze duur telkens met ten hoogste een jaar verlengen.
                    De gehele duur van de vergunning kan maximaal vijf jaren zijn.</al><tussenkop>Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie</tussenkop><al>Op grond van hoofdstuk 13 kunnen leges geheven worden voor het verstrekken van
                    een gemeentegarantie. Overigens verstrekken de meeste gemeenten sinds 1 januari
                    1995 geen gemeentegaranties meer als borgstelling voor hypotheken van
                    huiseigenaren. In veel gemeenten is per die datum de gemeentegarantie volledig
                    vervangen door de Nationale hypotheekgarantie (NHG) die wordt verstrekt door de
                    Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Uiterlijk 1 januari 2012
                    beëindigen gemeenten beëindigen hun achtervangovereenkomsten met de WEW.</al><al>Gemeentegaranties kunnen echter op grond van gemeentelijk beleid nog in andere
                    gevallen worden verstrekt, bijvoorbeeld aan instellingen die, zonder
                    winstoogmerk, uitsluitend een publieke taak of ideëel doel dienen.</al><al>Voor het wijzigen of omzetten van een door de gemeente (in het verleden)
                    gegarandeerde hypothecaire geldlening is eveneens legesheffing mogelijk.
                    Onderdeel 1.13.2 voorziet hierin. Het gaat daarbij onder andere om het omzetten
                    van de financieringsvorm (bijvoorbeeld het omzetten van een lineaire hypotheek
                    in een spaarhypotheek. Omdat dit niet in de gemeente voorkomt zijn er geen
                    tarieven benoemd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 14 Marktstandplaatsen</tussenkop><al>Het gaat in hoofdstuk 14 om de dienstverleningen om:</al><lijst><li nr="-"><al>een standplaatsvergunning (onderdeel 1.14.1);</al></li><li nr="-"><al>overschrijven van de standplaatsvergunning op naam van een ander
                            (onderdeel 1.14.2);</al></li><li nr="-"><al>een vervangingsvergunning (onderdeel 1.14.3);</al></li><li nr="-"><al>een ontheffing om de standplaats tot de sluitingstijd van de markt te
                            blijven innemen (onderdeel 1.14.4).</al></li></lijst><al>Voor deze aanvragen om vergunningen zijn geen tariefbepalingen opgenomen.</al><al>In de Marktgeldverordening zijn alleen tarieven opgenomen voor het daadwerkelijk
                    gebruiken van de als marktterrein aangewezen gemeentegrond.</al><al>Ook voor de in hoofdstuk 2 van titel 3 opgenomen vergunning voor de organisatie
                    van een markt, welke vergunningprocedure valt onder de Europese
                    Dienstenrichtlijn, is geen tarief opgenomen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 15 Winkeltijdenwet</tussenkop><al>Op grond van de Winkeltijdenwet (Stb. 1996, 182) is opening van winkels op
                    werkdagen toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Daaraan kunnen gemeenten geen
                    beperkingen stellen. De Winkeltijdenwet biedt de mogelijkheid om ook buiten de
                    wettelijke tijden winkelopening toe te staan. Daarvoor kunnen bij verordening
                    vrijstellingen van bepaalde in de Winkeltijdenwet opgenomen verboden worden
                    verleend. Het is ook mogelijk dat de raad bij verordening bepaalt dat het
                    college van burgemeester en wethouders vrijstelling of ontheffing van bepaalde
                    verboden kan verlenen. In de modelverordening winkeltijden is zoveel mogelijk
                    gekozen voor een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders.
                    Daarbij verdient opmerking dat de Winkeltijdenwet en het Vrijstellingenbesluit
                    Winkeltijdenwet (Stb. 1996, 183) spreken over vrijstellingen, indien een
                    regeling bij of krachtens een verordening (de verordening winkeltijden) is of
                    zal worden getroffen voor de hele gemeente, een deel van de gemeente of groepen
                    van gevallen. Van een ontheffing wordt gesproken indien een aanvraag wordt
                    gedaan om ‘individuele vrijstelling’ van een verbod. Het college van
                    burgemeester en wethouders is bevoegd ontheffing te verlenen.</al><al>In onderdeel 1.15.1 hebben wij een tariefbepaling voor deze ontheffingen
                    opgenomen. Wij zijn er daarbij van uit gegaan dat de met de aanvragen voor de
                    verschillende ontheffingen gepaard gaande werkzaamheden ongeveer gelijk
                    zijn.</al><al>De modelverordening winkeltijden voorziet in artikel 3 in de mogelijkheid de
                    ontheffing na verkregen toestemming van het college van burgemeester en
                    wethouders over te dragen aan een ander. Onderdeel 1.15.2 maakt het mogelijk
                    daarvoor leges te heffen. Op grond van artikel 4 van de modelverordening
                    winkeltijden is het mogelijk in bepaalde gevallen een verleende ontheffing in te
                    trekken of te wijzigen. Onderdeel 1.15.3 voorziet erin daarvoor leges te
                    heffen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 16 Kansspelen</tussenkop><tussenkop>Onderdeel 1.16.1 Aanwezigheidsvergunning</tussenkop><al>Voor de aanwezigheid van speelautomaten als bedoeld in artikel 30b van de Wet op
                    de kansspelen (Stb. 1964, 483) is een aanwezigheidsvergunning vereist, af te
                    geven door de burgemeester. De aanwezigheidsvergunning kan op grond van artikel
                    30d, tweede lid, voor bepaalde of onbepaalde tijd worden afgegeven.</al><al>In artikel 30d, derde lid, is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur
