<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22945_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kompas 12-03-2010,Gemeenteblad 2010/01</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikelen 44, lid 2 en 3, 95 tot en met 99 en 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB930606</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN</al><al>De raad van de gemeente Cromstrijen;</al><al>gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147
                        van de Gemeentewet,</al><al>gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden,</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening</al><al><vet>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                        2010</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="c."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="d."><al>Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van
                                    20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het
                                    Rechtspositiebesluit wethouders;</al></li><li nr="e."><al>Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993,
                                    Stb. 144;</al></li><li nr="f."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="g."><al>raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="h."><al>Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6
                                    oktober 1989, Stb. 424;</al></li><li nr="i."><al>griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="j."><al>gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                            van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het
                            door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
                            gemeenteklasse 4 vastgestelde maximum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de
                                uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die
                                gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 2, derde lid, van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
                                jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                                artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt
                                aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een
                                onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld
                                in artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden, zoals dat bedrag jaarlijks door de minister van
                                Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is
                                geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid
                                is geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3,
                                geschiedt in maandelijkse termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
                                        taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid
                                        gemaakte noodzakelijke reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten met €
                                        0,37 netto per kilometer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de
                            Regeling rechtspositie wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van
                                het raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag stelt het college het raadslid ten laste van de gemeente
                                voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer,
                                bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking. De
                                voorwaarde hierbij is, dat hij de apparatuur 90% zakelijk
                                gebruikt;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvraag vergoedt de gemeente de aanleg- en abonnementskosten
                                voor de internetverbinding met € 30,00 per maand. Het raadslid doet
                                hiervoor een verzoek aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst
                                met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op
                                aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
                                spaarloonregeling.</al><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan
                                deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van
                                de Wet op de loonbelasting 1964.</al><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
                                raadslid gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling. </al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                                aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
                                        1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking
                                        wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling als
                                        bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling
                                        loonbelasting 2001.</al></li><li nr="2."><al>Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel
                                        vaste onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor
                                        de fiets als bedoeld in de Uitvoeringsregeling. </al></li><li nr="3."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                                    arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al>Op aanvraag verlaagt het college de vergoeding voor de
                                werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, in het geval een raadslid een
                                uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke
                                arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Compensatie korting werkloosheidsuitkering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de
                                        Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20
                                        van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting.</al></li><li nr="2."><al>In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het
                                        Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel
                                        ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van
                                        dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge
                                        van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt
                                        dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de
                                        werkzaamheden die het raadslid ontvangt, wordt deze
                                        vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag
                                        van bedoelde korting. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                                    gemeenteraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet
                                        meer dan 30 dagen onafgebroken het voorzitterschap van de
                                        gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor die waarneming een
                                        toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor
                                        de werkzaamheden over de tijd van de waarneming. </al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien
                                        van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens
                                    zwangerschap en bevalling of ziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a
                                        blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge
                                        artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend
                                        wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien
                                        verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op
                                        grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft
                                        bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van
                                        toepassing is.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en
                                        vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn
                                        van toepassing op raadsleden die tijdelijk worden benoemd
                                        ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X10
                                        van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens
                                        zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap
                                verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 4,
                                vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>De wethouder wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn plaats
                                van tewerkstelling een tegemoetkoming in de kosten van het reizen
                                verleend overeenkomstig de bedragen in artikel 3 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel
                                14 vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in
                                artikel 14 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt, op
                                basis van artikel 4 en 4a van de Regeling rechtspositie
                                wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis
                                        buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte
                                        noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. </al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland,
                                        niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                        toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan
                                        deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                        aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                        informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                                        rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is
                                        in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder.
                                    </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente
                                        voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende
                                        apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld.
                                        De voorwaarde hierbij is, dat hij de apparatuur 90% zakelijk
                                        gebruikt.</al></li><li nr="2."><al>Op aanvraag vergoedt de gemeente de aanleg- en
                                        abonnementskosten voor de internetverbinding met € 30,00 per
                                        maand. De wethouder doet hiervoor een verzoek aan de
                                        gemeentesecretaris.</al></li><li nr="3."><al>De wethouder ondertekent voor de bruikleen een
                                        bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                        vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Mobiele telefoon </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn
                                        ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking
                                        gesteld die uitsluitend bestemd is voor zakelijk gebruik.
