<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22933_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Waalwijk 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-02-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 11-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Waalwijk 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/003</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vergunningen en ontheffingen welke zijn verleend krachtens de “Parkeerverordening Waalwijk 2006” worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Waalwijk 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Waalwijk:</al><al>gezien het voorstel van het college van Waalwijk van 1 december 2009;</al><al>nummer B09.0511;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende </al><al><vet><cursief>PARKEERVERORDENING 2010</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>I.</nr><titel>DEFINITIES EN BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><cursief>a. </cursief><cursief> RVV 1990:</cursief></al><al><cursief>het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli
                                1990, Stb. 459;</cursief></al><al><cursief>b.</cursief><cursief> (motor)voertuig: </cursief></al><al><cursief>hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip
                                van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV
                                1990;</cursief></al><al>c. parkeren:</al><al>het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een
                            voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt
                            wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het
                            onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen
                            voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop
                            dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                            verboden;</al><al>d. houder:</al><al>degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet
                            worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is
                            ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden
                            register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op
                            wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                            het parkeren in het register was ingeschreven;</al><al>e. parkeerapparatuur:</al><al>parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters
                            en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                            parkeerapparatuur wordt verstaan;</al><al><cursief>f.</cursief><cursief> parkeerapparatuurplaats: </cursief></al><al><cursief>een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door
                                middel van parkeerapparatuur;</cursief></al><al><cursief>g.</cursief><cursief> belanghebbendenplaats: </cursief></al><al><cursief>een parkeerplaats die:</cursief></al><al><vet>1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990
                            of</vet></al><al><vet>2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I
                                van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet
                                is uitgezonderd;</vet></al><al>h. vergunning:</al><al>een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is
                            toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                            belanghebbendenplaatsen;</al><al>i. vergunninghouder:</al><al>de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;</al><al>j. ontheffing:</al><al>een door het college verleende ontheffing, krachtens welke het is
                            toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                            parkeerapparatuurplaatsen;</al><al>k. ontheffinghouder:</al><al>de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een ontheffing is
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II:</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, ontheffinghouders, vergunningen,
                            ontheffingen, vergunningbewijzen en ontheffingsbewijzen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                    aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                    vergunninghouders en/of ontheffinghouders.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan,bij openbaar te maken besluit, de
                                    tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan
                                    vergunninghouders en/of ontheffinghouders is toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al><cursief>1.</cursief><cursief> Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag </cursief></al><al><cursief> a.</cursief><cursief> een vergunning verlenen voor het parkeren op
                                belanghebbendenplaatsen;</cursief></al><al><cursief> b.</cursief><cursief> een ontheffing verlenen voor het parkeren bij
                                parkeerapparatuurplaatsen.</cursief></al><al><cursief>2.</cursief><cursief> Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen
                                van een vergunning en/of ontheffing.</cursief></al><lijst><li nr="3."><al>Een <vet>vergunning</vet> kan worden verleend aan:</al></li><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een
                                    gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                    vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                    aanwezig zijn (categorie I);</al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of
                                    bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of
                                    mede door vergunninghouders te gebruiken
                                    parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het
                                    in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening
                                    noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren
                                    (categorie II);</al></li><li nr="4."><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook
                                    verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die
                                    niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde
                                    vereisten.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum
                                    aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en
                                    per categorie vaststellen.</al></li><li nr="6."><al>Een <vet>ontheffing</vet> kan worden verleend aan een eigenaar
                                    of houder van een motorvoertuig voor het parkeren in een gebied
                                    waar parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;</al></li><li nr="7."><al>Het college kan aan een vergunning of ontheffing voorschriften
                                    en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het
                                    belang van een goede verdeling van de beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een
                                    aanvraag voor een vergunning of ontheffing.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                    hoogste acht weken verlengen. Van een verlenging van deze
                                    termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al><cursief>1.</cursief><cursief> Een vergunning of ontheffing wordt voor een bepaalde termijn
                                verleend.</cursief></al><al><cursief>2.</cursief><cursief> De vergunning of ontheffing bevat in ieder geval de volgende
                                gegevens:</cursief></al><al><cursief>a. de periode waarvoor de vergunning of ontheffing
                                geldt;</cursief></al><al><cursief>b. het gebied waarvoor de vergunning of ontheffing
                                geldt.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken of
                                    wijzigen:</al></li><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunning- of ontheffinghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                    beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                    vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning of ontheffing;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    of ontheffingen komt te vervallen;</al></li></lijst><al><cursief>e.</cursief><cursief> wanneer de vergunning- of ontheffinghouder niet of niet tijdig
                                aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning of ontheffing
                                heeft voldaan;</cursief></al><lijst><li nr="f."><al>wanneer de vergunning- of ontheffinghouder handelt in strijd met
                                    de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning of
                                    ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li><li nr="2."><al>Met uitzondering van lid 1 sub a trekt het college de vergunning
                                    of ontheffing niet eerder in dan nadat de vergunning- of
                                    ontheffinghouder is gehoord.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III.</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur in werking te stellen op andere wijze
                            of met andere middelen dan wel met andere munten dan die welke in de
                            kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                    belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is
                                    toegestaan aldaar een voertuig te parkeren of geparkeerd te
                                    houden:</al></li><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid van dit artikel.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig,
                                    te plaatsen of te laten staan:</al></li><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp
                                    op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of
                                    te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                    belemmerd of verhinderd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid van dit artikel.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al><cursief>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze
                                verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand
                                of geldboete van de eerste categorie.</cursief></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V.</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren
                            belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Parkeerverordening Waalwijk
                            2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum
                                    van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij is geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    Parkeerverordening Waalwijk 2006.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen en ontheffingen welke zijn verleend krachtens de
                                    Parkeerverordening Waalwijk 2006 worden geacht te zijn verleend
                                    krachtens deze verordening.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 28 januari 2010. </al><al>DE RAAD VAN WAALWIJK</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>G.H. Kocken, drs. A.M.P. Kleijngeld.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>