                    regels worden vastgesteld betreffende de hoogte van de voor het afgeven van deze
                    vergunningen te hanteren tarieven. Deze nadere regels zijn opgenomen in artikel
                    3 van het Speelautomatenbesluit 2000 (Stb. 2000, 223). De in dat artikel
                    opgenomen bedragen vormen voor gemeenten maximum te heffen legesbedragen. De
                    tarieven zijn afhankelijk gesteld van de periode waarvoor de vergunning wordt
                    afgegeven en het aantal speelautomaten. De maximumleges voor een
                    aanwezigheidsvergunning zijn:</al><al>looptijd vergunning maximumleges</al><lijst><li nr="-"><al>voor een periode van 3 jaar voor één (eerste) kansspelautomaat (tarief ;
                            zie tarieventabel betreffende jaar)</al></li><li nr="-"><al>voor een periode van 3 jaar voor iedere volgende kansspelautomaat
                            (tarief : zie tarieventabel betreffende jaar)</al></li></lijst><al>Artikel 3, tweede lid, van dat besluit bepaalt namelijk dat voor
                    aanwezigheidsvergunningen die gelden voor een tijdvak korter dan twaalf maanden
                    of langer dan twaalf maanden doch ten hoogste vier jaar, de in het eerste lid
                    van artikel 3 genoemde maximumbedragen naar evenredigheid van het verschil in
                    looptijd van de vergunning moeten worden verlaagd onderscheidenlijk
                    verhoogd.</al><al>In hoofdstuk 16 is geen tarief opgenomen voor het wijzigen van een vergunning
                    zodat een aan te brengen wijziging alleen via de afgifte van een nieuwe
                    vergunning mogelijk is.</al><al>Door de Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband
                    met lastenverlichting voor burgers en bedrijfsleven (Stb. 2010, 205 en 206), is
                    er sinds 1 juli 2010 alleen nog een aanwezigheidsvergunning nodig voor
                    kansspelautomaten. Voor behendigheidsautomaten is de vergunningplicht vervallen.
                    Ook de prijsvraagvergunning van artikel 28 van de Wet op de kansspelen is
                    vervallen.</al><tussenkop>Onderdeel 1.16.2 Loterijvergunning</tussenkop><al>In onderdeel 1.16.2 is een tarief opgenomen voor zogenaamde
                    ‘loterijvergunningen’. Op grond van artikel 3 van de Wet op de kansspelen kan
                    het college van burgemeester en wethouders een vergunning verlenen tot het geven
                    van gelegenheid om mede te dingen naar prijzen of premies uitsluitend om met de
                    opbrengst daarvan enig algemeen belang te dienen. Het college van burgemeester
                    en wethouders kan uitsluitend de vergunning verlenen als de gezamenlijke waarde
                    van de prijzen minder bedraagt dan € 4.500. In andere gevallen verleent de
                    minister van Justitie de vergunning.</al><al>Indien het gezamenlijke bedrag van de prijzen en premies geen hogere waarde
                    heeft dan € 4.500 is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot
                    verlening van de loterijvergunning (artikel 3 Wet op de kansspelen). Bij hogere
                    waarden is de minister van Justitie bevoegd. Voor de gevallen waarin de minister
                    van Justitie bevoegd is, zijn de tarieven voor het behandelen van de
                    vergunningaanvragen opgenomen in artikel 3a van het Kansspelenbesluit (Stb.
                    1997, 616). Dit besluit bevat geen tariefbepalingen voor de gevallen dat het
                    college van burgemeester en wethouders bevoegd is voor het behandelen van de
                    aanvraag om een loterijvergunning. Dat betekent dat de gemeente zelf de hoogte
                    van het legestarief kan vaststellen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 17 Kinderopvang</tussenkop><al>In hoofdstuk 17 zijn geen tarieven opgenomen voor het verstrekken van een
                    uittreksel of inlichtingen uit het kinderopvangregister.</al><al>In artikel 45 Wet kinderopvang (Stb. 2004, 455) staat dat degene die voornemens
                    is een kindercentrum of gastouderbureau in exploitatie te nemen, daarvan melding
                    doet aan het college van de gemeente van vestiging. De Wet kinderopvang bepaalt
                    in artikel 46 dat het college een register bijhoudt van gemelde kindercentra en
                    gastouderbureaus en dat het register kosteloos ter inzage moet liggen. In de
                    uitvoeringsregeling is geregeld dat het college een ieder op aanvraag
                    uittreksels uit het register en inlichtingen over in het register opgenomen
                    gegevens verstrekt.</al><al>Een uittreksel kan als bewijs dienen dat een kindercentrum of gastouderbureau
                    ingeschreven is (geweest) in het register. Een uittreksel of inlichting uit het
                    register wordt tegen betaling van de werkelijke kosten verstrekt. Het gaat dan
                    om kosten die direct of indirect door de dienstverlening zijn veroorzaakt.</al><al>Overigens kunnen geen andere kosten voor melding en registratie bij derden,
                    zoals bijvoorbeeld de houders, in rekening worden gebracht. Voor gemeentelijke
                    taken onder de Wet kinderopvang is via het gemeentefonds een bedrag aan
                    gemeenten ter beschikking gesteld. Dit zijn met name middelen voor
                    subsidiekosten van de wettelijke doelgroepen en voor de uitvoering van het
                    toezicht door de GGD’en.</al><al>Daarnaast zijn deze middelen bedoeld voor “organisatorische taken”. Zie in dit
                    verband de toelichting in de junicirculaire 2004 Gemeentefonds (paragraaf 3.10).