                                    </al></li><li nr="2."><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst
                                        met de gemeente.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst
                                        vast (zie bijlage).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spaarloonregeling/levensloopregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het
                                        gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al></li><li nr="2."><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als
                                        bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                                        1964.</al></li><li nr="3."><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de
                                        wethouder gebruik maakt van de wettelijke
                                        levensloopregeling.</al></li><li nr="4."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20a</nr><titel>Fietsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld
                                        in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.
                                        Naar keuze van de wethouder wordt de bezoldiging dan wel
                                        vaste onkostenvergoeding dan wel eindejaarsuitkering
                                        verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in de
                                        Uitvoeringsregeling.</al></li><li nr="2."><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet
                                        bestaat geen aanspraak op enige vergoeding van de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de
                                gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op
                                vergoeding van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 1 van de ministeriële regeling als bedoeld in
                                        artikel 18, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit
                                        wethouders;</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de ministeriële
                                        regeling als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het
                                        Rechtspositiebesluit wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van
                                vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
                                        commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van
                                        het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk
                                        aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en
                                        Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 4 vastgestelde
                                        maximum.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding
                                        voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 94 van de
                                        Gemeentewet ontvangt.</al></li><li nr="3."><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
                                        commissie</al><lijst><li nr="a."><al>als raadslid of wethouder;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                        ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid
                                        een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste
                                        100% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de
                                        vergoeding, ten aanzien van </al><lijst><li nr="a."><al>een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                                        beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de
                                        commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is
                                        aangetrokken, en</al></li><li nr="b."><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding
                                        niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan
                                        tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te
                                        verrichten arbeid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>1.Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                                niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                                benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen
                                van de commissie vergoed. </al><al>De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige
                                        vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                        reiskosten;</al></li><li nr="b."><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van
                                        de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten
                                        overeenkomstig de bedragen in artikelen 4 van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="c."><al>de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter
                                        zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                                        worden aan het commissielid overeenkomstig het bepaalde in
                                        artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie
                                        wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad
                                        toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het
                                        buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming
                                        voorwaarden verbinden.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of
                                        vanwege de gemeente georganiseerd.</al></li><li nr="3."><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen,
                                        congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk
                                        belang door of namens de gemeente worden aangeboden of
                                        verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres,
                                        seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                        wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                        aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke
                                        informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                                        rekening van de gemeente als deelname van belang is in
                                        verband met de vervulling van het
                                        commissielidmaatschap.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de
                                        gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5,
                                        6, 15, 16, 21, 23 en 24 wordt gebruik gemaakt van een
                                        declaratieformulier, waarvan het model door het college is
                                        vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit
                                        zijn betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en
                                        ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of
                                        het commissielid dient het declaratieformulier binnen 2
                                        maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de
                                        gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in,
                                        onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></li><li nr="3."><al>Bij gebruik van de OV-chipkaart gelden overzichten van
                                        transacties door of vanwege het vervoerbedrijf als de
                                        originele bewijsstukken uit het vorige lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 15, 17,
                                        21 en 25 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van
                                        de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor
                                        akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats
                                        door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het
                                        college is vastgesteld, volledig in te vullen en te
                                        ondertekenen.</al></li><li nr="3."><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het
                                        begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij
                                        de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de
                                        door hem aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Hardheidsclausule, citeertitel en
                                        inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor gevallen waarin deze regeling niet of niet naar
                                                redelijkheid voorziet, beslist het college in de
                                                geest van deze regeling.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari
                                                2010.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                                rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden
                                                2010.</al></li><li nr="4."><al>De verordening Rechtspositie wethouders, raads- en
                                                commissieleden 2008 trekken wij in.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Cromstrijen, </ondertekening><ondertekening>in de openbare vergadering van 16 februari 2010</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>