<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR229532_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Begraafplaatsrechten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ouder-Amstel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad voor Ouder-Amstel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Begraafplaatsrechten 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/53</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Begraafplaatsrechten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ouder-Amstel,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 oktober 2012,
                        nummer 2012/53,</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet;</al><al>s t e l t v a s t:</al><al>de “Verordening begraafplaatsrechten 2013”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats Karssenhof te
                                    Ouderkerk aan de Amstel;</al></li><li nr="b."><al>eigen graf: een graf ten aanzien waarvan het uitsluitend recht
                                    is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken
                                    of de overblijfselen van een overledene dan wel een graf bestemd
                                    tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
                                    zonder urnen, bevattende de as van overledenen;</al></li><li nr="c."><al>algemeen graf: een graf, bestemd tot het doen begraven en
                                    begraven houden van lijken van overledenen, anders dan een eigen
                                    graf;</al></li><li nr="d."><al>eigen urnengraf: een graf ten aanzien waarvan het uitsluitend
                                    recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van
                                    asbussen met of zonder urnen in een nis of kelder, bevattende de
                                    as van overledenen;</al></li><li nr="e."><al>urnennis: een nis, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het
                                    recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van
                                    asbussen of urnen;</al></li><li nr="f."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="g."><al>urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;</al></li><li nr="h."><al>rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon, die het
                                    uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het
                                    doen bijzetten in een eigen graf, een urnengraf of een eigen
                                    urnennis;</al></li><li nr="i."><al>de gebruiker: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een recht
                                    op een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene
                                    die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn
                                    getreden;</al></li><li nr="j."><al>grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van
                                    de “Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Karssenhof
                                    2004” door of namens het bevoegde bestuursorgaan een grafrecht
                                    wordt verleend;</al></li><li nr="k."><al>grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een
                                    graf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit, maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik
                            van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten
                            in verband met de begraafplaats, genoemd in deze verordening en de
                            daarbij behorende tarieventabel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten worden niet geheven voor het begraven van een
                                    stoffelijk overschot van een doodgeboren of pasgeboren kind, dat
                                    tegelijk met dat van het stoffelijk overschot van de moeder in
                                    één graf wordt begraven.</al></li><li nr="2."><al>De rechten als bedoeld in hoofdstuk IV van de bij deze
                                    verordening behorende tarieventabel worden niet geheven terzake
                                    van graven waarvan de Oorlogsgravenstichting de rechthebbende is
                                    of van graven die bij de Oorlogsgravenstichting in beheer
                                    zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                    opgenomen in de bij deze verordening behorende en als zodanig
                                    gewaarmerkte tarieventabel.</al></li><li nr="2."><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in
                                    de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                    aangemerkt.</al></li><li nr="4."><al>Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering
                                    plaats.</al></li><li nr="5."><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op
                                    een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende
                                    zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                                    belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                                    belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de rechten genoemd in onderdeel 4.5. van de
                                    tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode
                                    waarvoor wordt afgekocht.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk V van de
                                    tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode
                                    waarvoor de rechten zijn geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten die per jaar worden geheven, bedoeld in de onderdelen
                                    4.2. en 4.4. van de tarieventabel, worden geheven bij wege van
                                    aanslag.</al></li><li nr="2."><al>Andere rechten als die bedoeld in het eerste lid worden geheven
                                    door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het
                                    gevorderde bedrag is vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten die per jaar worden geheven, bedoeld in de onderdelen
                                    4.2. en 4.4. van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de
                                    aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de
                                    aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Andere rechten dan die in het vorige lid bedoeld zijn
                                    verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de
                                    aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of
                                    inrichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                    1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke
                                    termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag
                                    van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag
                                    van de op één aanslagbiljetverenigde aanslagen, zoals bedoeld in
                                    hoofdstuk IV van de bij deze verordening behorende
                                    tarieventabel, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat
                                    het bedrag daarvan minder is € 3.500,- en zolang de
                                    verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso
                                    van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in
                                    één termijn. Deze termijn vervalt één maand na de dagtekening
                                    van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid worden bedragen die buiten de
                                    marge (minder dan € 3.500,-) van lid 2 vallen en die door een
                                    automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                                    belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dezelfde
                                    termijnen afgeschreven zoals in lid één;</al></li><li nr="4."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                    voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de rechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening begraafplaatsrechten 2012” van 10 november 2011,
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2013, of zo dit later is, met ingang van de eerste na die van de
                                    bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft,
                                    indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt
                                    na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de
                                    heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de
                                    tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor
                                    zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode
                                    plaatsvindt.</al></li><li nr="4."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li><li nr="5."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening
                                    begraafplaatsrechten 2013”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ouder-Amstel, 8 november 2012</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>W.van Zanen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.T.J. Blankers-Kasbergen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>