                    De gemeentelijke taken met betrekking tot melding en registratie van
                    kinderopvangondernemers vallen onder deze laatste noemer. Aangezien de kosten
                    voor gemeenten via het gemeentefonds worden vergoed, is legesheffing voor het in
                    behandeling nemen van de melding - daaronder begrepen de registratie en eerste
                    (kwaliteits)controle door de GGD - niet aan de orde.</al><tussenkop>Hoofdstuk 18 Telecommunicatie</tussenkop><al>Hoofdstuk 18 ziet op de gevallen dat graafwerkzaamheden in openbare grond nodig
                    zijn voor het leggen of verleggen van telecomleidingen door aanbieders van een
                    openbaar elektronisch communicatienetwerk in het kader van de
                    Telecommunicatiewet. Deze wet geeft aan het college van burgemeester en
                    wethouders een coördinerende rol met betrekking tot deze graafwerkzaamheden
                    teneinde deze wat betreft plaats, tijdstip en wijze van uitvoering op elkaar af
                    te stemmen. In verband hiermee is in artikel 5.4, eerste lid, van de
                    Telecommunicatiewet geregeld dat genoemde aanbieders het voornemen tot het
                    verrichten van werkzaamheden melden aan het college van burgemeester en
                    wethouders van de betreffende gemeente en niet overgaan tot uitvoering dan nadat
                    zij van het college instemming hebben verkregen over plaats, tijdstip en wijze
                    van uitvoering van de werkzaamheden. Bij gelegenheid van de herziening van
                    hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet die 1 februari 2007 in werking is
                    getreden, is opgemerkt dat de melding kan worden gezien als een aanvraag in de
                    zin van de Algemene wet bestuursrecht om in te stemmen met het voorstel van de
                    aanbieder met betrekking tot de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering
                    van de werkzaamheden (Kamerstukken II 2004–2005, 29834, nr. 3, blz. 52),</al><al>Het verdient aanbeveling de tariefbepalingen af te stemmen op de
                        <cursief>Richtlijn Tarieven</cursief></al><al><cursief>(graaf)werkzaamheden</cursief>. Zie de VNG ledenbrief 04/26 - Richtlijn
                    Tarieven (graaf)werkzaamheden telecom (29 maart 2004). Deze tarieven worden
                    jaarlijks geïndexeerd. In deze richtlijn is onder meer een
                    beheerkostenvergoeding geregeld. Onder beheerkosten worden verstaan de kosten
                    van toezicht op de uitvoering van het herstel, ongeacht of de uitvoering van dit
                    herstel is gedaan door de telecomaanbieder of de gemeente.</al><al>Werkzaamheden die vallen onder de beheerkosten zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>toezicht op de verkeersveiligheid bij herstel;</al></li><li nr="-"><al>toezicht op kwaliteit van aanleg, verdichting en bestrating van
                            herstel;</al></li><li nr="-"><al>monitoring onderhoud inclusief klachtenafhandeling tijdens de
                            onderhoudsperiode;</al></li><li nr="-"><al>administratiekosten die niet bij de leges in rekening zijn
                            gebracht;</al></li><li nr="-"><al>eerste en tweede oplevering van herstelwerkzaamheden.</al></li></lijst><al>De werkzaamheden die de gemeente verricht en waarvoor bij het verlenen van het
                    instemmingbesluit leges worden geheven, vallen niet onder de berekening van de
                    beheerkosten in deze richtlijn. De berekening van de beheerkosten is gebaseerd
                    op een strikte scheiding van werkzaamheden die onder de leges vallen en
                    werkzaamheden die onder de beheerkosten vallen.</al><al>De richtlijn geldt niet voor gesloten verhardingen zoals asfalt en cementbeton,
                    grootschalige en kleinschalige verhardingselementen, gefundeerde verharding,
                    plantsoenen en bomen. Dit betekent dat hiervoor geen tarieven zijn opgenomen in
                    de richtlijn. Over een en ander dienen tussen de gemeente en de aanbieder op
                    projectniveau, of indien mogelijk generiek, afspraken gemaakt te worden, waarbij
                    wordt afgestemd met de tariefbepaling in de Legesverordening.</al><al>Bovengenoemde beheerkosten dienen dus niet in de leges te worden verdisconteerd.
                    De kosten van de volgende activiteiten zouden onder de legesheffing kunnen
                    worden gebracht:</al><lijst><li nr="-"><al>overleg met aanvrager over tijd, plaats en werkwijze van de
                            werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>opstellen (verkeerskundige) adviezen;</al></li><li nr="-"><al>(technisch) beoordelen van het werk;</al></li><li nr="-"><al>beoordelen overige (bovengrondse of maaiveld) voorzieningen;</al></li><li nr="-"><al>eventueel overleg met andere grondeigenaren en toets van de bereikte
                            overeenstemming met die grondeigenaren door de aanvrager;</al></li><li nr="-"><al>onderzoek naar de status van het werk;</al></li><li nr="-"><al>aanwijzen van de plaats van de aan te leggen (ondergrondse)
                            infrastructuur;</al></li><li nr="-"><al>indien eigen gemeentelijk registratiesysteem van kabels en leidingen,
                            verstrekken gegevens aan de aanvrager, beoordelen van het grondgebruik,
                            afstemming met andere kabel- en leidingbeheerders, maken van
                            revisietekeningen en updaten van digitale of analoge bestanden;</al></li><li nr="-"><al>coördinatie en afstemming met overige werken in de openbare ruimte; -
                            beoordelen en sturen van het werk uit oogpunt van stedelijke
                            bereikbaarheid;</al></li><li nr="-"><al>publiceren van meldingen en/of (concept-)instemmingsbesluiten;</al></li><li nr="-"><al>administratieve handelingen van de gemeente en overige kosten
                            (vergaderkosten,</al></li></lijst><al>reiskosten, personele kosten, kosten van bijhouden van (geautomatiseerde)
                    bestanden, uitwerken alternatieve plannen e.d.).</al><al>In onderdeel 1.18.1 hebben wij gekozen voor een vast bedrag dat wordt
                    vermeerderd met een bedrag per strekkende meter sleuflengte. Meer sleuflengte
                    betekent meer meters kabels of leidingen, wat de complexiteit van de coördinatie
                    zal verhogen. In verband met dit laatste is geen tariefonderscheid gemaakt
                    tussen graafwerkzaamheden in verhard oppervlak (1.18.1.1: tegel-, klinker- en
                    sierbestratingen, gesloten verhardingen) en onverhard oppervlak (1.18.1.2:
                    bermen, groenstroken en dergelijke).</al><al>Aangezien de hierboven genoemde richtlijn niet geldt voor gesloten verharding
                    moet, indien de tariefbepaling in de Legesverordening ook voor gesloten
                    verharding geldt, bij het maken van nadere afspraken over de beheerkosten
                    hiermee rekening worden gehouden. Dit kan aanleiding zijn het tarief voor
                    gesloten verharding af te splitsen van het tarief voor klinkerverharding e.d.,
                    zoals nu nog als één tarief is opgenomen in onderdeel 1.18.1.1.</al><al>Vanzelfsprekend kan ook alleen voor het vaste bedrag worden gekozen .</al><al>Het tarief per strekkende meter sleuf is alleen van toepassing voor zover de
                    werkzaamheden niet plaatsvinden in grond van andere overheden, zoals
                    waterschappen en provincies. In deze situaties zijn de werkzaamheden voor de
                    gemeente minder ingrijpend dan wanneer de werkzaamheden in gemeentegrond of
                    particuliere grond plaatsvinden. Indien de werkzaamheden in waterschaps- of
                    provincie- of rijksgronden plaatsvinden, geldt het bepaalde in onderdeel
                    1.18.1.3.</al><al>Het tarief van onderdeel 1.18.1 kan eventueel ook worden gedifferentieerd naar
                    gebied waarbinnen de graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Deze differentiatie
                    gaat ervan uit dat in bijvoorbeeld het centrum de coördinerende taak meer kosten
                    oproept, dan wel dat de kosten toenemen naarmate het graaftraject groter
                    is.</al><al>Onderdeel 1.18.1.3 ziet op de gevallen dat er andere beheerders van het openbaar
                    gebied in het geding zijn.</al><al>De in onderdeel 1.18.1.4 genoemde situatie dat de aanvrager van een
                    instemmingsbesluit ook nog een vergunning, al dan niet van een ander
                    bestuursorgaan, nodig heeft en daarvoor het college kan verzoeken bij de
                    beoordeling van de aanvragen een inhoudelijke afstemming te bevorderen (artikel
                    5.5 Telecommunicatiewet), komt niet voor. Er is dan ook geen tarief opgenomen.
                    Onderdeel 1.18.1.5 heeft betrekking op de incidentele gevallen dat een nader
                    onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt. Het zal dan vooral gaan om
                    onbekende aanbieders. Onderdeel 1.18.1.5 maakt het mogelijk zowel de eigen
                    kosten als de eventuele externe advieskosten door te berekenen. Voor de
                    mededeling van deze, bij het indienen van de melding vaak nog onbekende kosten,
                    hebben wij gekozen voor de zogenaamde begrotingsconstructie. De melder dient op
                    de hoogte te worden gesteld van deze kosten en gelegenheid te krijgen zijn
                    aanvraag in te trekken voordat de aanvraag in behandeling wordt genomen.
                    Onderdeel 1.18.2 voorziet daarin.</al><al>De <cursief>Hoge Raad </cursief>heeft de begrotingsconstructie aanvaard in zijn
                    uitspraak van <cursief>2 december 2005, nr. 40079, LJN: AR7769</cursief>. De
                    Hoge Raad oordeelt daarin bovendien dat als de meerdaagse bedenktijd in de
                    verordening ontbreekt, dit niet leidt tot onverbindendheid. In voorkomend geval
                    kan de belastingplichtige de heffing bestrijden op de grond dat de gemeente de
                    aanvraag in behandeling neemt (waarmee het belastbare feit plaatsvindt) zonder
                    voldoende zeker te zijn of de kostenopgaaf de aanvrager al dan niet aanleiding
                    geeft de aanvraag in te trekken.</al><tussenkop>Hoofdstuk 19 Verkeer en vervoer</tussenkop><tussenkop>Onderdeel 1.19.1</tussenkop><al>Op grond van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                    (RVV 1990, Stb. 459) kan het bevoegde gezag ontheffing verlenen van het bepaalde
                    in een aantal in artikel 87 genoemde artikelen. Het college van burgemeester en
                    wethouders, de door hem ingestelde bestuurscommissie of het dagelijks bestuur
                    van een deelgemeente, is het bevoegde gezag voor het verkeer op wegen die niet
                    in beheer zijn bij het rijk, de provincie of het waterschap (artikel 1, onder h,
                    RVV 1990 in samenhang met artikel 18, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994).
                    Onderdeel 1.19.1 heeft betrekking op de hiervoor genoemde ontheffingen. Daarbij
                    kan gedacht worden aan ontheffingen die worden verleend bij wielerwedstrijden of
                    straatfeesten.</al><tussenkop>Onderdeel 1.19.2</tussenkop><al>De Dienst voor het wegverkeer (RDW) is sinds 1 januari 2006 bevoegd voor het in
                    behandeling nemen van een aanvraag en de afgifte van een ontheffing voor
                    exceptionele transporten voor alle wegbeheerders in heel Nederland (artikel
                    149a, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit ontheffingverlening
                    exceptionele transporten (Stb. 2005, 438). Op grond van artikel 9.1 van de
                    Regeling voertuigen (Stcrt. Suppl. 2010, 81) kan het bevoegde gezag echter
                    ontheffing verlenen voor bijzondere transporten van ongekentekende voertuigen,
                    zoals landbouwvoertuigen (vóór 1 mei 2010 was die bevoegdheid gebaseerd op
                    artikel 7.1 van het Voertuigreglement, dat per die datum is vervallen; Stb.
                    2010, 184). De ontheffingsbevoegdheid betreft de ontheffing van bepalingen en
                    voorwaarden waaraan een voertuig moet voldoen om daarmee te mogen rijden. De
                    ontheffingen kunnen niet alleen betrekking hebben op wegen gelegen binnen, maar
                    ook op wegen buiten de bebouwde kom. Aanvragen voor ontheffingen voor
                    ongekentekende voertuigen kunnen bij de gemeente worden ingediend als zij
                    wegbeheerder is (zie bij onderdeel 1.19.1). </al><al>Artikel 9.4, eerste lid, van de Regeling voertuigen bepaalt dat het bevoegde
                    gezag tarieven kan vaststellen voor het behandelen van aanvragen tot ontheffing.
                    Onderdeel 15.1.2 voorziet hierin. Artikel 9.4, tweede lid, van de Regeling
                    voertuigen bepaalt verder dat het bevoegde gezag kan bepalen dat in geval van
                    weigering of buiten behandeling laten van een aanvraag een deel van het voldane
                    tarief wordt terugbetaald aan de aanvrager. Het spreekt voor zich dat een
                    dergelijke bepaling niet voorbehouden behoeft te blijven aan de ontheffing als
                    bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen. Wij hebben - gelet op de
                    hoogte van de tarieven - alleen bij de omgevingsvergunningen voor bouw-, aanleg-
                    en sloopactiviteiten teruggaafbepalingen wenselijk geoordeeld (zie hoofdstuk 5
                    van titel 2 van de tarieventabel).</al><al>De gemeentelijke wegbeheerder kan haar ontheffingsbevoegdheid mandateren aan de
                    RDW (die dan dus het gemeentelijk tarief moet hanteren). Als de
                    ontheffingverlening is gemandateerd aan de RDW, moet ook de heffing van de leges
                    via mandaatverlening (door de heffingsambtenaar) worden geregeld.</al><al>De heffingsbevoegdheden kunnen daarbij bijvoorbeeld worden beperkt tot het
                    vaststellen van het verschuldigde bedrag. De invordering (in eerste aanleg) kan
                    door middel van een machtiging aan de directeur van de RDW worden opgedragen
                    (door de invorderingsambtenaar).</al><tussenkop>Onderdeel 1.19.3</tussenkop><al>Onderdeel 1.19.3 heeft betrekking op het verstrekken van
                    gehandicaptenparkeerkaarten. Op grond van artikel 49 van het Besluit
                    administratieve bepalingen inzake het wegverkeer kan aan een gehandicapte die
                    zich niet of nauwelijks te voet kan voortbewegen door de raad of, krachtens
                    besluit van de raad, door het college van burgemeester en wethouders van de
                    gemeente waar hij als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens is
                    ingeschreven, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 20 Algemeen</tussenkop><tussenkop>Onderdeel 1.20.1 Overige vergunningen</tussenkop><al>In onderdeel 1.20.1 kunnen tarieven opgenomen worden voor vergunningen,
                    vrijstellingen of ontheffingen die op grond van bepalingen in de gemeentelijke
                    verordeningen van Zandvoort worden verleend. Hiernaar zal nader onderzoek
                    plaatsvinden. Om die reden is nog geen tarief opgenomen.</al><tussenkop>Onderdeel 1.20.2 ‘Vangnetbepaling’</tussenkop><al>Onderdeel 1.20.2 heeft tot doel te dienen als een vangnet voor situaties waarin
                    niet elders in de tarieventabel of in een wettelijke regeling een tarief is
                    opgenomen. Op grond van de bepalingen van dit onderdeel kunnen voor bepaalde
                    diensten dan toch leges geheven worden. Het gaat daarbij met name om het
                    verstrekken van stukken. De stukken zijn te onderscheiden in een vijftal
                    categorieën, namelijk gewaarmerkte stukken (1.20.2.1), niet gewaarmerkte stukken
                    (1.20.2.2), kaarten, tekeningen en lichtdrukken (1.20.2.3), beschikkingen op
                    aanvraag (1.20.2.4) en stukken of uittreksels die op verzoek van de aanvrager
                    worden gemaakt (1.20.2.5).</al><al>Onderdeel 1.20.2.4 is zodanig geredigeerd dat de heffing van leges zich niet
                    beperkt tot de gevallen waarin op gunstige wijze op de aanvraag wordt beslist.
                    Immers, het behandelen van een aanvraag brengt voor de gemeente werkzaamheden
                    met zich mee, zowel in het geval dat de aanvraag wordt gehonoreerd als in het
                    geval dat de aanvraag wordt afgewezen. Uiteraard kan een gemeente onderdeel
                    1.20.2.4 zodanig aanpassen dat de heffing van leges zich beperkt tot de gevallen
                    dat op gunstige wijze op de aanvraag wordt beschikt.</al><al>Stukken die worden verstrekt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb.
                    1991, 703) hoeven niet gratis of tegen een gelimiteerd bedrag verstrekt te
                    worden. Voor het door het rijk verstrekken van fotokopieën van schriftelijke
                    stukken kunnen op grond van artikel 12 van de Wet openbaarheid van bestuur bij
                    of krachtens algemene maatregel van bestuur tarieven vastgesteld worden. Deze
                    tarieven binden gemeenten echter niet. Gemeenten moeten hiervoor dus zelf een
                    regeling treffen, bijvoorbeeld in de Legesverordening. De gemeente kan hiervoor
                    de in onderdeel 1.20.2 genoemde tarieven toepassen of kiezen voor een
                    afzonderlijke tariefstelling.</al><tussenkop>Soms leges beperkt tot kopieerkosten</tussenkop><al>Als een belanghebbende in het kader van bezwaar of administratief beroep of in
                    verband met een anderszins op grond van de wet kosteloos verleende inzage,
                    afschriften van stukken opvraagt moet erop worden toegezien dat het verstrekken
                    hiervan tegen een vergoeding van ten hoogste de kosten van het kopiëren in enge
                    zin mag geschieden. Tot de kosten die in dat geval in rekening mogen worden
                    gebracht behoren onder meer wel de arbeidskosten van het kopiëren zelf, maar
                    niet de kosten van het opzoeken en weer opbergen van de desbetreffende
                    originelen (zie bijvoorbeeld de artikelen 3:22, derde lid, 3:44, zesde lid, en
                    7:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht, alsmede de uitspraken van
                        <cursief>Hof Arnhem van 23 december 1997, nr. 96/1577, Belastingblad 1998,
                        blz. 742</cursief>, van <cursief>Hof Amsterdam van 21 december 2001, nr.
                        00/2665, Belastingblad 2002, blz. 959 </cursief>en van <cursief>Hof
                        Arnhem</cursief></al><al><cursief>van 27 augustus 2002, nr. 01/01610</cursief>).</al><tussenkop>Milieu-informatie</tussenkop><al>Voor stukken die betrekking hebben op milieu-informatie kan worden aangesloten
                    bij de tarieven die zijn opgenomen in onderdeel 1.20.2. Sinds 14 februari 2005
                    is de Nederlandse regelgeving over openbaarheid van milieu-informatie vastgelegd
                    in de Wet openbaarheid van bestuur (hierna te noemen WOB) en de Wet
                    milieubeheer. Deze regelgeving is een gevolg van het Verdrag van Aarhus uit 1998
                    en de daarmee samenhangende Europese richtlijn inzake toegang tot
                    milieu-informatie. De regelgeving staat toe dat gemeenten een redelijke
                    vergoeding vragen voor het verstrekken van milieu-informatie.</al><al>De VNG gaat er van uit dat maximaal een kostendekkende vergoeding als redelijk
                    moet worden aangemerkt. De toegang en het raadplegen van de lijsten of registers
                    van milieu-informatie is altijd kosteloos. Vergunningen op grond van de Wet
                    milieubeheer kunnen ook altijd kosteloos worden ingezien. In verband met
                    bovengenoemde jurisprudentie impliceert het kosteloos ter inzage geven eventuele
                    opzoekwerkzaamheden en de daaraan te besteden tijd. Er moet op worden gelet dat
                    indien de tarieven van onderdeel 1.20.2 ook van toepassing zijn op de hier
                    bedoelde milieu-informatie, deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Is dat
                    gelet op het algemene karakter van de tarieven wel het geval, dan verdient het
                    aanbeveling een apart hoofdstuk Milieu-informatie in titel 1 van de
                    tarieventabel op te nemen of deze afzonderlijk in hoofdstuk 20 (diversen) te
                    benoemen. Zie over het verstrekken van milieu-informatie de VNG ledenbrief Lbr.
                    04/139 – het nieuwe openbaarheidsregime voor milieu-informatie (1 december
                    2004).</al><tussenkop>Titel 3</tussenkop><tussenkop>Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn</tussenkop><tussenkop>Europese Dienstenrichtlijn</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Ter bevordering van de vrijheid van vestiging en de vrije verrichting van
                    grensoverschrijdende diensten streeft de Europese Dienstenrichtlijn (EDR)
                    naar:</al><lijst><li nr="-"><al>vereenvoudiging van administratieve procedures</al></li><li nr="-"><al>de opheffing van belemmeringen voor dienstenactiviteiten en</al></li><li nr="-"><al>vergroting van het wederzijdse vertrouwen tussen lidstaten onderling en
                            van dienstverrichters en consumenten in de interne markt.</al></li></lijst><al>(Richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
                    Unie van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt (PbEU L
                    376.)</al><al>Eind 2006 is de EDR in werking getreden. Deze moet 28 december 2010
                    geïmplementeerd zijn in de Nederlandse regelgeving. De EDR heeft consequenties
                    voor de legesheffing voor die vergunningstelsels die onder haar reikwijdte
                    vallen.</al><tussenkop>Wanneer valt vergunningstelsel onder de EDR?</tussenkop><al>Een vergunningstelsel valt alleen onder de EDR als het vergunningstelsel
                    specifiek is gericht op dienstverrichters of dienstverleners. Een algemeen
                    vergunningstelsel (bijv. de omgevingsvergunning voor bouw- of
                    aanlegactiviteiten) valt niet onder de EDR omdat dit zich niet uitsluitend richt
                    op dienstverrichters/dienstverleners, maar ook op particuliere burgers. Ook
                    bevat de EDR een aantal uitgezonderde gebieden. Alle modelverordeningen zijn
                    gescreend op toepassing van de EDR. Daaruit is een aantal vergunningstelsels
                    naar voren gekomen, die onder de EDR vallen. Wij hebben die ‘afgezonderd’ in
                    titel 3 van de tarieventabel leges. Als een gemeente nog andere
                    vergunningstelsels kent dan die in de modelverordeningen zijn opgenomen, zal zij
                    deze zelf moeten toetsen aan de EDR.</al><al>Als het vergunningstelsel daaronder valt en de gemeente heft hiervoor leges, dan
                    moet deze ook in titel 3 van de tarieventabel worden opgenomen.</al><tussenkop>EDR en leges</tussenkop><al>De EDR heeft geen betrekking op belastingen. Artikel 13, tweede lid, EDR bepaalt
                    dat eventuele kosten voor de aanvragers in verband met hun vergunningaanvraag
                    redelijk zijn en evenredig met de kosten van de vergunningsprocedures in kwestie
                    en de kosten van de procedures niet mogen overschrijden. Dit betekent dat
                    legesheffing mogelijk is. De kostentoerekening hoeft niet op individuele basis
                    plaats te vinden. De EDR laat toe dat vaste (forfaitaire) bedragen voor
                    dienstverlening in verband met vergunningprocedures worden gehanteerd, mits die
                    forfaitaire kosten zijn gebaseerd op gemiddelde kosten.</al><tussenkop>EDR en kruissubsidiëring</tussenkop><al>Door de formulering van de artikel 13, tweede lid, van de EDR is
                    kruissubsidiëring alleen nog toegestaan binnen clusters van sterk samenhangende
                    vergunningstelsels. Dit betreft alleen de diensten aan dienstverrichters waarop
                    de EDR van toepassing is. Wij hebben die in titel 3 opgenomen.</al><al>Elk hoofdstuk van titel 3 dient de gemeente te controleren op kostendekkendheid.
                    Indien uit controle blijkt dat er op het betreffende vergunningstelsel of
                    samenhangende vergunningstelsels winst wordt gemaakt, dienen de tarieven te
                    worden aangepast tot of onder 100% kostendekkendheid.</al><tussenkop>Hoofdstuk 1 Horeca</tussenkop><al>Op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet (Stb. 2000, 185) is het
                    verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een
                    horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Het gaat dan om het
                    bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor
                    gebruik ter plaatse (horecabedrijf) of voor gebruik elders dan ter plaatse
                    (slijtersbedrijf).</al><al>Voor het afgeven van dergelijke vergunningen kunnen gemeenten leges heffen en
                    daarbij zelf de hoogte van de te heffen leges vaststellen. In onderdeel 3.1.1 is
                    hiervoor een tariefbepaling opgenomen.</al><al>Indien een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in
                    overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de
                    vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij burgemeester
                    en wethouders te melden. Burgemeester en wethouders verstrekken, indien nog aan
                    de ten aanzien van de inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde
                    vergunning, waarin de omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.</al><al>Onderdeel 3.1.3 bevat een tariefbepaling voor ontheffingen als bedoeld in
                    artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Hiervoor kan de gemeente zelf de hoogte
                    van de leges bepalen met inachtneming van het uitgangspunt van maximale
                    kostendekking. Het Algemeen uitvoeringsbesluit Drank- en Horecawet, waarin
                    voorheen de tarieven voor ontheffingen stonden is op 1 november 2000
                    ingetrokken.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Organiseren van evenementen of markten</tussenkop><al>Dit hoofdstuk bevat een evenementenvergunning, een snuffelmarktvergunning en een
                    vergunning voor het organiseren van een markt (vergunning organisatie).</al><al>Het expliciet noemen van deze vergunningen houdt verband met de Europese
                    Dienstenrichtlijn, waaronder deze vergunningstelsels vallen. Wij beschouwen deze
                    vergunningen als samenhangende vergunningstelsels. Daarom zijn ze in één
                    hoofdstuk geplaatst. Onderdeel 3.2.1 is afgestemd op de verschillende
                    evenementen die in de APV worden genoemd. Hierin komt de omvang van het
                    evenement tot uitdrukking, wat een tariefdifferentiatie mogelijk maakt. Voor een
                    verwijzing naar de jaarlijkse evenementenlijst is afgezien, hoewel dit de
                    duidelijkheid in de regelgeving ten goede zou komen.</al><al>In dit verband wordt nog verwezen naar de toelichting op artikel 4 van de
                    verordening, waarin is ingaan op de opname van de vrijstelling en de
                    (on)mogelijkheid van een vrijstelling voor ANBI’s. De ultieme (rechterlijke)
                    toets is of de verordening niet leidt tot een onredelijke en willekeurige
                    heffing die de wetgever bij het geven van de bevoegdheid tot heffen niet bedoeld
                    kan hebben.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven</tussenkop><al>Indien een gemeente een vergunningstelsel kent voor prostitutiebedrijven, kan ze
                    hiervoor deze tariefbepalingen opnemen. Ook dit vergunningstelsel valt onder de
                    Europese Dienstenrichtlijn.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Splitsingsvergunning woonruimte</tussenkop><al>De gemeenteraad kan gebouwen aanwijzen waarvoor in bepaalde gevallen het verbod
                    geldt om het recht op het gebouw te splitsen in appartementsrechten, zonder een
                    daartoe strekkende vergunning (de splitsingsvergunning van artikel 33 van de
                    Huisvestingswet). Hiervoor is in hoofdstuk 4 een tarief opgenomen. Screening van
                    de model-Huisvestingsverordening, waarin de vergunningen zijn uitgewerkt, heeft
                    uitgewezen dat die vergunning onder de Europese Dienstenrichtlijn valt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Leefmilieuverordening</tussenkop><al>In dit hoofdstuk kunnen voor een ontheffing of vergunning op grond van een in de
                    gemeente geldende leefmilieuverordening worden opgenomen. Omdat de gemeente geen
                    leefmilieuverordening kent, is afgezien van het opnemen van een tarief.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6 Brandbeveiligingsverordening</tussenkop><al>De Brandbeveiligingsverordening regelt de brandveiligheid die niet op een andere
                    manier wettelijk is geregeld. De gebruiksvergunning op grond van het Besluit
                    brandveilig gebruik bouwwerken gaat op in de omgevingsvergunning (artikel 2.1,
                    eerste lid, onder d, Wabo). Gemeenten kunnen in een brandbeveiligingsverordening
                    regelen dat het gebruik van inrichtingen die niet vallen onder de
                    omgevingsvergunning uitsluitend is toegestaan indien daarvoor een vergunning is
                    verleend. Bij het gebruiksvergunningensysteem van de
                    brandbeveiligingsverordening gaat het om 'niet-bouwwerken'.</al><al>Het kan gaan om bijvoorbeeld een omheind weiland of een los met de wal verbonden
                    drijvend hotel of discotheek. In de meeste gevallen zal de gebruiksvergunning
                    worden aangevraagd door dienstverrichters of dienstverleners in de zin van de
                    EDR. In verband hiermee is de gebruiksvergunning in deze titel geregeld.</al><al>Op grond van hoofdstuk 6 is voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor
                    deze vergunningen een vast bedrag aan leges verschuldigd. Het is mogelijk om
                    naast een vast tarief een opslag per m² te rekenen. Hiermee kan bereikt worden
                    dat het tarief meer afgestemd is op de hoeveelheid werk die verricht moet worden
                    om de gevraagde vergunning te verlenen. Van die mogelijkheid is geen gebruik
                    gemaakt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere
                    beschikking </tussenkop><al>In hoofdstuk 7 zijn (nog) geen tarieven opgenomen voor diensten die niet in één
                    van de eerdere hoofdstukken van deze titel afzonderlijk zijn benoemd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>